categorie: Religie/video/Openbaring
Bijbel College Openbaring deel 12
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
.
.
.
Debuut: Kleine reeks (1947, poëzie)
Genres: Poëzie, roman, novelle, kort verhaal, toneel, scenario
Bijzonderheid:in 1997 ontving hij voor De Geruchten de Libris Literatuurprijs en in 1998 de Aristeionprijs; de hoogste Europese literaire onderscheiding
Citaat: ‘Ik heb vijftig jaar doorgebracht met het aanbrengen van allerlei subtiele dingetjes in mijn werk die misschien niemand eruit heeft gehaald. Dat is toch om verdrietig van te worden. (Haarlems Dagblad, 17-1-1998)
Recent werk: De Komedianten (Pas de deux II) (1997, toneel), Onvoltooid verleden, (1998, roman), Het laatste bed (1998, novelle), Het huis van de liefde (1999, poëzie), Wreed geluk (1999, poëzie), Een andere keer, de andere verhalen (2000), Een slaapwandeling (novelle, 2000)
.
.

.
.
.
Hugo Maurice Julien Claus wordt geboren te Brugge op 5 april 1929. Hij verblijft vanaf zijn 18 maanden tot 11-jarige leeftijd in een pensionaat. Hij woont thuis van 1940 tot 1946. Hij verlaat het ouderlijk huis en de school en maakt reizen naar verschillende landen. Van 1950 tot 1953 woont hij in Parijs waar hij in contact komt met surrealisme, existentialisme en Cobra-modernisme.
Van 1953 tot 1955 verblijft hij in Rome in het filmmilieu. In 1955 huwt hij met de filmactrice Elly Overzier, met wie hij in Gent gaat wonen (tot 1965). Vervolgens neemt hij gedurende vijf jaar zijn intrek op een boerderij in de Vlaamse Ardennen. In 1970 gaat hij in Amsterdam wonen, waar hij een verhouding heeft met de actrice Kitty Courbois. Van 1973 tot 1978 woont hij in Parijs samen met de actrice Sylvia Kristel. Uiteindelijk verhuist hij opnieuw naar Gent. Hij huwt in 1993 met Veerle De Wit.
Hugo Claus’ werk is even veelzijdig en wisselvallig als zijn leven zonder rode draad. Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische “Kleine reeks”, evolueert hij in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt zijn “Oostakkerse gedichten” uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden, echter steeds getuigend van een kenmerkende eigenheid en een matriarchale mythologie.
Op toneelgebied wordt hij internationaal bekend met de tragikomedie “Een bruid in de morgen” (1955). Zijn populairste toneelstuk wordt het naturalistische “Suiker” (1958). Zijn navolgende toneelwerken zijn in hoofdzaak historische bewerkingen zoals o.a. “Thyestes” (1966), “Het spel Masscheroen” (1968) en “Orestes” (1976). Het succesvolle “Vrijdag” uit 1969, door Claus zelf verfilmd in 1980, raakt het delicate incestthema aan en doet denken aan het naturalisme van Cyriel Buysse.
Dezelfde verscheidenheid vindt men ook terug in zijn romans. In romans zoals “De hondsdagen” (1952) en “Schaamte” (1972) vindt men mytische elementen. In de roman het “Verlangen” (1978) zien we een duidelijk realisme. Zijn lijvige roman “Het verdriet van België” uit 1983 is een semi-biografische familiekroniek waarin op subtiele wijze het politieke en sociale leven tijdens Wereldoorlog II beschreven wordt. Deze roman wordt voor televisie bewerkt in 1994.
In zijn geheel genomen kan men stellen dat Claus’ werk een mengeling is van het beschrijven van tragische gebeurtenissen, klassieke verhalen en een expressie van een heimwee naar verheven waarden, dit alles doorweven met het banale, ja soms het vulgaire van het menselijk bestaan. De veelzijdige Hugo Claus is niet alleen schrijver van gedichten, romans, filmscenario’s, toneelstukken en essays, maar tevens schilder, librettist, film- en toneelregisseur. Hij schreef zelfs chansons voor de zangeres Liesbeth List. Hij kreeg talrijke literaire prijzen, waaronder de “Henriette Roland Holstprijs”.
.
.
Claus overleed op woensdag 19 maart 2008, kort voor zijn 79ste verjaardag in het Middelheim-ziekenhuis te Antwerpen. De schrijver leed zo’n twee jaar aan de ziekte van Alzheimer en koos daarom zelf het moment van zijn dood door middel van euthanasie via de organisatie Recht Op Waardig Sterven. Kort voor zijn overlijden gaf de filosoof Etienne Vermeersch Claus nog advies over euthanasie.
.
.
Vele voorpagina’s van kranten werden ingenomen door het overlijden van Claus. Ook zijn euthanasiebeslissing werd uitvoerig belicht en geduid. In katholieke kringen reageerde men afwijzend met deze ‘mediatisering van de euthanasie’. René stockman, hoofd van de organisatie Broeders en Liefde, verklaarde op de katholieke nieuwssite Kerknet: “De wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten maar zelfs als het summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst. Dit is pas het echte verdriet van België.”Hij werd gevolgd in zijn kritiek door Wouter Beke, interim-voorzitter van CD&V. Kardinaal Daneels sprak er in zijn Paaspreek: “Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws.”
.
.

Claus en Sylvia Kristel
.
.
.
1950 – Leo J. Krynprijs voor De eendenjacht (later De Metsiers)
1952 – Arkprijs van het Vrije Woord voor De Metsiers
1955 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Een bruid in de morgen
1955 – Prix Lugné-Poë voor de Franse vertaling van Een bruid in de morgen
1955 – Prix Bonjour Promesse (of ‘Prix Françoise Sagan’) voor De hondsdagen
1956 – Letterkundige Prijs van de Stad Gent voor De getuigen
1957 – Ridder in de Orde van Leopold II (3 april)
1959 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De zwarte keizer
1959 – Ford Foundation Grant
1960 – Koopalprijs voor zijn Dylan Thomas vertaling Onder het melkwoud
1963 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De Verwondering (geweigerd)
1964 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor Omtrent Deedee (geweigerd)
1964 – August Beernaertprijs voor De Verwondering
1964 – Prijs voor het visualiseren van poëzie voor de tv-film Antologie
1965 – Henriette Roland Holst-prijs voor zijn gehele toneeloeuvre
1967 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor De dans van de reiger
1967 – Edmond Hustinx-prijs voor Nederlandstalige toneelschrijvers voor zijn gehele toneeloeuvre
1971 – Ridder in de Kroonorde (18 oktober)
1971 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor Heer Everzwijn
1973 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Vrijdag
1978 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Stad Gent voor literatuur
1979 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre
1979 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Jessica en z’n Euripides-bewerking Orestes
1984 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza voor Het verdriet van België
1986 – Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre
1986 – Herman Gorterprijs voor Alibi
1987 – Achilles Van Acker-prijsvoor de “sociale bewogenheid van zijn oeuvre”
1987 – Prijs van de Vlaamse Lezer voor Het verdriet van België
1989 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor Het verdriet van België
1989 – Grand Prix de l’humour noir Xavier Fonneret
1994 – Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad voor zijn gehele oeuvre
1994 – Prijs voor Meesterschap voor zijn gehele oeuvre
1994 – VSB Poëzieprijs voor De Sporen
1997 – Libris Literatuur Prijs voor De geruchten
1997 – Prix International Pier Paolo Pasolini
1997 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor De geruchten
1998 – Aristeionprijs van de Europese Unie voor De geruchten
1999 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn gehele oeuvre
2000 – Premio Nonino voor de Italiaanse vertaling van Het verdriet van België
2000 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre
2001 – Preis der Stadt Münster für Europäische Poesie voor zijn gehele oeuvre
2002 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor de verzenbundel Wreed geluk
2002 – Prix de consécration Herman Closson voor zijn gehele oeuvre
2002 – Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung voor zijn gehele oeuvre
2005 – Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste
.
.

.
.
.
.
1947 – Kleine reeks
1948 – Registreren
1950 – Zonder vorm van proces
1951 – Vierendelen
1952 – Drie blauwe gedichten voor Ellie
1952 – Tancredo Infrasonic
1953 – Een huis dat tussen nacht en morgen staat
1955 – De Oostakkerse gedichten
1955 – Paal en perk
1961 – Een geverfde ruiter
1963 – De man van Tollund
1963 – Het teken van de hamster
1963 – Love Song (poëzie op werk van Karel Appel)
1964 – Oog om oog
1965 – Gedichten
1965 – Het landschap
1967 – Relikwie
1969 – Genesis
1970 – Heer Everzwijn
1970 – Van horen zeggen
1971 – Dag jij
1973 – Figuratief
1974 – De wangebeden
1975 – Het Jansenisme
1977 – Emblemata
1977 – Het graf van Pernath
1978 – Cobra Revisited
1978 – Van de koude grond
1979 – Zwart (poëzie bij werk van Karel Appel en Pierre Alechinsky)
1979 – Claustrum
1979 – Gedichten 1969-1978
1979 – Fuga
1980 – 63 Kwatta-rijmen voor Gans België
1981 – Fiesta
1981 – Jan de Lichte
1982 – Almanak (verzamelbundel)
1982 – Het hooglied van Salomo
1985 – Halloween (gedichten bij tekeningen van Sylvia Kristel)
1985 – Gezegden
1985 – Het weerzinwekkend bezoek
1985 – Alibi
1985 – De dief van liefde
1985 – Gevulde contouren
1986 – Mijn honderd gedichten
1986 – Sonnetten
1986 – Bewegen
1986 – Evergreens
1987 – Sporen
1987 – Hymen (gedichten bij tekeningen van Corneille)
1987 – Imitaties
1990 – Steeds / Cité
1990 – Gedichten
1992 – Geplette gedaanten
1993 – 10 manieren om naar P.B.S. te kijken
1993 – De Sporen
1993 – Zij
1994 – Gedichten 1948-1993
1995 – Ach Clemens
1995 – Et voilà, le travail!
1995 – Zoek de zeven
1997 – Impromptu
1998 – Oktober 43
1998 – De aap in Efese
1998 – Voor de reiziger
1999 – Het huis van de liefde (bloemlezing)
1999 – Wreed geluk
2000 – Made in Belgium
2001 – De groeten (ter gelegenheid van Gedichtendag)
2002 – Sans Merci
2002 – Mijn hart en ik (bloemlezing)
2002 – Ik schrijf je neer
2002 – De tafel is leeg
2003 – Zeezucht
2004 – In geval van nood
2004 – Flagrant, bij etsen van Pierre Alechinsky
.
.

.
.
.
1952 – De Getuigen (eenakter)
1953 – Een bruid in de morgen
1954 – (M)oratorium (eenakter)
1954 – In een haven (eenakter)
1955 – De Geliefden (eenakter)
1956 – Het lied van de moordenaar
1957 – Dantons dood (Georg Büchner, vertaling)
1957 – Onder het Melkwoud (Dylan Thomas, vertaling)
1958 – Suiker
1959 – Woyzeck (Georg Büchner, vertaling)
1959 – Mama, kijk, zonder handen!
1960 – Quat-Quat (Jacques Audiberti, vertaling)
1961 – Antigone (Christopher Logue, vertaling)
1961 – Zannekin
1962 – De dans van de reiger
1963 – Allen die vallen (Samuel Beckett, vertaling)
1964 – Scherts, satire, ironie en diepere betekenis (Christian Dietrich Grabbe, vertaling)
1964 – Hendrik V (William Shakespeare vertaling)
1965 – De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en van Lamme Goedzak in Vlaanderen en elders (massaspel, naar Charles de Coster)
1966 – Thyestes (naar Seneca)
1966 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca vertaling)
1966 – Het Goudland (naar Hendrik Conscience)
1967 – Masscheroen (naar Mariken van Nieumeghen)
1968 – Wrraaak! (naar The Revenger’s Tragedy van Cyril Tourneur)
1969 – Vrijdag
1970 – De Spaanse hoer (naar La Celestina van Fernando de Rojas)
1970 – Tand om tand
1970 – Het leven en de werken van Leopold II
1971 – Interieur (naar zijn Omtrent Deedee)
1971 – Oedipus (naar Seneca)
1971 – Warm en Koud (Fernand Crommelynck, vertaling)
1972 – De vossejacht (naar Volpone van Ben Jonson)
1972 – De Advertentie/Theresa (Natalia Ginzburg, vertaling)
1973 – Pas de deux
1973 – Blauw blauw (naar Private Lives van Noël Coward)
1975 – Thuis
1976 – Orestes (naar Euripides)
1977 – Jessica
1977 – Het huis van Labdakos
1979 – Macbeth (William Shakespeare, vertaling)
1980 – Phaedra (naar Seneca)
1980 – Rashomon (Fay & Michael Kanin, vertaling)
1980 – Jan zonder Vrees (naar Giorgio Gaber)
1981 – Een hooglied
1981 – Een winters verhaal (William Shakespeare, vertaling)
1981 – Pantagleize (Michel de Ghelderode, vertaling)
1982 – Het haar van de hond
1982 – Lysistrata (Aristophanes, vertaling)
1982 – De Jood van Malta (Christopher Marlowe vertaling)
1982 – De Verzoeking
1983 – Hamlet (naar William Shakespeare)
1984 – Serenade
1984 – Droom van een Zomernacht (William Shakespeare, vertaling)
1985 – Goddelijke Woorden (Ramón María del Valle-Inclán, vertaling)
1985 – Blindeman (naar zijn eigen bewerking van Oidipus)
1986 – In Kolonos (naar Sofokles)
1987 – Romeo en Julia (William Shakespeare, vertaling)
1987 – De Golven van de Liefde en van de Zee (Franz Grillparzer, vertaling)
1987 – Koning Lear (William Shakespeare, vertaling)
1988 – Gilles!
1988 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca, vertaling)
1988 – Het schommelpaard
1989 – Gilles en de nacht
1991 – Richard Everzwijn (naar Richard III van William Shakespeare)
1991 – Het mondeling verraad
1991 – Visite
1991 – Winteravond
1992 – Verroeren
1993 – De repetitie (Jean Anouilh, vertaling)
1993 – Onder de torens
1994 – Requiem
1995 – De eieren van de kaaiman
1996 – De verlossing
1997 – De komedianten (Pas de deux II)
1997 – Salome (Oscar Wilde, vertaling)
1998 – Borgerocco of de dood in Borgerhout
2000 – De man van het toeval (Yasmina Reza, vertaling)
???? – X
.
.

Een bruid in de morgen
.
.
1954 – Natuurgetrouw
1958 – De zwarte keizer
1958 – Als een jonge hond
1966 – De dans van de reiger (verhaal naar eigen filmscenario)
1969 – Natuurgetrouwer (uitgebreide uitgave van Natuurgetrouw)
1972 – Gebed om geweld
1974 – De groene ridder I: In het Wilde Westen
1974 – De groene ridder II: De paladijnen
1974 – De groene ridder VII: Aan de evenaar
1977 – De vluchtende Atalanta
1984 – Een bijzondere cirkel (uit Natuurgetrouwer, in Vlaamse verhalen na 1965)
1985 – De mensen hiernaast
1987 – Château Migraine
1988 – Een andere keer
1999 – Verhalen
2000 – Een andere keer (bloemlezing)
2000 – De schrijver. Een literaire estafette
2000 – De avondzon
.
.

.
.
.
1950 – De Metsiers
1952 – De hondsdagen
1956 – De koele minnaar
1962 – De Verwondering
1963 – Omtrent Deedee
1971 – Schola nostra (onder het pseudoniem Dorothea van Male)
1972 – Schaamte
1972 – Het jaar van de kreeft
1977 – Jessica
1978 – Het verlangen
1983 – Het verdriet van België
1988 – Een zachte vernieling
1994 – Belladonna
1996 – De geruchten
1998 – Onvoltooid verleden
.
.

.
.
.
1951 – Over het werk van Corneille
1954 – Cinq lithographies en couleur (essay bij werk van Karel Appel)
1962 – Karel Appel, schilder
1964 – Louis Paul Boon
1979 – Treize manières de regarder un fragment d’Alechinsky / Dertien manieren om een fragment van Alechinsky te zien
.
.

.
.
.
1958 – Dorp aan de rivier, naar Antoon Coolen; regie: Fons Rademakers
1960 – Het mes, naar een eigen verhaal; regie: Fons Rademakers
1967 – De vijanden, tevens regie
1968 – Speelmeisje, tevens regie
1971 – Mira, naar Stijn Streuvels; regie: Fons Rademakers
1973 – Niet voor de poezen, naar Nicolas Freeling; regie: Fons Rademakers
1976 – Pallieter, naar Felix Timmermans; regie: Roland Verhavert
1977 – Rubens, schilder en diplomaat; regie: Roland Verhavert
1981 – Vrijdag, naar zijn eigen toneelstuk; tevens regie
1982 – Menuet, naar Louis Paul Boon; regie: Lili Rademakers-Veenman
1984 – De Leeuw van Vlaanderen, naar Hendrik Conscience; tevens regie
1986 – Het gezin van Paemel, naar Cyriel Buysse; regie: Paul Cammermans
1987 – Mascara; regie: Patrick Conrad
1989 – Het sacrament, naar een eigen roman; tevens regie
1995 – Escal-Vigor, naar de gelijknamige roman van Georges Eekhoud
2000 – De verlossing, naar een eigen toneelstuk; tevens regie
.
.

De Leeuw van Vlaanderen
.
.
1956 – De witte Zee (M: François de la Rochefoucauld)
1957 – Van de Vikings tot Keizer Karel (M: Daan Sternefeld)
1965 – De Mattheuspassie (vertaling; M: E.P. De Brabandere)
1968 – Morituri (M: Bruno Maderna)
1969 – Blauwdruk van de opera Reconstructie (T: met Harry Mulisch; M: Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat, Jan van Vlijmen)
1985 – Georg Faust (M: Konrad Boehmer)
1995 – Borgerocco of De Dood in Borgerhout
.
.

.
.
.
Claus (Boekenbal 1989)
1980 – De Verzoeking
1989 – De zwaardvis (Boekenweekgeschenk)
1998 – Het Laatste Bed
2000 – Een Slaapwandeling
2003 – De Verzoeking en andere novellen (verzamelbundel)
.
.

.
.
.
1950 – Die waere ende suevere chronycke van sGraevensteene: Esbatement ofte cluyte […] (onder pseudoniem Anatole Ghekiere)
1964 – Karel Appel, schilder (essay en gedichten)
1967 – De vijanden (cinéroman, naar zijn film)
1967 – De avonturen van Belgman
1977 – P.P. Rubens, schilder en diplomaat (televisiereeks)
1980 – De pen gaat waar het hart niet kan (interviews, samengesteld door Gerd de Ley)
1980 – Ontmoetingen met Corneille en Karel Appel (gedichten en beschouwingen, samengesteld door Erik Slagter)
1989 – Perte totale (proza en poëzie bij schetsen)
1999 – Goede geschiedenissen of een A.B.C. van de kinderheiligen (lees- en plakboek)
.
.

.
.

.
.




Pasteltekening van John Astria




Sjamaankwarts is bol geslepen bergkristal met insluitsels en fantomen van bijvoorbeeld chloriet, rutiel, fluoriet, en hematiet.
Sjamaankwarts komt uit Brazilië.
Pasteltekening van John Astria
De opname is een gebeurtenis in de eindtijd (een “eschatologische” gebeurtenis). Het is het moment waarop Jezus Christus voor Zijn Kerk terugkeert en waarop gelovigen “die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en de Heer in de lucht tegemoet gaan” (1 Tessalonicenzen 4:16-17).
Dit is de tijd van de opstanding, waarin elke christen zijn of haar verheerlijkte lichaam ontvangt. De eersten die hun nieuwe lichaam ontvangen zijn de mensen die als christenen gestorven zijn, daarna volgen de mensen die nog in leven zijn.
1 Korintiërs 15 : 51-52 > “Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.”
De timing van de opname heeft binnen het christendom een groot debat op gang gezet. Zal deze vóór, tijdens of na de verdrukking plaatsvinden? De verdrukking is een periode van zeven jaar die meteen voorafgaat aan de terugkeer van Christus en de stichting van Zijn koninkrijk, het millennium, dat dus 1000 jaar zal duren.
De eerste 3½ jaar van de verdrukking zal een tijd van vrede en samenwerking zijn, en de tweede 3½ jaar van de verdrukking zal een tijd van oorlog en rampspoed zijn. Halverwege de verdrukking zal de antichrist zichzelf tot god uitroepen en eisen dat alle mensen van de wereld hem aanbidden. Velen zullen voor de antichrist neerbuigen en hem aanbidden, en als onderdeel hiervan ook zijn merkteken dragen (een soort wereldwijde registratie).
Sommigen zullen weigeren om de antichrist te aanbidden en zijn merkteken te ontvangen en velen zullen voor deze daad van ongehoorzaamheid worden gedood. De tweede helft van de verdrukking wordt de Grote Verdrukking genoemd. Er zullen in deze periode over de hele wereld uitzonderlijke catastrofen plaatsvinden (voor ondersteuning hiervan in de Bijbel, zie Openbaring 3:10, Matteüs 24, Marcus 13 en Lucas 17).
Het voornaamste debat over de opname gaat dus niet over wat deze is, maar wanneer deze zal plaatsvinden ten opzichte van de verdrukking.
Samengevat:
het pretribulationisme houdt in dat de opname zal plaatsvinden vóór de periode van de verdrukking; het midtribulationisme stelt dat de opname halverwege de verdrukking zal plaatsvinden; en het posttribulationisme zegt dat de opname zal plaatsvinden aan het einde van de verdrukking.
De pretribulationistische opname is een prachtige hoop voor mensen die in Jezus Christus geloven. Maar het maakt eigenlijk niet uit of we lang genoeg zullen leven om de opname mee te maken, en het maakt ook niet uit of het een opname is vóór, tijdens of na de verdrukking is. De enige sleutel tot de eeuwige redding is in al deze gevallen ons geloof in en vertrouwen op Jezus Christus. Zorg dat je veilig bent in je relatie met Christus, en dan maken alle andere dingen werkelijk geen verschil uit.
Johannes 14 : 2-3 > “…In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben”
1 Tessalonicenzen 4 : 16-17 > “Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn”

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.
Engelen wijzen de weg
Pasteltekening van John Astria
.
We hebben allemaal een eigen beschermengel die nooit bij ons weg gaat. Onze beschermengel is aan ons toegewezen toen we voor het eerste incarneerden en ze reizen met ons door al onze incarnaties. Het is de taak van een beschermengel zoveel mogelijk engelenlicht naar ons te kanaliseren om ons tot deugdzaamheid te inspireren en ons tegen negatieve krachten te beschermen.
Ze bieden troost in moeilijke tijden en helpen ons gedurende ons hele leven. Sommige christenen geloven dat iedereen met een beschermengel wordt geboren. Als iemand wordt gedoopt, is het de taak van de beschermengel hem of haar naar God te brengen. De beschermengel doet dat door constant door God te bidden voor de verlichting van de ziel. Daarom worden beschermengelen soms gebedsengelen genoemd.
Het eerste bewuste contact van mensen met het domein der engelen loopt meestal via hun beschermengel. Deze eerste ervaring van de aanwezigheid va een engel doet zich in veel gevallen voor op een moment van acuut spiritueel of fysiek gevaar, verdriet, wanhoop, ziekte of inspiratie. Onze beschermengel kan nooit onze vrije wil ter zijde schuiven of ons helpen als wij dat niet willen. De vrije wil is een zeer heilige gave waarmee we elk moment kunnen kiezen of we ons bewustzijn afstemmen op goed of kwaad.
Sommige mensen ervaren hun beschermengel als hun hogere ik, of als hun Boeddha natuur, de goddelijke vonk in hen. Elk mens heeft een beschermengel die verbonden is aan de persoon waar deze engel voor heeft gekozen. Deze spirituele verbinding is er een van onvoorwaardelijke liefde en koestering.
Iedereen heeft wel eens het gevoel alleen te staan in zijn of haar emoties, ondanks het meeleven van degene die om je geven en van je houden. Een beschermengel, ook wel lichtwezen genoemd, omhult je met een liefde en begrip op zielsniveau. Deze zal je proberen te beschermen en te leiden.
Een beschermengel is een bron van licht en helpt je de moeilijke en duistere perioden in je leven op aarde te doorstaan. Ze voeden je vanuit de liefdevolle, spirituele, goddelijke lichtbron waaruit zij zijn ontstaan. Door de verbondenheid tussen de mens en zijn persoonlijke beschermengel wordt het weer mogelijk langzaam maar zeker deze donkere tijden te doorstaan.
Natuurlijk zullen veel mensen deze beschermengelen niet wezenlijk kunnen ervaren en lijkt het dal waarin ze zitten te diep en uitzichtloos. De spirituele verbinding zal het energielichaam van deze mensen, op een koesterende wijze, lichter en ontvankelijker maken. Langzaam zullen er ook voor deze mensen weer lichtpuntjes zijn te ervaren. Zonder oordeel en met al het goddelijke licht en liefde zal een beschermengel dit verbond met de mens invullen.
Door deze verbondenheid is er soms ook de mogelijkheid om de persoon te behoeden voor gevaar dat zich voordoet. Bijvoorbeeld ontsnappen aan een aanrijding of wakker worden op een moment dat er brand uitbreekt. Iedereen kent wel de verhalen van kleine of grotere wonderen.
Vaak wordt er dan gezegd dat het toeval is maar niets is minder waar. Als een beschermengel je kan beschermen en leiden zal deze dat ook zeker doen omdat het de taak van dit lichtwezen is. Achteraf, als zo’n bijzonder voorval bij mensen heeft plaats gevonden, herkennen een aantal mensen het wonderlijke van de gebeurtenis. Zij worden zich bewust dat er meer is dan alleen toeval.
.
.
Een beschermengel is iemand die over je waakt. Na zijn of haar dood heeft deze persoon de taak gekregen om iemand te beschermen. Deze persoon heeft onvoorwaardelijk voor jou gekozen. Dit kan iemand uit je familie zijn maar dat hoeft niet perse.
Over engelen bestaan vele opvattingen binnen de diverse culturen. Vaak worden hierbij een aantal begrippen door elkaar gebruikt. De beschermengel is op persoonlijk vlak een oude benaming voor je levensgids. Je levensgids is een entiteit die op aarde geleefd heeft en waar je aan Gene Zijde of in eerdere levens een speciale band mee hebt. Met hem heb je voor je geboorte afspraken gemaakt voor dit leven.
Daarnaast zijn er de beschermheiligen die een bepaalde groepering of taak vertegenwoordigen. Denk hierbij aan St.Christopher de beschermheilige van de reiziger en St.Judas de beschermheilige van verloren zaken. Bij de laatste wordt de tekst “Heilige Judas beste vriend zorg dat ik mijn…(zelf invullen) vindt. Dit herhaalt men zo vaak als mogelijk om het verloren voorwerp terug te vinden.
Engelen hebben geen materieel leven geleid. Zij staan boven de materie wat voor hen vele taken noodzakelijk is. Engelen worden door de hogere machten gestuurd om mensen bij te staan.
Zo werden nog voor de Golfoorlog “Dessert Storm” begon in de woestijn hele Engelenscharen waargenomen wachtend op hun taak.
Het lijkt wat vreemd maar hun belangrijkste taak is het voorkomen dat bepaalde mensen om het leven komen omdat hun taak hier op aarde nog niet volbracht is. Er zijn talrijke ervaringen van mensen die in levensgevaarlijke situaties een engel op hun pad kregen, zodat zij die op wonderbaarlijke wijze overleefden.
Er zijn veel onverklaarbare verhalen over mensen die aan de dood zijn ontglipt dankzij hun beschermengel. Die verhalen zijn niet altijd even geloofwaardig en niet iedereen kan ze zien, voelen of echt mee in contact komen. Ieder normaal persoon zonder gave`s heeft 1 beschermengel. Paranormale mensen hebben 2 beschermengelen.
.
Je kunt in contact komen met je beschermengel op verschillende manieren. De meest bekendste en ook vrij makkelijk, is het creëren van een gouden aura.
Ga op een rustige plek zitten, zorg dat je in contact bent met de aarde (met beide voeten plat op de grond staat) en ontspan je. Zorg dat je hoofd leeg is, dat je dus nergens meer aan denkt. Adem een paar keer diep in en uit.
Let goed op die ademhaling en beeld je in dat iedere keer als je uitademt, je adem van goud is. Doe dat net zolang totdat voor jou gevoel de ruimte om jou heen (je aura) geheel van goud is.
Als je gouden aura klaar is blijf je letten op je ademhaling en vraag je in je gedachten of hardop aan je beschermengel om in je aura te komen en je aan te raken of een teken te geven. Je hoeft niet altijd een teken te krijgen maar je kunt er vrij zeker van zijn dat de beschermengel aanwezig is.
Vraag naar de naam (de eerste naam die je te binnen schiet is de juiste). Vraag tenslotte om hulp en bedank je beschermengel.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.































.
.
