categorie: Religie/video/Openbaring
Bijbel College Openbaring deel 11
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
Rudolf Christian Karl Diesel wordt in Parijs op 18 maart 1858 geboren als zoon van Theodor Diesel en Elise Strobel. Zijn vader is leerbewerker en boekbinder. Hij besluit om tijdens het revolutiejaar 1848 Duitsland te ontvluchten. De familie vindt een veiliger heenkomen in de Franse hoofdstad.
in 1870 breekt de Frans-Pruisische oorlog uit. Theodor en Elise verhuizen naar Londen zonder de 12 jarige Rudolf die intrekt bij zijn oom, een wiskundeleraar uit Augsburg. Rudolf volgt later colleges in de Technische Universiteit van München. Daar krijgt hij onder meer les van de bekende professor Carl von Linde, een expert in de thermodynamica. De professor is erg gekant tegen de energieverspilling van stoommachines en is voorstander van nieuwe technieken in de mechanica. De jonge Diesel studeert af aan de universiteit in 1880.
Op 24 november 1883 trouwt Diesel met Martha Flasche met wie hij drie kinderen krijgt. Zijn jongste zoon Eugen Diesel zou in 1939 een boek over hem en zijn motor schrijven. In 1885 experimenteert Diesel met verschillende mechanismes voor verbrandingsmotoren. Zijn doel is een energiebesparend alternatief voor de stoommachine te ontwikkelen.
In 1892 boekt Diesel zijn eerste succes. Hij laat een motor één minuut draaien zonder ontstekingsmechanisme met behulp van gecomprimeerde luchtdruk. 4 jaar later fabriceert men een verbeterd model van deze eerste ‘ dieselmotor ’ in de Maschinenfabrik Augsburg Nurnberg. In het begin wordt de motor enkel ingezet voor stationair gebruik. Ze drijven andere machines in de fabriek aan. In een latere fase pas wordt hij geïnstalleerd als aandrijving van voertuigen.
De dieselmotor wordt een commercieel succes en Rudolf wordt rijk. Maar door slechte investeringen in zijn bedrijf, technische problemen met de eerste dieselmotoren en geldverslindende proceskosten wegens patentrechten is zijn rijkdom van korte duur. Diesel komt in zware financiële problemen wat mogelijk de aanleiding voor zijn dood wordt.
Rudolf Diesel overlijdt op 27 september 1913, nadat hij aan boord van het stoomschip ‘ Dresden ’ plotseling verdwijnt. Hij was op weg naar een conferentie in Londen. Men vindt zijn levenloze lichaam niet veel later terug in het water. Nabestaanden veronderstellen zelfmoord, maar bewijs hiervoor is nooit geleverd.
Een jaar later brak de 1ste Wereldoorlog uit. In veel oorlogstuig doet men beroep op de dieselmotor. Pas in 1915 plaatst men een dieselmotor in een MAN vrachtwagen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog maakt Mercedes-Benz de eerste Diesel-personenauto.
Rudolf Diesel was tijdens zijn leven niet enkel een uitstekende technicus. Hij had ook muzikale capaciteiten als pianist en interesse in moderne kunsten. Diesel zag zichzelf als een sociaal filosoof maar werd daarvoor nooit erkend. Zijn boek ‘ Solidarity ‘, waarin hij zijn visie op het bedrijf beschrijft, verkocht slechts 200 exemplaren.
Rudolf was ook een Esperantist. Hij zei:
“Sedert vele jaren ben ik geïnteresseerd in het Esperanto. Deze internationale hulptaal voldoet aan een basisvoorwaarde opdat de meeste volkeren ze zou waarderen en ze verder blijft bestaan in een natuurlijke verbinding met de belangrijkste talen in de geniale eenvoud en de logica van haar structuur.
Deze taal bekijk ik uit het standpunt van een ingenieur, wiens betrachtingen gericht zijn op het sparen van energie.Het doel van Esperanto is tijd, energie, arbeid en geld te sparen en de internationale betrekkingen te versnellen en te vereenvoudigen.
Vanuit dit standpunt is het moeilijk de tegenstand te begrijpen, die nog voorkomt tegen het invoeren van een zaak die zo nuttig is voor het mensdom. Ik ben van mening dat het invoeren van het Esperanto een absolute noodzaak is voor de vrede en cultuur.”




Bumble bee jaspis is geel en/of oranje met zwart van kleur. Het is geen echte jaspis soort omdat het niet voor 100% uit microkristallijne kwarts bestaat maar ook wisselende hoeveelheden zwavel (zorgt voor gele kleur), arseensulfide (zorgt voor oranje kleur), mangaandioxide (zorgt voor zwarte kleur) en andere elementen bevat. Bumble bee jaspis kan beter niet rechtstreeks op de huid gedragen worden.
.
Bumblebee Jaspis is steeds meer en meer populair bij de Tucson en Quartzsite shows geworden. Het is een gesteente dat afkomstig is van vulkanische openingen op het eiland Bali in Indonesië. We hebben geleerd dat het niet echt Agaat of Jaspis is, hoewel sommige van onze stukken zijn opgewerkt als een grote agaat, en sommige opgewerkt lijken op Jaspis, maar ze hebben allemaal grote patronen en kleuren.
Het betreft een zeldzame steensoort. Deze steen bezit 40 mineralen. 100% natuurlijk materiaal ofschoon de felle kleuren wel giftig zijn, Bumble bee jaspis kan daarom beter niet rechtstreeks op de huid gedragen worden.
Hardheid: 4
Job en zijn vrienden
Het belangrijkste thema in het boek Job is de vraag naar de zin van het lijden en naar de rol van God daarbij. Via de ervaringen van Job komt deze vraag aan de orde. Hoewel Job een rechtvaardige man is, overkomt hem veel ellende. In zijn nood vervloekt hij de dag waarop hij geboren is. Maar dan nemen Jobs vrienden het woord. Zij zien het zo: God beloont mensen als ze goed leven, en straft ze als ze dat niet doen. Job moet dus wel zwaar gezondigd hebben. De meeste mensen in die tijd dachten trouwens zo. Maar Job is het hier absoluut niet mee eens. Hij is een vroom en rechtvaardig man, zoveel ellende verdient hij niet. Hij kan niet begrijpen dat God juist hem zo treft. Je hoort in het boek hoe hij van God zelf duidelijkheid wil hebben. God moet zeggen dat hij onschuldig is.
We lezen van zijn zware beproeving, zijn lijdzaamheid en uiteindelijk van de uitkomst, die de Heer biedt.
Wij noemen dit een geschiedenis, omdat het een echt verhaal is wat ook blijkt uit de namen van de personen, volken en landen, welke in dit boek vermeld worden. De getuigenissen van de profeet Ezechiël en van de apostel Jacobus bewijzen dat Job een waardig persoon was, waarin God, door zijn manier van leven, een groot welgevallen had, terwijl hij voor de mensen een voorbeeld was.
Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. – Jac. 5:11 –
Veel theologen menen, dat Job geleefd in de tijden der aartsvaders of tijdens het verblijf van het volk Israël in Egypte of tijdens de trek door de woestijn. Enkelen denken, dat Mozes de schrijver van dit Bijbelboek is.
De geschiedenis van Job begint met een beschrijving van zijn vroomheid. Job is vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad, zo lezen we in Job 1 vers 1. Hij heeft tien kinderen, zeven zoons en drie dochters. Ook bezit hij een zeer grote veestapel.
Maar dan volgt het droevige verhaal van het lijden, dat Job moet ondergaan.
Satan denkt, dat hij Job van zijn geloof in God af kan brengen. En God zegt dan tegen hem: “Dat zal je niet lukken, je mag het proberen.”
Job bereikt dan de ene onheilstijding na de andere. Zijn runderen en ezelinnen worden geroofd, zijn schapen werden door de bliksem gedood, ook zijn kamelen worden geroofd, zijn kinderen komen om in een zware storm en ook al zijn knechten zijn gedood.
Als satan weer voor de Heer verschijnt, vraagt Deze hem weer of hij acht heeft geslagen op Job. Maar satan denkt, dat Job wel zal bezwijken als hij persoonlijk geraakt wordt. “Ga je gang,” zegt God dan tegen satan. “Doe wat je wilt met hem, maar spaar zijn leven.”
En dan wordt Job getroffen door zweren over zijn hele lichaam. Hij neemt dan een potscherf om zich daarmee te krabben.
Zelfs zijn eigen vrouw steunt hem niet in zijn lijden, ze beschimpt hem zelfs:
Volhardt gij nog in uw vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf! –Job 2:9
Drie vrienden van aanzien komen dan bij Job om hem te beklagen en vertroosten. eerst kunnen ze niets zeggen, verslagen als ze zijn door de aanblik, die Job hen biedt.
Maar dan kan Job zich niet meer beheersen, hij is ook maar een mens. Met luide stem beklaagt hij zich. Hij vervloekt zelfs de dag van zijn geboorte.
Maar dan houden de vrienden zich niet langer stil. Ze beschuldigen Job van ongeduldigheid en wijzen hem op de gerechtigheid Gods, waardoor Hij de kwaden straft.
Ze beschuldigen Job van huichelarij of goddeloosheid.
Zij beweren, dat God de goddelozen alleen straft en de vromen zegent.
Job is alles ontnomen. Zijn wereld is ingestort. En tot overmaat van ramp wordt hij ook nog op zo’n manier door zijn vrienden bejegend. Met allerlei spreuken zetten ze hun beweringen kracht bij.
Maar Job weet zich te verantwoorden, overtuigd als hij is van zijn zuiver geweten.
De beschuldigingen van zijn vrienden verwerpt hij. Hij brengt naar voren, dat God juist vaak de vromen met gruwelijke straffen straft, terwijl niet zelden de goddelozen juist veel milder gestraft worden.
Als de drie vrienden uitgepraat zijn en Job hun redeneringen beantwoord heeft, neemt een andere persoon het woord, namelijk Elihu.
Hij is boos op Job, omdat die zich tegenover God voor rechtvaardig hield en hij is boos op de drie vrienden, omdat zij geen antwoord vinden om Job duidelijk te weerleggen en overtuigen, maar hem wel beschuldigen van huichelarij en goddeloosheid.
De reden, dat deze Elihu nu pas het woord neemt, is, dat hij veel jonger is en eerst de ouden aan het woord wil laten.
Tenslotte openbaart God zich aan Job in storm en onweer, Job bestraffende, omdat hij ondoordacht van Hem gesproken heeft.
Job bekent dan zijn zonde, geeft Gods gerechtigheid de eer en openbaart de boetvaardigheid van zijn hart.
Dan vindt God, dat Job genoeg geleden heeft. God brengt een keer in het leven van Job en geeft hem al zijn vroegere rijkdommen terug en meer dan dat.
Het bezit van Job breidt zich uit tot veertienduizend stuks kleinvee, zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen.
Ook wordt Job gezegend met zeven zoons en drie dochters.
Daarna leefde Job nog honderdveertig jaar, hij zag zijn nakomelingen tot in vier geslachten.
Satan is de wederpartijder, zo wordt de boze geest genoemd, omdat hij uit onverzoenlijke vijandschap alle gelovigen haat en voortdurend tracht hen tot zonde te verleiden. Als een brullende leeuw gaat hij rond op aarde, op zoek naar mensen, die hij kan verslinden.
Satan dwaalt rond op de aarde, op zoek naar mensen, die hij zou kunnen bewerken en tot zonde overhalen.
Petrus zegt hierover in 1 Petrus 5 vers 8:
Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten.
Over dit onderwerp bestaat een grote verscheidenheid aan meningen. Een oude joodse traditie in de Talmoed stelt dat Mozes het boek geschreven kan hebben. Anderen voeren argumenten aan dat het door Job zelf geschreven is, of door Elihu of Jesaja.
De meeste joden nemen aan dat Job geen historisch persoon geweest is. In deze opvatting is Job een literaire creatie door een profeet die deze schrijfvorm gebruikte om een goddelijke boodschap over te brengen.
Vele christenen geloven echter dat Job een historisch persoon was. In deze opvatting accepteert men de uitspraken van het boek waarin over Job gesproken wordt. Dit geloof is ook gebaseerd op de verwijzingen naar Job in het boek Ezechiël en in de brief van Jacobus.
Het boek Job wordt ook aangehaald in de Hebreeën 12:5, en in de I Korinthiërs 3:19.
Het grote onderwerp van het boek behandelt de vraag: “Is ongeluk en pech in het leven altijd een kwestie van goddelijke straf voor iets?” Jobs drie vrienden geven hierop een bevestigend antwoord, en stellen dat Jobs ellende het bewijs is dat hij zonden begaan heeft waarvoor hij nu gestraft wordt. Zijn vrienden verdedigen ook de omgekeerde stelling, dat geluk en welvaart het bewijs zijn van goddelijke beloning, en dat, als Job zijn fouten zou erkennen, zijn lot onmiddellijk weer zou omkeren.
In zijn antwoord stelt Job dat hij een rechtvaardig man was, en dat zijn ellende dus geen straf voor iets is. Dit werpt de mogelijkheid op dat God op willekeurige wijze handelt, en Jobs vrouw raadt hem aan God te vervloeken en te sterven. In plaats hiervan antwoordt Job: “Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen?” De climax van het boek vindt plaats wanneer God Job antwoordt, niet met een uitleg van Jobs lijden, maar met een vraag: waar was Job toen God de wereld schiep?
Gods antwoord kan op verschillende manieren gelezen worden. Sommigen zien het als een manier om Job nederig te maken. Toch wordt Job getroost door Gods antwoord.
Het verhaal waarin het boek vervat is, compliceert het boek nog meer. In het inleidende verhaal staat God toe dat Satan Job zijn vrouw, kinderen en rijkdom afneemt. In het slotgedeelte herstelt God Job in zijn vroegere gezondheid en geluk wat suggereert dat het geloof van de rechtvaardige wel degelijk beloond wordt. De duivel wordt in het slot niet meer vermeld.
Wanneer wij antwoord willen geven op de vraag of we in Job met Gods Woord te maken hebben, moet ons antwoord ja zijn. De Heilige Geest heeft ook dit boek tot deel van de Bijbel, van Gods Woord gemaakt. Toch betekent dat niet dat alles wat daarin staat ons de goede weg van God en de goede leer van God leert.
• De organisatie van het familieleven en van zijn eigendom past bij die tijd in het Oude-Nabije Oosten. Hij is een herdersvorst en zijn rijkdom wordt uitgedrukt in het bezit aan vee dat hij heeft. 1:3; 42:12. Dit past bij deze tijd.
• Job wordt heel oud. 42:16. Zijn leeftijd van 140 jaar past bij de tijd van de aartsvaders of daarvoor maar niet in de tijd daarna.
• In de tijd voor Israëls volksbestaan in Kanaan waren er gelovigen die niet tot de nakomelingen van Abraham behoorden. Een ander voorbeeld daarvan is Melchizedek. Zie Gen 14.
Als het over de persoon Job gaat was hij zeker een historische persoon die op aarde geleefd heeft. Dat komt duidelijk in het boek Job naar voren. En ook op andere plaatsen in de Bijbel. Kijk bijvoorbeeld: Ez 14:14,20; Jak 5:11.
Die vraag komt vooral naar ons toe als de Heer zich in hoofdstuk 42:7 tot zegt:
“Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job.”
Waarom is de Heer kwaad op die drie vrienden? De reden daarvan is dat zij niet op de juiste manier over Hem gesproken hebben. Ieder mens die in groot problemen zit en door grote problemen getroffen wordt moet een grote zondaar zijn. Wie in zijn leven niet veel problemen ondervindt zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat hun leven goed voor God is.
De drie vrienden hebben daarmee een verkeerd beeld van God en het leven voor Gods ogen gegeven. Ze hebben daarin verkeerd over de Heer gesproken. Dat is niet de manier waarop de Heer werkt.
De Here Jezus wijst dat aan als Hij iemand die blind geboren is geneest. Dan wordt de Here Jezus de vraag gesteld wie er zo zwaar gezondigd heeft: die blinde man of zijn ouders. Jezus’antwoord is dan:
“Hij niet en zijn ouders niet, maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.” Joh 9:3
Ook bestraft de Heer Job over bepaalde dingen die hij gezegd heeft en de houding die hij daardoor tegenover de Heer inneemt. De Here God zegt in 38:2 zelfs tegen Job:
“Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand.?”
De rede van die woorden is dat Job de Heer tot verantwoording geroepen heeft. Hij heeft zo gesproken dat hij de indruk wekt dat de Heer onrechtvaardig met hem omgaat. Wat nu met hem gebeurd is, heeft hij niet verdiend. Hij twijfelt aan God rechtvaardigheid. Job laat zich door de Heer ook overtuigen en erkent dan ook zijn schuld.
• De strijd tussen God en satan. De satan wil bewijzen dat een mens die zwaar in de ellende komt niet tot het einde toe de Heer trouw zal blijven en aanbidden. De Heer laat zien dat Zijn kracht en trouw boven alle macht van de duivel uitgaan. Het blijven geloven, het blijven dienen van God is niet van aardse welvaart en geluk op deze wereld afhankelijk.
• Job wordt door de trouw en kracht van God een voorbeeld van het geduldig lijden om het volgen van God. Kijk Jakobus 5:10. Je kunt op de Heer vertrouwen!
• De satan kan niet verder gaan als wat de Heer hem toelaat. Zie 2:6.
• Als je in moeilijke omstandigheden leeft en je moet lijden betekent dat niet automatisch dat er een bijzondere zonde in je leven is. Iedereen heeft de Verlosser nodig.
• Wij als mensen kunnen Gods wijsheid niet beoordelen en veroordelen. De Heer gaat ons verstand en ons voorstellingsvermogen te boven. Ons past het om Hem en Zijn grootheid te aanbidden.
• De beproevingen van de gelovigen zijn er op gericht om de Heer echt te kennen.
• Een gelovige leeft en aanbidt de Heer. Hij doet dat niet voor niets.
In het begin van de bijbel wordt verteld dat de schepping goed is. Maar al snel komen de verhalen waarin het misgaat: Adam en Eva verliezen hun onschuld, Kaïn slaat Abel dood, Lamech wreekt zich, de tijdgenoten van Noach maken er een puinhoop van. Het zijn allemaal gebeurtenissen die zich vandaag de dag herhalen: de ooit goede schepping is niet goed meer. En er is nog meer aan de hand. Mensen krijgen te maken met ziekte, pijn, verlies, dood en rouw. Mensen worden getroffen door een ongeluk of een ramp. Iedereen krijgt te maken met leegte en gemis, vroeg of laat, meer of minder. Verdriet blijft niemand bespaard door de zondeval.
Het belangrijkste in het boek Job is dat je er met simpele antwoorden nooit komt. Alle antwoorden die wij op de waarom-vragen geven, zijn te gemakkelijk. Het boek Job laat ons zien dat je best boos mag zijn op God als de dingen die gebeuren onbegrijpelijk zijn. Maar God is ook degene die er uiteindelijk weer voor je is.
Ook op andere plaatsen in de Bijbel hoor je dit. Denk maar eens aan het verhaal van Jezus en de blindgeboren man in Johannes 9. De leerlingen van Jezus willen weten hoe het komt dat de man blind is: komt het door zijn eigen zonde of door die van zijn ouders? Jezus leert hun dat dat niet de goede manier van kijken is. Zo kan de Bijbel ons helpen om met de moeilijke waarom-vragen om te gaan, al zijn de antwoorden lang niet altijd even makkelijk!
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
Met je hoofdgids heb je lang geleden samen op aarde geleefd. Dit was voor de gids vaak het laatste leven op aarde, en daarna hoefde hij niet meer terug om op aarde lessen te leren. Jij wel, en daarbij is je gids je gaan helpen. In het leven dat je met je gids leefde heb je daar een hechte band mee gehad. De periode waarin zich dat afspeelde kan variëren van 100 tot duizenden jaren geleden. Hoe ouder je als ziel bent, hoe ouder ook je hoofdgids is.
Hulpgidsen zijn personen die je hebt gekend in je huidige leven. Dit zijn overleden familieleden of goede vrienden waar je een goede relatie mee hebt gehad. Zij willen je nog een poosje begeleiden en geestelijk steunen, omdat ze van je houden. Veel mensen voelen dat ook. Het is vaak ook zo dat de hulpgids nog het een en ander moet leren van het leven dat jij leidt en daarom moet meekijken.
Je krijgt je hoofdgids vanaf je eerste “bewuste incarnatie”. Bewust incarneren betekent kiezen voor een leven en dus ook kiezen voor bepaalde ouders of de omstandigheden waarin je gaat leven. Jonge zielen kiezen (nog) niet zelf en hebben geen eigen gids. Zij worden begeleid door een groepsgids die een aantal jonge zielen begeleidt. De gids hoeft na het leven met jou dus niet meer naar de aarde terug. De gids heeft, in dat laatste leven, aan groei en harmonie zo ongeveer het hoogst haalbare voor een mens bereikt.
De gids kiest dan om te mogen “gidsen” en kiest dan speciaal voor jou. Die gids begeleidt jou bij jouw persoonlijke groei. Dit is voor hem/haar lang niet zo gemakkelijk als het misschien lijkt. Je gids is er voor jou meestal in de gedaante van hoe hij of zij eruit zag in het leven dat jullie samen geleefd hebben. Meestal was hij in dat leven een familielid of een goede vriend. Diep van binnen, in je onderbewuste, kén je je gids. Dat vergemakkelijkt de kennismaking: het is dan ook eigenlijk geen “leren kennen” maar een “herkennen” (door de ziel).
.
.
In de eerste plaats is je gids er altijd voor je. De gids komt nooit tijd tekort, kent geen haast of stress en heeft altijd voldoende tijd voor je. In onze jachtige maatschappij is dat al heel wat. Die gids is er om je te steunen en te helpen in de meest ruime betekenis van het woord. Hij inspireert je, probeert je op telepathische wijze te bereiken om adviezen en dergelijke door te geven, en verder kan hij je kracht en energie geven.
Hij zal proberen je op te beuren en je positieve energie toe te zenden als je even niet goed in je vel zit. Als dat gebeurt, kun je opeens een gevoel van rust en vrede krijgen, juist wanneer je het heel hard nodig hebt. Als je je gids kent en je bewust bent van diens aanwezigheid, is het voor je gids gemakkelijker je te bereiken.
Een gids zal altijd proberen je te helpen maar heeft de plicht om jouw keuzes te respecteren. Voor je aan het leven begint krijg je een aantal lessen voorgeschoteld die je moet leren, maar de manier waarop je hiermee omgaat bepaal je tijdens je leven. Je draagt je eigen verantwoordelijkheid voor wat je doet en laat. Je hebt dit leven gekozen om lessen te leren en negatief karma te transformeren. Als je gids elke steen voor je voeten weg zou rollen, dan leer je die lessen niet. Het leven zou dan veel te gemakkelijk worden.
.
.
Wij leven in de derde dimensie, de gidsen leven in de vierde dimensie. Dat is het gebied aan de overkant. In de vierde dimensie bestaat geen tijd en ook geen afstand. Het is namelijk een wereld van golflengten, trillingen en energieën. Je gids is overal waar jij bent, waar ter wereld je je ook bevindt.
.
.
Als je met je gids praat en naar hem luistert, is dat een andere vorm van communicatie dan wanneer je bijvoorbeeld met je buurvrouw praat. Het is namelijk communicatie zonder geluid. Je praat in gedachten. Je zendt telepathisch signalen uit naar je gids die deze signalen heel goed kan verstaan. Je gids weet namelijk wat je denkt en voelt. Je gids zendt op dezelfde manier signalen uit naar jou, die in je hersenen worden vertaald in woorden en zinnen. Het eerste wat in je opkomt is het antwoord. Deze manier is een dialoog, en dus géén channelen. Met channelen wordt bedoeld het verschijnsel dat iemand zich laat overnemen door een entiteit.
Die gebruikt zijn lichaam en mond om te praten.
.
.
.Je gids is je beste vriend, een kameraad die naast je wil staan en niet boven je. Doe dus gewoon tegen hem zoals je ook tegen je andere vrienden doet. Je zult dan merken dat je gids ook heel gewoon is. Je gids kent de totale liefde, zal je nooit in de steek laten en zal je altijd blijven steunen. Hij weet namelijk dat je een zware taak hebt in dit leven.
.
.
.* Ga in een fijne houding zitten of liggen.
* Als je ontspannen bent, houd je je ogen dicht, en visualiseer je een strand. Zie hoe alles eruitziet.
* Ver achter aan de horizon zie je een lichtpuntje dat steeds dichter naar je toekomt.
* Als het dichtbij genoeg is, zie je dat het lichtpuntje iemand op een roeiboot is. Die persoon is jou Gids.
* Help hem/haar aan land te komen.
* Praat wat, stel eventueel vragen.
* Neem afscheid van je Gids.
* Zie hem/haar weer vertrekken.
* Ontwaak uit je meditatie.
.
.
..
.
.
.
.
.
.
.
.
Dit type kleding deed zijn intrede tijdens de Koreaanse Drie Koninkrijken- periode, welke van 57 v. chr. tot 668 na chr. duurde. Vanaf dit moment heeft deze kledij zich mee ontwikkeld met de heersende eisen en modetrends die voorbij kwamen. Ook zijn er veel invloeden uitgewisseld met de buurlanden, zo was China bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron. De meest bekende vorm van de hanbok stamt uit de Joseon dynastie, deze duurde van 1392 tot 1910.
In Noord Korea staat dit type kleding bekend als Joseon Ot, hanbok is van oorsrong de Zuid Koreaanse benaming, maar deze laatste wordt in deze tijd meestal gehanteerd. Tegenwoordig dragen Koreanen de hanbok op officiële gelegenheden en speciale festiviteiten, zoals het speciale Hanbok festival in Zuid Korea, waarin deze kleding juist centraal staat.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Voor de eerste verjaardag krijgen de kinderen een speciale, feestelijke hanbok aan. Dit zijn vrolijk gekleurde mini/versies van de ceremonièle kleding voor volwassenen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Voor bruiloften wordt ook nog vaak de hanbok aangetrokken; naast de traditionele varianten zijn er talloze moderne varaties ontstaan voor elke smaak. De van oorsprong felle kleuren zijn langzamerhand plaats aan het maken voor zachtere tinten, mede door buitenlandse invloeden en trends in het land zelf.
.
.
.
.
.
.
.
.
De hanbok bestaat uit een bloes of jasje, en een wijde wikkelrok voor vrouwen of een wijde broek voor mannen. De bloes, genaamd jaogori, is iets langer voor mannen dan voor vrouwen; hij komt bij de heren tot aan het middel, bij de dames tot iets erboven. De naam van deze wikkelrok is chima, en een broek heet paji. Per regio, tijdperk, klimaat of klasse zijn er wat kleine verschillen, maar het basisontwerp is door de eeuwen heen herkenbaar gebleven.
.
.
.
.
Het gewone volk droeg wit, tenzij het een bruiloft of speciaal feest betrof, deze kleur stond voor puurheid, integriteit en kuisheid, De adel was kleurrijk gekleed om hun status mee aan te geven: naast wit droeg men rood, geel, blauw en zwart, welke samen staan voor de vijf natuurlijke elementen; vuur, aarde, metaal, water en hout. De keizer was geheel in het geel gekleed, deze kleur stond voor het middelpunt van het universum, de zon. De verf die voor het kleuren van textiel werd gebruikt, werd van plantaardige materialen vervaardigd.
.
.
.
De gebruikte materialen voor de stoffen en de afwerking ervan weerspiegelden het sociale leven en het heersende klimaat. Verschillende delen van het land waren ook gespecialiseerd in verschillende stoffen, zoals hennep uit Angdong of ramie uit Hansan. In koudere weersomstandigheden droegen de vrouwen een gevoerde onderrok, de rest van de kledingstukken werd vervangen door gevoerde of met bont afgezette varianten.
Als het warm was, koos men voor dunne katoen of ruisende zijde. Het spreekt vanzelf dat het gewone volk meer stoffen droeg die tegen een stootje konden en makkelijk(er) wasbaar waren dan de materiaalkeuzes van de adel. Hennep, katoen en dergelijke waren dus voor de lagere klassen en stoffen zoals zijde en satijn sierden de rijkeren.
.
.
.
Vele modeontwerpers hebben zich al laten inspireren door dit kledingstuk. Vooral de vrouwelijke hanbok is dankbaar door de mode-industrie opgepakt als basis voor creatieve experimenten: De simpele lijnen van het traditionele ontwerp hebben van nature al een mooie proportionele indeling, waar je eindeloos mee kunt variëren en ze als basis kunt gebruiken om er een heel ander kledingstuk van te maken, terwijl het basisidee hetzelfde blijft. Naast de traditioneel lange rokken zijn er tegenwoordig ook veel korte versies te zien die door jonge moderne vrouwen worden gedragen zowel in het dagelijks leven als op sjiekere gelegenheden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Ook het traditionele schoeisel is met de kleding mee-geëvolueerd. Vanaf de 16de à 17de eeuw, maar waarschijnlijk al eerder, begon men in Korea namaksin, een soort houten overschoenen te dragen, die met touw werden vastgemaakt. Ze werden met bijenwas ingesmeerd om het hout goed te houden en tegen de onderkant werd vaak een laagje metaal gemaakt, om snelle slijtage te voorkomen. Door de tijd heen is men andere materialen gaan gebruiken voor schoeisel, zoals verschillende soorten textiel, leer en tegenwoordig ook kunststof.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.