Tagarchief: waarheid

Boodschap 327 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

 

 

.

.

MAAK NOOIT UW EIGEN WAARHEID,

 

 

WANT ZE IS NOOIT JUIST

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is Reiki?

Standaard

categorie : Reiki en de aura

 

 

 

Het Reikisymbool

 

Reiki is een Japanse oude esoterische heelkunst die in de negentiende eeuw door een Christelijke monnik, Dr Mikao Usui, opnieuw ontdekt is. De Reiki traditie is echter al te vinden in 2500 jaar oude Sanskriet teksten. Rei is “de universele liefdesenergie”. Ki is een deel van dit Rei en stroomt door alles wat leeft, waardoor ze dus ook onze eigen vitale levensenergie is. Het is kosmische energie (afkomstig van God) die de Reiki-ingewijde kan ontvangen en doorgeven via handoplegging aan een mens, dier, of plant om het natuurlijk genezingsproces te bevorderen.

 

 

reiki_teken

 

 

 

Wat is Reiki

 

Reiki wordt in de eerste plaats beschouwd als een manier om het lichaam te helen, maar Reiki is ook een methode voor spirituele en geestelijke heling. Reiki heeft de kracht om ziel, lichaam en geest weer bijeen te brengen in een optimale toestand van harmonie. Wij dienen allemaal een begin te maken met de terugkeer naar die toestand van harmonie. Door de kracht en de eenvoud waarmee zij ons en de anderen kan helen, biedt Reiki ons de gelegenheid om de eerste stap te zetten op de weg die ik “de reis naar huis” noem.

Een Reikihandoplegging werkt lichamelijk en geestelijk ontgiftend en bevrijdend. Reiki neemt de pijn weg en ondersteunt op een krachtige maar natuurlijke wijze het proces van genezing. Reiki kan worden toegepast bij chronische ziekten maar evengoed bij griep, ontstekingen, verwondingen en breuken. De energie werkt op al de niveaus van ons leven in. Zij geneest ook onze emotionele pijn, zodat de oorzaken van onze lichamelijke problemen verdwijnen.

 

 

 

 

 

De Reiki-gever en de Reiki-ontvanger

 

De universele liefdesenergie wordt via het ruggenkanaal (van het hoofd naar beneden) geleid naar de handen en doorgegeven aan de ontvanger die rustig op een zachte ondergrond ligt. Om deze energie te kunnen doorgeven moet men “ingewijd ” zijn door een Reikimaster. Dit is iemand die via een ritueel het energiekanaal in de rug opent van de kandidaat ingewijde, waardoor de universele liefdesenergie (komend van God uit de kosmos) kan stromen als hij zijn handen op een levend wezen legt. Zo kan de Reiki-gever zowel aan de voorkant als de achterkant van een menselijk lichaam de helende energie laten stromen. Steeds begint hij aan het hoofd en gaat zo naar beneden.

 

 

Handoplegging: de tweede graad

 

 

 

Na de inwijding

 

Bij het openen van het Reikikanaal zal de ingewijde veranderingen in lichaam en geest gaan ondervinden die enkele weken kunnen aanhouden. De Reikimaster onderhoudt gedurende deze periode contact met de ingewijde om eventueel bij te sturen. De ingewijde wordt als het ware naar een hogere trilling getransformeerd. Zijn bewustzijn wordt ruimer, inzichten komen plots. Na die periode van ‘inwendig zuiveren’ mag de ingewijde in eerste instantie zichzelf de handen opleggen, hij is in het bezit van de eerste graad Reiki. Wenst de ingewijde na veel oefenen op zichzelf anderen de handen op te leggen, dan kan hij een inwijding krijgen in de tweede graad. In deze fase leert hij de Reikisymbolen te gebruiken.

 

 

Universele liefdesenergie

 

 

 

De hogere Reikigraden

 

Vanaf de derde graad kan de Reikigever afstandsbehandelingen doen en de universele liefdesenergie sturen naar het verleden en de toekomst. Diegenen (zeer weinigen) die kiezen voor het een Master Opleiding, onder leiding van een Reikimaster, zijn in staat door hun ervaring en hun contacten met onzichtbare helpende entiteiten om een levend wezen op elk domein raad te geven en bij te staan.

 

 

 

 

 

De valkuilen van Reiki

 

De grote fout van vele ingewijden is dat ze denken dat zij zelf de universele energie opwekken. De handoplegger is slechts een doorgeefkanaal tussen entiteiten, onder het gezag van God, en de hulpbehoevende. Wat de persoon ontvangt is wat hij op dat moment nodig heeft zowel op het lichamelijke als op het mentale vlak. Het is wel zo dat een ingewijde van een hogere graad energie kan geven van een hogere orde, maar toch geeft hij niets.

 

 

 

Het ontstaan van Reiki

 

 

De zoektocht naar de waarheid

 

De grondlegger van Reiki was Dr Mikao Usui, een priester die leefde in het Japanse Kyoto eind vorige eeuw. Op zoek naar de waarheid gaat hij naar de Verenigde Staten waar hij de Christelijke geschriften bestudeert. Hij probeert de geheimen van de genezingen van Christus en zijn apostelen te achterhalen maar vindt ze daar niet.

Hij keert naar Japan terug en zoekt naar een antwoord in de Boeddhistische geschriften, de soetra’s. Zowel in de Japanse als de Chinese vertaling van de soetra’s vindt hij geen aanwijzingen. Hij geeft niet op en leert ook nog de teksten die in het oude Sanskriet opgetekend zijn. Eindelijk vindt hij, na zeven jaar van intensieve studie, de symbolen waarmee Boeddha de genezingen verrichtte. Nu hij de kennis ervan heeft wil hij ook de kracht om te kunnen genezen. Hij besluit om 3 weken vastend en mediterend op een heilige berg door te brengen. Hij legt 21 steentjes voor zich neer als kalender en iedere dag haalt hij er eentje af.

Tijdens dit verblijf op de berg mediteert hij op de soetra’s maar niets gebeurt. In de midden van de nacht op de 21 ste dag smeekt hij God om het licht te mogen zien. Plotseling ziet hij een licht aan de hemel dat snel op hem afkomt. Het wordt groter en treft hem in het midden van het voorhoofd. Hij verliest het bewustzijn en komt in een trance terecht. In deze toestand van hoger bewustzijn ziet hij vele luchtbelletjes in alle kleuren van de regenboog. Dan verschijnen hem de symbolen in een gouden handschrift die hij eerder in de Sanskriete soetra’s tegenkwam of de sleutel voor de genezingen die Boeddha en Jezus verricht hebben. De Reikisymbolen worden door God aan Usui geopenbaard.

 

 

Ohm: de vierde graad

 

 

 

De eerste genezingen door Reiki

 

Wanneer Usui weer bij bewustzijn gekomen is, staat de zon weer hoog aan de hemel. Hij stelt vast dat hij helemaal opgeladen is en niet meer uitgeput en hongerig. Usui gaat op pad en verwondt zich aan zijn grote teen. Hij legt zijn hand erop, het bloeden stopt en de pijn trekt weg. Onderweg gaat hij een herberg binnen en bestelt wat om te eten. Terwijl hij daarop wacht verschijnt de dochter van de waard die weent van de tandpijn. Usui vraagt of hij zijn handen op haar gezicht mag leggen. Ze stemt toe. Usui legt zijn handen enkele minuten op haar wang en de zwelling trekt samen met de pijn weg.

In het klooster gekomen ziet hij dat de oude abt een aanval van artritis heeft. Usui legt zijn helende handen op de pater en de pijn wordt verlicht. Dan trekt hij naar de bedelaarswijken van Kyoto en geneest vele zieken! Hij merkt dat hij het fysieke lichaam kan genezen, maar hij wil ook dat de mensen een nieuwe levenswijze bewerkstelligen die vele ziektes kunnen voorkomen. Usui trekt weg uit de bedelaarswijk en begint les te geven hoe de mensen zichzelf kunnen genezen en respect hebben voor bepaalde leefregels.

 

 

 

De Reikileefregels

 

ik ben vrij en gelukkig, juist vandaag
alles is perfect, juist vandaag
ik leef bewust in het nu
ik ben dankbaar voor alles wat op mijn pad komt
ik heb respect voor mijn ouders, mijn leraren en al de ouderen]ik verdien mijn brood op een eerlijke manier
ik hou van mijn naaste gelijk ik van mezelf hou

 

 

 

De eerste volgelingen van Reiki

 

De eerste leerling van Usui is Hayashi Chujiro, een gepensioneerd marineofficier, die hij ontmoet tijdens zijn vele reizen van dorp tot dorp. Hayashi komt onder de indruk van Usui, blijft hem volgen en krijgt een opleiding. Na de dood van Usui in 1926 richt Hayashi zijn eigen Reikikliniek op in Tokyo.

Eén van zijn patiënten in 1936 is de Hawaïaanse vrouw van Japanse afkomst Hawayo Takata. Tijdens een bezoek aan haar ouders wordt ze onwel en men neemt haar op in een gewoon ziekenhuis. Daar constateert men galstenen, een tumor en een blindedarmontsteking. Klaar om geopereerd te worden hoort ze op de operatietafel een stem tot drie maal toe dat een operatie niet nodig is. Na navraag verlaat ze het ziekenhuis onmiddellijk en gaat naar de Reikikliniek van Hayashi Chujiro. Ze krijgt er vier maanden lang een Reikibehandeling en geneest.

Onder de indruk daarvan vraagt ze Hayashi om haar Reiki te leren. Hij stemt toe, geeft haar een opleiding van een jaar en in 1938 wordt ze de 13de en laatste Reikimaster die hij inwijdt. Hayashi pleegt harakiri in 1940 omdat hij weigert te vechten in de tweede wereldoorlog. In 1970 introduceert Hawayo Takata Reiki in Noord-Amerika. In totaal wijdt ze 22 Reikimasters in tot haar dood in 1980. Vanaf 1984 krijgt Reiki voet aan de grond in Europa.

 

Bronnen en referenties:

*Müller, Brigitte en Horst Günther, Reiki: heel jezelf en anderen. Den Haag, 1992 (vertaling van Reiki,

*heile dich selbst. München, 1991). Het oorspronkelijke Reiki handboek van Dr Mikao Usui en Frank

*Arjava Petter Licht op de aura -healing via het menselijk energieveld – een werkboek -Barbara Ann Brennan

 

 

          Mikao Usui

 

Reiki mikao usui

 

 

 

            Hayachi  Chujiro
Hayashi Chukiro
.
.
.
.
.
        Hawayo Takata
hawayo-takata3
.
.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De grote liefde van God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Johannes 15:13

 

Gods liefde voor ons, Zijn schepselen die van Hem vervreemd zijn, wordt levendig voorgesteld in het offer dat Hij voor ons bracht.

 

“Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden” 

 

 

Godisliefde

 

 

Jezus Christus is Gods unieke en eeuwige Zoon.

Hij is de Alfa en Omega, de grote “IK BEN”, de “Heer van de hemelse machten” door wie alle dingen werden geschapen en in wie alle dingen bestaan.

Jezus, die aan het hoofd staat van alle dingen, vernederde Zich op een manier die het menselijke verstand niet kan bevatten.

Hij kwam naar onze vervloekte wereld en nam actief deel aan ons erbarmelijke bestaan.

Zelfs al bestaan wij uit vlees en bloed, toch deelde Hij ook dit met ons. 

Hij werd een mens en Hij mengde zich onder ons.

Hij deelde in het leed dat wij over onszelf hadden afgeroepen door Zijn Heilige wetten af te wijzen.

En alsof dat nog niet genoeg zou zijn om ons te overtuigen van Zijn liefde en zorg voor ons, gaf Jezus Zijn eigen leven aan het kruis.

 

 

Dat was de grootste liefdesdaad die de wereld ooit heeft gekend! Zo nam Hij onze zonden weg, ze werden met Hem aan het kruis geslagen. Dus werd Degene die geen zonde kende Zelf de zonde voor ons en proefde Degene die ons allen het leven gaf Zelf de dood in plaats van de mensen die hiertoe veroordeeld waren.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

 Want God had de wereld zo lief

 

“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden” (Johannes 3:16-17).

Jezus Christus hield zo veel van de wereld dat Hij er alles voor opgaf; Zijn rechten en voorrechten als de unieke eeuwige Zoon van God, en zelfs Zijn eigen leven! Als je de liefde van God wil zien, kijk dan op naar het kruis.

“En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden” (1 Johannes 4:9-10).

“Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer” (Romeinen 6:23).

 

 

gave van genezing

 

 

 

Voor jou!

 

Gods liefde is aan ons geopenbaard. Nu staat Hij voor de deur en klopt aan. Het is de verantwoordelijkheid van elk mens om op zoek te gaan naar een persoonlijke relatie met God, of om Hem ronduit af te wijzen. De enige barrière tussen ons en Gods liefde is onze vrije wil, en Jezus Christus is de deur.

 

“Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij'” (Johannes 14:6).

Verlossing is een gratis geschenk dat gekocht en betaald is met het bloed van Christus. Er bestaat geen andere manier.

“Verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn!” (Galaten 2:21).

 

Je kunt Gods vergeving niet verdienen met je eigen goede werken. Hoe kunnen goede daden die je altijd al had moeten doen ooit je ontelbare fouten ongedaan maken? God is geen gek.

 

“Ook al was je je kleren met zeep, en met een overvloed aan loog, je schandvlek blijf ik zien – spreekt God, de Heer” (Jeremia 2:22).

 

Een man viel ooit op zijn knieën voor Christus en smeekte: “Als u wilt, kunt u mij rein maken.” Jezus had medelijden en antwoordde: Ik wil het, word rein” (Marcus 1:40-41). Wij kunnen ook op onze knieën vallen en Gods enige voorziening voor onze zonden erkennen. Ook wij kunnen dit antwoord krijgen: “Ik wil het, word rein.”

Christus was bereid om Gods rechtvaardige toorn op Zich te nemen, zodat wij dat niet meer hoeven te doen; ieder die Zijn dood aan het kruis aanvaardt als betaling voor zijn zonden zal verzoend worden met de God die we zo zeer hebben gekrenkt.

 

“Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden” (2 Korintiërs 5:18-19, 21).

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Is de Bijbel een sprookje?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

oud-bijbel-en-kruis-thumb4052170

 

 

 

Er bestaat de opvatting dat de Bijbel ons vertelt hoe de schrijvers in hun tijd, ervaringen of openbaringen van God gehad hebben. Die ervaringen hebben de schrijvers dan ieder op eigen manier en volgens eigen inzicht verklaard en opgeschreven om op die manier die ervaringen door te geven aan een volgend geslacht.

 

 

Dat volgende geslacht zou er dan weer op eigen manier mee kunnen werken: opnieuw verklaren en eigen erva-ringen doorgeven. Als dat waar is, moeten we rekening houden met menselijke fouten in de Bijbel. Bij deze op-vatting wordt de Bijbel een feilbaar boek. Een boek waarop je kritiek kunt hebben, zoals op ieder ander boek. Een boek, waarin de verschillende schrijvers elkaar dan ook tegenspreken. En de vraag die daaruit volgt is dan natuurlijk:

 

Wat is er eigenlijk waar in het boek, dat zichzelf aandient als het Woord van God ?

 

In het begin van de Bijbel kunnen we lezen over de schepping van de mens en van de wereld en over de opstand van de mens tegen God. Er zijn veel mensen die zeggen, dat dat niet echt gebeurd is. Ze beweren  zelfs dat in de eerste elf hoofdstukken van het boek Genesis volksverhalen worden verteld, maar dat de werkelijke geschied-schrijving pas begint als het gaat over Abraham. Maar ook als het over feiten gaat in de geschiedenis, zou de Bij-bel niet betrouwbaar zijn. Er zouden veel vergissingen gemaakt zijn door de schrijvers van de Bijbel.

Zij hebben eigen voorstellingen vaak doorgegeven alsof het gedachten van God waren. Er zijn talloze voorbeel-den aan te halen op basis waarvan de mens van vandaag de Bijbel eerder ziet als een sprookje, dan als het Woord van God. Volgens velen is de Bijbel daarom een feilbaar, menselijk boek. Wat erin vertelt wordt is niet echt ge-beurd, maar je kunt er wel lering uit trekken.

 

 

 

Jezus over de Bijbel

 

Jezus heeft nooit over de Bijbel gesproken zoals we dat in het voorgaande hebben weergegeven. Hij kende het Oude Testament precies zo als wij. Toen Jezus leefde was het Oude Testament al bekend in de vorm die wij nu nog kennen. Jezus heeft dat Oude Testament aanvaard in z’n geheel als het Woord van God. Hij citeert vaak het Oude Testament of noemt de naam van (Mat th.8 : 4) een schrijver: Mozes, Jesaja.

De  schrijvers zijn voor Hem even gezaghebbend als wanneer Hij zegt:

‘Er (Matth. 4: 4) staat geschreven’ of ‘De Schrift (Matth. 21: 42) zegt’.

 

Voor Jezus is er geen tegenstelling tussen God als auteur van de Bijbel en de mens die door God wordt ingescha-keld. Als Jezus uit het Oude Testament citeert, citeert Hij de woorden van de schrijvers als de Woorden van God. Christus heeft eerbied voor de Bijbel als het Woord van God.  Jezus dacht aan het hele Oude Testament, toen Hij zei:

‘Uw (Joh.17: 17) Woord is de waarheid!’

 

Jezus en Zijn discipelen  staan nooit kritisch tegenover de inhoud van het Oude Testament. Zij hebben die inhoud in zijn geheel en zonder voorbehoud aanvaard. Ook de geschiedkundige gedeelten.

 

 

 

Gaat de zon onder ?

 

De kritische geluiden over de juistheid van de Bijbel zijn niet terecht. Jezus heeft de eerste hoofdstukken van Ge-nesis heel duidelijk als waar gebeurde geschiedenis aanvaard. Hij (Matt 9:4) zegt:

‘Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van de beginne als man en vrouw heeft gemaakt?’

 

 

En (Rom.5:12-15) Paulus:

‘Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen zo is ook door één mens, Jezus Christus, de redding tot stand gebracht’ .

 

Wie het bestaan van Adam niet erkent, trekt daarmee ook het bestaan en het werk van (1 Cor. 15:45) Jezus, de tweede Adam, in twijfel. De schrijvers van de Bijbel dragen niet hun ideeën en voorstellingen uit. God zelf spreekt zo. Dat slaat ook op het zogenaamde verouderde wereldbeeld. Wat in de Bijbel te lezen staat is het Woord van God.

 

 

Christus verenigd in elk geloof

Christus verenigd in elk geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

(EX. 20 : 1-4 ) Toen sprak God al deze woorden

 

Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.’

 

God Laat Mozes dat later ook verklaren:

‘Neemt u er dan terdege voor in acht want gij hebt generlei gedaan te gezien op de dag dat de Here op Horeb tot u sprak uit het midden van het vuur dat gij niet verderfelijk handelt door u een gesneden beeld te maken in de gedaante van enige afgod: een afbeelding van een mannelijk of vrouwelijk wezen; een afbeelding van een of ander dier op de aarde; een afbeelding van een of ander gevleugeld gevogelte, dat langs de hemel vliegt; een afbeelding van een of ander gedierte, dat op de aardbodem kruipt; een afbeelding van een of andere vis, die in het water onder de aarde is; en dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels, aanziet en u Iaat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen.’

In dit (Deut.4:15-19) gedeelte wordt ons duidelijk wat er bedoeld wordt met de uitdrukking: in de hemel, op de aarde en onder de aarde. Het gaat hier gewoon om het luchtruim met de sterren, de aarde en om het water dat nu eenmaal lager ligt dan de aarde. In de Bijbel schrijft God in een taal die Zijn volk dagelijks gebruikt. Het taalge-bruik in de Bijbel is te vergelijken met ons eigen taalgebruik. In ons taalgebruik van iedere dag zeggen wij ook dingen die niet met de natuurkundige werkelijkheid overeenkomen. Ook wij zeggen: de zon komt op en de zon gaat onder. Ook wij schrijven en spreken over de hemel boven ons en over het water dat lager ligt dan de aarde.

Een voorbeeld uit het Nieuwe Testament (Hand.27: 27). Als er staat dat het scheepsvolk vermoedde, na de schip-breuk, dat er land naderde, zullen zij net zo min als wij in ons hedendaags taalgebruik, bedoeld hebben dat het schip stillag en het land op ze toekwam. De Bijbel spreekt geen wetenschappelijke taal. Gelukkig maar. De Bijbel is een boek voor mensen en geschreven in de taal van gewone mensen. De Bijbel gebruikt de taal van de mensen van toen, hun gewone omgangstaal.

 

 

 

Betrouwbaar

 

De Bijbel is het onfeilbare Woord van God. Daarvoor zijn er geen bewijzen. Na het voorgaande is het wel duidelijk dat veel van wat fouten in de Bijbel genoemd worden, vanuit de Bijbel zelf te weerleggen zijn. Van het Oude en van het Nieuwe Testament geldt beide:

‘Nooit is een profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken!’

 

De Bijbel is het betrouwbare Woord van God: Dát staat in de Bijbel zelf. Wij mogen er van overtuigd zijn dat dat woord door God gesproken is en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze aan ons is overge-bracht. Er valt geen enkele rechtmatige grond te ontlenen aan de Bijbel om te spreken van een feilbare overle-vering, die wij van de menselijke factor moeten ontdoen. De Bijbel is betrouwbaar, daar mag je zeker van zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Achtste miniatuur: vijfde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

.

Achtste miniatuur

.

Scivias%20T%208_Boek%20I,5

.

.

Deze miniatuur is een der mooiste en oorspronkelijkste werkstukken van de monnik-kunstenaar. De boodschap van de hemelse Stem luidt :

“God stelde het volk van het oude Verbond, toen Hij van Abraham de besnijdenis verlangde, onder de gestrengheid van de wet. Later heeft Hij de gestrengheid veranderd in de mildheid van de genade. Door Zijn Zoon gaf God aan hen die het geloof aannamen, de waarheid van het evangelie en zalfde Hij ieder die door het juk van de wet wonden had opgelopen, met de olie van de barmhartigheid.”

In de theologische beschouwing van het hele Christusmysterie ziet Hildegard de synagoge als de voorloopster van de Kerk. De synagoge is er niet alleen de voorafbeelding van, maar méér nog de moeder van de Menswording van Gods Zoon en zo van de Kerk. Daarom is haar hoofd gekroond met een diadeem, waarvan de schittering gelijk is aan het oplichten van de dageraad, voorgesteld door de kleur oranje.

In de 13de eeuw en later worden de Synagoge en de Kerk dikwijls als elkaars tegenhangsters voorgesteld. Zo ziet men b.v. aan de kathedraal in Reims de Synagoge prachtig gebeeldhouwd als een geblinddoekte vrouw met een kroon op haar hoofd die afschuift, terwijl tegenover haar de Kerk stralend als een overwinnende koningin is uitgebeeld. Deze gedachtengang vinden we bij Hildegard niet. De Synagoge blijft voor haar de dageraad van de Kerk. Zij werd immers verlicht door de vooruitlopende stralen van Christus’ verlossingswerk.

Nu bespeurt men in de uitleg van dit visioen een ontwikkeling, overeenkomend met de voortgaande beweging van de geschiedenis van het oude Verbond. Hildegard spreekt eerst over een vrouw (de synagoge )die min of meer in de schaduw staat en die in de verte de nieuwe bruid (Christus )ziet opkomend uit de woestijn. Tevens ziet zij de zonen van die bruid, Christus volgelingen.

Maar in het vervolg van de tekst zegt de schrijfster dat deze vrouwengestalte van haar ogen beroofd is en haar handen onder de oksels houdt, wat weergegeven is in de miniatuur. De bovenste helft van haar lichaam is bleek-violet gekleurd. Dat blind zijn en die houding van niet willen meewerken geven samen met die sombere kleur iets geweldig roerends aan deze voorstelling.

Men krijgt eigenlijk diep medelijden met deze mislukte roeping, want zij had immers een hoge roeping. In haar hart zetelt Mozes (weergegeven met de in de middeleeuwen aan de joden voorgeschreven driehoekige hoed) die de twee tafels van de Wet omhoog houdt tegen de achtergrond van de godsverlichting, weergegeven door goud.

In de schoot van de Synagoge zien we Abraham met het zilveren mes, naast hem Aäron met de mijter van de hogepriester en achter hem een leviet. Deze drie zijn van het priesterlijk geslacht (Abraham wilde ook een priesterlijke handeling verrichten met het offer van Isaac). Daarnaast staan er nog negen profeten in het midden van de vrouw. Mozes is hier een voorafbeelding van Christus met zijn twaalf apostelen.

We zien het treurige drama zich als het ware langzaam voltrekken. Het benedendeel van de Synagoge wordt steeds zwarter en haar voeten zijn bloedrood, omdat zij tenslotte de profeet der profeten(Christus) vermoord heeft en daardoor zichzelf ten val bracht. Maar de betekenis van deze dood reikt buiten het kader van het Oude Verbond, want we zien hoe de voeten omgeven zijn door de helder witte wolk van de christelijke openbaring.

In de miniatuur is dit wit aangeduid door het heraldische wit, het metaal zilver. Reeds hier zien we bevestigd dat het zilver wijst op het geloofslicht in de loop van ons leven en in de ontwikkeling van de Kerk hier op aarde.

In de toespraak van de hemelse Stem konden we al iets merken van het grote medelijden van Hildegard met en haar verdriet over dit mysterievolle tekortschieten van de Synagoge. We hoorden de hemelse Stem zeggen:

“Door Zijn zoon zal God ieder van hen zalven die zich verwond hebben aan het juk van de wet, en wel met de olie van zijn barmhartigheid.”

Hier voelt men een verdriet en genegenheid als die van St. Paulus voor het uitverkoren volk, dat niet volledig heeft beantwoord aan zijn roeping. Een houding van onze mystica die sterk afsteekt tegen de gangbare afkeer van de joodse godsdienst en het joodse volk in de kerkelijke kringen van de twaalfde eeuw. Een afkeer die zich tijdens de kruistochten ontlaadde in hevige moordpartijen onder de joodse bevolking in al die plaatsen waar de kruisvaarders doortrokken, toen zij op weg waren om het heilige land te veroveren. Een praktijk waarvan Hildegard zich distantieert zoals uit haar correspondentie zeer duidelijk blijkt.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

De mens kiest zijn eigen lot.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring 20 : de eeuwige beloning of de eeuwige straf

Openbaring 20 : de eeuwige beloning of de eeuwige straf

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Johannes 3 : 18

 

18 : Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.

 

of

 

lees: wie in Hem niet gelooft, wordt wel veroordeeld omdat hij niet heeft geloofd in het zoenoffer van Jezus op het kruis voor de zonden van de mens.

 

 

 

 

Johannes 11 : 24 – 26

 

Ik ben de waarheid, de weg en het eeuwig leven, wie in Mij gelooft zal nooit sterven.

 

of

 

Ik ben niet de waarheid, de weg en het eeuwig leven, wie in Mij niet gelooft zal voor eeuwig verdoemd zijn.

 

 

 

 

Johannes 15 : 5

 

Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

 

of

 

Ik ben de wijnstok, en gij geen ranken ; die niet in Mij blijft, en ik niet in hem, die geen vruchten draagt; want met Mij kunt ge alles doen.

 

 

 

 

De mens heeft een vrije wil en kiest dus zijn eeuwige bestemming altijd zelf !

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Leven wij in de eindtijd?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

‘En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel. Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is’ (1 Kor.10:10).

.

.

.

Inleiding

 

De hierboven vermelde tekst uit de eerste brief aan de Korinthiërs is duidelijk dat wij in het einde der tijden leven.

 

Er zijn jammer genoeg in de christelijke wereld veel gelovigen die in hun denken lijken op de boze slaaf in de gelijkenis van de goede en boze slaaf en niet geloven dat wij in de eindtijd leven die voorafgaat aan de komst van Christus, en in hun hart zeggen: ‘Mijn heer blijft uit!’ (Mat.24:49).

Er wordt op dat terrein nog weinig onderwezen op scholen, in theologische opleidingen en kerken. In gesprekken met de voorstanders van de idee dat we niet leven in de eindtijd bemerkt men zelfs een zekere afkeer aan de gedachte van een nabije wederkomst van Christus.

Zelfs in Petrus’ tijd waren er al mensen die de komst van de Christus in twijfel trokken.

‘Dit vooral moet u weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is’ (2 Petr.3:3-4).

 

De kennis van Gods Woord in onze tijd is vaak ver zoek en zoals Jezus in zijn dagen tegen de  Sadduceeën zei:

‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’ (Mat.22:29).

 

De Bijbel is echter vol van verwachting naar de komst van Christus. Zelfs  de schepping ziet met reikhalzend verl-angen uit en verlangt naar het openbaar worden der zonen Gods en zucht en is in barensnood. (Rom.8:19,22). Het is te begrijpen dat bijvoorbeeld de ‘vervangingstheologie’ een gezond verstaan van de Schrift veel christenen in de weg staat en dat mens de wederkomst van Christus naar een verre toekomst schuift. Dit komt vooral voor in de RK-kerk en veel protestantse kerken. De vervangingstheologie of het substitutionalisme is de leer dat de Kerk het geestelijk Israël is en daarmee de plaats van Israël heeft ingenomen.

Maar daarmee is de vraag naar Jezus’ wederkomst niet opgelost, hoogstens naar de achtergrond gedrongen. Een ander probleem is het postmoderne denken, waarin ieder zijn eigen gelijk heeft en er geen absolute waarheid meer is. Indirect daarmee staat ook het gezag van Gods Woord ter discussie want veel christenen hebben dat postmoderne denken overgenomen:

‘Ieder zijn eigen waarheid!’

 

 

 

Het getuigenis van de Schrift

 

Het Nieuwe Testament geeft op meerdere plaatsen getuigenis van de spoedige komst van de Heer Jezus. Die verwachting hield niet op nadat de Heer ten hemel was gevaren. Paulus schrijft al in de brief aan de Romeinen:

‘Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij’ (Rom.13:11).

 

En in de brieven aan de Thessalonicenzen schrijft hij er uitvoerig over. Hij verwachtte Jezus’ komst nog tijdens zijn leven wanneer hij schrijft:

‘Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here weze’ (1 Thes.4:15-18).

 

En dat ook Jakobus de Heer verwachtte in zijn de tijd blijkt wel uit het volgende:

‘Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur’ (Jak.5:7-9).

 

Zo zijn er nog veel meer gedeelten uit het Nieuwe Testament te noemen. De apostel Paulus sprak in zijn brieven de verwachting uit dat Jezus spoedig en tijdens zijn leven zou wederkeren (Rom.16:20, 1 Kor.1:7-8, 10:11, 15:51;  Fil 1:10, 4:5; 1 Thes.3:13, 4:15, 4:17, 5:23; 1 Tim.6:14; Hebr.1:1-2, 10:37). Jacobus, Petrus en Johannes waren het met hem eens (Jak.4:5, 5:8; 1 Petr.1:5, 7, 20, 4:7; 1 Joh.2:18, 4:3, 2:28, 3:2).

Dat de Heer nog niet gekomen is en het ‘zie Ik kom spoedig’ nog niet vervuld is geworden heeft te maken met de houding van de christenen en de grote omwenteling die plaatsvond met de komst van Constantijn de Grote in het begin van de vierde eeuw. De verwachting van een spoedige komst van Christus kreeg een bestemming in een verre toekomst.

Echter in het begin van de negentiende eeuw is er weer licht gekomen op het profetische woord en is de komst van de Heer Jezus op de voorgrond gekomen. Momenteel zie je echter ook dat het wachten op Hem velen moe heeft gemaakt en weer in slaap gevallen zijn. Wat voor Christus spoedig is lijkt voor de mens lang omdat God en zijn Zoon tijd anders benaderen. Jezus is nu 2016 jaar geleden gekruisigd en gestorven wat voor de mens zeer lang lijkt! In vergelijking met de eeuwigheid die nog voor ons ligt is dat in de ogen van God zeer spoedig.

 

.

heilige-schrift-0a0b29fe-3cf7-4528-8208-9c33823f3cb3

 

.

 

 

Het getuigenis van de eerste christenen

 

De christenen die leefden in de tijd dat de apostelen nog onder hen waren geloofden in een nabije wederkomst van Jezus. Maar ook daarna vinden we deze verwachting! Het premillennialisme is een visie die gelooft dat Jezus fysiek aanwezig zal zijn bij zijn wederkomst, voordat het duizendjarig vrederijk aanbreekt. Het premillennialisme is grotendeels gebaseerd op een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Deze profetie beschrijft Jezus wederkomst na een periode van geloofsvervolging. Satan is voor duizend jaar geketend in de diepte. Na afloop van de dui-zend jaar zal Satan nog voor korte tijd worden losgelaten. Deze periode zou voorafgaan aan het uiteindelijke laat-ste oordeel en de opstanding der gelovigen.

De eerste kerkvaders geloofden ook in een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Justinus de Martelaar (100 / 114-165) en Ireneüs (140-202) kwamen bekend te staan als de felste uitdragers van dit idee. Met de komst van Constantijn (312) en de daarmee gepaard gaande vervangingstheologie (de kerk heeft de plaats van Israël inge-nomen) en later de geschriften van Augustinus verdween die verwachting totaal.

.

 

 

 

De tekenen der tijden

 

 

1. Israël

 

De Heer Jezus verweet de Farizeeën en de Sadduceeën dat ze het aanzien van de lucht wel wisten te onderschei-den, maar de tekenen der tijden niet (Mat.16:3). Het enige profetische boek van het Nieuwe Testament de Open-baring van Johannes is ons gegeven:

om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden’ (Openb.1:1).

 

Samen met het Oude Testament en gedeelten uit de brieven en boeken van het Nieuwe Testament wordt het ons gegund een blik in de toekomst te kunnen werpen. Eén van die tekenen der tijden is de gedeeltelijke terugkeer van joden naar hun land van herkomst Israël dat in 1948 is ontstaan. Maar niet alleen Israël ook de landen rond-om Israël zijn de vorige eeuw weer ontwaakt en onafhankelijke staten geworden na jarenlange overheersing door het Ottomaanse rijk. Met het oog op die toekomstige gebeurtenissen ‘sprak Hij (Jezus) een gelijkenis tot hen:

Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan’ (Luk.21:29-33).

 

Om Israël kan geen christen heen en wie zijn Bijbel een klein beetje kent weet dat deze terugkeer en ontstaan niet zonder profetische betekenis is. Het ontstaan van de staat Israël in 1948 heeft veel christenen aan het denken gezet en de eschatologie – de Bijbelse theologische leer aangaande de laatste dingen – heeft daardoor weer een plaats gekregen in de dogmatiek. De verovering van oud-Jeruzalem in 1967 gaf het nog een extra impuls.

 

 

 

2. Messias belijdende joden

 

Het ontstaan van de Messias belijdende gelovigen viel samen met de hierboven vermelde  gebeurtenissen. Voor de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks Messias belijdende joden in Israël, vandaag wordt hun aantal boven de tienduizend geschat. Dit is nooit eerder voorgekomen in Israëls geschiedenis sinds haar ontstaan in 1948. De verovering van Jeruzalem in 1967 heeft daar zeker toe bijgedragen. Ook elders in de wereld zijn er ve-le Messias belijdende gemeenten ontstaan. De Bijbel leert dat er in de eindtijd een rest (overblijfsel) in het land aanwezig zal zijn om de Messias te verwelkomen bij zijn komst en wellicht mogen we in de Messias belijdende gelovigen daarvan een voorbode zien.

Na de opname van de Gemeente zal Israël weer als getuigenis van God dienen in deze wereld. Daarvoor is het nodig dat het volk Israël voorbereid wordt op de komst van de Messias; bekering en berouw zal nodig zijn. Wat we nu zien is een volk dat weer woont in het land van hun vaderen maar nog in ongeloof.

‘Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen zoals zij bij elkander behoorden; ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen; maar geest was er nog niet in hen.’ (Ez.37:7-8).

 

 

46946201309191543pal

 

 

 

3. Ontstaan hersteld Romeinse rijk

 

In het boek Daniël vinden we de bekende beschrijving van de vier wereldrijken die in Gods bestuur met deze wereld de plaats van Israël hebben ingenomen:

‘totdat de tijden der volkeren zouden zijn vervuld’ (Luk.21:24).

 

Ná het vierde (Romeinse) rijk zou het rijk van de Messias komen. Uit de geschiedenis weten we dat met de ver-werping van de Messias dit rijk er (nog) niet gekomen is. Voor de komst van het Messiaanse rijk dient er weer een Romeins te zijn. Na de tweede wereldoorlog hebben we dit rijk dan ook gestalte zien krijgen in wat nu de Euro-pese Unie genoemd wordt.

De profetie van Daniël daaromtrent is dan ook veelzeggend:

‘En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem, en de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn. Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Dan.2:41-44).

 

 

De huidige Europese Unie is werkelijk ontstaan door een vrijwillig samengaan – door huwelijksgemeenschap zegt Daniël – van vele landen maar ze vormen geen hechte eenheid, of met de woorden van Daniël: ‘geen samen-hangend geheel’. In het verleden zijn meerdere pogingen ondernomen om door geweld tot een verenigd Europa te komen. In 800 door Karel de Grote, in de negentiende eeuw door Napoleon en in de twintigste eeuw door Hit-ler maar geen van de drie is er in geslaagd. Vandaar dat de huidige Europese Unie een teken is dat we leven in de tijd die voorafgaat aan de komst van de Messias :

‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid, juist zoals gij gezien hebt, dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning bekendgemaakt wat na dezen zal geschieden; de droom is waarachtig en zijn uitlegging betrouwbaar’ (Dan.2:44-45).

 

 

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

 

Ten slotte

 

We mogen er zeker van zijn dat wij leven in de laatste dagen, de tijd die voorafgaat aan de kost van de Heer Jezus voor de Gemeente en vervolgens voor Israël en de volken.

‘Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon’ (Hebr.1:1-2).

 

Die verwachting betekent niet dat we maar rustig moeten afwachten, maar dat we actief bezig dienen te zijn met de verkondiging van het evangelie van de genade Gods. We dienen te zijn als waakzame slaven die hun lendenen omgord hebben en hun lampen brandende (Luk.12:35). Ook mogen we niet vervallen in speculaties over dag en uur.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

God weet alles.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

God weet alle dingen

.

De alwetendheid van God is het principe dat God al-wetend is; dat Hij alle kennis bevat in Zichzelf over het verleden, het heden en de toekomst van het hele universum. In het begin schiep God de wereld en alles wat daarop was, inclusief alle kennis.

.

.

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Op het eerste gezicht is het idee van de alwetendheid van God misschien een simpel concept. Maar hoe meer we de Bijbel bestuderen, hoe meer we gaan begrijpen wat een ongelooflijke waarheid dat is. Psalm 147:4-5 zegt:

“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos.”

 

God weet niet alleen hoeveel sterren er zijn, maar kent ze ook nog allemaal bij naam. Een recente Australische studie stelde het aantal sterren dat wij kunnen zien vast op 70.000 miljoen miljoen miljoen, oftewel het getal 70 met 22 nullen. Dat betekent dat er meer sterren zijn dan er zandkorrels te vinden zijn op alle stranden en in alle woestijnen samen. In het boek Genesis lezen we de geschiedenis van Jozef, de lievelingszoon van Jakob. De broers van Jozef waren jaloers op hem en bedachten een plan om zich van hem te ontdoen. Ze overwogen hem te doden, maar uiteindelijk verkochten ze hem als slaaf aan vreemdelingen. God wist dat dit zou gebeuren en had al een plan klaar.

Door een aantal gebeurtenissen werd Jozef van slaaf, tot gevangene, tot Egyptisch heerser. Jaren later kon hij zijn gezag en positie gebruiken om voor zijn familie te zorgen toen hun thuisland door een hongersnood werd getroffen. Hoe zou Jozef zich gevoeld hebben toen hij weer met zijn broers verenigd werd? Denk je dat hij wraak wilde? Nee. Hij zei tegen hen:

“Wees daar nu niet verdrietig over. Wees niet boos op elkaar dat jullie mij hierheen hebben verkocht. Want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie te kunnen redden” (Genesis 45:5).

Jozef begreep de alwetendheid van God. Hij begreep dat de gebeurtenissen in zijn leven dienden voor de redding van zijn familie.

 

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

God weet alles van ons

.

 

Voordat wij geboren werden kende God ons al en had Hij een plan voor ons leven. Hij kent ons beter dan wij ons-zelf. In Matteüs 10:30 staat dat Hij zelfs de haren op ons hoofd heeft geteld. Wij kunnen nog zo ons best doen om dingen geheim te houden voor mensen, maar bij God kan dat niet want Hij kent al onze geheimen.

In Psalm 139:1-4 schreef David:

“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd.”

 

En in Spreuken 15:3 staat:

“De Heer ziet alles wat er gebeurt. Hij ziet de daden van goede en van slechte mensen.”

 

Hij ziet elke handeling van ons, op ieder moment. En ook al weet Hij alles over ons – het goede en het slechte – Hij houdt van ons. God begrijpt hoe we ons voelen als we het moeilijk hebben omdat Hij onze gedachten en onze gevoelens kent.

“Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is” (1Kronieken 28:9).

 

.

eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

God weet alles over onze toekomst

 

De alwetendheid van God is volmaakt. God leert niet steeds bij, maar weet alles direct. Miljoenen jaren voordat Hij de aarde schiep, wist God al dat Hij zijn Zoon Jezus Christus zou sturen om ons te redden van onze zonden:

“Hij was er al voordat de wereld gemaakt werd. Maar pas nu, aan het eind van de tijd, is Hij voor ons gekomen” (1 Petrus 1:20).

 

God openbaarde Zijn plan aan de profeten in het Oude Testament, zoals Jesaja, die Gods woord verkondigde aan de mensen:

“Daarom zal de Heer u ongevraagd een teken geven: het meisje dat nog maagd is, zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Ze zal hem Immanuël noemen” (Jesaja 7:14).

 

De geboorte, dood en opstanding van Jezus waren geen toeval. Ze waren het gevolg van een goddelijk plan dat God een eeuwigheid geleden heeft vastgelegd zodat wij een persoonlijke relatie met Hem kunnen hebben. We kunnen in die relatie stappen door te bidden tot God, onze zonden te belijden en Hem te vragen in ons leven te komen. 1 Johannes 1:9 zegt:

“Maar als we het aan God vertellen als we het verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd. Want Hij doet altijd wat Hij heeft gezegd.”

 

Voor ons als gelovigen is de toekomst zeker. Niet omdat wij weten wat er gebeuren zal, maar omdat God het weet.

 

 

de levenskracht van God

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

WAT DENK JIJ? 

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.

Christus

 

Pasteltekening van John Astria

.
.

Welke Bijbelverzen vertellen ons dat God alwetend is?

.

.

Bewijs uit het Oude Testament

 

Denk aan wat er vroeger is gebeurd. Ik ben God en er is geen andere God. Er is niemand als Ik. Al aan het begin vertel Ik wat er aan het eind zal gebeuren. Ik spreek van tevoren over dingen die nog niet gebeurd zijn. En alles wat Ik van plan was, doe Ik” (Jesaja 46:9-10).

“Wie gaf leiding aan de Geest van de Heer? Wie heeft Hem goede raad gegeven? Met wie heeft Hij overlegd? Wie heeft Hem iets geleerd en wie heeft Hem wijsheid gegeven? Wie heeft Hem gezegd hoe het moet?” (Jesaja 40:13-14).

“U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd” (Psalm 139:4).

“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe” (Psalm 139:2-3).

“U zag me al toen U mij daar in het donker vormde, waar nog niemand anders mij zag. U zag me al toen ik nog helemaal geen vorm had. Al mijn dagen stonden al in uw boek toen ik nog niet één dag daarvan had geleefd” (Psalm 139:15-16).

“Maar wie kan God zeggen dat Hij het anders moet doen? Wie kan zeggen tegen Hem die over de engelen oordeelt, dat Hij het verkeerd doet?” (Job 21:22).

“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos” (Psalm 147:4-5).

“En jij, Salomo, houd van de God van je vader. Dien Hem van harte. Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is. Als je van Hem houdt, zal Hij altijd naar je luisteren. Maar als je Hem verlaat, zal Hij jou ook voor altijd verlaten” (1 Kronieken 28:9).

“Begrijp jij hoe de wolken zijn opgehangen? Begrijp jij iets van de wonderlijke dingen die de volmaakt wijze God doet?” (Job 37:16).

“De Heer ziet vanuit de hemel alle mensen. Vanuit zijn huis kijkt Hij naar de bewoners van de aarde. Hij heeft hen allemaal gemaakt. Hij weet alles wat ze doen” (Psalm 33:13-15).

.

 

 Bewijs uit het Nieuwe Testament

 

“Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!” (Romeinen 11:33).

“Niemand kan zich voor God verbergen. Alles wat we zijn en doen, is zichtbaar voor God. En we zullen tegenover Hem verantwoordelijk zijn voor alles wat we hebben gedaan” (Hebreeën 4:13).

“Ook weet Hij precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Wees niet bang! Want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar” (Lukas 12:7).

“Maar als ons geweten toch ongerust is, mogen we er zeker van zijn dat God belangrijker is dan ons geweten. Hij weet alles” (1 Johannes 3:20).

“Jullie weten toch dat twee mussen voor maar één muntje worden verkocht? Toch zal niet één mus doodgaan zonder dat jullie Vader het toestaat. Ook weet Hij zelfs precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben” (Matteüs 10:29-30).

.

.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget