Auteursarchief: tornado1961

Onbekend's avatar

Over tornado1961

Ik ben reikimaster en heb interesse voor religie, spiritualiteit, dieren, planten, techniek enz. Ik ben auteur van het boek " De Openbaring" waarin ik op een begrijpelijke manier de eindtijden uitleg.

Matthew, Mattheüs 9 (Part 1) : 1-8 – Jesus heals a paralytic / Jezus geneest een lamme

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 9 (Part 1) : 1-8 – Jesus heals a paralytic

.

Mattheüs 9 (deel1) : 1-8 – Jezus geneest een lamme

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

Matthew, Mattheüs 8 (Part 4) :28-34 – The healing of two demon-possessed men / Genezing van twee door demonen bezeten mannendoor

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 8 (Part 4) :28-34 – Healing of two demon-possessed men

.

Mattheüs 8 (deel4) : 28-34 – Genezing van twee door demonen bezeten mannen

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

Gezond fruit: peer

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: peer

 

Peren worden door de mens al meer dan 4000 jaar gegeten. Rond 450 voor Christus groeide de populariteit van deze fruitsoort, doordat de beroemde Griekse schrijver Theophrastus erover schreef.

Deze wereldwijde bekendheid is nooit verloren gegaan. Tegenwoordig is China de grootste producent van peren. Ook in Amerika en verschillende Europese landen zoals Italië, Nederland, Spanje, Frankrijk, Polen en Duitsland houdt men zich bezig met het telen van deze fruitsoort.

 

 

 

 

 

Gezondheidsvoordelen van peer

 

Vermindert de kans op hart- en vaatziekten

 

De vezels in peren kunnen het slechte cholesterolgehalte verlagen. Uit onderzoek blijkt dat de inname van 10 gram vezels per dag al voor een sterke daling van slecht cholesterol kan zorgen. Daarnaast zorgen vezels er ook voor dat de bloeddruk lager wordt. Wanneer je dagelijks peer eet kan de kans op een hartaanval dan ook met 50% worden verminderd.

Ander onderzoek heeft aangetoond dat het eten van peren de kans op hart- en vaatziekten op nog een andere manier kan verkleinen. Vezels hebben namelijk een positief effect op ontstekingsreacties. Deze reacties zijn vaak de veroorzaker van hart- en vaatziekten. Dankzij het eten van peren neemt het risico hierop sterk af. Andere fruitsoorten, zoals bramen en meloen, bieden ook bescherming tegen hart- en vaatziekten.

 

 

 

Kleiner risico op kanker

 

Door het eten van peren kan je worden beschermd tegen verschillende kankersoorten. Zo is uit onderzoek gebleken dat de kans op borstkanker bij vrouwen na de menopauze met 34% kan worden verminderd dankzij deze fruitsoort.

Peren bevatten plantaardige stoffen, ook wel fytonutriënten genoemd. Vooral het fytonutriënt kaneelzuur kan de ontwikkeling van maagkanker tegengaan. Uit een onderzoek dat is uitgevoerd in Mexico-Stad blijkt dat peren en mango de grootste hoeveelheid kaneelzuur bevatten in vergelijking tot ander fruit. Door 2 porties peer en/of mango per dag te eten en dit te combineren met het eten van voldoende groente bereik je het beste resultaat.

Ook kan je de kans op kartel- en endeldarmkanker verminderen. Hoe groter de hoeveelheid secundaire galzuren in het darmkanaal is, hoe groter de kans op deze vormen van kanker is. De vezels in peren binden zich aan de secundaire galzuren, waardoor de hoeveelheid sterk afneemt. Hierdoor wordt de kans op kartel- en endeldarmkanker automatisch kleiner.

Ten slotte kan door het eten van peren het risico op slokdarmkanker worden verkleind. In een uitgebreide studie met 490.802 testpersonen is hier bewijs voor gevonden.

 

 

 

 

 

Minder kans op diabetes type 2

 

Peren bevatten vezels, flavanolen en anthocyanen. Al deze stoffen kunnen de kans op diabetes type 2 verminderen. Dit is mogelijk doordat deze stoffen de insulinegevoeligheid verhogen. Hierdoor verbetert de reactie van het lichaam op insuline, waardoor glucose eenvoudiger in het bloed kan worden opgenomen.

 

 

 

Helpt bij benauwdheid

 

Benauwdheid kan worden veroorzaakt door te veel slijm. Wanneer je hier last van hebt, kan perensap een goed hulpmiddel zijn. Dit zorgt er namelijk voor dat het slijm verdwijnt, waardoor je weer makkelijk kunt ademen.

 

 

 

Versterkt het immuunsysteem

 

Peren (en onder granaatappel, mango en kiwi) versterken je weerstand tegen griep en verkoudheid. Peren bevatten namelijk veel verschillende antioxidanten, zoals vitamine C en koper. Deze zorgen ervoor dat het immuunsysteem beter gaat werken. Hierdoor zal je niet zo snel ziek worden, en als je toch ziek wordt zal je jezelf weer sneller beter voelen.

 

 

 

 

 

Zorgt voor een gezonde zwangerschap

 

Zwangere vrouwen moeten voldoende foliumzuur binnenkrijgen. Het beschermt het kind namelijk tegen aangeboren afwijkingen. Peren bevatten veel foliumzuur. Om deze reden is het belangrijk om regelmatig peren te eten tijdens de zwangerschap.

 

 

 

Beschermt de huid

 

Wanneer je vaak peer eet kan dit ervoor zorgen dat je huid er stralender en gezonder uitziet. De vezels in peren zorgen ervoor dat de suikerspiegel niet te veel schommelt, waardoor de stof collageen niet beschadigt door te hoge suikergehaltes. Door onbeschadigd collageen ziet de huid er een stuk egaler uit.

Tevens zorgen peren ervoor dat je minder snel rimpels krijgt. De groene vrucht bevat namelijk veel antioxidanten zoals vitamine C, vitamine K en koper. Deze beschermen je tegen vrije radicalen, waardoor de huidcellen minder snel zullen beschadigen. Hierdoor blijft de huid er langer jong uitzien.

 

 

 

 

 

Voedingswaarde van peren

 

Een middelgrote peer van 178 gram bevat de volgende voedingswaardes [7]:

 

103 calorieën

28 gram koolhydraten, waarvan

17 gram suiker

6 gram vezels

1 gram eiwit

0 gram vet

 

 

Vitamines en mineralen:

 

Vitamine A: 1% ADH

Vitamine C: 12% ADH

Vitamine E: 1% ADH

Vitamine K: 10% ADH

Calcium: 2% ADH

Foliumzuur: 3% ADH

Magnesium: 3% ADH

Kalium: 6% ADH

Koper: 7% ADH

Mangaan: 4% ADH

 

Naast deze vitamines en mineralen bevat een peer ook kleine hoeveelheden thiamine (vitamine B1), riboflavine (vitamine B2), niacine (vitamine B3), pantotheenzuur (vitamine B5), vitamine B6, ijzer, zink en fosfor.

 

 

 

Peren en afvallen

 

Niet vetten, maar juist “slechte” koolhydraten (zoals suiker) zijn de hoofdoorzaak van ongewenst lichaamsvet. Om deze reden is het belangrijk dat je niet te veel koolhydraten eet. Eet daarom maximaal twee stuks fruit per dag tijdens het afvallen. Je kunt peren eten tijdens het afvallen als je de gemiddelde hoeveelheid koolhydraten laag houdt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: appel

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

.

.

Gezond fruit: appel

.

Appels zijn overal ter wereld een erg geliefde fruitsoort. De vrucht is makkelijk mee te nemen, bevat geen vet en bevat weinig calorieën. Appels zijn rijk zijn aan vezels (wat hongergevoel voorkomt), waardoor ze erg geliefd zijn tijdens het afvallen.

Volgens archeologen genieten mensen al sinds 6500 voor Christus van deze fruitsoort. Appels waren heel populair in de tijd van de Grieken en Romeinen.

De liefde voor de appel is altijd gebleven. Tegenwoordig worden er 7500 verschillende soorten appels geteeld in de kleuren rood, groen en geel. Van alle landen die aan de appelteelt meedoen, zijn de grootste producenten China, Amerika, Italië en Polen.

.

.

.

.

 Een appel is gezond 

.

Versterkt de neurologische gezondheid

.

Volgens een onderzoek dat is uitgevoerd aan de universiteit van Quebec zijn appels erg goed voor je neurologische gezondheid. Deze fruitsoort bevat namelijk quercetine.

Quercetine is een antioxidant die de dood van cellen door oxidatie en ontsteking van neuronen kan verminderen. Deze bescherming zorgt er onder andere voor dat je minder risico loopt op alzheimer.

.

.

Verminderde kans op een beroerte

.

Uit een studie waarbij 9208 mannen en vrouwen zijn onderzocht, is gebleken dat degenen die in 28 jaar tijd de meeste appels aten de kleinste kans op een beroerte hadden.

.

.

.

.

Lagere niveaus van slecht cholesterol

.

Cholesterol werd voorheen gezien als iets negatiefs. Inmiddels zijn we er achter dat er “goed” en “slecht” cholesterol bestaat. Afhankelijk van wat je eet, reageert je lichaam door je cholesterolspiegel aan te passen.

Appels hebben een zeer gunstig effect op je cholesterolspiegels. Ze verlagen slecht cholesterol (LDL) en verhogen het gezonde cholesterol (HDL).

.

.

Vermindering van de effecten van astma

.

Appels zijn rijk aan polyfenolen (antioxidanten). Deze antioxidanten kunnen ervoor zorgen dat de kans op astma verminderd wordt. Daarnaast heeft een onderzoek van de University of California aangetoond dat de longfunctie verbetert wanneer men een appel per dag eet.

.

.

.

.

Kan bescherming bieden tegen kanker

.

Antioxidanten beschermen je cellen tegen vrije radicalen. Antioxidanten zijn noodzakelijk om je lichaam gezond te houden. Antioxidanten vind je voornamelijk in groente en fruit, zoals appels.

De kans op longkanker kan verminderd worden dankzij de antioxidanten in appels. Een onderzoek uit Hawaii toont namelijk aan dat mensen die regelmatig appels, uien en witte grapefruit eten 50% minder kans op longkanker hebben.

Volgens onderzoekster Rui Hai Liu is er steeds meer bewijs dat een appel per dag zou kunnen helpen om borstkanker te voorkomen. Liu zegt dat je door het eten van appels meer fenol binnenkrijgt en dat kan veel voordelen hebben voor je gezondheid.

Let wel op: het voorkomen van kanker bestaat uit meer dan alleen voeding. De antioxidanten in appels spelen hooguit een rol bij het voorkomen van bepaalde soorten kanker.

.

.

Helpt diabetes te voorkomen

.

Een studie met 187.382 mensen heeft aangetoond dat als je drie porties appel, rozijnen, druiven, blauwe bessen of peren per week eet (als vervanging van drie porties fruitsap), je de kans op het ontwikkelen van diabetes type 2 met 7% kan verlagen.

.

.

.

.

Voedingswaarde van een appel

.

De gemiddelde appel weegt 150 gram en heeft de volgende voedingswaarde [10,11]:

78 calorieën

18 gram koolhydraten, waarvan:

16 gram suiker

0 gram vet

0,4 gram eiwit

3 gram vezels

Een appel bevat de volgende vitamines en mineralen:

Vitamine A – 5 mcg

Vitamine B2 – 0,05 mg

Vitamine B3 – 0,1 mg

Vitamine B6 – 0,06 mg

Vitamine C – 7 mg

Kalium – 160 mg

Magnesium – 8 mg

Mangaan – 0,05 mg

.

.

.

.

Appels en afvallen

.

Appels bevatten weinig calorieën en veel voedingsstoffen, waardoor ze geschikt zijn om te eten tijdens het afvallen. De vezels in appel verminderen je eetlust en houden de maag en darmen in optimale conditie.

Toch is het verstandig om er rekening mee te houden dat appels, net als alle andere fruitsoorten, fructose (fruitsuiker) bevatten. Het binnenkrijgen van te veel fructose kan het afvallen vertragen of zelfs helemaal voorkomen.

Het is daarom aan te raden om maximaal 2 stuks fruit per dag te eten tijdens het afvallen. Eet fruit bij voorkeur zo vroeg mogelijk op de dag, zodat je lichaam de tijd heeft om de fruitsuikers te verbranden.

.

.

.

.

.

.

Reiki yoga ; deel 4

Standaard

categorie : yoga en meditatie

 

 

De reiki yoga zijn 8 bewegingsoefeningen welk oorspronkelijk uit de Qi-gong komen.Mikao Usui heeft deze oefeningen gebruikt binnen zijn spirituele lering; het is onduidelijk of hij het ook daadwerkelijk met reiki heeft verbonden. Wel staat vast dat hij deze oefeningen deed en erin onderwees. De 8 oefeningen zijn:

 

 

handen dragen de Hemel
boogschieten
een arm heffen
achterom kijken
het hoofd schudden en de billen zwaaien
de tenen vasthouden
vuistspel met vurige ogen
de hielen lichten

 

 

 

 

 

 

reiki yoga 4 – achterom kijken

 

Hierbij draait het hoofd en rollen de ogen en kijkt men zo ver mogelijk naar achter. Het versterkt de nekspieren en stimuleert het zenuwstelsel.

 

 

 

stoel-yoga

 

 

 

Deel 1

 

Sta rechtop, op schouderbreedte, armen langszij.

  1. Hef de rechterarm tot boven het hoofd met de palm omhoog gericht, de vingers tegen elkaar aan en wijzend naar links. Duw tegelijkertijd de linkerarm naar beneden, met de palm omlaag, vingers samen en recht vooruit wijzend.
  2. Keer terug naar de uitgangshouding.
  3. Herhaal stap 1 maar dan met de linkerhand boven.
  4. Keer terug naar de uitgangshouding.

Herhaal de oefening vele malen. Adem in bij stap 1 en 3, adem weer uit bij stap 2 en 4.

 

 

Deel 2

 

Sta rechtop, op schouderbreedte, armen langszij. Breng de handen voor de borstkas samen met de palmen naar beneden gericht.De vingertoppen raken elkaar.

  1. Hef de linkerhand tot boven het hoofd met de palm omhoog gericht, de vingers wijzend naar rechts. Duw tegelijkertijd de rechterhand naar beneden, met de palm omlaag, vingers recht vooruit wijzend. Adem in.
  2. Buig beide armen totdat de rug van de linkerhand de kruin raakt en de rechter de   borstkas. Adem tot diep uit.
  3. Herhaal stap 1 maar til nu de rechter hand op en druk de linker naar beneden.
  4. Herhaal stap 2 maar wissel nogmaals de handen.
  5. Herhaal stappen 1 tot en met 3
  6. Keer terug naar de uitgangshouding.

Herhaal de oefening vele malen. Beginners kunnen aanvankelijk de stappen tellen. Na enige oefening kunt u de snelheid opvoeren.

 

 

Deel 3

 

Buig de knieën tot ruiterzit, houd de rechtervuist op borsthoogte en de linker op maag niveau. De linkervuist dichter bij het lichaam dan de rechter.

  1. Draai naar links en houd het rechterbeen gestrekt, buig de linkerknie. Open tegelijkertijd beide vuisten en duw omhoog met de rechter en neer met de linkervuist. Kijk schuin naar beneden.
  2. Draai naar rechts en keer terug in de uitgangshouding. Ditmaal met verwisseling van de vuistposities.
  3. Herhaal stap 1 in de andere richting.
  4. Herhaal stap 2 in de andere richting.
  5. Herhaal stappen 1 tot en met 4.

 

 

Deel 4

 

Achterom kijken om vermoeidheid en verwondingen te genezen.

  1. Op schouderbreedte staan, handen zijwaarts met lege vuisten.
  2. Draai iets naar links, rechterarm omhoog draaien totdat de vuist boven het hoofd is met de rug van de hand naar boven.
  3. De linkerarm wordt iets naar achter bewogen door de draaiing van het bovenlijf.

Variant (intentie)

  1. Linkervuist reikt naar rechter hiel.
  2. Torso terugdraaien, linkerarm draait naar boven en rechterarm naar beneden om de beweging te spiegelen.
  3. Beweging vier maal herhalen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4 JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De eeuwige moederliefde van God

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

hildegard

.

.

.

Een psalm van Hildegard: Laus Trinitati:

.

Geloofd zij de Drieëenheid, die klank en leven geeft

.

in het bestaan van alle schepselen 

.

.

scivias-t-11

.

.

Het mooiste visioen uit de Scivias is dat van de Drieëenheid (T 11 II,2): een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Hildegard heeft zelf geen titel aan dit visioen gegeven. Wel beschrijft ze in de tekst de Moederliefde van God: de ‘materna dilectio amplexionis Dei’ (de moederlijke liefde van Gods omhelzing).
Ze duidt de Vader aan door het zilver (trillend, levend licht), de Heilige Geest door goud (trillende, levende warmte) en het Mensgeworden Woord door saffierblauw, de Zoon (daaruit voortgekomen).

Hildegard ervaart in het visioen van de drie-enige God een levend licht. Dit levende licht komt naar haar toe en opent voor haar de geheimen van God. In dit visioen wordt voor haar een verborgen werkelijkheid getoond. Ze wordt betrokken in een diepte die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten.

Ze moet dit opschrijven: “Zoals het overeenkomt met de wil van degene, die alles weet, alles ziet en alles in de verborgenheid van zijn geheimenissen ordent.” (God, de algeest, alwetend, alwijs, alliefhebbend, almachtig) God werkt. God openbaart zich in haar visioenen, die zichtbaar worden door een goddelijke kracht. Ze ziet een volheid, die een dynamiek in zich heeft en die alles uit zichzelf tevoorschijn brengt en het een eigen bestaan geeft.

In dit visioen geeft de levende God aan zich te ervaren als oerkracht. God openbaart zich als een volheid die met een scherpe kracht overal ‘stroompjes van kracht’ (L. ‘rivulos fortium’: stroom van kracht, krachtstroom; van ‘rivus’ stromen) heeft geplant.

Deze ‘volheid’ verwijst naar de geheimen van God, de grond van alle dingen, waarin ‘al wat is’ leeft, beweegt en is. Alle schepselen zijn in hun oorsprong geplant door de levende God. In ieder mens, dier en ding bevindt zich een stroompje, een klein beekje (een stromende krachtbron, de geest) dat door Gods kracht is aangelegd.

.

.

Het stroompje van kracht

.

Dat betekent, dat al het geschapene niet in zichzelf bestaat. De oorsprong van alles ligt in de hand van de schepper, die de schepping ontworpen en geordend heeft. In hun oorsprong zijn alle schepselen verbonden met hun schepper. Ieder schepsel heeft een geheim in zich, dat in zijn oorsprong verwijst naar de levende God.

Dit geheim duidt Hildegard aan als ‘het beekje van kracht’ (de geest als stromende bron). Ieder schepsel heeft daardoor de mogelijkheid ontvankelijk te zijn voor de levende God. Ieder beekje is verbonden met de volheid, die de grote stroom van Gods leven is.

Deze ‘beekjes van kracht’ zijn altijd aanwezig en gaan aan alles vooraf. Door dit beekje ondergaat ieder schepsel de werking van Gods geheimen, ook de mens. De mens kan er niet over beschikken. Het geheim is er altijd, ook als de mens zich ervan afkeert, ervan vervreemd is en in zonden leeft.

.

.

.

levenskracht

levenskracht

Pasteltekening van John Astria

.

.

De moederliefde van God

.

De levende God wil werkzaam zijn als scheppende kracht. Zolang de beekjes onder stenen bedolven zijn en met ijs bedekt (de toestand van onbewuste vereenzelviging), kan de volheid niet naar het beekje toestromen. Zolang de mens in zichzelf besloten is (de stroom voor zichzelf houdt), kan de levende God de mens niet herscheppen en vernieuwen.

Hildegard beschrijft in dit visioen, hoe wij weer in verbinding met dit beekje van kracht kunnen komen. Daarvoor is het belangrijk dat dit beekje van kracht bevrijd wordt. In dit visioen beschrijft Hildegard hoe zij ziet, hoe God zichzelf opent en zich aan ons geeft (als Jezus, Gods Zoon). Dit aanbod krijgt gestalte in moederliefde. Deze moederliefde beschrijft Hildegard als natuurlijk, gevoelsmatig en opvoedend.

Als moederliefde stelt God zich geheel beschikbaar als voedende en behoedende. Als opvoedster leert de moederliefde van God de mens boetvaardigheid, opdat de band met de levende God wordt hersteld. De moederliefde van God opent de mens, waardoor hij deze liefde kan ontvangen en bevrijd wordt van de zonde.

Het is de moederliefde van God die ons weer in contact brengt met het beekje van kracht, waardoor wij ons kunnen openen voor de werking van Gods geheimen.  Dit proces beschrijft Hildegard in dit visioen. Hildegard ziet in dit visioen dat God werkt als een scheppende kracht in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze dynamiek openbaart zich door met ons iets te doen en door ons om te vormen.

Deze omvorming heeft als doel dat wij weer contact krijgen met het oorspronkelijke leven dat ons is ingeschapen, namelijk het beekje van kracht, het geheim dat verbonden is met de geheimen Gods. Deze omvorming wordt door de moederliefde Gods in gang gezet. Hildegard gebruikt het moederbeeld om de verlossing te beschrijven.

.

.

.

Het visioen vanuit de spiritualiteit benaderd

.

Onder spiritualiteit wordt verstaan de voortgaande omvorming van een persoon, betrokken op een onvoorwaardelijke aanspraak. Er is sprake van spiritualiteit waar iemand antwoord geeft op de uitnodiging en het appèl, die de Eeuwige onontwijkbaar op hem of haar richt. Aan Mozes openbaarde deze Aanspraak zich als ‘Ik ben er’. Voor Jezus droeg zij de naam Abba, Vader.

Voor Hildegard van Bingen draagt zij de naam: het Levende Licht. Zij wordt door dat licht persoonlijk geroepen. Haar antwoord hierop krijgt vorm in haar leven, werk en haar geschriften. In het visioen van de Drieëenheid ontstaat er een betrokkenheid tussen de drie goddelijke personen, die zich als één licht en één kracht wil geven aan Hildegard.

Deze betrokkenheid is een uitnodiging aan Hildegard om zich te laten betrekken in Gods levende licht, dat aan haar de geheimen Gods openbaart. Het visioen is een mystieke ervaring. Mystiek betekent de ervaring van een verborgen zin of onzichtbare werkelijkheid, waarin iemand binnengevoerd wordt. De betekenis van de geheimen wordt aan haar getoond, doordat zij in deze verborgen werkelijkheid betrokken wordt.

Deze ervaring zet een proces in gang en brengt een verandering teweeg. Dit proces wordt vanuit de spiritualiteit een omvorming genoemd. Dit proces houdt in: loskomen uit de oude vorm (de oude mens) en ingaan in de nieuwe vorm (de nieuwe mens). Deze omvorming voltrekt zich als een geestelijk proces. De oude mens is een mens die nog ongevormd is ten aanzien van de vorm die als mogelijkheid aanwezig is (het beekje van kracht) en ongeordend voor zover hij hiervan afwijkt.

In dit visioen is het de moederliefde Gods die de oude mens bevrijdt en hem in contact brengt met het ‘stroompje’ van goddelijk leven (de menselijke geest), opdat de ‘volheid’ van Gods kracht (de algeest) de mens kan herscheppen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een voortdurende werking van de goddelijke kracht die de mens omvormt van ‘onvolmaaktheid’ naar ‘volmaaktheid’.

De goddelijke kracht duidt Hildegard in haar visioen aan als ‘volheid waaraan niets ontbreekt’ (de algeest). Deze werkt en ontvouwt zich in de ervarende persoon, opdat ‘al wat leeft’ tot ontwikkeling en voltooiing komt. Dit proces is daarom niet alleen dynamisch, maar ook structurerend, wat zich verwerkelijkt in de ervarende persoon.

In deze omvorming zijn de goddelijke dynamiek en de menselijke ervaring op elkaar betrokken. Als schering en inslag zijn ze voortdurend met elkaar verweven. Dit is een nooit eindigend proces. In het eerst visioen ‘De Verlosser’ heeft Hildegard gezien dat de schepping geschied door de drie goddelijke personen. De Vader ziet ze als een hellicht vuur, de Zoon als een hemelsblauwe vlam die in de zachte adem van de heilige Geest brandt.

Van deze goddelijke personen gaat een neerdalende beweging uit naar de mensheid op aarde. Deze beweging zet de geschiedenis in gang vanaf de schepping ‘in den beginne’ tot aan de menswording van de Zoon van God. De menswording van de Zoon van God is de openbaring van dit visioen: God deelt zichzelf mee.

In het visioen van de drie-enige God is er geen neerdalende beweging te zien van God uit naar de mensheid, maar een innerlijke beweging tussen de drie personen. Er is een levende dynamiek tussen hen. De personen van de goddelijke Drieëenheid werken op elkaar in, om zichzelf te openen als drie-enige God voor de mens.

Hildegard ziet dit als een dynamisch proces tussen het heldere licht en het rode vuur. Ze stromen door elkaar heen. ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur doorstroomt weer heel het heldere licht. En dit heldere licht en dit rode vuur stromen door heel deze mensengestalte zodat het één licht en één kracht van mogelijkheden vormt’.

Verder valt op dat er in het visioen van de drie-eenheid van God gesproken wordt over ‘een allerhelderst licht’ en een ‘allerzoetst rood vuur’. In dit visioen hebben het licht en het vuur een intensiteit in de hoogste mate. Ook valt op dat de hemelsblauwe vlam zich ontwikkeld heeft tot een ‘mensengestalte’ in de kleur van saffierblauw.

.

.

de ware en de valse Drievuldigheid

de ware en de valse Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

.

.De tekst van het visioen over de drie personen :

Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (‘Vader’, licht, komt overeen met: denken).

En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (‘Zoon’, komt overeen met: voelen)

Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levenloosheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (‘Heilige Geest’, komt overeen met: bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid in de wereld uitgoot.

Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht .

.

Waar dit Woord (Jezus) al het goede tot stand bracht, hen (de mensen) door zijn zachtmoedigheid naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde (door de onbewuste vereenzelviging) verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus, komt overeen met voelen).

Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus, komt overeen met voelen).

.

.

.

Gods krachtstroom in de mens

.

Hildegard wordt betrokken in een diepte, die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten. In deze diepte doorschouwt ze de grond van alle dingen. Hildegard ziet dat de geheimen van God de absolute oorsprong zijn van alle schepselen. In de diepte ziet ze een oerkracht die al het geschapene heeft geplant: ‘Deze volheid heeft met een scherpe kracht stroompjes van kracht geplant’. De volheid van Gods levenskracht heeft beekjes geplant.

Ieder schepsel heeft een ‘beekje van kracht’, dat ontspringt aan de volheid van Gods levensstroom. In dit visioen ziet ze dat de schepping niet is ontstaan uit een niets of uit een oerknal. Ze schouwt de geheimen van God als een levensbron, als een volheid waar al wat leeft uit voortkomt. Hildegard schouwt dat de oorsprong van de dingen niet in de dingen zelf ligt. De schepping bestaat niet in zichzelf. God is de bron van al wat bestaat.

Het stroompje van kracht (de geest als bron) bevindt zich in ieder schepsel. Daar bevindt zich de levenskracht. Door dit stroompje is ieder schepsel met de volheid van Gods geheimen verbonden. Door dit stroompje kan God naar het geschapene stromen. Ieder heeft de mogelijkheid om ontvankelijk te zijn voor en om deel te nemen aan de volheid van Leven. Iedereen kan deelnemen aan deze goddelijke levenskracht. God is een stuwende kracht, die zich wil openen om naar de stroompjes toe te stromen.

Hildegard schouwt in haar visioen, dat er een relatie is tussen God en heel Gods schepping. De relatie tussen God en al wat geschapen is, is wezenlijk, opdat God zich kan ontvouwen in de schepselen. Goddelijk leven is overal aanwezig als een stroompje van kracht, waardoor Gods levenskracht in alle schepselen werkzaam kan zijn. God verhoudt zich tot heel de schepping als een volheid tot alle stroompjes van kracht, die in al het zichtbare en onzichtbare leven aanwezig zijn.

.

.

God in drie personen

.

Het goddelijke leven laat zich zien als een allerhelderst licht, als rood vuur (warmte) en een mensengestalte in de kleur van saffierblauw. Het rode vuur duidt op de Heilige Geest. Het is een vuur zonder smet van dorheid. Dit lijkt een tegenstrijdigheid, omdat vuur immers door hitte alles verdort. Het voorafgaande visioen over de verlosser werpt een licht op deze tegenstrijdigheid. Daar wordt dit rode vuur in verband gebracht met de plaats, waar het goddelijke woord kan incarneren.

Deze plaats wordt aangeduid als ‘morgenrood’, het vuur, waarin God zijn ‘Woord vol verlangen’ zond. God gaf dit woord als een ‘vruchtbrengende vrucht’ en liet het ‘als een geweldige bron tevoorschijn komen. Wie van deze bron drinkt, zal nooit meer van dorst vergaan. In dit licht van het morgenrood ontbrandde een buitengewone wil. Want in de glans van het rode licht toonde zich de groene kracht (viriditas, levenskracht, de Heilige Geest komt overeen met: willen) van het grote oude raadsbesluit.

.

.

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

Pasteltekening van John Astria

.

.

Samengebundelde kracht van goddelijk leven

.

Nu gaat er iets nieuws gebeuren. In het visioen ontstaat beweging. Het heldere licht en het rode vuur (de ongevormde oertoestand) stromen door elkaar heen en worden één om samen de gehele mensengestalte te doorstromen (de gevormde toestand). In het goddelijke leven is beweging zichtbaar. Het licht en het vuur en de mensengestalte stromen zo door elkaar heen, dat ze worden tot één krachtbundel: ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur stroomt weer door heel het heldere licht.

En dit heldere licht en en dit rode vuur stromen door geheel deze mensengestalte, zodat het één licht in een kracht van mogelijkheden vormt’. Deze samengebundelde kracht van goddelijk leven is een beginsel, een concentratie van mogelijkheden. Dit beginsel is een stuwende kracht die in beweging zet; een krachtbron voor al wat leeft (door de geestelijke vermogens). Deze kracht heeft een rijkdom aan mogelijkheden.

.

.

God werkt in drie personen

.

God is werkzaam als een dynamische kracht in drie personen (drie vormen). De Vader is werkzaam als ‘rechtvaardigste gelijkheid’. Rechtvaardig staat in verband met trouw en goedheid. Als ‘rechtvaardigste gelijkheid’ laat de Vader ieder schepsel tot zijn recht komen op ‘gelijke’ wijze. Ieder schepsel heeft eenzelfde ‘krachtstroom’.

De Heilige Geest maakt een beweging naar de gelovigen. Zij worden aangeraakt en in vuur en vlam gezet door de Geest. De Zoon is de ‘volheid van de vruchtbaarheid’. Hij draagt de mogelijkheid in zich heel de schepping vruchtbaar te doen zijn: ‘alles is door hem geworden en zonder hem is niets geworden wat geworden is’. Deze volheid van vruchtbaarheid is in alle dingen.

Het is een alomvattende kracht die met heel de schepping is verbonden en die ‘al wat is’ leven geeft. Alles is met de Zoon in de oorsprong verbonden. De hele schepping draagt een kiem van deze volheid. De Vader als de rechtvaardigste gelijkheid, de Heilige Geest als de ontsteker van de harten van de gelovigen en de Zoon als de volheid van de vruchtbaarheid, bestaan niet zonder elkaar.

Ze werken samen. De drie goddelijke personen vormen een eenheid en zijn als personen met elkaar verweven en op elkaar betrokken. In de goddelijke natuur zijn ze met elkaar verbonden. De drie personen van de Drieëenheid zijn tot een eenheid samengevoegd. De ene persoon staat niet boven de ander, ‘ze zijn één God in een onverdeelde majesteit’.

Ze zijn niet verdeeld, maar werken wel afzonderlijk als personen (de geestelijke vermogens). Als personen staan ze met elkaar in relatie. De Vader wordt kenbaar gemaakt door de Zoon. De Zoon weerspiegelt het allerhelderste licht dat de Vader is. ‘De Zoon wordt kenbaar gemaakt door de oorsprong van de schepselen’.

De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon is aanwezig in alle schepselen. ‘De heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door dezelfde menswording van de Zoon’. De Vader bracht zijn Zoon voort in eeuwigheid. Dit is niet aan tijd gebonden: de Vader schept in eeuwigheid. Bij de Zoon begint de schepping. Door hem worden alle schepselen geboren uit de Vader.

Alle dingen hebben hun oorsprong in de Zoon. In de Zoon komen alle schepselen aan het licht (de gevormde toestand). De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon kan zich in alle schepselen openbaren. Ieder schepsel is vruchtbaar en kan tot voltooiing komen, dat is: worden zoals de Vader het in zijn allerhelderste licht heeft bedoeld. De Heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door de menswording van Gods Zoon. De Heilige Geest, die zichtbaar werd als een duif bij de doop in de Jordaan, maakt Jezus Mensenzoon.

.

.

God verlangt naar de mens

.

God verbindt zich tot één licht en één kracht, als de ene God in drie personen, die verlangt naar een relatie met de mensen. De ene God wil zich openen en de mensen uitnodigen zich te laten betrekken in Gods leven: ‘De mens mag nooit vergeten, mij, de ene God in deze drie personen, aan te roepen’.
God wordt persoonlijk en verlangt naar een relatie met de mens: de mens mag mij aanroepen.

In het Latijn staat ‘invocare’, wat zowel aanroepen als inroepen betekent. De ene God aanroepen is vragen om contact en zich toewenden (het streven naar de hereniging). God inroepen is zich openen om God binnen te laten komen. God neemt er geen genoegen mee verzonken te zijn in zichzelf en wil betrokken zijn op mensen. God wil zichzelf te buiten gaan.

God wil zich niet opsluiten in zijn eigen wezen, in tegendeel, deze ene God in drie personen wil bestaan in een onbegrensde openheid naar de mensen toe, ‘want daartoe heb ik hen aan de mens geopenbaard, opdat de mens des te heviger aangeraakt in liefde tot mij ontbrande’. De bedoeling van Gods openbaring is dat de mens aangeraakt wordt in liefde en dat er een verlangen wakker wordt gemaakt, waardoor onze liefde tot God ontwaakt.

De mens is als schepsel in aanleg geschapen om de volle diepte van Gods liefde te ontvangen en van daaruit te leven. Daarnaar verlangt God en daartoe openbaart God zichzelf in de drie personen … opdat zij beseffen, dat de diepste beweging tussen God en mens er een is van liefde.

.

.

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

Pasteltekening van John Astria

.

.

Gods initiatief

.

Het initiatief van de liefde ligt niet bij de mensen, maar bij God. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’ (liefdadigheid), de liefde die in God woont. Deze liefde openbaart zich, doordat God zijn eniggeboren Zoon aan de mensheid schenkt. Het doel hiervan is, dat wij zullen leven. De zelfgave van God in zijn Zoon betekent leven voor ons. God deelt zichzelf mee en schenkt liefde aan de mensheid door de menswording van zijn Zoon, die hij heeft gezonden ‘tot verzoening van onze zonden’.

Christus is mens geworden opdat wij wegtrekken uit de duisternis van de zonde. De zonde is dat de mensen zich hebben afgewend van God (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Zij hebben geen contact meer met ‘het stroompje dat God zelf in hen heeft geplant’. Zij zijn hiervan vervreemd (ze zijn onbewust geworden, vervreemd van zichzelf als geest) en hebben dit goddelijke bewustzijn verloren. God wil deze relatie herstellen door zichzelf te geven in zijn Zoon, om zo de oorspronkelijke verbinding te herstellen.

Deze liefde duidt Hildegard aan met het woord ‘dilectio’. Deze liefde leidt tot het schenken van genade (‘genade’: welwillendheid). Het woord dilectio komt van ‘diligere’, dat uitkiezen en liefhebben betekent. God kiest ons uit door ons te beminnen en zo aan ons onze oorspronkelijke waarde terug te geven. Doordat God ons heeft bemind ‘is een ander heil ontstaan, dan wat wij bij onze eerste oorsprong bezaten’.

Onze eerste oorsprong duidt op de schepping van de eerste mensen in het paradijs, die leefden in verbondenheid met hun goddelijke oorsprong en die de erfgenamen waren van onschuld en heiligheid.
De eerste mensen konden nog geen onderscheid maken tussen goed en kwaad. Daarom kon het niet anders dan dat onze onschuld en heiligheid beproefd werden (op de aarde als leerschool).

Deze beproevingen zijn een kans om te groeien. Want in de beproevingen heeft de hemelse Vader aan ons zijn liefde laten zien, zegt Hildegard. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’. De liefde van God ervaren wij als een beproeving. Over deze beproevingen schrijft ze in het visioen van de oorsprong van het kwaad: ‘De grote heerlijkheid en eer, die aan de mensen gegeven is, kan niet zonder beproeving blijven, anders zou de mens nietig en ijdel zijn.

Goud moet in het vuur gelouterd worden, kostbare stenen moeten gereinigd en geslepen worden. Ook de mens, die volgens beeld en gelijkenis van God is geschapen, moet, om te kunnen bestaan, beproefd worden. Meer dan ieder wezen moet de mens beproefd worden en zijn toetsstenen zijn (zijn omgang met) de schepselen.

De geest toetst zich aan de geest (in de ontmoeting met medemensen), het vlees aan het vlees. Zo wordt de mens door ieder schepsel beproefd in het paradijs, op aarde en in de onderwereld. Willen wij groeien naar Gods beeld en gelijkenis, dan is het noodzakelijk dat wij (onze zelfstandigheid en vermogen de juiste keuzes te maken) worden beproefd, anders zouden wij nietig en ijdel blijven.

.

.

In de ban van de zonde

.

God laat zijn liefde zien als een beweging naar de mensen toe: Hij openbaart zijn ene Woord voor de mensenkinderen als een mogelijkheid voor hen om zich te laten betrekken in het goddelijke leven (de hereniging). Ze blijven ontvankelijk voor dit Woord, ondanks hun duisternis: ‘En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet aangenomen’ (Joh. 1:5).

De mensen kunnen niet zelf uit hun duisternis (onbewustheid) breken. Toch wil God hen openen om opnieuw met hen de relatie aan te gaan. Dat kan enkel gebeuren ‘door een hemelse kracht’ die de Vader naar de wereld zendt, in zijn ene Woord, namelijk door de menswording van het ene Woord in Jezus Christus: ‘Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld’ (Joh. 1:9).

Dit mensgeworden Woord werkt al het goede uit: ‘door zijn zachtmoedigheid voert het Woord de mens terug tot het leven’. Niet door hardheid, niet door de macht, maar door zachtheid en mildheid wordt de mens teruggevoerd naar het leven.

Ondanks hun duisternis (onbewustheid) blijven de mensen de mogelijkheid behouden om open te staan voor deze hemelse kracht. Door de zonde zijn zij ervan af gekeerd en vervreemd, en kunnen niet op eigen kracht terugkeren, omdat de macht van de zonde hen in de ban heeft (door de onbewuste vereenzelviging met de stof).

.

.

Vader liefde en moeder liefde

Vader liefde en moeder liefde

Pasteltekening van John Astria

.

.

De moederliefde van God

.

De levensbron van God ontsluit zich als moederliefde, die als een omhelzing tot ons komt. De levensbron opent zich voor ons, opdat wij open worden voor God. De liefde, die uit deze levensbron stroomt, biedt een opening voor ons. Gods liefde maakt zich kenbaar als moederliefde. Deze liefde maakt een verbinding naar ons, opdat er tussen God en ons een relatie kan ontstaan.

Zoals een moeder zichzelf beschikbaar stelt met lichaam en ziel, opdat haar kind zal leven, zo voedt de moederliefde van God de mens ten leven. Zoals de moeder haar kind behoedt, zo is de moederliefde van God onze helpster (parakleitos, de heilige Geest) in gevaren. Hildegard duidt deze aspecten van moederliefde aan met het woord ‘dilectio’: de liefde, die de mens bevrijdt uit de duisternis, de liefde die werkt als een genade.

Waar de mens geopend is, kan Gods liefde naar de mens toestromen. Waar de mens kan ontvangen, kan God geven. Dit is één gebeuren. Dit wordt ervaren als ‘de diepste en allerzoetste liefde’. De moederliefde van God is er voor de mensen en nodigt hen uit tot leven. In deze relatie kan de mens bij zichzelf en bij God komen.

In deze aanwezigheid van God kan het besef doorbreken van zondig zijn, dat wil zeggen: van vervreemd zijn van God, afgesneden en niet zichzelf. Dit besef zet de mens op de weg naar terugkeer en herstel (bekering), ‘zo leert God ons te leven in boetvaardigheid’.

.

.

De innerlijke bewogenheid van God met de mens

.

God wil de relatie met de mens herstellen en dat gebeurt doordat God zich de mens herinnert. God heeft immers de mens geschapen uit liefde. Het beeld van de mens ligt onuitwisbaar in het geheugen van God getekend. Het is de herinnering aan het grote werk van God, die de mens geboetseerd heeft uit het slijk der aarde. God heeft de mens geschapen uit goddelijke kracht als ‘zijn kostbaarste parel’. De schoonheid van de mens ligt als een parel in het binnenste van God getekend.

De mens is geschapen als een parel én de parel ligt in de herinnering van God. Hier raken God en mens elkaar (het streven naar de hereniging). God heeft de mens tot leven gewekt door hem levensadem in te blazen. Zo werd de mens bezield met goddelijke geest. God heeft de mens gewekt, maar hij is nog niet tot voltooiing gekomen. Het krachtstroompje ligt nog bedolven. De kostbare parel, die in de diepte verborgen ligt, is nog niet aan het licht gekomen (door de onbewuste vereenzelviging).

Een parel groeit in de zee als parelmoerstof in het lichaam van een pareloester. Door onze(!) stroompjes zijn we verbonden met de ‘zee’, met de volheid (de goddelijke algeest), waaraan onze ‘stroompjes’ ontspringen. Door middel van onze stroompjes kunnen we op zoek gaan naar de parel (jezelf als geest) die daar in de diepte (van de ziel) verborgen ligt.

Gods herinnering aan de mens is vol barmhartigheid. God is bewogen met de mens, die hij tot leven heeft gewekt. Zoals een moeder de vrucht draagt tot haar dagen vervuld zijn, zo draagt God de mens in zijn innerlijk tot de vruchten voldragen zijn. God zet met zijn scheppende liefde een proces in gang en gaat een verbintenis aan met het leven, dat verwekt is. Gods barmhartigheid, die gestalte krijgt als moederliefde van God, voedt en behoedt als een zwangere vrouw dit komende leven opdat deze verbintenis tot voltooiing komt.

God verlangt naar ons en is met ons begaan. Deze bewogenheid is een stuwende kracht van verlangen, die naar ons kan toestromen als we worden bevrijd (van onze toestand van vereenzelving met de stof). Dan kan de volheid, waar alle leven uit voortkomt, naar onze stroompjes toestromen en ons herscheppen.

.

.

In de spiegel van Gods barmhartigheid

.

Gods moederliefde stelt zich beschikbaar voor ons en nodigt ons uit tot leven. Gods liefdevolle aanwezigheid betekent niet dat alles wordt toegedekt. We mogen onszelf tegenkomen in heel ons doen en laten (bewustworden door zelf ervaringen op te doen en te verwerken met onze vermogens). Gods barmhartigheid houdt ons een spiegel voor en confronteert.

In deze spiegel beseffen we onze zelfgenoegzaamheid, onze zelfzuchtigheid (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Deze houding noemt Hildegard hoogmoed en deze schrijft zij toe aan de duivel. Hier staan God en duivel tegenover elkaar. God die de mens wil verlossen en de duivel die hoogmoedig is en de mens in zijn ban heeft.

In aanwezigheid van Gods moederliefde kunnen we uit deze ban worden bevrijd en afdalen, opdat we nederig worden. In de Latijnse tekst van Hildegard staat ‘humilitas’, nederigheid. Dit woord is afkomstig van ‘humus’ en ‘humilis’. Humus betekent ‘grond’. Humilis betekent ‘laag bij de grond’, eenvoudig, deemoedig, nederig.

Nederigheid betekent: bij de grond zijn, buigen naar de aarde. Nederigheid maakt ontvankelijk (de geest is daardoor een ‘leegte’ en staat open voor God). Iemand die nederig is, vervult zichzelf niet met alles wat hij heeft en is. De duivel kent geen nederigheid. Die wil zelf op de plaats van God zitten. Dit zijn de hoogmoedige verzinsels van de listige slang.

Hoogmoed staat tegenover nederigheid. Hoogmoed verbeeldt zichzelf heel wat, terwijl nederigheid zichzelf ontledigt. Hoogmoed vervult zichzelf en is gericht op zichzelf (zelfgerichtheid), nederigheid is een houding van louter ontvangen in verbondenheid met de grond van het bestaan, waar onze stroompjes van kracht ontspringen.

.

.

Herschepping door liefde

.

Het initiatief tot onze verlossing neemt God als moederliefde die naar ons toekomt en ons bevrijdt. Barmhartigheid raakt de naam van God in het hart: Ik ben er. Barmhartigheid is teder én houdt ons een spiegel voor. Barmhartigheid omvat zowel de tedere kant als de confronterende kant van God. Deze twee aanzichten heeft de moederliefde van God. Gods moederliefde is een bron van genade, die uitnodigend is, opdat wij leven én houdt ons een spiegel voor, waarin wij onszelf kunnen tegenkomen (en zo tot zelfkennis kunnen komen).

Gods liefde is nabij én schept afstand. Zo komen wij in aanraking met ons stroompje van kracht en kunnen naar binnen keren om de diepte in te gaan, waar het diepste leven gewekt kan worden: de parel (geest) die vanaf onze oorsprong in ons aanwezig is (die wij vanaf onze oorsprong zelf zijn, maar onbewust).

Als barmhartige keert God zijn hart naar ons toe en verlangt ernaar ons te betrekken in zijn scheppende liefde, opdat wij worden tot wie wij zijn: schepsel naar het beeld van de ene God. God noemt Hildegard hier Schepper en Heer. De Zoon duidt Hildegard aan als Hoofd en Verlosser. Zijn levenskracht is van eeuwigheid werkzaam in alles wat leeft en omvat hemel en aarde.

Christus is een Verlosser, die onze zonden heeft afgewassen. Hij is onze zielverzorger, die ons verpleegt en verzorgt (voelen). Hij maakt onze wonden schoon. De Zoon van God is werkzaam als een verpleegkundige, een arts, die de mens geneest. Uit Christus komt het geneesmiddel voort, waardoor wij geheeld worden.

Deze werkzaamheid van het goddelijke leven is er altijd, zegt Hildegard. De geheimen van God zijn van eeuwigheid werkzaam. God kan ons ieder moment herscheppen. De mens heeft de mogelijkheid om door het krachtstroompje (de menselijke geest) deel te nemen aan de volheid, die oneindig diep is en waaraan niets ontbreekt (de goddelijke algeest). Deze kan zich ontvouwen in ieder schepsel en het voltooien (door geestelijke ontwikkeling).

De stroompjes blijven altijd aanwezig, ondanks het feit dat wij aan tegenslagen en veranderlijkheid onderhevig zijn. Door de stroompjes kunnen wij steeds weer opnieuw in contact komen met de geheimen van God waarin de drie goddelijke personen bewegen en die ‘ondeelbaar levend in de eenheid van de goddelijkheid’ zijn.

.

.

Slotbeschouwing

.

Als zwangere gaat Gods moederliefde een verbintenis aan met de mens, opdat het leven, dat gewekt is, voldragen wordt. Als zwangere draagt God het vruchtwater in zich, waarin mensen gedragen worden tot de tijden zijn vervuld, opdat zij opnieuw geboren worden (zelfverwerkelijking en hereniging).
Ook heel de schepping wacht op voltooiing: ‘De hele natuur kreunt en lijdt in barensweeën, altijd door’ (Rom. 8:23).

Waar God ons herschept, ervaren we dat we niet zelf de oorsprong en ontwerper zijn van het leven. Ons leven kent een dieper geheim. Betrokken op dit levensgeheim beseffen we dat we verbonden zijn met een alomvattende kracht die in heel de schepping aanwezig is en die ‘al wat is’ leven geeft (de goddelijke algeest). In ons zit dit geheim als een parel verborgen (wijzelf als de menselijke geest), die de belofte is van een nieuwe schepping.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

JOHN ASTRIA