Tagarchief: israël

Het hemels getal 12 en de 12 bloed-rode manen tussen 1948 en 2018.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

het getal 12 komt 187 keer voor in de Bijbel

het getal 12 komt 187 keer voor in de Bijbel

 

 

 

Opmerkelijk is dat het getal 12 (of een veelvoud daarvan) zo veelvuldig voorkomt in de Bijbel. Dat is geen toeval.

 

Wie het getal twaalf noemt herinnert vanzelfsprekend aan de twaalf zonen van Jacob, de stamvaders van Israël en aan de twaalf discipelen van Jezus. Hieronder een veelvoud van voorbeelden:

  • 12 zonen van Jacob (= Israel – Gen. 32:28; 1 Kronieken 2:1,2)
  • 12 vorsten Ismaël (Genesis 17:20)
  • 12 waterbronnen (Exodus 15:27)
  • 12 kolommen (Exodus 24:4)
  • 12 toonbroden (Leviticus 24:5)
  • 12 mannen (Deut. 1:23)
  • 120 jaar Mozes (Deuteronomium 34:7)
  • 12 stenen (Jozua 4:8)
  • 12 steden (Jozua 18:24)
  • 120 talenten goud (1 Koningen 10:10)
  • 24 priestergroepen (1 Kronieken 24)
  • 24 zanggroepen (1 Kronieken 25)
  • 24.000 Levieten (1 Kron. 23:4)
  • 12 runderen (1 Koningen 19:19)
  • 12 leeuwen (2 Kronieken 9:19)
  • 12 jaren (Nehemia 5:14)
  • 12 maanden (Esther 2:12)
  • 12 tekens Dierenriem (Job 38:31-33)
  • 12 ellen Ariel (altaar) (Ezechiel 43:16)
  • 120.000 mensen (Jona 4:11)
  • 12 apostelen  (Marcus 3:13-19)
  • 12 manden volle koren (Mattheus 14:20)
  • 12 tronen (Mattheus 19:28)
  • 12 legioenen engelen (Mattheus 26:53)
  • 12 jarige dochter van Jairus (Lucas 8:42)
  • 12 jaar bloedvloeiende vrouw (Lucas 8:43)
  • 120 personen (Handelingen 1:15)
  • 24 ouderlingen (Openbaring 4:4,10)
  • 12 sterren (Openbaring 12:1)
  • 12 poorten, 12 paarlen, 12 engelen (Openbaring 21:12) – namen 12 geslachten Israëls – namen 12 apostelen Nieuw Jeruzalem
  • 144.000 verzegelden (12 x 12.000 uit elke stam Israëls – Openbaring 7:4 e.v.
  • 12 fundamenten (Openbaring 21:14)
  • 144 ellen (Openbaring 21:19,20)
  • 12.000 stadiën (Openbaring 21:16)
  • 12 edelstenen (Openbaring 21:19,20)
  • 12 vruchten (Openbaring 22:2)

 

We zouden het getal twaalf het best kunnen omschrijven als :

 

 Israël, een volk in zijn geheel met een perfect bestuur!

 

Het is logisch, dat het getal twaalf ook telkens te voorschijn komt als het gaat over de vertegenwoordiging van het volk. Als de kinderen Israëls na door de Schelfzee getrokken te zijn, in de oase Elim aankomen vinden ze daar niet minder dan twaalf bronnen. Eenzelfde karakter als de twaalf heeft ook zijn verdubbeling de vierentwintig. De priesterschare is verdeeld in vierentwintig afdelingen en er zijn vierentwintig zanggroepen van elk twaalf Levieten. Vierentwintigduizend Levieten houden toezicht op werk in het huis des Heren.

De vermelding van de twaalf manden voor het overgeschoten brood in de geschiedenis van de eerste wonderbare spijziging wordt door velen terecht verstaan als een verwijzing naar de messiaanse maaltijd met het gehele volk.

Als Jezus bij zijn gevangenneming zinspeelt op de mogelijkheid dat twaalf legioenen engelen zullen te hulp komen, dan is dit getal wel gekozen met het oog op de twaalf die bedreigd worden.

Een belangrijke rol speelt het getal twaalf ook in het boek van de Openbaring van Johannes. We horen over de vrouw met de krans van twaalf sterren, de dochter van Sion, het volk Israël of de gemeente van God. Zij is geheel Israël. In de beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem worden twaalf poorten getekend met twaalf engelen en namen, ‘welke zijn die van de twaalf stammen van de kinderen Israëls’. ‘De muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de namen van de twaalf apostelen van het Lam’. Lengte, breedte en hoogte van de stad zijn twaalfduizend stadiën.

 

 

de 12 stammen van Israël

de 12 stammen van Israël

 

 

 

De vaste tijden

 

In Exodus 25:8,9 lezen we het volgende: ‘En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al het gerei’.

Dit heiligdom heeft in Exodus 27:21 als naam ” tent der samenkomst”. In het latijn heeft het de naam tabernakel. Het woord wordt ook gebruikt voor ‘vaste tijden’.

In Genesis 1:14-16 zegt God:

‘dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijdenals van dagen en jaren’. Die lichten zijn voor de dag de zon en in de nacht de maan en de sterren. Hier zijn de zon, de maan en de sterren dus aanwijzingen  voor vaste tijden! 

Waarom wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt voor vaste tijden en de tent der samenkomst?

Dus zoals we zagen gaat het in Genesis om de verschijning van zon, maan en sterren op vaste tijden.

In Leviticus 23:2 en 4 lezen we het volgende: Daar zegt God tegen Mozes:

‘De Feesttijden des Heren, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn Feesttijden. Dit zijn de Feesttijden des Heren, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd’.

We zien hier dus dat de vaste tijden ook Feesttijden des Heren zijn, en die Feesttijden vallen op vaste tijden in de loop van het jaar.

 

God’s feestkalender

Israëls Feesten onderscheiden we als volgt:

  • Pesach – het Pascha (Deut. 16:6 – 1 Cor. 5:7-8)
  • Het feest der ongezuurde broden (Deut. 16:3 – 1 Cor. 5:8)
  • Het feest der eerstelingen (Exod. 23:19 – 1 Cor. 15:20)
  • Sjawoe’ot – het feest der weken of het pinksterfeest (Deut. 16:10 – Hand. 2:1 -Gal. 3:28)
  • Rosh Hasjana – het feest van het bazuingeschal (Leb. 23:24 – 1 Cor. 15:52, 31)
  • Yom Kippur – de grote verzoendag (Lev. 16:30 – Hebr. 9:28)
  • Sukkot – het loofhuttenfeest – (Ex. 23:16 – Joh. 1:52)
  • Het sabbatjaar en het jubeljaar – (Lev. 25:3, 4 – Lev. 25:8-10)

 

 

 

 

Gods feestkalender

Gods feestkalender

 

 

 

Deze vaste Feesttijden leiden tot heilige samenkomsten op de plaats van ontmoeting, zoals God zegt in Exodus 29:42, 43: ‘Ik zal daar samenkomen met de Israëlieten’. “Daar” betreft dan de tent der samenkomst.

Dus eerst zagen we de vaste tijden, die verklaart worden vanuit de hemellichamen (zon, maan en sterren). Vervolgens de vaste tijden, die tegelijk Feesttijden des Heren zijn, en plaatsvinden op precieze data. En al deze betekenissen lopen uit op de plaats van ontmoeting.

Zo kunnen we verstaan dat de tent der samenkomst (tabernakel), vaste tijden van hemellichamen, en vaste tijden van de Feesttijden, drie in het Hebreeuws gelijkluidende termen zijn, die tezamen de bedoeling aangeven, dat het volk Israël zijn God ontmoet op vaste tijden!

 

 

 

Twaalf bloed rode manen

 

Om weer terug te keren naar het hemelse getal 12 stellen we vastdat vanaf de oprichting van de staat Israël op 14 mei 1948 er 3 x 4 {tetrad} dus 12 bloed rode manenzich manifesteerden in het hemels uitspansel op de vaste tijden, de ‘Feesttijden des Heren’.

Als volgt weergeven: Lunar eclipses

  1. 1948: 23 April              – 14 Nisan/Passover              Partial
  2. 1948: 18 Oktober         – 15 Tishri/Sukkot                 Penumbral
  3. 1949: 13 April               – 14  Nisan/Passover            Total (blood red moon)
  4. 1949:   7 Oktober         – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  5. 1950:  2 April                – 15 Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  6. 1950: 26 September     – 15 Tishri/Sukkot                Total (blood red moon)
  7. 1967: 24 April                – 14 Nisan/Passover            Total (blood red moon)
  8. 1967: 18 Oktober          – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  9. 1968: 13 April                – 15 Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  10. 1968:  6 Oktober           – 14 Tishri/Sukkot                Total (blood red moon)
  11. 2014: 15 April                – 15 Nisan/Passover              Total (blood red moon)
  12. 2014:  8 Oktober           – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  13. 2015:  4 April                 – 15  Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  14. 2015: 28 September     – 15 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)

 

 

 

BLOODMOON-670x374

 

 

 

We zien hier in de eerste kolom bij de Lunar eclipses 4 opeenvolgende {tetrad} bloed rode manen in de jaren 1949 en 1950 op Passover (Peseach) en Sukkot (Loofhuttenfeest) nadat op 14 mei 1948 de staat Israel werd uitgeroepen.

Vervolgens 4 in de jaren 1967 en 1968 als Jeruzalem op 7 juni 1967 heroverd wordt en nu de ondeelbare hoofdstad van Israel is (Luk. 21:24)!

In 2014 en 2015 was er opnieuw een tetrad te zien zijn van bloed rode manen. Het religieuze jaar begon dan met een totale zonsverduistering op de 1e Nisan, met twee weken later gevolgd door een bloed rode maan op Passover. Het burgelijk jaar opende met een zonsverduistering op de 1e Tishri/RoshHasjana gevolgd door weer een bloed rode maan op Sukkot in 2015.

 

Geen 4 {tetrad} opeenvolgende bloed rode manen deden zich voor in de 16e – 17e – 18e – en 19e eeuw.

 

Bloed rode manen,tekenen van het naderbij komenvaneen theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk.

 

 

 

opname_wederkomst

 

 

De demonische uitroeiing van een groot deel van het Joodse volk en het schouwspel van een uit alle delen van de wereld naar Palestina/Israël toestromend en onweerstaanbaar oprijzend overblijfsel van Israël, heeft veler ogen weer geopend voor de wonderlijke invloed van de oudtestamentische profetie.

Een moderne staat als Israël belet velen nog verband te leggen tussen de oude profeten en het hedendaagse denken, maar wie de profetie kent weet dat Israël in geloof (Messiaanse gelovigen) terug zal keren om later als volk zijn God (Jesjoea, de Messias) te ontdekken. De terugkeer van Juda uit de verstrooiing is vanouds door alle insiders als de ouverture tot de eindtijd der menselijke geschiedenis beschouwd!

Het theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk, is geen christelijk rijk, maar een Christus-rijk,waarin Messias Jesoea (Jezus) mét zijn aan hem verbonden Lichaam, de gemeente,  als Koning en Rechter over de dan levende mensheid regeert.

Het apocalyptische visioen van een tijdelijk Godsrijk, waarin de duivelse machten zijn uitgeschakeld en een bepaalde orde in de hemel opgenomen gelovigen met Christus over de volken regeert, plaatst de oudtestamentische profetie over een messiaans rijk in een bepaald nieuwtestamentisch kader en het verklaart vooral de tijdelijke en nog zondige elementen in dit rijk.

De profetie over een messiaans rijk profeteert van het tijdelijke ( 1000 jaar ) naar het eeuwige rijk heen, maar bevat toch elementen van onvolkomenheid, die onmogelijk toepasselijk kunnen zijn op het eeuwige rijk. De mensen zijn er nog sterfelijk, hoewel zij zeer oud worden en een 100-jarige nog een jongeling genoemd wordt (Jes. 65, 20a), er zijn vijanden die zich geveinsd onderwerpen (Zach. 14, 17-19; Ap. 20, 7-10), en mensen kunnen gedood worden om hun zonden (Jes. 65, 20b).

Andere profetieën spreken:

over de tempeldienst te Jeruzalem en een ‘hoeden der heidenen’ met een ‘ijzeren scepter’ (Jes. 66, 21-23; Ps. 2, 9; Ap. 2, 26, 27),

‘Leiders van wetenschap en verstand’ zullen de volken in Godskennis onderrichten (Jer. 3, 15; Jes. 30, 20-21; 11, 9; Hab. 2, 14),

Israel zal het religieus-culturele centrum van dit wereldrijk zijn (Jes. 60, 2, 10-22; 61, 5; 62, 1-2; Zach. 8, 13, 22-23; 14, 16),

Christus is hier de theocratische Koning over de wereld waarin alles aan hem onderworpen is (Ps. 95, 10; Jes. 2, 4; 3, 13; 51, 5; Ap. 2, 26-27; 12, 5; 19, 15),

Zijn gezag is bemiddeld aan de Davidische messias (Jes. 16, 5; 55, 3-4; Jer. 30, 9; Ez. 34, 23-24; 37, 25),

de mensheid leeft onder een wettig regiem (Ps. 9, 9; 67, 5; 95, 10; 96, 10; 98, 9; Jes. 2, 1-5; 42, 1, 15-17; Zach. 14, 16-21).

Men behoeft slechts met enkele trekken het beeld uit deze profetie te schetsen om het onderscheid met de tegenwoordige gemeente van gelovigen en het eeuwige Godsrijk te onderkennen. Het kan alleen ‘geplaatst’ worden in de tijd die volgt op de verschijning van de antichrist (Ap. 20, 1-3 verg. Ap. 12, 9; 13, 1-5, 11-18; verg. Dan. 7, 19-27), en de wederkomst van Christus (2 Thess. 2, 1-4), een historisch tijdperk dat voorafgaat aan het eeuwig Koninkrijk Gods (1 Kor. 15, 23-28).

Het Messiaanse Rijk zal, na een laatste poging van de duivelse machten om Gods heilswerk te vernietigen, overgaan in het eeuwige Volkomen Koninkrijk. Satan, de demonen en de onbekeerden zullen dan voor eeuwig in de vuurpoel gegooid worden.

De korte tijd van de duivelse uitbarsting toont in de eerste plaats de consequente volharding van het kwaad na een 1000 jarige periode van passiviteit (Ap. 20, 1-2, 3, 5, 7), en dienst vervolgens als een laatste selectie onder de dan levende mensheid. Want ondanks de paradijselijke staat waarin de mensheid gedurende het messiaanse rijk op aarde onder leiding van de Messias Jesjoea leeft, zal blijken dat velen zich geveinsd aan deze theocratische wereldorde hebben onderworpen (Ap. 20, 7-8).

De ‘plasregens’ van zegen en kennis van Jahweh (Ik ben die Ik ben – Ex. 3:14)  hebben het volkomen Godsrijk op aarde zeer nabij gebracht, maar desondanks zullen bepaalde volken zich toch laten verleiden om dit alles ongedaan te maken. Wanneer deze opzet neergeslagen is en de duivelse machten met hun volgelingen voor eeuwig buiten het Koninkrijk Gods gestoten worden, volgt het laatste oordeel over de doden en wordt het heilsplan voleindigd in de dubbele gestalte van het Koninkrijk Gods: een hemels rijk en een aards rijk.

Deze rijken zijn echter niet gescheiden. Ofschoon het hemels Godsrijk de gehele kosmos omvat, wordt de hemel met de aarde verbonden door de ‘schakel’ van het Nieuwe Jeruzalem, een voor beide rijken gemeenschappelijk ‘centrum’, waar de communicatie plaats vindt ( Ap. 21, 1-5, 10-27; 22, 1-5).

De categorieën als transcendentie en immanentie, eeuwigheid en tijd, heden en toekomst, hemel en aarde, gemeente en wereld, gemeente en Israël, zijn in de structuur van het Koninkrijk Gods dus geen tegenstellingen die elkaar uitsluiten, maar elkander inhoudende, insluitende en aanvullende elementen!

Samenvattend kunnen wij het Koninkrijk Gods in zijn wijdste betekenis omschrijven als dat deel der schepping, dat Hij zich eeuwig toeeigent. Een deel van de schepping staat ‘tegenover God’, zowel in de mensenwereld als in de wereld van kosmische machten. Ook dit deel is ‘eigendom’ van de schepper. Het kan uitsluitend door de scheppingskracht van God bestaan, maar na de afsluiting van het heilproces is het gedoemd voor eeuwig ‘buiten’ God en zijn Rijk te bestaan. Het is het ‘niets’ buiten God, zoals een schaduw ook ‘niets’ is maar toch ‘bestaat’.

Datgene wat in de schepping beantwoordt aan de liefde Gods is het Koninkrijk Gods en als het voltooid is, is ook aan de zin van de schepping voldaan.

De mens is ooit geopenbaard dat hij het gezag zal hebben over al de schepselen op aarde. Dit gezag valt hem toe als hij de volkomen mens is geworden, het beeld en de gelijkenis van de Volkomen Mens in God. Evenals in de engelenwereld scheidt zich een deel  van de mensheid af om uiteindelijk in eeuwige Gods vijandigheid buiten het Koninkrijk Gods te verteren. Het deel dat God in liefde volgt is evenwel niet eenvormig en van gelijke hoedanigheid. Er zijn ‘niveaus’ en ‘geledingen’ in de volkomen mensheid. Zij die positief reageren op de openbaring Gods worden wel allen volkomen mens, maar niet alle in gelijke ‘rang’ of hoedanigheid. Men krijgt wat men verdient.

Voor het aardse rijk zijn alle heidenen bestemd die niet tot de gemeente ofwel het Lichaam van Jesjoea behoren, maar wél in het Boek des Levens bij het Laatste Oordeel worden gevonden (Ap. 20, 11-15).

Het Koninkrijk der hemelen ofwel het Messiaanse rijk is de erfenis van allen die tot het Lichaam van Jesjoea behoren en allen die in het anti-christelijke tijdperk uit de grote verdrukking de Messias alsnog hebben aangenomen (Ap. 7, 9-17), waaronder ook de ‘verzegelden’ uit het overblijfsel van Israël in die dagen (Ap. 14, 1-5 verg. Ap. 7, 1-8).

 

Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de Heere komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:30-31; Hand. 2:16-21).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Joshua, Jozua 7-8 / Verwoesting van Ai, altaar op Ebal

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Jozua 7 1 – 9 Israël voor Ai geslagen
10 – 26 Achans misdaad en straf
Jozua 8 1 – 29 Inneming en verwoesting van Ai
30 – 35 Jozua bouwt een altaar op de berg Ebal

 

 

Joshua, Jozua 7-8 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

Joshua,Jozua 1-2 / Opdracht van God aan Jozua, spionnen in Jericho

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

Jozua 1 1 – 9 God beveelt Jozua Israël naar Kanaän te geleiden
10 – 18 Jozua geeft bevel tot de overtocht
Jozua 2 1 – 24 Verspieders van het land Kanaän en Jericho, Rachab

 

 

Joshua, Jozua 1-2 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

 

Deuteronomy, Deuteronomium 32: 36-52+33+34: 1-12 / Mozes’ lied, zegen en dood

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Deuteronomium 32 1 – 8 Jozua volgt Mozes op
9 – 13 Voorschriften voor het bewaren en voorlezen van de  wet
14 – 29 De afval van Israël aangekondigd
30  Het lied van Mozes
Deuteronomium 33 1 – 29 Mozes zegent de twaalf stammen
Deuteronomium 34 1 – 12 Mozes’ dood

 

Deuteronomy, Deuteronomium 32: 36-52+33+34: 1-12 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

 

Deuteronomy 31+32: 1-35 / De opvolging van Mozes en zijn lied

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Deuteronomium 31 1 – 8 Jozua volgt Mozes op
9 – 13 Voorschriften voor het bewaren en voorlezen der wet
14 – 29 De afval van Israël aangekondigd
30 – 30 Aankondiging van het lied van Mozes
Deuteronomium 32 1 – 29 Het lied van Mozes

 

 

Deuteronomy, Deuteronomium 31+32: 1-35 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

Bidden en vasten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Bidden en vasten

 

Een definitie

 

Bidden en vasten kan gedefinieerd worden als een vrijwillige onthouding van voedsel met het doel om je scherp te stellen op gebed en gemeenschap met God. Bidden en vasten gaan vaak hand in hand, maar dit is niet altijd het geval. Je kunt bidden zonder te vasten, en je kunt vasten zonder te bidden. Wanneer deze twee activiteiten worden gecombineerd en aan Gods glorie worden opgedragen, bereiken zij hun maximale effectiviteit. Het reserveren van een bepaalde tijd voor bidden en vasten is niet een manier om God te manipuleren, zodat Hij zal doen wat jij verlangt. In plaats daarvan is het veel meer een kwestie van jezelf scherpstellen op God en op Hem vertrouwen voor de sterkte, de voorziening en de wijsheid die je nodig hebt.

 

 

 

 

 

 Wat de Bijbel zegt

 

Het Oude Testament vereiste bidden en vasten slechts bij één gelegenheid, namelijk op de Grote Verzoendag (Jom Kipoer). Dit gebruik werd de vastendag (Jeremia 36:6) of het vasten (Handelingen 27:9) genoemd. Mozes vastte 40 dagen en 40 nachten op de berg Sinaï, toen hij de wet van God ontving (Exodus 34:28). Koning Josafat riep op tot vasten in heel Israël, toen zij op het punt stonden om door de Moabieten en Ammonieten te worden aangevallen (2 Kronieken 20:3). De bevolking van Nineve reageerde op de prediking van Jona met vasten en het dragen van rouwkleden (Jona 3:5).

Bidden en vasten werd vaak gedaan in tijden van onrust of moeilijkheden. David vastte toen hij vernam dat Saul en Jonatan waren gedood (2 Samuël 1:12). Nehemia nam een periode van bidden en vasten in acht toen hij vernam dat Jeruzalem nog steeds in puin lag (Nehemia 1:4). Darius, de koning van Perzië, vastte de hele nacht nadat hij gedwongen was om Daniël in de leeuwenkuil te gooien (Daniël 6:18).

Bidden en vasten komen ook voor in het Nieuwe Testament. Anna was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). Johannes de Doper leerde zijn discipelen om te vasten (Marcus 2:18). Jezus vastte 40 dagen en 40 nachten, voordat Hij door Satan werd beproefd (Matteüs 4:2). De gemeente in Antiochië vastte (Handelingen 13:2) en zond Paulus en Barnabas vervolgens op hun eerst zendingsreis (Handelingen 13:3). Paulus en Barnabas namen ook de tijd om te bidden en te vasten voor de aanstelling van de oudsten in de kerken (Handelingen 14:23).

 

 

Vereist of aanbevolen?

 

Het Woord van God gebiedt gelovigen niet specifiek om tijd te besteden aan de combinatie van bidden en vasten. Maar toch is bidden en vasten iets wat we zeker zouden moeten doen. Veel te vaak ligt de nadruk van het bidden en vasten op de onthouding van voedsel. In plaats daarvan is het Christelijk vasten bedoeld om onze ogen van de dingen van deze wereld af te wenden en onze gedachten op God te concentreren.

Vasten moet altijd beperkt worden tot een vooraf bepaalde tijdsperiode, omdat een langere vastentijd onze lichamen schade kan toebrengen. Vasten is niet een methode om onze lichamen te straffen en het moet ook niet gebruikt worden als een dieetmethode. Het is niet de bedoeling dat we onze tijd in bidden en vasten gebruiken om gewicht te verliezen, maar veeleer om een diepere gemeenschap met God te bereiken.

Door onze ogen van de dingen van deze wereld af te nemen door middel van bidden en bijbels vasten, kunnen we ons beter scherpstellen op Christus. Matteüs 6:16-18 stelt: “Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.”

 

 

 

 

 

 Wat wordt ermee bereikt?

 

Het doorbrengen van tijd in bidden en vasten zal niet automatisch de wensen vervullen van de mensen die vasten. Vasten of geen vasten, God belooft dat Hij onze gebeden alleen zal verhoren, als wij iets vragen wat overeenkomt met Zijn wil. 1 Johannes 5:14-15 vertelt ons: “Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”

In de tijd van de profeet Jesaja klaagden de mensen dat zij moesten vasten, maar dat God niet antwoordde op de manier die zij wilden (Jesaja 58:3-4). Jesaja reageerde hierop met de boodschap dat het uiterlijke vertoon van vasten en bidden, zonder de correcte houding in het hart, vruchteloos is (Jesaja 58:5-9).

Hoe kun jij weten of je wel volgens Gods wil bidt en vast? Bidt en vast jij voor dingen die God eer en glorie brengen? Openbaart de Bijbel duidelijk dat dit Gods wil voor jou is? Als wij iets vragen dat God niet eert of iets vragen dat niet overeenkomt met Zijn wil voor onze levens, dan zal Hij ons niet geven waar we om vragen, ongeacht of we vasten. Hoe kunnen we weten wat Gods wil is? God belooft ons wijsheid te geven als we er om vragen. Jakobus 1:5 vertelt ons: “Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven.”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Secrets of Fatima by Mother Angilica

Standaard

category / categorie: video

 

 

 

 

Secrets of Fatima by Mother Angilica

 

De geheimen van Fatima door Moeder Angilica

 

 

 

 

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus”.
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij‘’.
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt”.

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.

Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deuteronomy, Deuteronomium 11 / Israël moet Gods geboden onderhouden

Standaard

Categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Deuteronomium 11 1 – 32 Mozes vermaant Israël opnieuw Gods geboden te onderhouden

 

 

Deuteronomy, Deuteronomium 11 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

Zegen en vloek in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

Koning Balak vraagt aan Bileam om het machtige volk Israël te vervloeken. Hij gaat ervan uit dat deze vloek een negatieve uitwerking zal hebben op het volk; het lijkt de enige kans dat de Moabieten de strijd zullen winnen (Num.22). Is dit bijgeloof of heeft een vloek echt zoveel macht? De Israëlieten moeten in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim. Op elk van de bergen komen zes stammen te staan en zij moeten de zegen en de vloek uitspreken (Deut.27). Wat is de betekenis van deze ceremonie?

.

.

We kunnen deze vragen uit historische interesse stellen, maar het is ook duidelijk dat ‘zegen en vloek’ in
onze samenleving steeds actueler worden. In de christelijke gemeente wordt vaak een zegen uitgesproken, bijvoorbeeld aan het eind van een dienst of bij een huwelijkssluiting. Maar hoe komt het dat er bijna nooit een vervloeking klinkt?

Uit contacten met beoefenaars van occulte praktijken en aanhangers van andere godsdiensten blijkt dat er soms veel waarde gehecht wordt aan vervloekingen. Men gelooft in de werking van deze zwarte magie, en zelfs dat deze kan doorwerken in de generaties. En aan de andere kant is er ook de witte magie die mensen genezing en voorspoed moet brengen.

We geven aandacht aan dit onderwerp door met name stil te staan bij de eerste Bijbelboeken. Daarbij ligt de nadruk meer op ‘vervloeking’ dan op ‘zegening. Het is van belang te beseffen dat het woord ‘vloek’ in de Bijbel niet hetzelfde betekent als wat er in onze maatschappij meestal onder wordt verstaan: het oneerbiedig en profaan gebruiken van de naam van God.

Een vloek in de Bijbel betekent een vervloeking in de naam van God of andere goden, met de bedoeling dat Gods straf een bepaalde persoon zal treffen. Het lichtvaardig en ongeoorloofd gebruik van de naam van God valt onder het verbod van Ex.20:7, maar wordt met andere woorden omschreven dan ‘vloek’.

Uit de Bijbel wordt duidelijk dat het van groot belang is de zegen van God te ontvangen. Die is nodig voor vruchtbaarheid, voorspoed, bescherming, bevrijding, genezing, bewaring, kracht en om verhoogd en begunstigd te worden. Het ideaal is een gezegend leven; daarentegen is een leven zonder Gods zegen, of een leven onder Gods vervloeking het ergst denkbare (Ps.129:8; Jer.17:5-6; 20:14), want dat betekent hongersnood, ziekte en alle mogelijke tegenslagen, zodat het niet meer mogelijk is om te leven (Deut.28).

Mensen kunnen ook elkaar vervloeken, maar omdat in Israël het eigenlijke subject van de zegen en vloek
de Heer is (Num.6:27; 23:8,26), kan Hij in zijn vrijheid de zegen in een vloek (Mal.2:2) en de vloek in
een zegen veranderen (Deut.23:5 en Neh.13:2).

.

.

De priesterlijke zegen (Num.6)

.

Uit diverse geschiedenissen kunnen we opmaken dat allerlei personen een zegen kunnen en mogen uitspreken. Noach, de aartsvaders, Mozes, Jozua, David en Salomo. Maar in bijzondere mate zijn het de priesters, de zonen van Aäron, die een zegen mogen uitspreken en daarmee de naam van JHWH op het volk leggen (Num.6:22-27). Volgens Deut.10:8 is het één van de hoofdfuncties van de priesters om de Israëlieten te zegenen :

‘Toen zonderde de HERE de stam van de Levieten af om de ark van het verbond des Heren te dragen, voor de Here te staan om Hem te dienen, en in zijn naam te zegenen tot op deze dag.’ De macht van de zegen is direct verbonden met de bereidheid en de macht van God om de zegen te verstrekken.

In 2Kr.30:27 staat :

‘Toen stonden de Levitische priesters op en zegenden het volk, en hun stem werd gehoord; hun gebed kwam tot in zijn heilige woning, tot in de hemel.’

Hier worden zegen en gebed parallel geplaatst en daardoor tot op zekere hoogte gelijkgeschakeld. Het is een spreken vanuit een goddelijke opdracht, waarbij verwacht wordt dat de woorden effect hebben. Daarom staat er ook in het volgende vers dat deze handeling betekent ‘mijn naam op de Israëlieten leggen’ en de belofte ‘en Ik zal hen zegenen’ (vs.27). De vervulling is echter geen automatisme, maar hangt mede af van de gehoorzaamheid van de Israëlieten.

.

Woorden voor zegen en vloek

.

De woorden voor zegen en zegening komen maar liefst 516 keer voor in de Bijbel, terwijl de begrippen
die verband houden met vervloeken 199 keer aangetroffen worden. De laatste categorie is 180 keer aanwezig in het OT, terwijl het NT slechts aan een aantal van 19 komt. Deze getallen vormen een belangrijke aanwijzing voor de belangrijkheid van de woorden die nu onderzocht worden.

Het boek Job gebruikt ‘zegenen’ zeven maal in het raamwerk (hfst. 1, 2 en 42), waarvan vier keer in de betekenis van ‘vervloeken’. De SV vertaalt de uitspraak van de vrouw van Job heel letterlijk met ‘Zegen God en sterf’, terwijl de NV de bedoeling weergeeft met: ‘Zeg God vaarwel en sterf!’ (2:9; vgl. 1:5).

De houding van Job, in het zegenen van God, is een aanzet tot een latere ontwikkeling dat de zegen niet gelijk is aan voorspoed; zegen behoeft het lijden niet uit te sluiten.  Soms heeft de vloek de vorm van een gebed voor goddelijk ingrijpen, zoals in Jer.18:21-23. Tevensmoet er iets zijn bij het slachtoffer, waardoor de vloek geldigheid kan krijgen, want een onverdiende vervloeking werkt niet:

‘Gelijk een mus wegfladdert en een zwaluw heenvliegt, zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel’ (Spr.26:2). Een niet te rechtvaardigen vloek kan zelfs terugkeren op de persoon die hem heeft uitgesproken (Ps.109:17-20).

.

.

 Gods vervloekende uitspraken

.

Zoals reeds aangegeven, is het van belang dat de vervloeking in naam van God uitgesproken wordt. Maar het is ook mogelijk dat God zelf een negatieve, vervloekende uitspraak over iemand doet. De eerste keer dat we dit tegenkomen in de Bijbel, is de uitspraak over de slang die Adam en Eva verleid heeft. De slang krijgt te horen:

‘Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte van het veld’ (Gen.3:14). Het is opmerkelijk dat Adam en Eva wel gestraft, maar niet vervloekt worden. Ze zullen voortaan moeten zwoegen op de aarde die vervloekt wordt en doornen en distels voortbrengt (3:17; vgl. 5:29).

Het feit dat de eerste mensen niet vervloekt worden, is een teken van hoop te midden van alle donkere gebeurtenissen. In het volgende hoofdstuk staat de doodslag van Kaïn op zijn broer Abel beschreven. Als straf krijgt de moordenaar het volgende oordeel te horen:

‘Vervloekt bent u, ver van de bodem die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen’ (4:11).

Maar als Kaïn bezwaar maakt tegen de zware straf, krijgt hij goddelijke bescherming.

‘Ieder, die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten’ (4:15).

Hoewel het woord hier niet gebruikt wordt, kan deze uitspraak als een voorwaardelijke vloek opgevat worden.

Wanneer later Abram geroepen wordt om naar Kanaän te gaan, krijgt hij van Godswege mee :

‘wie u vervloekt/verwenst, zal Ik vervloeken’ .

In Lev.26 en Deut.28 staan zegeningen en vervloekingen die gekoppeld zijn aan de houding van de Israëlieten tegenover het verbond. Deze uitspraken worden door Mozes in Gods naam gedaan.

.

.

 Mensen vervloeken anderen in Gods naam

.

De eerste keer dat een mens een vervloeking uitspreekt over een ander, is gedocumenteerd in de geschiedenis van Noach. Hij spreekt:

‘Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders’ (9:25).

De latere geschiedenis bevestigt de uitwerking ervan. Isaak zegent zijn beide zonen, en spreekt een vloek uit over wie Jakob zou vervloeken (Gen.27:29; vgl. 12:3). De Filistijn Goliat vervloekt David bij zijn goden (1Sam.17:43). Simi vervloekt David tijdens diens vlucht uit Jeruzalem (2Sam.16:5- 14). Beide verwensingen en vervloekingen blijken echter niet te werken ten opzichte van Gods verkoren koning. Dit is een belangrijke aanwijzing dat zegen en vloek niet magisch werken, maar afhankelijk zijn van goddelijke activiteit.

In het boek Richteren staat beschreven dat de moeder van de leviet Micha een vervloeking heeft uitgesproken over de dief van elfhonderd zilverstukken. Micha heeft die uitspraak gehoord en gaat naar zijn moeder toe om te erkennen dat hij het geld weggenomen heeft. Daarop verandert de moeder de vervloeking in een zegen:

‘Gezegend zij mijn zoon door de HERE’ en zij besluit om het geld voor de dienst van God te besteden, al doet ze dat op haar eigen manier (Ri.17:1-3).

Spr.26:2 geeft aan dat een vloek zonder grond geen schade zal doen (zie par. 3; vgl. ook Ez.13:18-23). Wanneer Israël leeft naar Gods wil, zal Hij beschermen tegen kwade machten en wie Hij zegent, zal gezegend zijn. Dus theoretisch was het mogelijk dat Bileam, een afgodendienaar in het Oude Testament, vervloekingen had uitgesproken die toch geen uitwerking hadden.

Het is onjuist een magische opvatting van vloeken te hebben, waardoor God wel ‘verplicht’ is geweest het uitspreken van deze negatieve woorden te verhinderen. God laat in de geschiedenis van Bileam zien dat Hij regeert, en kwade voornemens kan ombuigen, maar zelfs wanneer de vervloekingen geuit worden, kan Hij zijn volk behoeden. Problemen ontstaan uiteraard als Hij zijn bescherming terugtrekt, gewoonlijk vanwege zonden van de Israëlieten. Dan krijgen kwade machten meer mogelijkheden.

.

 Verbondszegen en -vloek in verbondsteksten

.

Er zijn veel overeenkomsten met zegen- en vloekbepalingen van oude verdragsteksten. De zegen en de vloek worden op mensen gelegd en de verwerkelijking van deze bepalingen is afhankelijk van hun gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid. Het is duidelijk de God van Israël die de zegen verleent of straft. Wanneer later koning Josia de profetes Chulda om raad vraagt met betrekking tot het gevonden wetboek, zegt zij:

‘Zo zegt de HERE: zie, Ik breng onheil over deze plaats en over haar inwoners: al de vervloekingen die geschreven staan in het boek dat men de koning van Juda heeft voorgelezen’ 

De inwoners hebben de wetten overtreden, de inzetting ontdoken en het eeuwig verbond verbroken.
Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten (vgl. ook Dan.9:11 en Zach.5:3).
De uitwerking van de vloek betekent hier oordeel en onheil dat mensen treft. Overigens is het na uitvoering van de straf, die zelfs tot ballingschap kan leiden, mogelijk dat het volk tot inkeer komt en dat het weer gezegend wordt. Dit gebeurt op grond van Gods trouw aan zijn verbond met de aartsvaders (Lev.26:40-45 en Deut.30:1-10). De Here zal dan zelfs de vervloekingen op hun vijanden leggen.

.

.

Zegen- en vloekceremonie

.

Mozes geeft opdracht dat Israël in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim moet gaan voor een
speciale ceremonie, om hun verantwoordelijkheden te benadrukken. Het volk moet een keuze maken tussen de zegen en de vloek (Deut.11:26-30). Bij de plaats Sichem moeten zes stammen op de berg Gerizim gaan staan om het volk te zegenen en zes op de berg Ebal voor de vloek (Deut.27:11-26). De inhoud ervan wordt niet genoemd, maar wel staan er twaalf vervloekingen die door de Levieten uitgesproken moeten worden.

Het gehele volk moet deze uitspraken beamen. Later leidt Jozua de Israëlieten naar de Ebal en de Gerizim, en daar wordt de ceremonie uitgevoerd (Joz.8:30-35). De twee bergen zijn voor altijd het zichtbare symbool van de twee mogelijkheden die God het volk voorhoudt. Het volk neemt door het uitspreken van ‘amen’ de inhoud van het verbond op zich en spreekt zelf uit dat een vervloeking mag komen wanneer men ongehoorzaam is.

.

Het Nieuwe Testament

.

Jezus spreekt in Mat.25:31-46 over het toekomstige oordeel. Dan zal Hij ‘de gezegenden’ welkom heten en ‘de vervloekten’ van zich stoten. Hun bestemming heeft te maken met de manier waarop ze zich in dit leven opgesteld hebben ten opzichte van zijn minste broeders en daarmee ten opzichte van Hem. De Heiland roept zijn volgelingen op om hun vijanden lief te hebben, te zegenen wie hen vervloeken en te bidden voor hen die smadelijk tegen hen handelen (Luc.6:27-28). De apostelen trekken die lijn door ten
opzichte van vervolgers en kwaaddoeners (Rom. 12:14; 1Pet.3:9).

Maar tegen dwaalleraren met valse leringen en praktijken of mensen onder invloed van een kwade macht (bv. Hand.13:6-12), die het Evangelie tegenwerken en verdraaien, worden wel vervloekingen uitgesproken. In 1Kor.16:22 staat het anathema:

‘Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt’.

.

zegening door het bloed van Christus

Pasteltekening van John Astria

.

Actualiteit

.

Mensen mogen niet zomaar een zegen en vloek uitspreken. In de eerste plaats is van belang in wiens naam (met welk gezag) deze woorden gezegd worden en in de tweede plaats zijn geloof en leven van de ontvanger belangrijk. Wat de zegen betreft: in de eenheid van spreken en aanvaardend luisteren wordt de aanwezigheid van God op de levensweg beloofd. De zegen is met Gods gebod verbonden.

In de actuele discussie over inhoud en zin van zegenhandelingen is het daarom nodig een grens te trekken, omdat eis en belofte niet van elkaar te scheiden zijn. Net zo min als er ‘goedkope genade’ is, is er een ‘goedkope zegen’. Het zegenen van ongeoorloofde oorlogen, en het zegenen van ongeoorloofde relaties is daarom een innerlijke tegenstrijdigheid. Wie een zegen wil ontvangen, zal ook rekening moeten houden met de mogelijkheid van vervloeking. De werking van de zegen en vloek hebben immers alles te maken met de houding tegenover God.

De vloek heeft in de theorie en praktijk van het protestantisme bijna geen betekenis meer, maar de interesse in zegenhandelingen neemt sterk toe. Om magisch misverstand te voorkomen, is de zegen vanaf de 17e eeuw vaak als zegenwens of zegenbede opgevat. Echter, een zegenwens is geen zegen in de eigenlijke zin van het woord, want hij richt zich niet op de medemens maar op God, en wordt niet meegedeeld.

De laatste jaren komt er wel meer belangstelling voor de doorwerking van vloeken die te maken hebben met occulte praktijken. Wanneer mensen de door God gegeven grens overschrijden en zich bezighouden met verboden praktijken (Deut.18:9-14) kan dat een occulte belasting met zich meebrengen. Ook kunnen mensen in de naam van allerlei goden ( demonen ) of van satan een vervloeking over anderen uitspreken. Ook een zelfvervloeking komt voor, bijvoorbeeld in de eden die leden van de Vrijmetselarij zweren; wanneer men uit deze beweging stapt en geheimen verraadt, rusten zelfvervloekingen op hen en hun nageslacht.

In het NT staan geen teksten die de vloek direct verbinden met de opeenvolging van de geslachten, maar het is wel zo dat de zonde van Adam doorwerkt in alle volgende generaties (Rom.5) en dat Paulus bij de heidenen een proces ziet waarin de waarheid in ongerechtigheid ten onder is gehouden, waardoor daar de meest verkeerde handelingen plaatsvinden (Rom.1).

We moeten voorzichtig zijn om de veroordeling ‘tot in het derde en vierde geslacht’ (Ex.20:5; Deut.5:9) en de uitsluiting van zelfs het tiende geslacht (Deut.23:2-3) ongewijzigd over te brengen naar onze tijd, maar de zojuist genoemde gedeelten uit de brief aan de Romeinen en de pastorale praktijk maken wel duidelijk dat er een langdurige doorwerking in de generaties kan plaatsvinden.

Bestudering van de gehele Bijbel leert ons, dat in Genesis (voor de tijd van het verbond aan de Sinaï) en ook in het NT, God zijn normen stelt die zegen met zich meebrengen, maar dat ongehoorzaamheid straf en vervloeking opleveren.

De kern van de zaak is in de gehele Schrift terug te vinden, maar het is waar dat de sterk aards gekleurde zegen en vloek in het NT een andere gedaante krijgen. Daar is het lijden om Christus’ wil, en daarmee
verdrukt worden door een vijand, een erezaak geworden (Mat.5:11). We moeten oppassen om ‘het lijden
van deze tegenwoordige tijd’ (Rom.8:18) niet uitsluitend negatief te zien. God wil voor zijn kinderen alles
laten meewerken ten goede (8:28).

Omdat in het NT het leven na de dood een veel grotere plaats inneemt dan in het OT, komen veel zaken in een ander perspectief te staan. Het NT verscherpt in zekere zin zegen en vloek. Want de onrechtvaardigen zullen niet slechts gestraft worden met honger of ballingschap, maar worden uitgesloten uit het Koninkrijk van God (1Kor.6:9-10).

Terwijl Paulus elders eerst schrijft dat zij die zich door de Geest laten leiden niet onder de wet zijn, voegt hij eraan toe, dat zij die de werken van het vlees doen, zoals onreinheid, toverij, nijd en dronkenschap, het Koninkrijk niet zullen beërven (Gal.5:18-21). Petrus roept op tot een levenswandel van liefde en barmhartigheid, en om geen kwaad met kwaad te vergelden, ‘maar zegent integendeel, omdat u hiertoe geroepen bent, dat u zegen zou beërven’ (1Pet.3:8-9). Een christen zal op deze wijze dus zeker zegen ontvangen.

Wie vertrouwt op God en de geestelijke wapenrusting aandoet (Ef.6), zal veilig zijn tegen de vele vurige pijlen die de boze op ons afvuurt. Dan geldt de belofte van 2Tes.3:3 :

‘Getrouw is de Here, die u sterken zal en u bewaren voor de boze’.

Maar wie zich met verboden zaken inlaat en zondigt, zal daar de negatieve gevolgen van ervaren. Terwijl tot de zondaren gezegd wordt ‘Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler’ klinkt tot de gelovigen:

‘wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd’.

De reden daarvoor is, dat Christus spoedig komt en zijn loon bij Hem is, om een ieder te vergelden naar dat zijn werk is (Op.22:11-12). Zegen en vloek komen zo in eeuwigheidsperspectief te staan.

.

.

.

.

Deuteronomy 9-10 – Skip Heitzig

Standaard

Category, categorie: he Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

Deuteronomium 8 1 – 20 Israël tot gehoorzaamheid vermaand
Deuteronomium 9 1 – 29 Waarschuwing aan Israël tot ootmoedigheid

.

Deuteronomy 9-10 – Skip Heitzig