Tagarchief: lila

Lepidoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

.

Lepidoliet

 

Kenmerken van lepidoliet

 

Lepidoliet is een mica, een groep mineralen waarvan sommige belangrijk zijn voor de edelsteentherapie. Het is meestal roze-lila, maar kan ook kleurloos, grijzig, paars, rozerood of blauwachtig zijn. Nauw verwant aan lepi-doliet zijn biotiet, fuchsiet en muscoviet. Mica’s glimmen en glinsteren mooi en daarom hebben ze als bijnaam glimmer. Bij de lepidoliet is de glinstering duidelijk zien. Een andere naam voor lepidoliet is lithiumglimmer.

Lepidoliet is makkelijk splijtbaar en kan grote platen vormen. Omdat mica’s onbrandbaar zijn, werden die platen lepidoliet graag gebruikt waar vuurvastheid nodig is: bijvoorbeeld als ruitjes van kolenkachels of oliekachels. In de natuur verandert mica door verwering in zeer vruchtbare klei.

In de edelsteentherapie is lepidoliet belangrijk dankzij het lithium, wat belangrijk is voor de geest. Het mineraal bezit niet alleen de beschermende werking die alle mica’s hebben; lepidoliet maakt flexibel van geest en geeft rust in het hoofd.

 

 

lepidoliet

.

 

 

 

 

.

 

Herkomst van de naam

 

 

Lepidoliet betekent ‘schubbensteen’. De naam is gevormd uit de Griekse woorden lepidon (schilfer, schub) en lithos (steen). Het mineraal heette vroeger lilalith. Deze naam verwijst naar de lila kleur. Bij later wetenschappelijk onderzoek werd de naam veranderd in lepidoliet. Dat vond men een degelijker naam.

De naam ‘mica’ is ontleend aan het Latijnse mica (korreltje, kruimel, beetje), waarschijnlijk onder invloed van het Latijnse micare (fonkelen, glinsteren). Beide namen verwijzen naar het zilverig-roze en schilferige uiterlijk van ruwe lepidoliet. In het Noors heet mica wel kråkesølv (kraaienzilver), omdat kraaien graag glinsterende micahoudende steentjes in hun nest stoppen.

 

 

lepdidoliet hanger

 

.

 

Door de eeuwen heen

.

Mica, inclusief lepidoliet, wordt op heel veel plaatsen gevonden. Graniet bevat bijvoorbeeld altijd een deel mica. In Nederland vind je mica in stenen die tijdens de ijstijden door het ijs naar hier werden meegevoerd. Mica was al bekend in de prehistorie. Er zijn voorwerpen van mica gevonden bij de Azteken, in het oude Egypte, bij de oude Grieken en Romeinen. Om een mooie glinstering te krijgen, werden bepaalde soorten keramiek versierd met een glazuur waarin verkruimelde mica zit. Dit gebeurt tegenwoordig nog steeds. In de 18e eeuw werd lepidoliet erkend als een zelfstandig mineraal.

Tot aan de 19e eeuw werd mica op alleen gevonden als kleine, vlokkige kristallen. Mooie, grote micakristallen waren zeldzaam. De isolerende werking was al bekend. Het gebruik van mica veranderde toen in de 19e eeuw doorzichtige mica met grote kristallen werd gevonden in Zuid-Amerika en Afrika. Vanwege zijn vuurvastheid en doorzichtigheid werd deze Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse mica veel gebruikt voor de ruitjes van oliekachels en kolenkachels. Het betrof vooral muscoviet, maar ook lichtere versies van lepidoliet.

In de loop van de 19e eeuw werd mica industrieel belangrijk, vooral als isolerend en brandwerend materiaal. Daarnaast raakte het in gebruik voor kijkglazen, om glas en ruitjes te beschermen tegen de etsende werking van zuren. Mica kwam ook van pas als vulmiddel voor cement en asfalt. Zelfs bij het kleuren en binden van verven bewees mica z’n waarde. In 1861 onderzochten Robert Bunsen en Gustav Kirchhoff lepidoliet met microscoop en spectrometer.

Zij ontdekten dat lepidoliet rubidium en cesium bevat. Sinds de 20e eeuw worden deze zeldzame mineralen uit de lepidoliet gewonnen voor industriële toepassingen. Omdat lepidoliet ook een lithiumerts is, wordt de lepidoliet tegenwoordig graag gebruikt als bron voor lithium. De mica muscoviet (dat geen lithium bevat) is nu in gebruik voor de ruitjes van kachels.

 

 

 

.

 

Spiritueel

 

* Lepidoliet maakt flexibel van geest, vrolijk, enthousiast en geeft nieuwe ideeën.
* Lepidoliet helpt je niet alleen je eigen grenzen te bewaken, maar ook andermans grenzen te respecteren.
* Lepidoliet onder het hoofdkussen geeft aangename dromen.
* Lepidoliet kan goede diensten bewijzen bij genezing van dwangpatronen of fobieën. Het mineraal helpt die patronen te doorbreken en een nieuwe balans te vinden.
* Zachtroze lepidoliet houdt onvoorwaardelijk van alles en iedereen. Het stimuleert het intellect en maakt analytisch.
* Lepidoliet helpt je om in moeilijke situaties trouw te blijven aan je eigen principes.
* Lepidoliet heelt geestelijke pijn, zoals liefdesverdriet, getob, problemen met collega’s of relaties.

 

 

ruwe lepdidoliet

 

.

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

.

Lepidoliet heeft een typische mica-samenstelling met de algemene formule (AB2-3X,Si)4O10(O,F,OH)2

De bestanddelen A, B en X variëren:

  • A staat meestal voor kalium (maar soms barium, calcium, natrium).
    Bij lepidoliet is A kalium.
  • B is aluminium, chroom, ijzer, lithium, mangaan, magnesium, zink
    (soms titanium, vanadium); bij lepidoliet is B lithium.
  • X is meestal aluminium (soms ook beryllium, borium, of driewaardig ijzer).
    Bij lepidoliet is X aluminium.

 

Lepidoliet is een lithiumerts. Het kan ook zeldzame aardmetalen als cesium en rubidium bevatten.
De mooie gele en roze kleuren worden veroorzaakt door ingesloten lithium en mangaan.

 

.

Samenstelling: K(Li, Al)3[(O, OH, F)2/AlSi3O10] + Ca, Cs, Fe, Li, Mg, Mn, Na, Rb
Hardheid: 2,5 – 4
Glans: glasglans. parelmoerglans
Transparantie: transparant, doorschijnend, doorzichtig
Breuk: bladerig, schilferig, oneffen
Splijtbaarheid: perfect
Dichtheid: 2,8 – 2,9
Kristalstelsel: monoklien

 

 

 

 

 

 

Hopewell cultuur - lepidoliet

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Groot kaasjeskruid : Malva sylvestris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote (2,5 tot 4 cm) paarse, lila, roze of roodpaarse bloemen met donkere strepen op de kroonbladen en die met 3 tot 5 bij elkaar in de bladoksels staan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Groot kaasjeskruid is een overblijvende, afstaand behaarde plant van 30 tot 120 cm hoog. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond aan dijken en in bermen. Ze is algemeen voorkomend en wordt ook uitgezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot kaasjeskruid bloeit vanaf juni tot in de herfst. Van de kaasjeskruiden heeft groot kaasjeskruid de grootste bloemen. De kroonbladen zijn 18 – 25 mm lang, 3 tot 4 maal zo lang als de kelkbladen.
De bloemen zijn zeer gevarieerd van kleur; van zacht lila tot donker roodpaars, zelden wit. Ze zijn gesteeld en staan met 2 tot 5 bij elkaar in de bladoksels. De 5 kroonbladen hebben een aantal donkere strepen in de lengte en een diep uitgerande top.

De meer dan 20 meeldraden zijn gedeeltelijk met elkaar buisvormig vergroeid en omsluiten de nog niet volledig ontwikkelde stijlen. Als de meeldraden zijn uitgerijpt, gaan ze hangen. Dan pas ontwikkelen de stijlen zich verder, komen tevoorschijn uit de koker en spreiden zich uit. Zelfbestuiving is hierdoor uitgesloten.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn in omtrek rond tot niervormig en tot ongeveer 1/3 ingesneden. De onderste zijn duidelijk 7-lobbig, de bovenste 3 tot 5-lobbig. Bij de aanhechting van de bladsteel zit vaak een roodpaarse vlek.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vanwege het hoge gehalte aan slijmstoffen kun je de bladeren en bloemen van groot kaasjeskruid gebruiken tegen hoest en als verzachtend middel tegen ontstekingen in de mond en de keel. Bij overmatig gebruik werkt het laxerend. Vroeger werd groot kaasjeskruid gegeten als groente, omdat ze een aantal belangrijke vitamines bevat.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook uitgezaaid
– 30 tot 120 cm

Bloem
– paarslila tot rozerood, zelden wit
– vanaf juni tot in de herfst
– bundel
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 3 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top stomp
– rand gekarteld
– voet licht hartvormig
– handnervig
– behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijenorchis : Ophrys apifera

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bloem6-g

 

 

Goed te herkennen aan
de orichideebloemen met drie roze of lila soms witte kroonbladen met groene middennerf en een bruine, geelgroen gevlekte, onderaan behaarde, gewelfde middenlob.

 

 

bijenorchis

 

 

 

Algemeen

 

Bijenorchis is een overblijvende plant van 20 tot 50 cm, die bloeit in juni en juli. Ze groeit op grazige, enigszins vochtige, kalkhoudende grond in kalkgraslanden en bermen, aan slootkanten en op opgespoten terreinen. Ze is zeldzaam en in Nederland wettelijk beschermd. De laatste 20 jaar is ze behoorlijk in aantal toegenomen.

 

 

Bijenorchis

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze is een ijle aar van 2 tot 8 bloemen. Bijenorchis vormt in het najaar een rozet en gaat zo de winter door. De bloem zit ingewikkeld in elkaar. Ze heeft 3 buitenste, gekleurde bloemdekbladen, variërend van roodachtig wit tot lila of roze met een groene middennerf. Ze kunnen afstaan of teruggeslagen zijn. Dan de 2 binnenste, veel kleinere bloemdekbladen, die wat aan hoorntjes doen denken. Deze zijn groen of roodachtig en behaard.

Het meest opvallend is de 3-lobbige lip (is een vergroeid binnenste bloemdekblad), die bestaat uit een 1 grote, gewelfde, onderaan behaarde, bruine, geelgroen gevlekte middelste lob en 2 kleinere, omhoog gebogen, behaarde, bruine zijlobben. Het vlekkenpatroon op de middenlob varieert sterk van plant tot plant. Tot slot de groene, gebogen stempelzuil. De bloem lijkt op een steel te staan, maar dat is het vruchtbeginsel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

orchideeënfamilie (Orchidaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– wettelijk beschermd
– 20 tot 50 cm

Bloem
– roze, lila, wit, groen, bruin
– juni en juli
– ijle aar
– orchideebloem
– 10 tot 13 mm
– 6 bloemdekbladen
– 1 stempelzuil

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallel nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Beemdkroon : Knautia arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

beemdkroon

 

 

Goed te herkennen aan
– het afgeplatte lila bloemhoofdje met 4-slippige bloemen en
– de sterk stralende randbloemen en
– de talrijke behaarde omwindselblaadjes en
– de door witte beharing grijsgroene stengels en bladeren

 

 

bloemen-beemdkroon

 

 

 

Algemeen

 

Beemdkroon is een overblijvende plant van 15 tot 60 cm hoog. Ze groeit op vochtige, kalkhoudende grond in grazige, vaak zandige bermen en op dijken, ook aan struikgewasranden en in de binnenduinen. Beemdkroon staat op de rode lijst als algemeen voorkomend, maar sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Beemdkroon bloeit vanaf juni tot en met september met afgeplatte lila (zelden witte, zeer zelden gele) bloemhoofdjes. De hoofdjes bestaan uit talrijke trechtervormige bloemetjes, elk met vier kroonslippen. De buitenste bloemen zijn vergroot en asymmetrisch. Door tabaksrook verkleuren de bloemetjes in het hoofdje van lila naar gifgroen. Daarom wordt ze ook wel het tabaksbloempje genoemd.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels en bladeren lijken grijsgroen door de witte beharing. Hoe hoger de bladeren aan de stengel staan, hoe sterker ze in bladslippen zijn verdeeld. De onderste bladeren zijn meestal ongedeeld.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De plant heeft sappige bladeren die voor de liefhebber door de sla kunnen worden gemengd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

beemdkroon : afgeplatte bloemhoofdjes met 4-slippige bloemen en vergrote randbloemen, onderste bladeren ongedeeld.

duifkruid : afgeplatte bloemhoofdjes met 5-slippige bloemen en vergrote randbloemen, onderste bladeren veerdelig.

blauwe knoop : half-bolvormige, later bolvormige bloemhoofdjes met 4-slippige bloemen en zonder vergrote randbloemen.

 

 

Duifkruid

Duifkruid

 

 

 

Blauwe knoop

Blauwe knoop

 

 

 

 

Algemeen

 

kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in Zuid-Limburg,
elders vrij tot zeer zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– lila (zelden wit, zeer zelden geel)
– vanaf juni t/m september
– hoofdje
– 2 tot 4 cm
– klok- of buisvormige bloemen
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– een aantal rijen bladachtige   omwindselblaadjes

Blad
– zeer variabel van vorm
– enkelvoudig
– bovenste bladeren :
– tegenoverstaand
– zittend
– veervormig ingesneden
– onderste bladeren :
– rozet
– gesteeld
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf, grof gezaagd tot gekarteld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-beemdkroon

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Akkerdistel : Cirsium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bluhende_distel

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtpaarse, smalle, lang gesteelde, bloemhoofdjes en
– de stekelig, gegolfde of gekroesde bladeren

 

 

akkerdistel_01

 

 

 

Algemeen

 

Akkerdistel is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Van de distels is ze de meest voorkomende. De plant wordt 60 tot 120 cm hoog en bloeit van juni tot en met september met lichtpaarse, lila (zelden witte) lang gesteelde, geurende bloemhoofdjes, die in een pluim staan. Je ziet akkerdistel op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond op akkers, braakliggende terreinen en langs wegen en dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Onder de bloemhoofdjes zit een omwindsel, dat bestaat uit aangedrukte omwindselbladen. Ze hebben een stekelige punt, die afstaand maar niet teruggeslagen is. Het omwindsel is paars gekleurd wat de kleur van de bloeiwijze extra versterkt. Een enkele keer kun je in de hoofdjes van de mannelijke plant ook vrouwelijke bloemen vinden.

De mannelijke bloemenhoofdjes zijn tot anderhalf maal groter dan de vrouwelijke. De zoete, muskusachtige geur van de vrouwelijke bloemen trekt allerlei insecten aan, die beloond worden met veel nectar. De vruchtjes zijn een belangrijke voedselbron voor veel vogels. In de moeilijk toegankelijk distelhaarden broeden meerdere vogelsoorten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is niet of zeer smal stekelig gevleugeld, aan de top sterk vertakt, het bovenste deel is meestal kaal. De stekelige bladeren zijn lancetvormig, veerspletig met gegolfde of gekroesde rand, aan de bovenkant kaal en glanzend, de onderzijde kan zilverig wit zijn.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Akkerdistel is een lastig onkruid. Door de vele pluizige vruchtjes kan de plant zich sterk uitzaaien. Ook vormt ze worteluitlopers. Ploegen van akkers werkt in het voordeel van de plant, want elk stukje uitloper kan weer uitgroeien tot een zelfstandige plant. Bovendien is de plant resistent tegen veel onkruidverdelgende middelen. Akkerdistel heeft daarom als bijnaam “Boerenplaag”.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 60 tot 120 cm hoog

Bloem
– lichtpaarse, zelden witte buisbloemen
– vanaf juni t/m september
– lang gesteelde hoofdjes in pluimen
– 1,5 tot 3 cm
– omwindselbladeren gestekeld
en topje afstaand

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig, veerspletig
– top stekelpuntig
– rand stekelig getand, soms gegolfd
of gekroesd
– voet aflopend
– veernervig
– bovenkant glanzend en kaal
– onderkant kaal, soms wit viltig
behaard

Stengel
– rechtop
– aan de top sterk vertakt
– glad en kaal of zeer smal stekelig
gevleugeld

zie wilde bloemen

 

 

flora-g

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Vierzadige wikke : Vicia tetrasperma subsp. tetrasperma

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

vicia-tetrasperma-vierzadige-wikke-04

 

 

Goed te herkennen aan
– 1 tot 3 bloemige trosjes van kleine licht lila of blauwachtig witte vlinderbloemen en
– de gerankte bladeren met 3 – 8 paar deelblaadjes

 

 

vierzadige-wikke-yerseke-moer-peter-706

 

 

 

Algemeen

 

Vierzadige wikke is een eenjarig, teer plantje met een klimmende, vaak vertakte stengel van 15 tot 70 cm lang. Ze groeit op vochtige, matig voedselrijke grond in akkers, bermen en op dijken.

 

 

Vierzadige wikke

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met augustus. De bloemen zijn blauwachtig wit tot licht lila. Ze staan in trosjes van 1 tot 3 bloemen. De steel van het trosje is in de vruchttijd ongeveer even lang als het draagblad, in tegenstelling tot die van slanke wikke, waarvan de steel van het trosje langer is dan het draagblad.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
> – eenjarig
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 15 tot 70 cm

Bloem
– blauwachtig wit tot licht lila
– vanaf mei t/m augustus
– armbloemige losse tros
– vlinderbloem
– 4 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond of met een stekelpuntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig

Stengel
– klimmend
– weinig kort behaard

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-vierzadige-wikke

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Phacelia : Phacelia tanacetifolia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

phacelia_flower

 

 

 

Goed te herkennen aan
de rijkbloeiende, lila schichten met bloemen, waarvan de meeldraden en stijlen ver buiten de bloemen steken.

 

 

phacelia1

 

 

 

Algemeen

 

Phacelia is een eenjarige, vrij algemeen voorkomende plant, oorspronkelijk afkomstig uit Californië, en is in de Lage landen volledig ingeburgerd. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond en wordt 20 tot 80 (120) cm hoog. Ze heeft een breed vertakt wortelstelsel en maakt daardoor de grond goed los.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met lila bloemen, die in een schicht staan. De schicht is in eerste instantie opgerold, maar rolt zich tijdens de bloei uit. De meeldraden en stijlen steken ver buiten de bloemen. De kelkbladen zijn lang, afstaand, ruw behaard en roodbruin of groen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De weinig kort behaarde bladeren zijn enkel of dubbel geveerd of veerdelig en staan verspreid aan de naar boven toe behaarde stengels.

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Phacelia bevat stoffen, die gebruikt worden in de parfumindustrie. Huidcontact met de plant kan een onaangenaam prikkelend gevoel geven.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Phacelia is een uitstekende groenbemester. Daarnaast produceert ze veel nectar en is daardoor aantrekkelijk voor bijen. Ze wordt daarom ook bijenvoer of bijenvriend genoemd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– vrij algemeen, volledig ingeburgerd
– 20 tot 80 (120) cm

Bloem
– lila, zelden wit of roze
– vanaf mei t/m september
– schicht
– klokvormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– enkel of dubbel geveerd of veerdelig
– deelblaadjes langwerpig
– top spits
– rand getand of gelobd
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– naar boven toe behaard

zie wilde bloemen

 

 

phacelia11

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Bermooievaarsbek : Geranium pyrenaicum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9617-gr-bermooievaarsbek

 

 

Goed te herkennen aan
– de in paren staande, helder roze tot lila , donker geaderde bloemen  met ingesneden kroonbladen en
– de behaarde, handvormig ingesneden bladeren

 

 

geranium-pyrenaicum-bermooievaarsbek-02

 

 

 

Algemeen

 

Bermooievaarsbek is een overblijvende, behaarde plant van 20 tot 60 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit de bergstreken van Zuid-Europa, het Zwarte Zeegebied en het Atlasgebied.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, het rivierengebied, de kustprovincies en in stedelijke omgeving. Elders zeer zeldzaam. Niet op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en het kustgebied. Elders vrij zeldzaam, maar zeldzaam in de Kempen.

Wallonië: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders vrij zeldzaam en zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Je vindt bermooievaarsbek op open, min of meer vochtige, voedselrijke grond in bermen en op rivier- en spoordijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van bermooievaarsbek zijn eerst helder roze, oudere bloemen neigen meer naar het paars. Zelden zijn ze wit. De bloemen staan in paren en hebben 5 voor een kwart ingesneden kroonbladen, die 2 tot 3 keer zo lang zijn als de kelkbladen. Bloemen in de knop hangen, geopende bloemen staan rechtop, de vruchten staan rechtop op terug gebogen steeltjes.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is behaard met witte afstaande haren en naar boven toe met een toenemend aantal klierharen, die aanzienlijk korter zijn dan de overige haren. Ook de bladeren zijn behaard, in omtrek rond en voor 1/2 tot 2/3 handvormig ingesneden in 5 tot 9 slippen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– helder roze tot paarsroze, zelden wit
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig
– top stomp
– rand top van de slippen getand
– voet hartvormig
– handnervig
– zachte behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

geranium-pyrenaicum

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

Blauwe waterereprijs

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2184-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lila tot bleekblauwe “ereprijs” bloemetjes in trossen en
– de plaats waar de plant groeit (in ondiep water)

 

 

img_2273-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

Algemeen

 

Blauwe waterereprijs is een eenjarig of overblijvende plant van 15 tot 60 cm. Ze groeit in ondiep, stromend water en open, natte, voedselrijke grond aan waterkanten. In het rivierengebied is ze plaatselijk vrij algemeen. Elders is ze zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemen vormen lang gesteelde trossen in de bladoksels en zijn lila tot bleekblauw met paarse lijntjes. Na de bloei maken de bloemstelen een scherpe hoek met de as van de bloeiwijze. Dat onderscheidt blauwe waterereprijs van rode waterereprijs, waarvan de bloemstelen een rechte hoek maken na de bloei.

 

 

 

 

img_2294-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De al of niet vertakte, kale stengels zijn groen, soms rood aangelopen en vierkantig. De bladeren zijn licht groen, de bovenste langwerpig en half stengelomvattend, de onderste ei-rond en gesteeld.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– eenjarig of overblijvend
– vrij algemeen in het rivierengebied,   elders zeldzaam
– 15 tot 60 cm hoog

Bloem
– lila tot bleekblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd tot bijna gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Tijm : etherische olie

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Tijm etherische olie

 

 

 

 

Tijm etherische olie helpt de natuurlijke weerstand te versterken, werkt positief en helpt vitaal en energiek te blijven. Tijm, Thymus vulgaris, is een groenblijvende plant van 20-30 cm. hoogte die behoort tot de Lipbloemigen, lamiaceae. Het half-heestertje met rijk vertakte houtige stengels stamt oorspronkelijk uit het Middellandse zeegebied en wordt nu overvloedig aangetroffen in o.a. Italië, Frankrijk, Spanje, Marokko, Turkije, China en Midden-Europa.

 

Tijm heeft kleine spitse zeer aromatische blaadjes met lila bloemetjes en is zeer geliefd bij bijen.

Tijm wordt al sinds onheuglijke tijden voor medische doeleinden gebruikt. De Romeinen waardeerden dit plantje niet alleen als keukekruid maar ook om de medicinale werking.

Om de desinfecterende werking maakten zij er zeep en toiletwater van. Zij brachten het kruid naar onze streken waar het al snel in kloostertuinen te vinden was.

 

 

 

 

Tijm essentiële olie heeft krachtige anti-bacteriële en schimmelwerende eigenschappen en is vooral een bekend slijmoplossend middel. De olie wordt in de aromatherapie o.a. gebruikt bij;

abcessen, kneuzingen, blauwe plekken, eczeem, tandvleesinfecties, artritis, wratten, onreine huid, griep, bronchitis, vastzittende hoest, reumatische klachten, spierpijn, gewrichtspijn, haaruitval, (over)vermoeidheid, cellulitis, oedeem, verrekkingen, sportletsels, diarree, infecties aan de urinewegen, verkoudheid, infectieziekten, hoofdpijn, migraine, lage bloeddruk.

Tijm etherische olie kan goed gecombineerd worden met Anijs, Basilicum, Bergamot, Citroen, Den, Lavendel, Melisse, Patchouli, Rozemarijn.

 

Tijm versterkt het afweersysteem en werkt ontsmettend bij infecties aan luchtwegen, urinewegen en de huid.

Kan ook verlichting brengen bij kinderziekten zoals bof en kinkhoest.

Tijm is een zeer goede pijnstillende olie. Toevoegen aan een basisolie bij spierpijn en reumatische pijnen voor een massage.

 

 

 

 

.

 

Bij tijm is het belangrijk om een onderscheid te maken

tussen de verschillende chemotypen (ct)

.

Van dezelfde botanische variëteit zijn er, afhankelijk van de groeiplaats (klimaat, bodemsoort, hoogte), tijmplanten mogelijk met een totaal verschillende samenstelling.

Achter de Latijnse naam wordt daarom de belangrijkste inhoudsstof (thymol, carvacrol, linalol, thuyanol) toegevoegd. Elk chemotype heeft een specifieke werking.

Tijm ct Thymol bijvoorbeeld is een zeer sterke, krachtige variant door het hoge aandeel aan thymol en daarom niet voor iedereen geschikt. Tijm ct Linalol is veel zachter en kan in principe door iedereen gebruikt worden.

Een belangrijk onderdeel van tijm olie is thymol. Thymol is zeer effectief in de behandeling van schimmels en virussen. De zuiverende eigenschap van deze olie overtreft die van vele synthetische kiemdodende middelen.

Tijm is dan ook een zeer goede olie om in schoonmaakproducten te gebruiken in combinatie met bijvoorbeeld tea-tree (Melaleuca) en citroen.

Nieuwe onderzoeken laten zien dat tijm ook anti-aging eigenschappen heeft door de ondersteuning van de lever en het stimuleren van het lichaam om het glutathion niveau ook bij het ouder worden op peil te houden.

Als voedingssupplement is tijm een sterke anti-oxidant.

Het beschermt een gezond DHA niveau, DHA ondersteunt onze hersenfunctie en de gezondheid van ons hart.

 

 

 

.

 

Gebruik van tijm etherische olie

.

Bij vastzittende hoest: 3-5 druppels Tijm aan een schaal heet water toevoegen en 1-2x per dag stomen.

Bij verkoudheid: meng 20 druppels Tijm, 20 druppels Rozemarijn ct Verbenon, 20 druppels Tea Tree en 20 druppels Eucalyptus in een 10 ml. donker glazen flesje. Sprenkel 1-2 druppels van dit mengsel op een tissue en inhaleer meermaals per dag.

Of meng 1 druppel Tijm, 1 druppel Tea Tree, 2 druppels Pepermunt en 1 druppel Lavendel met een beetje melk of een lepeltje honing. Voeg dit mengsel toe aan een niet te warm bad en baad 10-20 minuten.

Een huidolie voor onreine huid: 5-10 druppels Tijm toevoegen aan 50 ml. Jojoba-olie, hiermee de huid ‘s ochtends en ‘s avonds insmeren.

Reumatische klachten, spier- en gewrichtspijn: 10 druppels Tijm toevoegen aan een eetlepel macadamianoot olie en hiermee de pijnlijke plaatsen naar behoefte masseren.

Verdampen: 6-8 druppels Tijm in een aromadiffuser verdrijven angst en depressies.

 

 

.