Categorie archief: Gezondheid en gezondheidsproducten

Cassia olie

Standaard

Categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Cassia olie (Cinnamomum cassia)

 

Eigenschappen Cassia olie

-aroma: warm, scherp, aards

-kleur: helder lichtgeel tot roodbruin

-extractie: stoomdistillatie

 

 

 

Toepassingen Cassia olie

 

Gebruik Cassia olie in de onderstaande situaties alleen als deze gepaard gaan met gevoelens van vermoeidheid,

zwakte en kou!

 

in aromatherapie wordt Cassia olie veel gebruikt als een anti-bacterieel middel:
– luchtwegen: helpt bij griep en verkoudheid met koorts en rillingen
– maag- en darm kanaal: geeft verlichting bij diarree, krampen en winderigheid
– urinewegen: helpt bij blaasontstekingen, candida, edema, veelvuldig urineren

door haar sterk verwarmende eigenschappen kan Cassia eventuele koortsverschijnselen die het gevolg zijn van infecties verhevigen; daarom, indien er sprake is van een chronische of acute infectie met koorts, deze olie alleen gebruiken onder begeleiding van een ervaren aroma therapeut of een arts die ook thuis is op het gebied van aroma therapie

 

andere gebruiken van Cassia olie in aromatherapie:
(ook hier alleen gebruiken bij gelijktijdige gevoelens van vermoeidheid, zwakte en kou)
– ondersteunt hart en bloedvaten, verwarmt het lichaam en activeert alle lichaamsfuncties
– helpt het gynaecologisch systeem bij menstruatie problemen zoals pijn, krampen, onregelmatigheid en andere menstruatie-gerelateerde klachten: hoofdpijn, misselijkheid en geïrriteerdheid
– bij gebrek aan libido door impotentie of frigiditeit
– bij arthritis en reumatiek, als de pijn en het ongemak erger worden bij koud of nat weer
– wekt het bewustzijn op: verdrijft melancholie en eenzaamheid, en geeft een behaaglijk gevoel (dit maakt Cassia olie zeer geschikt om te verdampen tijdens meditaties en bij hypnose sessies)

 

 

 

 

 

Dosering en Applicatie voor Cassia olie

 

– verdamper
– gebruik altijd sterk verdund (maximaal 1 druppel per eetlepel) en in combinatie met andere, verzachtende oliën of, beter nog, in een crème

 

Contra-indicatie en waarschuwing

 

– nooit direct op de huid aanbrengen: Cassia olie bevat een hoog percentage cinemaldehyde (75%-90%) en is daardoor erg irriterend voor de huid; Cassia is dan ook niet geschikt voor gebruik bij algehele lichaamsmassage
– irriteert de slijmvliezen
– vermijd bij zwangerschap
– niet gebruiken tijdens een periode van borstvoeding: door zijn co-agulerende werking kan Cassia olie de melkafscheiding verminderen of zelfs volledig verhinderen
– niet gebruiken bij (geschiedenis van) epilepsie
– vermijd in gevallen van temperatuursverhoging met of zonder koorts (behalve in de situatie waar de koorts gepaard gaat met rillingen, i.e. gelijktijdig)
– niet gebruiken in een bad

 

 

Diversen voor Cassia olie

 

– Cinnamomum cassia werd oorspronkelijk verbouwd in Zuid-China en Vietnam; door uitbreiding van de productie naar andere landen (o.a. Indonesie, Philippijnen) met andere bodemstructuren kan het chemotype soms sterk verschillen
– niet verwarren met Cinnamomum zeylanicum (‘van Ceylon’), oorspronkelijk uit Ceylon en Zuid-India: de ‘echte’ kaneel
– Cinnamomum cassia is ook bekend als Cinnamomum aromaticum en Chinese cinnamon, en is een van de hoofdkruiden in de Chinese kruidenleer: gebruik dateert van enkele honderden jaren B.C.
– wegens zijn anti-bacteriële eigenschappen wordt Cassia olie veel gebruikt in de pharmaceutische industrie
– wegens zijn aromatische eigenschappen wordt Cassia olie ook gebruikt in de parfum- en voedingsmiddelen industrie
– goed te combineren met olie van o.a. benzoin, geranium, kamille, koriander, lavendel, rozemarijn, thijm

Cassia bevat o.a. coumarine. Het is aangetoond dat het percentage van coumarine per boom, en zelfs per gedeelte van de boomschors sterk kan verschillen. Teveel coumarine is schadelijk voor de lever en de nieren: gebruik kaneel en kaneel-bevattende levensmiddelen daarom met mate.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verhoogt sterilisatie kans op prostaatkanker?

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Verhoogt sterilisatie kans op prostaatkanker?

.

.

.

.

De onderzoekers onderzochten medische gegevens van bijna 50.000 mannen tussen 40 en 75 jaar, die van 1986 tot 2010 werden opgevolgd. Ongeveer een kwart daarvan werd in die periode gesteriliseerd. In die periode werd bij 6.023 mannen prostaatkanker vastgesteld, waarvan 811 overleden aan de ziekte.

In de groep die gesteriliseerd was, kreeg uiteindelijk 12,4% prostaatkanker (1.524 gevallen op 12.321), bij de niet-gesteriliseerden was dat 12,1 % (4.499 van 37.804). Mannen die een vasectomie hebben ondergaan, hebben gemiddeld dus 10 procent meer kans hebben op prostaatkanker.

De kans op een ongevaarlijke, lage-graadprostaatkanker werd niet significant beïnvloed door het ondergaan van een vasectomie. De kans op agressieve, uitgezaaide, of een dodelijke prostaatkanker is daarentegen wel sterk verhoogd na een vasectomie, resp. met 19 en 22 procent.

Het verschil in absoluut risico op prostaatkanker is hoe dan ook zeer klein: 0,3%, namelijk 12,4% bij de gesteriliseerde mannen, tegenover 12,1% bij de niet-gesteriliseerden.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Cranberrysupplement voorkomt blaasontstekingen bij kwetsbare ouderen

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Cranberrysupplement voorkomt blaasontstekingen

.

bij kwetsbare ouderen

.

.

.
.
.
Ouderen met een hoog risico op een urineweginfectie kunnen door het regelmatig gebruik van supplementen met cranberryconcentraat het aantal blaasontstekingen met meer dan 25% verminderen. Bij meer dan 20% van deze ouderen ontwikkelden zich helemaal geen urineweginfecties meer. De Nederlandse benaming voor cranberry’s zijn veenbessen.

Dat blijkt uit een studie van het Leids Universitair Medisch Centrum die is uitgevoerd in verpleeghuizen. De studie werd mee gefinancierd door de leverancier van het cranberryconcentraat Springfield Nutraceuticals. De resultaten zijn gepubliceerd in het Journal of the American Geriatrics Society.

Urineweginfecties bij ouderen vormen een frequent probleem. Bijna 50% van alle antibioticavoorschriften in de woonzorgcentra in België wordt ingezet voor de behandeling van urineweginfecties. Veel bewoners hebben een fragiele gezondheid en voor hen kan een infectie ernstige gevolgen hebben. Bovendien komt resistentie van bacteriën die het vaakst urineweginfecties veroorzaken steeds vaker voor.

Aan het onderzoek namen 928 personen met gemiddelde leeftijd van 85 jaar deel. In de studie werden dagelijks twee cranberrycapsules tegenover een placebo (middel zonder werkzame stoffen) gebruikt. Cranberrysap heeft een zure smaak en het lukt patiënten vaak niet om voor langere tijd tweemaal daags een glas met de benodigde hoeveelheid te drinken.

Cranberrycapsules zouden daarom geschikter zijn. Bovendien bevatte het in dit onderzoek gebruikte supplement alle bestanddelen van de gehele cranberrybes. Uit eerdere onderzoeken is al gebleken dat de aanwezigheid van de complete bestanddelen de voorkeur verdient.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Binnenkort een spuitje tegen overgewicht?

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Binnenkort een spuitje tegen overgewicht?

.

.

.
.
.
Liraglutide is de naam van het nieuwe wondermiddel. Het is een medicijn dat momenteel gebruikt wordt door diabatespatiënten, maar het zou in de toekomst ook erkend kunnen worden als medicijn tegen zwaarlijvigheid. Slechts één spuitje per dag kan ervoor zorgen dat je op jaarbasis tien kilo lichter bent.

Liraglutide wordt al enkele jaren onder de merknaam Victoza voorgeschreven aan patiënten met diabetes type 2. Het verlaagt immers de bloeddruk en doet de goede cholesterol stijgen. Daarnaast werkt het ook in op het hongergevoel: het doet je brein denken dat je verzadigd bent. Zo eet je minder en val je af. Er zijn echter ook bijwerkingen, onder meer misselijkheid.

Afgelopen maand werden de positieve effecten van dit medicijn op zwaarlijvigheid uit te doeken gedaan op een Europees congres over overgewicht. Uit een onderzoek bij meer dan 4.000 proefpersonen bleek dat een dagelijkse injectie met 3 mg liraglutide gedurende twaalf maanden een gewichtsverlies van gemiddeld 9 kilo veroorzaakte. Er is echter een belangrijke kanttekening: de proefpersonen moesten ook gezonder eten en meer bewegen.

Het blijven veelbelovende resultaten en daarom diende farmareus Novo Nordisk een aanvraag tot erkenning in bij de Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond FDA en zijn Europese tegenhanger EMA. Het Deense bedrijf maakt zich sterk dat het spuitje nog binnen het jaar op de markt kan komen.

.

.

Het is en blijft een medicijn

.

‘Wij schrijven liraglutide al langer voor aan diabetespatiënten’, zegt professor Johannes Ruige van het UZ Gent aan Het Nieuwsblad. ‘Onder bepaalde voorwaarden wordt het zelfs terugbetaald. Maar goed ook, want het is een van de duurste diabetesbehandelingen.’

Dat zijn patiënten door de inspuitingen vermageren, kan de Gentse diabetesspecialist bevestigen. ‘Logisch dus dat de fabrikant het wil laten erkennen als middel tegen zwaarlijvigheid. Want als we echt eerlijk zijn, moeten we toegeven dat voor heel wat patiënten de resultaten qua gewichtsreductie na ettelijke jaren van diëten en bewegen vaak teleurstellend zijn.’

Ruige heeft wel enkele bedenkingen. ‘Laat dit vooral geen excuus zijn om jezelf te laten gaan. Dit is en blijft een geneesmiddel, met mogelijke bijwerkingen. Bovendien zal het wellicht alleen worden voorgeschreven voor echt obese mensen die er maar niet in slagen blijvend te vermageren.’

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Omega 3-vetzuren in moedermelk helpt tegen zwaarlijvigheid

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Omega3-vetzuren in moedermelk helpt tegen zwaarlijvigheid

.

.

.

.

Meer omega 3-vetzuren en minder linolzuur in de voeding van zuigelingen en jonge kinderen beschermt ze tegen overgewicht op latere leeftijd. Dat blijkt uit onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum Groningen.

De hoeveelheid linolzuur (n-6 vetzuur) in voeding is de afgelopen decennia sterk toegenomen ten opzichte van omega 3-vetzuren (n-3 vetzuur). Dit kan, zo blijkt uit eerdere studies, het stijgende aantal mensen met ernstig overgewicht verklaren. De studie onderzocht of het tegenovergestelde, dus voeding met minder linolzuur en juist meer omega-3 vetzuur, het risico op obesitas op latere leeftijd zou verlagen.

Om dit aan te tonen veranderde men de samenstelling van de moedermelk door moedermuizen meteen na de geboorte van de pups op een dieet te zetten. De muizen die een dieet met verlaagd linolzuur kregen, hadden ook een lagere hoeveelheid linolzuur in de melk. In de melk van de muizen die meer omega 3-vetzuren kregen, was de hoeveelheid omega-3 ook verhoogd.

De pasgeboren muizen kregen hierdoor aangepaste hoeveelheden voedingsvetzuren binnen. De muizen met meer omega 3-vetzuren in hun voeding hadden als ze eenmaal volwassen waren kleinere vetcellen. Dit kan verklaard worden door een blijvende verandering in de stofwisseling van de vetcellen, waardoor er minder vet wordt opgeslagen en meer vet wordt afgebroken.

Ook bij de muizen die minder linolzuur in de voeding kregen zag men een positief effect op de vetcellen: hoewel de cellen wel groter werden, waren er minder vetcellen ontwikkeld waardoor de muizen minder vet kunnen opslaan. Zowel meer omega 3-vetzuur als minder linolzuur leidt daarom tot een lagere vetmassa bij de volwassen muizen.

Wanneer deze bevindingen worden bevestigd in mensen, geeft dit duidelijke richtlijnen voor het verbeteren van de kwaliteit van voedingsvetten in de periode van ontwikkeling van jonge kinderen. Het zou de basis kunnen zijn voor nieuwe strategieën om overgewicht en obesitas in een vroeg stadium te voorkomen door middel van eenvoudige aanpassingen in het voedingspatroon van zwangere en borstvoedende vrouwen, zuigelingen en jonge kinderen.

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Zin en onzin van Sportdranken

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Sportdranken zijn in. Ze worden niet alleen gebruikt door topsporters, maar door vrijwel iedereen die op een of andere manier met sport bezig is, en zelfs door mensen die zelden of nooit aan sport doen. Volgens de producenten verbeteren ze de prestaties en bevorderen ze het herstel na een inspanning. Maar klopt dat ook? Of kan men net zo goed water of vruchtensap drinken?

.

.

GEZ_sportdranken-limo-recla-170_400_08

.

.

Lichamelijke inspanningen gaan onvermijdelijk gepaard met vochtverlies, niet alleen doordat u zweet, maar ook doordat er water verdampt met de lucht die u uitademt. Hoe harder en langer u bezig bent, en hoe warmer en vochtiger de omstandigheden zijn, hoe meer vocht u kwijtraakt. Tijdens één uur lichaamsbeweging verliest de gemiddelde persoon ongeveer één liter vocht. In warme, vochtige omstandigheden kan dat het dubbele bedragen.

.

.

Waarom drinken?

.

Vochttekort zorgt er voor dat de spieren minder functioneren waardoor o.m. krampen kunnen optreden. Als het vocht niet snel aangevuld wordt, kan het tot dehydratie (uitdroging) leiden. Dat vermindert niet alleen het prestatievermogen, maar schaadt ook uw gezondheid. Daarom is het belangrijk om zowel voor, tijdens als na een inspanning voldoende te drinken om het vochtverlies te compenseren. Hoe meer u zweet, hoe meer vocht u moet aanvullen.

•Bij activiteiten met een tijdsduur van minder dan een half uur is het gevaar dat u uitgedroogd raakt klein, zodat tussendoor drinken minder belangrijk is. Niettemin moet u ervoor te zorgen dat u met voldoende vocht in uw lichaam begint en na afloop genoeg drinkt.

•Bij langere inspanningen moet u proberen om zoveel te drinken als u zonder problemen aankunt: streef naar tussen 125 en 250 ml per kwartier. Een dergelijk vast drinkschema leer je best aan op training, begin er niet mee tijdens een wedstrijd.

•Hoe groter het volume van het vocht in uw maag, des te sneller de maag geleegd wordt in de darm en des te sneller het verloren vocht in uw lichaam dus wordt vervangen. Dat is de reden waarom u het best al vroeg tijdens uw lichaamsbeweging zoveel mogelijk moet proberen te drinken en daarna geregeld vocht moet blijven opnemen.

•Het is beter op geregelde tijdstippen grote hoeveelheden te drinken, dan voortdurend kleine hoeveelheden. De hoeveelheid drank die ingenomen wordt, bepaalt namelijk ook de snelheid waarmee de maag geledigd wordt en waarmee het vocht dus via de darmwand in het bloed terecht komt : hoe meer men drinkt (tot 700 ml), hoe sneller de maag lediging gebeurt. De hoeveelheid die vlot verdragen wordt varieert van 300 ml tot 600 ml, maar uiteraard zal iedereen voor zichzelf tijdens de training moeten uitmaken wat de ideale hoeveelheid is. Boven 700 ml treden er vaker maag- en darmklachten op.

•Matig koude dranken (10°C tot 15°C) genieten de voorkeur omdat ze sneller de maag verlaten en dus ook sneller worden opgenomen. Bovendien hebben zij een warmte regulerend effect: een koude drank warmt op in het maag darmkanaal, waardoor het lichaam warmte kan afgeven. IJskoude dranken (minder dan 10°C) en erg warme dranken (meer dan 50°C) verlaten veel trager de maag. Tenslotte smaken koude dranken doorgaans beter, zodat men er spontaan meer van kan drinken.

•Wacht niet tot u dorst krijgt, aangezien dat betekent dat u al uitgedroogd bent. Dorst is geen goede graadmeter voor het gehalte aan lichaamsvocht. Uw urine vormt een betere graadmeter: ze zou waterig en bleekkleurig moeten zijn. Ziet uw urine er geel en ‘dik’ uit, dan kunt u uitgedroogd zijn. Ook frequent plassen wijst op een goede hydratie.

.

.

.

.

Waarom een sportdrank?

.

Voor de gewone amateursporter vormt water de enige echt noodzakelijke drank bij elke inspanning. Voor sporters met een intensief trainingsschema kunnen speciale sportdranken wel aangewezen zijn. Gewoon water heeft namelijk het nadeel dat het dorstgevoel snel verdwijnt, waardoor men spontaan minder zal drinken, en dat de urineproductie wordt gestimuleerd, waardoor men bijkomend vocht verliest.

Ook voor de amateursporter die langer dan één uur intensief sport, kan een speciale rehydraterende sportdrank (of dorstlesser) aangewezen zijn. Deze bevatten (een beperkte hoeveelheid) koolhydraten, zodat de glycogeenreserves van het lichaam gespaard worden en de bloedglucosespiegel op peil blijft. Dit is belangrijk (vooral voor inspanningen die langer dan één uur duren) omdat glycogeen en glucose de belangrijkste energieleverancier is.

En tekort aan koolhydraten heeft onvermijdelijk een negatieve weerslag op de prestaties. Ze bevatten ook mineralen (elektrolyten) zoals Natrium (Na+), Kalium (K+), Magnesium (Mg2+) en Chloor, waardoor het vocht sneller in het bloed opgenomen wordt dan bij gewoon water, en het bloedvolume beter gehandhaafd blijft.

Vooral dat laatste is belangrijk bij langdurige inspanningen die gepaard gaan met veel vochtverlies. Andere substanties worden vaak toegevoegd, maar dat is grotendeels om de smaak van de drank of de houdbaarheid te verbeteren (bv. citroenzuur).

Als algemene richtlijn kan worden gegeven:
• Tot een duurinspanning van 1/2 – 1 uur is geen speciaal drankregime nodig. In veel gevallen kan volstaan worden met water.
•Als de duurinspanning langer duurt, verdienen sportdranken de voorkeur.
•Drink zo’n 1/4-1/2 uur voor aanvang van de duurinspanning zo’n 250-500 ml.
•Drink ieder kwartier of om de 5 kilometer 150-200 ml.
•Zorg ervoor dat de drank die je drinkt koel is (zo’n 12-15°C).

.

.

.

.

Welke sportdrank?

.

De ideale sportdrank die in alle omstandigheden aan alle eisen voldoet bestaat niet. Bovendien zijn er persoonsgebonden verschillen en verschillende omstandigheden waarin men sport, zodat de concrete aanbeveling van persoon tot persoon en van tijdstip tot tijdstip kan verschillen.

Sportdranken worden vaak in twee categorieën ingedeeld: dorstlessers of rehydraterende dranken en energiedranken. Wanneer een drank 40 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat, wordt het een dorstlesser genoemd. Onderzoek heeft aangetoond dat een drank die 60 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat in veel gevallen ideaal is voor de aanvoer van zowel vocht als energie.

Een energiedrank bevat tussen 80-200 gram koolhydraten. Het nadeel van een energiedrank is dat deze de maaglediging kan remmen en daardoor de vochtopname kan remmen. Energiedranken zijn daarom alleen geschikt in situaties met minimaal vochtverlies (bv. koud weer) maar waar vooral een bijkomende aanvoer van koolhydraten nodig is.

.

.

.

.

Hypotoon, Isotoon, hypertoon

.

Een belangrijke factor bij de keuze van een sportdrank is de osmolaliteit of de osmotische druk. Dit duidt op het aantal deeltjes in een drank. Een hoge osmolaliteit betekent dat er veel deeltjes in zitten. Osmose is het verschijnsel dat water beweegt tussen de binnenzijde en buitenzijde van de celwand. Het water beweegt van het deel met minder opgeloste stoffen naar het deel met meer opgeloste stoffen.

De osmotische druk van een drank bepaalt in welke richting de vloeistof zich door een celmembraan heen (bijv. de darmwand) verplaatst. Drinkt men iets met een relatief grote osmotische druk, dan stroomt er water vanuit de bloedbaan en darmwandcellen naar de darmen. Bij een drank met een relatief lage osmotische druk is de richting omgekeerd: nu wordt er water (het drankje) uit de darmen opgenomen in de darmwandcellen en bloedbaan.

Op dit verschijnsel is het verschil in sportdrankjes hoofdzakelijk gebaseerd. De hoeveelheid opgeloste stoffen in sportdrank (zouten en suikers) wordt aangegeven met de termen hypotoon, hypertoon en isotoon.

1.Een hypotone drank heeft een relatief lage osmotische druk, wat betekent dat hij per 100 ml minder deeltjes (suikers en elektrolyten) bezit dan de eigen vochten van het lichaam. Doordat de drank meer verdund is, wordt hij sneller opgenomen dan water. Gemiddeld bevat een hypotone drank minder dan 4 g suiker per 100 ml.

2. Een isotone drank heeft dezelfde osmotische druk als het lichaamsvocht, wat betekent dat hij ongeveer hetzelfde aantal deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat per 100 ml en daardoor even snel of sneller wordt opgenomen dan water. De meeste commerciële isotone dranken bevatten tussen 4 en 8 g suiker per 100 ml. In principe vormen isotone dranken het ideale compromis tussen het weer aanvullen van vocht en energie. Of u een hypotone dan wel isotone drank kiest, is tot op grote hoogte een kwestie van persoonlijke smaak. Sommigen vinden een isotone drank te geconcentreerd of krijgen er buikpijn van.

3. Een hypertone drank heeft een grotere osmotische druk dan het lichaamsvocht, aangezien hij per 100 ml meer deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat, dat wil zeggen, geconcentreerder is. Daardoor wordt hij langzamer opgenomen dan gewoon water. Een hypertone drank bevat doorgaans meer dan 8g suikers per 100 ml.

De osmolaliteit van een drank kan een effect hebben op de maaglediging. Een hypertone drank zal langer in de maag blijven en daardoor minder vocht toevoeren dan een isotone of hypotone drank. Dranken met een hele hoge osmolaliteit moeten daarom vermeden worden, zeker in warme weersomstandigheden. Bovendien verhogen ze het risico op maag- en darmklachten.

Om die reden is vruchtensap geen goede sportdrank omdat de osmolaliteit veel te hoog ligt. Bovendien kan de aanwezige fructose voor darmklachten zorgen. Indien je toch vruchtensap drinkt, moet je het verdunnen met gewoon water.

.

.

.

.

Soorten koolhydraten

.

De meest voorkomende koolhydraten in sportdranken zijn glucose, fructose (vruchtensuiker) en maltodextrines. Een aantal dranken bevatten zetmeel (bv. Isostar Long Energy) of sucrose (bv. Gatorade). Maltodextrines en glucose zijn de beste energiebronnen en deze moeten het hoofdbestanddeel van de koolhydraten vormen.

Glucose (en saccharose) hebben het nadeel dat ze heel zoet zijn en een hoge osmolariteit hebben. Een oplossing van meer dan 5,5% glucose wordt hypertoon. Maltodextrine is een goede koolhydraatbron omdat het minder effect heeft op de osmolaliteit dan glucose en omdat het bijna geen smaak heeft. Zeker voor hoge concentraties koolhydraten verdienen maltodextrines de voorkeur.

Fructose heeft een zoete, fruitige smaak, maar heeft als nadeel dat het maag-darm problemen veroorzaakt wanneer het in grotere hoeveelheden wordt geconsumeerd. Daarnaast wordt fructose ook minder snel geoxideerd in het lichaam. Een kleine hoeveelheid fructose wordt vaak toegevoegd voor de smaak.

.

.

.

.

Natrium

.

Natrium is een essentieel bestanddeel van een sportdrank. Het verbetert de wateropname omdat natrium en koolhydraten samen geabsorbeerd worden in de darmen. Voor de absorptie van elke molecule glucose is een molecule natrium nodig. Wanneer glucose en natrium over de darmwand worden getransporteerd gaat dit gepaard met een beweging van water in dezelfde richting (osmose). Natrium en glucose trekken als het ware water met zich mee.

Ten tweede stimuleert natrium het dorstgevoel en zet daardoor tot drinken. Ook zorgt natrium er voor dat vocht beter wordt vastgehouden in het lichaam en niet verloren gaat via urine. Als men alleen water drinkt tijdens inspanning dan zou dit de natriumconcentratie in het bloed doen dalen, met als gevolg een toename van de urineproductie en dus ook een toename van vochtverlies.

Onderzoek heeft aangetoond dat de natriumverliezen tijdens inspanning tussen de 400 en 1100 mg per liter zweet bedragen. De inname van natrium zou daarom tussen de 400 en 1100 mg moeten liggen. Teveel natrium kan de maaglediging vertragen door een toename van de osmolaliteit.

Idealiter zou een sportdrank ongeveer 2,4 g NaCl (keukenzout) per liter moeten bevatten. Verdunde oplossingen van vruchtensappen of softdrinks voldoen niet aan die eis. Ook de commerciële sportdranken bevatten meestal minder NaCl.

.

.

.

.

Andere elektrolyten

.

De andere elektrolyten (o.a. Calcium, Kalium, Magnesium en Chloor) zijn minder belangrijk dan natrium. Bovendien verhogen ze de osmolaliteit met mogelijke maagdarmproblemen tot gevolg.Tenzij in extreme omstandigheden is het verlies aan elektrolyten tijdens inspanning zo miniem, dat ze gerust na de inspanning kunnen aangevuld worden.

Alleszins mag de hoeveelheid elektrolyten in een sportdrank niet hoger liggen dan wat normaal verloren gaat. Zo is bijvoorbeeld de aangeraden hoeveelheid kalium in sportdranken is 121- 225 mg per liter. Er zijn sportdranken op de markt die meer dan 5 keer zoveel kalium bevatten.

Vitamines

Vitamines hebben geen enkele functie in een sportdrank. Een vitaminetekort ontstaat niet binnen een tijdsspanne van enkele uren en een extra vitamineopname tijdens een inspanning heeft geen enkele invloed op het prestatievermogen. Bovendien verhogen vitamines de osmolaliteit van de drank, en hebben dus een negatieve invloed op de maaglediging.

Zuurtegraad

Vaak wordt citroenzuur of andere organische zuren toegevoegd om de smaak te verbeteren en de houdbaarheid te verhogen.
Een verhoogde zuurtegraad remt echter de maaglediging en kan maag-darmproblemen veroorzaken. Bovendien is een hoge zuurtegraad schadelijk voor het gebit.

.

.

.

.

De ideale dorstlesser tijdens sportbeoefening

.

•smaakt goed
•bevat 60 tot 80 gram koolhydraten
•40-110 mg% natrium
•12-22,5 mg% kalium
•heeft een osmolaliteit van <500 mOsmol/l
•bevat geen andere toevoegingen (gas, cafeïne, alcohol, vitamines, …).

.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De kracht van gember

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Gember. Een waar wondermiddel

 

 

gember

 

 

Aromatisch, scherp en kruidig. Zo wordt de smaak van gember omschreven. Gember geeft een specifieke smaak aan soepen, wokgerechten en fruitsalades. Gember groeit onder de grond. Het is de wortelstok van een gemberplant. Het vlees van de gemberplant kan rood, wit of geel zijn. De huid is bruin en wordt dikker naarmate de plant ouder is. Gember is het hele jaar te koop en is relatief goedkoop.

 

 

Geneeskrachtig

Gember is lekker, maar zeker ook geneeskrachtig. Zo staat het bekend als middel tegen wagenziekte, indigestie, te lage bloeddruk, reumatische klachten en een lage bloeddruk. Hoe is het mogelijk dat een wortelstok zo veel therapeutische mogelijkheden heeft?

De officiële naam van gember is Zingiber Officinale. Gember is rijk aan 17 verschillende soorten etherische oliën, anti-oxidanten, vitaminen B1, B2, B3, B6, C, betacaroteen, calcium, magnesium, fosfor, kalium, selenium en vezels.

 

 

Maag

Gember prikkelt de warmtegevoelige receptoren. Het geeft een verwarmd gevoel. De productie van het maagsap wordt gestimuleerd. Gember heeft een beschermende tegen maagzweren. Gember kan helpen bij:
• Maagpijn
• Ter voorkoming van maagzweren
• Spijsverteringsklachten door verminderde productie maagsap

 

 

Misselijkheid

Misselijk zijn is een naar gevoel. Gember werkt uitstekend tegen alle soorten van misselijkheid. Dus tegen wagenziekte, misselijkheid door chemokuren, misselijkheid als gevolg van alcohol, door zwangerschap of door verkeerde voeding.

Gember stilt de braakneiging. De peristaltiek van de darmen wordt verhoogd, waardoor de passage van voeding sneller zal gaan. De opname van gifstoffen en zuren wordt verbeterd door het gebruik van gember, waardoor klachten zullen verminderen.

 

 

Ontstekingsremmend

De etherische oliën in gember werken antiseptisch. Ongewenste bacteriën worden gedood. Tevens is er een verhoogde opname van gifstoffen en zuren, waardoor gember uitstekend ingezet kan worden bij bestrijding van infecties.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Cananga olie

Standaard

Categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Cananga olie (Odorata var. macrophylla)

 

Eigenschappen Cananga olie

– aroma: zoet, vol, exotisch
– kleur: licht tot donkergeel
– consistentie: dun
– extractie: stoomdistillatie

 

 

Toepassingen Cananga olie

 

– geest en zenuwen: herstelt het geestelijk evenwicht bij nerveuze spanningen, prikkelbaarheid, kwaadheid, hyperventilatie en ADHD
– hartritmestoornissen: ondersteunt het hart bij hoge bloeddruk, hartkloppingen, en versnelde ademhaling als gevolg van nervositeit
– huid en haar: helpt om de olie-afscheiding van de talgklieren te reguleren.

 

 

Dosering en Applicatie voor Cananga olie

 

– verdamper
– huid: 10 druppels per theelepel basis olie (verhoudingsgewijs is dit 10% van de olie)
– bad: 5 tot 10 druppels

 

 

 

 

 

Contra-indicatie en waarschuwing voor Cananga olie

 

– te hoge dosis kan in sommige gevallen de huid irriteren
– niet gebruiken bij lage bloeddruk
– vermijd bij zwangerschap
– niet gebruiken bij kinderen onder 2 – 3 jaar

 

 

Diversen voor Cananga olie

 

– herkomst: Maleisie, Indonesie, Philippijnen, Polynesie, Melanesie, Micronesie
– zachter, minder bedwelmend dan ylang-ylang (cananga odorata var.genuina)
– de bloemen van de cananga boom zijn lichtpaars, roze, lichtgeel
– de gele bloemen zijn het beste voor olie extractie
– wordt vooral gebruikt in de parfum- en cosmetische industrieen
– goed te combineren met olie van Bergamot, Cederhout, Geranium, Jasmijn, Neroli, Patchouli , Sandelhout, Roos, Sinaasappel

traditioneel (inheems) gebruik van cananga odorata
– hout: bouwmateriaal, kanos, meubels, kisten, dozen, vlotten
– bast: malaria, laxeermiddel
– bloemen (gedroogd): asthma
– olie: snelle ademhaling, hartkloppingen, depressie, stress, onrustigheid, huidinfecties
– vermengd met kokos olie in zeep en shampoo: voor haar- en huidverzorging (makassar olie)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie moet zich laten testen op prostaatkanker?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Wie moet zich laten testen op prostaatkanker?

.

.

.
.
.
Moet ik mij laten testen op prostaatkanker? Het is een vraag die vele mannen vanaf de leeftijd van 55 jaar zich stellen, zelfs zonder specifieke klachten. Op die vraag bestaat evenwel geen eenduidig antwoord. Over de voor- en nadelen van prostaatkankerscreening door PSA-meting bestaat nog steeds onzekerheid.

Op 1000 mannen die kiezen voor deze prostaatkankerscreening zijn er vermoedelijk 2 die binnen de 15 jaar een overlijden door prostaatkanker vermijden. Maar door voor een opsporing te kiezen worden veel mannen geconfronteerd met een kanker waar ze anders nooit of pas veel later last zouden van hebben.

Prostaatkanker evolueert immers meestal zeer traag. En de behandelingen die volgen op een diagnose kunnen zorgen voor ernstige complicaties, zoals incontinentie en impotentie.

.

.

Prostaatkanker evolueert traag

.

Hoewel prostaatkanker bij Belgische mannen de vaakst vastgestelde kanker is, overlijdt minder dan 4% van de mannen eraan. Dat komt omdat prostaatkanker meestal zeer traag evolueert. In de helft van de gevallen wordt hij slechts na de leeftijd van 75 jaar vastgesteld. Zo hebben van de 80-plussers hebben meer dan 4 mannen op 10 prostaatkanker, zonder enig symptoom. Bij actieve opsporing waren deze mannen nodeloos behandeld geweest, met alle hinderlijke bijwerkingen.

.

.

2 sterfgevallen minder op 1000 door screening

.

Geschat wordt dat binnen de 15 jaar na de screening van 1000 mannen tussen 55 en 69 jaar, ongeveer 2 mannen minder zullen sterven aan prostaatkanker.

.

.

PSA-test niet 100% betrouwbaar

.

De PSA-test is niet 100% betrouwbaar. Prostaatkanker kan gepaard gaan met een verhoging van het PSA-gehalte (prostaat-specifiek antigeen) in het bloed. Een abnormaal PSA-testresultaat wijst echter niet altijd op prostaatkanker. Andersom is prostaatkanker ook mogelijk bij een normaal, niet-verhoogd, PSA-testresultaat. Dit betekent dat mannen zich ten onrechte bezorgd of opgelucht kunnen voelen.

De praktijkrichtlijnen raden systematische PSA-screening van alle mannen niet aan, en de PSA-test wordt in dat geval ook niet meer terugbetaald. Dit belet mannen echter niet om toch om de test te vragen. In dat geval is het de rol van de arts om hem goed te informeren over de voor-en nadelen en de onzekerheden die er mee gepaard gaan, zodat hij een weloverwogen keuze kan maken, toch een fundamenteel patiëntenrecht.

.

.

.

.

Risico op te vroege of overbodige behandeling

.

Meer testen leidt zeker tot meer invasieve behandelingen (biopsie, chirurgie, radiotherapie), met de gekende complicaties van impotentie en incontinentie, terwijl deze behandelingen niet altijd iets wezenlijks veranderen aan de levensduur van de patiënt.

Door screening worden kleine prostaatkankers gemiddeld 7 jaar eerder ontdekt dan wanneer er geen opsporing zou plaatsvinden. Dit betekent dat de man vroeger in zijn leven als “kankerpatiënt” wordt beschouwd. Hierdoor leven patiënten dus langer met de nadelen en de nasleep van de behandelingen dan patiënten die pas na klachten worden gediagnosticeerd en behandeld.

Daarnaast worden bij ongeveer 25 van de 1000 gescreende mannen tumoren opgespoord die heel langzaam groeien en die zonder opsporing tijdens de rest van het leven bij de grote meerderheid nooit problemen zouden gegeven hebben. Zonder screening zou deze man nooit “kankerpatiënt” zijn geweest, en nu wel.

.

.

Testen of niet testen?

.

Om mannen te helpen bij een beslissing om zich al dan niet te laten testen, ontwikkelden LUCAS KU Leuven in opdracht van de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK), en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) elk een hulpmiddel om hen goed geïnformeerd een beslissing te helpen nemen.

Laat je je als man testen en kies je daardoor voor een iets betere overlevingskans en neem je er de aanzienlijke risico’s op nutteloze behandelingen en vervelende bijwerkingen bij? Of laat je je niet testen, met een kleine kans dat je een behandelbare kanker zal missen, maar zonder risico op een nutteloze behandeling?

De nieuw ontwikkelde hulpmiddelen geven geen pasklaar antwoord op deze vraag, maar ze helpen elke man wel om op een beter geïnformeerde manier zelf of in overleg met zijn arts een keuze te maken die het best aansluit bij zijn waarden en voorkeuren.

• Deze beslissingshulp is bedoeld voor mannen die:
– 50 tot 75 jaar oud zijn,
– een goede gezondheid hebben
– en een weloverwogen keuze willen maken over vroegtijdige opsporing van prostaatkanker.

• Als uw vader of broer(s) ooit de diagnose van prostaatkanker kregen, zijn de cijfers op deze website niet van toepassing op u. Raadpleeg uw arts indien u vragen heeft over opsporing van prostaatkanker.

• Vroegtijdige opsporing van prostaatkanker is niet geschikt voor mannen die ouder zijn dan 75 jaar en/of een slechte gezondheid hebben.
– Deze mannen zullen waarschijnlijk niet sterven aan hun prostaatkanker of hier ernstige klachten van ondervinden.

.

.

Keuzetabel: Wel of geen PSA test voor vroegtijdige opsporing van prostaatkanker

.

Vaak gestelde vragen Indien u wel een PSA test laat doen Indien u geen PSA test laat doen
Wat zijn de belangrijkste voordelen? Van alle 100 prostaatkankers die aan het licht komen zijn er 34 agressief (34%). Bij deze kankers kan vroegtijdige behandeling voordelig zijn. Zo voorkomt een vroege behandeling voor 3 op 100 mannen met prostaatkanker (3%) dat ze sterven aan de ziekte. Voor 8 op 100 mannen met prostaatkanker (8%) voorkomt vroege behandeling dat de kanker zich naar andere delen van het lichaam verspreidt. Een verhoogde PSA waarde wijst niet altijd op prostaatkanker. Of dit zo is gaat men na met een biopsie. Indien u de PSA test niet laat doen, dan vermijdt u de risico’s van een biopsie. Ook vermijdt u de risico’s verbonden aan de behandeling van een vorm van prostaatkanker die geen behandeling vereist.
Heb ik dan minder kans om te sterven aan prostaatkanker? Waarschijnlijk niet. Door in een vroeg stadium te testen kan bij minder dan 1 klachtenvrije man op 100 (0,2%) voorkomen worden dat hij aan prostaatkanker sterft. Neen.
Als mijn PSA waarde hoog is, heb ik dan zeker prostaatkanker? Neen: 76 op 100 mannen (76%) met een hoge PSA waarde hebben geen prostaatkanker. Of dit zo is, wordt onderzocht met een biopsie. Als u ervoor kiest om zich niet te laten testen, zult u uw PSA waarde niet kennen.
Als mijn PSA waarde laag is, heb ik dan zeker geen prostaatkanker? Neen: Minder dan ŽŽn man op 100 (0,5%) met een normale PSA waarde heeft toch prostaatkanker. In dit geval zult u uw PSA waarde niet kennen.
Welke zijn de voornaamste nadelen? Op 100 prostaatkankers zijn er 66 (66%) die zo traag groeien dat ze zonder behandeling geen problemen zouden veroorzaken. Voor deze kankers is behandeling niet nodig, maar het is moeilijk vooraf te zeggen of dit zo’n kanker is. Testen kan dus onnodige behandeling uitlokken. Hiernaast kan de PSA test laten doen leiden tot ongerustheid en twijfel over volgende keuzes. Het risico bestaat dat een agressieve prostaatkanker niet vroegtijdig wordt ontdekt. Ook als u zich niet laat testen kunt u ongerust zijn en twijfelen.
Welke nadelen brengt een prostaatbiopsie met zich mee? Na de biopsie kan een man te kampen krijgen met onder meer bloed in de urine (langer dan drie dagen bij ongeveer 25 op 100 mannen, 25%) of pijn (bij ongeveer 5 op 100 mannen, 5%). Meer ernstige neveneffecten zoals infectie komen minder vaak voor. Deze risico’s worden vermeden als u zich niet laat testen. Immers, enkel bij een verdachte PSA-waarde wordt een biopsie gedaan.
Wat zijn de risico’s van een behandeling voor prostaatkanker Dit hangt af van het type behandeling. Neveneffecten op lange termijn zijn bv. erectieproblemen (bij 40 tot 58 op 100 mannen; ±40-58%), urineverlies (na operatie bij ongeveer 32 op 100 mannen; ±32%) en darmklachten (na bestraling bij ongeveer 25 op 100 mannen ±25%). Een man kan er samen met zijn arts ook voor kiezen om zich niet meteen te laten behandelen. Als u zich niet laat testen is het minder waarschijnlijk dat u vroegtijdig behandeld wordt voor prostaatkanker.

 

.

.pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Appelen het hele jaar door

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Het hele jaar door knapperige appelen van eigen bodem

.

.

.
.
In grootmoeders tijd waren er enkele maanden na de oogstmaanden augustus en september alleen nog maar gele, sterk gerimpelde appeltjes verkrijgbaar die bijzonder zoet smaakten. Nu liggen er bijna het hele jaar door knapperige appelen van eigen bodem in de winkels. Nochtans zijn deze appelen ook geoogst tijdens de maanden augustus en september. Hoe slaagt men erin appelen zodanig te bewaren dat ze ook nog na enkele maanden nauwelijks in kwaliteit verschillen van de pas geoogste appelen?
.
.
.

Chemie

Appelen blijven zoals alle andere fruitsoorten ook na de oogst fysiologisch actief. De processen die eigen zijn aan levend materiaal blijven doorgaan. Een van de meest belangrijke processen is de ademhaling. Door de ademhaling wordt zuurstof (O2) verbruikt en worden koolstofdioxide (CO2) en energie geproduceerd. Een deel van de geproduceerde energie wordt vastgelegd in organische verbindingen die nodig zijn om de vrucht in stand te houden. Een ander deel wordt omgezet in warmte.

.

.

.

.

Zomer- en herfstappelen

.

Fruitsoorten die een hoge ademhalingssnelheid hebben zijn relatief snel bederfbaar. Producten met een lage ademhalingssnelheid kunnen beter of over relatief langere periodes worden bewaard. Herfstappelen (plukklaar in september) hebben een relatief lage ademhalingssnelheid. Dit verklaart waarom deze appelen ook in grootmoeders tijd redelijk lang konden worden bewaard en gegeten.

Zomerappelen (plukklaar in augustus) hebben een snellere ademhaling en zijn dus minder geschikt voor bewaring. Appelen behoren bovendien tot de groep van de climacterische fruitsoorten. Climacterische fruitsoorten vertonen tijdens de rijping een typische stijging van de ademhalingssnelheid die min of meer samenvalt met opvallende veranderingen in kleur, aroma en textuur die aangeven dat de vrucht rijp is.

Alle groentesoorten maar ook verschillende fruitsoorten zijn niet-climacterisch. De rijping van niet-climacterisch fruit verloopt langzamer. De aanwezigheid van ethyleen, het rijpingshormoon voor vruchten, versnelt ten slotte op zijn beurt eveneens de rijping waardoor climacterische fruitsoorten sneller het climacterisch maximum bereiken. Ethyleen wordt door de appel zelf geproduceerd. Zomerappelen produceren meer ethyleen en rijpen bijgevolg sneller dan herfstappelen die minder ethyleen produceren.

.

.

Optimale bewaaromstandigheden

.

.

.
.
.

Door de bewaaromstandigheden aan te passen kan de ademhalingssnelheid van fruit worden vertraagd, de ethyleenproductie worden verminderd en de bewaringsperiode worden verlengd. De ademhalingssnelheid en de productie van ethyleen kunnen worden beïnvloed door aanpassing van de temperatuur, de luchtsamenstelling en de luchtvochtigheid.

De bewaring van appelen in grote koelcellen onder gecontroleerde atmosfeer steunt op dit principe. Appelen die over grote afstanden moeten worden getransporteerd worden eveneens gekoeld en onder gecontroleerde atmosfeer vervoerd.

Om de ademhaling voldoende te vertragen wordt de temperatuur verlaagd tot maximum 5°C. Te lage temperaturen moeten worden vermeden omdat dan ‘chilling’-schade kan optreden (bijvoorbeeld interne bruinverkleuringen).

De gassamenstelling van lucht bestaat onder normale omstandigheden voor ongeveer 78 % uit stikstof (N2), voor 21 % uit zuurstof (O2) en voor 0,03 % uit koolstofdioxide (CO2). Door de concentratie O2 te verlagen tot minder dan 8 % en de concentratie CO2 te verhogen tot boven 1 % worden de ademhaling en de ethyleenproductie sterk geremd.

Bij deze gassamenstelling worden ook allerhande bederfreacties geïnhibeerd (tegengehouden). De aangepaste atmosferische omstandigheden mogen echter geen aanleiding geven tot een anaërobe ademhaling. Dit zou de vruchten een onaangename fermentatieachtige bijsmaak geven.
De relatieve vochtigheid wordt bepaald door de keuze van de temperatuur en de gassamenstelling en varieert tussen 90 en 95 %.

De optimale bewaaromstandigheden in de koelcellen variëren onder meer naargelang de appelvariëteit, de mate van rijpheid van het fruit en de duur van de bewaring. Er is een goede vakkennis en veel ervaring nodig om de bewaaromstandigheden juist te kunnen bepalen. Een goede regeling van de atmosfeer in de koelcellen is eveneens noodzakelijk om een goede bewaring met een minimum aan kwaliteitsverlies te garanderen.

.

.

Voordelen van correcte bewaring

.

De voordelen van bewaring bij lage temperaturen onder gecontroleerde atmosfeer zijn onder meer:
• behoud van de groene kleur door vertraging van de afbraak van chlorofyl en de biosynthese van anthocyaninen (rode kleur);
• behoud van de stevigheid door vertraging van de werking van de enzymen die de structuren van de celwanden afbreken;
• behoud van de smaak door tragere omzetting van zetmeel in suikers en trager verlies van zuurheid;
• behoud van de voedingswaarde door een beter behoud van vitamine C en andere vitaminen.

Zodra men de appelen op de markt wenst te brengen worden de vruchten op een gecontroleerde manier terug in normale atmosferische omstandigheden gebracht. De rijping zal vanaf dan weer op een normale snelheid verlopen. De appel krijgt zijn gewenste kleur, zuurtegraad, zoetheid enz.

Diverse inlandse variëteiten van appelen (bv. Jonagold) zijn bijzonder geschikt om in koelcellen bij gecontroleerde atmosfeer te worden bewaard. Dit is ook het geval voor enkele inlandse peervariëteiten.

 

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA