categorie: Religie/video/Openbaring
Bijbel College Openbaring deel 9
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget




.
.
.
Bronziet is een bruine enstatiet variant met een bronskleurige glans
.
.
.
.
.
.
Bronziet wordt gevonden in Noorwegen, Tjechië en Brazilië.
.
.
.
.
.
.
.
Samenstelling: Mg2Si2O6
Hardheid: 5,5-6
Dichtheid: 3,3-3,6
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.


Ben jij je ervan bewust dat het altijd het beste is om het prijzen van God de eerste stap te maken? Heb jij wel eens in een situatie verkeerd waarin jij je helemaal alleen voelde? Of heb je wel eens met een moeilijke situatie in je leven te maken gehad waarin je niet wist wat te doen. Als we God prijzen, dan wordt elke omstandigheid in ons leven compleet, wezenlijk, voortreffelijk en de moeite waard.
Het woordenboek definieert prijzen als iemands lof zingen of bewondering uiten voor iemand. Het is een synoniem voor woorden als bewonderen, loven, eren en aanbidden. Een definitie van christelijke lofprijzing is het vreugdevol danken en loven van God, de viering van Zijn goedheid en genade. Dit impliceert dat lofprijzing alleen aan God toekomt.
Op de eerste plaats verdient God het om geprezen te worden. Hij is onze lofprijzing waardig:
Op de tweede plaats is het prijzen van God nuttig en voordelig voor ons. Door God te prijzen worden wij herinnerd aan de grootheid van God. Zijn macht en aanwezigheid in onze levens wordt in ons begrip versterkt.
Op de derde plaats wordt door lofprijzing kracht in jouw geloof ontladen, wat er toe leidt dat God voor jou in actie komt.
Het prijzen van God transformeert ook de geestelijke omgeving waarin we ons bevinden. 2 Kronieken 5:13-14 illustreert duidelijk de wijziging die plaatsvond toen de Levieten Hem eerden en dankten en de tempel gevuld werd met een wolk die de glorie van God uitdrukte.
Op de vierde plaats huist God in de atmosfeer van de lofprijzing. Psalm 22:3 zegt:
Als we een duidelijke manifestatie van Gods zegeningen en genade willen zien, dan hoeven we Hem alleen maar te prijzen, met heel ons hart, verstand en ziel.
Wie hoort God te prijzen? “Alles wat adem heeft, loof de Heer” zegt Psalm 150:6.
We kunnen de ware vreugde en de voordelen van het prijzen van God niet ontvangen, tenzij we Jezus Christus als onze Heer en Redder hebben ontvangen. Dan zijn we kinderen van God en leeft Hij in onze lichamen door middel van de Heilige Geest. Dit betekent dat God geprezen moet worden, waar we ons ook bevinden. 1 Korintiërs 6:19-20 stelt:
Door liedjes en hymnes te zingen, door te klappen, zelfs door uit vreugde te springen… de lijst van mogelijkheden is eindeloos. We kunnen God eren en prijzen met onze lichamen, met onze harten en gedachten of met de dingen die we doen. Er zijn vele manieren waarop we God kunnen prijzen! Ongeacht hoe je God prijst en aanbidt, het zou altijd moeten leiden tot een ontzag voor Gods macht, liefde en genade voor ons allemaal.
.
.
.
.
.
.
1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie
.
.
Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.
.
.
.
Het negende inzicht is de samenvoeging en verankering van de eerste acht inzichten.
Er zijn enorm veel mensen die bewust of onbewust bezig zijn met enkele van de inzichten: het wetenschappelijk benaderen van spirituele groei, omgang met de medemens, eigen spirituele groei, en omgang met onze kinderen.
.
.
Mensen als Carl Jung, Bell Laboratories en Einstein waren in hun tijd al bezig aan te tonen dat er meer is tussen hemel en aarde. Het trachten te verklaren dat tijd en ruimte niet lineair zijn, dat er Universele energie bestaat, dat alle individuen en objecten een verbindende schakel hebben, komen mede van hun hand. Dergelijke onderzoekers creëerden een basis van aannemelijke kennis waar een spirituele groei op kan rusten.
Niet alles is wetenschappelijk aangetoond, en berust op aannames (we nemen aan dat, tenzij het tegendeel bewezen is). Een hoop mensen vinden het prettig om abstracte zaken als Universele energie, energie-uitwisseling, reïncarnatie en karma verduidelijkt te hebben.
De eerste drie inzichten is een basis. Het maakt ons duidelijk dat we collectief op weg zijn ons bewust te worden van onze spirituele aard. Dat elk individu een levensvisie heeft, en dat de menselijke interactie je kan helpen je levensvisie te vinden en te volgen.
.
.
.
Vooral in het westen heeft de mens zich de laatste paar honderd jaar zich voornamelijk bezig gehouden op materiele in plaats van spirituele groei. Hierdoor zijn we het contact met onze basis, de Universele energie, deels kwijtgeraakt. Toch hebben we energie nodig. Het vergaren van die energie gebeurt op dezelfde wijze als we ons staande houden in die materiele wereld: middels energieroof.
Als we gaan inzien dat deze energie maar tijdelijk is en dat we niet op een gelijkwaardige manier met onze medemens omgaan, pas dan kunnen we veranderen. Door het opheffen van de beheersingsdrama’s en onze energie te onttrekken uit de natuur en/of de kosmos, zullen we dichter bij onze eigen wezen komen. Onze Boeddha-natuur, in plaats van ons Ego, waaruit we nu vaak handelen.
.
.
.
Begin vorige eeuw begon de invloed van de kerk af te brokkelen. In de jaren ’60 ontstond er een interesse naar Oosterse wijsheden. Eind jaren ’70 begon de groei van Reiki. Heden ten dagen heeft elke gemeente wel een New-Age winkel. In elk huis staat wel een Boeddha beeldje, een dreamcatcher of wordt wierook gebrand. Er worden veel Reiki-cursussen, Meditatie avonden, Yoga-sessies, etc. aangeboden. Het aantal Spirituele Centra groeit nog steeds.
De mens verwijdert collectief van de opgelegde dogma’s van de kerk, en wil een eigen inbreng in haar eigen spirituele belevenis. Het besef dat er meer is tussen hemel en aarde, en dat we op een andere manier met elkaar en onze omgeving moeten omgaan, krijgt steeds meer aanhang. Alleen het daadwerkelijk DOEN ontbreekt er vaak aan. En als het wel gedaan wordt, dan vaak individueel. Men schaamt zich toch een beetje voor het feit dat ze mediteren, naar workshops gaan, naar bomen luisteren, etc.
.
.
.
Als je gelooft dat je maar één keer leeft, dan heeft een ouder meer levenservaring dan een kind en is onze westerse opvoedtraditie te begrijpen. Als je er van uit gaat dat men reïncarneert, dan valt deze gedachte uiteen. Wellicht is ons kind verder op haar levenspad dan wij. Als we het kind kort houden en beknotten, dan hanteren wij de beheersingsdrama’s en richten we zowel bij het kind als bij ons schade aan.
Dat een kind niet de keukenkastjes mag plunderen, de poes niet aan de staart mag trekken, en niet op de muur mag tekenen spreekt voor zich. Het heeft geen zin het kind zijn tekenspullen af te nemen. Hiermee beperk je het kind in zijn uitingen. Het kind mag wel tekenen, alleen niet op de muur, je bestraft dus het verkeerde. Kinderen tot een jaar of zeven hebben weinig inzicht in de complexe materiele wereld waarin de ouders leven.
Veel handelingen komen vanuit hun spirituele besef in plaats van hun materiele besef. Kinderen moeten daarin gestuurd en gesteund worden, niet geblokkeerd. Op het moment dat ouders handelen vanuit de materiele wereld (beide een baan, verantwoordelijkheid), en meerdere kinderen hebben, dan komen de kinderen letterlijk aandacht = liefde tekort. Ook hier zullen de ouders na een vermoeiende werkdag terugvallen op de beheersingdrama’s om het huis zo snel mogelijk stil te krijgen.
De ouderwetse methode van rolbepaling is hier niet het antwoord op. Een kind heeft zowel de aandacht van de moeder, als van de vader nodig. Komt een kind de aandacht van de vader tekort, dan heeft dat zijn uitwerking op zijn latere omgang met mannen.
Ook hier valt men snel terug in de beheersingsdrama’s. Het verbinden van al deze inzichten heeft een enorm sneeuwbal effect. Een collectieve spirituele groei met een andere kijk op onze omgeving. Een mens heeft een levensvisie. Door dit alles te koppelen, komen we bij de essentie van het negende en het begin van het tiende inzicht: een vernieuwde wereldvisie.
.
.
.
.
.
.
.
.














































1. Ga op de grond zitten met de benen gestrekt. Zet je handen achter de heupen op de grond. De vingers wijzen richting de voeten en de armen zijn gestrekt. Til het borstbeen op en leun een stukje naar achteren, let erop dat de rug recht blijft.
2. Adem uit, buig de knieën en til de voeten van de grond zodat de dijbenen een hoek van 45 graden maken met de vloer. Kijk of je je benen kan strekken. De tenen komen dan iets boven ooghoogte uit.
3. Strek de armen krachtig naar voren, parallel aan de vloer. De schouderbladen gaan uit elkaar.
4. Span de buikspieren aan maar probeer tegelijkertijd de onderbuik relatief plat te houden. Breng je kin iets richting het borstbeen, zodat de nek lang blijft.
5. Begin met tien tot twintig seconden en breid dit langzaam uit tot een minuut. Breng de benen op een uitademing weer naar de grond en kom op de inademing weer rechtop zitten.
Goed te herkennen aan
de grote donker paarsrode 5-tallige bloemen
Algemeen
Donkere ooievaarsbek is een zeldzaam voorkomende, overblijvende, in pollen groeiende plant van 45 tot 60 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa. Ze is door de mens verspreid.
Bij ons is donkere ooievaarsbek een stinsenplant en je vindt haar op half beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen in lichte loofbossen en op beschaduwde grasgrond op of nabij buitenplaatsen en parken. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant.
Bloem
De bloeitijd van donkere ooievaarsbek is vanaf mei tot en met september. Haar bloemen zijn in de schaduw donkerrood, in het licht zijn ze meer paars. De bloemen staan met 2 bij elkaar. Tijdens de bloei buigt de bloemsteel zich aan de top, waardoor de bloemen voorover hangen.
De 5 kroonbladen zijn rechtafstaand tot iets teruggeslagen. Ze zijn rimpelig en hebben vaak een spits puntje. Aan de basis zijn ze wit. De 5 kelkbladen zijn grijsgroen door lange afstaande beharing. De bloemen hebben 10 meeldraden met forse helmknoppen en 1 groengele stijl.
Stengel
Ook de rechtopstaande, ronde stengels zijn, net als de kelkbladen, bezet met lange, zachte, afstaande, witte haren. De bladeren hebben vaak aan de voet van de insnijding een donkere vlek.
Algemeen
– ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– stinsenplant
– 45 tot 60 cm
Bloem
– paarsrood
– vanaf mei t/m september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– wortelbladeren :
– rozet
– lang gesteeld
– 7-slippig
– stengelbladeren :
– verspreid
– kort gesteeld, bovenaan zittend
– onderste 7-slippig
– hogere 5- tot 3-slippig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand getand
– voet hartvormig
– handnervig
– bovenkant behaard
– onderkant kaal
Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– behaard
– rolrond
zie wilde bloemen