Tagarchief: kaasjeskruid

Kruiden van oudsher: letter K

Standaard

.

.

.

 

 

 

Kaasjeskruid

 

Kaasjeskruid bevat buitengewoon veel slijmstof en bedekt het ontstoken weefsel. Het werkt dus verzachtend op het slijmvlies van je luchtwegen en op de mond- en keelholte.

 

 

groot kaasjeskruid

 

 

 

Kamille

 

Kamille heeft een ontstekingsremmende, desinfecterende, kramp- en pijnstillende, kalmerende en verzachtende reputatie.

 

 

 

 

 

 

Kamperfoelie

 

Van de bloemblaadjes maak je een rustgevende siroop. Met kamperfoelieolie verzorg je winterhanden en -voeten; ze zorgt voor een betere bloeddoorstroming.

 

 

 

 

 

Karwijzaad

 

Karwijzaad stimuleert de maag en de darmen zonder schadelijke nevenwerkingen.

 

 

 

 

 

 

Kefir

 

Kefir verhindert dat er stoffen in de darmen rotten. Als je kefir dagelijks drinkt, blijf je gezond. Als je ziek bent, kan kefir een flink handje toesteken. Het is geen hinder voor de spijsvertering, omdat het bloed de stoffen snel opneemt.

 

 

 

 

 

Kelp

 

In het voorjaar hebben we nogal eens een tekort aan mineralen en vitaminen; de overbekende lentemoeheid. Kelp kan dit probleem oplossen.

 

 

 

 

 

 

Knoflook

 

Het is wetenschappelijk bewezen dat mensen die veel knoflook eten veel meer kans maken om langer te leven. Zowel geestelijk als lichamelijk ben je veel vitaler, als je geregeld knoflook op je menu zet. Je voorkomt heel wat beschavingsziekten. Hartkwalen, aderverkalking en hoge bloeddruk komen maar uiterst zelden voor bij (regelmatige) knoflooketers.

 

 

 

 

 

Koningskaars

 

Koningskaars komt prima van pas om hoest en ontsteking van de luchtwegen te voorkomen.

 

 

 

 

 

Koningsvaren

 

Vroeger was koningsvaren het enige middel tegen klem. Ook ontstekingen en kneuzingen werden zo genezen.

 

 

 

 

 

 

Korenbloem

 

Korenbloem helpt bij spijsverteringsproblemen en werkt vochtafdrijvend.

 

 

 

 

 

 

Krokus

 

Als je niet overdrijft met krokussaffraan, zou hij je libido ten goede kunnen komen. Als je tien gram saffraan in een keer naar binnen kiepert, is het voor goed gedaan met de liefde. Saffraan bezit een giftige stof die op het centrale zenuwstelsel inwerkt. Je nieren kunnen daardoor behoorlijk in de knoop geraken.

 

 

 

 

 

 

Kruidnagel

 

Kruidnagel werkt ideaal tegen tandpijn.

 

 

 

 

 

Kummel

 

Winderigheid wijst erop dat je spijsverteringsorganen of verschillende verteringssappen niet optimaal op elkaar zijn afgestemd. Kummel, venkel en anijs kunnen daarbij helpen.

 

 

 

 

 

 

Kweepeer

 

Kweepeer, een glazig slijm, kan je op ruwe handen en voeten smeren, want het werkt verkoelend en maakt de huid soepel. Je kan het ook gebruiken voor doorligwonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein kaasjeskruid : Malva neglecta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de buisvormig vergroeide meeldraden en
– de bleekroze tot witachtige kleine bloemen met donkere strepen op de kroonbladen en
– de liggende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein kaasjeskruid is een overblijvende, soms eenjarige plant. Ze is algemeen voorkomend en groeit op open, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond, vooral bij dorpen, boerderijen en aan wegranden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met september. Ze bloeit met bleekroze tot witte bloemen, die 5 uitgerande kroonbladen met donkere strepen hebben. De bloemen staan met 3 tot 6 bij elkaar. De meeldraden zijn buisvormig vergroeid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengelbladeren zijn bijna rond en bestaan uit 5 tot 7 niet diep ingesneden lobben. De stengels zijn behaard en liggend, alleen het uiteinde is opgericht. De plant wordt 10 tot 40 cm hoog.

 

 

 

.

 

Toepassingen

 

Net als de andere kaasjeskruiden bevatten de bladeren van klein kaasjeskruid veel slijmstoffen en kleine hoeveelheden looistof. Deze combinatie werkt goed bij ontstekingen van slijmvliezen van bijvoorbeeld de maag en mond- en keelholte. De slijmstoffen gaan de hoestprikkel tegen, de looistof werkt samentrekkend en beschermt zo het kwetsbare slijmvlies. De plant wordt in de vorm van gorgeldrank, en soms ook als hoestdrank gebruikt of als thee voor de maag.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend of eenjarig
– algemeen tot minder algemeen
– 10 tot 40 cm

Bloem
– bleekroze tot wit
– vanaf juni t/m september
– bundel of krans
– stervormig
– 1,5 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, uitgerand en niet   vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 bijkelkblaadjes
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond met 5-7 afgeronde lobben
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– handnervig

Stengel
– liggend, uiteinde rechtop
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groot kaasjeskruid : Malva sylvestris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote (2,5 tot 4 cm) paarse, lila, roze of roodpaarse bloemen met donkere strepen op de kroonbladen en die met 3 tot 5 bij elkaar in de bladoksels staan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Groot kaasjeskruid is een overblijvende, afstaand behaarde plant van 30 tot 120 cm hoog. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond aan dijken en in bermen. Ze is algemeen voorkomend en wordt ook uitgezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot kaasjeskruid bloeit vanaf juni tot in de herfst. Van de kaasjeskruiden heeft groot kaasjeskruid de grootste bloemen. De kroonbladen zijn 18 – 25 mm lang, 3 tot 4 maal zo lang als de kelkbladen.
De bloemen zijn zeer gevarieerd van kleur; van zacht lila tot donker roodpaars, zelden wit. Ze zijn gesteeld en staan met 2 tot 5 bij elkaar in de bladoksels. De 5 kroonbladen hebben een aantal donkere strepen in de lengte en een diep uitgerande top.

De meer dan 20 meeldraden zijn gedeeltelijk met elkaar buisvormig vergroeid en omsluiten de nog niet volledig ontwikkelde stijlen. Als de meeldraden zijn uitgerijpt, gaan ze hangen. Dan pas ontwikkelen de stijlen zich verder, komen tevoorschijn uit de koker en spreiden zich uit. Zelfbestuiving is hierdoor uitgesloten.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn in omtrek rond tot niervormig en tot ongeveer 1/3 ingesneden. De onderste zijn duidelijk 7-lobbig, de bovenste 3 tot 5-lobbig. Bij de aanhechting van de bladsteel zit vaak een roodpaarse vlek.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vanwege het hoge gehalte aan slijmstoffen kun je de bladeren en bloemen van groot kaasjeskruid gebruiken tegen hoest en als verzachtend middel tegen ontstekingen in de mond en de keel. Bij overmatig gebruik werkt het laxerend. Vroeger werd groot kaasjeskruid gegeten als groente, omdat ze een aantal belangrijke vitamines bevat.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook uitgezaaid
– 30 tot 120 cm

Bloem
– paarslila tot rozerood, zelden wit
– vanaf juni tot in de herfst
– bundel
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 3 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top stomp
– rand gekarteld
– voet licht hartvormig
– handnervig
– behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter K – deel 1

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

.

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

De Kaasjeskruiden (Malvaceae)

 

GROOT KAASJESKRUID

 

GROOT KAASJESKRUID (Malva sylvestris) is, zoals de naam al aangeeft, een forse plant (0,60-1,20 meter hoog). De stengels zijn houtig aan de onderkant, vertakt en sterk behaard. De vijfslippige, afwisselend staande bladeren zijn 5-10 cm in doorsnee, enigszins samengevouwen, ruw driehoekig in omtrek en vaak met een kleine donkere vlek. De uit vijf bloemblaadjes opgebouwde bloemen zijn meestal roze met opvallende donkere strepen, 2,5-4 cm in doorsnee en in groepjes bijeenstaand.

Deze tweejarige of overblijvende plant bloeit van juni tot in de herfst. Verspreidingsgebied Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika; bij ons algemeen langs wegen en dijken en op bouwland. Soms gekweekt.

 

 

 

 

 

 

 

KLEIN KAASKRUID

 

KLEIN KAASKRUID (Malve neglacta) is een plant die zowel eenjarig, tweejarig als overblijvend kan zijn. De meestal liggende stengels worden 7 tot 45 cm lang en ontspringen aan een korte rechte penwortel. De vijf enigszins ingesneden bloemblaadjes zijn roze of wit, gestreept en slechts 2-2,5 cm in doorsnee. De bladeren, die afwisselend staan, hebben vijf afgeronde slippen, zijn 4-7 cm in doorsnee en langgesteeld. De bloeitijd is juni-oktober. Deze soort komt voor in Europa en West-Azië; ook in Amerika, waar het een van de meest algemene en schadelijke onkruiden is. De kinderen eten daar de platte zaden, die ze – net als bij ons – kaasjes noemen; de bladeren worden gebruikt om schotels mee te garneren. In ons land is Klein kaasjeskruid algemeen op zandgrond, vooral langs wegen en paden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kamilles (Compositae)

 

Dit zijn gewoonlijk sterk geurende planten met madeliefachtige bloemhoofdjes die meestal geel met wit van kleur zijn. De bladeren, die afwisselend staan, zijn in de regel zeer fijn verdeeld.

 

VALSE KAMILLE

 

VALSE KAMILLE (Anthemis arvensis) is een bossige, behaarde eenjarige plant van 15-45 cm hoogte. De bloemhoofdjes zijn 2,5-4 cm in doorsnee en staan afzonderlijk op lange steeltjes in de oksel van de bladeren. De witte straalbloemen zijn vrouwelijk. Iedere plant kan zo’n 4000-5000 zaden voortbrengen. Deze soort heeft een voorkeur voor een mineraalrijke grond zonder kalk en gewoonlijk sterk zuur, lemig of zandig lemig. Het verspreidingsgebied beslaat geheel Europa en Klein-Azië; ingevoerd in Noord-Amerika. De plant is vrij algemeen voorkomend op zandig bouwland en langs dijken en wegen. De bloeitijd is van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

STINKENDE KAMILLE

 

STINKENDE KAMILLE (Anthemis cotula) doet zijn naam echt eer aan. Hij verschilt van de vorige soort doordat de stengels meestal hoger zijn (30-45 cm). Ook zijn de bloemen wat kleiner (1,2-2,5 cm in doorsnee). De straalbloemen zijn ook hier wit, maar na de bloei zijn ze meestal teruggeslagen. De fijnverdeelde bladeren zijn evenals de stengels weinig behaard. Stinkende kamille komt voor in geheel Europa en Noord-Amerika. In ons land vrij zeldzaam langs wegen en dijken en op bouwland; het is een indicator voor leemgrond. De bloeiperiode is net als bij de voorgaande soort.

 

 

 

 

 

 

 

SCHIJFKAMILLE

 

De SCHIJFKAMILLE (Matricaria matricarioides) is te herkennen aan de afwezigheid van straalbloemen. De bloemhoofdjes bevatten dus alleen schijfbloemen, waardoor ze eruit zien als kleine ronde, groenachtig-gele knopjes omgeven door schutbladeren. Deze laatste zijn groen met een wit randje. Deze sterk geurende, stevig gebouwde plant wordt vanwege zijn geur in Engeland meestal Ananaskruid genoemd. De plant wordt 5  tot 30 cm hoog en heeft kale stengels met vele stijve zijtakjes. De bloeitijd is van juni tot in de herfst. Iedere plant kan ruim 5000 zaden voortbrengen. Schijfkamille komt oorspronkelijk uit Azië, maar komt tegenwoordig in geheel Europa en Noord-Amerika voor. De plant is vooral te vinden langs wegen en dijken, op ruige plaatsen enzovoort.

 

 

 

 

 

 

 

REUKLOZE KAMILLE

 

De voorgaande soort mag dan lastig zijn, de REUKLOZE KAMILLE (Matricaria maritima) is nog tien keer erger. Iedere plant brengt namelijk gemiddeld 34.000 zaden voort, ofwel om het nauwkeuriger te zeggen, tussen de 10.000 en 210.000 bij een fors exemplaar. Deze zeer vormenrijke soort komt in geheel Europa en ook in Noord-Amerika voor op bouwland, aan wegen en nabij bebouwing. In ons land komt alleen de ondersoort inodora voor; deze aanduiding geeft aan dat de planten geen of vrijwel geen geur hebben. Deze een- of tweejarige plant kan zowel rechtop als liggend groeien, is meestal vertakt en heeft 15 tot 60 cm lange, kale stengels. De afzonderlijk staande bloemhoofdjes van witte straal- en gele schijfbloemen zijn afgeplat van boven en variëren in doorsnee van 1,5 tot 5 cm. Ze zijn langgesteeld en verschijnen van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

ECHTE KAMILLE 

 

De ECHTE KAMILLE (Matricaria recutita) lijkt veel op de vorige soort, maar is te onderscheiden door de kegelvormige bloemhoofdjes die van binnen hol zijn (in plaats van met merg gevuld) en natuurlijk door de kenmerkende geur. De bloeitijd is veel korter, mei-juli.