Tagarchief: ketter

De kerk en haar valse leraren

Standaard

Religie

.

.

.

7 dodelijke valse leraren in de kerk vandaag 

                                 

 

7 valse leraren in de kerk vandaag

 

 

De Apostel Paulus waarschuwde er al herhaaldelijk voor: pas op voor valse profeten, leraren en leiders (bijv. Ef. 4:14, 2 Tim. 4:1-5, 2 Tes. 2:3-12 etc.). Zij willen u misleiden en van de waarheid weglokken. De geschiedenis van de kerk van Jezus is niet te scheiden van het werk van Satan om haar te vernietigen. En hoewel de kerk grote uitdagingen van buiten heeft moeten doorstaan zijn de meest desastreuze altijd van binnenuit gekomen.

Want van binnenuit ontstaan ​​de valse leraren, diegenen die dwalingen naar binnen brengen terwijl ze zich voordoen als leraren van de waarheid. Ze nemen vele vormen aan, iedere keer op maat gemaakt voor de tijd, cultuur en context. Hieronder vind je er zeven die je vandaag de dag in de kerk tegenkomt bij het uitvoeren van hun bedrieglijke, destructieve werk. Alles is in mannelijke vorm beschreven maar het kunnen natuurlijk net zo goed vrouwen zijn.

 

 

Vernietiging van de valse profeet door Christus ( de leeuw )

 

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

De Ketter

 

De Ketter is de meest prominente en misschien wel de gevaarlijkste van de valse leraren. Petrus waarschuwde in zijn tweede brief tegen hem.

“Er zijn destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen stiekem met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang.” (2 Petrus 2:1).

 

De Ketter is de persoon die onderwijst wat duidelijk in tegenspraak is met een essentiële leer van het christelijk geloof. Hij is een gezellig figuur, een natuurlijk leider die net genoeg waarheid onderwijst om zijn dodelijke dwaalleer te maskeren. Maar door het geloof te ontkennen en te vieren wat onwaar is, leidt hij zijn volgelingen van de veiligheid van het orthodoxe christelijk geloof naar het gevaar van ketterij.

Vanaf de vroegste dagen van de kerk is ze door de Ketter in zijn verschillende vormen geteisterd. Hij zet zijn slechte werk vandaag voort, soms door de waarheid tegen te spreken en soms door eraan toe te voegen. Hij kan de geloofsbelijdenissen van de Drie-eenheid opnieuw in een kader plaatsen, zoals Arius deed in de derde eeuw en zoals oneness-pentecostals dat vandaag doen.

Hij kan, net als Marcus Borg en andere prominente geleerden, de maagdelijke geboorte of de opstanding van Jezus Christus ontkennen. Net als Jehovah’s Getuigen, kan hij Gods afgewerkte woord veranderen, of zoals Mormonen, daaraan toevoegen. Hij knutselt, telkens weer, stoutmoedig met “het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd” (Judas 1:3b).

 

 

oneness pentecostals

 

 

 

Marcus Borg

 

 

 

De Kwakzalver

 

De Kwakzalver is de persoon die het christendom gebruikt als een middel tot persoonlijke verrijking. Paulus waarschuwde Timotheüs om op zijn hoede te zijn:

“Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets, maar is ​ziek​ door zijn geredetwist en geruzie; dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen, en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt.” ( 1 Timotheüs 6: 3-5).

 

De Kwakzalver is alleen geïnteresseerd in het christelijk geloof in de mate dat het zijn portemonnee kan vullen. Hij gebruikt zijn leidende positie om te profiteren van de rijkdom van anderen. Simon, bijvoorbeeld, was gemotiveerd door de liefde voor geld toen hij probeerde de kracht van de Heilige Geest te kopen (Handelingen 8:9-24). En na hem is de Kwakzalver in vele vormen verschenen, altijd op zoek naar bekendheid in de kerk, zodat hij in extravagantie kan leven.

Toen paus Leo X de beroemde Tetzel opdracht gaf om aflaten te verkopen, financierde de winst niet alleen de reconstructie van de Sint-Pietersbasiliek, maar ook zijn luxueuze levensstijl. In de jaren negentig bracht televangelist Robert Tilton elk jaar tientallen miljoenen dollars binnen door de kwetsbaren en goedgelovigen te exploiteren. Tegenwoordig zetten Benny Hinn, Creflo Dollar en een heel aantal anderen het welvaartsevangelie in om zichzelf te verrijken met de geschenken van hun volgelingen.

 

 

paus Leo x

 

 

 

Robert Tilton

 

 

 

Creflo Dollar

 

 

 

De valse Profeet

 

De Valse Profeet beweert begiftigd te zijn door God om nieuwe openbaringen buiten de Schrift te spreken – nieuwe, gezaghebbende voorspellingswoorden, onderwijzingen, berispingen of aanmoedigingen. In werkelijkheid wordt hij echter door Satan opgedragen en gemachtigd met het doel de kerk van Christus te misleiden en te verstoren. Johannes kondigde een dringende waarschuwing over hem aan.

” Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een ​geest van God​ komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.” (1 Johannes 4:1).

 

Christenen moeten “de geesten testen” om te bepalen of ze voortkomen uit de Heilige Geest of uit een demonische geest. Later verklaarde Johannes dat Gods Woord volledig en af is. Daarbij waarschuwde hij voor mensen die zichzelf gelijk stellen aan Gods Woord door er aan toe te voegen of ervan af te halen.

“Ik verklaar tegenover eenieder die de ​profetie​ van dit ​boek​ hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit ​boek​ beschreven zijn; en als iemand iets afneemt van wat in het ​boek​ van deze ​profetie​ staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de ​heilige​ stad, zoals die in dit ​boek​ beschreven zijn.” (Openbaring 22:18-19).

 

De Profeet verschijnt in de loop van de geschiedenis van de kerk. Al in de tweede eeuw beweerden Montanus en zijn discipelen te spreken in naam van de Heilige Geest. In de negentiende eeuw beweerde Joseph Smith het boek van Mormon van de engel Moroni ontvangen te hebben. Tegenwoordig zit de lucht vol van mensen die beweren in naam van God te spreken door de kracht van de Geest. Persoonlijke profetieën zijn slechts een telefoontje verwijderd. Sarah Young, auteur van de beste christelijke bestseller van het decennium, beweert dapper dat haar boek de woorden van Jezus bevat. De Profeet blijft spreken en misleiden.

 

 

Joseph Smith

 

 

Sara young

 

 

 

De Misbruiker

 

De Misbruiker gebruikt zijn leiderschapspositie om te profiteren van andere mensen. Meestal maakt hij er gebruik van om zijn seksuele lust te voeden, hoewel hij ook naar macht verlangt. Zowel Petrus als Judas waren zich bewust van de lust van de Misbruiker:

“Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen” (2 Petrus 2:2).

 

De Misbruiker beweert dat hij zielen verzorgt, maar zijn echte interesse ligt in hoe hij zijn seksuele behoeften kan bevredigen. Hij werkt zich een weg in het leven van vrouwen, hun vertrouwenskring, huizen en bedden. Wanneer hij geen illegaal seksueel genot nastreeft, is hij vaak een dominant persoon die uit is op macht en hen misbruikt op zijn weg naar bekendheid.

Hij doet dit in de naam van zijn bediening, met de claim van Gods zalving. Hij gebruikt en misbruikt anderen op ongepaste wijze om zijn lusten te voeden. Het is tragisch dat de geschiedenis van het christelijk geloof talloze misbruikers kent. Zelfs in de vroegste dagen van de kerk waren er seks secten en andere verdorven perversies van het geloof. Eeuwenlang was het pausschap weinig meer dan een corrupte machtsstrijd.

Vandaag lijkt het erop dat we iedere week opnieuw horen van een leider die zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele zonden met mannen, vrouwen of zelfs kinderen. Ondertussen horen we de droevige verhalen van overlevenden die misbruikt en terzijde geschoven zijn door een leider die hunkert naar macht. De Misbruiker zet, ook vandaag de dag, zijn werk voort.

 

 

De Stoker

 

De Stoker gebruikt valse leerstellingen om de ​​kerk te verstoren en waar mogelijk zelfs ten gronde te richten. Hij zaait vrolijk verdeeldheid tussen broers en zussen. Judas waarschuwde voor hem:

‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. (Judas 18-19). De stoker zaait verdeeldheid en is verstoken van de Heilige Geest wiens eerste vrucht liefde is en wiens speciale werk gelovigen bij elkaar houdt in de band van vrede (Galaten 5:22, Efeziërs 4:3).

 

Deze valse leraar brengt strijd, geen liefde. Hij genereert facties, geen eenheid. Hij verlangt onenigheid, geen harmonie. Gemeenten en denominaties zijn vaak versplinterd door de Stoker terwijl hij zijn leugens promoot. Hij maakt soms secundaire zaken primair en laat ze functioneren als ‘het’ kenmerk van christelijke volwassenheid, waardoor er facties in het lichaam ontstaan. Soms introduceert hij dus sluwe on-Bijbelse leerstellingen, of hij ondermijnd het bestaande leiderschap. Maar hij doet het allemaal voor een perverse voldoening die gepaard gaat met vernietiging.

 

.

.

De People Pleaser

 

De People Pleaser is de foute leraar die niet gericht is op wat God belangrijk vindt maar op wat de mensen graag willen. Hij is eerder iemand die de mensen naar de mond praat dan dat hij de God-pleaser is. Paulus benoemde hem al:

“Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels” (2 Timotheüs 4:3-4).

 

De People Pleaser hunkert naar populariteit en lof van de wereld. En om het respect van zijn volgers te behouden, predikt hij alleen de delen van de Bijbel die zij acceptabel vinden. Daarom spreekt hij veel over geluk, maar weinig over zonde, veel over de hemel maar niets over de hel. Hij geeft ze alleen wat ze willen horen. Hij predikt een gedeeltelijk evangelie wat helemaal geen evangelie is.

De People Pleaser is al zo oud als de kerk zelf. In de negentiende eeuw was hij Henry Ward Beecher, en in de twintigste was hij Norman Vincent Peale en Robert Schuller. Tegenwoordig is hij Joel Osteen, predikant van de grootste kerk in Amerika, die even bekend staat om zijn brede glimlach als om zijn lege inhoud. Hij predikt een leeg evangelie aan een volle kerk. Net als de valse profeten van Jeremia, zegt hij en de duizenden zoals hij: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede is ” (Jeremia 6:14).

 

 

Henrry Ward Beecher

 

 

Norman Vincent Peale

 

 

Robert Schuller

 

 

Joel Osteen

 

 

 

De Speculant

 

Ten slotte is de Speculant degene die geobsedeerd is door nieuwheid, originaliteit of speculatie. De schrijver van de Hebreeën brief waarschuwde zijn kerk voor deze ‘vreemde leringen’, terwijl Paulus aan Timoteüs opdroeg de kerk te beschermen tegen elke ‘afwijkende leer’ (Hebreeën 13:9, 1 Timotheüs 1:3). Onderwijs, gericht op speculatie, verdringt de zekere en constante leer van de Schrift.

De Speculant gooit het grootste deel van de Bijbelinhoud en het gewicht van de Bijbel opzij om geobsedeerd te raken door zaken die triviaal, fris, nieuw of modern zijn. Hij wordt moe van de oude waarheden en streeft naar respect door originaliteit. Tegenwoordig, zoals in elk tijdperk, is de Speculant geobsedeerd door de eindtijd. Maar op de een of andere manier weerhouden zijn mislukte voorspellingen hem en zijn volgelingen er niet van om er vrolijk mee door te gaan.

Onlangs hebben we hem de duidelijke boodschap van de Schrift zien verduisteren door naar verborgen codes in de Schrift te zoeken. Soms beweegt hij zichzelf in de academische wereld, waar een van zijn recente meester- werken een opnieuw uitgevonden God is, die niet in staat is om de toekomst te zien en te kennen. Terecht beschreef Paulus de Speculant als een tegenstrijdige, oneerbiedige babbelaar (1 Timotheüs 6:20-21).

 

 

Conclusie

 

Satans grootste ambassadeurs zijn geen pooiers, politici of succesvolle zakenmensen, maar voorgangers en leiders in de kerk. Zijn priesters prediken niet een andere religie, maar een dodelijke variant van de ware. Zijn troepen gaan niet voor een frontale aanval, maar werken under cover en sluipen langzaam het andere leger binnen. Satans tactieken zijn slim, voorspelbaar en effectief. Daarom moeten we altijd waakzaam blijven.

“Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen” (Mattheüs 7:15-16a).

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

God en geweld.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Je hoeft maar het tv-journaal te volgen, of je ploft midden in die realiteit. Wat een geweld en wat een leed! Wat is onze wereld voor miljoenen mensen een tranendal! Als je al dat verschrikkelijke op je laat inwerken, kun je als gelovige tot benauwende vragen komen. Waarom laat God dit toe, is wat er gebeurt, te rijmen met alles wat de Bijbel zegt over zijn liefde?

 

 

De onrust neemt nog meer toe wanneer we ons realiseren hoeveel geweld we zelfs in de Bijbel ontmoeten. Druipt Israëls geschiedenis vaak niet van bloed? En staat het Oude Testament niet vol met oordeelsaankondigingen die ons met huiver vervullen? In dit artikel staan we stil bij wat professor Eric Peels, de oudtestamenticus van de TU Apeldoorn, over God en geweld schrijft.

 

 

 

 

 

Grondlijn

 

Peels wijst er terecht op dat niet alle geweld hetzelfde is. Er is geweld dat door en door slecht is, dat uitsluitend het eigenbelang zoekt en de ander minacht. Maar er is ook antigeweld dat er juist op uit is het kwaad te keren en de ander tot zijn recht te laten komen. Het geweld dat terroristen hanteren, is iets anders dan wanneer de ME met harde hand de openbare orde herstelt.

De hele wereld van geweld kom je ook in de Bijbel tegen. Daarin is de Bijbel zeer actueel: hij gaat niet voorbij aan de rauwe werkelijkheid. En voor alle slachtoffers van kwaadaardig geweld mag het troostvol zijn dat de God van de Bijbel ook met het geweld van doen heeft. De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen.

Zeker als je de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament op zich bekijkt. Men kan zich de vraag stellen of dat wat
er bijvoorbeeld met Sodom en de inwoners van Jericho gebeurt, te rijmen is met een God van liefde. Maar dan vergeet je – wat Peels noemt – de grondlijn en doe je geen recht aan heel het Oude Testament. Deze grondlijn is die van recht en vrede. God laat zijn door de zonde verworden wereld niet los, maar werkt dwars tegen het kwaad in naar zijn wereld van recht en vrede.

Om tot die wereld te komen moet Hij soms onvermijdelijk ook gebruik maken van geweld. Antigeweld om het kwaad in te dammen, af te straffen en weg te doen. Sodom wordt omgekeerd. Jawel, maar Gods geweld is hier duidelijk antigeweld: de klachten over de praktijken van Sodom riepen om zijn ingrijpen (vgl. Gen. 18:20). En bij de inwoners van Kanaän was het niet anders (vgl. Gen. 15:16).

Wie denkt dat het Oude Testament geweld verheerlijkt, gaat eraan voorbij dat het een verstrekkende antigeweldboodschap bevat. Juist in tegenstelling met religieuze teksten uit de oude wereld rondom Israël. In een cultuur van grenzeloze wedervergelding (Lamech, 77 keer, Gen. 4) zegt God: slechts één oog voor een oog, slechts één tand om één tand (Lev. 24:20).

Frappant is hoezeer de profeten Israëls koningen om hun geweld ter verantwoording roepen. David mag Gods huis niet bouwen, nota bene omdat hij ‘een man van bloed’ is.

 

 

 

 

 

Godsbeeld in het Oude Testament

 

Maar wat het Oude Testament zegt over Gods antigeweld en zijn afkeer van onrechtmatige agressie, brengt ons vragend hart niet tot rust. Integendeel, het roept extra spanning op. Want hoe is dat alles dan te rijmen met een voor ons gevoel buitensporig goddelijk geweld bij de omkering van Sodom, de zondvloed, de uitroeiing van Amalek en in schrikbarende oordeelsprofetieën als Amos 4? Als de Here een God van liefde is, kan dit toch niet.

Is het ook niet in strijd met die grondlijn die we ontdekten in het Oude Testament? Peels wijst erop  dat er
zich in het denken van moderne mensen over God een ingrijpende verandering heeft voltrokken. Je kunt spreken van een metamorfose in het godsbeeld. Het is van kleur verschoten, zachter en lichter geworden. God is niet meer de Koning, de Rechter, de Wreker.

Het accent komt te liggen op zijn barmhartigheid, liefde en genade. Deze metamorfose past goed in een cultuur die voorrang geeft aan de mondige mens met zijn keuzevrijheid en zelfontplooiing. Geloof moet passen bij de mens en aansluiten bij de eigen ervaring. Waar vorige generaties bijbellezers weinig problemen hadden met al het geweld in de Schrift, roept dit thans problemen op doordat het beeld dat men van God heeft, veranderd
is.

Diep in het Oude Testament is de verkondiging verankerd van de barmhartige God die liefde is en die daarom ook zo ontzagwekkend kan toornen. Hij, die het recht en de gerechtigheid liefheeft, blijft niet onbewogen bij de schending daarvan. In een eerdere studie wees Peels op Gods heilige naijver (vgl. Ex. 34:14; Deut. 5:9; Nah. 1:2), die niet duldt dat Hem tekort wordt gedaan.

Wat de Schrift daarover zegt, dient ook ons beeld van God te bepalen, want het gaat hier om iets wat zeer wezenlijk voor onze God is. Wanneer wij denken: dit is voor ons gevoel buitensporig, moeten we bescheiden zijn. Daarvoor is de demonische werkelijkheid van het kwaad te groot en de ondoorgrondelijkheid van de God van de Bijbel te groot.

De geweldteksten in het Oude Testament openen onze ogen voor wie de God van liefde ook is, en wie wij mensen zijn. Hij is de totaal Andere, de Heilige die geen geweld uitoefent om het geweld, maar bij wie geweld op de een of andere manier steeds weer heeft te maken met zijn afschuw van het kwaad. Zijn geweld staat in het brede kader van zijn gerechtigheid, en dient het herstel van vrede en recht.

 

 

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

De kerk heeft altijd ook het Oude Testament als Gods gezaghebbend Woord vastgehouden. Vanzelfsprekend is dit niet. Juist de geweldteksten gaven aanleiding voor de roep om het Oude Testament af te schaffen. De ketter Marcion maakte in de tweede eeuw reeds korte metten met het Oude Testament. De God van toorn en geweld is niet de Vader van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament verkondigt ons een andere God, de God van liefde en vrede. Nog altijd spookt de geest van deze ketter rond wanneer het gaat om het beeld van God waaraan moderne mensen (soms ook christenen) de voorkeur geven. Peels wijst erop dat er geen tegenstelling is tussen de beide testamenten op dit punt. De
nieuwtestamentische auteurs hebben helemaal geen kritiek op het Oude Testament.

Integendeel, zij citeren het en halen zelfs woorden uit de vloekpsalmen aan. Jezus gebruikt soms in zijn waarschuwingen voor de hel de taal van het geweld. Het Lam blijkt ook een Leeuw te zijn. De gemeente wordt op het hart gebonden dat onze God ‘een verterend vuur’ is (Heb. 12:29). In het Nieuwe Testament wordt pas goed duidelijk hoezeer Gods toorn over afkerige mensen gaat (Joh. 3:36; Rom. 1:18).

Gods toorn is duidelijk te lezen in de Openbaring, een boek dat vol is van het geweld dat de toorn van God en van het Lam over onze wereld brengt. Er is geen tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament, wel een verschil, zo schrijft Peels. Het verschil is niet een ánder godsbeeld. Wel is het zo dat vrede en verzoening
in het Nieuwe Testament meer nadruk krijgen.

 

Dat komt omdat de weg van God met zijn volk en de wereld veranderd is. In de persoon en het werk van Jezus Christus.

 

In Hem is de wereld van vrede definitief doorgebroken en reikt God met het evangelie de hand aan alle volken. De kerk behoeft niet meer met geweld haar erfenis te bevechten, maar strijdt nu met het Woord, terwijl ze biddend uitziet naar de dag waarop God aan al het geweld van mensen een einde maakt en zijn vrede voorgoed aanbreekt.

 

 

 

 

 

Afsluitend

 

De bijdrage van professor Peels laat de lezer zien hoe actueel deze bijdrage is. Hier wordt echt een ‘heet hangijzer’ aangepakt en worden we verder geholpen als het gaat om de vraag wat we aanmoeten met de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament, en hoe een God van liefde ook ‘verwoesting’ op aarde kan aanrichten (vgl. Ps. 46:9).

Peels’ bijdrage komt in de prediking te weinig aan bod, terwijl een kerkganger er best mee zit en in de
theologie van vandaag is het thema ‘God en het geweld’ volop aan de orde. Peels’ bijdrage is beperkt. Dat kon ook niet anders. Het recht doen van God aan verdrukten, dat ook in het Oude Testament zo sterk naar voren komt, blijft onderbelicht.

De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen omdat God recht zal doen. Wat Peels schrijft, vormt een belangrijke aanzet om af te rekenen met het kwellende idee dat in het Oude Testament de bron van veel geweld en
agressie ligt.