Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 127 • The futility of human effort
.
Psalmen 127 . De zinloosheid van menselijke inspanning
.
Paul LeBoutillier
.

















































Voor degenen die te lijden hebben gehad onder tegenspoed of pech, en die er moeite mee hebben om dit zonder klagen of verbittering te accepteren, omdat ze het leven vooral afmeten aan het succes dat het hen brengt.
Niet ieder van ons wordt gevraagd om een heilige of een martelaar te worden, of een befaamd mens; de meesten van ons wordt een minder opvallend ambt toebedeeld. Maar van ons allen wordt verwacht dat we de vreugde en het avontuur van het leven begrijpen en dat we met alle plezier dat specifieke aandeel van het werk uitvoeren dat voor ons is voorbeschikt door onze Goddelijkheid.
Wilgen houden van vochtig, laag-liggend land, en staan vaak langs de oevers van rivieren en stromen. Het is een veel voorkomende boom, die vaak geknot wordt.
Voor degenen die elke kleine tegenslag met bitterheid en irritatie dragen, ze geven anderen de schuld en voelen zich te kort gedaan, ze zijn egocentrisch, vol zelfmedelijden, betweterig, verongelijkt. Ze mokken en koesteren wrok, zullen zich gekleineerd voelen, en voortdurend ontevreden, missen gevoel voor humor.
pasteltekening van John Astria
18 : Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.
lees: wie in Hem niet gelooft, wordt wel veroordeeld omdat hij niet heeft geloofd in het zoenoffer van Jezus op het kruis voor de zonden van de mens.
Ik ben de waarheid, de weg en het eeuwig leven, wie in Mij gelooft zal nooit sterven.
Ik ben niet de waarheid, de weg en het eeuwig leven, wie in Mij niet gelooft zal voor eeuwig verdoemd zijn.
Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Ik ben de wijnstok, en gij geen ranken ; die niet in Mij blijft, en ik niet in hem, die geen vruchten draagt; want met Mij kunt ge alles doen.
.
.
.
.
.
De Here Jezus vermaande zijn discipelen te letten op de raven, als voorbeeld van onbezorgdheid:
“Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt” (Lucas 12: 24).
Dit in tegenstelling tot de rijke dwaas. Zijn voorraadkamers en schuren waren niet groot genoeg om zijn oogst op te slaan, en hij maakte zich druk met het bouwen van nog grotere (Lucas 12: 16-21). Hij dacht bij zichzelf: ‘Ik heb het voor elkaar, ik hoef niet meer te werken’. Maar Jezus zei: ‘Je houdt geen rekening met God; als je dood gaat heb je niets’. En tegen zijn discipelen: “Weest niet bezorgd over uw leven” en “het leven is meer dan het voedsel” (Lucas 12: 22 – 24). Er zijn belangrijker dingen, namelijk de zorg hoe wij in het Koninkrijk van God komen (Lucas 12: 31).
.
.
Lucas 12: 16 – 21
.
16 Hij legde hun dat uit met een verhaal: “Er was eens een rijke man. Zijn akkers hadden een grote oogst opge-leverd. 17 En hij dacht bij zichzelf: ‘Wat zal ik doen? Want ik heb geen ruimte genoeg om de hele oogst op te bergen.’ 18 Hij bedacht: ‘Ik weet al iets. Ik zal mijn schuren afbreken en grotere schuren bouwen. Daar zal ik dan al mijn graan en al mijn rijkdommen in opbergen.
19 Nu heb ik heel veel. Het is genoeg voor járen. Nu kan ik rustig aan doen. Ik ga lekker eten en drinken en feestvieren.’ 20 Maar God zei tegen hem: ‘Jij dwaas! Vannacht nog zal je leven van je teruggevraagd worden. En voor wie heb je dan zoveel verzameld?’ 21 Zó zal het gaan met de mensen die voor zichzélf schatten verzamelen, maar geen schat hebben bij God.”
.
.
Lucas 12: 22 – 24
.
22 Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Daarom zeg Ik tegen jullie: maak je nergens zorgen over. Niet of je wel te eten zal hebben. Ook niet of je wel kleren zal hebben om aan te trekken. 23 Het leven is toch belangrijker dan het eten? En het lichaam is toch belangrijker dan de kleding? 24 Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren niets in voorraadkamers of schuren. God geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belangrijker dan de vogels?
.
.
.
31 Geef het Koninkrijk van God de eerste plaats in jullie leven. Dan zullen jullie al die andere dingen ook van je Vader krijgen.
1 Koningen 17: 1 – 6
.
1 In Gilead woonde de profeet Elia uit Tisbe. Hij zei tegen koning Achab: “Ik zweer bij de Heer, de God van Is-raël, de God die ik dien, dat er jarenlang geen dauw of regen zal vallen, totdat ik het zeg.” 2 Daarna zei de Heer tegen hem: 3 “Vlucht naar het oosten. Verberg je bij de beek Krit die in de Jordaan uitkomt.
4 Je kan water uit de beek drinken en Ik heb de raven bevolen om je eten te brengen.” 5 Hij vertrok en deed wat de Heer hem had gezegd. Hij ging bij de beek Krit wonen, die in de Jordaan uitkomt. 6 De raven brachten hem ’s morgens en ’s avonds brood en vlees en hij dronk water uit de beek.
.
.
.
.Ergens in een kaal, steil en verlaten bergdal ten oosten van de Jordaan, verborg deze man van God zich met geen ander gezelschap dan de God die hij diende en een groep raven. ’s Morgens en ’s avonds voorzagen zij hem van brood en vlees. Geen grote moeite voor raven, maar het blijft een wonder. God had hun geboden voedsel met hem te delen. Het is volkomen duidelijk dat God in staat is voor zijn dienaren te zorgen, al zijn de omstandigheden nog zo moeilijk. Niets is te moeilijk voor Hem (Genesis 18: 14; Jeremia 32: 27; Matteüs 19: 26). Hij die tot in de verafgelegen rotsspleten ziet en voor het ravenjong zorgt (Job 39: 3; Psalm 147: 7 – 11), zal ook voor de gelovigen zorgen en hen niet vergeten.
Genesis 18: 14
.
14 Voor de Heer is niets te wonderlijk! Op de juiste tijd, over een jaar, zal Ik bij jullie terugkomen. Dan zal Sara een zoon hebben.”
.
.
Jeremia 32: 27
.
27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?
.
.
Matteüs 19: 26
.
26 Jezus keek hen aan en zei: “Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.”
.
.
Job 39: 3
.
3 Wie zorgt ervoor dat de raven te eten hebben? Als hun jongen hongerig door het nest kruipen en om eten roepen, wie zorgt er dan voor dat ze te eten krijgen?
.
.
Psalm 147: 7 – 11
.
7 Zing voor de Heer een danklied,
maak voor onze God muziek op de citer.
8 Zing voor Hem die de wolken maakt,
die regen geeft aan de aarde,
die het gras doet groeien op de bergen,
9 die het vee te eten geeft,
die de jonge vogels voert als ze roepen.
10 Hij wil niet dat je op mensen vertrouwt,
op de kracht van je leger,
op je aantallen paarden.
11 Maar Hij wil dat je ontzag voor Hem hebt
en vertrouwt op zijn liefde.
.
.Zoals de apostel Paulus constateert: zelf hebben wij niets in deze wereld meegebracht, en wij kunnen er ook niets uit meenemen (1 Timotëus 6: 3 – 10). De mens is net zo afhankelijk van God als de vogels, al beroemt hij zich op zijn velerlei uitvindingen. Wij mogen de zorg voor onze dagelijkse behoeften rustig aan God overlaten: “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Dan zullen wij door Gods woord en zijn liefde opgebeurd worden en ons, zoals de raven, verheugen in een thermiek, die ons dichter bij God brengt.
1 Timotëus 6: 3 – 10
.
3 Er zullen ook mensen komen die andere dingen aan de broeders en zusters leren dan ik hun geleerd heb. Dat zijn trotse en eigenwijze mensen. Zij willen zich niet houden aan de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus. Ze houden zich niet aan de manier waarop we God moeten dienen. 4 Ze hebben er niets van begrepen. Ze maken ruzie en zeuren over onbelangrijke dingen. Ze veroorzaken jaloersheid, ruzies, geroddel en wantrouwen.
5 Al dat geharrewar ontstaat doordat ze niet meer helder denken en de waarheid zijn kwijtgeraakt. Ze denken dat het dienen van God een manier is om rijk te worden. Blijf bij zulke mensen uit de buurt. 6 Maar het dienen van God is wel een grote rijkdom, als we ook tevreden zijn met wat we hebben. 7 Want we hebben niets op de wereld meegebracht toen we geboren werden, en het is duidelijk dat we ook niets uit de wereld kunnen meenemen als we sterven.
8 Als we onderdak, eten, drinken en kleren hebben, moeten we tevreden zijn. 9 Maar mensen die graag rijk willen worden, lopen in de val van de duivel. Ze krijgen allerlei dwaze en verkeerde verlangens, waardoor het langzaam maar zeker slecht met hen afloopt. 10 Want het verlangen naar geld is de bron van al het kwaad. Sommige mensen zijn het geloof kwijtgeraakt en in allerlei ellende terecht gekomen, doordat ze zo graag rijk wilden worden.
.
.
.
.
.
.
Pallasiet is een zeldzaam type meteoriet dat zowel “stenige” componenten (silicaten) als metalen bevat. Pallasieten bestaan uit centimeters grote olivijn-kristallen. Andere mineralen die in pallasieten voorkomen zijn schreibersiet, troiliet en fosfaten.



Pallasieten zijn genoemd naar de Duitse natuuronderzoeker Peter Pallas (1741-1811), die in 1772 een pallasiet met een massa van 680 kg vond in de bergen bij Krasnojarsk te Siberië. De Duitse natuurkundige Ernst Chladni gebruikte rond 1790 een aantal meteorieten, waaronder de steen van Pallas, om aan te tonen dat meteorieten door meteorietregens op Aarde terechtgekomen buitenaardse objecten zijn (in die tijd werden meldingen van meteorietregens algemeen afgedaan als verzinsels). Chladni beredeneerde dat de steen vanwege zijn enorme massa niet ver getransporteerd kon zijn en toonde daarna aan dat soortgelijk gesteente niet in de verre omgeving van de vindplaats voorkomt.








Goed te herkennen aan
– de pluimen roomwitte kleine bloemetjes, die zoet geuren en
– de vruchtjes, die spiraalsgewijs om elkaar heen gedraaid zijn
Algemeen
Moerasspirea is een overblijvende plant met krachtige rechtopstaande, dunne, vaak rood/bruin gestreepte stengels en wordt 60 tot 120 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend en groeit voornamelijk op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en in lichte loofbossen.

Bloem
Moerasspirea bloeit vanaf juni tot en met augustus in schuimachtige pluimen, die bestaan uit talrijke kleine, roomwitte of witte, zoet geurende bloemen. De vruchten zijn spiraalvormig gedraaid.

Toepassingen
Moerasspirea werd veel gebruikt om de lucht te verfrissen. De geurige bloemen werden samen met andere bloemen (o.a. kamperfoelie), in huizen en kerken gelegd om onaangename geuren te verdrijven.
De plant heeft pijnstillende, koortsverlagende en ontstekingsremmende eigenschappen en werd gebruikt tegen malaria en buikloop. Tegenwoordig wordt een aftreksel van de bloemen (thee) nog gebruikt bij griep en verkoudheid. De plant bevat salicylzuur, de werkzame stof in aspirine.

Vergelijkbare soorten
Moeasspirea lijkt op knolspirea. Toch zijn er wel wat verschillen. Knolspirea wordt minder hoog. De bloemen van de knolspirea zijn groter, soms roze of rood, de bladeren zijn langgerekter en bestaan uit minstens 8 paar deelblaadjes. Knolspirea staat op de rode lijst.
Op afstand lijkt moerasspirea op poelruit. De pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes.
Algemeen
– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 0,6 tot 1,2 meter
Bloem
– wit of roomwit
– sterk geurend
– vanaf juni t/m augustus
– pluim
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 5 of 6 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 of 6 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot 20 stijlen
Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2 tot 5 paar blaadjes
– top spits
– rand onregelmatig gezaagd
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– van onderen vaak zilverwit behaard
Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond
– vaak roodbruin aangelopen
zie wilde bloemen