Tagarchief: genesis

De zondvloed.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Een allesverwoestende zondvloed moet over de hele wereld miljoenen dode wezens, planten en bomen hebben gelaten, begraven in vele door water en vulkanisme afgezette lagen zand, steen en mineralen. Onderzoekers vinden de restanten daarvan nu over de hele wereld.

 

 

 

Wanneer?

 

Het zou volgens verschillende oude geschriften zo’n 4000 á 6000 jaar geleden hebben plaatsgevonden. We zien een grote marge omdat er een verschil zit tussen de Joodse tekst van Genesis en de Septuaginta, de Griekse vertaling van Genesis. Het lijkt niet eens zo lang geleden als je denkt aan de miljoenen jaren waar veel wetenschappers tegenwoordig over praten. Zij staan achter de leer van James Hutton die ook wel het uniformitarisme wordt genoemd.

Men gaat er vanuit dat de geologische processen die we nu zien door de hele geschiedenis heen uniform zijn geweest, dat alles geleidelijk en langzaam ging, net zoals het nu gaat. Maar stel nu dat die processen in het verleden wel een keer heel snel zijn gegaan zoals bijvoorbeeld in een grote overstromingsramp die de hele aarde omvatte. Vele verschillende lagen die in een vrij korte tijd (ongeveer een jaar, volgens de Bijbel) opgestapeld werden. In die ramp kwamen alle beesten om die niet in de Ark zaten.

Grote bossen en enorme hoeveelheden plantaardig materiaal werden ontworteld en gevangen in lagen en kwamen onder grote druk te staan. Zo werden onder andere de olie- en steenkoollagen gevormd. Het is bekend dat de dingen die we nu in de aardbodem vinden allemaal snel kunnen ontstaan.

 

 

 

 

 

 

Dit is een foto van Malibu Beach in Californië, waar in zeer korte tijd deze geul is ontstaan in een aantal door eb en vloed op elkaar gestapelde lagen. De zee heeft op dit strand een aantal lagen afgezet, die vervolgens doorsneden zijn door een plotselinge waterstroom.  Het is snel gegaan, het heeft geen miljoenen jaren geduurd. Nu stroomt het water er rustig tussendoor, net zoals we dat nog zien bij andere canyons.

De zondvloed heeft die lagen in Arizona neergelegd. Ze zijn alleen veel harder omdat ze lang onder grotere druk hebben gestaan. Grote ingesloten meren die na de zondvloed ontstonden liepen op een bepaald moment over hun rand leeg richting een oceaan, waarbij ze grote geulen in de pas gevormde lagen veroorzaakten. Mede door de grotere omvang krijg je iets andere vormgeving van de geul, maar de overeenkomsten zijn duidelijk zichtbaar.

Mt. St. Helens
In 1980 werd bij Mt St. Helens in een paar dagen een canyon gevormd van 150m diep.

 

 

 

 

 

 

 

Toch willen veel wetenschappers niet van het idee af dat de Grand Canyon en andere geulen miljoenen jaren nodig hebben gehad om te vormen. De apostel Petrus zei: 2 Petrus 3:3-7. “Ze willen bewust niet weten dat de aarde eens door water vergaan is en spotten met het geloof in een Verlosser die terugkeert om mensen te oordelen.”

 

 

 

Gebogen lagen

 

Op veel plaatsen vind je gebogen lagen. Uniformitaristen  stellen dat die lagen gedurende miljoenen jaren, laagje voor laagje ontstaan zijn. De lagen zouden na zo’n lange tijd al helemaal hard geworden zijn en dan zou het buigen van het lagenpakket resulteren in breukvlakken en andere duidelijke tekenen van de frictie die zoiets teweegbrengt.

 

 

 

 

 

 

 

De meest voor de hand liggende verklaring is dat de lagen nog zacht waren toen het gebeurde. Dat was vlak na, of tijdens de zondvloed, waarin de lagen vrij snel na elkaar gevormd zijn. Door de enorme omvang van de zondvloed en de verschuiving van de continenten, werden sommige stukken land tegen elkaar aangedrukt. Daardoor ging de aarde opbollen en indeuken.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

Fouten in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Fouten in de Bijbel

 

 

jezus_bijbel

 

 

De Bijbel spreek voor zichzelf en dat is ook zo. God is heel goed in staat om zichzelf te verdedigen. Denk maar eens aan het bijbelboek Job, waar hij precies denkt te weten wat God met de hele situatie te maken heeft. Uiteindelijk laat God heel duidelijk horen hoe Hij erover denkt, waarna Job zich bekeert en de situatie een positieve wending krijgt.

Mensen die hun mening al hebben klaarliggen en de Bijbel al afgeschreven hebben,  zullen hun antwoord wel van God krijgen. Laat ons hopen dat het voor hen dan niet te laat is en dat ze Zijn stem zullen horen voordat het laatste oordeel aanbreekt. Volgens de Bijbel komt er een moment dat de tijd op is. Ieder mens krijgt een eerlijke kans van God.

De Bijbel spoort ons aan om nu te leven en in het hier en nu te reageren op de stem van God. (Hebr 3-7 : Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet )
Toch zijn er nog steeds veel mensen die met vragen zitten en serieus willen weten hoe het zit met bepaalde moeilijk te begrijpen Bijbelgedeelten.

  • Het eerste gedeelte in de Bijbel waar mensen vaak over vallen is de veronderstelde herhaling van het scheppingsverhaal. In hoofdstuk 1 van Genesis wordt verteld in welke volgorde God het heelal, de aarde en het leven erop maakte.
  • Dan komt hoofdstuk twee, waar het net lijkt alsof de schepping voor een tweede keer, in een andere volgorde verteld wordt. Het gaat in het tweede gedeelte echter over het land waar Adam in woont, waardoor het verhaal een andere lading krijgt. Er is een duidelijk verschil in woordgebruik: ‘de aarde’ (erets – Gen. 1:11) en ‘het land’ (sadeh – Gen. 2:4-5).

 

Genesis 2:18-20 beschrijft hoe God beesten naar Adam brengt zodat hij ze namen kan geven. Van het vee wordt niet gezegd dat God het op dat moment maakte, dus dat was er blijkbaar al. “God bracht de dieren die hij gevormd had.”

Dan is er nog het opmerkelijke verschil in de woorden die gebruikt worden om God aan te duiden. In het eerste deel wordt Elohim gebruikt en in het tweede deel Yahweh Elohim. Dit kan erop duiden dat er twee schrijvers zijn geweest. Het is mogelijk om op basis van stijl heel Genesis op te delen in 10 delen van 10 verschillende schrijvers.

Later zouden die delen door Mozes samengevoegd zijn, zonder er iets aan te veranderen, zodat de schrijfstijl behouden bleef. Het tweede scheppingsverhaal is slechts een probleem als je er vanuit gaat dat het een tweede scheppingsverhaal is. Als je het leest met de instelling dat het om werkelijke geschiedenis gaat, vallen alle puzzelstukjes in elkaar.

 

 

 

 

Algemene regels bij vermeende fouten in de Bijbel:

 

  1. Kijk naar de context
  2. Kijk naar de historische context. Begrijp je het gebruik of de uitspraak zoals hij toen begrepen werd.
  3. Kijk naar wie er spreekt in het gedeelte. Is het God zelf, een mens namens God, of een mens met zijn eigen wijsheid.
  4. Zoek andere plaatsen in de Bijbel waar over hetzelfde gesproken wordt. Daar zit vaak al een antwoord of een breder inzicht in.
  5. Kijk ook eens in andere vertalingen en zoek commentaren

 

 

 

De vrouw van Kaïn (Gen. 4:1-17)

 

Adam en Eva krijgen 2 zoons, Kaïn en Abel. Kaïn slaat Abel dood en God verbant Kaïn. Kaïn gaat wonen in Nod en trouwt! Maar met wie? Waren er dan toch al meer mensen? Dit is heel eenvoudig op te lossen door verder te lezen in Genesis 5:4,  “En Adam leefde, nadat hij Seth verwekt had, nog achthonderd jaar; en hij kreeg zonen en dochters.” Kaïn trouwde dus met een zus. Dit was geen inteelt en incest omdat er toen nog geen mutaties waren en de wet tegen incest kwam pas in de tijd van Mozes.

 

Dit is een schriftgedeelte waarbij vaak meerdere denkfouten tegelijk gemaakt worden:

1. Men gaat er vanuit dat Adam en Eva nog geen dochters hadden, en misschien terecht, want of Kaïn toen al een zus had is op dat moment in het verhaal nog niet duidelijk. Maar het is zo dat vrouwen in geslachtsregisters  niet genoemd werden. Bedenk ook dat ze toen wel 900 jaar oud werden en dat zijn toekomstige vrouw nog niet geboren hoefde te zijn.

2. Men veronderstelt dat het land Nod al bewoond was, maar dat hoeft niet het geval te zijn geweest. De naam kan zelfs later zijn bedacht en toegevoegd aan het verhaal.

3. Men denkt dat trouwen met een zus in strijd was met de wetten van Exodus. Dat Adam de eerste mens was lijkt mij duidelijk. Als eerste mens had hij dus het meest perfecte DNA, hij was net door God zelf gemaakt. Vanwege de foutjes en vermindering in rijkdom en diversiteit die het genetisch materiaal van de individuele mens in de loop der tijd opdeed, is het nu niet meer verstandig dat naaste familieleden samen kinderen krijgen. De kinderen lopen dan teveel risico om mismaakt of ziek ter wereld te komen. Het is door God pas ten tijde van Mozes verboden om seks te hebben met een familielid, omdat het eerder niet nodig was dit te verbieden.

 

 

 

Midianieten of Ismaelieten?

 

Gen. 37:36 – “En de Midianieten verkochten hem (Jozef) in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao…”
Gen. 39:1 – “Jozef werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao … kocht hem van de Ismaelieten, die hem daar naartoe gebracht hadden.”

Werd Jozef nou verkocht door de Midianieten of door de Ismaelieten?

Dit is een gevalletje ‘gelijksoortige teksten zoeken’. Zie Gen. 37:28 – “Toen de Midianietische kooplieden voorbijtrokken, haalden zij Jozef uit de put, en verkochten hem aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.” Het blijkt dat het hier om dezelfde groep mensen gaat.

Het kan zijn dat Ismaelieten optrokken met de Midianieten en samen handel bedreven, of dat deIsmaelieten een stam van de Mideanieten waren. In Richteren 8 staat ook dat Gideon de Midianieten heeft verslagen maar in vers 24 worden ze ook Ismaelieten genoemd. de Bijbel verklaart hiermee zichzelf.

 

 

 

Een herkauwende haas? (Lev. 11:6)

 

“En de haas is onrein omdat hij herkauwt, ook al heeft hij geen gespleten hoef.”

Hazen en konijnen draaien af en toe drolletjes die nog niet helemaal verteerd zijn en waar nog veel goede voedingsstoffen in zitten. Die eten ze dan weer op, herkauwen dus. Het is dus soms belangrijk dat we ook wat weten van de natuur. Denk aan de vleermuizen, die in de Bijbel onder de vogels gerekend worden, terwijl men tegenwoordig de vleermuizen onder de zoogdieren rekent. Dit heeft puur te maken met een keuze.

Noem je het een vogel omdat het vliegt, of noem je het een zoogdier omdat het zoogt? Zo zou  een dolfijn in de Bijbel waarschijnlijk een vis genoemd zijn, terwijl men dolfijnen tegenwoordig ook onder de zoogdieren rekent. We hadden ook een indeling kunnen maken op basis van het aantal poten, vinnen of de vorm van de oren.

 

 

 

 

Klopt het getal PI in de Bijbel niet? (2 Kron. 4:2)

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenvoudig gezegd: de omtrek van een cirkel is altijd 3,14 maal de diameter. Als je de diameter van het wasvat vermenigvuldigt met 3.14 komt er 31.4 uit en geen 30, dus dat klopt niet met de tekst. 30 gedeeld door 3.14 komt schijnbaar wel beter uit, maar dan houd je jezelf een beetje voor de gek, want verhoudingsgewijs is de afwijking hetzelfde. De oplossing is eenvoudig: Met de handbreedte uit vers 5 kunnen we de berekening precies laten kloppen.

 

 

 

 

Problemen met aantallen?

 

Num. 25:9 – “Degenen die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.”
1 Kor. 10:8 – “En laten wij geen overspel plegen, zoals sommigen van hen deden, want toen vielen er op een dag drie en twintig duizend.”

Waren het er nou 24000 of 23000?

Goed lezen. In 1 Kor. Staat: “op één dag” dus de rest stierf later. Probleem opgelost. Sommige problemen worden zo makkelijk door de critici opgeworpen. De enige echte tegenstrijdigheden in de Bijbel zijn die tussen goed en kwaad, leven en dood, geloof en ongeloof, enz. Gods woord blijft ongeschonden.

 

 

 

Gergesenen of Gaderenen? (Mattheus 8:28)

 

Jezus steekt het meer van Gennesareth over en komt in het land van de Gergesenen, waar Hij twee bezeten mannen ontmoet. Markus (5:1) zegt echter dat hij in het land van de Gaderenen komt, waar Hij één bezeten man ontmoet. Weer een schijnbare tegenstrijdigheid.

Er komen twee mannen vanaf een begraafplaats naar Hem toe. Begraafplaatsen lagen vaak een eind buiten de steden. Gadera en Gergesa waren twee steden die ongeveer 20km uit elkaar lagen. Jezus kwam aan in het gebied dat daartussen lag. Mar.(5:2) en Luk.(8:27) noemen maar één man. Ze zeggen echter niet dat er niet meer waren.

Ze richten hun aandacht gewoon op de man die het meest berucht was of wiens verhaal het meest spectaculair was. Als de evangelieschrijvers ons hadden willen misleiden hadden ze er wel voor gezorgd dat hun verhalen overeenstemden.  Lukas beschrijft de man die ‘uit de stad’ kwam en ‘tussen de graven verbleef’. De ander was niet zo bekend. In dit soort gevallen moet je dus iets weten over de geschiedenis en de plaats waar het voorval zich afspeelde.

 

 

 

Maakte God het kwaad? (Jes. 45:7)

 

“Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, Yahweh, doe al deze dingen.

Het woord kwaad is hier het Hebreeuwse woord ra, wat tegenstand, wanhoop, of het tegenovergestelde van vrede kan betekenen.

Vergelijk:

Jakobus 4:6 – “Ja, Hij geeft meer genade. Daarom staat er: God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”

En: Spr. 3:33,34 – “De vloek van Yahweh is in het huis van de goddelozen; maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen. Zeker, de spotters zal Hij bespotten, maar de zachtmoedigen zal Hij genade geven.”

 

God maakt geen kwaad. Het kwaad is een logische tegenhanger van vrede. God heeft mensen en engelen gemaakt met de mogelijkheid in zich om tegen Hem te kiezen, waardoor er een tegenstand ontstaat. En God zelf keert zich weer tegen de tegenstand. Zo komt er onvrede vanwege de ongehoorzaamheid van het schepsel.

Je bent niet voorbestemd om slecht te zijn. Dat laat je zelf toe en dan doet God er nog een schepje bovenop door het hart nog verder te verharden. Maar als je met je mond belijdt dat Jezus jouw Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zul je gered worden. (Rom. 10:9).

 

 

Er zijn meer schijnbare tegenstrijdigheden, maar ze zijn altijd verklaarbaar door logisch denken, verder te lezen of te kijken naar de brontekst.

 

Bijvoorbeeld :

  • 1Ko.7:26 en 2Kron. 4:5:

Was de inhoud van het wasvat van Salomo 2000 of 3000 bath?
– Het was 3000, maar het was niet altijd vol

  • 1Ko. 9:28, 2Kron. 8:18:

Hoeveel goud kwam er uit Ophir, 450 of 420 talenten?
– De ene keer 450 en de andere keer 420, want ze gingen vaker

  •  Genas Jezus nou 1 of 2 blinden bij Jericho?

– Allebei. Jezus genas wel vaker blinden, het zijn gewoon 2 verschillende ontmoetingen.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het begin volgens de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Het begin volgens de Bijbel

 

  • De vraag is of Adam en Eva echt hebben bestaan. Adam wordt 30x in de Bijbel vernoemd en wordt aanzien als een bestaand persoon in een werkelijke geschiedenis.
  • In Lukas 3:23-38 – wordt Jezus via een compleet geslachtsregister getoond als afstammeling van Adam.
  • In 1Cor. 15 worden Adam en Jezus met elkaar vergeleken: Jezus heeft echt bestaan dus Adam ook.
  • In Gen. 5:5 staat dat Adam 930 werd en stierf. Hij leefde lang en hij stierf.
  • In Gen. 3:20 wordt Eva de moeder van alle levenden genoemd. Zij kreeg het eerste kind. Ook zij wordt als een persoon gepresenteerd die echt heeft bestaan.

 

De geschiedenis van Adam en Eva wordt door veel mensen als een mythe gezien. Maar de Bijbel geeft een betrouwbaar beeld van de geschiedenis weer. De Bijbel noemt Adam en Eva als mensen die echt bestaan hebben en de tekst van Genesis geeft geen aanleiding om het anders te lezen dan als historisch verslag.

 

 

 

Uitrekenen

 

Hier zie je de leeftijden van Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalalel, Jared, Henoch, Methushalach, Lamech, Noach en diens zoon Shem. Volgens de gangbare Bijbelvertalingen één doorlopend geslachtsregister van Adam, tot aan de zondvloed. Er is een alternatieve interpretatie, die een langere geschiedenis laat zien.

 

 

 

 

 

Volgens de Bijbel werden mensen vroeger heel oud. Zo oud zelfs dat er in de ruim 1600 jaar tot aan de zondvloed, de grote overstroming die volgens de Bijbel de hele aarde onder water zette, slechts tien generaties waren. Maar juist omdat de mensen zo lang leefden, hadden ze heel veel tijd om met elkaar te praten en informatie over te dragen.

Iedereen sprak nog dezelfde taal en de vloek van de dood die de mensen over zich gehaald hadden door ongehoorzaamheid, had nog niet zoveel effect als nu. Als God de eerste mens ‘zeer goed’ gemaakt had, zoals de tekst van Genesis ons laat zien, dan waren die eerste mensen sterker, slimmer en hadden ze een veel beter geheugen.

De waarschijnlijkheid dat op deze manier de verhalen op een betrouwbare manier overgeleverd werden is daardoor veel groter. Hier zie je dat Abraham en Isaäk nog van Noachs zoon Shem hadden kunnen horen over de zondvloed. De herinnering aan die zondvloed en de wereld ervoor was toen dus nog vrij recent.

 

 

 

 

 

Het is heel logisch dat na een enorme destructieve overstroming zoals de zondvloed de leeftijd van de mensen zou gaan afnemen. Het klimaat veranderde enorm. Het aardoppervlak werd, vanwege de zwaar beschadigde atmosfeer, meer dan tevoren gebombardeerd met schadelijke stralingen. Ook de vloek van de dood werd steeds meer merkbaar en mensen werden steeds zwakker.

Toch leefden ze nog vrij lang en waren blijkbaar sterker dan wij nu. De zoon van Noach, Shem, kon het hele verhaal van voor en tijdens de zondvloed nog vertellen aan Abraham en Izaäk, de stamvaders van Israël (Jacob). Tegen die tijd werd er zeker geschreven en stond alles ongetwijfeld op schrift.

Mozes kan heel goed de beschikking gehad hebben over die documenten en kan daar het eerste deel van Genesis mee hebben samengesteld.

 

 

 

 

 

 

In deze tabel zie je nog eens heel duidelijk hoe de leeftijd van de mensen die in de Bijbel genoemd worden op een realistische wijze afneemt. Het proces ging geleidelijk en werd duidelijk beïnvloed door de zondvloed. De Bijbelse tijdsindeling van de geschiedenis van de wereld ziet er wat dat betreft logisch uit.

 

 

 

 

Iets opmerkelijks

 

Een bijzondere eigenschap van het geslachtsregister van Adam tot en met Noach: Gen. 5:1-29 :

Adam verwekte Seth en die verwekte Enos, Enos verwekte Kenan, Kenan Mahalalel, Mahalalel Jared, Jared verwekte Henoch en die weer Methushalach, die Lamech verwekte, de vader van Noach.

Men heeft ontdekt dat de betekenissen van de namen achter elkaar een complete zin vormen:

 

Adam = mens

Seth = aangewezen

Enos = sterfelijk

Kenan = lijden (verblijven)

Mahalalel = gezegende God

Jared = zal neerdalen

Henoch = onderwijzen

Methushalach = zijn dood zal zenden (of brengen)

Lamech = wanhopige (treurende)

Noach = rust (troost)

Dat is het goede nieuws van Jezus Christus, verborgen in Genesis!

 

 

 

De namen van mensen werden in vroeger tijden heel bewust gekozen. Denk aan Simon die door Jezus Petrus genoemd wordt, of Abram, wiens naam veranderd werd in Abraham. Een dergelijke naamsverandering had dan een diepere betekenis voor het leven van die persoon.

“God daalt neer naar de aarde om door Zijn dood de wanhopige mens rust te geven” is de betekenis van de 10 opeenvolgende namen. De enige gebeurtenis in de geschiedenis waarin deze sleutelelementen aanwezig waren, was de komst en bediening van Jezus, Zijn dood aan een Romeins kruis en het effect van Zijn boodschap! Die boodschap houdt in dat Zijn dood niet het einde was, maar juist het begin van een glorieus leven van kracht en vrede.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Door het Woord kwam alles tot stand.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

slide_8

.

.

.

Hebreeën 11:3 > Het Boek

Door het geloof weten wij dat het heelal door een woord van God gemaakt is; dat het zichtbare uit het onzichtbare is voortgekomen.

 

 

Hebreeën 11:3 > Staten Vertaling

Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden .

 

 

Geloof is het instrument waardoor wij verstaan, begrijpen en inzien dat de zichtbare dingen ontstaan zijn uit de onzichtbare dingen. Voordat de schepping zichtbaar werd, was ze reeds aanwezig in het hart van God. God is Geest. Eerst was het aanwezig in de geestelijke wereld alvorens het zichtbaar werd in de natuurlijke wereld.

 

 

 

Hoe werden dingen die zich in de geestelijke wereld bevonden, zichtbaar ?


Alvorens God de aarde met alles er op en eraan schiep, had Hij een plan, hoe die schepping eruit zou zien. Net als in het brein van een schilder, een uitvinder, een architect wordt het meesterstuk eerst in hun denken gecreëerd.

Hoe maakte God wat Hij wilde en reeds bestond in de onzichtbare wereld, zichtbaar ? Hij sprak het tot stand ! Door geloof weten en verstaan wij dat God door te spreken alles tot stand heeft gebracht. Door Zijn Woord, door te spreken kwam alles tot stand.

Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er. (Psalm 33:9 )

Alles ontstond door Zijn Woord. Zonder Hem is niets ontstaan; al het bestaande heeft Hij gemaakt. (Johannes 1:3 Het Boek)

Alles is ontstaan door het Woord van God. We lezen in Genesis dat in het begin alles woest en ledig was. Maar er kwam verandering toen God doelgericht begon te zeggen wat Hij wilde. De schepping is niet door toeval ontstaan, neen, het is een bewuste keuze geweest van God. Hij wist precies wat Hij wilde en dat heeft Hij tot stand gesproken.

  • En God zeide: Er zij licht; en er was licht. (Genesis 1:3)
  • God heeft alle dingen in de zichtbare wereld tot stand gesproken en zichtbaar gemaakt door Zijn Woord. (Genesis 1:6;9;14;20;24;26).
  • Gods Geest zweefde over de aarde (Genesis 1:2)

en samen bracht de Drie-enige God alles tot stand.

.

.

GEBED

 

“Hemelse Vader, dank U wel, dat door Uw Woord alle dingen gecreëerd zijn. Alles wat ik met mijn zintuigen kan waarnemen, is vanuit de onzichtbare wereld tot stand gesproken. Het is zichtbaar geworden door Uw Woord. Uw Woord is de Verbinding tussen de geestelijke en de natuurlijke wereld. Dat wat reeds bestond in de geestelijke wereld werd zichtbaar, toen U begon te spreken. Hemelse Vader, ik geloof Uw Woord en daarom spreek ik in geloof wat Uw Woord zegt en zie mijn genezing tot stand komen, in Jezus Naam.”

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

De Nephilim, reuzen in de Bijbel

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

In de Thora en in sommige vroege christelijke  geschriften zoals het Eerste boek van Henoch zijn nephilim (Hebreeuws:  ‘de gevallenen’) een volk van reuzen ontstaan door de vermenging van de beney ha’elohim (Hebreeuws: ‘de zonen van Goden’) met menselijke vrouwen.

 

 

 

maxresdefault

opgravingen van Nephilim

 

 

 

Nephilim voor de zondvloed

 

 

Genesis 6 : 4

“De reuzen (Nephilim) waren op de aarde in die dagen, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam”.

 

De ‘zonen Gods’ wordt uitgelegd als  gevallen engelen, omdat elders in de Bijbel over hen gezegd wordt dat ze hun oorsprong ontrouw geworden zijn.

Het woord nephilim wordt in sommige Bijbelvertalingen onvertaald gelaten maar meestal weergegeven als reuzen, giganten of titanen.

Een van de belangrijkste redenen voor de zondvloed was dat de ‘aarde vol geweldenarij en godslastering’ was door toedoen van onder andere de Nephilim. Met de zondvloed worden ze dan ook vernietigd.

 

 

 

giant-nephilim-skelleton-found

 

.

.

Nephilim na de zondvloed

 

Na de zondvloed wordt bericht dat er nadien toch nog ‘Nephilim’ waren. Volgens sommige Bijbelverklaringen komt dat omdat God niet verhinderde dat de zonen van God (die immers geestelijke wezens zijn en dus niet gehinderd werden door de zondvloed die wel hun aardse nakomelingen vernietigde) na de zondvloed hun ‘oneerbare’ praktijken opnieuw oppakten en weer (reusachtige) nakomelingen bij menselijke vrouwen verwekten. Toen de Israëlieten het beloofde land verkenden, kwamen ze tot hun schrik deze ‘reuzen’ tegen:

 

Numerie 13 : 33

We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.

 

 

De Kanaänieten waren grotendeels afstammelingen van Nephilim en moesten daarom uitgeroeid worden door de Israëlieten toen ze het beloofde land binnentrokken. Bij monde van Mozes kregen ze daarvoor uitdrukkelijk opdracht van God:

 

Deuterononium 20 : 16-17

Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de Heer, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten. AlleHetieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de Heer, uw God, u heeft opgedragen…”.

 

 

Het nageslacht van deze Nephilim was bekend onder diverse namen. Wij lezen van

  • Anakim (Enakieten), die van Anak afstammen ;

 

Numeri 13 : 28

Behalve dat het een sterk volk is, hetwelk in dat land woont, en de steden zijn vast, en zeer groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak gezien.

  • Refaim, die van Rafa (Refaïeten) afstammen;
  • Zamzummims, Emims (Emieten), Avims enz.

Iedereen deelde de kenmerken van reusachtig, lang en sterk te zijn.

 

Deuterononium 3 : 11

Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed – te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon – is van ijzer en negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el. 

 

Als we voor deze el ongeveer 52 cm nemen dan zou dit bed 4,68 meter lang en 2,08 meter breed moeten zijn geweest.

Maar de Israëlieten volbrachten de opdracht tot uitroeien niet helemaal en gedoogden sommigen van deze volkeren. In latere tijden na de intocht wordt daarom soms nog over Nephilim of reuzen verhaald. Sommige van deze reuzen droegen speren die tussen de vijf en vijftien kilo wogen.

De reus Goliath uit de tijd van David, waarschijnlijk ook nog een van de Nephilim, droeg een pantser dat bijna honderd kilo woog en het werd gezegd dat hij ongeveer negen voet (± 2,70 meter) lang moest zijn geweest.

Sommige van die reuzen hadden volgens de Bijbel zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet. Dit komt tegenwoordig ook nog voor, enkele per duizend, bij mensen met een bepaalde genetische afwijking. Overigens zijn deze mensen meestal van gewone lengte.

 

 

 

1

nephilim skeletten

 

 

 

 

Zaad van de slang en zaad van de vrouw

 

Bij de bestudering van al deze Bijbelteksten over de reuzen komen we tot de conclusie dat zij echt wel hebben bestaan! De eerste reuzen kwamen we reeds in Genesis 6:4 tegen, dus vóór de zondvloed. Wij lazen in talrijke Schriftgedeelten, dat er ook na de zondvloed weer reuzen hebben bestaan tot aan de tijd van de koningen toe. De laatste reuzen werden door koning David en zijn leger uitgeroeid.

God kon deze bastaards en hun moeders beslist niet in leven  laten omdat voor Hem de vermenging tussen de afvallige zonen Gods en de dochters der mensen een gruwel was. Maar waarom eigenlijk? Wat zat daar meer achter? Het kon toch niet zo zijn dat het hierbij puur om seksueel genot ging, ook al stond erbij vermeld dat de dochters der mensen mooi waren? Dat klopt! Er schuilt inderdaad meer achter!

Het was ook absoluut geen spontane actie van deze hemelwezens, maar van tevoren heel zorgvuldig door een kwaad brein bedacht en gepland! Achter dit hele scenario zat niemand anders dan de satan zelf! Maar wat was precies zijn doel? Voor het antwoord op deze vraag moeten we  terug naar de zondeval van Adam en Eva.

De reactie van God op de zondeval lezen wij in de verzen :

 

“Daarop zeide God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen!”

 

Vanaf dat moment wist de satan dat uit het zaad van de vrouw zijn Tegenstander zou opstaan, die volgens deze profetie uiteindelijk satans kop zal vermorzelen, ook al zal hij zich fel daartegen verzetten. Om dit te voorkomen wilde de satan ervoor zorgen, dat het zaad van de vrouw vermengd zou worden met zijn zaad, zodat er geen sprake meer kon zijn van het zaad van de vrouw. Dientengevolge kon ook nooit sprake zijn van het vermorzelen van zijn hoofd!

Daarom hebben afvallige zonen Gods, die de kant van de satan hadden gekozen, zich op diens bevel bewust vermengd met de dochters der mensen, en zo ontstonden de reuzen. Als God derhalve een basis wilde verschaffen om de mensheid te laten voortbestaan, dan kon Hij geen besmet menselijk nageslacht toestaan dat niet van Adam afkomstig was, en was het voor Hem nodig om de zondvloed over de aarde te brengen.

Het is verbijsterend om te zien hoe de satan al vanaf het begin getracht heeft om Gods heilsplannen te dwarsbomen, want wat zou anders het dieper liggende motief van deze ontrouwe zonen Gods geweest zijn, dan een poging om het menselijk ras dermate genetisch te manipuleren dat de komst van de Messias Yeshua (Jezus) in het vlees hierdoor onmogelijk zou worden.

Yeshua zou nooit geboren kunnen worden uit een demonisch gedrocht, maar het is ronduit geweldig om te zien hoe God in Zijn wijsheid steeds weer alles in de goede banen weet te leiden. Tegen alle menselijke verwachtingen in konden de sterke machten die tegen Israël streden, het niet verslaan en vernietigen. In de Bijbel staat dat de reuzen zo hoog als de ceders waren en zo sterk als de eiken. En toch waren de Israëlieten in staat om deze reuzen te verslaan, want de Eeuwige was met hen en had hen de overwinning belooft.

Daarom zegt Hij tegen de kinderen van Israël: “Al waren die groot als ceders en sterk als eiken, Ik heb hen met wortel en tak uitgeroeid!”. De God van Israël is een God die wonderen doet, ook in uw en in mijn leven. Als wij volledig op Hem vertrouwen en ons geheel aan Hem overgeven, dan kunnen ook wij al die ‘reuzen’ verslaan, die wij in ons leven tegenkomen.

 

1 Johannes 4:4

“want Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst!”

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

 

Dieren in het hiernamaals

Standaard

categorie : religie

 

 

Gaan dieren naar de hemel?

 

Voor veel christenen die een huisdier verliezen is het een moeilijke vraag. Is mijn huisdier nu in de hemel? En ga ik hem of haar daar weer terugzien? Het lijkt er op dat de Bijbel erop wijst dat er ook voor dieren een plaats is in de hemel, en dat de dieren die daar zullen zijn dezelfde zijn als de dieren die nu op aarde zijn. Dieren dragen mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens en zij zullen ook verlost worden. Een troost voor gelovigen die een huisdier verliezen.

 

 

 

 

Hoe dieren de gevolgen van de relatie tussen God en de mens merken

 

In het Bijbelboek Genesis wordt het lot van dieren meerdere malen gekoppeld aan dat van mensen en dragen dieren mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens. Namelijk bij de zondeval, tijdens de zondvloed en op het moment dat God het Noachitisch verbond sluit met Noach. Het zou vreemd zijn als de dieren op aarde de gevolgen merken van deze zaken, maar in de hemel ineens niet meer.

 

 

 

De zondeval

 

Met de zondeval, beschreven in Genesis 3, kwamen dood en vervloeking de wereld in. Voor de mensen hield dit in dat zij vanaf dat moment onvermijdelijk zouden sterven, dat het leven veel zwaarder zou worden en dat alle mensen in zonde geboren zouden worden (Ps. 51:7). Voor de dieren betekende dit echter ook een einde aan het goede leven. Dieren zouden jagers en prooien worden, ook van de mens. Dit alles was het gevolg van de zonde van de mens.

 

 

 

De zondvloed

 

Wanneer God vanwege de slechtheid van de mensen besloot tot de zondvloed had dit vanzelfsprekend niet alleen impact op de mens, maar ook op de dieren. God besloot echter dat Noach, zijn gezin en zijn schoondochters een uitzondering moesten vormen (Gen. 6:18). Naast deze uitzondering zouden er echter ook onder de dieren uitzonderingen zijn.

Van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje, van de reine dieren zeven paar (Gen. 7:2). Door de zonde van de mens werden de dieren ook hier het slachtoffer, maar door de rechtvaardigheid van Noach waren er ook dieren die gespaard werden.

 

 

 

Het Noachitisch verbond

 

In Genesis 9:8-17 sluit God een verbond met Noach, waarin Hij, onder andere, belooft dat er nooit meer een zondvloed zal zijn. In dit verbond wordt echter niet alleen de mens als verbondspartner genoemd, maar ook de dieren. God sluit het verbond met Noach en met “alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte” (Gen. 9:10).

Het bijzondere aan het verbond is dat er veel nadruk op de dieren wordt gelegd. Tot vijf maal toe spreekt God over Noach én al wat op aarde leeft (Gen. 9:10; 12; 15; 16; 17). Het verbond dat God met de mens sloot gold dus ook voor de dieren.

 

 

 

het paradijs

 

 

 

 

 

Teksten over verlossing en vernieuwing voor dieren

 

Onder christenen is het algemeen bekend dat de Bijbel verlossing voorzegt voor mensen, maar het lijkt erop dat niet alleen mensen verlost zullen worden. Als het gaat over de vraag wie er verlost en vernieuwd zullen worden wordt er namelijk gesproken over ‘alle vlees’, ‘de hele schepping’ en ‘alle dingen’.

 

 

Alle vlees

 

In Lucas 3:4-6 citeert Jezus een profetie van Jesaja (Jes. 40:3-5) waarin hij voorzegde dat alle vlees het heil van God zou zien. Dit roept de vraag op wat Jesaja, en later Jezus, bedoelde met ‘alle vlees’. Doorgaans wordt dit geïnterpreteerd als ‘alle mensen’, maar het is niet duidelijk waarom het zo wordt geïnterpreteerd, omdat theologen doorgaans niet aangeven waarom zij het zo interpreteren.

Als het alleen over mensen had moeten gaan dan had er ook kunnen staan ‘alle mensen’, maar zowel in Jesaja als in Lucas wordt gesproken over ‘alle vlees’. Daardoor lijkt het ook dieren te omvatten, omdat die ook van vlees gemaakt zijn.

 

 

 

De hele schepping

 

Volgens de apostel Paulus zouden niet alleen de mensen bevrijd worden, maar zou de schepping worden bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Rom. 8:21-23). Als dieren ook bevrijd worden van vergankelijkheid dan moet er een link zijn tussen dieren in het hiernamaals en dieren in dit leven. Is die link er niet (als dieren hier sterven en als er in de hemel andere dieren zullen zijn, of geen dieren), dan zijn de dieren (en daarmee een deel van de schepping) niet bevrijd.

 

 

 

Alle dingen

 

In Openbaringen 21:5 zegt Jezus dat Hij alle dingen nieuw zal maken. Ook hier lijken dieren deel te zijn van de vernieuwde schepping, omdat het vreemd zou zijn als dieren niet onder ‘alle dingen’ zouden vallen.

 

 

 

 

 

 

 

Maar dieren hebben toch geen ziel?

 

Onder christenen leeft het idee dat dieren geen ziel hebben. Een reden hiervoor is dat dieren in de Bijbel redeloos genoemd worden (Ps. 32:9; 73:22 – bron 2). De vraag is echter of ‘redeloos’ ook zielloos betekent. Dit lijkt niet het geval.

In het Genesis 1 en 2 staat dat niet alleen de mens levensadem ingeblazen kreeg en een levend wezen (nephesh) werd (Gen. 2:7), maar dat ook dieren de ‘adem van de levensgeest’ in hun neus hadden en daardoor levend (nephesh) zijn (Gen. 1:20; 30; 7:22).

Als mensen die nephesh zijn dus een ziel hebben, dan hebben dieren er ook één.

 

 

 

De term nephesh

 

De Hebreeuwse term ‘nephesh’ kan worden vertaald als ‘adem’ of ‘leven’, maar ook als ‘ziel’. Daardoor wordt het inblazen van de levensadem in de neus van Adam door christenen gezien als het moment dat hij een ziel kreeg. Als dit zo is dan moet men stellen dat ook dieren een ziel hebben.

Men zou kunnen stellen dat ‘nephesh’ zijn betekent dat je daadwerkelijk leeft, omdat je adem haalt en dat het in het scheppingsverhaal niets zegt over het al of niet hebben van een ziel. Het lastige hieraan is dat toen de mens nephesh was geworden hij volledig af was. Hij moet op dat moment dus een ziel gehad hebben, want nadat de mens nephesh werd zien we niet meer dat God hem verder vormde.

 

 

 

 

Het gedrag van dieren in de hemel en op de nieuwe aarde

 

Er staan in de Bijbel in ieder geval twee teksten over de manier waarop dieren in de hemel zich gedragen. Volgens die teksten zullen ze vredig zijn en zullen ze God aanbidden.

 

 

Vrede

 

“Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neder leggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neder leggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.” (Jesaja 11:6-8 )

In de hemel zullen dieren die voorheen elkaar aanvielen en zelfs opaten vredig naast elkaar leven. Ook mensen zullen volledig veilig zijn en hoeven zich geen zorgen te maken over hoe dieren zich gedragen. Een wonderlijke situatie, helemaal omdat die dieren in hun vorige leven elkaars vijand waren.

 

 

 

 

Aanbidding

 

“En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.” (Openbaring 5:13 )

In een deel van zijn Openbaring hoort Johannes dat alle schepselen, inclusief dieren, de Vader (die op de troon zit) en de Zoon (het Lam) aanbidden. Het meest bijzondere in deze openbaring is niet eens dat de dieren God aanbidden, maar dat Johannes hen kan verstaan. De vraag die dit oproept luidt of mensen en verschillende soorten dieren in de hemel met elkaar kunnen praten.

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

Een vaak gestelde vraag

 

Wij houden van onze huisdieren en we willen weten wat er met hen zal gebeuren. Wat Gods Woord zegt over de dood van de dieren is te vinden in Prediker 3 vers 1:

 

 “Wie bemerkt, dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde ?” 

 

Bemerk, dat dit werd geschreven door Salomo, de wijste mens die ooit had geleefd, maar die deze uitspraak afsloot met een vraagteken. Zelfs Salomo wist het antwoord op deze vraag niet. Daarom is het fout te concluderen uit deze tekst dat de dieren na hun dood geen bestemming zullen krijgen, ze hebben een ziel. Het vraagteken is uitermate belangrijk.

Laten we daarom eens kijken naar een heel andere tekst:

“Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.” 1 Korintiërs 2 vers 9

en

“Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.”  Efeziërs 2 vers 7

 

 

 

De wensen van ons hart?

 

De Here God houdt van ons. Hij wil ons zegenen. “verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.”  Psalm 37 vers 4  Hoe veel betekent de Here voor jou? Verlustig jij jezelf in de Here? Is Hij de ‘nummer Een’ van jouw leven? Houdt met je hele hart van de Heer; Hij houdt van jou. Hij kent de wensen van ons hart. Misschien dat de wens van jouw hart, dat je je geliefde dier zult terugzien, ook door Hem wordt gezien?

 

 

 

Een getuigenis van dieren in de hemel

 

Een meisje van ongeveer drie jaar werd ernstig ziek en naar het ziekenhuis gebracht, waar haar hart stopte. Gedurende zeven minuten werd zij gereanimeerd voordat haar hart weer ging kloppen. Gelukkig herstelde zij. Enkele maanden daarna zat het kind aan tafel, toen het plotseling tegen haar moeder zei: ‘ik wilde dat ik de Heer Jezus weer kon zien’.

De moeder’s adem stokte, ‘wanneer heb jij de Heer Jezus dan gezien?’ vroeg ze. ‘Toen ik zo ziek was, in het ziekenhuis’ antwoordde het meisje. De moeder vroeg door en vroeg wat ze dan gedaan had. ‘We hebben gewandeld en ik hield Zijn hand vast’ zei het meisje. ‘en we hebben gespeeld met de jonge hondjes. Daarna zei de Heer Jezus dat ik terug moest gaan en toen werd ik wakker in het ziekenhuisbed’.

 

 

 

Geldt dit ook voor jou?

 

Ik geloof voor geen moment dat de Here God Zijn kinderen de simpele en blijde genoegens zal onthouden (zoals liefde voor en van onze dieren) die tijdens ons leven zo’n zegen waren. Maar trek je eigen conclusies. Hoe dan ook: een ieder die de Heer Jezus niet kent als zijn/haar Verlosser, en die sterft in de zonden, zal de onuitsprekelijke zegeningen missen die God aan Zijn kinderen heeft beloofd! De tijd, waarin verlorenen alsnog gered kunnen worden, loopt ten einde. Maak er ernst mee!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De hof van Eden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

345

 

.

 

 

De hof van Eden is voor de mensheid geschapen

 

De hof van Eden wordt in hoofdstukken 2 en 3 van het boek Genesis beschreven. De Heer schiep de hof specifiek voor Adam, de eerste mens die door God was geschapen. In Genesis 2:8-9 lezen we:

“Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten”.

 

Sommige mensen geloven dat de hof zich op een bergtop bevond of dat er mogelijk zoetwaterbronnen ontsproten, omdat we het volgende kunnen lezen:

“In Eden ontspringt de rivier die water geeft aan de tuin; zij splitst zich in vier armen” (Genesis 2:10).

 

De hof van Eden was perfect, bood de mens schoonheid en voeding en was de thuisplaats van allerlei bomen die “aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten” waren. De hof was een bron van zoet drinkbaar rivierwater. God plaatste de mens “in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren” (Genesis 2:15).

 

 

 

Is de hof van Eden een Bijbelse tegenstrijdigheid?

 

De hof van Eden, zoals deze in het boek Genesis wordt beschreven, wordt door critici vaak genoemd omdat deze een schijnbare tegenstrijdigheid bevat. Critici vergelijken de “scheppingsweek” in Genesis hoofdstuk 1 (de schepping van planten op dag 3 en van dieren en mensen op dagen 5 en 6) met de schepping van de hof van Eden in Genesis hoofdstuk 2 (de hof werd voor de mens geschapen nadat de mens reeds door God was voortgebracht).

We lezen:

“Zo werden de hemel en de aarde voltooid, en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al zijn werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en maakte hem heilig, want op die dag rustte God van al het werk dat Hij scheppend tot stand had gebracht. Dit is de geschiedenis van het ontstaan van de hemel en de aarde, zoals ze geschapen zijn. Toen de Heer God aarde en hemel maakte, waren er op aarde nog geen wilde planten en groeide er geen enkel veldgewas, want de Heer God had nog geen regen op de aarde laten vallen en er was nog geen mens om de grond te bebouwen” (Genesis 2:1-5).

 

Critici wijzen erop dat Genesis 1 beweert dat planten op dag 3 werden geschapen, terwijl de mens op dag 6 werd geschapen. Waarom lezen we dan in Genesis 2 dat er geen planten waren omdat de mens nog niet gevormd was? De sleutel tot het antwoord is dat we Genesis 1 en Genesis 2 in de juiste context moeten lezen.

Genesis 2:1-4 beëindigt de “scheppingsweek” terwijl Genesis 2:5 begint met het verslag over de hof van Eden. Dit wordt duidelijk uit de volledige context van Genesis hoofdstuk 2 en het feit dat de hof nog niet door God was aangelegd. Hij had de mens nog niet geschapen die de Hof moest “bewerken en beheren” (Genesis 2:15).

We lezen dat God in de hof van Eden, die Hij voor de mens had geschapen, elk dier uit de aarde boetseerde en naar Adam bracht om van hem een naam te krijgen. Critici stellen dat dit een tegenstrijdigheid is, omdat we lezen dat God de dieren op dagen 5 en 6 van de scheppingsweek schiep. Dit was dus voordat de hof door God was geschapen.

Deze schijnbare tegenstrijdigheid kan gemakkelijk verklaard worden. God schiep de wereld en alle dieren in de wereld. Daarna schiep Hij de mens. En daarna toonde Hij elk dier aan de mens zodat de mens elk dier een naam kon geven (en waarschijnlijk ook om de mens te laten zien dat God inderdaad de dieren had geschapen, omdat de mens later werd geschapen dan de dieren en hier dus geen getuige van was geweest).

“De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren” (Genesis 2:20).

 

Het afzonderlijk lezen van de twee verslagen (de schepping van de aarde als een biosfeer in Genesis 1 en de schepping van een enkele hof en wat daarin gebeurde in Genesis 2) en vervolgens de verschillen tussen deze twee verslagen een “tegenstrijdigheid” noemen, getuigt van een zwakke hermeneutiek (interpretatie van de Bijbel).

conclusie : na de schepping van hemel en aarde schiep God op de derde dag de planten. Op dag 5 schiep hij de dieren en op dag 6 de mens. Dan maakte God op aarde een paradijs voor de mens, de hof van Eden. Dan plaatste God de dieren en de mens in de hof. De mens mocht de hof bewerken en de dieren een naam geven.

 

 

 

maxresdefault

 

 

.

 

Het paradijselijke land

 

God gaf de hof van Eden aan de mens om deze te beheren en te bewerken. En hoewel de hof ongetwijfeld spectaculair was, was deze nog niet het paradijs. Het mooiste juweel in de kroon van perfectie, het toppunt van aardse schoonheid, ontbrak nog. God verkondigde:

Het is niet goed dat de mens alleen blijft…” (Genesis 2:18).

 

En ook al gaf Adam “dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten”, toch was hij niet in staat om een hulp te vinden die bij hem paste. Daarom

liet de Heer God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de Heer God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze waren beiden naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze voelden geen schaamte voor elkaar” (Genesis 2:21-25).

 

Terugkomend op de vermeende tegenstrijdigheid die we hierboven noemden, is het belangrijk om op te merken dat Jezus Christus de verslagen in Genesis1 en 2 letterlijk nam. In Matteüs 19:3-6 lezen we:

“Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’

 

Hier citeerde Jezus uit Genesis 1 -27 en 2-24, wat aantoont dat Hij Genesis1 en 2 niet zag als tegenstrijdige scheppingsverhalen die gecorrigeerd zouden moeten worden.

 

 

.

 

Het land van de keuze

 

De mens werd geschapen om een ware liefdesrelatie met zijn Schepper God te hebben in de hof van Eden. Een noodzakelijk ingrediënt van een oprechte liefdesrelatie is een vrije wil. Ware liefde kan per definitie niet bestaan als hier niet vrijwillig voor wordt gekozen. Zonder een keuzemogelijkheid is het dus niet mogelijk om werkelijk lief te hebben.

Een misvatting die mensen vaak hebben, is dat liefde een emotie of een verlangen zou zijn. Begeerte is een emotie of een verlangen, liefde is een beslissing. Liefde is jouw beslissing om de verlangens van die ander op de eerste plaats te stellen in plaats van je eigen verlangens.

En dus gaf God de mens het vermogen om te kiezen om God lief te hebben of om zichzelf op de eerste plaats te stellen.

“En de Heer God gaf de mens dit gebod: ‘Je mag van alle bomen in de tuin overvloedig eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten'(Genesis 2:16-17).

 

De mens had dus een keuze, God gehoorzamen of God niet gehoorzamen. De mens had de keuze om Gods wensen voorrang te geven of om zijn eigen verlangen voorrang te geven; zijn verlangen om eerst van de verboden vrucht te eten. De mens at van deze vrucht nadat Satan de mens door een leugen om de tuin leidde. De mens zou volgens Satan gelijk worden aan God en kennis krijgen van goed en kwaad na het eten van de verboden vrucht.

 

 

 

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

 

 

 

Door het toedoen van een geestelijk schepsel zondigde de mens en werd daarom door God uit de hof van Eden verbannen. Het paradijs ging verloren. Vanwege de opstandigheid van de mens vervloekte God de wereld, in het belang van de mens. God schiep de mens met het potentieel om te zondigen, maar Hij schiep de zonde niet.

De eerste man en de eerste vrouw zetten dat potentieel om in een werkelijkheid en brachten zo de zonden in de wereld. Sindsdien zijn alle mannen en vrouwen verraderlijk, roekeloos, verwaand en meer genotzuchtig dan godvruchtig geweest (2 Timoteüs 3:4).

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Het uitzicht van God.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

dove-Holy-Spirit

 

 

 

 

 

 Vergelijking met de mens

 

Genesis zegt herhaaldelijk dat wij geschapen zijn naar Gods eigen beeld (Genesis 1:27). Het Hebreeuwse woord voor evenbeeld (“tselem”) laat zich vertalen als een schets of weergave van een origineel, omdat een schaduw de schets van het origineel is.

Alleen mensen zijn geschapen naar de gelijkenis van God. Hoewel God niet beperkt is tot een menselijke vorm, deelt de onvolmaakte en eindige mens in Gods natuur, met overdraagbare eigenschappen zoals leven, waarheid, wijsheid, liefde, heiligheid, persoonlijkheid en rechtvaardigheid. Wij hebben het vermogen om een geweldige geestelijke relatie met Hem te hebben, en daardoor krijgen wij inzicht.

 

 

 

De Drievuldigheid zonder gezichten

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 De ontmoetingen

 

In Genesis 32:25-30 bleef Jakob, de vader van de twaalf stamvaders van Israël, kreupel achter na een worsteling met God. Jakob noemde die plaats Peniël, want, zei hij :

 ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven’  (Genesis 32:31).

 

God kwam zo dicht bij Jakob als mogelijk was, de handen van de Schepper rustten letterlijk op hem.

 

 

 

Het is niet toegestaan om Gods gezicht werkelijk te zien (Exodus 33:20)

 

Toen Mozes God ontmoette als een brandende struik, durfde hij niet naar God te kijken (Exodus 3:6). Zelfs de innige relatie tussen Mozes en God waarin de Heer “van aangezicht tot aangezicht” sprak (Deuteronomium 34:10) kende beperkingen.

Op het moment dat hij Gods heerlijke aanwezigheid zocht, werd Mozes er aan herinnerd :

“Mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven” (Exodus 33:11).

 

Van aangezicht tot aangezicht duidt op intieme gesprekken tussen twee goede vrienden. Dit wederzijdse vertrouwen maakte het hen mogelijk om eerlijk en open met elkaar te praten (Deuteronomium 12:6-8).

 

 

 

 

Mozes en de brandende braamstruik

Mozes en de brandende braamstruik

 

 

 

De voorbeelden uit het Oude Testament ten aanzien van Gods uiterlijk richtten zich op Zijn heerlijkheid en hemelse aanwezigheid, die verblijft in door Hem verkozen objecten:

de Tabernakel (Numeri 12:5; 16:19, 17:7),

een wolkkolom

en een vuurzuil (Numeri 14:14).

In het Nieuwe Testament openbaart God Zichzelf door aan ons te verschijnen middels Zijn vleesgeworden Zoon, Jezus Christus.

 

 

 

De onzichtbare God

 

In antwoord op de vraag hoe dat God er uit ziet zond Hij een kind naar deze wereld :

 “Beeld van God, de Onzichtbare, is Hij (Christus), in Hem heeft heel de Volheid willen wonen” (Kolossenzen 1:15, 1:19).

 

Er worden nergens specifieke uiterlijke kenmerken van dit Kind genoemd, alleen specifieke omstandigheden. Het lag in een kribbe, gewikkeld in lappen met een ster boven een huis. Maar de herders en wijzen herkenden Jezus onmiddellijk toen zij de Levende God verheerlijkten, prezen en aanbidden:

 “In Hem  schittert Gods luister, Hij is Zijn evenbeeld.” (Hebreeën 1:3).

 

Met onvoorwaardelijke liefde en genade schiep God ons naar Zijn eigen evenbeeld terwijl Hij ons een glimp van Zichzelf deed opvangen in Jezus Christus.

“Niemand heeft God ooit gezien, maar de enige Zoon, die Zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18).

In de Bergrede vertelt Jezus ons:

“Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien” (Matteüs 5:8).

 

Misschien kunnen we Gods gezicht dan nu nog niet helemaal zien, maar Hij beziet ons in alle volheid met onuitputtelijke liefde.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

hqdefault

 

 

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Adam en Eva en het verloren paradijs.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

adam-and-eve1

Adam en Eva : de zondige, afvallige mens

 

 

 

 

Wanneer we de namen Adam en Eva horen, dan denken we dan aan het verloren paradijs, ongehoorzaamheid, zonde en het kwaad dat in de wereld kwam? Maar wanneer we het boek Genesis goed lezen, zien wij ook een andere kant van het eerste mensenpaar. Want zij hebben God niet vaarwel gezegd.

Na hun overtreding mochten ze niet meer in de tuin van Eden wonen. Het klinkt misschien vreemd, maar het was een straf uit liefde. God wilde niet dat ze na de overtreding nog van ‘de boom des levens’ zouden eten, waardoor ze eeuwig zouden voortleven in hun moeiten. Hij liet hen echter niet aan hun lot over. Als een liefdevolle Vader leerde Hij hen te leven buiten de beschermde tuin.

God zorgde voor de eerste levensbehoeften, zoals kleding. Maar eerst werd de verleider aangepakt. “God, de Heer, zei tegen de slang:

‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel’ ” (Genesis 3:14-15).

 

Zo beloofde God Adam en Eva, nog voordat Hij over hen een oordeel uitsprak, dat eens de gevolgen van hun zonde uitgewist zouden worden. Pas daarna hoorden Adam en Eva wat het gevolg van hun overtreding was voor henzelf.

“Tegen de vrouw zei Hij:  ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zweten zul je voor je brood totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug’” (Genesis 3:16-19).

 

In vers 20 komen we voor het eerst de naam Eva tegen. Adam had zijn vrouw mannin genoemd, gewoon de vrouwelijke vorm van mens of man. Nu gaf hij haar dus de naam ‘Eva’, wat leven betekent. Hiermee liet hij zien dat hij God geloofde: uit zijn vrouw zou nieuw leven geboren worden. Het leven was voor Adam en Eva nu totaal anders geworden, ze zullen vaak met weemoed hebben gedacht aan het leven in de tuin. Maar de liefde voor God hadden zij niet verloren.

Bij de geboorte van hun eerste kind zei Eva: “Met de hulp van de Heer heb ik het leven geschonken aan een man” (4:1). Zij dankte God dus voor het nieuwe leven dat zij ontving. Zij noemden hun eerste zoon Kaïn (bezit), de tweede Abel (adem). Naast hen kregen zij nog andere zonen en dochters. Ze leerden hen alles over God. Het leek alsof Kaïn en Abel de Heer liefhadden.

De Bijbel vertelt dat zij Hem een offer brachten. God zag de gezindheid van Abel en zijn offer; hij was rechtvaardig in Gods ogen, en Hij zegende hem. God zag de gezindheid van Kaïn en zijn offer; hij was vervuld van jaloezie en hebzucht, en God zegende hem niet.

De oudste zoon, waar ze zo blij mee waren, en waar ze God voor gedankt hadden, liet toen zien hoe erg de zonde is. Zijn jaloezie werd haat en hij doodde zijn broer. De dood was toen voor Adam en Eva werkelijkheid geworden. Het gevolg van de zonde drong steeds meer tot hen door. Zij zagen wat het betekent: ‘stof ben je, tot stof keer je terug’.

Vol verdriet zagen zij het lichaam van Abel. Kaïn was door God weggestuurd. Zo verloren zij twee zonen op één dag. Maar Adam en Eva kregen meer kinderen. Ze bleven hen de weg van God leren. Vol vreugde zagen zij dat één van hen in gezindheid op Abel leek. Ook hij gehoorzaamde God. Ze noemden hem Set (vervanging), “want”, zei Eva, “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven” (Genesis 4:25). Zij zei niet in de plaats van Kaïn, nee in de plaats van Abel.

In die tijd werden de mensen erg oud. Van Adam lezen we: “In totaal leefde Adam 930 jaar”. Het eerste mensenpaar bracht vele kinderen groot. Zij zagen twee soorten mensen ontstaan: nakomelingen van Set, die voor hen een vreugde waren en nakomelingen van Kaïn, die goddeloos en gewelddadig waren.

Voor Adam en Eva moet dat laatste een groot verdriet zijn geweest, wetende dat zij verantwoordelijk waren voor het kwaad dat in de wereld was gekomen. Het was een troost dat nakomelingen van Set waren als Abel. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige:

“… en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.” (Hebreeën 11:4)

 

en in vers 39:

“Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan” (Hebreeën 11:39).

 

Deze belofte, waar ook Adam en Eva naar uitkeken, is vervuld in het ware nageslacht van de vrouw: Jezus Christus.

 

 

 

 

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria