Advertenties

Tagarchief: oogsten

Gods beloften in de Bijbel : deel 28 en 29

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

28 Gods beloften van Behoudenis, Eeuwig leven, beloning 

 

Matt.5:10 Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 11 Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil. 12 Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd.

 

 

Matt.6:3 Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linkerhand niet weten, wat uw rechter doet; 4 Opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden. 6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bid uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. 17 Maar gij, als gij vast, zalf uw hoofd, en was uw aangezicht; 18 Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

 

 

Matt.24:13 Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.

 

 

Matt.25:1 Zijn heer zeide tot hem. Wèl gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.

 

 

Marc.10:28 Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd. 29 Jezus zeide: Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, 30 of hij ontvangt honderdvoudig terug: nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

 

 

Joh.12:24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort. 25 Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.

 

 

Rom.8:17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking. 18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.

 

 

Joh.3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld.

 

 

Joh.5:24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.

 

 

Rom.6:22 Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven. 23 Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

 

 

2 kor.5:1 Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. 2 Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden.

 

 

Efeze 1:13 .. verzegeld met de heilige Geest der belofte, 14 die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.2:8 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme.

 

 

Fil.3:21 die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.

 

 

2 Tim 2:12 Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen; indien wij Hem verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen.

 

 

2 Tim.4:8 voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad.

 

 

Hebr.3:6 maar Christus als Zoon over zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, [tot het einde onverwrikt] vasthouden.

 

 

Jac.12:12 Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

 

 

1 Petr.2:6 Daarom staat er in een schriftwoord: Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

 

 

Petr.5:4 En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven.

 

 

2 Petr.3:13 Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

 

 

1 Joh.2:16 Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. 17 En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

 

 

Openb.2:7 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is…..

11 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden…..
17 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op die steen een nieuwe naam geschreven, welke niemand weet, dan die hem ontvangt. ….
26 En wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen; 27 en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf, als aardewerk worden zij verbrijzeld, gelijk ook Ik van mijn Vader ontvangen heb, 28 en Ik zal hem de morgenster geven. 3:5 Wie overwint, zal aldus bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen. …. 11 Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. 12 Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam…..
21 Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.

 

 

Openb.7:16 Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, 17 want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

 

 

Openab.21:4 en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. (vijfvoudige zegening)

 

 

Openb.21:7 Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.

 

 

Openb.22:3 En niets vervloekts zal er meer zijn… 14 Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.

 

 

 

29 Gods beloften voor oogsten, belonen 

 

Luc.6:36 Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is. 37 En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden. 38 Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij meet, zal u wedergemeten worden.

 

 

Gal.6:7 Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Want wie op (de akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op (de akker van) de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten. 9 Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen. 10 Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Advertenties

De leer van Boeddha: deel 5

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd.

 

.

karma_purple3

 

.

.

Karma

.

Karma (Pali: kamma) betekent daad, handeling.  We zagen dat volgens de leer van oorzaak en gevolg onze huidige ervaring de uitkomst is van voorafgaande handelingen en wilsuitingen en dat toekomstige handelingen afhankelijk zijn van wat we heden doen. Het begrip karma houdt in dat  ons heden wordt bepaald door ons verleden. Daden kunnen in drie klassen ondergebracht worden:
.
gezonde daden, die leiden tot de hogere rijken van samsara of tot  bevrijding; 
                   ongezonde daden, die leiden tot voortzetting van verwarring en pijn;  
                   neutrale daden.

Karma is een gevolg van voorgaande handelingen van onszelf. Daardoor schept ieder levend wezen zijn eigen omstandigheden. Karma is een gevolg van voorafgaand handelen en geen beloning of straf. Het is als het ware een neutraal mechanisme dat natuur noodzakelijk werkt zoals het werkt. Het heeft dan ook geen zin om van ‘schuld’ te spreken maar eerder van onwetendheid. Mensen brengen zichzelf leed toe door eigen onwetendheid.

Doordat we gedreven worden door onze begeerten en we ons hechten aan datgene wat we door het volgen van die begeerten willen realiseren, zetten we een kettingreactie in werking, een vicieuze cirkel, die ons in de ban houdt. Deze kettingreactie brengt ons niet het geluk dat we er van verwachten, maar we zijn geneigd toch steeds door te gaan.

Deugdzame daden kunnen tot betere omstandigheden leiden. Alleen het werkelijke inzicht in de dharma’s zal kan leiding tot verlichting en bevrijding van de gebondenheid aan de keten van geboorten en wedergeboorten. Meditatie is de weg waarlangs we tot inzicht kunnen komen.

“Zolang Nirvana niet is bereikt, blijft de noodzaak aanwezig voor nieuwe geboorte. Dan gaan ’s mensen eigenschappen over van leven tot leven. Een persoon is opgebouwd uit vijf afzonderlijke delen of khandha’s.

 

.

Dit zijn de vijf khandha’s waaraan het Karma is gebonden

.

1. “Onderscheiding“, ook weergegeven als werking, formatie, onderbewustzijn, scheppingsdrang, levenswil of levensaandrift.

.

2. “Bewustzijn“.

.

3. “Aandoening” of gevoel, verwekt door de indrukken der zinnen.

.

4. “Voorstelling“, waartoe de indrukken worden verwerkt.

.

5. ’t “Lichamelijke“, het objectieve, want ook de gehele buitenwereld, het waargenomene, wordt tot de elementen gerekend, die het bewuste wezen vormen. Bij de dood blijven deze beginselen over en worden ergens anders in een nieuw individu tot uitdrukking gebracht. Het is of er een licht ergens is uitgeblust en op een andere plaats weder wordt ontstoken”.

.

“Volkomen is iemand, die bevrijding heeft bereikt, bij wie de khandha’s zijn uitgeblust, het Karma vernietigd.” (Woorden van Boeddha, pag. 25, 26, 27).

Het boeddhisme stelt dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze eigen daden, ons geluk en onze ellende. Wij scheppen onze eigen hemel en onze eigen hel. Het leven omvat zowel het goede als het slechte. Naar welke van de twee de balans doorslaat hangt van onszelf af.

We oogsten wat we zaaien. Nu zijn we het resultaat van wat we eens waren en in de toekomst zullen we het resultaat zijn van wat we nu zijn.  De uitweg is niet de weg van de verlossing van buitenaf, maar is de weg van toenemend bewustzijn en inzicht, welke door middel van meditatie verkregen wordt.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De raaf in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

De raaf

 

De Here Jezus vermaande zijn discipelen te letten op de raven, als voorbeeld van onbezorgdheid:

 

“Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt” (Lucas 12: 24).

 

Dit in tegenstelling tot de rijke dwaas. Zijn voorraadkamers en schuren waren niet groot genoeg om zijn oogst op te slaan, en hij maakte zich druk met het bouwen van nog grotere (Lucas 12: 16-21). Hij dacht bij zichzelf: ‘Ik heb het voor elkaar, ik hoef niet meer te werken’. Maar Jezus zei: ‘Je houdt geen rekening met God; als je dood gaat heb je niets’. En tegen zijn discipelen: “Weest niet bezorgd over uw leven” en “het leven is meer dan het voedsel” (Lucas 12: 22 – 24). Er zijn belangrijker dingen, namelijk de zorg hoe wij in het Koninkrijk van God komen (Lucas 12: 31).

 

 

Lucas 12: 16 – 21

 

16 Hij legde hun dat uit met een verhaal: “Er was eens een rijke man. Zijn akkers hadden een grote oogst opge-leverd. 17 En hij dacht bij zichzelf: ‘Wat zal ik doen? Want ik heb geen ruimte genoeg om de hele oogst op te bergen.’ 18 Hij bedacht: ‘Ik weet al iets. Ik zal mijn schuren afbreken en grotere schuren bouwen. Daar zal ik dan al mijn graan en al mijn rijkdommen in opbergen.

19 Nu heb ik heel veel. Het is genoeg voor járen. Nu kan ik rustig aan doen. Ik ga lekker eten en drinken en feestvieren.’ 20 Maar God zei tegen hem: ‘Jij dwaas! Vannacht nog zal je leven van je teruggevraagd worden. En voor wie heb je dan zoveel verzameld?’ 21 Zó zal het gaan met de mensen die voor zichzélf schatten verzamelen, maar geen schat hebben bij God.”

 

Lucas 12: 22 – 24

 

22 Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Daarom zeg Ik tegen jullie: maak je nergens zorgen over. Niet of je wel te eten zal hebben. Ook niet of je wel kleren zal hebben om aan te trekken. 23 Het leven is toch belangrijker dan het eten? En het lichaam is toch belangrijker dan de kleding? 24 Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren niets in voorraadkamers of schuren. God geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belang-rijker dan de vogels?

 

 

Lucas 12: 31

 

31 Geef het Koninkrijk van God de eerste plaats in jullie leven. Dan zullen jullie al die andere dingen ook van je Vader krijgen.

 

 

De raaf is de eerste soort vogel die in de Bijbel bij name genoemd wordt. Noach heeft na de grote vloed zowel van zijn vliegkunst als zijn intelligentie gebruik gemaakt. Later in de geschiedenis van Israël, tijdens een droogte, heeft God raven gebruikt om zijn profeet Elia van voedsel te voorzien (1 Koningen 17: 1 – 6).
.
.

 

1 Koningen 17: 1 – 6

 

1 In Gilead woonde de profeet Elia uit Tisbe. Hij zei tegen koning Achab: “Ik zweer bij de Heer, de God van Is-raël, de God die ik dien, dat er jarenlang geen dauw of regen zal vallen, totdat ik het zeg.” 2 Daarna zei de Heer tegen hem: 3 “Vlucht naar het oosten. Verberg je bij de beek Krit die in de Jordaan uitkomt.

4 Je kan water uit de beek drinken en Ik heb de raven bevolen om je eten te brengen.” 5 Hij vertrok en deed wat de Heer hem had gezegd. Hij ging bij de beek Krit wonen, die in de Jordaan uitkomt. 6 De raven brachten hem ’s morgens en ’s avonds brood en vlees en hij dronk water uit de beek.

 

 

Elia wordt door raven gevoed

 

Ergens in een kaal, steil en verlaten bergdal ten oosten van de Jordaan, verborg deze man van God zich met geen ander gezelschap dan de God die hij diende en een groep raven. ’s Morgens en ’s avonds voorzagen zij hem van brood en vlees. Geen grote moeite voor raven, maar het blijft een wonder. God had hun geboden voedsel met hem te delen.Het is volkomen duidelijk dat God in staat is voor zijn dienaren te zorgen, al zijn de omstandighe-den nog zo moeilijk. Niets is te moeilijk voor Hem (Genesis 18: 14; Jeremia 32: 27; Matteüs 19: 26). Hij die tot in de verafgelegen rotsspleten ziet en voor het ravenjong zorgt (Job 39: 3; Psalm 147: 7 – 11), zal ook voor de gelovigen zorgen en hen niet vergeten. 

 

 

Genesis 18: 14

 

14 Voor de Heer is niets te wonderlijk! Op de juiste tijd, over een jaar, zal Ik bij jullie terugkomen. Dan zal Sara een zoon hebben.”

 

Jeremia 32: 27

 

27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

 

 

Matteüs 19: 26

 

26 Jezus keek hen aan en zei: “Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.”

 

 

Job 39: 3

 

3 Wie zorgt ervoor dat de raven te eten hebben? Als hun jongen hongerig door het nest kruipen en om eten roepen, wie zorgt er dan voor dat ze te eten krijgen?

 

 

Psalm 147: 7 – 11

 

7 Zing voor de Heer een danklied,
maak voor onze God muziek op de citer.
8 Zing voor Hem die de wolken maakt,
die regen geeft aan de aarde,
die het gras doet groeien op de bergen,
9 die het vee te eten geeft,
die de jonge vogels voert als ze roepen.
10 Hij wil niet dat je op mensen vertrouwt,
op de kracht van je leger,
op je aantallen paarden.
11 Maar Hij wil dat je ontzag voor Hem hebt
en vertrouwt op zijn liefde.

 

Zoals de apostel Paulus constateert: zelf hebben wij niets in deze wereld meegebracht, en wij kunnen er ook niets uit meenemen (1 Timotëus 6: 3 – 10). De mens is net zo afhankelijk van God als de vogels, al beroemt hij zich op zijn velerlei uitvindingen. Wij mogen de zorg voor onze dagelijkse behoeften rustig aan God overlaten: “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Dan zullen wij door Gods woord en zijn liefde opgebeurd worden en ons, zoals de raven, verheugen in een thermiek, die ons dichter bij God brengt.

 

 

1 Timotëus 6: 3 – 10

 

3 Er zullen ook mensen komen die andere dingen aan de broeders en zusters leren dan ik hun geleerd heb. Dat zijn trotse en eigenwijze mensen. Zij willen zich niet houden aan de gezonde woorden van onze Heer Jezus Chris-tus. Ze houden zich niet aan de manier waarop we God moeten dienen. 4 Ze hebben er niets van begrepen. Ze maken ruzie en zeuren over onbelangrijke dingen. Ze veroorzaken jaloersheid, ruzies, geroddel en wantrouwen.

5 Al dat geharrewar ontstaat doordat ze niet meer helder denken en de waarheid zijn kwijtgeraakt. Ze denken dat het dienen van God een manier is om rijk te worden. Blijf bij zulke mensen uit de buurt. 6 Maar het dienen van God is wel een grote rijkdom, als we ook tevreden zijn met wat we hebben. 7 Want we hebben niets op de wereld meegebracht toen we geboren werden, en het is duidelijk dat we ook niets uit de wereld kunnen meene-men als we sterven.

8 Als we onderdak, eten, drinken en kleren hebben, moeten we tevreden zijn. 9 Maar mensen die graag rijk willen worden, lopen in de val van de duivel. Ze krijgen allerlei dwaze en verkeerde verlangens, waardoor het langzaam maar zeker slecht met hen afloopt. 10 Want het verlangen naar geld is de bron van al het kwaad. Sommige mensen zijn het geloof kwijtgeraakt en in allerlei ellende terecht gekomen, doordat ze zo graag rijk wil-den worden.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget