Tagarchief: judas

Het evangelie van Judas.

Standaard

categorie : religie

 

 

Judasevangelie

 

Het Judasevangelie is een door de RK-Kerk als ketters veroordeelde gnostische tekst. Kerkvader Ireneus waarschuwde er rond 180 na Christus al tegen. Een afschrift van de eeuwen lang verloren gewaande tekst werd eind twintigste eeuw ontdekt en in april 2006 aan de wereld gepresenteerd.

 

 

Goede boodschap

 

Het Griekse woord ‘evangelie’ betekent letterlijk ‘goede boodschap’ of ‘blijde boodschap’. In het Nieuwe Testament wordt Evangelie gebruikt om de verkondiging van het Rijk Gods door Jezus Christus aan te duiden. Ook slaat ‘evangelie’ in het Nieuwe Testament op de door de volgelingen van Jezus, de christenen, verkondigde goede boodschap dat Hij in zijn optreden op inspirerende wijze aan Gods koningschap gestalte heeft gegeven.

 

 

Boek

 

De Blijde Boodschap werd in de kringen der christenen aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het Heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn Lijden en dood. Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.

 

 

Vier evangeliën

 

De RK-Kerk heeft uiteindelijk vier evangeliën als canoniek bestempeld en in het Nieuwe Testament opgenomen. Het gaat om teksten die worden toegeschreven aan de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hoewel onbekend is wie de geschriften nu precies hebben geschreven dan wel samengesteld, staat vast dat de teksten alle in de eerste eeuw na Christus tot stand kwamen.

 

 

 

 

Gnosis

 

In de tweede eeuw na Christus bloeiden vele scholen, die ‘Gnosis’ leerden. ‘Gnosis’ stond in het oud-Grieks voor ‘geheime kennis’ of ‘esoterisch inzicht’. Alleen wie beschikte over een geheime, aan ingewijden voorbehouden kennis van de goddelijke en kosmische orde, kon verlossing bereiken, zo meende de aanhangers van deze leer: de zogeheten ‘gnostici’. Er bestond indertijd een verwarrende veelheid aan gnostische scholen, die enigszins geordend kan worden door, uitgaande van bepaalde gemeenschappelijke gedachten, enkele stromingen te onderscheiden.

 

 

Geest tegenover materie

 

De scholen van de gnostische stroming die in de tweede eeuw na Christus een grote populariteit genoot, stelden veelal geest en materie scherp tegenover elkaar. Materie, zo leerden zij, is de ‘hechtgrond’ van al het kwade. De godheid, zuiver geest, moet volledig aan de materie, en dus ook aan onze aardse materiële wereld onttrokken zijn. De godheid kan de wereld dan ook niet geschapen hebben. De schepping is het werk van een lagere god, gelijk te stellen aan de door de filosoof Plato opgevoerde ‘demiurg’.

 

 

 

 

 

Demonen en eonen

 

De wereld, zo leerden vele gnositici in de tweede eeuw, wordt bevolkt door demonen. Tegenover deze boze wezens staan goede geesten, aangeduid met de term ‘eonen’. Deze ‘eonen’ zijn niet geschapen, maar ‘vloeien voort’ uit de hoogste godheid (‘emanatie’). Alle ‘eonen’ tezamen maken het ‘pleroma’ uit: de volheid van de godheid, oftewel een Rijk van Licht.

 

 

Goddelijke vonk

 

De mens, zo werd in gnostische kringen vrij algemeen aangenomen, is een vermenging van geest en materie. De menselijke ziel (‘geest’), is een ‘vonk’ of ‘straal’ van het goddelijk Licht, die is ingekerkerd in het menselijk lichaam (‘materie’). De ziel moet uit de materie worden bevrijd. Die bevrijding is dus alleen mogelijk door het ontvangen van geheime kennis: de gnosis, die een geestelijke opstanding uit de doden bewerkt.

 

 

Christus als ‘eoon’ en brenger der geheime kennis

 

Christus, zo verkondigden een aantal gnostici, moet worden gezien als een van de ‘uitvloeisels’ van de godheid: een ‘eoon’ dus. Hij was een goede geest die op aarde verscheen om demonen te bestrijden. Het was natuurlijk niet denkbaar dat Jezus waarlijk mens was geworden: als goddelijk, geestelijk wezen kon hij nooit werkelijk, maar alleen in schijn een materiële gedaante aannemen. Christus werd door veel gnostici niet enkel gezien als een demonenbestrijder, maar bovenal ook als Verlosser: als de goede geest die geheime kennis had geopenbaard.

 

 

 

 

 

Gnostische ‘evangeliën’

 

In verschillende teksten voerden gnostici Jezus ten tonele. Enkele van deze boeken werden door hen expliciet als ‘Evangelie’ aangeduid. Zo kenden gnostici het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie van Petrus, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Judas. Dat al deze zogenaamde ‘evangeliën’ niet zijn opgenomen in het Nieuwe Testament laat zich onder meer verklaren uit het feit, dat in deze teksten doorgaans niet Jezus en zijn boodschap centraal staat, als wel de persoon waarnaar het evangelie is vernoemd: Maria Magdalena bijvoorbeeld, of Judas.

 

 

Ireneus contra de ketters

 

De gnosis werd door de christelijke kerk fel als een gevaarlijke dwaalleer (Ketterij) bestreden. Een belangrijk bestrijder was kerkvader Ireneus van Lyon (ca 140-202 na Christus). Rond 180 na Christus schreef hij het werk ‘Tegen de Ketters’ (Contra Haereses). Ireneus vermeldt in zijn boek (I.31.1) een ketterse sekte, die naast Kaïn ook Judas zou hebben verheerlijkt.

 

 

 

 

 

Judas en zijn verraad

 

Judas Iskariot komt in het Nieuwe Testament naar voren als de leerling van Jezus, die hem voor 30 zilverlingen overlevert aan zijn vervolgers, de hogepriesters die uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis zullen bewerkstelligen. De ‘uitlevering’ van Jezus door Judas wordt door veel christenen traditioneel als ‘verraad’ gezien. Paus Benedictus XVI bevestigde deze opvatting op Witte Donderdag in 2006 tijdens een preek, waarin hij Judas Iskariot neerzette als de verpersoonlijking van de onbetrouwbare mens, voor wie geld, macht en succes belangrijker zijn dan de zo nadrukkelijk door Jezus verkondigde liefde.

 

 

 

 

 

Evangelie van Judas

 

De leden van de door Ireneus beschreven sekte zagen Judas beslist niet als de verrader van Jezus. Zij gingen, integendeel, zo ver om Judas als Jezus’ meest volmaakte leerling te verheerlijken. Judas zou, zo beschrijft Ireneus de leer van de sekte, het ‘mysterie van het verraad’ (‘mysterium proditionis’) hebben volbracht. De sekte zou volgens Ireneus over een ‘verdichtsel’ (‘confictio’) hebben beschikt, onder de titel Evangelie van Judas (‘Iudae Evangelium’).

 

 

Papyri gevonden

 

De tekst van het Judasevangelie werd, na de succesvolle onderdrukking van de gnosis door de kerk, nauwelijks nog overgeleverd. Geleerden beschouwden de tekst als verloren, totdat in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw in Egypte een pakket van aan elkaar gekleefde, dicht beschreven papyrusbladen gevonden werd. Die zogeheten ‘codex’ bevatte, naar later werd vastgesteld, onder meer een tekst met de titel ‘Evangelie van Judas’.

 

 

Tchacos

 

De codex geraakte al snel na ontdekking in handen van louche handelaren. Na de nodige omzwervingen kwamen de papyri uiteindelijk in bezit van Frieda Tchacos-Nussberger, een galeriehoudster te Genève. Onder de naam ‘Tchacos-Codex’ zijn de bladen verder bekend geworden. De Codex is door de eigenaresse ondergebracht in een stichting en zal, naar verluidt, in de toekomst aan de Egyptische overheid worden overgedragen.

 

 

 

 

 

Hype

 

De rechten op openbaarmaking van het in de Tchacos-Codex opgenomen Judasevangelie werden verworven door de Amerikaanse organisatie National Geographic. Op 6 april 2006 presenteerde National Geographic met enig spektakel het Judasevangelie aan de wereld. De organisatie trachtte, onder meer met een televisie-uitzending op 9 april 2006, een zekere hype rond het boek te creëren. In diverse media werd daadwerkelijk gespeculeerd over het wereldschokkende belang dat de tekst zou kunnen hebben voor ons beeld van het leven van Christus.

 

 

Authenticiteit en datering der papyri

 

Aan de authenticiteit van de papyri die het Judasevangelie bevatten, hoeft volgens wetenschappers niet getwijfeld te worden. Het papyrus en de inkt zijn gedateerd op de derde eeuw na Christus. De tekst van het gevonden Judasevangelie is gesteld in het koptisch, de taal die christelijke Egyptenaren in die tijd bezigden. Geleerden nemen aan dat het origineel in het Grieks gesteld zal zijn geweest. Dit origineel zou dan vóór het jaar 180, toen Ireneus zijn ketterboek schreef, moeten zijn vervaardigd.

 

 

Korte inhoud van het Judasevangelie

 

De tekst beweert een geheim verslag te zijn van een onderhoud dat Jezus met Judas Iskariot zou hebben gehad. Jezus, zo verhaalt de tekst, treft op zekere dag zijn leerlingen in gebed bijeen. Hij voegt zich bij hen, en brengt hen met gelach en geheimzinnige uitspraken van hun stuk. Alleen Judas lijkt de woorden van Jezus te begrijpen. Jezus neemt hem daarop apart, en zegt hem de geheimen van het Koninkrijk te willen toevertrouwen.

Jezus draagt inderdaad geheimen aan Judas over, die in de tekst in enig detail worden ontvouwd. Met name naar een fantasierijke kosmologie gaat veel aandacht uit. Daarbij komen ook ‘eonen’ ter sprake. De tekst eindigt tamelijk abrupt met een kort relaas van de uitlevering van Jezus door Judas. Op deze passage na besteedt het Judasevangelie aan het leven van Jezus overigens vrijwel geen aandacht; wat dat betreft brengt de tekst dus beslist geen nieuwe inzichten.

 

 

Alleen voor geleerden

 

De geheimen die in het gevonden Judasevangelie beschreven staan, kunnen, in onze tijd, alleen goed geduid kunnen worden door geleerden die veel verstand hebben van de gnostische leer. Voor de leek moet het geschrevene duister blijven. Eén van de geleerden die goed thuis zijn in de gnosis is de Nederlander Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een persbericht dat de Radbouduniversiteit op 6 april 2006, de dag van de presentatie van het Judasevangelie door de Amerikanen, deed uitgaan, tracht Van Oort de kern van het Judasevangelie inzichtelijk te maken.

 

 

Hans van Oort

 

 

‘De mens offeren’

 

Van Oort haalt onder meer naar voren dat Judas volgens het Judasevangelie de enige leerling was, die zou hebben begrepen wie Jezus werkelijk was. Judas leverde Jezus uit aan zijn vervolgers, opdat de ‘aardse’ mens, de lichamelijke verschijningsvorm van Jezus, kon sterven, en zijn ware geestelijke aard bevrijd kon worden. Jezus zelf duidt dit met zoveel woorden aan, als hij, tegen het einde van de evangelietekst, tegen Judas zegt: “Jij zult de mens offeren die mij bekleedt.” Dat hiermee een kerngedachte van de gnosis wordt verwoord, zal na het voorgaande duidelijk zijn.

 

 

Een belangrijke tekst?

 

Van Oort heeft zich, net als de Nederlandse Nieuw-Testamenticus Wim Weren, over de ontdekking en openbaarmaking van het Judasevangelie enthousiast uitgelaten. Dat is vanuit wetenschappelijk standpunt zeer goed te begrijpen. De vondst van het Judasevangelie is ook werkelijk van belang voor wetenschappers, die met de tekst hun inzicht in de Gnosis kunnen verfijnen. Voor christenen evenwel is de tekst betekenisloos. Ireneus blijkt reeds eeuwen geleden de inhoud van het geschrift op hoofdlijnen goed geschetst te hebben.

 

 

Dwaalleer

 

Kerkvader Ireneüs van Lyon bestreed de gnosis en waarschuwde tegen het Judasevangelie als een gevaarlijk ‘verdichtsel’. Op Goede Vrijdag 2006 werd in de Sint-Pieter te Rome opnieuw tegen de tekst, alsmede tegen andere, vergelijkbare geschriften gepredikt. Christelijke kerken zullen niet terugkomen op de reeds eeuwen geleden uitgesproken veroordelingen van de gnostische dwaalleer, zoals die onder meer in het Evangelie van Judas te lezen is.

 

 

 

Fragmenten uit het Judasevengelie

 

Het geheime verslag van de openbaring die Jezus meedeelde in een gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voordat hij Pasen vierde.

 

Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte hij mirakelen en grote wonderen om de mensheid te redden. En aangezien sommigen in gerechtigheid wandelden en anderen in hun overtredingen, werden de twaalf apostelen geroepen. Hij begon met hen te spreken over de mysteries buiten deze wereld en wat zou gebeuren op het einde. Vaak verscheen hij niet als hijzelf aan zijn leerlingen, maar werd hij onder hen gevonden als een kind.

… [Jezus spreekt met de twaalf] …

En den zeiden: Wij hebben de kracht’.
Maar hun geesten durfden niet voor zijn aangezicht staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken en wendde zijn gezicht af.
Judas zei tot hem: ‘Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt van het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die u gezonden beeft’.
Wetend dat Judas nadacht over iets verhevens, zei Jezus hem: ‘Neem afstand van de anderen en ik zal je de geheimen van het koninkrijk meedelen. Jij kunt het bereiken, maar je zult groot verdriet kennen. Want een ander zal in jouw plaats komen, zodat de twaalf weer volledig zullen zijn ten overstaan van hun god’.
Judas zei hem: ‘Wanneer zult u me die dingen meedelen, en wanneer zal de grote dag van licht aanbreken voor dit geslacht?’ Maar terwijl hij dit zei, verliet Jezus hem.

Judas zei tot hem: ‘Rabbi, wat voor vrucht brengt deze generatie voort?’
Jezus zei: ‘De zielen van elk mensengeslacht zuilen sterven. Maar wanneer dit volk de tijd van het koninkrijk heeft voltooid en de geest hen verlaat, dan zuilen hun lichamen sterven maar hun zielen zuilen leven en zij zuilen opgenomen worden’.

Judas zei: ‘Meester, zou het kunnen dat mijn nageslacht onderworpen is aan de heersers?
Jezus antwoordde hem: ‘Kom, dat ik … [2 regels ontbreken] …, maar je zult veel verdriet hebben wanneer je bet koninklijk ziet en heel zijn geslacht’.
Toen hij dat hoorde, zei Judas hem: Wat voor goeds is het dat ik het ontvangen heb? Want u hebt mij afgezonderd voor dat geslacht’.
Jezus antwoordde: ‘Jij zult de dertiende worden, en je zult vervloekt worden door de andere generaties, en je zult komen om over hen te heersen. In de laatste dagen den ze jouw opstijgen naar het heilige geslacht vervloeken’.

Judas zei tot Jezus: ‘Kijk, wat zullen degenen die in uw naam gedoopt zijn, doen?
Jezus zei: Voorwaar, ik zeg u: dit doopsel in mijn naam … [ongeveer 9 regels ontbreken] …
Maar jij zuùt hen den overtreffen. Want jij zult de mens offeren die mij bekleedt.
Reeds is je hoorn verheven,
je toorn ontbrand,
je ster heeft helder geschenen
en je hart …

… [verscheidene regels ontbreken of zijn moeilijk leesbaar] …

En dan zal het beeld van de grote generatie van Adam worden verheven, want die generatie is van het eeuwige koninkrijk en bestaat eerder dan de hemel, de aarde en de engelen. Kijk, des is je meegedeeld geworden. Hef je ogen op en kijk naar de wolk, het licht erin en de sterren eromheen. De ster die de weg wijst, is jouw ster’.
Judas hief zijn ogen op en zag de lichtende wok en hij trad er binnen. Zij die op de grond stonden, hoorden een stem uit de wok zeggend … grote generatie … beeld … [ongeveer vijf regels ontbreken].

Hun hogepriesters morden omdat hij de gastenkamer was binnengegaan om te bidden. Maar sommige schriftgeleerden hielden daar zorgvuldig de wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want zij waren bang voor het volk, aangezien den hem voor een profeet hielden.
Ze naderden Judas en zeiden hem: ‘Wat doe jij hier? Jij bent Jezus’ leerling’.
Judas antwoordde hen zoals zij het wensten. En hij kreeg wat geld en hij droeg hem over aan hen.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Advertenties

Het gnostische evangelie van Judas Iskariot

Standaard

categorie : religie

 

 

 

judas_iskariot_LR (01)

 

 

Is het verloren evangelie feit of fictie?

 

De National Geographic Society heeft een ontdekking gesponsord en gepubliceerd die bekend is geworden als het verloren evangelie van Judas. Dit was slechts een deel van een codex (gebonden boek uit de late oudheid of middeleeuwen) die vele verschillende geschriften uit uiteenlopende ideologieën bevatte. De kopie van dit evan-gelie is het meest spraakmakende onderdeel van een codex (boek), die in Egypte is gevonden en waarschijnlijk rond 350 na Christus gedateerd moet worden. Het is geschreven in hetzelfde koptische dialect als de beroemde Nag-Hammadigeschriften, die in 1945 werden ontdekt in een kruik in Egypte. Circa vijfenzeventig procent van de codex is leesbaar.

 

 

 Het evangelie van Judas

 

Het eerste wat men moet doen met een zogenaamd “verloren evangelie” is het zelf lezen. Wanneer men er in slaagt om je door het verloren evangelie van Judas te worstelen, zal men beamen dat het moeilijk is om er ook maar iets van te geloven. In slechts zeven pagina’s aarzelt het geschrift over de vraag of Judas de 12e of de 13e discipel was. Het schrift zegt dat Christus in andere vormen verschenen is, en vertrok om Zich naar andere, niet-menselijke “generaties” te begeven.

De tekst stelt dat Christus “uit het onsterfelijke rijk van Barbelo” afkomstig was en dat Hij de reïncarnatie van Seth was. De tekst bedoelt niet Seth, de derde zoon van Adam en Eva, maar Set, de Egyptische god van het kwaad. In de wereld van de 2de-eeuwse gnostiek, een vorm van mystiek vroeg christendom, is Barbelo de goddelijke ‘Moeder’. Zij is het eerste voortbrengsel van de ‘Ene Ware God’. Haar rijk is dus een van de allerhoogste hemelen.

Ook zegt de tekst dat Christus niet gestorven is voor onze zonden of om ons te redden, maar dat Hij in wezen zelfmoord pleegde om Zijn geest te bevrijden, die blijkbaar gevangen zat in Zijn lichaam. Verder staat er dat wij geleid worden door sterren, en dat God niet bestaat. Er is wel een soort kwaadaardige wolk die “God” baarde welke men de engel die Zelfveroorzaakt noemt. Vervolgens er zijn andere engelen en wezens die verder nergens in de Schrift genoemd worden, maar gemeengoed zijn in het Gnosticisme ( de leer van geheime, verborgen kennis )

Dit verloren Evangelie moet absoluut niet serieus genomen worden. Dit had met een gulle lach afgedaan moeten worden, maar in plaats daarvan wordt het breed uitgemeten op de National Geographic website, op televisie en in twee boeken als zou het een grote openbaring zijn. Het verloren evangelie laat ons zien wat voor troep terzijde geworpen is en geen deel mocht uitmaken van onze Bijbel. Dit soort rommel is wat de vroege Kerkleiders verwierpen tijdens bijeenkomsten zoals het concilie van Nicea en de Oecumenische Concilies.

 

 Het nep-evangelie van het Gnosticisme

 

Boeken zoals dit “Evangelie van Judas” zijn afkomstig van de Alexandrijnen. Het was Arius van Alexandrië die beweerde dat Jezus niet God.Dit was de aanleiding voor het eerste concilie van Nicea en de geloofsbelijdenis van Nicea. Rond 100 na Christus ontstond er onrust onder een groep Alexandrijnen over de snelle en onverklaarbare verspreiding van het christendom door de hele bekende wereld. Zij besloten om het christendom te vernietigen door het volk te overspoelen met nep-evangeliën die het christendom verdraaiden en vervormden totdat het niets meer voorstelde. Zij waren Gnostici, die geloofden in mystiek en kosmologie. Hun pogingen mislukten, want God is sterk. Hij is machtig genoeg om ons Zijn Woord te geven en het in stand te houden, volledig en heilig. Zijn Woord zegt:

 

 

(1 Korintiërs 15:1-2)“…het Evangelie dat ik u verkondigd heb…is uw redding. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen”

 

(2 Timoteüs 3:16) “Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd”

 

( Openbaring 22: 18-19) waarschuwt ons dat wij niets mogen toevoegen aan of weglaten uit de Schrift

 

( 1 Tessalonicenzen 5: 21)  “Onderzoek alles, behoud het goede”

 

 ( 1 Johannes 4:1) “Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen” 

 

 

Het motief voor het verraad van Judas

 

Er is ook een duidelijke ontwikkeling in de verhalen over Judas’ motief om Christus te verraden. In het oudste evangelie, dat van Markus (ca 65 na Chr.), is er eigenlijk nog geen motief. In dat van Mattheüs (ca. 85) doet Judas het om het geld en in het evangelie van Lucas verraadt Judas Christus omdat hij door de duivel bezeten is. In het vrij late evangelie van Johannes (ca. 100-120 na Chr.) wordt Judas vrijwel gelijkgesteld aan de duivel zelf. Het nu gevonden Judas-evangelie vormt een geheel nieuwe fase in de christelijke speculaties over Judas’ motief, maar het verraad zelf blijft staan.

 

 

Judas' verraad voor 30 zilverstukken

Judas’ verraad voor 30 zilverstukken

 

 

 

Judas kan de test niet doorstaan

 

Zelfs als je het maar vluchtig doorleest, is het duidelijk dat dit “verloren evangelie van Judas” de test niet kan doorstaan. Het is incorrect, niet goed geschreven, en bevat geen enkele verwijzing, aanhaling of citaat naar een ander deel van de Schrift. Feitelijk is het in strijd met de hele Schrift, en komt het met niets uit de Bijbel overeen. Het is duidelijk een schaamteloze Gnostische tekst die bedacht is om het Gnosticisme te promoten door de echte gebeurtenissen uit de Bijbel naar de eigen vervalste visie op de wereld te verbuigen. Dit “verloren evangelie” is een fictief verhaal, geschreven als een mislukte poging om het vroege christendom te benadelen. Het is een verzonnen onderzoek naar de laatste dagen van Judas die met het christendom bekend was maar er niet in geloofde. Hoe dan ook, het is niets méér dan Gnostische fictie.

 

 

Een fragment uit het evangelie van Judas

 

Op een dag was hij met zijn discipelen in Judea, en vond hen zittend bij elkaar allen in vrome ceremonie. Toen hij zijn discipelen naderde, deze zaten bij elkaar in een dankgebed voor het brood, lachte hij. De discipelen zeiden tot hem, “Meester waarom lacht u om ons gebed van dankbetuiging? We hebben gedaan wat juist is. ”Hij antwoordde en zei tot hen, “ik lach niet om jullie. Jullie doen dit niet vanwege je eigen wil, maar omdat het door dit is dat jullie god geprezen zal worden.” Zij zeiden,”Meester, u bent de zoon van onze God.” Jezus zei tot hen, ”Hoe kent u mij? Waarlijk ik zeg u, geen generatie van de mensen te midden van u zal mij kennen.

 

 

De discipelen worden boos.

 

Toen de discipelen dit hoorden, werden zij geïrriteerd en boos en begonnen in hun hart godslasterlijk tegen hem te spreken. Wanneer Jezus hun gebrek aan begrip bemerkte, zei hij tot hen, “waarom heeft deze opschudding je geleid tot boosheid? Uw god welke in u is heeft u opgehitst tot boosheid in uw zielen. Laat iemand van u die moedig genoeg is tussen menselijke wezens de perfecte mens bekend maken en voor mijn aangezicht staan. Zij allen zeiden, “We hebben de kracht.” Maar hun geesten durfden niet voor hem te gaan staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat om voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken, en draaide zijn gezicht weg. Judas zei tot hem, “Ik weet wie u bent en waar u vandaan bent gekomen. U bent van het onsterfelijke koninkrijk Barbelo. En ik ben niet waardig uw naam uit te spreken of van de gene die u heeft gezonden.”

 

 

Jezus spreekt privé tot Judas

 

Wetende dat Judas bewogen was door iets van grote betekenis, zei Jezus tot hem, “verwijder u van de anderen en ik zal u van het mysterie van het koninkrijk vertellen. Het is mogelijk voor u om dit te bereiken, maar u zult er veel verdriet van hebben. Want iemand anders zal uw plaats innemen, zo dat de twaalf discipelen mogelijk weer tot vereniging komen met God. Judas zei tegen hem, “Wanneer zal u mij deze dingen vertellen, en wanneer is de grote dag dat dit ontwakende licht verschijnt voor de generatie”? Maar toen hij dit had gezegd, verliet Jezus hem.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Profetie in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Profetie in de Bijbel

 

 

 

 

Jezus moet geweten hebben dat de Romeinen de tempel steen voor steen zouden afbreken. Tijdens de grote brand die erin woedde smolt het goud van de tempel en lekte tussen de stenen. Om het goud er tussenuit te krijgen moest de tempel steen voor steen afgebroken worden, zelfs het fundament. En inderdaad, er is van het oude Jeruzalem uiteindelijk geen steen op dezelfde plaats gebleven.

 

 

 

 

Een vrij gedetailleerde profetie, die wat lastig te begrijpen is als je niet weet wat er met die weken bedoeld wordt. Een week in deze profetie betekent 7 jaar. 62 + 7 weken van jaren is dus 69 x 7 jaren = 483 jaar. Er zou dus een Gezalfde (Messias, Koning) komen die zou worden gedood, maar niet voor zichzelf.

 

 

 

 

Over de uitleg van een aantal details van deze profetie is wel wat onenigheid, maar dat het over Jezus ging is wel duidelijk. Wie anders werd Messias en Koning genoemd en kwam precies zoveel jaar na dato om te sterven voor anderen?

 

 

 

 

 

 

Denk ook nog eens aan hoe precies de Joden hun heilige boeken overschreven en bewaarden. Als je dan ziet hoe deze 5 dingen precies zijn uitgekomen…

 

 

 

 

 

 

Er zijn een aantal profetieën in de Bijbel die van oudsher gezien worden als Messiaanse profetieën. De Messias moet dan aan al die voorwaarden voldoen.

 

 

 

 

Daniël legde de koning uit dat hij het gouden hoofd was en dat er nog 4 grote rijken zouden komen, elk iets min-der edel dan de vorige. Als je de geschiedenis gaat bekijken zoals wij die nu kennen, zie je inderdaad dat er na Nebukadnezar nog vier duidelijke perioden kunnen worden onderscheiden.

 

 

 

 

Er zijn ook symbolische parallellen te trekken tussen de onderdelen van het lichaam, de metalen en de genoemde rijken. Meden en Perzen: twee armen, één romp van een edel metaal. Zowel de Babyloniërs als de Meden en de Perzen namen de beste mensen van de volken die ze veroverden mee en namen ze op in hun samenleving. De daaropvolgende rijken waren een stuk minder edel.

De Romeinen waren zo bruut dat ze alles plat walsten. IJzer wordt in de Bijbel ook met bruut geweld geasso-cieerd. Het Romeinse rijk bestond ook uit twee delen: de twee benen. De voeten waren deels ijzer, deels leem (klei). IJzer staat voor het brute geweld van de Romeinen en leem voor mensen (breekbaar). Het Romeinse rijk zou dus ernstig verzwakken doordat het in tien stukken verdeeld werd.

 

 

 

Hoe waar blijkt deze profetie te zijn! Iedereen heeft de wereld onder zijn vingertoppen. Zoekmachines, wiki’s, woordenboeken, nieuwssites; een eindeloze stroom aan informatie. Het laatste koninkrijk moet wel in zicht zijn als je ziet hoe sterk de kennis toegenomen is de afgelopen eeuw.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De twaalf apostelen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De twaalf Apostelen

.

Het is een welsprekende getuigenis van de bekoring en de rechtschapenheid van het aardse leven van Jezus dat, hoewel hij de verwachtingen van zijn apostelen herhaaldelijk de bodem insloeg en niets heel liet van enig eerzuchtig streven naar persoonlijke verheffing, slechts één hem heeft verlaten. De apostelen leerden van Jezus over het koninkrijk des hemels. Deze twaalf mannen vertegenwoordigden vele verschillende typen menselijk temperament, en zij waren niet eender geworden door hun scholing.

Men mag zich niet vergissen door de apostelen als volkomen onwetend en onontwikkeld te beschouwen. Met uitzondering van de tweelingbroers Alfeüs ( Jacobus  en Judas, zonen van Alfeüs ) hadden zij allen de synagoge scholen doorlopen, waar zij grondig waren opgeleid in de Hebreeuwse geschriften en in veel van de gangbare kennis van die tijd.

Zeven van hen hadden de synagoge scholen in Kafarnaüm afgelopen, en betere Joodse scholen waren er in heel Galilea niet. Als in uw geschriften over deze boodschappers van het koninkrijk gesproken wordt als ‘onwetenden en onder ontwikkelden,’ was dit om het idee over te brengen dat ze leken waren, niet onderricht in de traditionele kennis van de rabbijnen en niet opgeleid in de methoden van de rabbijnse interpretatie van de Schrift.

Het ontbrak hun aan zogenaamd hoger onderwijs. In de moderne tijd zouden ze zeker als onontwikkeld worden beschouwd, en in bepaalde kringen van de samenleving zelfs als onbeschaafd.

 

.

 

De namen en bijnamen van de apostelen,

hieronder in alfabetische volgorde genoemd,

hebben de volgende betekenissen.

 

.

  • 1: Andreas = mannelijk, dapper: broer van Simon Petrus
  • 2: Bartholomeüs = zoon van Tolmai : wordt ook Nathanaël genoemd
  • Didymus = tweeling
  • 3: Filippus = liefhebber van paarden
  •  Iskariot = man van de stad Kerioth.
  • Jacobus – 4: zoon van Zebedeüs en broer van Johannes                                                                                 Jacobus – 5: zoon van Alfeüs,tweelingbroer van Judas; wordt                                                                                             ook Lebbeüs of Thaddeüs genoemd
  • Jacobus= hij die de hielen vasthoudt
  • 6: Johannes = Jahweh is genadig: broer van Jacobus
  • Judas – 7 : zoon van Alfeüs, tweelingbroer van Jacobus                                                                               Judas – 8 : Judas Iskariot
  • Judas = Godlof, hij zal geprezen worden
  • Kananiet = ijveraar
  • Lebbeüs = een man met hart
  • Levi = verbonden, ‘gehecht ben ik’ (Gen. 29:34)
  • 9: Mattheüs = gave van Jahweh: ook Levi genoemd
  • Nathanaël = door God gegeven, gave van God
  • 10:Simon Petrus = rotsblok: broer van Andreas
  • 11: Simon de Zeloot
  • 12: Thomas de twijfelaar
  • Simon = gehoord
  • Thaddeüs = ruimhartig, moedig
  • Thomas = tweeling
  • Zeloot = ijveraar

 

nota :

1:) De evangelist Lucas was  een Syriër uit Antiochië en was van beroep arts. Hij werd leerling van de apostelen en later volgde hij Paulus in het martelaarschap. Na de Heer voortdurend, ongehuwd en kinderloos, te hebben gediend, stierf hij, vervuld van de Heilige Geest op 84-jarige leeftijd.

2:) Marcus de evangelist is volgens de traditie de auteur van het evangelie van Marcus. Hij is ook de stichter van de Kerk van Alexandrië, één van de vier oorspronkelijke zetels in het christendom. Hij was oorspronkelijk geen apostel.

 

 

.

1. Andreas, de eerst gekozene

.

Andreas, het hoofd van het korps der apostelen van het koninkrijk, was in Kafarnaüm geboren. Hij was de oudste uit een gezin met vijf kinderen – hijzelf, zijn broer Simon en drie zusters. Toen hij apostel werd, was Andreas ongetrouwd, maar hij woonde bij zijn getrouwde broer Simon Petrus. Beiden waren vissers en compagnons van Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs.

Toen hij in het jaar 26 als apostel werd gekozen, was Andreas drie en dertig jaar en de oudste der apostelen. Hij was de begaafdste van de twaalf. In bijna alle denkbare bekwaamheden kon hij het opnemen tegen zijn mede-apostelen, behalve op het punt van welsprekendheid.

Jezus heeft Andreas nooit een bijnaam gegeven die ze onder elkaar gebruikten. Maar zoals de apostelen Jezus al spoedig Meester gingen noemen, gaven ze Andreas een naam die overeenkwam met Baas. Andreas was een goed organisator, maar een nog beter bestuurder. Hij was een van de vier apostelen die tot de kring van vertrouwelingen behoorden.

Tot het laatst toe bleef Andreas de deken van het korps der apostelen. Andreas was nooit een indrukwekkend prediker was, maar hij bracht als de eerst gekozen apostel onmiddellijk zijn broer Simon bij Jezus, die later één van de grootste predikers van het koninkrijk werd.

Of Jezus nu persoonlijk onderricht gaf aan de apostelen of dat hij predikte tot de menigte, Andreas was gewoonlijk goed op de hoogte van wat er zich om hem heen afspeelde.Hij besliste prompt in alle zaken die hem voorgelegd werden, tenzij hij vond dat het probleem zijn bevoegdheid te boven ging, in welk geval hij het rechtstreeks aan Jezus voorlegde.

Andreas en Petrus waren zeer verschillend van karakter en temperament, maar tot hun blijvende eer dient gezegd te worden dat ze het voortreffelijk samen konden vinden. Andreas was nooit jaloers op de welsprekendheid van Petrus. Zelden ziet men een oudere man van Andreas’ type zulk een diepgaande invloed uitoefenen op een jongere, getalenteerde broer.

Andreas en Petrus gaven nooit het minste blijk van jaloezie op elkaars gaven of prestaties. Andreas en Petrus vormden de uitzondering op de regel, en bewezen dat zelfs broers in vrede kunnen samenleven en effectief kunnen samenwerken.

Na Pinksteren was Petrus een beroemdheid, maar de oudere Andreas ergerde zich er nooit aan dat hij gedurende zijn gehele verdere leven aan anderen werd voorgesteld als ‘de broer van Simon Petrus.’ Van alle apostelen had Andreas de beste kijk op mensen. Hij wist dat er problemen broeiden in het hart van Judas Iskariot, ook toen geen van de anderen nog vermoedde dat er iets mis was met hun penningmeester.

De grote dienst die Andreas aan het koninkrijk bewees, was dat hij Petrus, Jakobus en Johannes van advies diende bij het uitkiezen van de eerste zendelingen die uitgezonden werden om het evangelie te verkondigen,

Al heel spoedig na de hemelvaart van Jezus begon Andreas een persoonlijk verslag te schrijven van veel van de uitspraken en handelingen van zijn vertrokken Meester. Na de dood van Andreas werden er meerdere afschriften van dit persoonlijke verslag gemaakt en deze circuleerden vrijelijk onder de eerste leraren van de christelijke kerk.

Andreas was een man met een helder inzicht, een logisch denker, die vastberaden was in zijn beslissingen en wiens grote sterkte van karakter bestond in zijn buitengewone stabiliteit. De handicap van zijn temperament was zijn gebrek aan enthousiasme.

Alle apostelen hielden van Jezus, maar het blijft een feit dat elk van de twaalf zich tot hem aangetrokken voelden vanwege een bepaalde trek van zijn persoonlijkheid die die betrokken apostel in het bijzonder aansprak. Andreas bewonderde Jezus omdat hij altijd oprecht was, om zijn ongekunstelde waardigheid.

Toen de apostelen uiteindelijk uit Jeruzalem verdreven en verstrooid werden door de latere vervolgingen, reisde Andreas door Armenië, Klein-Azië en Macedonië, en werd, nadat hij vele duizenden het koninkrijk had binnengeleid, ten slotte gevangen genomen en gekruisigd in Patrai in Achaea.

Twee volle dagen duurde het voordat deze stoere man aan het kruis de geest gaf en al deze tragische uren bleef hij op indrukwekkende wijze de blijde boodschap van het heil van het koninkrijk des hemels verkondigen.

.

 

Andreas

Andreas

 

.

 

2. Simon Petrus

.

Toen Simon Petrus zich bij de apostelen aansloot, was hij dertig jaar. Hij was getrouwd, had drie kinderen, en woonde in Betsaïda, dicht bij Kafarnaüm. Zijn broer Andreas en zijn schoonmoeder woonden bij hem in. Petrus en Andreas waren beiden vissers en compagnons van de zonen van Zebedeüs.

De Meester kende Simon al enige tijd voordat Andreas hem als de tweede apostel voorstelde. Toen Jezus Simon de naam Petrus gaf, glimlachte hij daarbij: hij was een beetje als bijnaam bedoeld. Simon stond bij al zijn vrienden immers bekend als een veranderlijk en impulsief mens.

Simon Petrus was een impulsief man, een optimist. Hij raakte voortdurend in moeilijkheden omdat hij steeds sprak zonder eerst na te denken. Dit soort onbezonnen optreden bracht ook al zijn vrienden en metgezellen telkens weer in moeilijkheden, en maakte ook dat de Meester hem vele malen mild berispte.

Petrus sprak zeer gemakkelijk, welsprekend en indrukwekkend. Hij was van nature ook een inspirerend leider van mensen, iemand die snel, doch niet diep kon denken. Hij stelde vele vragen, meer dan alle apostelen samen, en hoewel deze vragen merendeels goed en ter zake waren, waren vele andere ondoordacht en dwaas. Petrus’ denken ging niet erg diep, maar hij wist tamelijk goed wat er in hemzelf omging.

De eigenschap die Petrus het meest in Jezus bewonderde, was zijn verheven mildheid. Petrus kreeg er nooit genoeg van om na te denken over de verdraagzaamheid van Jezus. Nimmer vergat hij de les over het vergeven van degene die tegen u zondigt, niet slechts zeven keer, maar zevenenzeventig keer.

Het was bedroevend dat Simon Petrus zo wisselvallig was: hij kon plotseling van het ene uiterste in het andere vervallen. Eerst weigerde hij om Jezus zijn voeten te laten wassen en toen hij het antwoord van de Meester gehoord had, smeekte hij om helemaal gewassen te worden.

Maar alles bij elkaar genomen, wist Jezus dat de fouten van Petrus slechts met zijn hoofd te maken hadden, niet met zijn hart. Petrus hield werkelijk en waarlijk van Jezus. En toch, ondanks deze enorm sterke toewijding, was hij zo onstandvastig en veranderlijk, dat hij door de plagerijen van een dienstmeisje zijn Heer en Meester verloochende.

Hij was de eerste van de apostelen die van ganser harte beleed dat Jezus een menselijke en een goddelijke natuur in zich verenigde, en de eerste – op Judas na – die hem verloochende. Petrus was niet zozeer een dromer, maar het kostte hem moeite af te dalen uit de wolken van zijn vervoering en enthousiasme.

In het volgen van Jezus, zowel letterlijk als figuurlijk, liep hij òf aan het hoofd van de stoet òf hij sleepte zich achteraan voort. Hij deed meer voor de vestiging van het koninkrijk en het uitzenden van de boodschappers van het koninkrijk naar de einden der aarde dan enig ander mens in het tijdsbestek van één generatie.

Na zijn onbezonnen verloocheningen van de Meester hervond hij zichzelf en was de eerste om weer terug te keren naar de visnetten, terwijl de apostelen nog talmden en trachtten te bedenken wat er na de kruisiging diende te gebeuren.

Toen hij er geheel van verzekerd was dat Jezus hem had vergeven brandde het vuur van het koninkrijk met zo’n gloed in zijn ziel, dat hij een groot, reddend lichtbaken werd voor duizenden die in duisternis wandelden.

Nadat Petrus Jeruzalem had verlaten maakte hij vele, verre reizen, waarbij hij alle kerken bezocht, van Babylon tot Korinte toe. Hij bezocht en diende zelfs vele kerken die door Paulus waren gesticht. Hoewel Petrus en Paulus veel verschilden in temperament en opleiding, en zelfs in hun theologische opvattingen, werkten zij in latere jaren harmonisch samen ten behoeve van de opbouw van de kerken.

Petrus volhardde echter in de fout dat hij trachtte de Joden ervan te overtuigen dat Jezus per slot van rekening toch de werkelijke, ware Joodse Messias was.

De echtgenote van Petrus was een zeer bekwame vrouw. Toen Petrus uit Jeruzalem werd verdreven, vergezelde zij hem op al zijn reizen naar de kerken, alsmede op al zijn zendingstochten. En op de dag dat haar vermaarde echtgenoot stierf, werd zij in de arena van Rome voor de wilde dieren geworpen.

Zo trok deze man, Petrus, er vanuit Jeruzalem op uit om met kracht en glorie de blijde boodschap van het koninkrijk te verkondigen, totdat zijn dienst was volbracht; en hij achtte zich hogelijk geëerd toen zijn overweldigers hem mededeelden dat hij moest sterven zoals zijn Meester was gestorven – aan het kruis. En aldus werd Simon Petrus in Rome gekruisigd.

.

 

Simon Petrus

Simon Petrus

.

.

 

3. Jakobus Zebedeüs

.

Jakobus, de oudste van de twee apostel-zonen van Zebedeüs, aan wie Jezus de bijnaam ‘zonen des donders’ gaf, was dertig jaar toen hij apostel werd. Hij was getrouwd, had vier kinderen en woonde dichtbij zijn ouders in Betsaïda, aan de rand van Kafarnaüm. Hij was visser en oefende samen met zijn jongere broer Johannes dit beroep uit .

Deze bekwame apostel had een tegenstrijdig temperament. Hij kon opvliegend zijn wanneer daarvoor een goede aanleiding was, en wanneer de storm voorbij was, rechtvaardigde en verontschuldigde hij zijn boosheid steeds door voor te wenden dat zij niet meer dan een manifestatie van gerechtvaardigde verontwaardiging was geweest.

Afgezien van deze periodieke uitbarstingen van woede, kwam de persoonlijkheid van Jakobus veel overeen met die van Andreas. Hij bezat niet de tact van Andreas, maar hij was een veel beter redenaar. Na Petrus was Jakobus de beste spreker van de twaalf.

Hoewel Jakobus zeker niet humeurig was, kon hij de ene dag stil en zwijgzaam zijn en de volgende dag een vlot prater en verteller. Met Jezus sprak hij gewoonlijk vrijuit, maar te midden van de twaalf was hij soms dagenlang zwijgzaam.

Van alle twaalf had hij het meeste begrip van de werkelijke draagwijdte en betekenis van Jezus’ onderricht. In het eerst duurde het ook bij hem lang eer hij de bedoeling van de Meester begreep, doch voordat hun opleiding was voltooid, had hij zich een uitstekend begrip van de boodschap van Jezus verworven.

Ofschoon Jakobus en Johannes ook hun moeilijkheden hadden wanneer zij trachtten samen te werken, was het inspirerend te zien hoe goed zij met elkaar overweg konden. Maar hoe vreemd het ook moge lijken, deze twee zonen van Zebedeüs waren veel verdraagzamer jegens elkander dan jegens vreemden.

Het waren deze ‘zonen des donders’, die vuur uit de hemel wilden laten neerdalen om de Samaritanen te vernietigen die de euvele moed hadden geen respect voor hun Meester te tonen. Doch de vroegtijdige dood van Jakobus veranderde het opvliegende temperament van zijn jongere broer Johannes in sterke mate.

De kenmerkende eigenschap die Jakobus het meest in Jezus bewonderde, was de meevoelende genegenheid van de Meester. De belangstelling en het begrip van Jezus voor klein en groot, voor rijk en arm, oefenden een sterke aantrekkingskracht op hem uit.

Jakobus Zebedeüs  behoorde met Andreas tot de nuchtersten van de apostolische groep. Hij was een energiek man, maar nooit gehaast. Hij was een uitstekend tegenwicht voor Petrus.

Hij was bescheiden en niet theatraal, was dagelijks tot dienen bereid, werkte zonder pretenties en streefde geen bijzondere beloning na toen hij eenmaal iets van de werkelijke betekenis van het koninkrijk begreep.

Jacobus en zijn broer Johannes waren zich bewust van de gevaren die met de veronderstelde opstand van de Meester tegen het Romeinse gezag gepaard gingen, en zij waren ook bereid de prijs daarvoor te betalen. Toen Jezus hun vroeg of zij bereid waren de beker te drinken, antwoordden zij bevestigend.

Jakobus was de eerste der apostel die het martelaarschap onderging, en werd al vroeg door Herodes Agrippa met het zwaard ter dood gebracht. Herodes vreesde de vastberadenheid van Jacobus. Aldus werd Jakobus de eerste van de twaalf die zijn leven gaf in de nieuwe frontlinie van het koninkrijk.

Jakobus had een lang en rijk leven, en toen het einde kwam, gedroeg hij zich zo waardig en standvastig, dat zelfs degene die hem had beschuldigd en aangebracht en bij zijn veroordeling en terechtstelling aanwezig was, daar zo door werd getroffen, dat hij heensnelde van de plaats waar Jakobus was gestorven, om zich bij de discipelen van Jezus aan te sluiten.

.

 

Jacobus Zebedeüs

Jacobus Zebedeüs

 

.

 

4. Johannes Zebedeüs

.

Toen hij apostel werd, was Johannes vierentwintig jaar en de jongste van de twaalf. Hij was ongetrouwd en woonde bij zijn ouders in Betsaïda; hij was visser en werkte samen met zijn broer Jakobus.  Zowel voordat hij apostel werd als nadien, trad Johannes op als de persoonlijke zaakwaarnemer van Jezus bij de zorg voor de familie van de Meester, en hij bleef deze verantwoordelijkheid dragen zolang Maria, de moeder van Jezus, leefde.

Aangezien Johannes de jongste van de twaalf was en zo nauw verbonden met Jezus in diens familie-aangelegenheden, was de Meester zeer op hem gesteld, maar wij kunnen niet naar waarheid zeggen dat Johannes ‘de discipel was dien Jezus liefhad.’ Jezus hield van elke apostel evenveel.

Petrus, Jakobus en Johannes waren spoedig nadat zij apostelen waren geworden, aangesteld als persoonlijke adjudanten en helpers van Jezus. Om  te zorgen voor de dagelijkse behoeften van Jezus koos Andreas daarvoor de drie apostelen, die direct na hem tot apostel waren gekozen. Daarom wees hij onmiddellijk Petrus, Jakobus en Johannes aan om voortaan voor Jezus beschikbaar te zijn.

Johannes Zebedeüs had vele beminnelijke karaktertrekken, maar een niet zo beminnelijke trek was zijn goed verborgen gehouden eigendunk. Zijn lange omgang met Jezus bracht vele en grote veranderingen in zijn karakter teweeg. Zijn eigenwaan nam aanzienlijk af, doch toen hij oud en min of meer kinds was geworden, keerde deze zelfachting in zekere mate terug.

Johannes beschouwde zichzelf als de ‘discipel dien Jezus liefhad’, want hij wist heel zeker dat hij de discipel was op wie Jezus zo dikwijls rekende.         Misschien was hij een klein beetje verwend omdat hij de jongste in het gezin van zijn vader en de jongste van de groep der apostelen was.

De kenmerkende eigenschappen van Jezus die Johannes het meest waardeerde, waren de liefde en onzelfzuchtigheid van de Meester; deze eigenschappen maakten zulk een indruk op hem, dat zijn gehele verdere leven werd beheerst door het gevoel van liefde en broederlijke toewijding. Deze ‘zoon des donders’ werd de ‘apostel der liefde’. Zijn bekende woorden waren: ‘Kinderkens, hebt elkander lief.’

Johannes was een man van weinig woorden, behalve wanneer men hem boos maakte. Hij dacht veel na maar zei weinig.  Johannes had nog een andere kant die men niet bij deze stille, introspectieve man zou verwachten aan te treffen. Hij was enigszins dweepziek en buitengewoon onverdraagzaam. Toen Johannes enige vreemdelingen ontmoette die in Jezus’ naam onderrichtten, verbood hij hun dit prompt.

Johannes was moedig, koelbloedig en dapper, zoals weinigen van de andere apostelen. Hij was de apostel die in de nacht van de arrestatie aldoor met Jezus meeging en zijn Meester waagde te vergezellen, zelfs tot in de kaken van de dood. Johannes zat gewoonlijk aan de rechterhand van Jezus wanneer de twaalf samen aten.

Hij was de eerste van de twaalf die werkelijk en ten volle in de opstanding geloofde, en hij was de eerste die de Meester herkende toen deze na de opstanding aan de oever van het meer bij hen kwam. Jaren na de marteldood van Jakobus trouwde Johannes met de weduwe van zijn broer. De laatste twintig jaar van zijn leven werd hij verzorgd door een liefdevolle kleindochter.

Johannes werd meermalen gevangen gezet en werd voor een periode van vier jaar verbannen naar het eiland Patmos, tot er een andere keizer in Rome aan de macht kwam. Tijdens zijn tijdelijke ballingschap op Patmos schreef Johannes het Boek der Openbaring, dat men nu in sterk verkorte en verminkte vorm kent.

Dit Boek der Openbaring bevat de overgebleven fragmenten van een grote openbaring, waarvan grote gedeelten verloren gingen en andere gedeelten werden weggelaten, nadat Johannes haar op schrift had gesteld. Het is slechts in fragmentarische en verminkte vorm bewaard gebleven.

Johannes gaf zijn medewerker Natan in Efeze de opdracht om het zogeheten ‘Evangelie naar Johannes’ te schrijven toen hij negenennegentig jaar oud was. Van alle twaalf apostelen werd Johannes Zebedeüs uiteindelijk de eminente theoloog. Hij stierf een natuurlijke dood in a.d. 103 in Efeze, toen hij honderd en één jaar oud was.

 

.

Johannes Zebedeüs

Johannes Zebedeüs

 

.

 

5. Filippus de weetgierige

.

Filippus was de vijfde die tot apostel gekozen werd, daartoe geroepen toen Jezus en zijn eerste vier apostelen onderweg waren van de verzamelplaats van Johannes bij de Jordaan naar Kana in Galilea. Jezus zei: ‘Volg mij,’ en  Filippus werd zo een apostel.

Filippus was zevenentwintig jaar toen hij zich bij de apostelen aansloot.Kort daarvoor was hij getrouwd, maar kinderen had hij nog niet. De bijnaam die de apostelen hem hadden gegeven betekende ‘weetgierigheid’. Hij was niet zozeer onintelligent, maar het ontbrak hem aan verbeeldingskracht. Dit gebrek aan verbeeldingskracht was de grote zwakheid in zijn karakter.

Toen de apostelen zich organiseerden en ieder een speciale taak kreeg toegewezen, werd Filippus tot hofmeester aangesteld. Het was zijn taak te zorgen dat zij altijd voldoende proviand hadden.

De verwanten van Filippus waren vissers. Filippus was niet een man van wie men grote dingen kon verwachten, maar hij was iemand die gewone dingen op grootse wijze kon doen, goed en op bevredigende wijze. Slechts enkele malen in die vier jaar slaagde hij er niet in voldoende voedsel voorhanden te hebben om in aller behoeften te voorzien.

De sterke kant van Filippus was zijn methodische betrouwbaarheid; de zwakke kant van zijn natuur was zijn volslagen gebrek aan verbeeldingskracht. Er waren zeer velen van zulke mannen en vrouwen onder de menigten, die naar het onderricht en de prediking van Jezus kwamen luisteren, en zij werden zeer bemoedigd als zij zagen dat iemand zoals zijzelf tot zulk een eervolle positie onder de raadslieden van de Meester was verheven.

De eigenschap van Jezus die Filippus speciaal en voortdurend bewonderde, was zijn onuitputtelijke generositeit. Nooit vond Filippus iets in Jezus dat benepen, vrekkig of inhalig was, en hij had een diepe verering voor deze steeds aanwezige en onuitputtelijke vrijgevig heid.

De persoonlijkheid van Filippus was weinig indrukwekkend. Vaak aarzelde hij niet om de Meester midden in een van zijn meest diepgaande verhandelingen te onderbreken, om een ogenschijnlijk dwaze vraag te stellen. Jezus berispte hem echter nooit voor zo’n onbedachtzaamheid; hij had geduld met hem Boven alles stelde Jezus belang in mensen, mensen van allerlei aard.

Filippus kwam door de moeilijke tijd van de dood van de Meester heen, nam deel aan de reorganisatie van de twaalf, en was de eerste die uittrok om buiten de onmiddellijk Joodse gelederen zielen te winnen voor het koninkrijk, waarbij hij zeer veel resultaat had in zijn werk voor de Samaritanen en ook in al zijn latere arbeid ten behoeve van het evangelie.

De vrouw van Filippus raakte actief betrokken in het evangelisatiewerk van haar echtgenoot nadat zij uit Jeruzalem waren gevlucht vanwege de vervolgingen. Zijn vrouw kende geen vrees. Zij stond aan de voet van het kruis van Filippus om hem aan te moedigen de blijde boodschap zelfs aan zijn moordenaars te verkondigen.

Toen zijn krachten het begaven, begon zij te verhalen van de verlossing door het geloof in Jezus, en werd pas tot zwijgen gebracht toen de woedende Joden op haar aanstormden en haar stenigden. Hun oudste dochter, Leah, zette hun arbeid voort en werd later de vermaarde profetes van Hiërapolis.

.

 

Filippus

Filippus

 

.

 

6. De eerlijke Natanael ( Bartholomeüs )

.

Natanael, de zesde en laatste van de apostelen die door de Meester zelf waren uitgekozen, werd door zijn vriend Filippus naar Jezus gebracht.

Toen Natanael zich bij de apostelen aansloot, was hij vijfentwintig jaar en op één na de jongste van de groep. Hij was de jongste uit een gezin van zeven, ongetrouwd, en de enige kostwinner voor zijn bejaarde, zwakke ouders, bij wie hij woonde te Kana. Van de twaalf hadden Natanael en Judas Iskariot de beste opleiding genoten.

Jezus zelf gaf Natanael geen bijnaam, doch de twaalf duidden hem al spoedig aan met termen die eerlijkheid en oprechtheid aangaven. Hij kende ‘geen bedrog’. De zwakte van zijn karakter school in zijn trots: hij was zeer trots op zijn familie, zijn stad, zijn reputatie en zijn volk, hetgeen allemaal prijzenswaardig is als het niet te ver gaat.

Natanael evenwel had de neiging om in zijn persoonlijke vooroordelen in uitersten te vervallen. Hij was geneigd zich een voorbarig oordeel te vormen over de mensen, gebaseerd op zijn eigen persoonlijke opinies. Hij veranderde snel van mening toen hij eenmaal Jezus in de ogen had gezien.

In veel opzichten was Natanael het excentrieke talent van de twaalf. Hij was de filosoof en dromer onder de apostelen. Jezus genoot er zeer van Natanael te horen praten zowel over ernstige zaken als over meer luchtige aangelegenheden. Natanael nam Jezus en het koninkrijk steeds ernstiger, maar zichzelf nam hij nooit serieus.

De apostelen hielden allen van Natanael en hadden respect voor hem, en hij kon uitstekend met hen overweg, behalve met Judas Iskariot. Judas vond dat Natanael zijn apostelschap niet serieus genoeg nam. Jezus wist dat en zei tegen Judas: ‘Judas, bedenk wat je doet; overschat je ambt niet. Wie van ons is competent een oordeel te vellen over zijn broeder? Het is niet de wil van de Vader dat zijn kinderen zich alleen maar met de ernst des levens bezig houden.’

Het was Natanaels taak om voor de gezinnen van de twaalf te zorgen. Het was voor de twaalf een hele geruststelling te weten dat het welzijn van hun gezinnen bij Natanael in veilige handen was. Natanael vereerde Jezus het meest om zijn verdraagzaamheid. Hij werd nooit moede de ruimheid van opvatting en het grootmoedig medegevoel van de Zoon des Mensen te overdenken.

De apostel ging naar Mesopotamië en India, waar hij de blijde boodschap van het koninkrijk verkondigde en gelovigen doopte. Zijn broeders hebben nooit te horen gekregen wat er van hun voormalige filosoof, dichter en humorist is geworden.  Natanael stierf in India.

.

 

Bartholomeüs

Bartholomeüs

 

.

 

7. Matteüs Levi

.

Matteüs, de zevende apostel, was door Andreas gekozen. Matteüs kwam uit een familie van belastingontvangers, of tollenaars, maar zelf was hij ontvanger bij de douane in Kafarnaüm, waar hij ook woonde. Hij was eenendertig jaar, getrouwd, en had vier kinderen. Hij was de enige van het korps der apostelen die enigszins bemiddeld was.

Andreas stelde Matteüs aan als de financiële vertegenwoordiger van de apostelen. Hij was een goed mensenkenner en een zeer doeltreffend propagandist. Men kan zich moeilijk een beeld vormen van zijn persoonlijkheid, doch hij was een zeer ernstig discipel.  Jezus gaf Levi nooit een bijnaam, maar zijn mede-apostelen spraken gewoonlijk over hem als ‘degene die het geld binnen kreeg.’

Levi’s sterkste punt was dat hij de beweging met geheel zijn hart was toegewijd. Dat hij, een tollenaar, door Jezus en zijn apostelen in hun midden was opgenomen, stemde de voormalige belastingontvanger geweldig dankbaar. De zwakheid van Matteüs was zijn kortzichtige en materialistische kijk op het leven. Doch naarmate de maanden verstreken, boekte hij in al deze zaken grote vooruitgang.

Het was de vergevensgezindheid van de Meester die Matteüs het meest waardeerde. Steeds opnieuw vertelde hij dat geloof het enig noodzakelijke was in de zaak van het vinden van God. Hij sprak bij voorkeur over het koninkrijk als ‘deze zaak van het vinden van God.’

Hij was een van de apostelen die uitvoerig aantekeningen maakte van de uitspraken van Jezus, en deze aantekeningen vormden de basis voor het verslag dat Isador later maakte van de woorden en handelingen van Jezus, welk verslag bekend is geworden onder de naam van het Evangelie naar Matteüs.

Matteüs was werkelijk een scherpzinnig politicus, doch hij was intens trouw aan Jezus, en ten volle toegewijd aan zijn taak om te zorgen dat de boodschappers van het komende koninkrijk over voldoende financiële middelen konden beschikken.

Matteüs ontving vrijwillige bijdragen van de gelovige discipelen en de rechtstreekse toehoorders bij het onderricht van de Meester, doch hij vroeg nooit openlijk om geld bij de menigten. Hij schonk praktisch heel zijn bescheiden vermogen aan het werk van de Meester en diens apostelen, maar zij hebben nooit iets van deze vrijgevigheid geweten, behalve Jezus die er alles van wist.

Als er wel eens een blijk van minachting voor de tollenaar aan de dag trad, voelde hij een vurig verlangen om zijn vrijgevigheid aan hen te onthullen, doch hij slaagde er altijd in zich stil te houden. Wanneer de geldmiddelen voor de lopende week minder waren dan de geschatte behoefte, sprak Levi dikwijls zijn eigen, persoonlijke middelen fors aan.

Hij besefte niet in het minst dat de Meester dit alles wist. De apostelen stierven allen zonder te weten dat Matteüs in zulk een aanzienlijke mate hun weldoener was geweest, dat hij praktisch geen cent meer bezat toen hij, nadat de vervolgingen waren begonnen, uittrok om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen.

Toen deze vervolgingen de gelovigen dwongen Jeruzalem te verlaten, reisde Matteüs naar het noorden, en predikte het evangelie van het koninkrijk en doopte hen die geloofden. Het was  in Tracië, te Lysimachia, dat zekere ongelovige Joden samenspanden met de Romeinse soldaten om hem ter dood te brengen.

.

 

Mattheüs

Mattheüs

 

.

 

8. Tomas , de twijfelaar

.

Tomas was de achtste apostel, gekozen door Filippus. In latere tijden is hij bekend geworden als ‘Tomas de twijfelaar’, maar zijn mede-apostelen beschouwden hem helemaal niet als een chronische twijfelaar.

Toen Tomas zich bij de apostelen aansloot, was hij negenentwintig jaar, getrouwd, en had vier kinderen. Eerst was hij timmerman en metselaar geweest, maar sinds kort was hij visser geworden. Hij had weinig onderwijs genoten, doch hij had een scherp, logisch denkend verstand. Tomas was de enige van de apostelen die echt analytisch kon denken.

Tomas had thuis een niet erg gelukkige jeugd gehad. Bij het opgroeien ontwikkelde zich bij hem een zeer onaangename en twistzieke gezindheid. Tomas had ook een achterdochtige trek, die het zeer moeilijk maakte de vrede met hem te bewaren.

Hij was volkomen oprecht en ontegenzeggelijk waarheidlievend, maar hij was iemand die van nature altijd iets aan te merken had, en toen hij volwassen was, was hij een echte zwartkijker geworden. Zijn analytisch denken ging gebukt onder de vloek van achterdocht.

Door de omgang met de Meester begon de gehele gemoedsgesteldheid van Tomas te transformeren en dat had een grote verandering in zijn mentale reacties op zijn medemensen tot gevolg. In de organisatie van de twaalf was aan Tomas het opzetten en de organisatie van het reisplan toegewezen. Hij kon goed leiding geven en was een uitstekend zakenman, doch hij werd gehinderd doordat hij onderhevig was aan vele stemmingen.

Jezus had veel plezier in Tomas en voerde vele lange, persoonlijke gesprekken met hem. Zijn aanwezigheid onder de apostelen was een grote steun voor vele eerlijke twijfelaars en moedigde vele piekeraars aan om het koninkrijk binnen te gaan. Het feit dat Tomas tot de twaalf behoorde, gaf permanent te kennen dat Jezus zelfs oprechte twijfelaars liefhad.

Tomas vereerde zijn Meester vanwege diens buitengewoon evenwichtig karakter. Tomas ging steeds meer bewondering en verering voelen voor iemand die zo vol liefde en mededogen was en toch zo onbuigzaam rechtvaardig en fair. Van alle twaalf apostelen had hij waarschijnlijk het diepste verstandelijke inzicht in, en waardering voor de persoonlijkheid van Jezus.

In de beraadslagingen van de twaalf was Tomas altijd behoedzaam en bepleitte hij een beleid van veiligheid vóór alles, doch indien zijn voorzichtige houding verworpen of overstemd werd, was hij steeds de eerste om erop uit te gaan om het plan waartoe besloten was uit te voeren. Hij kon goed tegen zijn verlies. Hij wist van geen rancune en koesterde geen gevoelens van gekrenktheid.

Steeds weer verzette hij er zich tegen dat Jezus zich aan gevaar zou blootstellen, maar wanneer de Meester toch besloot zulke risico’s te nemen, was het altijd Tomas die de apostelen op de been bracht met zijn dappere woorden: ‘Kom kameraden, laten we gaan en met hem sterven.’

Tomas kende enkele zeer moeilijke dagen; hij was bij tijden melancholisch en terneergeslagen. Wanneer hij het diepst in de put zat, trachtte hij jammer genoeg steeds het rechtstreeks contact met Jezus te ontlopen. De Meester wist hier echter alles van en had begrip en medegevoel voor zijn apostel wanneer deze zo aan neerslachtigheid leed en door twijfel werd gekweld.

Tomas is het grote voorbeeld van een mens die twijfelt, deze twijfel onder ogen ziet en overwint. Hij had een groot verstand; hij was niet een kleingeestige haarklover. Hij was een logisch denker; hij was als het ware de lakmoesproef voor Jezus en zijn mede-apostelen.

Tomas maakte een tijd van beproeving door in de dagen van het proces en de kruisiging. Een tijdlang was hij diep wanhopig, doch hij vermande zich, bleef bij de apostelen, en was met hen aanwezig om Jezus aan het meer van Galilea te verwelkomen.

Na Pinksteren gaf hij wijze raad aan de apostelen en toen de vervolgingen de gelovigen verstrooiden, ging hij naar Cyprus, Kreta, de kust van Noord-Afrika, en Sicilië, waar hij de blijde boodschap van het koninkrijk predikte en hen die geloofden doopte.

Tomas ging voort met prediken en dopen tot hij door de agenten van het Romeinse bestuur gevangen werd genomen en op Malta ter dood werd gebracht. Nog maar enkele weken voor zijn dood was hij begonnen het leven en de leer van Jezus op schrift te stellen.

.

 

Thomas

Thomas

 

.

 

9. en 10. Jakobus en Judas Alfeüs

.

Jakobus en Judas, de zonen van Alfeüs, de tweelingbroers die vissers waren en dicht bij Keresa woonden, waren de negende en tiende apostelen. Zij werden uitgekozen door Jakobus en Johannes Zebedeüs. Ze waren zesentwintig jaar en getrouwd; Jakobus had drie kinderen en Judas twee.

Er valt niet veel over deze twee alledaagse vissers te vertellen. Zij hielden van hun Meester en Jezus hield van hen, maar zij onderbraken zijn verhandelingen nooit met vragen. Zij begrepen maar heel weinig van de filosofische discussies of de theologische debatten van hun mede-apostelen, doch zij verheugden er zich in dat zij bij deze groep machtige lieden behoorden.

Andreas gaf hun de taak om toezicht op de menigten te houden en de orde te handhaven. Tijdens de uren van prediking waren zij de voornaamste plaatsaanwijzers, en in feite deden zij in het algemeen alle dingen die voor de twaalf gedaan moesten worden en waren zij hun loopjongens.

De menigten van het gewone volk voelden zich zeer bemoedigd door het feit dat twee mannen zoals zijzelf de eer genoten een plaats te hebben onder de apostelen. Door het feit dat deze middelmatige tweelingbroers als apostelen waren aangenomen, waren zij het middel waardoor een schare van beschroomde gelovigen het koninkrijk binnenging.

Jakobus en Judas, die ook Taddeüs en Lebbeüs genoemd werden waren ‘de minsten van alle apostelen’; zij wisten dit en voelden zich er wel bij.

Jakobus Alfeüs hield speciaal van Jezus om de eenvoud van de Meester. Deze tweelingbroers konden het denken van de Meester niet begrijpen, maar zij voelden de warme band tussen henzelf en het hart van hun Meester.

Zij geloofden in Jezus. De tweelingbroers waren goedhartige, eenvoudige helpers, en iedereen hield van hen. Jezus heette deze jonge mannen met slechts één talent welkom en gaf hun ereposities in zijn persoonlijke staf in het koninkrijk, omdat er talloze miljoenen van zulke eenvoudige zielen op de wereld zijn, die hij evenzo wil verwelkomen in de actieve geloofsgemeenschap. Jezus ziet niet neer op het kleine, alleen maar op het kwaad en de zonde.

De tweelingbroers dienden getrouw tot aan het einde toe, tot aan de donkere dagen van het proces, de kruisiging, en de wanhoop. In hun hart verloren zij nooit het geloof in Jezus, en zij waren (op Johannes na) de eersten die in zijn wederopstanding geloofden. Zij konden echter de vestiging van het koninkrijk niet begrijpen. Kort nadat hun Meester was gekruisigd, keerden zij terug naar hun gezinnen en visnetten: hun werk was afgelopen.

.

 

Jacobus Alpheüs

Jacobus Alpheüs

 

.

 

Judas Alpheüs

Judas Alpheüs

 

.

 

11. Simon de Zeloot

.

Simon Zelotes, de elfde apostel, was door Simon Petrus uitgekozen. Hij was een bekwaam man van goede afkomst en woonde bij zijn familie in Kafarnaüm. Hij was achtentwintig jaar toen hij zich bij de apostelen aansloot. Hij was een vurig agitator en ook een man die veel sprak zonder erbij na te denken.

Simon Zelotes werd belast met de afleiding en ontspanning van de groep der apostelen, en hij was een zeer doeltreffend organisator van spelen en ontspanningsactiviteiten voor de twaalf.

Simons sterke zijde was zijn inspirerende trouw. Wanneer de apostelen een man of vrouw tegenkwamen die onzeker was en aarzelde het koninkrijk binnen te gaan, riepen zij gewoonlijk Simon erbij.

Simons grote zwakte was zijn materiële gezindheid. Van een Joodse nationalist kon hij niet snel veranderen in een geestelijk gezinde internationalist. Vier jaar was een te korte periode om een zulk een intellectuele en emotionele transformatie te bewerkstelligen, maar Jezus had altijd geduld met hem.

Wat Simon vooral zo in Jezus bewonderde was de kalmte van de Meester, zijn zekerheid, zijn rustige evenwichtigheid, en zijn onbegrijpelijke zelfbeheersing.

Ofschoon Simon een fanatiek revolutionair was, een onbevreesde stokebrand en agitator, beteugelde hij geleidelijk zijn vurige aard, totdat hij een krachtig en doeltreffend prediker werd van ‘Vrede op aarde en welgezindheid onder de mensen.’ Simon hield werkelijk van debatteren.

En wanneer het legalistische soort denken van de ontwikkelde Joden of de intellectuele spitsvondigheden van de Grieken aangepakt moesten worden, werd deze taak steeds aan Simon toegewezen.

Hij was rebels van nature,  maar Jezus won hem voor de hogere begrippen van het koninkrijk des hemels. Hij had zich altijd vereenzelvigd met de partij van het protest, maar nu sloot hij zich aan bij de partij van de vooruitgang, onbeperkte, eeuwige vooruitgang van geest en waarheid.

Simon was een man met sterke loyaliteiten en warme, persoonlijke gevoelens van toewijding, en hij koesterde een diepe genegenheid voor Jezus. De Meester had vele gesprekken met Simon, doch hij slaagde er nooit geheel in van deze vurige Joodse nationalist een internationalist te maken.

Jezus zei dikwijls tegen Simon dat het juist was om de sociale, economische en politieke orde te willen verbeteren, maar hij voegde er steeds aan toe: ‘Dit is niet de zaak van het koninkrijk des hemels. Wij moeten ons wijden aan het doen van de wil van de Vader.’ Dit alles was voor Simon moeilijk te begrijpen, maar geleidelijk begon hij iets te verstaan van de betekenis van het onderricht van de Meester.

Na de verstrooiing vanwege de vervolgingen in Jeruzalem, trok Simon zich tijdelijk terug. Hij was letterlijk verpletterd. Als een nationalistische patriot had hij zich uit respect voor de leer van Jezus overgegeven: nu was alles verloren. Hij was wanhopig, maar na enkele jaren vatte hij de moed weer op en ging uit om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen.

Hij ging naar Alexandrië en trok stroomopwaarts langs de Nijl, tot in het hart van Afrika; overal verkondigde hij het evangelie van Jezus en doopte hij de gelovigen. Zo arbeidde hij verder totdat hij oud en zwak was geworden. En hij stierf en werd begraven in het hart van Afrika.

 

.

Simon de Zeloot

Simon de Zeloot

 

.

 

12. Judas Iskariot

.

Judas Iskariot, de twaalfde apostel, was door Natanael uitgekozen. Hij was geboren in Keriot, een klein stadje in het zuiden van Judea. Toen hij nog een jongen was, verhuisden zijn ouders naar Jericho, waar hij bleef wonen en gewerkt had in de verschillende commerciële ondernemingen van zijn vader, totdat hij zich ging interesseren in de prediking en het werk van Johannes de Doper.

Toen Natanael Judas te Tarichea tegenkwam, was hij bezig werk te zoeken bij een visdrogerij aan het uiteinde van het meer van Galilea. Hij was dertig jaar en ongetrouwd toen hij zich bij de apostelen aansloot.

Hij had waarschijnlijk de beste opleiding gehad van alle twaalf, en was de enige man uit Judea in de apostolische familie van de Meester. Judas had geen opmerkelijke karaktertrek van persoonlijke kracht, ofschoon hij naar buiten de indruk wekte beschaafd en goed opgevoed te zijn.

Andreas stelde Judas aan als penningmeester van de twaalf, een post waarvoor hij uitstekend geschikt was en tot de tijd dat hij zijn Meester verried, kweet hij zich eerlijk, trouw en zeer efficiënt van zijn taak.

Er was geen speciale karaktertrek van Jezus die Judas meer bewonderde dan de algeheel aantrekkelijke en bijzonder innemende persoonlijkheid van de Meester. Judas kon de vooroordelen die hij als man uit Judea koesterde jegens zijn metgezellen uit Galilea nooit achter zich laten: in gedachten keurde hij zelfs veel in Jezus af.  Hij was werkelijk van mening dat Jezus beschroomd was en enigszins bang om zijn macht en autoriteit te laten gelden.

Judas was een goed zakenman. Hij was werkelijk een uitmuntend administrateur, een vooruitziend en bekwaam financier. En hij was een vurig voorstander van organisatie. Geen van de twaalf had ooit kritiek op Judas. Voor zover zij konden zien was Judas Iskariot een penningmeester zonder weerga, een ontwikkeld man, een loyale (ofschoon soms kritische) apostel en in alle opzichten een groot succes.

De apostelen hielden van Judas. Hij moet geloofd hebben in Jezus, doch wij betwijfelen of hij de Meester werkelijk met geheel zijn hart liefhad. Geld zou nooit het motief geweest kunnen zijn voor zijn verraad van de Meester.

Judas was de enige zoon van onverstandige ouders. Hij was een verwend kind. Toen hij groter werd, had hij overdreven ideeën van zijn eigen belangrijkheid. Hij kon slecht tegen zijn verlies. Hij had eigenaardige, verwrongen ideeën over wat fair was: hij gaf zich over aan gevoelens van haat en achterdocht.

Hij was zeer bedreven in het verkeerd uitleggen van de woorden en daden van zijn vrienden. Zijn hele leven had Judas de gewoonte gekoesterd om het de mensen betaald te zetten als hij dacht dat ze hem slecht hadden behandeld. Aan zijn gevoel voor waarden en loyaliteit ontbrak het een en ander.

Voor Jezus was Judas een geloofsavontuur. Vanaf het begin begreep de Meester ten volle de zwakheid van deze apostel en besefte hij heel goed de gevaren die de opname van Judas in de gemeenschap met zich meebracht.

Doch het ligt in de natuur van de Zoon van God om ieder geschapen wezen de volle en gelijke kans te geven op behoud en overleving. Er zijn geen beperkingen en geen voorwaarden behalve het geloof van degene die komt.

Dit is nu juist de reden waarom Jezus Judas toestond tot aan het einde toe door te gaan, waarbij hij steeds al het mogelijke deed om deze zwakke, verwarde apostel te transformeren en te redden. Wanneer het licht echter niet in oprechtheid wordt ontvangen en er niet naar geleefd wordt, heeft het de neiging tot zielen duisternis te worden.

Judas slaagde er niet in voldoende persoonlijke vooruitgang te boeken in geestelijke ervaring. Judas ging steeds meer piekeren over zijn persoonlijke teleurstellingen en ten slotte viel hij ten prooi aan wrok. Zijn gevoelens waren dikwijls gekwetst en hij werd abnormaal achterdochtig ten aanzien van zijn beste vrienden, zelfs de Meester.

Weldra werd hij geobsedeerd door de gedachte het hun betaald te moeten zetten, zich, hoe dan ook, te moeten wreken, ja zelfs zijn metgezellen en zijn Meester te moeten verraden. Deze kwaadaardige en gevaarlijke gedachten namen echter pas vaste vorm aan, toen op een dag een dankbare vrouw een kostbare kruik wierook aan de voeten van Jezus uitstortte.

Dit vond Judas verspilling en toen zijn openlijk protest door Jezus zo radicaal werd afgewezen ten aanhoren van allen, werd het hem teveel. Vele malen had de Meester Judas zowel onder vier ogen als openlijk gewaarschuwd dat hij afgleed, doch goddelijke waarschuwingen zijn gewoonlijk vruchteloos in de aanpak van de verbitterde menselijke natuur.

Jezus deed al het mogelijke om te voorkomen dat Judas zou verkiezen de verkeerde weg te gaan. De grote proef kwam ten slotte. De zoon van wrok faalde. Hij gaf toe aan de verzuurde, lage ingevingen van een trots en wraakzuchtig innerlijk dat zijn eigen belangrijkheid schromelijk overschatte en stortte zich snel in verwarring, wanhoop en verdorvenheid.

Judas begon toen heimelijk met het verachtelijke, schaamteloze gekonkel om zijn Heer en Meester te verraden, om spoedig daarna dit infame plan ten uitvoer te brengen. Tijdens het uitwerken van zijn in woede ontworpen plannen van trouweloos verraad, had hij momenten van spijt en schaamte en in deze heldere tussenpozen bedacht hij lafhartig, als verdediging in zijn eigen denken, dat Jezus misschien wel op het laatste ogenblik zijn kracht zou laten gelden en zichzelf zou bevrijden.

Toen het  zondige karwei achter de rug was, stormde deze afvallige sterveling, die er zo gemakkelijk toe kwam zijn vriend voor dertig zilverlingen te verkopen ter bevrediging van zijn dorst naar wraak, naar buiten en pleegde zelfmoord.

De elf apostelen waren van afschuw vervuld, met stomheid geslagen. Jezus bezag de verrader slechts met medelijden. Het is de werelden moeilijk gevallen Judas te vergeven en in heel een uitgestrekt universum schuwt men zijn naam.

 

 

Judas Iskariot

Judas Iskariot

 

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria