Tagarchief: gehoorzamen

Galaten 3: het geloof en de wet.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Het geloof en de wet

 

.

De Ark van het Verbond

 

Pasteltekening van john Astria

 

.

1 O, domme Galaten! Wie heeft jullie betoverd? Hoe kan het dat jullie het goede nieuws niet langer gehoorzamen? Ik heb jullie toch zó duidelijk de gekruisigde Christus beschreven!

2 Laat mij jullie deze ene vraag stellen: hebben jullie de Geest gekregen doordat jullie je aan de wet van Mozes hielden? Of kregen jullie Hem doordat jullie het goede nieuws hebben gehoord en geloofd?

3 Zijn jullie dan zó dom? Jullie zijn je nieuwe leven begonnen met de Geest. Eindigen jullie dan nu met het houden van regels?

4 Is alle ellende die jullie vanwege het geloof overkomen is, dan helemaal voor niets geweest? Als jullie je nu weer aan de wet gaan houden, is het inderdaad helemaal voor niets geweest.

5 God heeft jullie zijn Geest gegeven en doet wonderen bij jullie. Doet Hij dat omdat jullie je zo goed aan de wet van Mozes houden? Of doet Hij dat omdat jullie geloven wat ik jullie heb verteld?

6 Ook Abraham heeft God geloofd. Daarom zei God dat Abraham leefde zoals Hij het wil.

7 Jullie moeten begrijpen dat alleen de mensen die in Jezus geloven kinderen van Abraham zijn.

8 De Boeken wisten van tevoren dat God de niet-Joodse volken door hun geloof zou vrijspreken van schuld. Daarom hebben de Boeken van tevoren aan Abraham het goede nieuws verteld: “Door de zegen die op jou is, zullen alle volken gezegend worden.”

9 De mensen die hetzelfde geloof hebben als Abraham, ontvangen dus samen met Abraham Gods zegen.

10 Veel mensen willen leven zoals God het wil en daarmee vrij zijn van schuld. Daarom proberen ze zich precies aan de wet van Mozes te houden. Ze vertrouwen er op dat dat hen zal redden. Maar zij zijn vervloekt! Want er staat in de Boeken: “Iedereen die zich níet precies houdt aan alles wat er in het boek van de wet van Mozes geschreven staat, is vervloekt.”

11 En er staat ook: “Maar mensen die leven zoals Ik het wil, leven door hun geloof in Mij.” Het is dus duidelijk: niemand kan ervoor zorgen dat hij geen enkele schuld heeft tegenover God, door zich aan de wet van Mozes te houden. 

12 Want bij de wet van Mozes gaat het niet om geloof, maar om het doen van de wet. Want er staat in de Boeken: “Als je alles doet wat de wet van Mozes zegt, zul je leven.”

13 Maar Christus heeft ons bevrijd van de vervloeking van de wet van Mozes. Hoe? Door Zelf die vervloeking op Zich te nemen. Want er staat in de Boeken: “Vervloekt is iedereen die aan een hout hangt.”

14 Zo kon God de zegen die Hij aan Abraham had gegeven, ook aan niet-Joodse volken geven. Namelijk als ze in Jezus Christus geloven. En door dat geloof konden we de Heilige Geest ontvangen die God had beloofd.

15 Broeders en zusters, ik zal dit uitleggen met een voorbeeld. Als je met iemand een verbond sluit, zetten jullie er allebei je handtekening onder. Daarna kan niemand dat verbond nog veranderen. Gods belofte aan Abraham is een verbond.

16 Nu is het zo, dat God zijn belofte deed aan Abraham en aan zijn kind. God zei niet: ‘kinderen,’ in het meervoud. Maar: ‘kind’, in het enkelvoud. Met dat kind bedoelde Hij Christus.

17 Ik bedoel dit: God sloot met Abraham een verbond dat over Christus ging. Pas 430 jaar later werd de wet van Mozes gegeven. Dan kan die wet dat verbond niet veranderen. Dus de belofte is er nog steeds.

18 Stel dat we Gods erfenis (= onze redding) zouden kunnen krijgen door ons aan de wet van Mozes te houden. Dan zou die erfenis niets te maken hebben met Gods belofte aan Abraham. Maar juist door zijn belofte aan Abraham liet God zien dat Hij hem wilde zegenen.

 

.

.

 

 

Het doel van de wet

.

19 Waarom gaf God dan de wet? Om aan de mensen te laten zien dat ze schuldig waren. Want ze konden zich niet aan de wet houden. Maar ze moesten zich aan de wet van Mozes houden tót het Kind was gekomen dat God aan Abraham had beloofd. Engelen hebben op bevel van God de wet gegeven aan iemand die tussen God en de mensen in stond, namelijk Mozes.

20 Zo iemand is er niet als er maar één partij is. Hij is er alleen als er meer partijen zijn. God is Eén en Hij was de enige partij toen Hij zijn belofte aan Abraham gaf. Maar de wet is een verbond tussen twee partijen: God en Israël.

21 Botst de wet van Mozes dan met de belofte van God? Helemaal niet! Want als de wet de mensen had kunnen redden, dan zouden de mensen inderdaad vrij van schuld zijn geweest als ze zich precies aan die wet hielden. 

22 Maar dat konden ze niet. Dus door de wet gingen de mensen juist zien hoe slecht ze zijn. Zo zouden ze gaan begrijpen dat ze alleen door geloof in Jezus Christus hun deel van de belofte zouden krijgen en niet door zich aan de wet van Mozes te houden.

23 Maar voordat dit geloof er kwam, beschermde de wet ons. De wet hield ons op het rechte pad. Pas later zouden we begrijpen dat we geloof nodig hebben.

24 De wet van Mozes was dus bedoeld om ons te leiden en op te voeden totdat Christus zou komen. En door in Christus te gaan geloven, zouden we kunnen worden vrijgesproken van schuld.

25 En nu het geloof is gekomen, hoeven we niet meer door de wet van Mozes geleid en opgevoed te worden.

26 Want door jullie geloof in Jezus Christus zijn jullie allemaal kinderen van God geworden.

27 Want alle mensen die in Christus zijn gedoopt, worden met Christus bedekt. Hij bedekt je zoals een kledingstuk je bedekt.

28 Hierbij maakt het niet uit of je Jood of geen Jood bent, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Jullie zijn namelijk allemaal één in Jezus Christus.

29 En als jullie van Christus zijn, zijn jullie kinderen van Abraham. Daarom erven jullie zijn belofte. Zo is de belofte die God vroeger aan Abraham deed, nu ook voor jullie.

 

.

 

.

Paulus eindigt het tweede hoofdstuk met te zeggen: 21 Ik doe de genade van God niet teniet; want als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.
Hij haalt dit zo uit het gebied waarvan iedereen kan denken dat het maar een mening of een zienswijze is. Hij zegt dat als je door de werken van de wet gerechtvaardigd zou zijn, dan is Christus tevergeefs gestorven.

En dat zou hen zelfs buiten het gebied van het christendom plaatsen. Ze konden zichzelf geen christenen blijven noemen en ze konden God niet aan het dienen zijn. Hij maakte dit zo tot een onderwerp waarover niet onderhandeld kon worden. Hij maakte er een prioriteit van.

Er zijn dingen die het niet waard zijn om strijd over te voeren, en andere dingen juist wel. En Paulus vond duidelijk dat het verschil tussen gerechtvaardigd worden uit genade of gerechtvaardigd door werken als een kwestie van de hemel of de hel, waarover hij niet bereid was ook maar een duimbreed toe te geven.

Het gaat erom dat je echt de boodschap van het kruis begrijpt, niet vanuit een historisch standpunt, maar echt begrijpt dat God letterlijk is gekomen en voor ons is gestorven. Hij heeft niet slechts een deel van de verzoening gedaan, maar het kruis laat zien dat Jezus ALLES betaald heeft. Hij stierf en droeg onze zonden.

Hij heeft echt letterlijk onze zonden in zijn eigen lichaam genomen en aan het hout gebracht. Dat staat in 1 Petrus 2:24. Als iemand een echt begrip van het kruis krijgt, dat Jezus deze enorme prijs voor ons heeft betaald, zou dat onmiddellijk moeten leiden tot een relatie met God op basis van genade.

Welke boete kunnen wij nog betalen? Wat kunnen wij mogelijk nog toevoegen aan de verzoening die Jezus al voor ons heeft betaald? Gaat iemand dan nog prediken van ‘je haar moet een bepaalde lengte hebben, je mag géén make-up gebruiken, je mag geen juwelen dragen’? Iemand die dat soort dingen predikt, dat is allemaal zó futiel, zo klein in vergelijking met wat Jezus al voor ons heeft betaald, zo iemand heeft de boodschap van het kruis gemist.

Die hebben niet begrepen dat Jezus ALLES betaald heeft. Want Hij moest het allemaal betalen. Wij konden onze eigen schuld niet betalen. Jouw eigen maat van heiligheid, jouw leven volgens de normen van een of ander religieus gedrag kunnen nooit jouw zonden compenseren en jou voor God aanvaardbaar maken. Dat is wat Paulus hier dus zegt.

Hoe kan zoiets nu gebeuren met iemand die de boodschap van het kruis heeft begrepen? Je wist dat Jezus kwam en stierf, en deed wat Hij deed, omdat jij totaal onmachtig was, want je was voor geen meter in staat jezelf te redden. Dat is de reden dat Jezus deed wat hij deed.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waarom God soms zwijgt?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

christus

Pasteltekening van John  Astria

 

.

Het zwijgen van God in het Oude Testament

.

Vele gelovigen zullen wel eens of meerdere keren geconfronteerd zijn geweest met het zwijgen van God. Soms zwijgt God, soms blijft het gewoon stil. Het kan misleidend werken wanneer we Bijbelse geschiedenissen of de levensloop van mensen lezen in het Oude Testament, zonder daarbij te letten op de aangegeven leeftijden.

We lezen het verhaal door en alles lijkt mooi op elkaar te volgen. Maar is dat ook zo?  We moeten er rekening mee houden dat er vaak niets of bitter weinig gezegd wordt over heel wat jaren. Zo kende Abraham verschillende perioden in zijn leven waarin God zweeg. God had tot Abraham gesproken in Mesopotamië (Gen. 12:1-3; Hand. 7:2-3). Daarop vertrok Abraham, onder invloed van zijn vader Terach (Gen. 11:31).

Hij strandde echter in Haran, nog niet halverwege (Gen. 11:31; Hand. 7:4). Pas na de dood van zijn vader trok Abraham verder naar het land Kanaän. Pas wanneer hij daar aangekomen is, verschijnt de Here opnieuw aan hem (Gen. 12:7). Vele jaren zaten daartussen, een exacte berekening is niet mogelijk. Daarna volgen er enkele ontmoetingen tussen God en Abraham. Een volgende stilte, van 13 jaar, vinden we na de geboorte van Ismaël.

Abraham was 86 jaar oud toen Ismaël geboren werd (Gen. 16:16). Pas toen Abraham 99 jaar oud was, verscheen de Here opnieuw aan hem (Gen. 17:1). Een ander voorbeeld vinden we bij Isaak en Rebekka. Ze trouwden toen Isaak 40 jaar oud was (Gen. 25:20). Er bleken geen kinderen te komen, hoewel dat voor Isaak en Rebekka ongetwijfeld een van hun voornaamste wensen was. Daarom bad Isaak voor Rebekka, de Here liet zich verbidden en zij werd zwanger (vs. 21).

We lezen dit zomaar in een enkel vers, terwijl hier een periode van twintig jaar overheen gaat. Zijn zonen, Jakob en Esau, werden immers pas geboren toen Isaak 60 jaar oud was (vs. 26). Al die tijd gaf God geen antwoord, maar zweeg. Er zijn nog meer voorbeelden uit het Oude Testament aan te halen. Zo zijn er de 430 jaar dat de nakomelingen van de aartsvaders in Egypte waren (Gen. 12:41). Ook zij kenden de beloften, maar die leken maar niet vervuld te worden.

Wat moeten we met al die keren in het boek Richteren dat er tijden (jaren) van stilte van Gods zijde waren? Ook de psalmdichters David (Ps. 10:1; 13:2; 28:1) en Asaf (Ps. 83:1) spreken over het zwijgen van God. En hoe zat het met de 400 jaar tussen het Oude en het Nieuwe Testament zonder profeten, terwijl ook toen verlangend werd uitgezien naar de Messias? Maar God zweeg.

 

 

 

Het zwijgen van God in het Nieuwe Testament

.

Ook in het Nieuwe Testament komen we perioden tegen dat God zwijgt. Paulus zelf moet zeggen dat hij en zijn medewerkers soms om raad verlegen waren of geen uitweg zagen (2 Kor. 4:8). Dat impliceert dat God kennelijk niet altijd meteen antwoordde. De apostel was soms onrustig, zelfs met een geopende deur van de Heer; en God antwoordde niet meteen (2 Kor. 2:12- 13).

Ook werd hij wel eens gehinderd in zijn bedoelingen om ergens het evangelie te verkondigen, terwijl hij niet wist waarom en zonder dat God hem dat meteen duidelijk maakte (Hand. 16:6-9).

 

 

ic-roepe-ic-claghe_0001-www-cobivanhulst-nl_-e1463663849383

 

.

 

Waarom God soms zwijgt?

.

Wat zouden we toch graag antwoorden willen geven om de redenen van Gods zwijgen te achterhalen, om de wegen van God bloot te leggen en om het handelen van God te begrijpen. Bij sommige van de aangegeven voorbeelden kunnen we dat misschien ook wel. Maar soms is het verstandiger om te zwijgen.

We zouden ons wel eens ernstig kunnen vergissen, zoals de drie vrienden van Job. Ons eigen denken over God, hoe Hij is en hoe Hij handelt, zou immers het antwoord bepalen dat we proberen te geven, zoals dat bij hen het geval was. Echter:

‘Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten’ (Jes. 55:8-9).

.

Uiterste voorzichtigheid is dus geboden.

.

Voor de Bijbelse voorbeelden zouden we ons nog aan enige duiding kunnen wagen. We willen er immers uit leren. Maar wat wanneer wijzelf of mensen uit onze directe omgeving geconfronteerd worden met het zwijgen van God? Dan doen we er vaak het verstandigst aan om traag en voorzichtig te zijn bij het aanwijzen van oorzaken of het trekken van conclusies.

Het is verleidelijk om een Bijbels voorbeeld toe te passen op een actuele situatie, met mogelijke foute conclusies tot gevolg. Het is nederig om te beseffen en te aanvaarden dat Gods denken en handelen, ook in zijn zwijgen, hoger is dan dat van ons. Het is wijsheid om toe te geven dat we God niet altijd begrijpen. Het is verstandig om zelf niet te snel te zijn om te spreken, of gewoon te zwijgen.

 

 

bidden

 

.

 

Enkele voorzichtige adviezen

.

Gods zwijgen kan voorkomen in diverse situaties. Deze adviezen zijn dan ook niet altijd nuttig voor elke situatie:

 

Onderzoek of er in uw leven een oorzaak te vinden is voor Gods zwijgen (vgl. Klaagl. 3:40), zoals wellicht bij Abraham het geval was nadat hij gestrand was in Haran of nadat hij tot Hagar gegaan was. Soms blijft God stil, opdat wij weer naar Hem zouden verlangen en Hem zouden zoeken (vgl. Hos. 5:15).

 

Denk niet dat God niet met u verder wil, het tegendeel blijkt immers in al de geciteerde gevallen. Maar op Gods tijd, want soms zijn we nog niet klaar voor het werk dat Hij ons te doen wil geven en moeten we eerst nog verder gevormd en gevoed worden.

 

Weet en geloof dat God het beste met u voorheeft, Hij houdt van u. God is wijs in al zijn doen, en ook in al zijn laten. Hij beveelt zijn engelen om ons te behoeden op onze wegen (Ps. 91:11), zij worden uitgezonden ten dienste van hen die het heil zullen beërven (Hebr. 1:14). Dat betekent niet dat u geen moeilijkheden of problemen kunt hebben, dat u geen verdriet zult kennen of er voor u geen vervolging kan zijn. Het betekent dat God zijn oog heeft op ons leven.

 

Blijf volharden in het bidden, zoals Isaak. We mogen God blijven vragen om ons duidelijkheid te geven (vgl. Ps. 25:4). Het zou immers ook kunnen dat Hij wel spreekt, maar dat wij zijn stem niet verstaan, zoals dat bij de jonge Samuël het geval was (1 Sam. 3). Aanvaard echter ook dat God soms geen duidelijkheid geeft. Een goede vriend van mij is ontslapen op dertigjarige leeftijd, terwijl hij ijverig was voor God. Velen hebben zich afgevraagd: waarom? Maar er is geen antwoord.

 

Soms geeft God geen antwoord, omdat we het antwoord wel weten. We moeten alleen de Bijbel lezen en gehoorzamen aan wat erin staat. ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Ps. 119:105). De Bijbel onderwijst ons. De voorbeelden en de principes in Gods Woord zijn in veel gevallen voldoende om het antwoord te kennen. Een eenvoudig voorbeeld: we moeten God niet vragen of iemand een geschikte huwelijkspartner is als die persoon geen gelovige is. De Bijbel geeft ons het antwoord daarop. In sommige situaties verwacht Hij dat wij zelf weten wat wij moeten doen, doordat wij Hem en zijn Woord kennen.

 

Trek geen overhaaste conclusies, alsof Gods zwijgen altijd meteen ook een antwoord is. We kunnen God niet voor het blok zetten door te stellen. God hoeft Zich niet tegenover ons te verantwoorden. We moeten ook leren dat God ons niet bij elke stap een wegwijzer zal geven. Hij behandelt ons naar de mate dat wij geestelijk gegroeid zijn en vertrouwd zijn met zijn Woord en wil. Gods weg met ons is niet als een treinspoor, maar als een snelweg met verschillende rijvakken. Hij geeft ons ruimte in onze wandel met Hem en Hij kan daar gerust mee omgaan. Hij geeft ons de ruimte om zelf keuzes te maken. Dat houdt het risico in dat we wel eens een verkeerde afrit kunnen nemen (er is gelukkig steeds weer een oprit), maar God bestuurt ons nu eenmaal niet als robots.

 

Blijf trouw in het danken, eren, aanbidden, gehoorzamen, volgen en dienen van God. Paulus schreef aan de Tessalonicenzen dat zij zich moesten verblijden, ondanks de moeilijke omstandigheden waarin zij zich bevonden (1 Tess. 5:16). Soms is ons gevoel het daar niet mee eens. Dan kunnen we onze volharding en onze liefde tonen door het toch te doen. Laat het zwijgen van God geen aanleiding zijn om minder voor Hem te gaan, en meer je eigen weg te gaan.

 

 

Slotopmerking

.

Misschien heeft u wel vragen gesteld, waarop u nooit een antwoord hebt gekregen. De Bijbel kan wel eens een gesloten boek lijken. Misschien heeft u keuzes moeten maken, zonder dat God u een duidelijke aanwijzing heeft gegeven. Het is knap lastig. Maar precies door die worstelingen heen kunt u belangrijke geloofslessen leren. En wees gerust: God blijft niet zwijgen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

 

Moslims moeten de Belgische wetten respecteren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

.

 

Moeten moslims de Belgische wetten respecteren en

mogen zij in het buitenland gaan strijden?

.

 

Gehoorzaamheid aan de wetten van een niet-moslimland

 

Aan Sheik Salam al-Oadhad werd gevraagd in welke mate moslims die in een niet-moslimland wonen de regering van dat land moeten gehoorzamen en in welke mate zij deze regeringen kunnen tegenwerken.

In zijn fatwa antwoordt de Sheikh dat moslims die in een niet-moslim land wonen, zelfs als zij daar op illegale manier binnen geraakt zijn, geacht worden in dit land te wonen onder een covenant. Dit betekent dat zij zich moeten houden aan de wetten van dat land en dat zij geen enkel excuus hebben om deze wetten te schenden.

In een land wonen houdt een verbintenis in van burgerschap en de Sheikh verwijst naar de volgende koranverzen die een moslim ertoe verplichten zich aan aan deze verbintenis, en dus aan de wetten van het land waarin zij wonen, te houden.

 

  • Jullie die geloven! Komt de verplichtingen na.” (Koran 5:1)
  • “En komt de verbintenis na. Over de verbintenis wordt verantwoording afgelegd” (Koran 17:34)

 

  • “Komt Gods verbintenis na wanneer jullie een verbintenis aangaan en verbreekt de eden niet na de bekrachtiging ervan, want jullie hebben toch God tot borg tegen jullie geaakt. God weet wat jullie doen.” (Koran 16:91)

 

De Koran stelt verder dat wanneer men zich niet aan beloften, een gegeven woord of een verbintenis houdt, men geen gelovige is:

 

  • “Heeft dan niet telkens als zij een verbintenis aangingen een groep van hen het veronachtzaamd. Jazelfs, de meesten van hen geloven niet” (Koran 2:100)

 

In de islam is het trouw blijven aan een gegeven woord dan ook bijzonder belangrijk. En wel in die mate dat moslims die een verbintenis verbreken de hel te wachten staat. In de koran wordt het woord hypocriet voorbehouden voor moslims die het ene zeggen en het andere doen, die zeggen gelovig te zijn maar dat in werkelijkheid niet zijn. De profeet Mohammed omschreef een hypocriet als volgt:

 

  • “Er zijn vier kenmerken die wanneer iemand ze alle vier heeft hem tot een echte hypocriet maken, en als hij een paar van die kenmerken vertoont, dan heeft hij een deel hypocriete kenmerken tot hij ze volledig opgeeft. Deze kenmerken zijn: wanneer men vertrouwen in hem stelt, pleegt hij bedrog. Wanneer hij praat, liegt hij. Wanneer hij een verbintenis aangaat, verbreekt hij ze. En wanneer hij redetwist, overschrijdt hij de grenzen.” 

 

Volgens de koran zullen hypocrieten, en dat zijn dus ook moslims die een verbintenis verbreken, in de diepste putten van de hel terechtkomen, nog erger dan de plaats die voorzien werd voor ongelovigen.

 

  • “De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

 

In zijn fatwa verwijst hogergenoemde Sheikh ook naar het oorlogsrecht en naar de vooraanstaande jurist Mohammad b. Hasan Al-Shaybani, die het volgende schreef:

“Wanneer een groep moslims door de frontlinie van de vijandelijke troepen zou geraken door voor te wenden dat ze dragers zijn van een officiële boodschap van de kalief, of wanneer de vijandelijke troepen hen gewoon door de frontlinie zouden laten passeren, is het hen niet toegestaan deel te nemen aan ook maar enige vijandelijke activiteit tegen de vijandelijke troepen. Het is hen ook niet toegestaan geld of eigendom van hen te stelen vermits zij zich bevinden in gebied dat onder het gezag van de vijandelijke troepen staat. Dit geldt ook wanneer men werkelijk het vertrouwen geniet van de andere partij”.

Uit dit alles besluit de Sheikh in zijn fatwa:

 

“Moslims die in niet-moslim landen wonen moeten zich houden aan de wetten en regelgevingen van het land dat hen een geldig visum toevertrouwd heeft. Tegelijk moeten moslims vermijden zaken te doen die indruisen tegen de islamitische leer. Wanneer zij door de wet verplicht worden iets te doen dat indruist tegen de islam, dan moeten zij zich houden aan het minimum dat de wet van hen vereist.
Één van de beste benaderingswijzen voor een moslim die in deze landen leeft, bestaat erin geduld te beoefenen. Zo lang hij akkoord gaat om in een niet-moslimland te wonen, mag hij nooit rebelleren tegen de mensen die in het land van zijn keuze wonen, zelfs als dat lastig is.”

De islam zelf schrijft voor dat moslims zich moeten houden aan de wetten van het land waarin zij verblijven. Daarmee vertolkt de sheik een standpunt dat door andere, vooraanstaande moslimgeleerden gedeeld wordt. Er is geen tegenstelling tussen zich houden aan de islam en zich houden aan de wetten van een land vermits de islam zelf voorschrijft dat moslims zich moeten houden aan de wetten van het land waarin zij verblijven.

 

 

Strijden in het buitenland

 

Wat strijden in het buitenland betreft stelt professor Muhammad Abdel Haleem  in een artikel op de website van de BBC dat moslims de wetten van het land waarin zij verblijven moeten eerbiedigen. Dat betekent dat zij geen wapens mogen opnemen tegen het land waarin zij wonen.

Wanneer bijvoorbeeld Britse moslims in Afghanistan willen gaan vechten tegen de Britse strijdkrachten, druist dit niet alleen tegen de Britse wet maar ook tegen de islam in die stelt dat men een covenant van burgerschap moet eerbiedigen.

Merk ook op dat het niet is omdat een aantal van het islamitisch pad afgedwaalde moslims gaan strijden, dat hun strijd volgens de islam toegestaan is. In het Westen en in de islam kunnen enkel de representatieve overheden over oorlog beslissen.

Deze beslissing kan enkel genomen worden door de leider van een één gemaakte gemeenschap van moslims die vandaag niet eens bestaat, of door een unanieme beslissing van legitieme leiders die de steun genieten van de overgrote meerderheid van de moslims. Radicalisten die op eigen houtje gaan strijden, overtreden de grenzen van de islam.

Wat de gewapende strijd in Syrië betreft, roepen moslimgeleerden daarom de jongeren op om niet naar Syrië te gaan. De gewapende strijd daar is immers niet gelegitimeerd door de islam en strookt niet met de koran.

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria