Tagarchief: universum

De Koreaanse klederdracht

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

In plaats van te verdwijnen zoals zoveel volksdrachten, heeft deze Koreaanse kledij zich met de tijd mee ontwikkeld en aangepast aan de heersende omstandigheden. De hanbok: van traditionele klederdracht tot mode-object.

 

 

 

 

Geschiedenis en gebruik

 

Dit type kleding deed zijn intrede tijdens de Koreaanse Drie Koninkrijken- periode, welke van 57 v. chr. tot 668 na chr. duurde. Vanaf dit moment heeft deze kledij zich mee ontwikkeld met de heersende eisen en modetrends die voorbij kwamen. Ook zijn er veel invloeden uitgewisseld met de buurlanden, zo was China bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron. De meest bekende vorm van de hanbok stamt uit de Joseon dynastie, deze duurde van 1392 tot 1910.

In Noord Korea staat dit type kleding bekend als Joseon Ot, hanbok is van oorsrong de Zuid Koreaanse benaming, maar deze laatste wordt in deze tijd meestal gehanteerd. Tegenwoordig dragen Koreanen de hanbok op officiële gelegenheden en speciale festiviteiten, zoals het speciale Hanbok festival in Zuid Korea, waarin deze kleding juist centraal staat.

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

.

.

.

Kinderkleding

 

Voor de eerste verjaardag krijgen de kinderen een speciale, feestelijke hanbok aan. Dit zijn vrolijk gekleurde mini/versies van de ceremonièle kleding voor volwassenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

Trouwkleding toen en nu

 

Voor bruiloften wordt ook nog vaak de hanbok aangetrokken; naast de  traditionele varianten zijn er talloze moderne varaties ontstaan voor elke smaak. De van oorsprong felle kleuren zijn langzamerhand plaats aan het maken voor zachtere tinten, mede door buitenlandse invloeden en trends in het land zelf.

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

De kenmerken van de traditionele hanbok

.

.

De verschillende kledingstukken

 

De hanbok bestaat uit een bloes of jasje, en een wijde wikkelrok voor vrouwen of een wijde broek voor mannen. De bloes, genaamd jaogori, is iets langer voor mannen dan voor vrouwen; hij komt bij de heren tot aan het middel, bij de dames tot iets erboven. De naam van deze wikkelrok is chima, en een broek heet paji. Per regio, tijdperk, klimaat of klasse zijn er wat kleine verschillen, maar het basisontwerp is door de eeuwen heen herkenbaar gebleven.

 

 

.

.

.

Kleuren

 

Het gewone volk droeg wit, tenzij het een bruiloft of speciaal feest betrof, deze kleur stond voor puurheid, integriteit en kuisheid, De adel was kleurrijk gekleed om hun status mee aan te geven: naast wit droeg men rood, geel, blauw en zwart, welke samen staan voor de vijf natuurlijke elementen; vuur, aarde, metaal, water en hout. De keizer was geheel in het geel gekleed, deze kleur stond voor het middelpunt van het universum, de zon. De verf die voor het kleuren van textiel werd gebruikt, werd van plantaardige materialen vervaardigd.

 

 

 

Materialen

 

De gebruikte materialen voor de stoffen en de afwerking ervan weerspiegelden het sociale leven en het heersende klimaat. Verschillende delen van het land waren ook gespecialiseerd in verschillende stoffen, zoals hennep uit Angdong of ramie uit Hansan. In koudere weersomstandigheden droegen de vrouwen een gevoerde onderrok, de rest van de kledingstukken werd vervangen door gevoerde of met bont afgezette varianten.

Als het warm was, koos men voor dunne katoen of ruisende zijde. Het spreekt vanzelf dat het gewone volk meer stoffen droeg die tegen een stootje konden en makkelijk(er) wasbaar waren dan de materiaalkeuzes van de adel. Hennep, katoen en dergelijke waren dus voor de lagere klassen en stoffen zoals zijde en satijn sierden de rijkeren.

.

.

.

.

Hedendaagse hanbok creaties

 

Vele modeontwerpers hebben zich al laten inspireren door dit kledingstuk. Vooral de vrouwelijke hanbok is dankbaar door de mode-industrie opgepakt als basis voor creatieve experimenten: De simpele lijnen van het traditionele ontwerp hebben van nature al een mooie proportionele indeling, waar je eindeloos mee kunt variëren en ze als basis kunt gebruiken om er een heel ander kledingstuk van te maken, terwijl het basisidee hetzelfde blijft. Naast de traditioneel lange rokken zijn er tegenwoordig ook veel korte versies te zien die door jonge moderne vrouwen worden gedragen zowel in het dagelijks leven als op sjiekere gelegenheden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 kleuren kinderhanbok

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

 Koreaans schoeisel

 

Ook het traditionele schoeisel is met de kleding mee-geëvolueerd. Vanaf de 16de à 17de eeuw, maar waarschijnlijk al eerder, begon men in Korea namaksin, een soort houten overschoenen te dragen, die met touw werden vastgemaakt. Ze werden met bijenwas ingesmeerd om het hout goed te houden en tegen de onderkant werd vaak een laagje metaal gemaakt, om snelle slijtage te voorkomen. Door de tijd heen is men andere materialen gaan gebruiken voor schoeisel, zoals verschillende soorten textiel, leer en tegenwoordig ook kunststof.

 

 

 

namaksin

 

 

 

namaksin

 

 

 

namaksin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De celestijnse belofte : 5de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

De celestijnse belofte is een boek van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

 

sha

 

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

 

 

5e inzicht – ontvankelijk worden voor de universele energie

 

Om het vijfde inzicht goed te kunnen begrijpen is het verstandig om nog even terug te gaan kijken naar de vier voorgaande inzichten en deze als één geheel te gaan zien.

Het eerste inzicht openbaart zich als we ons open stellen voor de toevalligheden. Deze toevalligheden laten op hun beurt zien dat ‘toeval’ een spirituele lading heeft en dat niets zonder reden gebeurt.

Het tweede inzicht laat zien dat we niet alléén staan in dit besef, maar dat het een mondiaal gebeuren is welk zich laat uitleggen aan de hand van de geschiedenis. Na het wegvallen van de kerk als bakermat in de Middeleeuwen zocht de mens naar nieuwe antwoorden op spirituele vragen om zekerheid te krijgen.

Toen deze niet gevonden werden zocht de mens op een andere manier naar zekerheid en vond deze in het materiele. Toen in de jaren ’80 van de vorige eeuw een verzadigingsniveau werd bereikt bemerkten we dat alleen het materiele niet genoeg was en dat de spirituele vraagstelling nog bestond.

Het derde inzicht geeft een begin van een antwoord op deze spirituele vragen. Het stelt dat het universum bestaat uit een zuivere energievorm welk reageert op ons denken. Er is dus een interactie mogelijk tussen onszelf en deze energie. Sterker nog, wij zijn deel van deze energie, eigenlijk niets meer dan een manifestatie van deze energie.

Het vierde inzicht laat zien dat we een behoefte hebben naar meer energie. Dat we ons goed en prettig voelen als we vol zijn van energie en dat we ons somber en onprettig voelen als we leeg zijn van energie. We willen dus steeds energie ontvangen en doen dit op de meest basale manier die we kennen: energie ‘stelen’ van anderen. We proberen steeds een ander te beheersen om zodoende energie te ontvangen.

Tegelijk worden wij ook beheerst door gedachten, normen en waarden, structuren en dogma’s. We bevinden ons in een beheersingsysteem. Het vijfde inzicht is een klein maar heel belangrijk inzicht. Het geeft namelijk aan dat er een verschuiving plaatsvindt van onbewust met energie omgaan naar een stadium waarin we bewust met energie omgaan. Het vierde inzicht liet zien dat we constant met energie werken, maar zeer basaal, zeer onwetend, zeer onbewust. We ‘stelen’ de energie van anderen.

 

 

 

universele energie

 

Dit vijfde inzicht vertelt ons dat dit niet nodig is, dat er een andere manier is om deze energie te ontvangen en wel uit het universum zelf. Maar voor we dat bewust kunnen doen moeten we ons eigen beheersingsysteem onder ogen zien, en dat gebeurt binnen het zesde inzicht. Het vijfde inzicht vertel ons dus alleen, maar heel duidelijk, dat we op een andere manier, een bewuste manier, energie kunnen ontvangen.

De mens is een energetisch wezen. We zijn een manifestatie van de energie zoals een stoel of een steen ook een manifestatie is van deze energie alleen op een andere trilling. Energie is te meten en heeft een amplitude (uitslag vanaf de nullijn naar boven en naar beneden) en een frequentie (aantal trillingen per seconde) en het trillingsgetal is de duur van 1 trilling (de duur van een gehele amplitude dus één positieve en één negatieve uitslag).

Op het moment dat ons iets gebeurt dat we voorheen definieerden als toeval, beginnen we dat nu steeds meer te zien als intuïtie. Deze intuïtie heeft een spirituele lading en herbergt een les voor ons. Het is niet alleen belangrijk om deze intuïtie te ontvangen, maar ook om deze les eruit te halen en te leren. Doen we dit, dan bereiken we een inzicht en groeien wij. Dit groeien is niets anders dan het verhogen van ons trillingsgetal.

Op het moment dat zeer vele mensen dit aan het doen zijn ontstaat er een transcendente ervaring  en vindt deze groei steeds meer plaats op collectief niveau dan op individueel niveau. We evolueren al duizenden jaren, maar altijd onbewust. Door de toevalligheden niet meer te zien als toevalligheden maar als intuïtie met een duidelijke spirituele les daarin, vind deze evolutie steeds meer plaats op bewust niveau.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De celestijnse belofte : 7de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

De celestijnse belofte is een boek  van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

 

 

7e inzicht – transformatie

 

De inzichten volgen een bepaalde lijn. In het begin leren we dat we een energetisch wezen zijn welk één is met zijn omgeving, aangezien alles en iedereen is opgebouwd uit deze zelfde energie. Er is dus interactie mogelijk tussen jouw en anderen op energetisch niveau. Vaak gebeurt dat heel bewust, soms ook onbewust. Signalen op energetisch niveau ontvangen noemen we toeval, dagdromen, visioenen en gedachten.

 

 

kundalini-yoga-awakening-rising-experiences

 

 

’Namasté’ betekent: Mijn Boeddha-natuur groet de Boeddha-natuur in jou. Ofwel, ik kijk niet naar de ego, maar wie je werkelijk bent. Wie je werkelijk bent is dit energetische lichaam, je ziel, Christus-bewustzijn of Boeddha-natuur. Maar je bent hier geboren op deze plaats in deze tijd en hier zul je het moeten gaan doen. Je leert heel snel in je kinderjaren dat volledig openstaan voor energie niet genoeg is.

Er is een aardingproces en een ego nodig om je ding te kunnen doen hier en nu. Je bent geboren in een gezin met ouders die al een heel lang aardingproces achter zich hebben, een ego hebben gevormd en vanuit dat ego proberen zich staande te houden in deze maatschappij. Dit gaan we allemaal doen. Elke volwassene heeft zich geaard en een ego gevormd.

Daarbij zijn we vaak het contact met de Universele energie, ons contact met onze eigen Boeddha-natuur vergeten. Omdat de nadruk in het westen zo nadrukkelijk ligt op weten in plaats van voelen, leren in plaats van loslaten, en vertrouwen zoeken in status/macht/carrière/geld in plaats van vertrouwen zoeken in wie je werkelijk bent, zijn we die werkelijkheid deels kwijtgeraakt.

In plaats daarvan maken we een nieuwe werkelijkheid waarin gehechtheid aan jezelf (ik) en je omgeving (mijn en ons) centraal staan. Daarnaast staat ook afkeer centraal, afkeer naar datgene bedreigend is voor het ik, het Mijn en het Ons. Dit alles wordt veroorzaakt door onwetendheid, onwetendheid wie we werkelijk zijn, onwetendheid over onze Boeddha-natuur. Gehechtheid, afkeer en onwetendheid zijn binnen het Boeddhisme de drie vergiften waar negativiteit uit voortkomt.

We hebben dus een nieuwe werkelijkheid geschapen. Tegelijk zijn we nog steeds een energetisch wezen ook al beseffen we ons dat steeds minder. Dit energetische wezen heeft behoefte aan energie, alleen zijn we verleerd om deze energie vanuit het Universum te ontvangen omdat dit niet meer past in onze nieuwe werkelijkheid.

Daarom gaan we binnen onze nieuwe werkelijkheid op zoek naar manieren om toch energie te ontvangen. De eerste mensen waar we energie van ontvangen zijn onze ouders. In eerste instantie gaat dat vanzelf, een baby krijgt (bijna) altijd de aandacht en de liefde die het nodig heeft. De baby is de centrale factor binnen het gezin.

Maar als deze baby uitgroeit tot een kind is deze vanzelfsprekendheid veel minder. Je moet gaan vechten om je plaats en om aandacht. Het kind gaat bij zichzelf te raden op welke manier hij de meeste energie kan ontvangen van zijn ouders. Zoals we reeds weten zijn er vier karakterstructuren: bullebak, ondervrager, afstandelijke en arme ik.

 

 

voorbeeld

 

Stel het kind heeft 2 ouders die allebei bullebakken zijn. Het kind verlangt energie, liefst in positieve zin, lukt dat niet, dan in negatieve zin. Het kind kan uitgroeien tot  eveneens een bullebak, maar dan krijgt het voornamelijk negatieve energie (ruzie) en dat zal dus niet zijn eerste optie zijn. Veel logischer is het als het kind een arme ik wordt.

Dan krijgt het positieve aandacht omdat het kind dat gedrag vertoont waarin de bullebak zich graag in mengt. De bullebak overheerst, geeft adviezen, geeft sturing, en de arme ik ontvangt. Zo creëert elk beheersingssysteem een ander beheersingssysteem, in eerste instantie vanuit positieve energieoverdracht. Als dat niet lukt, dan vanuit negatieve energieoverdracht, zolang er maar energieoverdracht is.

Een bullebak zal in eerste instantie een arme ik creëren. Pas daarna een andere bullebak. Een bullebak zal niet snel een ondervrager creëren omdat de ondervrager de bullebak alleen maar woest en kwaad maakt met zijn vragen en de ondervrager ook geen voeding krijgt omdat hij geen antwoorden krijgt. Hij genereert woede terwijl hij juist het gesprek opzoekt.

Ook zal een bullebak niet snel een afstandelijke creëren, omdat een afstandelijke de bullebak helemaal niets geeft maar zich wel continu op de huid gezeten voelt zitten, terwijl de afstandelijke dat nu juist niet wil. De ondervrager schept voornamelijk afstandelijke kinderen. De ouder vraagt zo veel dat het afstompt bij het kind. De enige mogelijkheid van het kind om te ontkomen aan de vragenzee is een afstandelijke houding aan te nemen.

Hoe minder je je ouders vertelt, des te minder kennis hebben ze om vragen op te baseren. Daarnaast houdt het vragen stellen vanzelf op als er geen antwoord komt. In sommige gevallen creëert de ondervrager een arme ik. De afstandelijke ouders scheppen op hun beurt juist ondervragende kinderen. Als je vader en je moeder het enige referentiekader is (en dat zijn ze de eerste jaren van je leven ook) en je ouders zijn afstandelijk, dan ga je ze uithoren en ondervragen.

Zijn de ouders extreem afstandelijk, dan kan de dominantie van de ondervrager zelfs onvoldoende zijn en is er meer voor nodig, kan het kind zelfs zeer boos worden als het geen antwoorden krijgt en schiet door naar de bullebak of schiet door naar de arme ik, helemaal als het kind denkt dat het aan hem ligt dat zijn ouders niets zeggen. arme ik trekt voornamelijk een bullebak aan, in mindere mate een afstandelijke.

Natuurlijk zijn er altijd andere combinaties mogelijk. In onze kinder- en pubertijd creëren we dus een karakterstructuur. Ons ego is dus het ego van de bullebak, ondervrager, afstandelijke of arme ik. Om dit te bewerkstelligen kan een persoon zich een beheersingssysteem aanmeten die hij als middel gebruikt om zijn eigen karakterstructuur veilig te stellen.

Een afstandelijke (karakterstructuur) wilt met rust gelaten worden, houdt niet van verassingen en wendingen en kan de ondervragende rol  gebruiken om in zijn omgeving af te tasten waar iedereen mee bezig is. Op het moment dat hij dit weet en beseft dat er geen verassingen te wachten staan kruipt hij terug in zijn eigen karakterstructuur van afstandelijke.

Nu we ons eigen karakterstructuur en beheersingssystemen kennen, kunnen we er iets aan doen. Je weet nu hoe je energie ontneemt vanuit je omgeving. Vaak is het zo dat je (on)bewust je partner gekozen hebt op basis van je eigen beheersingssysteem. Waren je ouders bullebakken en ben jij een arme ik, dan kan het heel goed zijn dat je partner ook een bullebak is. Sterker nog, het kan heel goed zijn dat veel van je vrienden ondervragers of bullebakken zijn.

Je voelt je prettig bij dominante mensen en niet bij passieve mensen. Hierdoor ontneem je jezelf spirituele groei omdat je een groot deel van de mensheid buiten je sluit. Het niet omgaan met andere arme ikken en afstandelijke ontneemt je de mogelijkheid te leren van deze arme ikken en afstandelijken. Inzicht krijgen in wie je bent, hoe je je ego hebt gevormd is heel belangrijk wil je je karakterstructuur en beheersingssysteem transformeren in:

 

bullebak leider
ondervrager advocaat/ leraar/ adviseur
afstandelijk  onafhankelijk denker, neutraal iemand
arme ik  hervormer

 

Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn meerdere technieken mogelijk. Al deze technieken hebben echter tot resultaat dat je intuïtiever gaat worden. Deze intuïtie doet zich voor in dromen, gedachten en visioenen. Het ontvangen van een intuïtie is één, de les eruit halen door de intuïtie te voelen is het vervolg.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

   

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Liber Divinorum Operum : visioen 4

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

Liber Divinorum Operum 4

 

 

 

Hildegard vervolgt met een gedetailleerde beschrijving van het vierde visoen:

“De redelijke ziel brengt talrijke woorden voort die weerklinken zoals de boom zijn takken vermeerdert en zoals de takken uit de boom voortkomen, zo ontspruiten de krachten van de mens aan zijn ziel. De werken die zij in samenwerking met de mens volbrengt, welke deze ook mogen zijn, lijken op de vruchten van een boom.

De ziel heeft in werkelijkheid vier vleugels (geestelijke vermogens):

de zinnen (voelen),

de kennis (waarnemen),

de wil (willen)

en het verstand (denken).”

 

Haar overwegingen betreffende de mens te midden van de natuur voeren Hildegard terug tot de tijd van de schepping. “Toen God de mens zag, zag Hij dat hij goed was; had Hij hem niet naar zijn eigen beeld en gelijkenis geschapen? Het was aan de mens middels de stem van de rede de goddelijke wonderwerken te verkondigen! De mens is de volheid van het werk Gods, de mens kent God, want God heeft in hem alle schepselen geschapen, en Hij heeft hem toegestaan Hem in de kus van de ware Liefde en door de rede te loven en te prijzen; maar er ontbrak de mens een hulp aan hem gelijk.

God gaf hem deze hulp in de spiegel die de vrouw is. Zij verborg in zich het hele menselijke geslacht, dat zich in de energie van de goddelijke kracht moest ontwikkelen; in deze energie had hij de eerste mens geschapen. Daarom komen man en vrouw tezamen, om aan elkaar hun werk te voltrekken, want zonder de vrouw zou de man niet als zodanig worden herkend, en omgekeerd.

De vrouw is het werk van de man, de man is het instrument van troost voor de vrouw en geen van hen kan afzonderlijk leven. De man duidt op de goddelijkheid, de vrouw op de menselijkheid van de Zoon van God.” Zo hebben al deze visioenen een diepe eenheid van God en Zijn werk, of het nu om de mens gaat of om de kosmos.

 

 

Daaraan ontlenen zij hun grootsheid:

 

“De ziel, zolang zij in het lichaam verblijft, voelt Gods aanwezigheid omdat zij uit God voortkomt, maar zolang zij haar taak onder de schepselen vervult, ziet zij God niet. Als zij de werkplaats van haar lichaam heeft verlaten en oog in oog met God komt te staan, zal zij haar ware karakter en haar vroegere afhankelijkheid van het lichaam kennen. Zij wacht dus vol ongeduld op de jongste dag van de wereld, want het omhulsel waarvan zij houdt en dat haar eigen lichaam is, heeft zij verloren.

Als zij het heeft teruggekregen, zal zij samen met de engelen het luisterrijke aangezicht Gods zien. ” “De mens is het omhulsel dat mijn Zoon in Zijn koninklijke macht omhult, om God van de hele schepping en leven van leven te lijken.” “God heeft in de gedaante van de mens zijn gehele werk vastgelegd.”

 

Het vierde visioen van Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel in het lichaam werkt.

De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart. Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken. Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is zij immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht. Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden.

De ziel vliegt in de mens met vier vleugels, namelijk met het waarnemingsvermogen (sensualitas), met het verstand (intellectus) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali). Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees (lichaam); door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis van het goede en kwade voltooit de mens elk werk in de ziel. Daardoor wordt getoetst welke werken door de geest verlossing door God verlangen en welke door het vlees het eerbetoon van de mensen begeren.

 

 

 

De levensweg van de ziel 

 

Was in Scivias de pelgrimsreis van de ziel op aarde verteld als een beeldverhaal, in Liber Divinorum Operum blijkt dat Hildegard in staat was een geleerd betoog te schrijven. Toch bleef zij concrete beelden gebruiken om uit te leggen wat zij bedoelde zoals een boom met takken of de ziel als een gevleugelde vogel. Wat zij opnieuw wilde verkondigen was, dat de mensenziel haar edele staat en haar opdracht ontleent aan haar goddelijke afkomst. Daardoor neemt zij deel aan de rede (rationalitas) en kan zij beschikken over woorden en taal om zich te uiten en haar werk bekend te maken. Na een lang leven van bidden en werken, schreef Hildegard:

 

“Immers, de met rede begiftigde ziel brengt met deze klank woorden voort om die te vermenigvuldigen, zoals een boom zijn takken vermenigvuldigt. En uit haar (de ziel) komen alle krachten van de mens voort, zoals uit de boom zijn takken. En zo worden ook de werken die door de mens verricht worden, naar hun hoedanigheid bekend, zoals de vruchten van de boom gekend worden. De ziel heeft immers vier vleugels, namelijk waarnemingsvermogen (sensus) en kennis (scientia), wil (voluntas) en verstand (intellectus). Door de vleugel van de waarneming merkt zij dat zij gewond is.

Zij neigt immers tot wat het vlees behaagt, waardoor zij altijd koerst op onbestendige wind. Door de vleugel der kennis heeft het lichaam, wetend dat het door de ziel leeft, verlangen om te werken. En door de vleugel van de wil verlangt de ziel ernaar om met het lichaam te werken, daar zij ziet dat dit ervoor gemaakt is. Maar door de vleugel van het verstand (her)kent de ziel de vruchten van al die werken, of zij nuttig zijn of nutteloos, en weet zij in hoeverre deze het eeuwige (leven) te wachten staat.

Doordat deze vier vleugels met de kennis van goed en kwaad van voren en van achteren ogen hebben, vliegt de ziel als een vogel voorwaarts door de kennis van het goede als de mens het goede doet, achteruit door de kennis van het kwade als de mens slechte werken doet.”

 

Hoewel de beelden die Hildegard in Liber Divinorum Operum gebruikte verschillen van die in Scivias, is de inhoud van haar zielkunde dezelfde gebleven, maar zij is dieper doordacht en diepzinniger uitgedrukt. Meer dan vroeger benadrukte Hildegard in haar latere werk de gespannen verhouding tussen de ziel en het lichaam. Het lichaam trekt de ziel omlaag met haar zintuigen die het aardse zoeken. De ziel moet het lichaam moeizaam meetorsen terwijl zij opwaarts wil streven naar haar goddelijke oorsprong en bestemming.

 

 

ldo22

 

 

 

ldo23

 

 

 

ldo24

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

De betekenis van 11 : 11 / 9 : 11 en 21 : 21.

Standaard

categorie :  Reiki en de aura

 

 

 

Bepaalde getallen zijn geassocieerd met bepaalde betekenissen.  Maar wat betekent dat als je een bepaald num-mer of cijfer ziet, waar je ook heen gaat? Het is vooral belangrijk om de betekenis van de nummers 11:11, 9:11 en 21:21 te begrijpen. Via een getallenreeks probeert de onzichtbare wereld te communiceren met de mens.

 

 

 

11:11

 

dkjwbsdkj

 

 

Het nummer 1 is gekoppeld aan nieuw begin, nieuwe start, onafhankelijkheid en ambitie. Wanneer het verschijnt in de vorm van 11:11 of 1111, wordt de kracht van het nummer versterkt, wat zeer positieve dingen over je toe-komst voorstelt. In het algemeen is het nummer 1 sterk verbonden met de Wet van Aantrekkingskracht.

11:11 of 1111 is vaak de eerste herhalende nummerreeks die mensen opmerken in hun leven. Het wordt vaak beschouwd als een soort wekroep, of een teken dat je onderbewustzijn momenteel ontgrendeld is. Als zodanig, na het zien van 11:11, is het waarschijnlijk dat je bewustzijn meer samenvalt, en je een sterker gevoel van intuïtie ontwikkeld, en meer schijnbaar gelukkige gebeurtenissen zal ervaren dan je vroeger deed.

Dus wat moet je doen als je deze krachtige reeks getallen ziet? Als je een nieuw idee of drang had op het mo-ment dat je ergens 11:11 zag, is dit een goed teken dat het verstandig is om dat idee na te streven. Bovendien, suggereert deze nummerreeks dat je manifestatie-machten momenteel al bezig zijn. Begin voorzichtig met posi-tief te denken en vermijd negatieve gedachtes. De wet van aantrekkingskracht werkt voor jou overuren wanneer je 11:11 ziet. Oefen je bevestigingen dagelijks, concentreer je op je gevoelens van dankbaarheid en volg succes!

 

 

 

09:11

 

 

 

.

Zie je de cijfers 9:11 of 911 dan betekent dat je verbonden bent met de energieën van het nummer 9. Zoals hier-boven vermeld, is 1 gekoppeld aan het begin van een veelbelovende reis, je bent op de goede weg bent om je manifestatiepotentiaal te bereiken. Ondertussen is het nummer 9 nauw verbonden met de universele spirituele wetten en met vriendelijkheid en medeleven. In sommige gevallen heeft 9 ook betrekking op een einde of con-clusie. De samenhang tussen 9 en 1 hebben alles te maken met het doorbreken van je oude patronen om daar-van een mooie nieuwe te maken.

Wanneer je 911 of 9:11 ziet, vraag jezelf dan af wat je moet veranderen of welke patronen je moet doorbreken. Je bent in een tijd van overgang in je leven, ofwel begint of eindigt een belangrijke verandering. Meer in het bijzon-der, let op dat je vooruitgang kan maken naar een toekomst waar je succes gaat vinden – misschien door een nieuwe carrière, vrijwilligerswerk of gewoon een verandering in de aanpak van uw dagelijks leven . Welke veran-deringen er ook komen, ze zullen zeker inspiratie en positief gedrag voor anderen vormen.

 

 

 

21:21

 

index

 

 

21:21 of 2121 symboliseert een combinatie van de energieën die geassocieerd zijn met de cijfers 2 en 1. Nog-maals duidt de aanwezigheid van 1 hier op dat je op een hoge frequentie trilt en zeer geschikt is om je werkelijk-heid naar jou droom te vormen. Het markeert ook een fase van inspiratie of ontwaking, zoals vermeld. Het num-mer 2 is evenwel even belangrijk in deze combinatie. Het is gekoppeld aan evenwicht, harmonie, ontvankelijkheid en vervulling. Wanneer deze twee nummers gecombineerd zijn, is je leven momenteel gericht op een thema van zelfkennis, het identificeren van je echte waarden en het uitzoeken van wat je echt wilt.

Mensen zien vaak deze combinatie van cijfers wanneer ze op een kruispunt zijn in hun de wet van aantrekkings-kracht-werk. 21:21 of 2121 vertelt je dat het nu precies de juiste tijd is om nieuwe kansen te zoeken en je te en-gageren in een serieuze zelfreflectie die je helpt op een dieper niveau te begrijpen. Het is ook opmerkelijk dat 21:21 en 2121 herinneringen dankbaar zijn voor al het goede in je leven. Neem even wat tijd om positief en dank-baar te zijn voor anderen wanneer je dit nummer ziet. En let op hoe het universum je erop wijst dat je al goed bezig bent.

 

 

 

 

 

 

 

God is alomtegenwoordig

Standaard

categorie : religie

 

 

 

413

 

 

 

Kunnen wij begrijpen dat God werkelijk alom tegenwoordig is ?

 

De alomtegenwoordigheid van God is voor veel mensen omstreden, en iets waar ze zich druk om maken. Een mens kan niet op twee plekken tegelijk zijn, zelfs niet met de meest vooruitstrevende technologie. Als God overal tegelijkertijd is, dus alomtegenwoordig, dan ontsnapt er niets aan Zijn aandacht. In de gehele Bijbel zien we dat alles wat geschapen is onder de heerschappij van een oppermachtige God.

“Een alomtegenwoordige God keek naar alles wat Hij had gemaakt…Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid” (Genesis 1:31-2:1).

 

Als wij het begrip eeuwigheid volledig zouden kunnen bevatten, dan zou de alomtegenwoordigheid van God misschien ook te begrijpen zijn. De menselijke geest beziet gebeurtenissen aan de hand van een tijdsbalk, met specifieke vakken voor het verleden, het heden en de toekomst.

De voortdurende overgang van elk vak naar het volgende hangt af van hoe iemand een bepaald voorval ziet. God, die eeuwig is, is niet gebonden aan tijd want Hij heeft de tijd geschapen. Als heerser over de volledige historie, het heden en de toekomst van de mensheid, verkondigt God:

 

“Ik ben de Alfa (Begin, Eerste) en de Omega (Einde, Laatste) Die is, Die was en Die komt, de Almachtige” (Openbaring 1:8; 21:6; 22:13).

 

Hij heerst tegelijkertijd over alle menselijke geschiedenis, los van de fysische beperking van welke tijdsbalk dan ook.

 

 

 

Onbeperkte begrenzingen

 

Omdat God eeuwig is, kunnen ruimtelijke begrenzingen Hem niet beperken. Gods tijd is oneindig, daarom is God ook onbegrensd ten aanzien van ruimte. Hij is dus alomtegenwoordig.

Koning Salomo besefte dat God ver boven de begrenzing van de hele schepping uitstijgt:

“Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan U niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor U heb gebouwd” (1 Koningen 8:27-28).

 

Hoe prachtig een door mensen gemaakte tempel ook zou kunnen zijn, Salomo begreep dat God niet beperkt kan worden tot enig deel van de ruimte, hoe groot dat deel ook zou zijn.

“Dit zegt de Heer: De hemel is Mijn troon, de aarde Mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor Mij kunnen bouwen? En wat zou Mij als rustplaats dienen?’’(Jesaja 66:1).

 

De alomtegenwoordigheid van God betekent dat Hij zelfs niet in de grootst mogelijke ruimte zou kunnen verblijven. Het is niet zo dat God simpelweg bestaat in een soort oneindige, open ruimte. God is aanwezig in alle ruimte. Dat betekent dat God in Zijn hele wezen aanwezig is op elke plek in onze ruimte. Alle ruimte is voor Hem onmiddellijk aanwezig. De 19e-eeuwse theoloog Charles H. Spurgeon verkondigde:

 

    “We geloven dat God de hemel en de aarde vult, alsook de hel; dat Hij Zich op elke plek bevindt die Zijn schepping lijkt te vorderen, want schepselen zijn Hem niet onaangenaam; en zelfs de ruimte die ingenomen wordt door Zijn werk wordt nog steeds met Hemzelf vervuld. De gesteenten in de onbekende diepten zijn vervuld van God; waar de zee brult of waar het massieve graniet geen kier of leegte laat, zelfs daar is God; niet alleen in de open ruimte, en in de kloof, maar binnen in alle materie, en overal overvloedig in alles, en alle dingen vullend met Zichzelf.”

 

Maar het is niet juist om God te zien in ruimtelijke bewoordingen, alsof Hij een soort gigantisch wezen is. God mag dan een wezen zijn dat zonder maat en afmetingen bestaat in de ruimte, maar Hij is niet een of andere vormeloze massa.

In Genesis 1:26 lezen we dat de mens geschapen is naar het evenbeeld en de gelijkenis van God, woorden die een zekere vorm aanduiden. Toen Mozes vroeg om de majesteit van God te mogen zien, antwoordde Hij:

“Als Ik Mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; Mijn gezicht mag niemand zien” (Exodus 33:18-23).

 

God spreekt over Zichzelf in menselijke bewoordingen.

 

 

 

Gods bereik

 

Hoewel we het gezicht van onze Schepper niet mogen zien, bevestigt de alomtegenwoordigheid van God dat Hij voortdurend de mensheid beziet. Adam en Eva probeerden “zich voor Hem te verbergen tussen de bomen” (Genesis 3:8). De profeet Jona probeerde “van de Heer weg te vluchten”. In eerbiedig ontzag besefte David:

“Hoe zou ik aan Uw aandacht ontsnappen, hoe aan Uw blikken ontkomen?” (Psalm 139:7-18).

 

Nergens in de schepping kunnen we ons verstoppen voor de Heer. Via Zijn Geest strekt Gods bereik zich uit tot elke uithoek van het universum en in de harten van de mensen.

“De Heer in Zijn heilig paleis, de Heer op Zijn troon in de hemel, met aandacht beziet Hij en fronsend keurt Hij de mensen op aarde” (Psalm 11:4).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Wat is de almacht van God?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

God-is-Almachtig

 

 

 

Wat is almacht?

 

We hebben een almachtige God. Hij heeft de mogelijkheid en macht tot alles (“omni” = alles; “potent” = macht). Deze macht kan Hij zonder enige moeite uitoefenen. Gods macht is onbegrensd.

Henry Thiessen geeft hier een goede omschrijving van:

 

“God is almachtig en kan alles doen wat Hij wil. Omdat Zijn wil beperkt wordt door Zijn perfecte natuur, kan Hij alles doen wat in overeenstemming is met Zijn perfecte eigenschappen”.

 

 

Efeziërs 1:18-23 

 

“Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan Zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige.

Hij heeft alles aan Zijn voeten gelegd en Hem als hoofd over alles aangesteld, voor de Kerk, die Zijn lichaam is, de volheid van Hem Die alles in allen vervult.” “Omdat Hij aan het hoofd staat van alle macht in het universum, kan de Almachtige Here God alles even gemakkelijk doen. Al Zijn daden voert Hij uit zonder enige inspanning. Hij verbruikt geen energie die opnieuw aangevuld moet worden.

Vanwege Zijn zelf voorzienigheid hoeft Hij Zijn krachten niet opnieuw aan te vullen uit een externe bron. Alle kracht die Hij nodig heeft om alles te doen wat Hij wil, ligt in alle volheid besloten in Zijn eigen oneindige wezen.” Het is belangrijk om op te merken dat God geen dingen kan doen die in strijd zijn met Zijn eigen natuur of waarmee Hij Zichzelf tegenspreekt. Zo kan God bijvoorbeeld niet liegen, ondanks dat Hij de macht heeft om alles te doen.

 

 

Hebreeën 6:18 

 

“Met deze twee onomkeerbare daden – die uitsluiten dat God liegt – heeft Hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt.”

 

Hoewel zoveel macht wellicht angstaanjagend lijkt, moeten we onthouden dat God goed is. In overeenstemming met Zijn oneindige macht kan Hij alles, maar Hij zal alleen die dingen doen die overeenstemmen met Zijn Wezen. Daarom kan Hij niet liegen, zonde verdragen of berouwloze zondaars redden.

 

 

3_creator

 

 

 

Bijbelse voorbeelden

 

God is almachtig in de schepping

 

 

Jesaja 44:24

 

“Dit zegt de Heer, je bevrijder, die je al in de moederschoot heeft gevormd: Ik, de Heer, ben het die alles gemaakt heeft, de Enige die de hemel heeft uitgespannen, die Zelf de aarde heeft uitgehamerd.”

 

 

 

God is de Almachtige Redder

 

Judas 1:24-25

 

“De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor Zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, Hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.”

 

 

.

God is almachtig in de verrijzenis

 

Johannes 10:17-18

 

 “De Vader heeft Mij lief omdat Ik Mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt Mijn leven, Ik geef het Zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van Mijn Vader heb gekregen.”

 

 

.

God is almachtig in begrip

.

Psalm 147:5

 

 “Groot is onze Heer en oppermachtig, Zijn inzicht is niet te meten.”

 

 

 

 Hoe ga ik met Hem om?

 

Een almachtige God geeft ons een bron van vertrouwen. Hij kan al jouw problemen aan!

 

 

Filippenzen 4:13 

 

 “Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.” Hij heeft de macht om jou te helpen!

 

 

 

Efeziërs 3:20-21 

 

 “Aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan Hem komt de eer toe, in de Kerk en in Jezus Christus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.”

 

 

Uitspraak van Arthur Walkington Pink, een Brits evangelist en Bijbelleraar (1886 tot 1952)

 

“Op zo’n God kunnen de heiligen zeker vertrouwen! Hij is ons onvoorwaardelijke vertrouwen waardig. Niets is te moeilijk voor Hem. Als God op enigerlei wijze beperkt zou zijn in Zijn macht en er grenzen waren aan Zijn kracht, dan hadden we reden om te wanhopen.

Maar Hij is gehuld in almacht; geen gebed is zo moeilijk dat Hij het niet kan verhoren, geen behoefte zo groot dat Hij er niet in kan voorzien, geen hartstocht zo vurig dat Hij die niet kan bedwingen. Geen verleiding is zo sterk dat Hij de mens er niet van kan verlossen en geen ellende is zo groot dat Hij geen verzachting kan brengen.”

 

 

 

Hoe om gaan met de almacht van God?

 

 

 1 Petrus 5:6 

 

“Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven.”

 

 

We moeten ons realiseren dat wij zonder Zijn almacht tot niets in staat zijn.

 

 

 

Johannes 15:5

 

“Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dagen. Maar zonder Mij kun je niets doen” .

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Astrologie en de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Astrologie en de Bijbel

 

 

600_woordenboek_7_1

 

 

 

Astronomie of sterrenkunde is een wetenschap, die zich bezighoudt met het bestuderen van de hemellichamen. Daarbij kunnen exacte voorzeggingen van zonsverduisteringen, enz. gedaan worden.

 

Astrologie of sterrenwichelarij heeft niets met wetenschap te doen, maar is een bijgeloof. Met gaat er vanuit dat er een verband bestaat tussen de stand en de bewegingen van de sterren (of alg. hemellichamen) en het lot van de wereld en van de mens individueel.

 

Verschillende meningen van astrologen:

-de sterren beïnvloeden het mensenleven niet, er is slechts een parallel;
-er valt geen toekomst uit te voorspellen, alleen karakterbeschrijving;
-er is wel toekomstvoorspelling mogelijk.

 

 

 

Oorsprong en geschiedenis

 

De astrologie stamt uit het Midden-Oosten, uit het gebied van Babylon en heeft zich van daaruit na de tijd van Alexander de Grote naar het westen verspreid. In Egypte had ze al veel eerder vaste voet gekregen. Volgens ver-schillende egyptologen kan de plaatsing van de piramiden in verband gebracht worden met de stand van de sterren.

Tot de 18 e eeuw was er geen scheiding tussen astronomie en astrologie. Men berekende nauwkeurig zonsverduisteringen e.d. Daarnaast hield men zich bezig met voorspellingen van de toekomst. Men legde een verband tussen de planeten en de afgoden, denk maar aan de namen die men aan diverse planeten gaf.

Keizers en de gewone man gingen bij beslissingen af op ‘een gunstig gesternte’. In de Middeleeuwen kreeg de astrologie veel ingang in islamitische landen. In de 13 e,14 e eeuw was er ingang in christelijke landen met een bloeiperiode in de 15 e en 16 e eeuw. v De leer van Copernicus deed de invloed afnemen. In onze tijd neemt de invloed weer toe.

 

 

 

Grondbeginselen

 

Men gelooft niet in een transcendente God die boven de schepping staat. Astrologen geloven dat God met de schepping verbonden is. Er vindt een vergoddelijking van het heelal plaats. Men huldigt het parallelliteitsbeginsel wat een parallel trekt tussen het hemelgebeuren en het leven op aarde.

Of men huldigt het synchroniteitsbeginsel dat een overeenkomst zoekt tussen de micro- en macro kosmos. De mens is een micro-afspiegeling van het universum. Vervolgens beschouwt men oog, hand, voet als een micro-afspiegeling van het hele lichaam.. Men onderscheid wereld-astrologie, geboorte-astrologie en hecht waarde aan iriscopie, handleeskunde en dergelijke.

 

 

 

Horoscoop

 

De dierenriem of zodiak bevat 12 sterrenbeelden welke aangeven hoe de persoon is die onder dat gesternte is geboren. De indeling van de dierenriem is vast en onveranderlijk. Men acht het gesternte ook van belang voor de situatie van de mensheid als geheel.

Aanhangers van de New Age stellen dat we geleefd hebben in het tijdperk van de ‘vissen’ en dat we overgaan in het tijdperk van de ‘Waterman’. Dit heeft te maken met het zogenaamde Lentepunt wat bepaald wordt door de stand van de zon op 21 maart. Het doorlopen van een teken duurt 21411/2 jaar.

De zonnebaan heeft men ook in twaalf gedeelten verdeeld en die delen worden huizen genoemd. Dit is geen vas-te indeling. Het eerste huis heette horoscoop. Dat gedeelte zag het uur. De 12 huizen heetten: Leven, rijkdom, broeders, ouders, kinderen, gezondheid, vrouw, dood, godsdienst, koninkrijk, weldaden en gevangenis.

 

a) Uitgangspunt is het het teken waarin de zon stond op de dag van de geboorte, het zonneteken.

b) Tweede belangrijke zaak is het dierenriemteken dat op het punt staat boven de horizon te rijzen, op het moment en de plaats van geboorte, men noemt dat de ascendant.

c) Lokalisering van de maan en de vijf dichtstbijzijnde planeten. Elk heeft zijn karakter, maar wordt verder bepaald door het huis waarin ze zich bevinden.

d) Ook houdt men rekening met de onderlinge posities van de planeten uitgedrukt in de hoek die ze samen ten opzichte van de de aarde maken, de aspekten.

Op zichzelf is er wel verband tussen de hemellichamen en het leven op aarde, denk aan eb en vloed, invloed van zonnevlekken en dergelijke. Maar dat is heel wat anders. Dat is mathematisch en wetenschappelijk na te gaan. Het heeft niets met de theorieën van de astrologie te maken.

 

 

sterrenbeelden

 

 

 

Wetenschappelijke weerlegging

 

Er zijn diverse argumenten aan te dragen die de astrologie naar het rijk van de fabels verwijzen, zoals :

a. het is onwaarschijnlijk dat een toevallige constellatie van hemellichamen van invloed zou zijn op het reilen en zeilen van de mens individueel en van de mensheid als totaal.

b. het leven van twee personen geboren onder hetzelfde gesternte verloopt niet gelijk. In de wetenschap geldt dat een zaak pas vaststaat als je ze onder dezelfde omstandigheden moet kunnen ‘nadoen’.

c. de stand van planeet Venus acht men van invloed op het huwelijksleven en dat puur omdat mensen deze planeet de godin van de liefde hebben gewijd.

d. de stand van de planeten ten opzichte van de dierenriem verandert. Het lentepunt verplaatst zich van Ram, via Vissen naar Waterman. Er is dus in de loop van de tijden geen vastigheid.

e. er zijn in latere tijden drie planeten bij ontdekt, die vroeger dus geen rol speelden en nu ook vaak nog niet. Pure willekeur dus.

f. men gaat uit van een geocentrisch wereldbeeld waarbij de aarde als het middelpunt van het heelal werd gezien waarom alles draaide (zon , maan en sterren) terwijl we dat allang hebben losgelaten. Wetenschappelijk gezien is de aarde slechts een van de planeten.

g. men heeft het gesternte puur subjectief geprojecteerd tegen de denkbeeldige hemelkoepel terwijl de sterren waaruit zo’n beeld ‘bestaat’ totaal geen eenheid vormen.

 

 

 

De Bijbel

 

Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping en dus ook over de sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.

Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer ( Zie Js.43: 7 en  Op 4: 11).

a. Zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer:  Ps. 8: 4,5 / Ps.19: 1,5/ Ps.33: 6/ Ps.148: 3 /Ps.150: 1. De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5 / Dt. 28: 62. Nooit wordt de sterrenhemel als een soort profetisch materiaal voorgesteld.

 

b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9 / Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als de Morgenster (Nm 24: 17) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2). Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7 / Ri 5: 20 / Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4 / Js 40: 26; zie ook Op 1: 16.

 

c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld: Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8); De Beer; de Orion, de Pleiaden; de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9); De Pleiaden; Orion; tekens v.d. Dierenriem, de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 vgl. Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.

 

d. De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet.  God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen, (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).

 

e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : Am 5: 26 / Hd 7: 43 / 2 Kn 17: 16 / Jr 7: 16-20 / Zf 1: 5 /Ez. 8: 16.

 

f.De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28 / Js 47) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25)

 

 

heilige-schrift-0a0b29fe-3cf7-4528-8208-9c33823f3cb3

 

 

Gevaren van het raadplegen van een horoscoop

 

Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:

a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.

b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.

c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en daardoor kan men occult belast worden en onder invloed komen van satan.

 

 

Onze toekomst

 

Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 : ‘ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk: Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

God heeft eigenschappen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

Eigenschappen van God

 

 

 De betekenis

 

“Waar wij aan denken wanneer we over God nadenken, is de belangrijkste eigenschap van onszelf,” schrijft A.W. Tozer in zijn klassieke boek over de eigenschappen van God, The Knowledge of the Holy(oftewel De kennis van God).

 

Tozer gaat verder:

“De geestelijke geschiedenis van de mens zal ongetwijfeld aantonen dat geen enkele godsdienst ooit groter is geweest dan zijn begrip van God. Aanbidding is rein of onrein, afhankelijk van de gedachten die de aanbidder over God heeft.”

 

In onze harten weten we dat het bovenstaande waar is. Het is niet voldoende om “God” te volgen. Dat woord kan tegenwoordig zo veel verschillende dingen betekenen dat het eigenlijk erg weinig betekenis meer heeft. Als we gewoon in ons eigen hoofd gaan bepalen hoe Hij is, dan doen we niets anders dan een afgod in onze gedachten scheppen.

 

 

 De basis

 

Jezus kwam om de God van de Bijbel te openbaren, en God heeft Zichzelf in Zijn boek geopenbaard. Elke afwij-king daarvan in ons begrip van Hem is een verzonnen God. Tozer beschrijft in ‘The Knowledge of the Holy’ 18 karakteristieken van God in de Bijbel. Deze worden hier herhaald (maar niet in dezelfde volgorde). Tozer’s defi-nities zullen, wanneer deze gebruikt worden, tussen aanhalingstekens worden geplaatst.

De Bijbel zegt dat we God moeten prijzen voor wie Hij is, vooral in gebed. Een groot gedeelte van de Psalmen legt zich hierop toe. De meeste mensen concentreren zich in hun lofprijzing te veel op een beperkt aantal aspec-ten, zoals Gods liefde, en gebruiken de rest van hun gebeden om dingen van Hem te vragen.

 

 

 

 De karakteristieken

 

Wijsheid: “Wijsheid is het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest perfecte manier te bereiken”. Met andere woorden: God maakt geen fouten. Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11: 33  uitlegt: “O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgron-delijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!”

 

Oneindigheid: God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God. Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.

 

Oppermacht: Dit is “de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele schepping heerst”. Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.

 

Heiligheid: Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige ge-dachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is geweest.

 

Drie-eenheid: Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt, toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd, worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.

 

Alwetendheid: “God weet alles en heeft daarom geen behoefte aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren.” Alwetendheid betekent “alles wetend”. God weet alles en Zijn kennis is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.

 

 

Trouw: Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgeling-en van Jezus, omdat onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust. Hij zal Zijn belofte in ere houden: Zijn belofte dat onze zonden zullen worden vergeven en dat wij eeuwig met Hem zullen leven.

 

 

 

Vervolg van de studie

 

Liefde: Liefde is een zo belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef: “God is liefde”. Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn grootste zorg is. Als je een volledige definitie van “liefde” wil ont-dekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven; de mensen die er voor kiezen om Zijn zoon Jezus te volgen.

 

Almachtig: Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. “Hij verbruikt geen hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden”. Wanneer de Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe was.

 

 

Onveroorzaakt: Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met hem in gesprek was, zei God: “Ik ben diegene die er altijd is.” God heeft geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele uni-versum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan zou dat andere iets God zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets an-ders dan zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: “In het begin schiep God”. Hij was er al.

 

 

Zelfvoorzienend: De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft (zie Johannes 5: 26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen: God verandert nooit. Hij is zelf-voorzienend.

 

 

Rechtvaardig: De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardig-heid werkelijk inhoudt. Hij schikt zich niet naar externe criteria. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn; maar van-wege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn rechtvaardigheid voldaan worden: voor alle mensen die in Jezus willen geloven heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.

 

 

Onveranderlijk: Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert. Daarom zegt de Bijbel: “Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.”

 

 

Barmhartig: “Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem actief genadig maakt”. Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een onderdeel van Gods aard is. Barmhartig-heid is de manier waarop Hij verlangt met de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.

 

 

Eeuwig: Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn, omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan God het ein-de al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.

 

 

Goed: “De goedheid van God is wat Hem vriendelijk, schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt”. Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent zoals Hij doet. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite waarnemen in de manier waarop Jezus met de men-sen om Hem heen omging.

 

 

Genadig: God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn ge-nadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: “Want is de wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.”

 

 

Alomtegenwoordig: Deze theologische term betekent: “altijd aanwezig”. Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden “Ik ben met jullie” onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament 22 keer worden her-haald. Dit waren zelfs Jezus’ geruststellende woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.

 

 

 

Eigenschappen van God – De conclusie

 

Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw leven op een positieve manier beïnvloeden.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

Bijbelteksten over de eigenschappen van god

 

eeuwig, oneindig, onsterfelijk, onveroorzaakt

 

 

Deuteronium 33: 27

 

Bij de eeuwige God ben je altijd veilig. Zijn eeuwige armen dragen je. Hij jaagt al je vijanden voor je weg en zegt: ‘Vernietig hen!’

 

 

 

Psalm 90: 2

 

2 Nog vóórdat de bergen ontstonden, nog vóórdat U de aarde had gemaakt, was U al God. Voor eeuwig bent U God.

 

 

 

1 Timoteüs 1: 17

 

17 Voor de Koning van alle eeuwen, de God die wij niet kunnen zien en die nooit sterft, de enige ware God, voor Hem is alle eer en alle macht en majesteit, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

 

 

onveranderlijk, trouw

 

Maleachi 3: 6

 

 Let op, Ik, de Heer, verander niet. Daarom zijn jullie niet totaal vernietigd, volk van Jakob!

 

 

 

Numeri 23:19

 

19 God is niet zoals de mensen. Mensen liegen, maar God liegt nooit. Mensen veranderen van gedachten, maar God doet altijd wat Hij zegt. Hij houdt Zich altijd aan wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

 

Psalm 102: 26 -27

 

26 U heeft in het begin de aarde neergezet. Ook de hemel is door U gemaakt.

 

 

 

 

wijsheid, onvergelijkbaar, perfect

 

2 Samuël 7:22

 

22 U bent geweldig, Heer! Uit alles wat we zelf hebben gehoord weten we zeker: niemand is als U. Er is geen an-dere God dan U.

 

 

 

Jesaja 40: 25

 

25 “Met wie willen jullie Mij vergelijken? Wie is als Ik?” zegt de Heilige God.

 

 

 

Matheüs 5: 48

 

48 Wees volmaakt, want jullie hemelse Vader is óók volmaakt.”

 

 

 

oppermachtig, ondoorgrondelijk, onopspeurbaar

 

Jesaja 40: 28

 

28 Weten jullie het dan niet? Hebben jullie het dan niet gehoord? De Heer is de Maker van de hele aarde. Hij is een eeuwige God. Hij wordt niet moe en raakt niet uitgeput. Hij is zóveel wijzer dan wij, dat wij Hem niet kunnen begrijpen.

 

 

 

Psalm 145: 3

 

3 U bent geweldig. U verdient het te worden geprezen. U bent zó machtig, het is niet te begrijpen.

 

 

 

Romeinen 11: 33 – 34

 

33 Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!

 

 

 

rechtvaardig

 

Deuteronium 32: 4

 

4 Hij is de Rots waarop wij stevig staan. Alles wat Hij doet is volmaakt. Alles wat Hij doet is rechtvaardig. Hij is trouw en nooit onrechtvaardig. Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

Psalm 18: 30

 

30 Met U durf ik een heel leger aan. Met U spring ik over een muur. 

 

 

 

 

God is één

 

Deuteronium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén. 

 

 

 

Matheüs 28: 19

 

Ga nu op pad en maak alle volken tot leerlingen van Mij. Doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. En leer hen om alles te doen wat Ik ook aan jullie heb geleerd.

 

 

 

Marcus 1: 9 – 11

 

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jor-daan.10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer.11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”

 

 

 

alomtegenwoordig

 

Psalm 139: 7

 

7 Hoe zou ik kunnen vluchten voor uw Geest? Waar zou ik me voor U kunnen verbergen?

 

 

 

 

Jeremia 23: 23

 

23 Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg?

 

 

 

alwetend

 

Psalm 139: 1 – 5

 

1 Een lied van David. Voor de leider van het koor.  2 Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. 3 U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. 4 U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd. 5 U bent aan alle kanten om mij heen en uw hand rust op mij.

 

 

 

Spreuken 5: 21

 

21 Niets is verborgen voor de ogen van de Heer. Hij beoordeelt alles wat je doet.

 

 

 

heilig, als een vuur

 

Jesaja 6: 3

 

3 En de engelen riepen tegen elkaar: “Heilig! Heilig! Heilig is de Heer van de hemelse legers! De aarde is vol van zijn schitterende macht en majesteit!”

 

 

 

Exodus 3: 2

 

2 Daar kwam de Engel van de Heer naar hem toe. De Engel stond midden in een braamstruik en zag er uit als een vuurvlam. Mozes zag dat de braamstruik wel in brand stond, maar niet verbrandde.

 

 

 

Hebreeëuwen 12: 29

 

29 Want onze God is als een vuur dat alles verbrandt.

 

 

 

barmhartig, genadig, liefde, goed

 

Exodus 34: 6

 

6 De Heer liep langs hem heen en riep:  “Ik ben de Heer! Ik ben vriendelijk en geduldig, liefdevol, vol medelijden en vol waarheid.

 

 

 

Psalm 31: 19

 

19 Leg al die leugenaars het zwijgen op. Trots en spottend beschuldigen ze onschuldige mensen. 

 

 

 

1 Petrus 1: 3

 

3 We zijn de God en Vader van onze Heer Jezus Christus heel erg dankbaar. Want omdat Hij zo goed en liefdevol is, heeft Hij nieuwe mensen van ons gemaakt: we zijn opnieuw geboren. Dat heeft Hij gedaan door Jezus Christus uit de dood terug te roepen en weer levend te maken. Daardoor kunnen we vol hoop zijn.

 

 

 

Johannes 3: 16

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben.

 

 

 

Johannes 17: 3

 

3 Het eeuwige leven is dat de mensen U kennen, de enige echte God, en Jezus Christus die U heeft gestuurd.

 

 

 

almachtig  

 

Openbaring 19: 6

 

6 Toen hoorde ik een stem die leek op het geluid van een grote menigte, of van de zee, of van de donder. En die stem riep: “Prijs de Heer! Want de Almachtige Heer God is Koning!

 

 

 

Jeremia 32: 17

 

17 “Heer, U heeft door uw grote macht en kracht de hemel en de aarde gemaakt. Niets is te wonderlijk voor U.

 

 

 

Jeremia 32: 27

 

27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De celestijnse belofte ; 2de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

.

De celestijnse belofte is een boek  van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

.

slide_29

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

.

 

2e inzicht – kerk en wetenschap

.

Als we kijken naar deze geschiedenis, dan moeten we terug naar de middeleeuwse kerk. Deze kerk was de samenvoeging van spiritualiteit, macht, wetenschap en de rechtelijke macht. Dit gaf de mens duidelijkheid. Er werd verteld dat er een opperwezen was die voor iedereen zorgde en dat was genoeg wetenschap voor de burger.

Maar de combinatie spiritualiteit en wetenschap werd hoe langer hoe meer een onhoudbare combinatie. De Kerk had namelijk statements over de aarde als middelpunt van het heelal die wetenschappelijk onhoudbaar waren.

Aan het begin van de renaissance ontstond er een langzame splitsing tussen kerk en wetenschap met dien verstande dat deze wetenschap geen onderzoek zou doen naar de relatie tussen mens en God, engelen, wonderen, paranormale verschijnselen en andere aspecten die als domein van de godsdienst en dus de kerk golden.

De vroege wetenschap ging zich zodoende toeleggen op de materiële wereld. De ontdekkingen kwamen snel en werden toegelegd op natuurkunde, scheikunde, wiskunde en andere abstracte deelgebieden. Nieuwe technologieën werden gevonden en energiebronnen ontdekt. De industriële revolutie kwam op gang en de mens werd in kaart gebracht en kon beter gemaakt worden door medicijnen.

De kerk moest geleidelijk inboeten en de oude afspraak tussen kerk en wetenschap begon scheuren te vertonen. Vooral de medische wetenschap had hier een sterke invloed op. De mens raakte zijn zekerheid in zijn herkomst en zijn ware aard kwijt en kreeg daar een wetenschappelijke zekerheid voor terug. De spiritualiteit van de kerk is teruggebracht tot een eenmalig zondagse bijeenkomst wat binnen de christelijke kringen meer een moeten dan een willen is.

 

 

wetenschappelijke (on)zekerheid

.

Deze wetenschappelijke zekerheid werd geleidelijk obsessief. Het weten werd, en is nu nog steeds, belangrijker dan het voelen. Alles moet bewijsbaar en meetbaar en herhaalbaar zijn. Dezelfde wetenschap, die eerst voor een nieuwe zekerheid zorgde, was midden de  20e eeuw tevens de bron van een grote onzekerheid.

De natuurkunde (Einstein) kwam terug op eerdere uitspraken dat  het universum materialistisch is. Er waren bewijzen en ideeën van ingewikkelde energievelden en -patronen, tijd en ruimte waren niet meer lineair, en eenzelfde elementair deeltje kon op 2 plaatsen tegelijk zijn.

Tegelijkertijd werden atoomwapens uitgevonden en begon de wapenwedloop. Ook kwamen de eerste berichten dat de industriële revolutie ook zijn nadelen had op mens en milieu. De zekerheid die de mens eerst bij de kerk had en later bij de wetenschap bleek een schijnwerkelijkheid.

 

 

.

terugkeer naar het spirituele

.

Deze schijnwerkelijkheid resulteerde dat de mens opnieuw op zoek ging naar een nieuwe werkelijkheid. De ervaring leerde dat deze niet gevonden kon worden in de dogmatische kerk en ook niet in de wetenschap. En zo ontstond er in de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw een variatie van stromingen welke ‘new-age’ en ‘alternatief’ genoemd werd.

Het accent dat bij het 1e inzicht genoemd werd “kritische massa” is ook hier van belang. Pas als een bepaalde groepsgrootte met spiritualiteit bezig is zal het kunnen evalueren. Het 2e inzicht legt dus de nadruk op de terugkeer naar het spirituele. Dat kunnen we nu ook plaatsen omdat de toevalligheden uit het 1e inzicht geen toevalligheden meer zijn maar intuïties die lessen herbergen.

Nu we ons open stellen voor deze intuïtie en ook kennis hebben dat we ons niet kunnen vertrouwen op datgene  wat anderen beweren (kerk, dogma’s en wetenschap) moeten we wel in onszelf gaan zoeken naar de antwoorden.

Dit klinkt logisch, maar is moeilijk. We zijn enorm gebonden aan fundamentele overtuigingen, verwachtingspatronen, structuren, rationele argumentatie, weten in plaats van voelen, regels en orde. Vanuit dat besef leven en handelen we voornamelijk en dit blokkeert de intuïtie. Het loslaten van deze blokkades is het werkterrein van het 2e inzicht.

 

 

aandachtspunten bij het 2e inzicht

.

wat ik graag wil veranderen is…
ik zou graag meer…
ik blijf maar denken aan…
over een jaar zou ik graag…
ik zou het heerlijk vinden als ik…
waarom zie ik het dan niet ?

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA