Dagelijks archief: november 6, 2024

Wat is Reiki?

Standaard

categorie : Reiki en de aura

 

 

 

Het Reikisymbool

 

Reiki is een Japanse oude esoterische heelkunst die in de negentiende eeuw door een Christelijke monnik, Dr Mikao Usui, opnieuw ontdekt is. De Reiki traditie is echter al te vinden in 2500 jaar oude Sanskriet teksten. Rei is “de universele liefdesenergie”. Ki is een deel van dit Rei en stroomt door alles wat leeft, waardoor ze dus ook onze eigen vitale levensenergie is. Het is kosmische energie (afkomstig van God) die de Reiki-ingewijde kan ontvangen en doorgeven via handoplegging aan een mens, dier, of plant om het natuurlijk genezingsproces te bevorderen.

 

 

reiki_teken

 

 

 

Wat is Reiki

 

Reiki wordt in de eerste plaats beschouwd als een manier om het lichaam te helen, maar Reiki is ook een methode voor spirituele en geestelijke heling. Reiki heeft de kracht om ziel, lichaam en geest weer bijeen te brengen in een optimale toestand van harmonie. Wij dienen allemaal een begin te maken met de terugkeer naar die toestand van harmonie. Door de kracht en de eenvoud waarmee zij ons en de anderen kan helen, biedt Reiki ons de gelegenheid om de eerste stap te zetten op de weg die ik “de reis naar huis” noem.

Een Reikihandoplegging werkt lichamelijk en geestelijk ontgiftend en bevrijdend. Reiki neemt de pijn weg en ondersteunt op een krachtige maar natuurlijke wijze het proces van genezing. Reiki kan worden toegepast bij chronische ziekten maar evengoed bij griep, ontstekingen, verwondingen en breuken. De energie werkt op al de niveaus van ons leven in. Zij geneest ook onze emotionele pijn, zodat de oorzaken van onze lichamelijke problemen verdwijnen.

 

 

 

 

 

De Reiki-gever en de Reiki-ontvanger

 

De universele liefdesenergie wordt via het ruggenkanaal (van het hoofd naar beneden) geleid naar de handen en doorgegeven aan de ontvanger die rustig op een zachte ondergrond ligt. Om deze energie te kunnen doorgeven moet men “ingewijd ” zijn door een Reikimaster. Dit is iemand die via een ritueel het energiekanaal in de rug opent van de kandidaat ingewijde, waardoor de universele liefdesenergie (komend van God uit de kosmos) kan stromen als hij zijn handen op een levend wezen legt. Zo kan de Reiki-gever zowel aan de voorkant als de achterkant van een menselijk lichaam de helende energie laten stromen. Steeds begint hij aan het hoofd en gaat zo naar beneden.

 

 

Handoplegging: de tweede graad

 

 

 

Na de inwijding

 

Bij het openen van het Reikikanaal zal de ingewijde veranderingen in lichaam en geest gaan ondervinden die enkele weken kunnen aanhouden. De Reikimaster onderhoudt gedurende deze periode contact met de ingewijde om eventueel bij te sturen. De ingewijde wordt als het ware naar een hogere trilling getransformeerd. Zijn bewustzijn wordt ruimer, inzichten komen plots. Na die periode van ‘inwendig zuiveren’ mag de ingewijde in eerste instantie zichzelf de handen opleggen, hij is in het bezit van de eerste graad Reiki. Wenst de ingewijde na veel oefenen op zichzelf anderen de handen op te leggen, dan kan hij een inwijding krijgen in de tweede graad. In deze fase leert hij de Reikisymbolen te gebruiken.

 

 

Universele liefdesenergie

 

 

 

De hogere Reikigraden

 

Vanaf de derde graad kan de Reikigever afstandsbehandelingen doen en de universele liefdesenergie sturen naar het verleden en de toekomst. Diegenen (zeer weinigen) die kiezen voor het een Master Opleiding, onder leiding van een Reikimaster, zijn in staat door hun ervaring en hun contacten met onzichtbare helpende entiteiten om een levend wezen op elk domein raad te geven en bij te staan.

 

 

 

 

 

De valkuilen van Reiki

 

De grote fout van vele ingewijden is dat ze denken dat zij zelf de universele energie opwekken. De handoplegger is slechts een doorgeefkanaal tussen entiteiten, onder het gezag van God, en de hulpbehoevende. Wat de persoon ontvangt is wat hij op dat moment nodig heeft zowel op het lichamelijke als op het mentale vlak. Het is wel zo dat een ingewijde van een hogere graad energie kan geven van een hogere orde, maar toch geeft hij niets.

 

 

 

Het ontstaan van Reiki

 

 

De zoektocht naar de waarheid

 

De grondlegger van Reiki was Dr Mikao Usui, een priester die leefde in het Japanse Kyoto eind vorige eeuw. Op zoek naar de waarheid gaat hij naar de Verenigde Staten waar hij de Christelijke geschriften bestudeert. Hij probeert de geheimen van de genezingen van Christus en zijn apostelen te achterhalen maar vindt ze daar niet.

Hij keert naar Japan terug en zoekt naar een antwoord in de Boeddhistische geschriften, de soetra’s. Zowel in de Japanse als de Chinese vertaling van de soetra’s vindt hij geen aanwijzingen. Hij geeft niet op en leert ook nog de teksten die in het oude Sanskriet opgetekend zijn. Eindelijk vindt hij, na zeven jaar van intensieve studie, de symbolen waarmee Boeddha de genezingen verrichtte. Nu hij de kennis ervan heeft wil hij ook de kracht om te kunnen genezen. Hij besluit om 3 weken vastend en mediterend op een heilige berg door te brengen. Hij legt 21 steentjes voor zich neer als kalender en iedere dag haalt hij er eentje af.

Tijdens dit verblijf op de berg mediteert hij op de soetra’s maar niets gebeurt. In de midden van de nacht op de 21 ste dag smeekt hij God om het licht te mogen zien. Plotseling ziet hij een licht aan de hemel dat snel op hem afkomt. Het wordt groter en treft hem in het midden van het voorhoofd. Hij verliest het bewustzijn en komt in een trance terecht. In deze toestand van hoger bewustzijn ziet hij vele luchtbelletjes in alle kleuren van de regenboog. Dan verschijnen hem de symbolen in een gouden handschrift die hij eerder in de Sanskriete soetra’s tegenkwam of de sleutel voor de genezingen die Boeddha en Jezus verricht hebben. De Reikisymbolen worden door God aan Usui geopenbaard.

 

 

Ohm: de vierde graad

 

 

 

De eerste genezingen door Reiki

 

Wanneer Usui weer bij bewustzijn gekomen is, staat de zon weer hoog aan de hemel. Hij stelt vast dat hij helemaal opgeladen is en niet meer uitgeput en hongerig. Usui gaat op pad en verwondt zich aan zijn grote teen. Hij legt zijn hand erop, het bloeden stopt en de pijn trekt weg. Onderweg gaat hij een herberg binnen en bestelt wat om te eten. Terwijl hij daarop wacht verschijnt de dochter van de waard die weent van de tandpijn. Usui vraagt of hij zijn handen op haar gezicht mag leggen. Ze stemt toe. Usui legt zijn handen enkele minuten op haar wang en de zwelling trekt samen met de pijn weg.

In het klooster gekomen ziet hij dat de oude abt een aanval van artritis heeft. Usui legt zijn helende handen op de pater en de pijn wordt verlicht. Dan trekt hij naar de bedelaarswijken van Kyoto en geneest vele zieken! Hij merkt dat hij het fysieke lichaam kan genezen, maar hij wil ook dat de mensen een nieuwe levenswijze bewerkstelligen die vele ziektes kunnen voorkomen. Usui trekt weg uit de bedelaarswijk en begint les te geven hoe de mensen zichzelf kunnen genezen en respect hebben voor bepaalde leefregels.

 

 

 

De Reikileefregels

 

ik ben vrij en gelukkig, juist vandaag
alles is perfect, juist vandaag
ik leef bewust in het nu
ik ben dankbaar voor alles wat op mijn pad komt
ik heb respect voor mijn ouders, mijn leraren en al de ouderen]ik verdien mijn brood op een eerlijke manier
ik hou van mijn naaste gelijk ik van mezelf hou

 

 

 

De eerste volgelingen van Reiki

 

De eerste leerling van Usui is Hayashi Chujiro, een gepensioneerd marineofficier, die hij ontmoet tijdens zijn vele reizen van dorp tot dorp. Hayashi komt onder de indruk van Usui, blijft hem volgen en krijgt een opleiding. Na de dood van Usui in 1926 richt Hayashi zijn eigen Reikikliniek op in Tokyo.

Eén van zijn patiënten in 1936 is de Hawaïaanse vrouw van Japanse afkomst Hawayo Takata. Tijdens een bezoek aan haar ouders wordt ze onwel en men neemt haar op in een gewoon ziekenhuis. Daar constateert men galstenen, een tumor en een blindedarmontsteking. Klaar om geopereerd te worden hoort ze op de operatietafel een stem tot drie maal toe dat een operatie niet nodig is. Na navraag verlaat ze het ziekenhuis onmiddellijk en gaat naar de Reikikliniek van Hayashi Chujiro. Ze krijgt er vier maanden lang een Reikibehandeling en geneest.

Onder de indruk daarvan vraagt ze Hayashi om haar Reiki te leren. Hij stemt toe, geeft haar een opleiding van een jaar en in 1938 wordt ze de 13de en laatste Reikimaster die hij inwijdt. Hayashi pleegt harakiri in 1940 omdat hij weigert te vechten in de tweede wereldoorlog. In 1970 introduceert Hawayo Takata Reiki in Noord-Amerika. In totaal wijdt ze 22 Reikimasters in tot haar dood in 1980. Vanaf 1984 krijgt Reiki voet aan de grond in Europa.

 

Bronnen en referenties:

*Müller, Brigitte en Horst Günther, Reiki: heel jezelf en anderen. Den Haag, 1992 (vertaling van Reiki,

*heile dich selbst. München, 1991). Het oorspronkelijke Reiki handboek van Dr Mikao Usui en Frank

*Arjava Petter Licht op de aura -healing via het menselijk energieveld – een werkboek -Barbara Ann Brennan

 

 

          Mikao Usui

 

Reiki mikao usui

 

 

 

            Hayachi  Chujiro
Hayashi Chukiro
.
.
.
.
.
        Hawayo Takata
hawayo-takata3
.
.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

2 Samuel 11-12; David and (en) Bathsheba

Standaard

Category, categorie; The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

2 Samuel 11

1 – 16

David en Bathséba

17 – 27

Dood van Uría

2 Samuel 12

1 – 12

David door Nathan bestraft

13 – 23

Davids berouw

24 – 25

Geboorte van Sálomon

26 – 31

Rabba ingenomen

.

2 Samuel 11-12; David and (en) Bathsheba

.

Paul LeBoutillier

 

 

 

 

 

 

 

Hoe bepaalt men de waarde van een edelsteen?

Standaard

Categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

De waarde van een edelsteen

.

Het bepalen van de waarde van een mineraal is niet alleen een kwestie van grootte, soort of kleur. Deze eigenschappen kunnen uiteraard de waarde van een bepaald stuk mineraal sterk beïnvloeden, maar er komt veel meer bij kijken

.

Het ontdekken van de waarde van een stuk mineraal vereist allereerst geduld en kennis, want er spelen veel aspecten mee. Toch is er geen “one size fits all” op het gebied van de waardebepaling van mineralen. Je zou denken dat een groot stuk mineraal per definitie meer waard is dan een klein stuk, maar als een minuscuul micro-mineraal zeldzamer is dan zou deze aanzienlijk meer waard kunnen zijn. En hoewel twee exemplaren er misschien precies hetzelfde uit zien, kan de ene meer waard zijn dan de andere, omdat hij een eeuw geleden gevonden werd in plaats van vorige week. Het is de unieke combinatie van allerlei kenmerken die bepaalt hoeveel een stuk mineraal waard is. Dus welke eigenschappen moet je overwegen?

.

.

.

.

Commerciële waarde

.

Als het gaat om het inschatten van de waarde van een stuk mineraal dan is de vraag ernaar één van de eerste dingen om te onderzoeken: is het gewild, of met andere woorden, heeft het commerciële waarde? Een achtvlakkig magnetiet bevat wetenschappelijke en educatieve waarde, maar weinig commerciële waarde, terwijl de schoonheid van een transparante diamanten achtvlak de steen een klein fortuin waard maakt. Één van de eigenschappen die een mineraal bijzonder interessant kan maken, is de zeldzaamheid; zeldzame mineralen zijn meer waard dan gangbare. Zeldzaamheid is echter complexer dan eenvoudige wiskunde. Zeldzaamheid in termen van de locatie is ook van belang: hoe zeldzaam zijn exemplaren van die bepaalde locatie of mijn? En dan is er de kwestie van trends en functionaliteit. Sommige mineralen worden gebruikt als edelstenen,  waardoor de vraag groter is.

.

.

.

.

Chemische samenstelling

.

Veel mineralen zijn waardevol vanwege hun chemische samenstelling. Dit zijn onder andere zeldzame metalen zoals goud, platina en zilver. De meeste van deze zijn vooral populair, omdat ze gebruikt worden in de kunst en de maatschappij. Over het algemeen stijgt de waarde ook als een mineraal zeldzame aarde-elementen bevat zoals cerium of yttrium. In zulke gevallen wordt de aanwezigheid van het zeldzame aarde-element aangegeven door dit achter de algemene naam van het mineraal te zetten, bijvoorbeeld agardiet-Ce.

.

.

.

.

Het uiterlijk

.

Grootte is belangrijk, al ligt dit – zoals eerder gezegd – aan het soort mineraal. Grote, perfecte kristallen met schitterende vlakken zijn over het algemeen de meest waardevolle mineralen. Als het gaat om kleur, zijn intens gekleurde mineralen zoals toermalijn of fluoriet erg gewild. De waarde bij transparante mineralen heeft de neiging toe te nemen als het transparantieniveau hoger is en de “glanzende, glinsterende uitstraling” mooier. Er is meer vraag naar goed gevormde of speciale, unieke kristallen dan die met onvolkomenheden of beschadigingen. Andere eigenschappen, zoals hardheid en algemene esthetiek van het mineraal dragen, vooral voor edelstenen, ook bij aan de waarde. Schoonheid is subjectief – zelfs bekende mineralogen met een wetenschappelijke inslag hebben een aanzienlijk aandeel van “gewone schoonheden” in hun collectie!

.

.

.

.

Het verhaal er achter

.

Zoals met alle verzamelobjecten zijn stukken mineraal met een interessant achtergrondverhaal meestal meer waard. Wie vindt het niet fascinerend om te weten dat hun mineraal honderd jaar geleden door een beroemde mineralenverzamelaar in een ver land werd gevonden?

.

.

.

.

Om samen te vatten: een combinatie van zeldzaamheid, grootte, vorm, aantrekkelijkheid, geschiedenis en chemische samenstelling bepaalt de waarde van je stuk mineraal. Geen makkelijke taak, maar zeer fascinerend en mogelijk winstgevend!

.

.

.

.

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter L

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

De Lipbloemenfamilie (Labiatae)

 

Er zijn maar weinig families in het plantenrijk die zo gemakkelijk te herkennen zijn als de Labiatae. Alle soorten hebben vierkante stengels en dragen de bladeren kruisgewijs. Bij verreweg de meeste soorten zijn de bloemen duidelijk tweelippig. Gewoonlijk is de bovenste lip uitgegroeid tot een soort dakje dat het stuifmeel tegen weersinvloeden beschermt. De onderlip is vaak voorzien van zogenaamde honingmerken.

De bloemen, die in de oksels van de bovenste bladeren verschijnen, staan schijnbaar in kransen om de stengels; zelden staan ze afzonderlijk. Eigenlijk zitten de bloemen in bijschermen of schichten, maar ze bevinden zich zo dicht opeen dat het lijkt alsof de bloeiwijze een krans is. De meeste leden van deze familie hebben een kenmerkende sterke geur, vaak aromatisch (tijm, munt, salie, rozemarijn en vele ander), soms onaangenaam, zoals bij Bosandoorn (Stachys sylvatica).

 

 

Hondsdraf

 

HONDSDRAF (Glechoma hederaceae) is een verrukkelijk plantje, dat niet moeilijk in toom te houden is en pas lastig wordt wanneer het kans ziet in het gazon door te dringen. Zowel de bloempjes, die gewoonlijk paarsblauw zijn, als de niervormige of rondachtige bladeren geven de plant een aantrekkelijk uiterlijk. Er is dan ook een tijd geweest dat Hondsdraf een graag geziene tuinplant was; tegenwoordig wordt nog wel een variëteit gekweekt met bont blad. Hondsdraf is een overblijvende plant, die twee soorten stengels vormt: de ene kruipt over de grond en wortelt aan de stengels, de andere stuurt rechtopstaande bloeistengels omhoog.

De bladeren zijn gesteeld, tegenoverstaand en voorzien van een gegolfde rand. De bloemen zijn 13-25 mm in doorsnee en staan gewoonlijk met tweeën bijeen in de oksels van de bovenste bladeren. Ze verschijnen van april tot en met juni. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Azië en Noord-Amerika. In ons land zeer algemeen tussen het gras, op bouwland en ruige plaatsen langs heggen enzovoort.

 

 

 

 

 

 

 

Witte Dovenetel

 

De harige stengels van WITTE DOVENETEL (Lamium album) zijn onvertakt, rechtopstaand en 30 tot 60 cm hoog. De uitlopervormende plant lijkt zonder bloemen veel op de brandnetel, maar heeft geen brandharen. De hartvormige bladeren zijn gesteeld en ruw getand. De helderwitte bloemen zijn naar verhouding groot (2,5 cm lang) en de zijslippen van de onderlip hebben twee of drie kleine tanden. De bloeitijd is van april tot in de herfst. Volksnamen als ‘suikertjes’, ‘suikernetel’ e.d. wijzen op de honing die de bloemen bevatten.

Zowel uit Engeland als uit Friesland is de bijnaam ‘Adam-en-Eva’ bekend. Deze naam wordt duidelijk als u de bloemen ondersteboven houdt. Men ziet dan de twee lange gele meeldraden met hun zwarte helmknoppen als man en vrouw tegen elkaar aan liggen. Witte doveneten komt voor in geheel Europa en is in ons land zeer algemeen in voedselrijke weilanden, op ruige terreinen, langs wegen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

Paarse Dovenetel

 

PAARSE DOVENETEL (Lamium purpureum) wordt 7 tot 30 cm hoog en is van de basis af vertakt. De plant is zacht behaard en heeft lichtpaarse bloemen. De hele plant ziet er vaak paarsrood uit. De gesteelde bladeren zijn rondachtig of ovaal, hartvormig aan de basis, met een gekartelde rand. De Paarse dovenetel kan in de tuin een hardnekkige indringer zijn; zijn aanwezigheid duidt op voedselrijke, humeuze leem- of zavelgrond. De plant bloeit vooral in maart-mei, maar kan ongeveer het hele jaar door bloemen voortbrengen, tot zelfs ’s winters onder de sneeuw. Iedere plant brengt zo’n 200 zaden voort. Komt voor in geheel Europa; in ons land algemeen.

 

 

 

 

 

 

 

Hoenderbeet

 

HOENDERBEET (Lamium amplexicaule) komt algemeen voor in Europa en Noord-Amerika. Het is een meestal eenjarige plant, met stengels die van de grond af opstijgen; de hoogte is 15 tot 30 cm. De bladeren hebben een heel andere vorm dan die van de voorgaande Lamiumsoorten; ze zijn bijna rond en diep gekarteld, de onderste langgesteeld, de bovenste ongesteeld. Ieder paar bladeren vormt een soort kraag aan de stengel (vandaar de aanduiding amplexicaule = stengelomvattend). De bloembuis is bekleed met wit dons en zowel de buis als de onderste lip zijn bleek roze; de bovenlip is helderkersrood. De bloeitijd strekt zich uit van april tot in de herfst, soms tot in de winter. Alle Lamiumsoorten bevatten waardevolle stoffen voor de composthoop.

 

Hoenderbeet

 

 

 

 

 

 

Gewone hennepnetel

 

Een volgende (meestal paarsrood bloeiende Labiaat, die bij oppervlakkige beschouwing verward zou kunnen worden met andere leden van de familie is de eenjarige GEWONE HENNEPNETEL (Galeopsis tetrahit). Een goed herkenningsteken is het feit dat de stengels onder de knopen verdikt zijn. Ook heel opvallend is het groepje rood gepunte klierharen op de plaats waar de bloemen ontspringen. De hoogte van de plant is nogal variabel (15-75 cm). De bladeren zijn ovaal, uitlopend in een punt en enigszins behaard.

De onderlip van de bloem, de verdeeld is in drie slippen, is bleekroze en voorzien van duidelijke honingmerken die niet helemaal tot de rand doorlopen. Deze soort is inheems in Europa, Azië en Noord-Amerika. In Nederland algemeen op humusrijke zand- en dalgronden. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

Kruipend Zenegroen

 

KRUIPEND ZENEGROEN (Ajuga reptans) is een 7-30 cm hoge overblijvende plant met blauwpaarse bloemen, waaraan de bovenlip ontbreekt, zodat meeldraden en stamper bloot liggen. Zowel de Nederlandse als de Latijnse naam geven goed de groeiwijze van deze plant weer. De lange bebladerde stolonen (wortelende uitlopers) doen dienst bij de verspreiding. De laagste bladeren vormen een rozet; de onderste stengelbladeren lopen aan de basis uit in een lange bladsteel, terwijl de bovenste vrijwel ongesteeld zijn. Alle bladeren zijn kaal, ovaal en voorzien van gekartelde randen.

De stengels zijn onvertakt en vaak aan twee tegenover elkaar liggende zijden behaard. Kruipend zenegroen komt voor in geheel Europa en in Noord-Afrika. In ons land vrij algemeen op grazige, vochtige plaatsen, in duinpannen, in loofbossen op goede grond en in parken. Ook gekweekt en dan meestal met bruine of bonte bladeren. De bloeitijd is april-juni.

 

 

 

 

kruipend zenegroen

 

 

Brunel

 

BRUNEL (Prunella vulgaris) heeft korte dikke hoofdjes met blauwpaarse of roodachtige bloemen, die met zessen in een krans staan. Onder de hoofdjes zitten altijd een paar bladeren. Het is een overblijvende plant met korte uitlopers en rechtopstaande stengels van 7 tot 45 cm hoog. De gesteelde bladeren zijn ovaal en puntig toelopend; de randen zijn ongetand. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. Komt voor in geheel Europa en in Nood-Amerika. In ons land algemeen op gras- en bouwland, langs wegen en dijken en in bossen.

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn

 

BOSANDOORN (Stachys sylvatica) is een overblijvende plant met lange kruipende wortelstokken, die groen van kleur zijn, ruw behaard en met een onaangename geur, waarnaar ze gekneusd worden. De stengels zijn hol, onvertakt of met enkele zijtakken en met een hoogte van 0,60 tot 1,20 m. De vuil-donkerpaarse bloemen staan in kransen van zes in een open aar. De onderlip heeft vier slippen en een honingmerk tussen de twee zijslippen in de vorm van een kruis op een witte ondergrond. De bladeren zijn hartvormig, getand en gesteeld. Bloeitijd van juni tot en met augustus. Bosandoorn komt voor in geheel Europa; in ons land algemeen in vochtige bossen op goede grond en op beschaduwde ruige plaatsen.

 

 

 

 

 

 

Valse salie

 

VALSE SALIE (Teucrium scorodonia) is gemakkelijk te herkennen aan de bloeiwijzen van in paren staande kleine geelgroene bloemen. Aan de onderkant draagt de bloeiwijze een bladpaar. De stengels zijn roodachtig; de bladeren hebben een gekreukeld uiterlijk, ze zijn hartvormig en gesteeld. Valse salie is een overblijvende plant met kruipende wortelstokken en rechtopstaande stengels die 30 tot 60 cm hoog worden. Het verspreidingsgebied omvat West- en Midden-Europa; bij ons vrij algemeen in droge bossen op zandgrond. De bloeitijd is juli/augustus.