Tagarchief: kelkbladen

Vijfvingerkruid : Potentilla reptans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, gesteeld alleenstaande bloemen
– met 5 (soms 4) hartvormige kroonbladen en
– de handvormige samengestelde, 5-tallige bladeren
(soms deels 7-tallig)
– en de vaak roodachtige, liggende, op de knopen wortelende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vijfvingerkruid is een overblijvende plant van 10 tot 20 cm hoog. Ze komt plaatselijk zeer algemeen voor in de Lage Landen. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke grond in graslanden, duinvalleien, uiterwaarden, aan wegen en ook op stenige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vijfvingerkruid bloeit vanaf juni tot en met augustus met gele, gesteeld alleenstaande bloemen, die 5 (soms 4) hartvormige kroonbladen hebben. De kroonbladen zijn langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De gesteelde bladeren zijn handvormig samengesteld, meestal allemaal 5-tallig, soms deels 7-tallig. De vaak roodachtige, verspreid behaarde, liggende stengels wortelen op de knopen en kunnen tot 1 meter lang worden. Waar ze wortelen ontstaan nieuwe plantjes, die op hun beurt weer liggende, wortelende stengels vormen en zo kan vijfvingerkruid grote oppervlakten in beslag nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In de Lage Landen komen 12 soorten voor te bezien op  “Sleutel ganzerik” .

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 20 cm hoog

Bloem
– goudgeel
– vanaf juni t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 1 tot 2,5 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– 5-tallig, soms deel 7-tallig
– top stomp
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– handnervig
– zacht behaard

Stengel
– bovengronds liggend
– wortelend op de knopen
– vaak roodachtig
– verspreid behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Rechte ganzerik : Potentilla recta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de bleekgele bloemen met 5 hartvormige kroonbladen, die
– langer zijn dan de kelkbladen en
– de handvormige 5 – 7 delige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Rechte ganzerik is een overblijvende plant, die groeit op droge, matig voedselrijke, meestal omgewerkte grond in bermen en op zandige dijkhellingen. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen, waar ze halverwege de 19de eeuw vermoedelijk als sierplant is terecht gekomen. Ze wordt nog steeds beschouwd als een ingeburgerde plant. Allerlei cultivars met bloemen van wit tot donkergeel zijn te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Rechte ganzerik bloeit vanaf juni tot en met augustus. De bloemen zijn bleekgeel (soms lichtgeel), ze hebben 5 hartvormige kroonbladen en ze staan in een los bijscherm, dat niet meer dan 1/3 van de totale hoogte van de plant inneemt. Naast 5 kelkbladen hebben de bloemen ook 5 bijkelkbladen, die smaller en even lang of iets langer zijn dan de kelkbladen. Zowel kelk- als bijkelkbladen zijn behaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De lang behaarde, vrij forse stengelbladeren zijn handvormig 5 – 7 delig en lijken wel wat op hennepbladeren. Aan de voet van het bladstengel zit een diep gezaagd eveneens vrij fors steunblad. De bladeren in de bloeiwijze zijn handvormig (hooguit 3-delig), veerdelig of enkelvoudig met diep gezaagde rand. Zoals de naam al doet vermoeden is de stengel rechtopstaand en net als de andere groene delen van de plant lang behaard.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In het schema “Sleutel ganzerik” kun je zien hoe je ze van elkaar kunt onderscheiden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 30 tot 70 cm

Bloem
– bleekgeel (soms lichtgeel)
– vanaf juni t/m augustus
– bijscherm
– stervormig
– 20 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– top spits
– rand gezaagd of getand
– voet wigvormig
– handnervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Kleine veldkers ; Cardamine hirsuta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 4 (soms 5) meeldraden en
– de 15 tot 25 mm lange vruchten, die ruim boven de bloemetjes  uitsteken

 

 

 

 

Kleine veldkers is een overblijvend, zeer algemeen voorkomend, eenjarig plantje, dat groeit op open, vochtige tot droge grond aan wegen en dijken, in tuinen, plantsoenen en in de duinen.

Ze wordt 5 tot 35 cm hoog en bloeit vanaf maart tot en met juni met kleine witte bloemetjes, die aan het einde van de stengel in een trosje bij elkaar staan.

Vanuit het rozet, gevormd door de onderste bladeren, komen één of meerdere stengels. De stengels en de bladeren zijn min of meer behaard. Hoger aan de stengel zitten meestal 2 tot 4 oneven geveerde bladeren met 5 tot 9 lijnvormige of langwerpige deelblaadjes. De deelblaadjes van de rozetbladeren zijn ronder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 5 tot 35 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m juni
– tros
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bovenste verspreid
– onderste rozet
– samengesteld
– oneven veervormig
– top stomp
– rand gaaf
– veernervig
– verspreid behaard

Stengel
– rechtop
– niet of weinig vertakt
– kaal of weinig behaard
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Liggende ganzerik : Potentilla supina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtgele bloemetjes, waarvan de 5 kroonbladen elkaar niet raken
– en korter dan of even lang zijn als de kelkbladen en
– de oneven geveerde, van onderen groene bladeren en
– de liggende, behaarde, ronde, niet wortelende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Liggende ganzerik is een eenjarige plant die groeit op open, natte, ’s zomers droogvallende, voedselrijke grond aan rivieroevers en op omgewerkte grond.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Liggende ganzerik bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen staan in de bladoksels. Ze hebben 5 lichtgele, omgekeerd eironde kroonbladen die elkaar duidelijk niet raken en die hoogstens zo lang zijn als de kelkbladen. Naast 5 kelkbladen hebben de bloemen ook 5 bij-kelkbladen, die langer zijn dan de kelkbladen. De bloemstelen buigen zich na de bloeitijd naar beneden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De zacht behaarde bladeren zijn oneven veervormig met 3 tot 7 blaadjes. Naar boven toe wordt het aantal deelblaadjes minder. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste hebben een aflopende voet. De deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig, hebben een gezaagde of diep gekartelde rand en zijn aan de onderkant groen; dit in tegenstelling tot de bladeren van zilverschoon, die aan de onderkant zilverwit zijn. De niet wortelende stengels zijn afstaand of iets aangedrukt, zacht behaard en meestal groen, soms iets paarsig aangelopen. Ze zijn slap, liggen op de grond of hangen op omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In de Lage Landen komen 12 soorten voor, waarvan sommigen op het eerste gezicht veel op elkaar lijken. Samen met zilverschoon onderscheidt liggende ganzerik zich van de andere Potentilla’s door de oneven veervormig samengestelde bladeren.

 

 

zilverschoon

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– eenjarig
– vrij tot zeer zeldzaam
– 5 tot 45 cm

Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits of stomp
– rand gezaagd of diep gekarteld
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele plomp : Nuphar lutea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de plaats waar ze groeit … in water en
– de grote, gele, stevig ogende, onaangenaam ruikende bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele plomp is een waterplant, die groeit in diep tot vrij diep, stilstaand of zacht stromend water met een voedselrijke bodem. Ze komt zeer algemeen voor in de lage landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juni tot en met augustus. De gele bloemen hebben 5 kelkbladen, die elkaar overlappen en een kom rond de rest van de bloem vormen. De binnenkant van de kelkbladen is geel. De buitenkant is eerst groen, later geelgroen. De onopvallende gele kroonbladen zijn kleiner dan de kelkbladen en vormen onderin de bloem een cirkel rond de vele meeldraden, die rond het flesvormige vruchtbeginsel staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad 

 

De bladeren onder water zijn zacht en kronkelig samengevouwen, lijken op slabladeren. Naarmate de bladeren dichter bij de oppervlakte komen gaan ze zich uitspreiden. De drijvende bladeren zijn 10 tot 30 cm groot, glanzend, leerachtig en hebben een waslaagje.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

In bloei is gele plomp niet te verwarren met een andere plant. Niet in bloei lijken de bladeren op die van witte waterlelie. Ze zijn ongeveer even groot, qua vorm zijn de bladeren van gele plomp wat smaller. Het duidelijkst zijn ze van elkaar te onderscheiden door de nervatuur. De nerven van het blad van gele plomp zijn niet onderling verbonden. Die van het blad van witte waterlelie zijn wel onderling verbonden.

 

 

witte waterlelie

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot zeer zeldzaam

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 6 cm
– stervormig
– 7 tot 24 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 10 tot 20 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig
– leerachtig

Stengel
– onder water
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone hoornbloem : Cerastium fontanum subsp. vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

zijkant-bloem-gewone-hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot ongeveer de helft ingesneden kroonbladen en
– de 5 stijlen per bloem en
– de behaarde, maar niet kleverige stengels

 

 

11608

 

 

.

Algemeen

 

Gewone hoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende (soms eenjarige), geheel behaarde plant van vochtige, voedselrijke, grazige grond.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze wordt 4 tot 45 cm hoog en bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte bloemetjes, die in een losse tros staan en 5 tot de helft ingesneden kroonbladen hebben. De kroonbladen zijn iets korter tot iets langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is donkergroen, langwerpig en aan beide zijden behaard. Ook de vaak paarsachtige stengel is behaard, maar niet met klierharen, zoals de stengel van een aantal andere soorten hoornbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– zeer algemeen
– 4 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april tot in de herfst
– losse tros
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– vaak paarsachtig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria