Tagarchief: incarnatie

Een boodschap van El Morya

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

El Morya

.

 

El Morya en caballo blanco

 

.

 

Gij zult niet begeren wat een ander toebehoort.

.

Gegroet mijn broeders en mijn zusters. Wees gegroet en ontvang mijn zegening. Lang geleden, zeer lang geleden zijn er Hemelse Woorden aan de mensheid aangereikt. Hemelse Woorden die de mensheid zouden helpen om vrede en liefde in hun leven te brengen. Om als één mensheid te kunnen samenleven ondanks de verschillen die er bestonden en nog bestaan.

Tien Gulden Waarheden, gulden regels als het ware, zijn de mensheid vanuit hogere trilling aangereikt. Niet om de mensheid aan banden te leggen, niet om vrijheden in te perken of om straffen te kunnen uitdelen, maar wel om het leven in een samenleving te vereenvoudigen. Om het leven in een groep te bevorderen. Deze gulden regels werden rechtstreeks vanuit hogere sferen aangereikt aan de toenmalige incarnatie van mijn ziel, genaamd Mozes.

In die tijd van verzoeking en in die tijd van chaos was het nodig om bepaalde leefregels aangeboden te krijgen om misverstanden te voorkomen. In de loop der tijden is er misbruik en inbreuk gepleegd op deze hemelse aanreiking. Aan machtsmisbruik heeft men zich schuldig gemaakt.

Zovele aanreikingen met de voeten getreden. Vanuit menselijk machtsgevoel heeft men deze gulden aanwijzingen misbruikt om de mensheid angstig te maken en van haar vrijheid te beroven. Onbewust en opzettelijk zijn verkeerde interpretaties de wereld ingestuurd en nu, zo veel tijd later, zijn vele van deze hemelse aanreikingen uit het bewustzijn van de mensen verdwenen.

Vergeten, als het ware of niet meer aanvaard omwille van de vele misbruiken en het verdriet dat ermee gepaard is gegaan. Jaren, eeuwen, tijdperken zijn vergaan en toch blijven deze gulden aanwijzingen hemels in het bestaan van de mensheid. Deze Tienvoudige Hulpmiddelen zijn vervangen door duizenden en duizenden wetten, waarvan men de oorsprong en de gevolgen niet meer kent.

De hoofden en de handen die deze duizenden wetten hebben bedacht en geschreven kennen zelf hun wetten niet meer, noch de gevolgen. Al deze duizenden en duizenden wetten en wetboeken kunnen allen vervangen worden door Tien Hemelse Aanreikingen in een samenleving, in een mensenleven, op wereldniveau en in een familie.

Wanneer deze gulden leefwijzen begrepen en gerespecteerd worden is al het andere overbodig. Bij de eerste aanreiking van deze Hemelse Woorden was het bewustzijn van de mensheid nog niet rijp om de ware betekenis en de impact van deze gulden regels te begrijpen. In plaats van ze als zegening en aanwijzing te zien, noemde mensen ze De Tien Geboden.

Maar zij die Gods wil waarlijk kennen, weten dat God niets gebied, maar dat alle kinderen van de wereld in vrijheid leven. Een vrijheid die in de hoogste trilling gerespecteerd wordt. Maar op vraag van het mondiale zielenbelang zijn er gulden aanreikingen en aanwijzingen gegeven om de mensheid terzijde te staan om een vrede volle samenleving te kunnen opbouwen.

Nu, in deze tijd aan het begin van Aquarius is het bewustzijn van de mensheid klaar om de waarheid door deze Hemelse Woorden heen te zien! Om te aanvaarden en om te begrijpen, om de ware impact hiervan op wereldniveau te kunnen inschatten. Wanneer deze gulden aanwijzingen door de mensheid begrepen en aanvaard worden, wanneer men ernaar tracht te leven, zijn andere wetten, regels die men zelf niet meer kent, overbodig.

 

.

Mijn zusters, mijn broeders:

“gij zult niet begeren wat een ander toebehoort”.

 

.

Wanneer men hiernaar leeft, zal de toekomst van de wereld van morgen er totaal anders uitzien. De wereld is op dit moment enorm gematerialiseerd, het liefhebben van de materie viert hoogtij. De waardigheid en het succes van een mens wordt dikwijls gemeten naar deze materiële rijkdom. Dit brengt vele negatieve verschuivingen met zich mee. De druk op de evoluerende ziel is enorm verhoogd en wordt soms zelfs te groot.

Het ego van de mens is op jacht. Als een jager beweegt hij zich door het leven op jacht naar materiële prooi. Vele jaren en vele lessen later, wanneer de prooi gevangen is, of ook niet, komt men tot het besef dat deze prooi niet de voldoening schenkt die men dacht hierin te vinden. Het leven leeft haar leven. Het leven houdt zich in evenwicht ongeacht de keuze van het ego.

Maar door materialisatie op wereldlijk niveau kunnen zich verschuivingen in dit evenwicht voordoen en hoogmoed zowel als laagmoed vieren hoogtij. Een nieuwe bacterie is als het ware geboren, een bacterie die in de oude tijden is ontstaan, maar die nu in deze wereld hoogtij viert. De bacterie wordt onder de menselijke noemer vertaald als afgunst, jaloezie, het begeren wat een ander heeft.

Mijn broeders, mijn zusters, als u zich toch één moment boven de menselijke trilling kon verheffen om te zien wat dit alles teweegbrengt in uw wereld op mondiaal niveau of in uw persoonlijk leven, zou u begrijpen waarom de hoogste trilling zoveel eeuwen geleden deze aanwijzing aan de mensheid heeft aangereikt.

Wanneer u in uw straat rond kijkt ziet het menselijke ego dat het gras aan de andere kant van de straat groener is. Men blijft zich blind staren op het groenere gras van de ander. Maar doordat men zich in de laagte blind staart, ziet men in de ziel niet welk een schoonheid zich in eigen tuin ontvouwt. Door het altijd kijken in de tuin van de ander, ziet men de bloemen voor de eigen deur niet staan.

De krachtige boom die haar vruchten schenkt, loopt men voorbij omdat men de illusie heeft dat de boom aan de andere kant van de straat groter is of meer vruchten zou dragen. Open toch uw ogen en zie de zegeningen en de schoonheid die in uw eigen leven worden aangereikt. Staart u zich niet blind op het succes of de rijkdom van een ander, want u heeft geen besef van de zielenweg van een ander.

U heeft dikwijls nauwelijks besef van uw eigen zielenweg. Maar weet dat alles wat het leven biedt een reden heeft. Dat iedere ziel en ieder menselijk ego zelf hiervoor verantwoordelijkheid draagt. Wanneer uzelf de nodige inspanningen doet in uw eigen leven, zult u zien dat het universum zich alles aan u openbaart en u alles aanreikt wat u nodig heeft. Alles wat meer is, is overbodig en alles wat overbodig is, rust als een last op uw schouders.

Het leven neemt en het leven geeft. Maar het leven kan alleen schenken, wanneer uw handen geopend zijn om te aanvaarden; vanuit liefde en niet vanuit hebzucht. Mijn geliefde broeders, mijn geliefde zusters. Besef goed, dat de hebzucht van het ego veel onevenwichtigheid veroorzaakt in het leven van de mensheid als geheel en als individu.

Deze hebzucht, deze afgunst heeft verschuivingen veroorzaakt, waardoor natuurlijke rijkdommen en gematerialiseerde rijkdommen niet in alle rechtvaardigheid verdeeld zijn. Hoed uzelf voor deze hebzucht; hoed uzelf voor deze afgunst. Want dat wat u in uw leven uitstraalt, zal naar u terugkeren. Neem uw eigen verantwoordelijkheid. Het universum is een onuitputtelijke rijkdom waaruit één ieder mag nemen wat hij nodig heeft.

Wees u bewust van de trilling die u uitstraalt naar een ander toe wanneer uw leven vervult is van het begeren van andermans zaken of zijn. Wees u bewust van de negatieve trilling die u hierbij uitstraalt, wees u bewust, dat u zo de trilling van de mensheid in een negatieve spiraal helpt komen. Voor hen, die overladen worden met deze negatieve trilling van afgunst en hebzucht, blijf in stilte, blijf in liefde.

Reageer niet op deze trilling en ga er zeker niet in mee. Verhef uzelf en reik de ander de hand om hem of haar te helpen. Om hem of haar te helpen inzien waarom het Universum zo deelt.

Mijn broeders, mijn zusters. Al wat is mag in dienstbaarheid zijn om het leven te verrijken en het leven te vergemakkelijken, maar besef goed dat uw weg van zielengeluk zich niet in het materiële bevindt. Het materiële is een afspiegeling van wat in de geest bestaat, maar het is een gefilterde afspiegeling en wanneer u de ware rijkdom in uw leven wenst te verwelkomen, begeer dan niet de materiële rijkdom van uw naaste buur.

Maar verlang, verlang werkelijk naar de onuitputtelijke bron van het Universum. Daar waar de ware rijkdom, evenwaardig en evenredig verdeeld wordt, daar waar het ware geluk te vinden is.

Mijn broeders, mijn zusters. Blijf verder zonder oordeel. Ga in stilte en kijk in uw eigen hart, wat in u aanwezig is. Laat los, wat losgelaten mag worden en weet dat wanneer u al de banden, oude patronen heeft losgemaakt, het Universum in uw levensbehoefte voorziet. Weet, dat één ieder vanuit de liefde in hun hart, met open handen de gelukzaligheid van het Universum mag ontvangen in het leven.

Kijk in uzelf waarom u vindt dat het gras aan de overkant van de straat groener is dan bij u. Vind de antwoorden op deze vragen in uzelf en besef goed dat de oplossing, de waarheid in uw handen rust.

Mijn broeder, mijn zusters. Begeer niet wat een ander toebehoort in geest of in materie. Maak geen balans voor de ander waar hij staat in het leven als mens of als ziel. Zoek en vind uw eigen zielenweg. Zoek en vind uw eigen zielengeluk en u zult een antwoord hebben op al uw vragen en onuitputtelijk zal de bron van het Universum u verrijken. Vanuit de hoogste trilling reik ik u deze gulden aanwijzing aan. Tezamen met mijn groet en mijn zegening.

Daar ik BEN uw aller Broeder El Morya

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Advertenties

Wat is het Christendom?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

het-symbool-van-het-christendom-11209247

 

.

 

Ontstaan

.

Het christendom is ontstaan binnen de Joodse geloofsgemeenschap als een opwekkingsbeweging die zich verzette tegen het al te wettische karakter van het toenmalige Jodendom. De Essenen zochten het eerder in de afzondering, zoals ook Johannes de Doper dit deed. Het is waarschijnlijk dat er bepaalde lijnen liepen van de Essenen via Johannes de Doper naar de eerste Christengemeenschap. De bezetting door de Romeinen was een andere reden dat het erg gistte in de toenmalige Joodse gemeenschap en de roep om de komst van de Messias sterk gevoeld werd.

 

 

.

Stichter

.

Jezus werd geboren uit betrekkelijk arme ouders, bleef ongehuwd en zocht op zijn dertigste levensjaar de openbaarheid op om zijn opvattingen over de Joodse leer duidelijk te maken. Reeds na drie jaar kwam er een einde aan zijn actieve leven en werd hij bewust vernederend ter dood gebracht. Met Jezus van Nazareth treedt een man naar voren die zich enerzijds zeer aan de Joodse gebruiken wilde houden maar anderzijds nadrukkelijk en soms zelfs provocerend de vrijheid nam daar ter wille van de naaste van af te wijken.

 

 

Jezus Christus, de Verlosser

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Zijn volgelingen (waarvan hij er een twaalftal tot apostel had benoemd) meldden na zijn dood de verschijning van hun Heer en kwamen daarbij tot het besef dat Hij met hen voortleefde. Na een enerverende bijeenkomst (Pinksteren) waarbij ook zijn moeder Maria aanwezig was, trad de groep voor het eerst zelfbewust naar buiten. Vanaf dat moment is er sprake van Jezus als de Christus (= de Messias in het Hebreeuws).

.

 

 

God en goden

.

Er is één God, sinds het voorbeeldgebed van Jezus (het ‘Onze Vader’) ook ‘de Vader’ genoemd. God de Vader, Gods Zoon (Jezus) en de Heilige Geest vormen theologisch gesproken een Drie-eenheid. De Zoon wordt ook aangesproken als ‘de Messias’ en ‘de Heer’. Jezus kan worden opgevat als de incarnatie van God (de Vader), vandaar de ‘mensgeworden Zoon’.

.

 

De Drieëenheid

De Drieëenheid

 

 

 

De schriften

.

Het christendom erkent dezelfde boeken als het Jodendom als geopenbaard (het Oude testament) maar heeft daarnaast een eigen deel (het Nieuwe Testament), bestaande uit de vier Evangeliën, de Handelingen der Apostelen, de Brieven en de Apocalyps (of het Boek der Openbaring). De Handelingen en de brieven zijn de oudste delen van het Nieuwe testament en werden ca 60 jaar na de dood van Jezus geschreven. Drie van de vier evangeliën (Markus, Matheus en Lukas) gaan terug op eenzelfde bron, het evangelie van Johannus is wat later ontstaan en staat wat apart.

.

 

038596c0-ff0c-012d-2d67-0050569428b1testament

.

 

De door de kerk erkende boeken staan bekend als de ‘Canon’. Vooral in de begintijd is er veel discussie geweest over welke boeken er nu wel en niet bij hoorden en zijn er grote kerkvergaderingen (concilies) aan te pas moeten komen om knopen door te hakken. Mede naar aanleiding van de ontdekking van de Dode Zee rollen is er vrij recent is er een nieuwe belangstelling ontstaan voor de niet-canonieke boeken (als het Thomas-evangelie).

 

 

Leer

.

Terwijl de gelovige Jood nog uitziet naar de Messias is Hij voor de christen al gekomen in de persoon van Jezus van Nazareth. De (vele) voorschriften van de Joodse wet zoals de reinheidsvoorschriften en de besnijdenis zijn niet overgenomen. De leer wijkt op hoofdpunten verder niet sterk af van de Joodse leer.

Er ligt minder nadruk op beloning en straf (zeker in de Reformatorische richtingen waar het ‘Alléén uit genade’ geldt) en er is meer aandacht voor de Wederopstanding dan in het Jodendom.
Het heil staat principieel voor alle mensen en volkeren open en moet tot aan het einde der aarde verkondigd worden.

 

 

Leefregels

.

Net als in het Jodendom vormen de Tien Geboden de basisregels maar ligt er een groter accent op het principe ‘Bemin God en je naaste zoals je zelf’. Het ‘Oog om oog, tand om tand’ heeft niet het laatste woord. De actieve naastenliefde krijgt een grotere plaats. De Bergrede van Jezus met de twaalf zaligsprekingen (Zalig zij die …) plaatst het ideaal op een hoger niveau.

.

 

De 10 geboden maken de kerk met de mens

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

Richtingen

.

Reeds vanaf het eerste begin kende de christenen bepaalde stromingen. Zo was er al direct het verschil van mening of de uit de heidenen afkomstige christenen zich nu wel of niet aan de joodse wet dienden te houden. Toen de groep zich eenmaal als kerk gevormd had, deden zich allerlei nieuwe geschilpunten voor (Gnostici, Katharen, Arianen waren ooit belangrijke minderheidsgroepen binnen het christendom maar deze namen hebben nu nog slechts een historische betekenis).

De scheuring van de Kerk in 1051 in een westers Katholiek en een oosters Orthodox gedeelte was eerder politiek dan leerstellig van aard. Hetzelfde geldt voor de afscheiding van de Anglicaanse kerk in 1538 (een gevolg van een huwelijkskwestie van de al getrouwde koning Hendrik VIII).

Heel anders lag de situatie rond de Reformatie, die in eerste instantie een reactie was op de mistoestanden in de r.k.kerk maar die tevens op aantal punten een duidelijk breuk betekende met de moederkerk (afwijzing van een aantal sacramenten als biecht en priesterschap, afwijzing van de éénhoofdige leiding). De oecumenische beweging tracht de kerken en groeperingen weer dichter bij elkaar te brengen. De nationale en niet-r.k.kerken hebben zich sinds 1948 verenigd in de Wereldraad van Kerken.

 

 

Feesten en eredienst

.

Pasen, het centrale feest van de Christenheid, de opstanding van de Heer. Aangezien Jezus aan de vooravond van het Joodse Paasfeest (Pesach) werd gekruisigd, zijn beide feesten historisch met elkaar verbonden.
Pinksteren valt 40 dagen na Pasen en is de herdenking van het eerste openbare optreden van de leerlingen (en daarmee in zeker opzicht het begin van de christelijke kerk).
Kerstmis (in de westelijke kerken) en Epifanie= ‘Drie Koningen’ (in de Orthodoxe kerken) gedenken beide de symbolische bekendmaking van de geboorte (aan respectievelijk de herders en de wijzen uit het oosten).
Hemelvaart, de laatste verschijning van de Heer.
Allerheiligen (1 nov.) een feest dat in veel kerken wordt gevierd (niet in de protestante kerken).
Hervormingsdag (31 okt.) in een aantal protestante kerken.

In de eredienst van de orthodoxe en katholieke kerken ligt de nadruk veelal op de eucharistie (viering laatste avondmaal, vroeger ook ‘de Mis’ geheten). In de protestantse kerken ligt de nadruk op de woorddienst en is een avondmaalsviering eerder uitzondering dan regel.

.

 

Pasen

Pasen

 

 

Pinksteren

Pinksteren

 

 

Kerstmis

Kerstmis

 

 

Hemelvaart

Hemelvaart

 

 

Hervormingsdag

Hervormingsdag

 

 

Allerheiligen

Allerheiligen

 

 

 

Enkele teksten uit het Nieuwe testament

.

  • Bij het zien van al die mensen ging Hij de berg op. Toen Hij gezeten was, kwamen zijn leerlingen bij hem. Hij nam het woord en en begon hen in zijn leer te onderrichten: Zalig zijn de armen van geest, want aan hen behoort het Koninkrijk der hemelen. Zalig die treuren want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen want zij zullen het land bezitten. Zalig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid want zij zullen verzadigd worden. Zalig zij de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig zij de zuiveren van hart want zij zullen God zien” (uit het Evangelie volgens Matheus).
  • Als gij bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen doen…Gij moet daarom zo bidden: ‘Onze Vader in de hemel. Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. En leidt ons niet in bekoring maar verlos ons van het kwaad”(idem uit Matheus).
  • Is God soms alleen een God van de Joden en niet van de heidenen? Nee, ook van de Heidenen want er is slechts één God, die zowel de joden als de niet-joden zal rechtvaardigen door het geloof. Betekent dit dat ik mij van het geloof bedien om de (joodse) wet buiten werking te stellen? Integendeel, ik laat de wet juist tot haar recht komen” (brief Paulus aan de Romeinen).

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Engelen, boodschappers van de Here

Standaard

categorie : religie

 

 

Bijbelse engelen – boodschappers

 

 

MIN19_004

 

Jezus Christus – De engel (boodschapper) van de Here

.

Hij sprak tot Hagar ivm haar nakomelingen (Genesis 16:10-12). Zij erkende Zijn Persoon (v 13) –

Hij volgde de Joden in de wildernis (1 Korintiërs 10:4) –

Hij bereidde de weg voor de inname van Kanaän (Exodus 23:20-33) –

Hij werd “Ik zelf” genoemd (verwijzend naar God) (Exodus 32:34; 33:14; Jesaja 63:9) –

Hij sprak tot Mozes vanuit de brandende braamstruik (Exodus 3:2,4,14; Johannes 8:58) –

Hij was de boodschapper (engel) van het verbond (Maleachi 3:1) –

Jezus was niet slechts een mens, hij bestond voor zijn incarnatie (vleeswording Johannes 1:14; 1 Timoteus 3:16), Hij was met God en in de gedaante van God (Johannes 1:1-3; Filippenzen 2:5-8). –

Hij spreekt nu voor de Vader tot de mens (Hebreeën 1:3; Johannes 12:49-50; 1:1,14)

 

.

Engelen (hemelse wezens) – Engelen (boodschappers) van de Here

.

.

1. Wie zijn zij?

.

a) geestelijke wezens (Matteus 22:30) – hemelse/onsterfelijke wezens

b) Geschapen wezens (Kolossenzen 1:16)

c) Bestonden als “zonen” voor de schepping van de wereld (Job 38:4-7); ze zijn niet de geesten van dode mensen.

d) Bezitten verschillende ranken en rollen (1 Tessalonissenzen 4:16; Judas 9; Daniël 8:16; Lukas 1:19,26)

e) Hebben een hogere rank dan de mens (Psalm 8:5 en hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen – SVV)

f) Bezitten: intellect (1 Petrus 1:12); wil (Galaten 1:8; 2 Petrus 2:4; Judas 6); emotie (zoals de mens) (Lukas 15:10)

g) Sommigen zondigden lang geleden en kregen een straf van God (2 Petrus 2:4)

 

.

2. Welke boodschappen van God brachten zij? 

.

Sommige voorbeelden zijn:

a) Eén engel: Elia moest zijn eigen leven bewaren (1 Koningen 19:5)

b) Twee engelen: Lot moest vluchten van Sodom (Genesis 19:15)

c) Drie engelen: Abraham zou een zoon en een volk krijgen (Genesis 18:10,18) Merk op: wie was de derde engel? (Genesis 18:2-4,17,22; 32:1-2)

d) Vele engelen: Bemoedigden Jacob op 2 verschillende momenten (Genesis 28:12; 32:1-2)

 

.

Mensen – Engelen (boodschappers) van de Here

.

1. Johannes de Doper (Maleachi 3:1)

2. Paulus (Galaten 4:14 maar gij naamt mij aan als een engel Gods )

3. Boodschappers van de plaatselijke gemeenten (Openbaring 2:1,8,…)

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De onstoffelijke gids

Standaard

categorie : Reiki en de aura

 

 

 

Een gids als begeleider

Een gids als begeleider

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Een gids is een ziel, een onstoffelijk mens. Een mens zonder lichaam dus. Een gids kan voelen, denken en kent onze emoties en gevoelens. Een gids is dus een persoonlijk­heid. Een gids is geen engel. Die hebben namelijk nooit als mens op aarde geleefd en kennen dus geen ‘aardse’ ervaringen.

 

 

Er zijn hoofdgidsen en hulpgidsen

 

Met je hoofdgids heb je lang geleden samen op aarde geleefd. Dit was voor de gids vaak het laatste leven op aarde, en daarna hoefde hij niet meer terug om op aarde lessen te leren. Jij wel, en daarbij is je gids je gaan helpen.  In het leven dat je met je gids leefde heb je daar een hechte band mee gehad. De periode waarin zich dat afspeelde kan variëren van 100 tot duizenden jaren geleden. Hoe ouder je als ziel bent, hoe ouder ook je hoofdgids is.

Hulpgidsen zijn personen die je hebt gekend in je huidige leven. Dit zijn overleden familieleden of goede vrienden waar je een goede relatie mee hebt gehad. Zij willen je nog een poosje begelei­den en geestelijk steunen, omdat ze van je houden. Veel mensen voelen dat ook. Het is vaak ook zo dat de hulpgids nog het een en ander moet leren van het leven dat jij leidt en daarom moet meekijken.

Je krijgt je hoofdgids vanaf je eerste “bewuste incarnatie”. Bewust incarneren betekent kiezen voor een leven en dus ook kiezen voor bepaalde ouders of de omstandigheden waarin je gaat leven. Jonge zielen kiezen (nog) niet zelf en hebben geen eigen gids. Zij worden begeleid door een groepsgids die een aantal jonge zielen begeleidt. De gids hoeft na het leven met jou dus niet meer naar de aarde terug. De gids heeft, in dat laatste leven, aan groei en harmonie zo ongeveer het hoogst haalbare voor een mens bereikt.

De gids kiest dan om te mogen “gidsen” en kiest dan speciaal voor jou. Die gids begeleidt jou bij jouw persoonlijke groei. Dit is voor hem/haar lang niet zo gemakkelijk als het misschien lijkt.  Je gids is er voor jou meestal in de gedaante van hoe hij of zij eruit zag in het leven dat jullie samen geleefd hebben. Meestal was hij in dat leven een familielid of een goede vriend. Diep van binnen, in je onderbewuste, kén je je gids. Dat vergemakkelijkt de kennismaking: het is dan ook eigenlijk geen “leren kennen” maar een “herkennen” (door de ziel).

 

 

 

Wat doet een hoofdgids ?

.

In de eerste plaats is je gids er altijd voor je. De gids komt nooit tijd tekort, kent geen haast of stress en heeft altijd voldoende tijd voor je. In onze jachtige maatschappij is dat al heel wat. Die gids is er om je te steunen en te helpen in de meest ruime betekenis van het woord. Hij inspireert je, probeert je op telepathische wijze te bereiken om adviezen en dergelijke door te geven, en verder kan hij je kracht en energie geven.

Hij zal proberen je op te beuren en je positieve energie toe te zenden als je even niet goed in je vel zit. Als dat gebeurt, kun je opeens een gevoel van rust en vrede krijgen, juist wanneer je het heel hard nodig hebt. Als je je gids kent en je bewust bent van diens aanwezigheid, is het voor je gids gemakkelijker je te bereiken.

Een gids zal altijd proberen je te helpen maar heeft de plicht om jouw keuzes te respecteren. Voor je aan het leven begint krijg je een aantal lessen voorgeschoteld die je moet leren, maar de manier waarop je hiermee omgaat bepaal je tijdens je leven. Je draagt je eigen verantwoordelijk­heid voor wat je doet en laat. Je hebt dit leven gekozen om lessen te leren en negatief karma te transformeren. Als je gids elke steen voor je voeten weg zou rollen, dan leer je die lessen niet. Het leven zou dan veel te gemakkelijk worden.

 

 

 

Waar is je gids?

.

Wij leven in de derde dimensie, de gidsen leven in de vierde dimensie. Dat is het gebied aan de overkant. In de vierde dimensie bestaat geen tijd en ook geen afstand. Het is namelijk een wereld van golflengten, trillingen en energieën. Je gids is overal waar jij bent, waar ter we­reld je je ook bevindt.

 

 

 

Hoe communiceer je met je gids?

.

Als je met je gids praat en naar hem luistert, is dat een andere vorm van communicatie dan wanneer je bijvoorbeeld met je buurvrouw praat. Het is namelijk communi­catie zonder geluid. Je praat in gedachten. Je zendt telepathisch signalen uit naar je gids die deze signalen heel goed kan verstaan. Je gids weet namelijk wat je denkt en voelt. Je gids zendt op dezelfde manier signalen uit naar jou, die in je hersenen worden vertaald in woorden en zinnen. Het eerste wat in je opkomt is het antwoord. Deze manier is een dialoog, en dus géén channelen. Met channelen wordt bedoeld het verschijnsel dat iemand zich laat overnemen door een entiteit.
Die gebruikt zijn lichaam en mond om te praten.

 

 

 

Hoe ga je om met je gids?

.

Je gids is je beste vriend, een kameraad die naast je wil staan en niet boven je. Doe dus gewoon tegen hem zoals je ook tegen je andere vrienden doet. Je zult dan merken dat je gids ook heel gewoon is. Je gids kent de totale liefde, zal je nooit in de steek laten en zal je altijd blijven steunen. Hij weet namelijk dat je een zware taak hebt in dit leven.

 

 

Door meditatie kun je je Gids ontmoeten.

.

* Ga in een fijne houding zitten of liggen.
* Als je ontspannen bent, houd je je ogen dicht, en visualiseer je een strand. Zie hoe alles eruitziet.
* Ver achter aan de horizon zie je een lichtpuntje dat steeds dichter naar je toekomt.
* Als het dichtbij genoeg is, zie je dat het lichtpuntje iemand op een roeiboot is. Die persoon is jou Gids.
* Help hem/haar aan land te komen.
* Praat wat, stel eventueel vragen.
* Neem afscheid van je Gids.
* Zie hem/haar weer vertrekken.
* Ontwaak uit je meditatie.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

mijne kop a4

Liber Divinorum Operum : visioen 8

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

.

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

.

Liber Divinorum Operum 8

 

 

 

Het geïncarneerde Woord, de Levensbron

 

Vergeleken met de voorstellingen in Scivias zijn deze beelden in Liber Divinorum Operum geheimzinnig en gesloten. Ook met de uitlegging erbij zijn zij moeilijk te begrijpen. Men moet steeds bedenken, dat het gaat over de incarnatie van het Woord, de Levensbron. Deze overweldigende openbaring, die aan het begin van Hildegards derde visioenboek stond, loopt als een mystieke draad door alle visioenbeelden heen.

In het volgende visioenbeeld verschijnt in het zuiden een bron met een doorboorde stenen rand, waaruit waterstroompjes in de ommuurde stad lopen. Dit verzinnebeeldt de Bron des Levens, het levende Woord. In de bron staan twee vrouwengestalten, die zich bekend maken als Liefde en Deemoed. Een derde gestalte, de Vrede, staat op de rand van de bron. Dit visioenbeeld kondigt aan dat de gebouwde stad van heil op de aarde gedrenkt wordt door de Levensbron Christus. Dan zal zij worden opgenomen in het hemelse Jeruzalem. Maar eerst komt nog de Eindtijd.

 

ldo 29

 

 

 

ldo30

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Karma en reïncarnatie in de bijbel ; deel 4

Standaard

categorie : religie

 

Vorige levens

1. Elia en Johannes de Doper

Elia wordt door raven gevoed   Elia door een raaf gevoed

 

Bij de vraag of er in de Bijbel sprake is van reïncarnatie, kunnen we natuurlijk niet om de profeet Elia heen die reïncarneerde als Johannes de Doper. De levenswandel van Elia is te lezen in de boeken Koningen  waarin de profeet wordt voorgesteld als een man uit Tisbit, een plaatsje in Gilead.

Tegenstander van Elia was koning Achab (871-852 voor Chr.) die onder invloed van Izebel de Phenicische  godsdienst bevorderde en Israël vervolgde. De profeet Elia was een van de lievelingsfiguren uit de geschiedenis van Israël omdat hij bijzondere gaven had en wonderen kon verrichten. Meest opmerkelijk is wel dat Elia na zijn dood ten hemel zou varen.

 

2Kn.02:11-
Alzo voer Elia ten hemel.

Het feit dat men na zijn hemelvaart verwachtte dat de profeet op aarde zou terugkeren om de weg te bereiden voor de komst van Jezus, wijst op zich al naar reïncarnatie. De aankondiging van Elia’s wederkomst wordt voorspeld in het boek Maleachi, dat men dateert vanaf 515 voor Chr. De tweede tempel was toen al gebouwd en wordt in het boek Maleachi vermeld. Tussen het leven van Elia (±871-852 voor Chr.) en het boek Maleachi zit dus ongeveer 300 jaar.

Ml.03:01-
Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn gezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot de tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der heerscharen.

Ml.04:05-
Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote geduchte dag des HEREN komt.

Elia zou reïncarneren als Johannes de Doper, die als wegbereider zou fungeren. Laatste wordt bij Lc.01:76  als volgt getypeerd.

Lc.01:76-
En gij kind, zult een profeet des Allerhoogsten heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan het volk te geven kennis van heil in de vergeving hunner zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God.

Lc.01:80-
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israël vertoonde.

In de volgende drie fragmenten bevestigt Jezus dat Johannes de Doper een incarnatie van Elia was.

Mt.17:10-
(…) maar Ik zeg u dat Elia reeds gekomen is en zij hebben hem niet erkend, maar zij hebben met hem gedaan al wat zij wilden. Zó zal ook de Zoon des mensen door hen moeten lijden. Toen begrepen de discipelen, dat Hij over Johannes de Doper tot hen gesproken had.

Mt.11:13-
Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij  is Elia, die komen zou. Wie oren heeft, die hore!

Lc.01:17-
En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia.

In de Oudheid was de bevolking over het algemeen bekend met reïncarnatie, maar persoonlijke gegevens over vorige levens werden alleen geopenbaard aan ingewijden, zoals de discipelen. Hierboven sprak Jezus openlijk tegen zijn discipelen over het vorige leven van Johannes. Bij het volgende fragment, zie we Johannes ontwijkend reageren op de vraag van de Joden (die kennelijk niet waren ingewijd) of hij Elia was.

Jh.01:19-
En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij? En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet.

We hebben hier te maken met de zogeheten ik ben-woorden. De Joden vroegen Johannes naar zijn identiteit: Wie bent gij? Waarop Johannes niet ontkende te Zijn. Echter op de vraag of hij Elia was zei Johannes: Ik ben het niet. Met andere woorden: de ware Identiteit van Johannes school in zijn Zijn; niet in de persoon Elia. De getuigenis van Jezus, dat Johannes de Doper een incarnatie van Elia was, blijft hiermee overeind staan.

 

2. Koning Saul en Paulus (Saulus)

 

saul waarom vervolg je mij  Saul, waarom vervolg je mij!

 

Het vorige leven van de apostel Paulus (Saulus) als koning Saul wordt eveneens behandeld in de publicatie: “De mystieke reizen van Paulus”.
Op weg naar Damascus verscheen Jezus aan de apostel, die met Saul werd aangesproken, een gebeurtenis die niet voor niets tot driemaal toe wordt herhaald.

Hd.09:04-
Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus.

Hd.22:07-
(…) en ik viel op de grond en hoorde een stem tot mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? En ik antwoordde: Wie zijt Gij Here? En Hij zeide tot mij: Ik ben Jezus, de Nazoreeër, die gij vervolgt.

Hd.26:14-
(…) en toen wij allen ter aarde vielen, hoorde ik een stem tot mij spreken in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Het valt u zwaar tegen de prikkels achteruit te gaan. En ik zeide: Wie zijt Gij, Here? En de Here zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt.

 

Maar waarom Saul en niet Saulus? Volgens Hd.26:14 werd de Hebreeuwse naam Saul gebruikt, in plaats van zijn Griekse naam Saulus. In de tijd van de Romeinen was de volkstaal daarentegen Aramees. Ook Jezus sprak al Aramees. De Hebreeuwse taal werd alleen nog gebezigd in verband met de godsdienst en heilige Geschriften van de Joden, en die grepen terug op vroegere tijden. De naam Saul lijkt hier dus bewust te zijn gebruikt om het geheugen van de apostel op te frissen, want zij doet ogenblikkelijk herinneren aan die andere Saul, de eerste koning in de geschiedenis van Israël.

Koning Saul is eigenlijk de trieste figuur uit de geschiedenis van Israël. Aanvankelijk was hij de uitverkorene van God, die min of meer tegen zijn zin door de profeet Samuël tot koning was uitgeroepen, terwijl de HERE meer welgevallen kreeg in David. Toen Saul daarop jaloers werd, kreeg hij een boze geest, en ontving David de Geest van de HERE. In het eerste boek Samuël wordt Saul dan ook voorgesteld als een geesteszieke die zichzelf niet in bedwang had, en menig keer door David met de citer gekalmeerd moest worden.

1Sm.16:14-                      
Maar van Saul was de Geest des HEREN geweken, en een boze geest, die van de HERE kwam, joeg hem angst aan.

1Sm.16:23-                      
En telkens als die geest Gods over Saul kwam, nam David de citer en speelde; dat schonk Saul verlichting, hij voelde zich beter en de boze geest week van hem.

Omdat de HERE zich van Saul had afgekeerd en de profeet Samuël inmiddels was overleden, had Saul niemand meer om advies te vragen. Uit nood bracht hij een bezoek aan de vrouw te Endor die de geesten van doden kon bezweren, zodat hij via haar contact kon leggen met de overleden Samuël. Het laatste wat we van koning Saul vernemen, klinkt ook al niet erg opwekkend. Toen Saul inzag dat hij het gevecht tegen de Filistijnen zou verliezen, stortte hij zich in zijn eigen zwaard.
Kortom, het dramatische leven van koning Saul verklaart veel over het leven van de apostel Paulus. In eerste instantie zien we de boze geest van koning Saul terugkeren bij de Farizeeër Saulus, die kennelijk alles sloeg wat los en vast zat.

Hd.09:01-
En Saulus, nog dreigend en moord blazende tegen de discipelen des Heren.

Hd.26:11-
En in alle synagogen trachtte ik hen dikwijls door toepassing van straffen tot lastering te dwingen en in tomeloze woede tegen hen heb ik hen vervolgd, tot zelfs in de buitenlandse steden.

Na verloop van enige tijd, werd Saulus bekeerd en zien we een heel andere man verschijnen, die het evangelie op vredelievende wijze verkondigde.

Hd.09:19-
En het geschiedde, toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, dat hij terstond in de synagoge verkondigde, dat Jezus de Zoon van God is. En allen, die het hoorden, stonden verbaasd en zeiden: Is dit niet de man, die te Jeruzalem uitroeide ?

Wanneer we koning Saul vergelijken met de apostel Paulus is er een duidelijke ontwikkeling te zien. De boze geest van koning Saul werd bij Paulus getransformeerd tot de Heilige Geest.

Hd.15:08-
En God, die de harten kent, heeft getuigd door hun de Heilige Geest te geven evenals ook aan ons, zonder enig onderscheid te maken tussen ons en hen, door het geloof hun hart reinigende.

Hd.19:02-
En hij zeide tot hen: hebt gij de Heilige Geest ontvangen toen gij tot geloof kwaamt?

Hd.20:22-
En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de Heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt dat mij boeien en verdrukking te wachten staat.

Hd.09:01-
Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de Heilige Geest.

We zien Paulus zelfs boze geesten uitdrijven.

Hd.16:18-
Maar toen dit Paulus verdroot, wendde hij zich tot de geest en zeide: Ik gelast u in de naam van Jezus Christus van haar uit te gaan.

Het standpunt van koning Saul dat God onrechtvaardig was en hem verlaten had, was tijdens het leven van Paulus gewijzigd.

Hd.08:31-
Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?

Hd.08:34-
God is het, die rechtvaardigt; wie zal veroordelen?

3. Koning Salomo en Prediker

toen david stierf werd salomo koning   toen David stierf werd Salomo koning

 

 

In het algemeen wordt aangenomen dat het boek Prediker in de 3e eeuw voor Chr. tot stand kwam. Prediker (Hebreeuws: Qohelet) is een pseudoniem voor een onbekende auteur. Kenmerkend voor het boek is dat de schrijver niet zozeer opriep tot bekering, maar in zichzelf mediteerde en terugblikte op zijn leven. De auteur beroept zich niet op geopenbaarde kennis, maar spreekt over zijn eigen ervaringen, waaraan hij lessen verbindt, die gericht waren aan het volk én/of aan zijn zoon, die zijn biologische zoon kan zijn geweest of een leerling van Prediker.

Pr.12:09-
En behalve dat Prediker wijs geweest is, heeft hij het volk in kennis onderwezen (…).

Pr.12:12-
En overigens, mijn zoon, wees gewaarschuwd (…).

De schrijver begon zijn memoires als volgt.

Pr.01:01-
De woorden van Prediker, de zoon van David, koning te Jeruzalem.
IJdelheid der ijdelheden zegt Prediker (…).

Pr.01:12-
Ik, Prediker was koning over Israël te Jeruzalem; en ik zette mijn hart erop om na te vorsen en onderzoek te doen naar de wijsheid in alles, wat onder de hemel geschiedt (…).

Prediker noemt zich de zoon van David, waarmee de wijze Salomo is bedoeld, die koning van Israël te Jeruzalem was in de periode van 972 tot 932 voor Christus. Het heeft er dus veel van weg dat wij hier te maken hebben met iemand, die zich zijn vorig leven als koning Salomo herinnerde.

Bij de volgende fragmenten blikt Prediker terug op zijn leven als koning Salomo, die een wijs man was en veel bezit had vergaard.

Pr.01:16-
Ik zeide bij mijzelf: Zie, ik ben groter en rijker in wijsheid geworden dan allen die vóór mij over Jeruzalem geregeerd hebben, en mijn hart heeft in overvloed wijsheid en kennis opgedaan; zo heb ik er mijn hart opgezet om wijsheid en kennis verdwaasdheid en onverstand te leren kennen. Ik heb ingezien, dat ook dit is najagen van wind. Want in veel wijsheid ligt veel verdriet, en als iemand kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart.

Pr.02:04-
Ik deed grote dingen: ik bouwde huizen, plantte wijngaarden, legde hoven en parken aan en plantte daarin allerlei vruchtbomen, ik groef watervijvers om daaruit een bos met jonge bomen te bevloeien; ik kocht slaven en slavinnen, en daar werden ook in mijn huis geboren; ook had ik een talrijk bezit aan runderen en kleinvee, meer dan allen, die vóór mij te Jeruzalem geweest waren (…).

Pr.02:09-
Zo werd ik groter en rijker dan allen die vóór mij te Jeruzalem geweest waren (…).

Vervolgens verhaalt Prediker, hoe hij zich als koning Salomo zorgen maakte over zijn troonopvolging.

Pr.02:12-
En ik wendde mij om wijsheid benevens verdwaasdheid en onverstand in ogenschouw te nemen, immers, hoe staat de mens die de koning opvolgen zal, tegenover wat deze al gedaan heeft?

Pr.02:17-
Daarom kreeg ik een afkeer van het leven, want kwaad scheen mij het werk, dat onder de zon geschiedt: het is alles ijdelheid en najagen van wind. Ja, ik kreeg een afkeer van al mijn zwoegen, waarmee ik mij had afgetobd onder de zon, daar ik het moet achterlaten voor de mens die na mij zijn zal, en wie weet of hij wijs zal zijn of dwaas, en toch zal hij macht hebben over alles waarvoor ik gezwoegd heb en waarin ik wijs geweest ben onder de zon.

Prediker wist zich achteraf een helder oordeel te vormen over zijn leven als Salomo en maakte in zijn geschriften de balans op. Hij beschreef uitvoerig wat hij als koning Salomo had meegemaakt en in die dagen verkeerd had gedaan. Aldus kwam hij tot de slotsom, dat hij tijdens het leven van Salomo op eigen voordeel was uit geweest en alles onder de zon ijdelheid (wind, lucht) is. Prediker gebruikt het woord ijdelheid meerdere keren, waarmee hij de nadruk legt op de begoocheling van het aardse leven.

Pr.01:02-
IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid! Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon?

Tot slot nog dit. Prediker beweert dat er geen heugenis is van vorige tijden, waarmee hij te kennen zou geven dat de mens niet in staat is zich vorige levens te herinneren. Dat wij niet op onze vorige levens kunnen terugkijken, hoeft echter niet te betekenen dat ze er niet zijn geweest!

Pr.01:11-
Er is geen heugenis van de vorige tijden, en ook van het latere, die er zullen zijn, zal er geen heugenis wezen bij Hen die nog later leven zullen.

De auteur bedoelt hier te zeggen dat tijd  in werkelijkheid geen rol speelt, want er is slechts één ongedeeld leven, een eeuwig nu waarbij verleden en toekomst niet aan de orde zijn.

Pr.03:11-
(…) ook heeft hij de eeuw in hun hart gelegd (..).

Pr.03:15-
Wat is, was er reeds lang , en wat zijn zal, is reeds lang geweest; en God zoekt weer op, wat voorbij gegaan is.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA