Tagarchief: christendom

7 belangrijke ervaringen in het geloof

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het christendom levert heel wat verwachtingen op. Sommige verwachtingen zijn onrealistisch. We denken bijvoorbeeld dat doorgewinterde christenen altijd dichtbij God leven en nooit twijfelen. Maar je zult al gauw zien dat dit niet het geval is. Dan volgt het besef dat het volgen van Christus niet gaat zoals we hadden verwacht. War kan men ondervinden als men christen is geworden?

 

 

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1. Geloven is echt moeilijk

 

Het christenleven verbloemen als een gemakkelijk, vrolijk, succesvol en prachtig alternatief voor het ‘seculiere’ leven is een gevaarlijke tendens. Het christelijk geloof zal zeker haar gelukzalige momenten hebben, maar veel zaken vereisen dienstbaarheid, opoffering, toewijding, nederigheid, geduld, vergeving, genade, barmhartigheid en inzet. Met andere woorden, zaken die centraal staan voor de liefde van Jezus. Dit is over het algemeen erg moeilijk.

Het christendom wordt vaak gezien als een ontsnappingsmechanisme en een manier om de harde realiteit van het leven te vermijden. Maar in werkelijkheid is dit precies het tegenovergestelde. Deze reis confronteert mensen met eerlijke en vaak pijnlijke waarheden. Bereid je dus niet alleen voor op de goede, maar ook op de moeilijke dingen van het christelijk geloof.

 

 

 

2. Het geloof is geen antwoord op alle problemen

 

Na het horen van wonderbaarlijke getuigenissen van mensen die zijn genezen, verslavingen hebben overwonnen en Bijbelse verhalen over verlossing, hoop en verzoening, nemen de verwachtingen over het christendom enorm toe. Ja, God doet geweldige en onverklaarbare dingen, maar uiteindelijk zul je beseffen dat het geloof niet al je problemen zal oplossen. Ziekte zal niet altijd verdwijnen, niet alle relaties worden hersteld en je inkomen zal niet toenemen. Simpel gezegd worden je problemen er niet mee opgelost.

In plaats daarvan gaat het christelijk geloof veel meer over het bouwen aan een relatie met God dan het vinden van een magische oplossing voor alle moeilijkheden in het leven. Helaas beschouwen veel mensen het christelijk geloof nog steeds als een spirituele formule waardoor je alles kunt ontvangen wat je maar wilt. Maar wanneer je te maken krijgt met onvermijdelijke teleurstellingen, zal dit leiden tot gevoelens van verraad, cynisme, teleurstelling en boosheid. Dit heeft tot gevolg dat velen het christelijk geloof achter zich zullen laten, omdat het niet voldeed aan hun verwachtingen.

 

 

 

3. Je zult niet overal een antwoord op krijgen

 

Vaak wordt het Evangelie voorgesteld als een verhaal dat alle antwoorden heeft op alle diepste levensvragen. Maar het christendom zal er niet in slagen om alle twijfels, intellectuele worstelingen en filosofische vragen uit te roeien. In werkelijkheid levert het Evangelie zelfs nog meer vragen op dan antwoorden.

Duizenden predikanten, theologen en andere christenen debatteren over de Bijbelse inhoud. Iedere leer wordt geassocieerd met honderden theorieën, ideeën en tradities. Wanneer je op zoek bent naar overtuigende en onbetwistbare feiten, zal het christelijk geloof een aantal handvatten aanreiken. Maar uiteindelijk gaat het geloof over het vinden van God en zal het bewijs voor zichzelf spreken.

 

 

 

4. Je zult nooit stoppen met leren en je blijft veranderen

 

Je geloofsleven verandert keer op keer. We worden ouder, krijgen een baan, ontmoeten nieuwe mensen, gaan op reis, leren nieuwe culturen kennen en begrijpen, worden verliefd, trouwen en krijgen kinderen. Al die momenten beïnvloeden de manier waarop we nadenken over God.

Vaak benaderen we het geloof als iets onveranderlijks. God is eeuwig en onveranderlijk, maar ons geloof niet. We zien dit door de hele Bijbel. Zowel bij de Israëlieten in het Oude Testament en de discipelen in het Nieuwe Testament. Door verschillende gebeurtenissen en omstandigheden veranderde hun relatie met God voortdurend. Ons geloof is een pelgrimstocht met als z’n ups en downs. Veel gelovigen vinden verandering angstig en zien dit als een soort zonde. Maar we kunnen veranderingen niet vermijden, omdat we telkens opnieuw leren van Jezus.

 

 

 

5. Je zult fouten blijven maken

 

De meest gevaarlijke mensen zeggen van zichzelf dat ze niets verkeerd doen en hun fouten nooit zullen toegeven. Fouten maken is menselijk. Daar verandert het christelijk geloof niets aan. Je zult nog steeds falen, verkeerde beslissingen maken. Maar het verschil is de zekerheid van Gods genade, barmhartigheid en liefde.

 

 

 

6. Het is complex

 

De term ‘christelijk’ heeft voor alle mensen verschillende betekenissen. Er zijn honderden denominaties, duizenden verschillende kerken en een groot aantal tradities en theologie die daarin verweven zijn. Dit betekent dat het christendom enorm complex, gevarieerd en genuanceerd is. Er zijn discussies en conflicten, maar er is ook ruimte voor eenheid en dialoog. Kortom, het christelijk geloof is veel ingewikkelder dan de meeste mensen beseffen. Maar God werkt nog steeds daar doorheen.

 

 

 

7. Het is niet ‘wij tegen de rest’

 

Christenen strijden vaak tegen het secularisme, de ‘gevallen wereld’ en kwade krachten. Daardoor kunnen gelovigen het idee hebben dat ze in een strijd zijn verwikkeld, maar dat hoeft niet per se het geval te zijn. Christenen voeren een reële strijd tegen het kwaad (de satan), maar we moeten ervoor waken dat we ongelovigen als vijanden gaan beschouwen. Het is gemakkelijk om je te laten beïnvloeden door alles wat met het christelijk geloof te maken heeft en je te vervreemden van de rest van de mensheid.

Dit leidt tot zelfingenomen oordelen en het angstig vermijden van de wereld om ons heen. Maar God houdt van alle mensen. Deze boodschap is controversieel en absurd, maar wel Bijbels. Als volgelingen van Christus mogen we hetzelfde doen. Vraag God om de kracht en het vermogen om hieraan handen en voeten te kunnen geven.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De lijkwade van Turijn

Standaard

categorie : religie

 

 

]

Wat is de lijkwade van Turijn?

 

De lijkwade van Turijn is een linnen doek. Sommigen geloven dat dit het doek is waarmee het begraven lichaam van Jezus Christus werd bedekt. De volgelingen van Jezus wikkelden Zijn lichaam in een linnen doek. We kunnen hierover lezen in alle vier Evangeliën (Matteüs 27:59, Marcus 15:46, Lucas 23:53, Johannes 19:40).

 

 

bedevaart283

 

 

De lijkwade, waarvan de geschiedenis sinds 1353 bekend is, is meer dan 4 meter lang en ongeveer 1.20 meter breed. Het doek wordt “de lijkwade van Turijn” genoemd omdat het permanent in de stad Turijn, in Italië, wordt bewaard, hoewel het nu en dan ook elders wordt tentoongesteld.

Op de lijkwade staan markeringen die lijken op indrukken van de voor- en achterkant van een gekruisigde man. Blijkbaar werd de lijkwade dubbelgevouwen, één helft aan de bovenkant van de man en de andere helft aan de onderkant. Het is interessant dat de wonden van de man overeenkomen met de wonden die Jezus werden toegebracht tijdens de foltering die Hij voorafgaand aan Zijn kruisiging onderging.

Wonden rond de haarlijn doen denken aan de Bijbelse beschrijving van de doornen kroon. Verschillende kleine striemachtige wonden zijn zichtbaar van de schouders tot aan de onderbenen, wat overeenkomt met de Bijbelse beschrijving van de zweepslagen. Er is ook een wond dichtbij de borstkas te zien. Dat komt overeen met de beschrijving van de steekwond die vlak na Zijn dood aan Jezus zou zijn toegebracht.

 

 

lijkwade

 

 

 

Verklaringen van de experts

 

Wat denken de experts over de lijkwade van Turijn? Dat hangt er van af wie je het vraagt. Sommige experts zijn van mening dat de lijkwade van Turijn authentiek is, terwijl anderen geloven dat het slechts een knappe vervalsing is. Enkele mensen hebben zelfs beweerd dat de lijkwade slechts bedoeld was als een kunstwerk. Deze verklaring lijkt niet erg waarschijnlijk vanwege het unieke ontwerp van de lijkwade, een stijl die nog nooit eerder in een belangrijk kunstwerk werd aangetroffen.

De belangrijkste kritiek op de vermeende authenticiteit van de lijkwade is gebaseerd op proeven die uitgevoerd zijn met behulp van koolstofdatering. Volgens deze proeven kan de lijkwade niet veel ouder zijn dan zo’n 700 jaar, wat betekent dat het doek uit de 14e eeuw zou stammen.

De lijkwade zou dan veel te jong zijn om het doek te kunnen zijn waarin Jezus werd begraven. Andere geleerden suggereren dat deze conclusie mogelijk vertekend is, omdat de vezels van de lijkwade door de eeuwen heen vervuild zouden kunnen zijn met microscopische bacteriën en schimmels. Zij geloven dat de aanwezigheid van deze bacteriën en schimmels hebben geleid tot een gemeten leeftijd die op zijn minst duizend jaar jonger is dan de werkelijke leeftijd.

Maar een groeiend aantal wetenschappers vindt beide bovengenoemde standpunten irrelevant, omdat zij beweren dat de gebruikte C14-datering niet betrouwbaar genoeg is. Sceptici stellen eveneens dat de gelaats- en lichaamskenmerken van de man op de lijkwade niet juist geproportioneerd zijn. Aan de andere kant beargumenteren andere experts dat er veel mensen zijn met lichamelijke kenmerken die niet precies de juiste proporties hebben.

Er bestaan letterlijk tientallen argumenten vóór en tegen de authenticiteit van de lijkwade van Turijn. Deze tegenstrijdige beweringen zouden de leek tot de conclusie kunnen voeren dat de situatie rond de lijkwade een wetenschappelijke patstelling is. En dat lijkt inderdaad het geval te zijn. Wat moeten we dan denken van deze lijkwade van Turijn?

Jammer genoeg heeft de leek meestal de neiging om het seculiere standpunt in te nemen, omdat hij gelooft dat dit minder door godsdienst is beïnvloed en dus wetenschappelijker zou zijn. Maar seculiere geleerden proberen vaak het christelijke standpunt net zo vurig te weerleggen als de christelijke geleerden het proberen te bewijzen.

Het seculier gezichtspunt is dus vaak erg bevooroordeeld. Een goed praktijkvoorbeeld hiervan is de recente ontdekking van een oud ossuarium (een zogenaamd “knekelhuis”, een soort doos om beenderen te bewaren), waarop in het Aramees de volgende boodschap staat geschreven: Jakobus, zoon van Jozef, broer van Jezus.

Toen het nieuws over deze vondst naar buiten werd gebracht, probeerden sommige geleerden de historische geloofwaardigheid van het christelijke geloof te ondermijnen door te beweren dat deze doos een vervalsing was, voordat zij deze ook maar gezien hadden. De waarheid is dat niemand met enige zekerheid kan zeggen of de lijkwade van Turijn echt is. Het beste dat we kunnen doen is alle informatie analyseren en dan voor onszelf beslissen.

 

 

TR Shroud of Turin 091118

 

 

 

De realiteit van de lijkwade

 

Helaas gaat het alsmaar voortdurende debat over de lijkwade van Turijn alleen maar over de echtheid ervan. In werkelijkheid maakt het weinig uit of de lijkwade wel of niet het doek was waarin Jezus Christus werd begraven. Uiteindelijk is de lijkwade niets meer dan een linnen doek.

Jammer genoeg zijn veel mensen misleid; zij denken dat de lijkwade op de een of andere manier heilig is en hebben daarom hun geloof verbonden aan de authenticiteit van de lijkwade. Dat is een grote vergissing. Ongeacht de herkomst en de leeftijd van de lijkwade, een dergelijk doek is onze aanbidding of verering niet waardig. Als we aannemen dat het doek authentiek is, dan zou het zeker een belangrijk voorwerp uit de christelijke geschiedenis zijn, maar niets meer dan dat.

Jezus leidde een perfect leven, stierf voor de zonden van de mensheid, werd uit de dood opgewekt en werd vervolgens in de hemel opgenomen. Christenen hoeven hun geloof niet te baseren op de lijkwade van Turijn of enig ander artefact uit de oudheid. In plaats daarvan aanvaarden christenen deze dingen omdat zij geloven in de waarheid van de Bijbel.

Toch herinnert het debat over de lijkwade van Turijn ons aan één heel belangrijk feit, de historiciteit van het christelijke geloof. Het christendom is niet slechts een verzameling regels waar christenen naar leven. Het christendom is een persoonlijke relatie met een echte God die de menselijke geschiedenis als een sterfelijk mens binnenstapte, en toen in onze plaats stierf zodat wij het eeuwige leven kunnen hebben.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Het symbool van de regenboog

Standaard

categorie : religie

In vele culturen werd de regenboog beschouwd als een vriendelijk gebaar

van God of de goden aan de mensen

In het christendomvan de middeleeuwen werden de drie hoofdkleuren van de regenboog symbolisch uitgelegd: blauw als de kleur van de zondvloed, rood als de kleur van de wereldbrand en groen als de kleur van de nieuwe aarde. Anderen hebben meer aandacht voor de zeven kleuren en leggen ze uit als de zeven gaven van de Heilige Geest. Soms wordt de regenboog gezien als symbool voor Maria, die de voorspraak is voor de mensen op aarde bij God in de hemel. Zo ontstond de devotie voor Onze Lieve Vrouwe van de Hemelboog (= Iris). Volgens een Spaans voornaamwoordenboek is de vrouwennaam Iris daarvan afkomstig.

In de Bijbel verschijnt er na de zondvloed een regenboog, als teken dat God nooit meer een zondvloed over de aarde zal laten gaan; de regenboog is als het ware zijn handtekening van dit verbond tussen Hem in de hemel en zijn mensen op aarde. In de christelijke kunst wordt Christus vaak afgebeeld als wereldheerser, zittend op de regenboog. De regenboog geldt daar ook als symbool van verzoening tussen God en de mensen.

De Openbaring hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

Pasteltekening van John Astria

In de Islam heeft de regenboog vier basiskleuren: rood, geel, groen en blauw, zinnebeelden van de vier elementen: vuur, aarde, lucht en water.

In het oude China beschouwde men de regenboog als de vereniging van yin en yang. Soms werd de regenboog daar voorgesteld als een slang met een kop aan allebei de uiteinden: de ene zoog het water op uit de noordelijke zee om het via de andere kop in de zuidelijke zee weer uit te spuwen.

In de culturen van Afrika, India en de indianenkomt dit gegeven ook voor: dan stelt men zich de regenboog voor als een draak, symbool van vruchtbaarheid, die zijn dorst lest in de zee. Bij sommige stammen in Afrika ziet men de regenboog ook als brenger of bewaker van schatten. Of als een beschermende arm om de hele aarde!De Inca-indianen hadden een bijzondere verering voor de regenboog. Zij had te maken met de zonnegod. De Inca-vorsten die zich beschouwden als afstammelingen van de zon, beeldden hem af op hun wapens en schilden.

Andere indianen-culturen zien in de regenboog een ladder waarlangs je naar de hemel kunt klimmen.

Hindoes en Boeddhisten geloven dat wie in het stadium van de regenboog aanbelandt, op de drempel staat om het ideaal te bereiken, en op te gaan in de gelukzalige stilte.

In het volksgeloof wordt vaak verteld dat de regenboog rijkdom en voorspoed zal brengen. Waar haar uiteinden de aarde raken zou een pot met goud te vinden zijn.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Jezus en Maria volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In deze bijdrage overlopen we hoe de drie monotheïstische godsdiensten (dwz de drie godsdiensten die in de Ene God geloven – het jodendom, chirstendom en de islam) denken over Jezus.

 

 

MariaIcoon

.

.

.

Islam

 

Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.

.

Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.

.

Zeg: “Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en nieti is aan Hem gelijkwaardig.” (Koran 112:1-4)
.

Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.

.

Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.

.

“En toen de engelen zeiden: ‘ O Maria, God heeft jou uitverkoren en jou rein gemaakt en Hij heeft jou uitverkoren boven de vrouwen van de wereldbewoners. O Maria, wees jouw Heer onderdanig en buig je eerbiedig voor Hem neer (in gebed) en buig met de buigenden’ … Toen de engelen zeiden:
.
‘O Maria, God kondigt jou een woord van Hem aan, wiens naam zal zijn de Messias, Jezus zoon van Maria. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid [van God] zijn. Als kind en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal een van de rechtschapenen zijn’.
.
Zij zei ‘Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft.’ Hij zei: ‘Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees! en het is.” En God zal hem het Boek, de Wijsheid, de Taura (de Wet) en de Bijbel onderwijzen. ‘ (Koran 3:42-48)
.
“En God zal hem als een gezant tot de Israëlieten zenden, om te zeggen: “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: dat ik voor jullie uit klei iets als de vorm van een vogel zal scheppen, er dan in zal blazen en dat het dan met Gods toestemming een vogel zal zijn. Dat ik blindgeborenen en melaatsen zal genezen en doden levend maak, met Gods toestemming…” (Koran 3:49)
.
“… Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de duidelijke bewijzen gegeven en hem gesterkt met de heilige geest. Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie”(Koran 2:87)
.
“Zeg: ‘Wij geloven in God, in wat naar ons is neer gezonden en in wat naar Abraham, Ismaïl, Isaac, Jacob en de stammen is neer gezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen, en wij hebben ons aan Hem overgegeven.'” (Koran 2:136)
.
.
.
.

Jodendom

 

Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.

 

.

Christendom

 

Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.

.

.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

                                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wat betekent het kruis?

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

Het kruis. Gekoesterd door ontelbare mensen. Vereerd op uiteenlopende plaatsen. Misbruikt ook. Verworpen. En dat eeuwen achtereen. Wat is dat voor een teken, dat zo tot de verbeelding spreekt, maar ook zoveel weerstand oproept?

 

 

Het Ware Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Blijkbaar heeft het kruis zijn eigen aantrekkingskracht. Sporters slaan een kruis als ze gescoord hebben. Meisjes hangen een kruisje aan een ketting om hun hals, en sommige jongens ook. Popartiesten gebruiken het kruis in videoclips. Kruisen worden geplaatst op torenspitsen van kerken, op graven, langs wegen en boven deuren. Je ziet ze op vlaggen en wapenschilden. Het kruis doet het goed als beeldmerk van het christendom.

Wie een galg, een strop, een vuurpeleton of een elektrische stoel als beeldmerk draagt, wordt voor gek versleten. Het kruis als beeldmerk was namelijk een wreed executiemiddel waaraan misdadigers opgehangen werden. Geen weldenkend mens zou in onze tijd zo’n martelwerktuig als symbool voeren.

Maar ook vroeger riep het kruis als teken van het christendom veel weerstand op, getuige de eerste berichtgevingen. ‘De Joden ergeren zich eraan en de Grieken vinden het een dwaasheid,’ schreef Paulus al zo’n 55 jaar na Christus.

 

 

Waarom dan toch dat kruis?

 

Omdat het christendom een visie heeft op het leven die rechtstreeks ingaat op de realiteit van lijden en dood. “De laatste vijand is de dood,” zeggen christenen. Het kruis maakt iets duidelijk van de rauwe realiteit van de dood, maar het protesteert daar tegelijkertijd tegen. Het spreekt van de duistere kanten van het bestaan, maar het toont ook aan dat er licht is aan de horizon.

Achter het kruis gaat namelijk een ontzagwekkende geschiedenis schuil, die van het kruis een teken van hoop, herstel en genezing heeft gemaakt. Het gaat om een gebeurtenis uit het begin van onze jaartelling die een revolutie ontketende in de manier waarop mensen naar het leven kijken. Het is deze geschiedenis die van het kruis zo’n vitaal teken maakte.

Wie zich de betekenis ervan eigen maakt, ontdekt dat er ondanks lijden en dood toch een hoopvolle toekomst mogelijk is voor ieder mens afzonderlijk, voor de samenleving als geheel en voor de totale schepping. Dat maakt het kruis tot de wegwijzer naar het hart van het christelijke geloof. Sterker nog: het ís het hart van het christelijke geloof. Het spreekt van de kracht die alles verandert. Iedereen die het leven serieus neemt zou daar meer van moeten weten.

 

 

kruisiging_med

.

.

 

Een uitgekiend martelwerktuig

 

Het kruis is een executiemiddel waaraan Jezus Christus stierf. Toch hebben maar weinigen zich verdiept in de vraag wat een ter dood veroordeelde moest doorstaan tijdens deze gruwelijke marteldood. Zelfs christenen met grote eerbied voor het kruis weten er vaak niet veel van. Enkele artsen hebben zich wel met die vraag beziggehouden. Ze onderzochten welk effect de kruisiging op iemands lichaam heeft.

Hun inzichten kunnen ons helpen om beter te begrijpen wat Jezus doormaakte tijdens die uren aan het kruis.
We willen het kruis bezien in de context van de historische feiten, om ons daarna beter te kunnen inleven in alles wat Jezus onderging en ten slotte te kunnen bepalen wat het kruis ons vandaag de dag te zeggen heeft.

 

.

 

Het onderzoek van artsen

 

De eerste arts die een omschrijving van de kruisiging gaf was Lucas. Hij was een Griek uit het gezelschap van de apostel Paulus, die waarschijnlijk enkele jaren na Jezus’ optreden een van zijn volgelingen werd. Zijn verslag, dat bekend werd als het evangelie van Lucas, kreeg een plaats in de Bijbel.

Lucas deed nauwkeurig onderzoek naar de geschiedenis van Jezus. Hij had intense belangstelling voor mensen en besteedde meer aandacht aan de afzonderlijke personen die met Jezus optrokken dan de andere drie evangelieschrijvers Matteüs, Marcus en Johannes. Hij schreef bijvoorbeeld over de vrouwen in het gezelschap van Jezus en deed als enige verslag van het gesprek tussen Jezus en de twee misdadigers tijdens hun kruisiging.

Over het lichamelijk lijden van Jezus geeft Lucas echter nauwelijks meer informatie dan de andere evangelieschrijvers. Ze beschrijven alle vier de rechtspraak tot in detail, noteren de tijd en plaats van elke handeling gedurende die dag en noemen alle betrokkenen bij naam, maar de kruisiging zelf geven ze maar mondjesmaat weer.

Ook Lucas houdt het kort en bondig: ‘Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links…’ Het lijkt erop dat ze er vanuit gingen dat de lezers wel wisten hoe het eraan toeging tijdens de kruisiging. Deze martelpraktijk was in die dagen dan ook overal in het Romeinse rijk bekend. Bij iedere stad stonden wel een aantal kruisen langs de weg opgesteld.

Later verdween deze gewoonte. Nadat Constantijn de Grote (de eerste christelijke keizer) in het jaar 337 het kruisigen verbood, werd het kruis op den duur alleen nog maar met Jezus geassocieerd. In de vroege Middeleeuwen werd van Jezus aan het kruis een fraaie, gestileerde vertoning gemaakt, gericht op het aanmoedigen van verheven gedachten. Pas in latere eeuwen kregen mensen meer belangstelling voor de lugubere details van het lichamelijk lijden aan het kruis.

Renaissance-kunstenaars als Matthias Grünewald, Albrecht Dürer en Rembrandt van Rijn probeerden Jezus’ kruisdood zo realistisch mogelijk weer te geven en componisten als Monteverdi en Bach zochten een toon die bij het lijden van Christus paste. In de daarop volgende eeuwen, toen zowel het historisch onderzoek als de medische oorzaken van lijden en sterven steeds meer in de belangstelling kwamen, werd met nieuwe aandacht naar de kruisiging gekeken. Diverse artsen vroegen zich af wat er met iemands lichaam aan het kruis gebeurde en wat de precieze doodsoorzaak van Jezus zou kunnen zijn.

 

 

wenende Maria aan het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

De kruisigingsmethode

 

Uit historisch onderzoek blijkt dat het kruisigen als executiemethode bijna 1000 jaar als doodstraf in gebruik is geweest. Waarschijnlijk werd het in het Perzische rijk bedacht en door de Griekse keizer Alexander de Grote op zijn veroveringstochten meegenomen naar de landen rondom de Middellandse Zee.

Volgens Romeinse geschiedschrijvers namen de Romeinen het kruisigen over van de Foeniciërs in Carthago (Noord-Afrika). Zij ontwikkelden de techniek tot in de puntjes. Er kwamen allerlei soorten kruisen in omloop, voor allerlei doeleinden. Daarmee werd een maximale pijn bereikt en kon de lengte van de doodsstrijd griezelig precies worden geregeld.

In het algemeen kruisigden de Romeinen uitsluitend misdadigers die niet gerekend werden tot Romeinse burgers. Zij deinsden er echter niet voor terug om ook massa-executies uit te voeren, zoals na de Spartacus-opstand in het jaar 71 voor Christus, waarbij langs de weg naar Rome 6472 opstandige slaven en gladiatoren tegelijk gekruisigd werden.

Het kruis waaraan de veroordeelden werden opgehangen bestond uit een rechtopstaande paal (in het Latijn van de Romeinen ‘stipes’ genoemd), die verankerd in de grond stond. Daarop werd zo’n 30 tot 90 centimeter lager de dwarsbalk (het ‘patibulum’) bevestigd. Deze kruisvorm is bekend geworden als het klassieke kruis en wordt ook wel Latijns kruis genoemd.

Toch maakten de Romeinen in de dagen van Jezus meer gebruik van een T-vormig kruis, waarbij de dwarsbalk bovenop de paal rustte. Sommige onderzoekers geloven dat Jezus aan zo’n T-vormig ‘Tau-kruis’ of ‘crux commissa’ werd opgehangen. Maar het is best mogelijk dat hij aan een vierarmig Latijns kruis (een ‘crux immissa’) stierf, omdat er boven zijn hoofd een flink bord bevestigd werd.

Op dit bord, de ‘titulus’, stond de misdaad vermeld, die door de omstanders gelezen moest kunnen worden (in het geval van Jezus in het Hebreeuws, Grieks en Latijn). Het bord werd meestal door een soldaat voor de veroordeelde uit naar de plaats van terechtstelling gedragen, zodat omstanders onderweg de aanklacht kon lezen. Zelf droeg hij de dwarsbalk van het kruis, waaraan hij met uitgespreide armen vastgebonden was.

De Romeinse soldaten sprongen bepaald niet zachtzinnig met het slachtoffer om. Struikelde hij onderweg, dan kon hij zichzelf niet opvangen en viel hij plat op zijn gezicht. Hij kreeg de balk in zijn nek, waarna hij ernstig gewond gedwongen werd om zijn weg te vervolgen. Op de plaats van executie dreef een soldaat met enkele ferme hamerslagen een vingerdikke vierkante spijker door iedere hand in de dwarsbalk.

Direct daarna trokken de soldaten het slachtoffer aan deze balk tegen de rechtopstaande paal omhoog, eventueel met behulp van touwen en ladders als het om een hoge paal ging. De dwarsbalk werd in een inkeping op de paal getrokken en met spijkers vastgeklonken. Tenslotte werden de voeten van de veroordeelde op elkaar gezet en met één lange spijker aan het hout bevestigd.

Voor de Romeinse soldaten was de kruisiging een routineklus die niet meer dan 10 tot 15 minuten in beslag nam. De doodsstrijd kon echter wel twee dagen duren, lang genoeg om als afschrikwekkend voorbeeld te dienen en voorbijgangers in te prenten wie de baas was in het land.

Om de dood te rekken kregen de gekruisigden ook wel een extra dwarsbalk onder het zitvlak. Hadden de Romeinen echter geen tijd om op die langzame dood te wachten, dan sloegen zij met een ijzeren of bronzen staaf (een ‘crurifragium’, letterlijk benenbreker) de onderbenen van de gekruisigde stuk. Die kon zich dan niet meer opgericht houden, maar zakte in elkaar, bungelend aan een paar spijkers en touwen, zodat hij binnen een kwartier door ademnood en bloedverlies stierf.

De lichamen van de gekruisigden bleven meestal aan het hout hangen totdat roofvogels het vlees van het skelet scheurden en wilde honden de resten die onder het kruis vielen opvraten. Het was waarschijnlijk om die reden dat de plek net buiten Jeruzalem waar Jezus zou hangen ‘Schedelplaats’ werd genoemd.

 

 

220px-TissotRaisingCroos

.

.

 

De geseling vooraf

 

Om het lichamelijk lijden van een gekruisigde en dat van Jezus in het bijzonder beter te begrijpen moeten we niet alleen naar de gevolgen van de kruisiging kijken. We moeten ook iets weten van de toestand waarin een verdachte gebracht werd voordat hij aan het kruis kwam te hangen. Om te beginnen verkeerde de gevangene meestal in grote angst met het vooruitzicht dat hij binnenkort een gruwelijke marteldood zou sterven.

Bij Jezus zien we die angst al optreden voor zijn arrestatie, als hij met zijn leerlingen in de tuin van Getsemane bivakkeert. De arts Lucas maakte hier een opmerkelijke kanttekening en schreef dat Jezus’ zweet die nacht veranderde in bloeddruppels.

In medische publicaties wordt dit bloedige zweet een zeldzaamheid, maar geen onmogelijkheid genoemd, omdat zweet met bloed vermengd wordt als er haarvaten in de zweetklieren breken. Dit kan gebeuren bij intense spanningen, waarna er een sterke verzwakking of zelfs een shock kan optreden. In die toestand werd Jezus door de Joodse autoriteiten gevangengenomen en overgeleverd aan de Romeinen.

Tijdens de vroege ochtenduren werd hij vervolgens in de Romeinse burcht Antonia voor de regeringszetel van de stadhouder Pontius Pilatus geleid om verhoord te worden. Hoewel deze geen schuld vond, gaf hij bevel om Jezus te geselen. Het geselen was een veelgebruikte Romeinse straf. De gevangene werd uitgekleed en met de handen boven zijn hoofd aan een paal vastgebonden.

Twee Romeinse soldaten (‘legionairs’) voerden vervolgens de geseling uit. Zij sloegen de gevangene om beurten met een ‘flagrum’: een Romeinse zweep met een kort handvat en verscheidene leren riemen die vol zaten met knopen, loden kogels, botjes of scherven en die bij het uiteinde aan elkaar waren geknoopt.

Deze gesel werd met volle kracht keer op keer systematisch van boven naar beneden op het naakte lichaam geslagen. Eerst werkte het leer met de scherpe stukken zich door de huid heen. Daarna tastten de slagen het huidweefsel aan, waarbij het bloed begon te druipen. Uiteindelijk lag de rug zo ver open dat ook de onderliggende spieren werden beschadigd en het slachtoffer uitgeput aan de touwen hing, met zijn voeten in een plas bloed.

Pas als de gevangene de dood nabij was werd de geseling op bevel van de hoofdman (de ‘centurio’) gestaakt.
Misschien kreeg Jezus niet meer dan 39 slagen te verduren: de Joodse wet verbood om iemand meer dan 40 slagen te geven. Het is echter de vraag of de Romeinen met deze wet rekening hielden. In ieder geval waren de Romeinse soldaten nog niet tevreden met Jezus’ afstraffing.

Ze gaven hem na de geseling een stok in handen bij wijze van scepter, drukten hem een rode mantel op de bebloede schouders en persten een kroon van takken met vlijmscherpe doorns op zijn hoofd, om een bespottelijke vertoning van hem te maken als koning van de Joden.

 

 

passion-beating-300x186

 

.

.

Met een balk op weg

 

Nadat Pontius Pilatus in het openbaar het definitieve doodvonnis had getekend, werd Jezus de mantel van het lijf gescheurd en kreeg hij zijn eigen kleding terug om niet naakt rond te hoeven lopen. Vervolgens moest hij, zoals gebruikelijk was bij gevangenen die tot het kruis veroordeeld waren, de dwarsbalk van het kruis op zijn gehavende schouders tillen en naar de plaats van executie dragen, net buiten de oostelijke stadspoort van Jeruzalem, zo’n 600 meter verwijderd van de burcht Antonia.

Hij werd begeleid door een executiepeloton dat ook nog twee andere ter dood veroordeelden onder haar hoede had. Vermoedelijk viel Jezus onderweg een of meerdere keren, zodat een willekeurige voorbijganger gedwongen werd de balk van hem over te nemen. Zijn naam, Simon van Cyrene, werd door drie van de vier evangelieschrijvers genoteerd.

 

 

Golgotha

Golgotha

 

 

Na een langzame tocht over een hellend wegdek door de straten van Jeruzalem bereikte Jezus rond tien uur in de ochtend de heuvel buiten de stad die bekend werd met zijn Hebreeuwse naam Golgota, omstuwd door een op sensatie beluste menigte die in bedwang gehouden werd door het legertje Romeinen. Volgens Lucas liepen daar ook een aantal vrouwen tussen, die hem met veel misbaar beklaagden, zoals alleen Oosterse vrouwen dat kunnen doen.

 

 

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

 

 

.

Aan het kruis

 

Nu begon de kruisiging. De ter dood veroordeelde werd op zijn rug op de grond gesmeten, zijn schouders werden tegen het hout van de dwarsbalk gedrukt, zijn armen erop uitgespreid. De spijkers werden met een hamer tussen de handwortelbeentjes onderin de hand gedreven, waardoor de polsen ontwricht werden en de zenuwen van de polsen en handen aangetast.

Een vlammende pijn verkrampte de vingers en joeg door de armen naar de hersens. Direct daarop werd het slachtoffer aan de balk omhoog gehesen, waardoor het volle gewicht van zijn lichaam aan de spijkers kwam te hangen. Vervolgens werden zijn knieën gebogen en zijn voeten achterwaarts op elkaar tegen de dragende paal gedrukt. Ook daar werd een spijker doorheen gedreven. Het eenzame gevecht nam een aanvang. De doodsstrijd.

Diverse artsen hebben erop gewezen dat het slachtoffer niet stierf vanwege de spijkers of door bloedverlies. Het was de belasting van het eigen lichaamsgewicht dat hem fataal zou worden. Het lichaam zakte naar beneden, wat een folterende pijn aan handen en polsen veroorzaakte. Om deze pijn te verlichten drukte de gekruisigde zich omhoog, wat mogelijk was door de steun die de spijker in de voeten bood.

Door de verplaatsing van het gewicht ging dat echter met nieuwe pijn gepaard, zodat hij zich weer liet hangen, totdat de pijn opnieuw ondraaglijk werd. Zo drukte hij zich op en neer. Na enige tijd werd het opdrukken bemoeilijkt door kramp in de spieren. Het slachtoffer bleef langer aan de armen hangen, wat een toenemende benauwdheid veroorzaakte. De borstkas werd namelijk wel in de juiste stand gebracht om in te ademen, maar uitademen ging zo hangend een stuk moeilijker.

Na enige tijd moest de gehangene zich omhoog worstelen om tenminste nog een beetje lucht te krijgen. Dit op en neer drukken probeerde hij met tussenpozen te herhalen om maar niet te stikken. Tegelijkertijd schuurde zijn opengereten rug over het hout. Langzaam verzuurden de spieren door de belemmerde bloedcirculatie in de ledematen. Het verlies aan weefselvloeistof bereikte een kritiek niveau, het hart worstelde om dik, traag stromend bloed rond te pompen en iedere teug zuurstof kostte extreme inspanning.

Het einde kwam nu dichterbij. Zweet droop van het lichaam van de gekruisigde, hij kon de kilte van de dood al voelen. Zijn bloeddruk daalde, de kleur trok uit zijn verdroogde lippen weg, zijn hartslag werd onregelmatig, zijn longen liepen vol met vocht en ademhalen ging met gereutel gepaard. We weten uit de bijbel dat Jezus in zijn doodsstrijd nog zeven keer een korte zin uitstootte. Voordat hij in elkaar zakte en stierf riep Hij zijn laatste woorden uit: “Het is volbracht!”

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

.

.

De doodsoorzaak

 

Omdat de Romeinse soldaten niet tot de volgende dag wilden wachten (dat was een Sabbatsdag, een rustdag en ook nog eens een jaarlijkse feestdag waarop de Joden het jaarlijkse Pasen vierden), sloegen zij de benen van de beide misdadigers die samen met Jezus gekruisigd waren stuk, om zo hun dood binnen een kwartier te bewerkstelligen.

Jezus was echter al gestorven. Om zeker van die snelle dood te zijn dreef een van de soldaten zijn speer tussen Jezus’ ribben in de hartstreek. Volgens de apostel Johannes (ooggetuige van deze mensonterende kruisiging van zijn meester) vloeide er water en bloed uit de wond. Misschien verklaart dit de relatief korte doodsstrijd van Jezus.

‘Voor een lijkschouwer is dit een afdoende bewijs dat Jezus niet de gebruikelijke kruisigingsdood door verstikking stierf, maar door een hartstilstand ten gevolge van shock en van vernauwing van het hart door vocht in het hartzakje,’ schreef dr. C. Truman Davis. Lucas maakte in zijn verslag melding van de reactie van de centurio op alles wat hij van Jezus aan het kruis gezien had. Hij zei: “Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!”

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Het kruis: Gods vreemde kracht

 

Jezus werd niet zomaar gekruisigd. Heel zijn optreden wees in de richting dat hij zichzelf vrijwillig uit zou leveren. De Bijbel verklaart zijn kruisdood als volgt: ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.

Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God’ (Filippenzen 2 vers 6-11).

Er vond een ruil plaats aan dat kruis daar op die heuvel 2000 jaar geleden. Jezus stierf in ruil voor de mensheid, zodat mensen recht kunnen staan tegenover God. Paulus schrijft: ‘Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.’

Jezus droeg onze dood, zodat wij in ruil daarvoor zijn leven kunnen ontvangen. Jesaja profeteerde daarover ruim 500 jaar voordat Jezus verscheen en verklaarde dat hij zijn leven offerde voor onze schuld (Jesaja 53 vers 10). Hij schreef: ‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.’

Petrus, één van Jezus’ leerlingen die gezien heeft hoe de striemen op Jezus’ rug tot één grote open wond werden geslagen, schrijft in 1 Petrus 3 vers 18 en 2 vers 24: ‘Christus heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om jullie zo bij God te brengen. Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen zijn jullie genezen.’

Het kruis is het ultieme genade-teken, het teken dat God om mensen geeft en alles voor ons over heeft. Het is het symbool van lijden en dood, en ook van de opstanding uit de dood. Christenen erkennen met het kruis de realiteit van hun zonden, maar ook dat die door Jezus Christus gedragen werden, zodat ze hen niet worden toegerekend.

In plaats daarvan wordt hen het leven van Jezus toegerekend. Hij stond op uit de dood om zijn leven te delen met iedereen die gelooft en zijn Geest ontvangt. Dat geloof opent enorme perspectieven. Wie het kruis serieus neemt, ziet het niet langer als een sieraad of een relikwie. Je ontdekt dat het kruis niet alleen een sprekend symbool is, maar ook een teken dat werkt.

Er gaat kracht vanuit. Gods kracht. Het kruis pakt de doodlopende wegen in ons leven aan, het wijst ons op een betere weg en maakt die ook mogelijk. Het kruis is daarom een teken van hoop voor de toekomst, zo oud als het is. Sterker nog, het is de enige garantie voor een hoopvolle toekomst. Het kruis staat middenin de wereld, zonder dat het aan slijtage onderhevig is. Het verandert ons. Het verbindt ons. Het plaatst ons middenin de wereld met een gemeenschappelijke hoop op eeuwig leven, waarvan de kwaliteit nu al steeds sterker in ons leven doordringt.

 

 

whiteholycross-1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Colossians, Kolossenzen 3 (Part 2) :18-25, 4:1 • Authentic christianity / Authentiek christendom

Standaard

Categoy, categorie :  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Colossians 3 (Part 2) : 18-25, 4:1 • Authentic christianity

.

Kolossenzen 3 (deel2) : 18-25, 4:1 . Authentiek christendom

.

Paul LeBoutillier

.

.