Tagarchief: stammen

Contradicties in de bijbel : deel 5

Standaard

categorie : religie 

 

 

 

 

jezus_bijbel

 

.

1 Koningen 4:26 vs. 2 Kronieken 9:25

 

1 Koningen 4:26 (Statenvertaling)
26 Salomo had ook veertig duizend paardenstallen tot zijn wagenen, en twaalf duizend ruiteren.

2 Kronieken 9:25 (Statenvertaling)
25 Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.

(In sommige vertalingen, waaronder de Nieuwe Bijbel Vertaling 2004 en de Groot Nieuws Bijbel, is 1 Koningen 4:26 geclassificeerd als 5:6.)

Dit is opnieuw de Statenvertaling, want in de NBG ’51 vertaling staat er ‘veertigduizend kribben.’ In de NBG dus geen tegenstrijdigheid. Maar in de grondtekst staat in beide verzen precies hetzelfde woord in precies dezelfde context, dus denk ik niet dat hierin de oplossing ligt.

Waarschijnlijk is de contradictie ontstaan door een kopieerfout in Koningen. 4000 paardenstallen is een realistisch aantal voor een land van die grootte en past beter bij het aantal ruiters.

Het is slechts een klein verschil in spelling, dus deze oplossing is niet onredelijk.

 

 

 

1 Koningen 5:16 vs. 2 Kronieken 2:2

 

1 Koningen 5:16
16 behalve Salomo’s hoofdopzichters over de arbeid, drieduizend driehonderd, die aangesteld waren over het volk dat de arbeid verrichtte.

2 Kronieken 2:2
2 En Salomo wees een getal aan van zeventigduizend man lastdragers, tachtigduizend steenhouwers in het gebergte en drieduizend en zeshonderd opzichters over hen.

Er zijn verschillende oplossingen geopperd, maar ik zou toch gaan voor een kopieerfout in 1 Koningen, waar oorspronkelijk ook 3.600 stond. Dit wordt ondersteund door de LXX, waar in beide verzen 3.600 genoemd wordt.

 

 

 

1 Koningen 7:26 vs. 2 Kronieken 4:5

 

1 Koningen 7:26
26 Haar dikte was een handbreed en haar rand was in de vorm van een bekerrand, een leliekelk. Zij had een inhoud van tweeduizend bath.

2 Kronieken 4:5
5 Haar dikte was een handbreed en haar rand had de vorm van een bekerrand, van een leliekelk. Zij had een inhoud van drieduizend bath.

Koningen en Kronieken zijn niet op hetzelfde moment geschreven en maten kunnen veranderen, dat is over de eeuwen regelmatig gebeurd en zou in dit geval ook gebeurd kunnen zijn. Maar er zijn andere mogelijkheden.

‘Die hard’ aanhangers van de ‘KJB’ (zij noemen het de King James Bible, maar over het algemeen is deze vertaling bekend als King James Version, dus KJV) zijn van mening dat de King James de enige goede vertaling is. Ze doen uitspraken als:

One of the proofs of the true Holy Bible, which in English is the King James Bible of 1611, is that it contains no proveable errors.
Will Kinney

Ze lossen de contradictie als volgt op:

1 Koningen 7:26
26 And it was an hand breadth thick, and the brim thereof was wrought like the brim of a cup, with flowers of lilies: it contained two thousand baths.

2 Kronieken 4:5 (King James Bible)
5 And the thickness of it was an handbreadth, and the brim of it like the work of the brim of a cup, with flowers of lilies; and it received and held three thousand baths.

2 Kronieken 4:5 bevat een extra werkwoord, namelijk ‘received.’ In de grondtekst staat dat extra werkwoord er inderdaad (‘chazaq’), hier rood gedrukt:

Letterlijk staat er: ‘chazaq bath drie duizend bevat.’

De KJV aanhangers zeggen, op grond van dit extra werkwoord, dat de ‘zee’ (zoals het genoemd werd) in Kronieken tot haar maximale capaciteit gevuld werd, terwijl 1 Koningen aangeeft hoeveel water de ‘zee’ normaal bevatte.

 

 

full11893219

 

.

 

1 Koningen 8:15,16 vs. 2 Kronieken 6:4-6

 

1 Koningen 8:15,16
15 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn hand volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 16 van de dag af, dat Ik mijn volk Israël uit Egypte leidde, heb Ik geen stad uit alle stammen van Israël verkoren om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, maar Ik heb David verkoren om over mijn volk Israël te heersen.

2 Kronieken 6:4-6
4 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn handen volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 5 van de dag aan, dat Ik mijn volk uit het land Egypte leidde, heb Ik geen stád uit alle stammen van Israël verkoren, om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, en geen mán verkoren, om vorst te zijn over mijn volk Israël; 6 maar nu heb Ik Jeruzalem verkoren, opdat mijn naam daar zijn zou, en heb Ik David verkoren, opdat hij over mijn volk Israël zou heersen.

Dit zijn twee citaten van God, die iets verschillen. Maar dit is niet tegenstrijdig, Kronieken is een aanvulling op Koningen. Dat betekent niet dat Koningen fout is, maar dat betekent simpelweg dat de schrijver van Koningen een kleiner gedeelte van Gods uitspraak geselecteerd heeft dan de auteur van Kronieken. Zie ook Matteüs 27:37 vs. Markus 15:26 vs. Lukas 23:38 vs. Johannes 19:19.

Merk wederom op dat veel Bijbelse citaties in feite parafrases zijn en dus niet exact weergeven wat er gezegd is. Waar het om gaat is dat de inhoud correct wordt weergegeven.

 

 

 

1 Koningen 16:8 vs. 2 Kronieken 16:1

 

1 Koningen 16:8
8 In het zesentwintigste jaar van Asa, de koning van Juda, werd Ela, de zoon van Basa, koning over Israël te Tirsa; twee jaar.

2 Kronieken 16:1
1 In het zesendertigste jaar der regering van Asa trok Basa, de koning van Israël, op tegen Juda en versterkte Rama, om alle verkeer van en naar Asa, de koning van Juda, te verhinderen.

De contradictie is hier dat Basa in het 26ste jaar van Asa stierf, maar in het 36ste jaar van Asa nog de stad Rama liet fortificeren. En dat is onmogelijk, want toen was hij al 10 jaar dood.

Deze tegenstrijdigheid wordt over het algemeen opgelost door te veronderstellen dat 2 Kronieken 16:1 eigenlijk spreekt over het zesendertigste jaar sinds het bestaan van het Zuidelijke Koninkrijk. Het Hebreeuwse woord voor ‘regering’ is ‘malkuwth,’ wat ook ‘koninkrijk’ kan betekenen.

In dat geval zou het om het 16de jaar van Asa gaan, dus tien jaar voor Basa’s dood.

 

 

 

1 Koningen 22:23 vs. Hebreeën 6:18

 

1 Koningen 22:23
23 Nu dan, zie, de HERE heeft een leugengeest gegeven in de mond van al deze profeten van u, en de HERE heeft onheil over u besloten.

Hebreeën 6:18
18 opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.

Ik raad iedereen aan de context van 1 Koningen 22 te lezen.

In Deuteronomium 28:20 staat dat de straf voor Israëls goddeloosheid verwarring zou zijn. Zo is de verwarring die God sticht aan het hof van koning Achab Gods oordeel voor zijn goddeloosheid.

Als je het verhaal in 1 Koningen 22 leest, zie je dat Achab eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd is in de waarheid (net als in de tijd van Jeremia). Hij verzamelde valse profeten om zich heen, omdat die hem vertelden wat hij wilde horen. De Bijbel zegt over zulke mensen:

Ezechiël 14:4
4 Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een  ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en  den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt,  en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden  naar de menigte zijner drekgoden;

Principe: de straf voor graag in de leugen verkeren, is in de leugen blijven. De straf komt overeen met de misdaad.

Maar merk op dat zowel in Jeremia’s tijd, als in dit geval van koning Achab, God de Israëlieten niet over liet aan de leugens die de valse profeten hen vertelden. Ze kregen alsnog de waarheid te horen, in Achab’s geval via de dienst van de profeet Micha.

Samenvatting:

  • De straf voor goddeloosheid is verwarring (en Achab was zeer goddeloos).
  • Achab wilde de waarheid niet horen.
  • De straf voor graag in de leugen verkeren is in de leugen blijven.
  • Ondanks alles vertelt God alsnog de waarheid, zelfs over de manier waarop de profeten bij hun leugens kwamen.

Als God werkelijk wilde liegen, zou Hij de waarheid niet openbaar gemaakt hebben.

 

 

 

2 Koningen 8:26 vs. 2 Kronieken 22:2

 

 

2 Koningen 8:26
26 Tweeëntwintig jaar was Achazja oud, toen hij koning werd; hij regeerde een jaar te Jeruzalem; zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri, de koning van Israël.

2 Kronieken 22:2
2 Achazja was tweeënveertig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde één jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri.

Opnieuw een kopieerfout, zou ik zeggen. Tweeëntwintig is het juiste getal, dit wordt ondersteund door sommige LXX en Syrische manuscripten.

 

 

 

2 Koningen 24:8 vs. 2 Kronieken 36:9

 

2 Koningen 24:8 (Statenvertaling)
8 Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem.

2 Kronieken 36:9 (Statenvertaling(
9 Acht jaren was Jojachin oud, als hij koning werd, en regeerde drie maanden en tien dagen te Jeruzalem, en deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN.

Eén van de mogelijke verklaringen die hiervoor gegeven wordt is dat Josia, Jojakin’s grootvader (ik gebruik de NBG namen, dus Jojakin i.p.v. Jojachin), Jojakin benoemde als opvolger, vlak voordat Josia optrok tegen de Egyptenaren, waarbij hij om het leven kwam. Toen zou Jojakin ongeveer acht jaar oud geweest moeten zijn.

Josia zag dat zijn zonen (1 Kronieken 3:15) goddeloos waren en hoopte dat Jojakin het er beter van af zou brengen. Hij zou er geen probleem mee gehad hebben een achtjarige op de troon te zetten, aangezien Josia zelf acht was toen hij koning werd (2 Koningen 22:1).

De enige manier waarop een kleinzoon troonopvolger kon zijn, terwijl zijn vader en ooms nog in leven waren, was via een adoptie waardoor hij ‘officieel’ de zoon werd van Josia. Zijn vader en ooms werden dus tevens zijn broers. Deze oplossing geniet Bijbelse ondersteuning:

Matteüs 1:11
11 Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.

Jechonja is een andere naam voor Jojakin (zie 1 Kronieken 3:16). De broeders in dit vers zijn eigenlijk zijn ooms en vader.

2 Kronieken 36:10 (NBV 2004)
10 Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachin’s broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.

Hier wordt Sedekia, een oom van Jojakin, zijn broer genoemd. Dit kan alleen als Josia hem als zoon aangenomen heeft. (Er moet toegegeven worden dat het woord voor ‘broer’ een wat bredere betekenis heeft en ook bloedverwant kan betekenen. Maar in veruit de meeste gevallen is het gewoon broer.)

Maar het volk koos Joachaz als Josia’s opvolger, die maar drie maanden regeerde. Daarna regeerde Jajokim voor elf jaar (dit moet dan een naar boven afgerond getal zijn). Toen besteeg Jojakin eindelijk de troon, op zijn achttiende.

Dus volgens deze uitleg geeft 2 Kronieken 36:9 de leeftijd waarop hij officieel koning werd, terwijl 2 Koningen 24:8 aangeeft wanneer hij werkelijk de troon besteeg.

Het alternatief voor deze enigszins speculatieve oplossing is een kopieerfout in één van de teksten. Het betreft een getal, en getallen zijn extra kwetsbaar voor kopieerfouten.

 

 

 

2 Koningen 25:8,9 vs. Jeremia 52:12,13

 

2 Koningen 25:8,9
8 Daarna, in de vijfde maand, op de zevende van de maand – dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnessar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, de dienaar van de koning van Babel, te Jeruzalem, 9 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen in Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.

Jeremia 52:12,13
12 Daarna, in de vijfde maand, op de tiende van de maand – dat jaar was het negentiende jaar van koning Nebukadressar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, die voor het aangezicht van de koning van Babel stond, te Jeruzalem, 13 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen van Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.

De 17de-eeuwse historicus Archbishop James Ussher sprong flexibel om met deze schijnbare tegenstrijdigheid:

3416d AM, 4126 JP, 588 BC
850 On the seventh day of the fifth month (Wednesday, August 24), Nebuzaradan, captain of the guard, was ordered by Nebuchadnezzar to enter the city. {2Ki 25:8} He spent two days preparing provisions. On the tenth day that month (Saturday, August 27), he carried out his orders. He set fire to the temple and to the king’s palace. He also burned all the nobleman’s houses to the ground, with all the rest of the houses in Jerusalem. {Jer 52:13 39:8}
James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 104

Er zijn allicht wel meer verklaringen te bedenken. Het is, zoals altijd, aan de scepticus om te bewijzen dat de twee verslagen werkelijk niet te harmoniseren zijn.

 

 

 

2 Koningen 25:19 vs. Jeremia 52:25

 

2 Koningen 25:19
19 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.

Jeremia 52:25
25 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en zeven mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.

Vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, of zeven? Een vroege kopieerfout schijnt de enige oplossing, aangezien ook de LXX deze contradictie bevat. Dit is ook één van de weinige gevallen waarin we niet kunnen bepalen welk getal correct is en welke niet, aangezien beiden even waarschijnlijk zijn.

 

 

 

2 Kronieken 36:1 vs. Jeremia 22:11

 

2 Kronieken 36:1
1 Daarop nam het volk des lands Joachaz, de zoon van Josia, en maakte hem koning in Jeruzalem, in de plaats van zijn vader.

Jeremia 22:11
11 Want zo zegt de HERE van Sallum, de zoon van Josia, de koning van Juda, die na zijn vader Josia koning is geworden, die uit deze plaats vertrokken is: Hij zal daar niet weer terugkeren,

Joachaz en Sallum waren één en dezelfde persoon. Archbishop James Ussher schrijft hierover in zijn Annals of the World:

3371c AM, 4081 JP, 633 BC
732 In this year, Josia had a son called Shallum or Jehoahaz by Hamutal, the daughter of Jeremiah of Libnah. He was made king after his father at the age of twenty-three years. The people chose him as king, passing over his older brothers. {2Ki 23:30,31} [E79] It seems the name of Shallum was changed to Jehoahaz for good luck, as the other Shallum, the son of Jabesh, only ruled one month before he was murdered by Menahem. {2Ki 15:13,14}

James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 91

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De verloren stammen van Israël

Standaard

 De verloren stammen van Israël

.

.

De profeet Ezechiël

 

Het lot van de verloren tien stammen van Israël staat al tientallen jaren in de belangstelling. Tot ongeveer 1950 was de algemene mening het volgende: In de oorlog tegen de Assyriërs in 722 voor Christus, werd een groot deel van het volk Israël afgeslacht. De overlevenden werden door de Assyriërs in ballingschap gezonden. Zij vermengden zich met de heidenen en verdwenen als herkenbaar volk.

 

 

 

 

 

Onderscheiden volksdelen: Israël en Juda!

 

Sommige theologen zien geen onderscheid meer tussen Juda en Israël. Zij zijn van mening, dat het huidige Joodse volk niet alleen uit afstammelingen van Juda en Benjamin bestaat, maar ook uit leden van de andere tien stammen. Dat zou waar kunnen zijn, indien we naar menselijke maat meten. Uit de tien stammen hebben zich in de loop der eeuwen inderdaad beperkte aantallen bij de Joden gevoegd. Ezechiël 37:16 doet daar een verhelderende uitspraak over en uit die tekst blijkt, dat God hen daarom niet meer onder Israël telt, maar bij Juda.

Ook wordt gesteld dat het onderscheid tussen de twaalf stammen al grotendeels is weggevallen door onderlinge huwelijken. Ook dat lijkt een geldig argument. Weer dienen we te zeggen: naar menselijke maat gemeten. De Almachtige blijkt daar anders over te denken. De profeet Ezechiël is daar heel duidelijk over:

 

 

De profetie voorzegt een terugkeer van Israël

 

De profetieën van Ezechiël spreken over de terugkeer van de tien stammen van Israël in de Eindtijd. We citeren een aantal teksten uit de grondtekst.

 

Ezechiël 34:12 en 13a

Ik zal hen redden uit elke plaats waarheen zij verstrooid waren; Op de dag van wolken en dikke duisternis (= de oordelen van de Eindtijd). En zal Ik hen uit de naties tevoorschijn brengen.

De tekst spreekt over de Eindtijd. Aangezien de Joden al tientallen jaren bezig zijn terug te keren naar het land Kanaän en de Eindtijd nog niet is aangebroken, kunnen zij dus niet bedoeld zijn. Blijft over dat de tekst over de tien stammen van Israël spreekt. Dat volk is voor ons verborgen, daarom moet het tevoorschijn gebracht worden.

 

Ezechiël 34:16

De verlorene zal Ik opsporen en het verstrooide zal Ik terugbrengen.

Het Joodse volk (Juda en Benjamin) is nooit verloren geweest. Het is tot op de huidige dag herkenbaar (zoals zo schrijnend bleek bij de holocaust). Het hoeft dus niet opgespoord te worden, het volk Israël wel.

 

Ezechiël 36:24

Want Ik zal u uit de heidenvolken tevoorschijn brengen en Ik zal u verzamelen uit alle landen en Ik zal u terugbrengen naar uw eigen land.

Ook hier wordt gesproken van een volk, dat in de heidenvolken is opgegaan en daarom eerst zichtbaar gemaakt moet worden.

 

Ezechiël 37:12

Daarom, profeteer! Dan zult u tot hen zeggen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie toch! Ik zal uw graven openen en Ik zal u doen oprijzen uit uw graven, o mijn volk en Ik zal u terugbrengen naar het land van Israël.

Een dood volk herleeft. Weer een verwijzing naar de verdwenen tien stammen van Israël.

 

Ezechiël 37:16

Wat u betreft, mensenzoon: Neem houten panelen voor u en schrijf op het ene: Voor Juda en voor de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Neem dan een ander houten paneel en schrijf daarop: Voor Jozef – dat is het houten paneel van Efraïm – en geheel het huis van Israël die zijn metgezellen zijn;

Dit is een heel belangrijke uitspraak. Het spreekt over Juda en degenen van de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Dat zijn afstammelingen van de overige tien stammen, voorzover zij zich bij Juda (= de Joden) gevoegd hebben. Zij worden onder Juda geteld.

De tien stammen worden hier, onderscheidend, Jozef en Efraïm genoemd. Daarbij worden allen uit geheel het huis van Israël geteld (dus ook uit Juda en Benjamin), die daarbij horen, dus die met hen samenleven. Daarmee is de absolute scheiding tussen Israël en Juda hersteld.

 

Ezechiël 37:19

Zeg dan tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Ziet! Ik zal het houten paneel van Jozef nemen – dat in de hand van Efraïm is – en de stammen van Israël, zijn metgezellen. Dan zal Ik die bij de ander voegen – het houten paneel van Juda – en Ik zal hen tot één houten paneel maken. Zo zullen zij één worden in mijn hand.

In de Eindtijd worden Juda en Israël weer één. Dat is nog onvervulde profetie.

 

Ezechiël 37:21

Zeg vervolgens tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie Mij aan, die de zonen van Israël oppak van tussen de volken – waarheen zij ook gingen – en Ik zal hen overal vandaan verzamelen en hen terugbrengen naar hun eigen land.

Ook hier het beeld van een volk dat verdwenen is en dat door God zelf opgespoord wordt.

 

 

Regio Israël en Palestina: 9e eeuw voor Christus

 

 

Bijbel: Opmerkelijke feiten

 

Sinds de terugkeer van Juda (en Benjamin) is de belangstelling voor het lot van de overige tien stammen sterk gegroeid. Het feit, dat in die terugkeer een aantal profetieën vervuld zullen worden, bracht schriftgetrouwe onderzoekers tot de overtuiging, dat de profetieën over de tien stammen van Israël serieus genomen dienden te worden. Want de Bijbel spreekt ook over hun terugkeer. Die toenemende belangstelling stimuleerde onderzoek en zo kwamen vele feiten aan het licht.

 

 

De tien stammen van Israël worden langzaam maar zeker zichtbaar

 

Uiteenlopende bevolkingsgroepen worden genoemd als afstammelingen van Israël, of geloven dat zelf. Veel claims zijn volstrekte onzin, echter lang niet alle. Want het staat nu wel vast dat een aantal bevolkingsgroepen inderdaad van Israël afstammen. Joden en/of Israëlieten behoren helaas niet tot de meest geliefde mensen in de wereld en antisemitisme is vandaag een voortdurend toenemend kwaad.

Toch doet het wonderlijke fenomeen zich voor dat een stijgend aantal families, stammen en/of volken er aanspraak op maken, dat zij tot de verloren tien stammen van Israël behoren.

Een aantal door Joodse instanties wordt serieus genomen en onderzocht en sommige van die claims werden al bevestigd. Hier een aantal korte omschrijvingen van mogelijke kandidaten:

 

1. Lemba Joden

De Lemba wonen in Zuid-Afrika en spreken Bantu. Zij claimen van Israël af te stammen. Genetisch onderzoek heeft dat bevestigd.

 

2. B’ney Efraïm (kinderen van Efraïm)

Deze worden ook Telugu Joden genoemd. Zij wonen in Andhra Prades, in India, bij de delta van de rivier de Krishna. Ze zijn zo overtuigd van hun afkomst, dat ze Hebreeuws hebben geleerd en zich tot het Judaïsme hebben bekeerd.

 

3. B’ney Manashe (kinderen van Manasse)

Dit betreft een groep van onbekende grootte (sommigen spreken van 1-2 miljoen), die aan de noordoost grens van Manipur leven, in India en in Noord-Birma. In Birma worden zij de Lusi genoemd, dat betekent ‘de tien stammen’. In hun liederen en gebeden vinden we de naam Manasse veelvuldig terug. Zij zijn ervan overtuigd dat zij tot de stam Manasse behoren. Een deel van de B’ney Manashe heeft zich tot het Judaïsme bekeerd en vereert Jozef als hun stamvader. Zij bezitten geen geschreven geschiedenis. Echter, de overlevering spreekt van een tocht over een rood gekleurde zee (Rode Zee?) en over een wolkkolom, die hen leidde op hun zwerftocht.

 

4. Beta Israël (huis van Israël)

Dit zijn donkergekleurde Falasha’s van Ethiopische herkomst. De bevolkingsgroep telt ongeveer 120.000 leden. Hoewel een deel van hen in naam christen was, zijn ze vrijwel allen overgegaan naar het Joodse geloof. Zij zijn al als Joden erkend.

 

5. Igbo Joden

Die vinden we in Nigeria. Ze tellen ongeveer 40.000 leden. Zij spreken naast de landstaal, ook Hebreeuws. De Igbo’s beweren van Gad, Zebulon en Manasse af te stammen. Zij houden zich al eeuwen aan Joodse tradities.

 

China

In Jesaja 49:12 vinden we de volgende, intrigerende tekst, over de terugkeer van Israël: Zie, dezen komen uit de verte, genen uit het noorden en het westen, weer anderen uit het land Sinim.

Dit laatste woord (Grondtekst: çiynîym) betekent waarschijnlijk China. En ook daar vinden we sterke aanwijzingen dat daar afstammelingen van Israël leven.

 

6. Chiang Min Joden

Zij wonen in China, aan de grens met Tibet en houden een aantal Joodse religieuze gebruiken in ere. Zij kennen één God (wat heel ongewoon is in die streken) die zij Jawei noemen (Jahweh).

 

7. Kaifeng Joden

In China, in de Henan provincie, vinden we ook de Kaifeng Joden. Zij houden in hun religie en gebruiken het geloof der vaderen in stand en staan bekend als: De godsdienst die de pees verwijdert. De geschiedenis van de Kaifeng Joden gaat terug tot 1163, toen zij een synagoge bouwden. Volgens de overlevering kwamen zij in 200 v. Chr. vanuit Noord-India naar China en stammen zij af van de Joden, die onder Ezra verbannen werden (Ezra 9).

 

8. De Pashtun

Dit is een groot volk, want het telt 40-50 miljoen leden. Zij leven in Afghanistan, Pakistan en het noorden van Iran. Een deel van hen heeft waarschijnlijk Israëlische voorouders. Het oude Afghaanse koningshuis (de Mahmad Zei-familie) beweert zelfs van Mefiboseth, de zoon van Jonathan, de zoon van koning Saul, uit Benjamin, af te stammen (2 Samuël 9).

 

 

 

 

Een aantal stamnamen toont een sterke overeenkomst met de tien stammen van Israël. Zoals: Efidi of Ephriti (Efraïm), Rabbani of Rebbani (Ruben) Shinwari (Simeon), Lewani of Levoni (Levi), Daftani (Naftali), de Gaji of Ghagi (Gad) en Ashurai (Aser). Veel Pashtun dragen een amulet met daarop de Hebreeuwse woorden: Shema Yisrael (= Hoor Israël) waarmee de morgen- en avondgebeden van vrome Joden beginnen. Onder de Pashtun-stammen worden zeer veel Joodse namen gevonden, al dan niet verbasterd. De Pashtun houden een groot aantal Joodse gebruiken in stand en passen besnijdenis toe, zoals de Mozaïsche wet voorschrijft, op de achtste dag. Zij werken of koken niet op de Sabbath. En in veel huizen van de Pashtun treffen we de ster van David aan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Het Jodendom.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool Jodendom

symbool Jodendom

.

 

Ontstaan

 

Ontstaan in het nabije-oosten, op een woelig trefpunt van culturen. De eerste aartsvader, Abraham, kwam uit Ur (het huidige Iran). Een deel van de stammen verbleef lange tijd in Egypte. Rond 1300 voor Chr. volgde onder het leiderschap van Mozes de terugtocht naar Palestina. De Israëlieten werden ter plaatse steeds machtiger, getuige de instelling van het koningschap onder Saul. David en Salomon waren zijn opvolgers. Het rijk splitste zich later in een noordelijk deel (Israël) en een zuidelijk deel (Juda).

.

 

Mozes

Mozes

.


In 722 voor Chr. wordt Israël bezet door de Assyriërs en in 586 voor Chr. valt Juda voor de Babyloniërs. De tempel bestaat niet meer. Een dramatische maar betekenisvolle tijd breekt aan, de Babylonische gevangenschap, waarin het volk geestelijk op de been wordt gehouden door de profeten (Jesaja).

Na de Babyloniërs komen de Perzen. De Joden keren (gedeeltelijk) terug naar Palestina en de tempel wordt herbouwd. Na de Grieken komen de Romeinen als nieuwe overheersers. Jeruzalem wordt in 70 na Chr. belegerd en de tempel verwoest. De Joden raken verspreid over het Romeinse rijk (de diaspora) waar, in later tijden, nieuwe verbanningen (Spanje, Portugal) voor diepe treurnis zorgen.

De synagoge wordt voortaan de plaats van samenkomst en beleving van de godsdienst.
De holocaust betekent een nieuwe slag voor het jodendom. Een geheel nieuwe situatie ontstond met de stichting van de staat Israël in 1948. Voor het eerst sinds 19 eeuwen hebben de Joden hiermee weer een eigen huis.

.

 

synagogoe

synagoge

.

 

God en goden

 

Het is opmerkelijk dat het Joodse volk, omgeven door zoveel volkeren die meer goden kenden, toch altijd heeft vastgehouden aan de ene God, in medeklinkers JHWH, aanvankelijk zonder daarmee andere (mindere) goden voor andere volkeren uit te sluiten. Pas na de ballingschap is er consequent sprake van één God.

In de religieuze wereld van de oudheid staat het Joodse volk geheel alleen in z’n beleving van de ene en persoonlijke Macht die enerzijds ver boven het menselijke is verheven maar anderzijds toch met de mensen en hun geschiedenis bezig is.

.

 

Heilige boeken

 

De bijbel (van biblia=boeken), van de joden, de Tenach, kwam tot stand gedurende een lange periode en kent een grote verscheidenheid in literaire vorm (geschiedschrijving, lofzang, spreuken). De Thora (de “Wet”) bevat de vijf oudste boeken (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium), waarvan de oudste gedeelten nog op Mozes terug gaan. Van later datum zijn de boeken van de Profeten en de Psalmen.

Rond 100 na Chr. groeide de behoefte om de boeken van de bijbel goed vast te leggen, ook als reactie tegen de nieuwe sekte van de christenen die er immers ook gebruik van maakten. De grens werd gelegd bij de boeken die er al voor 500 voor Chr. geschreven waren (waarmee er een kloof ontstond met de christengemeenten die ook later ontstane Joodse boeken erkenden). De historische commentaren op de Joodse bijbel zijn verzameld in de Talmoed.

.

Tenach

Tenach

 

.

Thora

Thora

 

 

Talmoed

Talmoed

.

 

Leer

 

Er is één God die aan het begin en het einde staat van de schepping. De mens wordt op zijn daden aangesproken, God beloont het goede en straft het kwade. De Thora bevat de openbaring en leefregels voor het volk. Eens zal er een Messias komen die het Joodse volk terugvoert naar het beloofde land (wat hier letterlijk opgevat moet worden). Onreine zaken dienen vermeden te worden (bloed, menstruerende vrouw, sperma, varkens).

 

 

Leefregels

 

De leefregels zijn samengevat in de ‘Tien geboden’ zoals deze aan Mozes zijn gegeven en door hem op de twee stenen tafelen zijn vastgelegd (te vinden in Exodus, Leviticus en Deuteronomium). Daarnaast staan er met name in Leviticus een groot aantal, vaak zeer precieze voorschriften voor de sociale omgang, de voedsel-bereiding, de hygiëne, enz. waaraan de wettische Jood zich heeft te houden.

.

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

.

 

 

Richtingen

 

Door alle tijden heen heeft het Jodendom bepaalde stromingen gekend. Rond het begin van onze jaartelling waren er bv. de bekende Farizeeën (de chassidische of vrome sekte binnen het Jodendom), de Sadduceeën (een groep rond de priesters van hogere rang), de Essenen (chassidisch en in afzondering levend) en de Samaritanen (een verwant volk dat zich niet geheel aan de Wet hield). Na de verwoesting van de tempel door de Romeinen en de tweede verstrooiing leefden de Joden verspreid in de diaspora (= verspreide gebieden).

In het huidige Jodendom zijn zeer vrijzinnige groepen te vinden (met name in de USA), naast zeer orthodoxe groeperingen als de Chassidiem (de in zwart geklede mannen met ongeknipte haren). Het Chassidisme (ontstaan in de Oekraïne in de 18e eeuw) is een volkse en mystieke richting die de verwachting van de Messias ziet als actieve heiliging van het leven hier en nu.

In het oosten ontwikkelde zich begin deze eeuw een nieuwe nationalistische richting die leidde tot het Zionisme, dit is het streven om alle Joden te verenigen op historische grond, Palestina. In het huidige Israël leven de Chassidiem, de vrijzinnige Joden en een grote groep volledig geseculariseerde (= ‘ontkerkelijkte’) Joden onder de nodige spanningen tezamen.

 

 

Chassidische jood

Chassidische jood

.

 

De klaagmuur

 

De westmuur is traditioneel de westelijke muur van de Joodse tempel, die op de tempelberg  in Jeruzalem was gebouwd. Strikt genomen is de Westmuur niet een oorspronkelijke muur van het eigenlijke tempelgebouw maar is het een gedeelte van de muur dat het plateau omringt en ondersteunt waarop de eigenlijke Tempel eens stond en waar nu de rotskoepel en de Al- Aqsa moskee staan.

Het is de enige zichtbare muur, die na de voor de rest zeer grondige vernietiging van de tweede tempel door de Romeinse bezetters bezetters in 70 van de gangbare jaartelling nog is overgebleven. Doordat vele joden aan de muur klaagden vanwege de verwoesting van de tempel en de diaspora, vooral tijdens de rouw- en vastendag, wordt de muur door niet-joden vaak ook de klaagmuur  genoemd.

.

 

de Klaagmuur

de Klaagmuur

.

 

Organisatie

 

Er is geen overkoepelende organisatie. Men spreekt wel van opperrabbijnen maar deze zijn toch slechts het hoofd van een landelijke of plaatselijke groep joden.

.

 

Feestdagen en eredienst

 

De joodse kalender gaat terug op die van de Babyloniërs en kent twaalf maanden. De grote feestdagen zijn:

Jom Kipoer, de Grote verzoendag
Soekot, het Loofhuttenfeest
Channoeka, het feest van de inwijding van de tempel
Poeriem, de herinnering aan de geschiedenis rond Esther en Mordechaï
Pesach, de herdenking van de uittocht uit Egypte

De eredienst (in de Hebreeuwse taal) speelt zich af in de synagoge en is een dienst van het woord.

 

 

Jom Kipoer

Jom Kipoer

 

 

het loofhuttenfeest

het loofhuttenfeest

 

 

Channoeka

Channoeka

 

 

Poeriem feest

Poeriem

 

 

Pesah

Pesah

.

 

Enkele teksten uit de Joodse bijbel

 

  • Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is één. Gij zult de Heer uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht” (uit Deuteronomium).
  • Toen sprak God al de woorden die hier volgen. Ik ben Jahweh, uw God die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuis. Gij zult geen andere Goden hebben ten koste van Mij. Gij zult geen godenbeelden maken , geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde of in de wateren onder de aarde …  Gij zult de naam van Jahweh uw God niet lichtvaardig gebruiken, want Jahweh laat degenen die zijn naam lichtvaardig gebruiken niet ongestraft. Denk aan de sabbat, die moet voor u heilig zijn. Zes dagen kunt gij werken en alle arbeid verrichten. Maar de zevende dag is de sabbat voor Jahweh uw God….” (uit Exodus, in andere versie ook in Leviticus).

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 John Astria

John Astria

 

 

 

 

 

 

 

Een archeologisch bewijs van de 12 stammen van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Historisch bewijs voor de 12 stammen van Israël:

Dan Leshem / Tel Dan

 

Diverse archeologische ontdekkingen ondersteunen de Bijbel aangaande Jacob, zijn zonen en de duizenden jaren bewoning van het gebied Kanaän door de 12 stammen van Israël. In onderstaand artikel zullen wij 1 van de 12 stammen van Israël behandelen, de stam van Jacobs vijfde zoon Dan.

 

.

Tel Dan

.

Dan was de vijfde zoon van de aartsvader Jacob en de eerste zoon van Bilaha, Rachels slavin (Genesis 30:3). Tijdens de periode van de Richteren migreerde de stam Dan van het hun toegewezen gebied naar de ver noordelijk gelegen stad Leshem. Het Hebreeuwse woord Leshem betekent zoveel als: waardevolle steen.

De stad Leshem, in latere tijden Dan of Tel Dan genaamd (Tel = berg) werd in de tweede helft van de 19e eeuw opgegraven en vanaf 1966 is het een intensief onderzochte archeologische locatie.
In de Bijbel wordt het gebied, rondom de stad Leshem, in Richteren 18:9 omschreven als een erg vruchtbaar land: “Wij hebben het land verkend en kunnen het meteen innemen, een prachtland, ruim en vruchtbaar, waar het aan niets ontbreekt”.

.

 

 

.

Daarnaast is de stad Dan bekend geworden als 1 van de 2 locaties waar Jeroboam, de eerste (Goddeloze) koning van het noordelijke koninkrijk Israël, een gouden kalf oprichtte, zoals we kunnen lezen in 1 Koningen 12:28-29: “En na beraad met zijn adviseurs liet de koning toen twee gouden kalveren maken en zei tegen het volk: “Het is veel te veel moeite steeds de tocht naar Jeruzalem te maken; van nu af zullen deze twee beelden uw goden zijn; zij hebben u uit uw gevangenschap in Egypte bevrijd. Het ene afgodsbeeld werd in Bethel en het andere in Dan geplaatst”.

 

 

 

 

.Deze specifieke locatie is in 1976 opgegraven en daarbij zijn vele religieuze objecten gevonden, waaronder de fundering voor het altaar, zie foto (op foto incl. een frame ter indicatie van de locatie en omvang van het vroegere altaar).

 

.

 

 

 

Een kleiner stenen altaar, eveneens opgegraven in het complex kan een idee geven hoe het grote stenen altaar er ongeveer uit heeft kunnen gezien.

 

 

 

Inscriptie van Zoilos

.

In 1977 werd een ontdekking uit de Hellenistische periode (3e en 2e eeuw v.Chr.) gedaan. Een inscriptie die verwees naar de stad en stam van Dan werd niet ver van het verhoogde altaargedeelte gevonden.  De inscriptie is opgesteld in het Grieks en Aramees en daarin zwoer een zekere Zoilos (Zilas in Aramees) “bij de God die is in Dan”. Voor het eerst kon toen met zekerheid de Bijbelse naam Dan gekoppeld worden aan deze archeologische stadskern.

.

.

 

“bij de God die is in Dan, Zoilos heeft gezworen”

.

 

Daarnaast bewijst het eveneens dat het Arabische Tell el-Qadi niets meer is dan de Arabische (verbastering van de Aramese) benaming voor het Bijbelse Tel Dan, dat zodoende historisch gezien wel degelijk onderdeel was het noordelijke koninkrijk van Israël.

 

 

 

De Tel Dan stèle – Huis van David

.

Een grote archeologische vondst in de stad Dan is een inscriptie uit de 9e eeuw v.Chr. die verwijst naar het “Huis van David” en het is één van de oudste niet-Bijbelse inscripties die direct verwijst naar Koning David. De inscripties komen overeen met wat in de Bijbel geschreven staat en het verhaalt over een overwinning door een Aramese koning op de Israëlieten van het noordelijke koninkrijk, onder leiding van koning Joram.

De overwinning op het Noordelijke koninkrijk wordt op dit tablet hoogstwaarschijnlijk toegeschreven aan de Aramese koning Hazaël van Aram-Damascus, die regeerde van circa 842 v.Chr. tot 805 v.Chr. Beide Aramese koningen komen veelvuldig voor in de kronieken van 2 Koningen als gezworen vijanden van Israël en Juda.

.

.

 

De Tel Dan stéle – huis van David

 

 

Naast dat deze stèle de persoon David uit de Bijbel aanhaalt, spreekt het ook over ‘ביתדוד’ (BYTDWD) wat wil zeggen: Beth David, Huis van David. In de zinsnede er direct boven staat “MLK YSR’L”, wat koning van Israël betekent. Daarnaast spreekt het, zoals eerder vermeldt, over een andere koning die we gedetailleerd terug kunnen vinden in de Bijbel: Joram, de zoon van Achab.

Uit het bovenstaande kunnen we constateren dat we hier ook daadwerkelijk te maken hebben met de historische koning David van Israël, opvolgende koningen, de splitsing in 2 koninkrijken en hun oorlogen. Iets wat volledig overeenkomt met wat geschreven is in de Bijbel.

 

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA