Tagarchief: stijlen

De mens en kledij

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

 

 

Kledij is belangrijk

 

De mens wordt naakt geboren, maar krijgt meteen een dekentje rond gewikkeld en tegenwoordig krijgt een pasgeboren baby dadelijk de eerste kleedjes aangetrokken die door de ouders werden meegebracht. Kledij heeft hier een dubbele functie: het biedt het pasgeboren kindje bescherming tegen de koude en het kan gezien worden als een verwelkomingsritueel.

Kledij beschermt de mens niet alleen tegen de kou of tegen schaamtegevoelens, maar onderscheidt mensen ook van elkaar. Kleding biedt groepsonderscheid wat men ziet bij sportteams, schooluniformen en jeugdverenigingen. Er is ook aparte kleding voor rechters, advocaten, soldaten, verpleegkundigen, bouwvakkers, etc.

Bovendien bestaat er ook gelegenheidskleding voor bruiloften, begrafenissen en vakantie. In de kerk is er ook liturgische kleding en hebben verschillende kleuren een eigen betekenis. Kleren maken de man. Kleding is heel belangrijk als je alleen al nagaat hoeveel spreekwoorden en gezegden er bestaan in verband met een hoed, pet, das, hemd, jas, broek, sokken of schoenen.

Kledij heeft doorheen de geschiedenis een functionele evolutie doorgemaakt waarbij het niet langer de beschermende factor tegen koude en andere weersomstandigheden is die primeert. Kledij is in de huidige westerse samenleving een uithangbord van de persoon geworden. In de straten en op school worden we geconfronteerd met de meest uiteenlopende klederdrachten.

We bemerken onmiddellijk een diversiteit aan stijlen. Mensen experimenteren met kledij, schoenen, juwelen en de gekste gadgets die ze vinden in modebladen, affiches langs de weg, etalages van de meest hippe of exclusieve winkels. Achter elke stijl kan een bepaalde levenswijze schuilgaan waarmee de persoon zich vereenzelvigt, al hoeft dat niet altijd zo te zijn.

 

 

 

 

 

Jongeren en kledij

 

Met kleding die bij je past, kun je jezelf zijn. Dat besef begint al op jonge leeftijd. Nadenken over het uiterlijk doet iedereen.  Op school wordt men dikwijls op zijn uiterlijk beoordeeld. Het zijn meestal de kinderen die mooie kleren aan hebben die de groep leiden. Zij zijn ‘stoer’ en ‘cool’.

Jongens proberen heel erg op te vallen. Dat doen ze voor de meiden. De meiden proberen ook heel erg op te vallen. Jongeren zijn vaak sterk met hun kledij begaan. Opmerkelijk is dat binnen de vriendenkring dezelfde kledingstijl voorkomt. Om als adolescent geaccepteerd te worden binnen een bepaalde subcultuur moet er aangesloten worden bij het achterliggende van die groep.

De identiteit van de jongeren wordt grotendeels bepaald door de groep waarbinnen ze zich profileren. Er wordt van hen verwacht dat ze zich vereenzelvigen met de gangbare opinies van de groep. Jongeren bevinden zich constant in de spanning van het uniek zijn., Zich bewegen in een groep is vaak een ‘heen en weer’ tussen het eigen denken en dat van de groep. Dergelijk proces van meegaan en verzet is spanningsvol en belangrijk om zichzelf te leren kennen.

Een identiteit vormen zonder daarbij rekening te houden met de ander en het beeld dat de ander over ons heeft, is onmogelijk. Het uiterlijk van de ander zet (on)bewust aan tot het vormen van vooroordelen tegenover die persoon. Zo zie je bij jongeren dat de ene subcultuur de leden van een andere subcultuur vaak beschouwt als helemaal anders en zelfs als onverstaanbaar, tegenstrijdig en minderwaardig. Identiteitsbepaling door middel van kledij bevat een dubbel proces: een positieve identificatie met de ene subcultuur en een negatieve identificatie met de andere subcultuur, waarvan men zich absoluut wil onderscheiden.

 

 

 

 

 

 

 

Religie en kledij

 

Ook tussen religie en kledij is er een nauwe band. Denken we maar aan de burka’s of de hoofddoek, het traditionele kleed dat moslimmannen ook hier in Vlaanderen vaak dragen, aan het zwarte pak met boordje waaraan het meisje in de Coca-Cola-reclame in de aantrekkelijke surfer meteen een priester herkende. Door middel van kledij gaat men zich hier identificeren met de religieuze gemeenschap waartoe men behoort en zich onderscheiden van de anderen.

Dit zorgt al eens voor problemen. Denken we maar aan de hoofddoekenkwestie die in verschillende westerse landen op dit moment met pieken en dalen aan de orde van de dag is. Maar ook binnen religieuze gemeenschappen kan kledij gebruikt worden om zich te onderscheiden. Bijvoorbeeld de verschillende klederdracht van broeder- en zustergemeenschappen, de kledij waardoor de priester zich tijdens de liturgische dienst onderscheidt van het volk, etc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mode-industrie en kledij

 

Een aantal modefabrikanten doen meer dan kleding maken. Achter sommige kledingmerken zit een bepaalde filosofie. Het bekendste merk met een duidelijke boodschap is ongetwijfeld Benetton, dat op tijd en stond de wereld opschrikt met choquerende reclamecampagnes, zoals de copulerende paarden, de kussende priester en non en het met bloed doordrenkte pak van een Servische soldaat.

Maar ook de Nederlandse ontwerpster Cora Kemperman wil meer doen dan enkel en alleen kleding ontwerpen. Zij heeft de stichting Amma opgericht, een goede doelen stichting waarmee financiële hulp gegeven wordt aan de ontwikkelingslanden waar hun kledij ook voor een stuk geproduceerd wordt.

 

 

 

 

 

ECO meisjes – Amma stichting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Roze vetkruid : Sedum spurium

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de tuilen stervormige roze (soms witte of rode) bloemen en
– de vlezige bladeren

 

 

 

 


Bloem 

 

Roze vetkruid is een overblijvende, zoden vormende vetplant op droge, vaak stenige plaatsen. Oorspronkelijk komt ze uit de Kaukasus. In de Lage Landen is ze vanuit tuinen verwilderd en heeft ze zich plaatselijk kunnen handhaven. Ze wordt 10 tot 20 cm hoog. Ze bloeit in juli en augustus met roze (soms rode of witte) bloemen die aan het einde van de bloeistengel in een platte, dichtbloemige tuil gegroepeerd staan.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vetplantenfamilie (Crassulaceae)
– overblijvend
– plaatselijk ingeburgerd
– 10 tot 20 cm

Bloem
– roze, soms wit of rood
– juli en augustus
– tuil
– stervormig
– tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 vlezige kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– omgekeerd eirond
– top stomp
– rand gekarteld tot gezaagd
– voet wigvormig
– vlezig

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Watermuur : Myosoton aquaticum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– 5 bijna geheel gespleten witte kroonbladen (het lijken er 10) en
– 5 stijlen (andere muursoorten hebben 3 stijlen) en
– slappe stengels, die bovenaan kleverig zijn door klierharen en
– haar vochtige standplaats

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Watermuur is een overblijvende (soms eenjarige) plant op natte tot vrij vochtige plaatsen aan waterkanten, in lichte loofbossen en langs heggen. Ze is algemeen voor komend in de rivierengebieden van de Lage Landen, met uitzondering van de stedelijke- en de duingebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Watermuur bloeit vanaf juni t/m augustus. In een zachte herfst kan ze doorbloeien tot in oktober. Ze bloeit met witte bloemen, vergelijkbaar met de bloemen van vogelmuur, maar dan groter. De bloemen lijken 10 kroon- bladen te hebben, maar het zijn er 5 die bijna geheel gespleten zijn en duidelijk langer dan de kelkbladen. In tegenstelling tot de andere muursoorten heeft watermuur 5 stijlen en niet 3.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn slap; ze liggen of steunen op andere planten. De stengelbladeren, kelkbladeren en de bovenste delen van de stengels zijn behaard met klierharen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten 

 

zie hiervoor de pagina “Sleutel muursoorten“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m augustus (oktober)
– los bijscherm
– stervormig
– 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– behaard met klierharen

Stengel
– liggend
– kaal
– vierkantig
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein streepzaad : Crepis capillaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine paardenbloem-achtige hoofdjes met vuilgele stijlen en
– de smalle stengelbladeren, die met oortjes de stengel gedeeltelijk omvatten

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein streepzaad is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze groeit op vochtige tot droge, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen, op braakliggende terreinen, tussen straatstenen, op dijken en langs akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met november. Ze bloeit met gele bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. In het midden aan de onderkant van de buitenste lintbloemen loopt een brede streep, die eerst roodachtig is en naar het midden toe lichter wordt. De stijlen zijn vuilgeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn variabel van vorm. De vele rozetbladeren zijn glanzend, langwerpig en diep, bochtig getand tot veerspletig. De stengelbladeren zijn kleiner, de bovenste lijnvormig, ook diep, bochtig getand tot veerspletig of met gave rand en de middelste met twee oortjes de stengel half omvattend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

groot streepzaad : onderkant buitenste lintbloemen geel, stijlen geel, omwindselblaadjes afstaand.

klein streepzaad : onderkant buitenste lintbloemen roodachtig, stijlen vuilgeel, omwindselblaadjes tegen het hoofdje aangedrukt en middelste stengelbladeren met (kleine) oortjes.

paardenbloemstreepzaad : onderkant buitenste lintbloemen paarsrood aangelopen.

 

 

groot streepzaad

 

 

 

paardenbloemstreepzaad

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m november
– hoofdje in losse pluim
– alleen lintbloemen
– 10 tot 15 mm
– stijlen vuilgeel

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot lijnvormig
– top stomp of spits
– rand getand, gaaf of veervormig
– voet half stengelomvattend
– veernervig
– kaal of weinig behaard

Stengel
– rechtop
– weinig behaard
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groot kaasjeskruid : Malva sylvestris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote (2,5 tot 4 cm) paarse, lila, roze of roodpaarse bloemen met donkere strepen op de kroonbladen en die met 3 tot 5 bij elkaar in de bladoksels staan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Groot kaasjeskruid is een overblijvende, afstaand behaarde plant van 30 tot 120 cm hoog. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond aan dijken en in bermen. Ze is algemeen voorkomend en wordt ook uitgezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot kaasjeskruid bloeit vanaf juni tot in de herfst. Van de kaasjeskruiden heeft groot kaasjeskruid de grootste bloemen. De kroonbladen zijn 18 – 25 mm lang, 3 tot 4 maal zo lang als de kelkbladen.
De bloemen zijn zeer gevarieerd van kleur; van zacht lila tot donker roodpaars, zelden wit. Ze zijn gesteeld en staan met 2 tot 5 bij elkaar in de bladoksels. De 5 kroonbladen hebben een aantal donkere strepen in de lengte en een diep uitgerande top.

De meer dan 20 meeldraden zijn gedeeltelijk met elkaar buisvormig vergroeid en omsluiten de nog niet volledig ontwikkelde stijlen. Als de meeldraden zijn uitgerijpt, gaan ze hangen. Dan pas ontwikkelen de stijlen zich verder, komen tevoorschijn uit de koker en spreiden zich uit. Zelfbestuiving is hierdoor uitgesloten.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn in omtrek rond tot niervormig en tot ongeveer 1/3 ingesneden. De onderste zijn duidelijk 7-lobbig, de bovenste 3 tot 5-lobbig. Bij de aanhechting van de bladsteel zit vaak een roodpaarse vlek.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vanwege het hoge gehalte aan slijmstoffen kun je de bladeren en bloemen van groot kaasjeskruid gebruiken tegen hoest en als verzachtend middel tegen ontstekingen in de mond en de keel. Bij overmatig gebruik werkt het laxerend. Vroeger werd groot kaasjeskruid gegeten als groente, omdat ze een aantal belangrijke vitamines bevat.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook uitgezaaid
– 30 tot 120 cm

Bloem
– paarslila tot rozerood, zelden wit
– vanaf juni tot in de herfst
– bundel
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 3 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top stomp
– rand gekarteld
– voet licht hartvormig
– handnervig
– behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Geelhartje : Linum catharticum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte, 5-tallige, kleine bloemetjes
– met een geel hart
– op vochtige tot vrij natte plaatsen (o.a. duinvalleien)

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Geelhartje is een laag, blauwgroen plantje, dat groeit op open plaatsen met vochtige tot vrij natte, al of niet kalkhoudende grond in duinen, op kalkgraslanden, in heide op leem, schraallanden, op afgravingen, zandplaten en soms in trilveen. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze staat op de rode lijst als kwetsbaar.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Geelhartje bloeit vanaf juni tot en met augustus. De bloemen staan op draadvormige, ronde stelen en vormen samen een ijle bloeiwijze. Geopende bloemen staan rechtop, knoppen hangen over. Ze hebben 5 witte kroonbladen, die aan de basis geel gekleurd zijn, waardoor geelhartje (zoals de naam al zegt) een geel hartje heeft. Dat wordt nog versterkt door de gele meeldraden en stijlen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Elk plantje heeft meestal maar 1 stengel, die bovenin gevorkt vertakt is. De bladeren voelen ruw aan, hebben 1 nerf en staan tegenover elkaar. De onderste zijn eirond met stompe punt, de bovenste langwerpig met (toege)spitste punt.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Geelhartje maakt stoffen aan die haar giftig maken; ze beschermt zich hiermee tegen vraat door planteneters. Maar hoewel giftig, vroeger werd ze gebruikt als laxeermiddel. In de homeopathie wordt ze nog steeds toegepast bij bronchitis, aambeien en diarree.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Geelhartje is door haar gele hart direct van de andere kleine witte bloemetjes te onderscheiden.

 

 

 

.

 

Algemeen

 

vlasfamilie (Linaceae)
– een- of tweejarig, soms overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeer   zeldzaam, rode lijst
– 5 tot 20 cm

Bloem
– wit met geel hart
– vanaf juni t/m augustus
– alleenstaand
– stervormig
– 4 tot 6 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden, soms 4
– 5 stijlen, soms 4

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp, spits of toegespitst
– rand gaaf
– voet aflopend
– 1-nervig

Stengel
– rechtop

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Vogelmuur : Stellaria media

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

 

Goed te herkennen aan 
– ronde stengel met haarlijst
– kroonbladen net zo lang of iets korter dan de kelkbladen
– meestal 3 meeldraden en altijd 3 stijlen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vogelmuur is zeer algemeen voorkomend, eenjarig plantje van 10 tot 40 cm hoog, dat onder gunstige omstan-digheden het hele jaar door kan bloeien. Ze groeit op open, droge tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond, vooral in akkers, tuinen en wegbermen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vogelmuur bloeit met kleine witte bloemetjes, die 5 diep gespleten kroonbladen hebben, waardoor het lijkt of er 10 kroonbladen zijn. Verder hebben ze (1-)3(-8) meeldraden en 3 stijlen. De kroonbladen zijn even lang of iets korter dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn groen of rood, slap, liggend en behaard met één rij haren, die in de lengte over de stengel loopt. De kruisgewijs tegenoverstaande bladeren zijn eirond met een spits topje. De onderste zijn gesteeld, de bovenste ongesteeld.

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt vogelmuur gebruikt tegen reuma, artritis, pijnlijke ledematen en longaandoe-ningen. Verse bladeren worden op wonden en huiduitslag gelegd. Ook kan de plant als groente worden gegeten, de smaak is zacht nootachtig. Vogels eten de bladeren en zaden.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 10 tot 40 cm hoog

Bloem
– wit
– hele jaar
– scherm
– 8 tot 10 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen
– (1-)3(-8) meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– liggend
– rood of groen
– behaard met 1 rij haren
– rolrond

zie wildebloemen

 

.

 

.