Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
Exodus 17: 1-7 > water uit rots
8-16 > Israël verslaat de Amalekieten
Exodus 18: 1-12 > Jethro bij Mozes
13-27 > oversten over het volk
Exodus 17-18 > Skip Heitzig











Pasteltekening van John Astria


Terwijl ik zit in het groene gras in de schaduw van de boombladeren, en omhoog tuur naar die grote blauwe hemel, glimlacht mijn hart en voel ik de vreugde die voortkomt uit het voelen van de aanwezigheid van een ontzagwekkende God. Ik weet dat God ontzagwekkend is, wanneer ik de manier overpeins waarop Hij alle dingen heeft gemaakt, zichtbaar en onzichtbaar, en vooral de manier waarop Hij ons mensen gemaakt heeft.
In de natuur voel ik de aard van God. Door het zingen van de vogels voel ik een neiging om zelf voor de Heer te zingen om Hem te prijzen en te aanbidden. Wanneer ik God vereer, dan raakt Hij mijn hart aan en openbaart Hij Zichzelf aan mij op een erg speciale manier in de natuur, onze omgeving. Er zijn de bossen en de stranden, de zon die elke dag opkomt en weer ondergaat, de stralende maan en de schitterende sterren in de nacht, de regen en nog veel meer.
Ik realiseer me nu waarom ik, elke keer als ik over zulke dingen uitkijk, een ander soort intensiteit voel. Daarnaast word ik ook in mijn eigen leven herinnerd aan Gods goedheid en trouwhartigheid. “God is goed, de hele tijd. Hij stopt een lied voor verering in dit hart van mij. God is de hele tijd goed!” Heb je dat liedje ooit gehoord?
Dat is de kern van de aard van God. Hij is zo goed dat Hij voor ons zorgt en onvoorwaardelijk van ons houdt.
“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16).
Dit is één van de meest bekende Bijbel verzen, maar begrijpen we werkelijk wat dit voor ons eigen leven betekent? Stel je eens voor dat je zelf maar één zoon zou hebben, een zoon waar je voor zou zorgen en ontzettend veel van zou houden. Zou jij bereid zijn om het leven van je zoon op te offeren om iemand anders te redden? Zou jij je kunnen veroorloven om zijn leven op het spel te zetten voor het belang van anderen? God deed dit. Dat is waarom we Jezus Christus hebben. Het boek van Johannes zegt, in vers 6 van hoofdstuk 16, dat Jezus de weg, de Waarheid en het Leven is. Niemand kan bij de Vader komen dan door Hem.
Het enige dat wij hoeven te doen om een eeuwig leven te hebben is Jezus Christus aanvaarden als onze Heer en Verlosser, berouw hebben van onze zonden en om vergeving te vragen. Het is onze keuze. Het is de aard van God!
Het prijzen en aanbidden van God lijkt universeel te zijn. Heb jij ooit van een ontdekkingsreiziger gehoord die een nieuwe stam of cultuur ontdekte die niets vereerde? Aanbidding is voor elk mens een natuurlijk instinct en een primaire behoefte. Een eenvoudige definitie van aanbidding is een grote toewijding aan of het eren van een Goddelijk wezen. Neem even de tijd om na denken over datgene waar jij in dit leven het meest aan toegewijd bent. Stel jezelf dan de volgende vraag: “Is dit mijn toewijding waardig? Aanbid ik wel een Goddelijk wezen?”
We aanbidden niet allemaal dezelfde God, maar iedereen aanbidt iets of iemand. Omdat we allemaal aanbidden, zouden we de reden voor dit verlangen nader moeten bekijken. De meest logische conclusie is dat we door een hoger wezen zijn geschapen met het doel om te aanbidden.
De mens is onophoudelijk op zoek naar de antwoorden op de fundamentele vragen over de menselijke oorsprong, de aard van de mens en de uiteindelijke bestemming van de mens. Er is een boek dat de antwoorden op al deze vragen heeft, waaronder onze vragen over aanbidding. De Bijbel is een wonderbaarlijk en mysterieus boek; God heeft de Bijbel gekozen als de wijze waarop Hij met ons communiceert.
God is in zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament het brandpunt van onze toewijding.
In Exodus 20:2-3 zegt God: “Ik ben de Heer, uw God … Vereer naast mij geen andere goden”.
In Matteüs 4:10 zegt Jezus: “Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”
Aanbidding is dus niet slechts een natuurlijk instinct, het is een gebod van God.
Alleen God is onze toewijding, onze lof en onze aanbidding waardig. Hij is God, onze Schepper. Wij worden geboden om Hem te prijzen en te aanbidden.
Psalm 96:9 zegt: “Buig u voor de Heer in zijn heilige glorie, huiver, heel de aarde, als hij verschijnt.” Psalm 29:2 zegt: “Erken de Heer, de majesteit van zijn naam, buig u voor de Heer in zijn heilige glorie.”
Zonder aanbidding zouden we miserabel ronddolen. God wil niet dat we ons miserabel voelen; Hij heeft een perfect plan voor onze levens. Hij heeft zo veel dingen gedaan om te laten zien dat Hij van ons houdt en hij wil dus niet dat wij ons miserabel of ellendig voelen. Hij wil dat we hoop hebben op een toekomst met Hem. Hij wil dat we een eeuwig leven met Hem in de hemel hebben.
Een leven gevuld met lof en aanbidding bevredigt onze diepste behoeften en wonderbaarlijk genoeg geeft dit ook God een immense vreugde.
Sefanja 3:17 stelt: “De Heer, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen.”
God vertelt ons in Zijn Woord hoe we Hem kunnen prijzen en aanbidden.
Johannes 4:23 zegt: “Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden”.
Om God oprecht te kunnen aanbidden, moeten we weten dat Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij”.
Voordat je kunt aanbidden op de manier zoals God dat wil, moet je dus eerst een relatie met Hem zijn begonnen door in Jezus, Zijn Zoon, te geloven.
De beste manier waarop we God kunnen prijzen en aanbidden is met elke gedachte en met elke daad. Romeinen 12:1-2 stelt: “Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is”.
Veel mensen denken dat lofprijzing en aanbidding niets meer is dan liedjes zingen, maar het is zo veel meer! Het is ook een toestand van je hart; een bereidheid om God te verheffen en je aan Zijn wil over te geven. Aanbidding is een uitdrukking van liefde en ontzag voor de God die ons meer geeft dan we verdienen. Of jij je aanbidding nu vorm geeft door middel van zingen, muziek, dansen of op een andere manier, vergeet niet dat je er toe geroepen bent om God met elke handeling te aanbidden, elke dag van je leven. God is heilig, liefdevol en onze aanbidding en toewijding waardig.
“Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.” (Deuteronomium 6:5)
Pasteltekening van John Astria
In Richteren : 13 lezen we over de geboorteaankondiging van Simson. De moeder van Simson was altijd onvruchtbaar geweest en had dan ook geen kinderen. Maar dan spreekt God: Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En waar kennen we die zin ook alweer van? God belooft bij de geboorteaankondiging van Simson verder dat hij een begin zal maken om Israël te verlossen, het werk dat de Heere Jezus uiteindelijk zal voltooien.
Het bekendste symbool van Jezus in het Oude Testament is misschien wel Jozef. Veel Bijbel uitleggers zien in het leven van Jozef veel terug van de Heere Jezus: hij wordt door zijn broers afgewezen, door een ander volk als verlosser binnengehaald en later alsnog door zijn broers erkend. Dat wijst vooruit naar het leven van Jezus. Hij wordt door Zijn eigen volk uitgeleverd in dienst van de andere volken, die Hem daarna als Verlosser erkennen. Uiteindelijk zal Hij ook door Zijn eigen volk worden erkend als Messias.
Zelfs de eerste mens wees al op de komst van de Messias. In Romeinen 5:14 staat: Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.
Adam is de enige Bijbelse figuur waarover in de Bijbel zelf wordt geschreven dat hij een symbool is van Jezus. Opmerkelijk, want je zou zeggen dat de eerste zondaar nou niet direct een voorbeeld is van de Messias. Toch wordt Adam door Paulus zo genoemd. Een uitleg hiervan is dat Adam zichzelf vernederde voor zijn vrouw Eva, zoals Christus Zich vernederde voor de mens. (lees in dat verband ook Efeze : 5)
In Genesis 14:18 wordt voor het eerst melding gemaakt van een zekere Melchizedek. Zijn naam betekent Koning van de Gerechtigheid. Hij was de koning van Salem (= vrede), dus was hij ook de Koning van de Vrede. Dat is een wel heel duidelijke vooruitwijzing naar Jezus. In Hebreeën : 7 wordt verder van Melchizedek gezegd dat hij, net als Jezus, geen oorsprong en einde kent.
In Genesis lezen we dat Abraham een merkwaardige opdracht krijgt van God: hij moet zijn zoon Izaäk offeren. Dat moest gebeuren op de berg Moria (Genesis 22:2). De opdracht blijkt gelukkig alleen maar een test te zijn van Abrahams geloof, maar de offerlocatie blijft opvallend. Op de uitlopers van de berg Moria vinden we namelijk Golgotha: de plek waar God Zijn eigen Zoon heeft geofferd.
In het Paasevangelie zijn er een aantal opmerkelijke verbanden te zien tussen het lijden van de Heere Jezus en de manier waarop Israël het Pesachfeest viert:
Ook de geschiedenis van het volk Israël is een vooruitwijzing naar het leven van Jezus:
Pasteltekening van John Astria
|
.
.

.
.
.
Deuteronomium 20:19
.
19 Wanneer gij lange tijd een stad belegert, daartegen strijdende om haar in te nemen, dan moogt gij het geboomte daaromheen niet vernietigen door de bijl erin te slaan, maar gij moogt daarvan wel eten, doch het niet vellen; want zijn de bomen in het veld mensen, dat zij door u bij het beleg betrokken zouden worden?
.
2 Koningen 3:19
.
19 zodat gij alle versterkte steden, de keur der steden zult innemen en alle goede bomen vellen en alle waterbronnen dichtstoppen en alle goede akkers met stenen bederven.
Dit betreft twee totaal verschillende militaire operaties met twee totaal verschillende doelstellingen.
Een simpele blik op de context lost de zogenaamde ‘contradictie’ op. In Deuteronomium 20:19 is het er duidelijk om te doen een stad in te nemen. Omdat het de bedoeling is dat de Israëlieten vervolgens zelf de stad zullen bewonen, moeten de bomen met eetbare vruchten eraan blijven staan (dat geldt niet voor de andere bomen, zoals blijkt uit Deuteronomium 20:20).
In 2 Koningen 3 is het er echter om te doen Moab een vernietigende slag toe te brengen, zonder dat de Israëlieten vervolgens dat land moeten gaan bewonen. Het verdelgen van voedselbronnen is onderdeel van deze vernietigende slag.
.
.
.
.
.
Deuteronomium 27:26
.
26 Vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt. En het gehele volk zal zeggen: Amen.
.
Galaten 3:10
.
10 Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.
Galaten 3:10 citeert Deuteronomium 27:26. De tegenstrijdigheid moet kennelijk liggen in het verkeerd citeren? Maar het verschil is te verwaarlozen, en inhoudelijk komt het op hetzelfde neer.
Kleine verschillen tussen nieuwtestamentische citaten en de oorspronkelijke oudtestamentische teksten kunnen ook ontstaan doordat het NT meestal de Septuagint citeert. Zo ook in dit geval. Deuteronomium 27:26 staat als volgt in de Septuagint:
Deuteronomium 27:26 (Septuagint, Engelse vertaling)
26 Cursed is every man that continues not in all the words of this law to do them: and all the people shall say, So be it.
Noot: de Septuagint (LXX) is een Griekse vertaling van het Oude Testament, die rond 250 voor Christus vertaald werd.
Ter vergelijking de Engelse NIV van Galaten 3:10:
Galaten 3:10 (New International Version)
10 For as many as are of the works of the law are under a curse. For it is written, “Cursed is everyone who doesn’t continue in all things that are written in the book of the law, to do them.”
Dit komt al veel beter overeen. En let op: als de Bijbel iemand citeert hoeft het niet exact, woord voor woord, overeen te komen. Het is vaak een parafrase.
Misschien bedoelde de opsteller van de lijst met vermeende contradicties dat de tegenstrijdigheid er in zit dat Galaten zegt dat iedereen die het van de wet verwacht vervloekt is, terwijl Deuteronomium zegt dat iedereen die de wet niet gehoorzaamt vervloekt is. Maar het is natuurlijk onwaarschijnlijk dat Paulus het vers, dat hij zelf citeert, tegen zou spreken, dus beter lezen is geboden. Hij citeert Deuteronomium 27:26 om aan te tonen dat iedereen vervloekt is, omdat niemand zich aan de wet kan houden. Dus moeten we op een andere manier redding krijgen: door het offer van Christus. Christus heeft de vloek op zich genomen, want vervloekt is degene die aan een paal hangt, zie Deuteronomium 21:22,23.
.
.
Pasteltekening van John astria
.
.
.
2 Samuël 6:6
.
6 Maar toen zij bij de dorsvloer van Nakon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit naar de ark Gods en greep haar, omdat de runderen uitgleden.
.
1 Kronieken 13:9
.
9 Maar toen zij bij de dorsvloer van Kidon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit om de ark te grijpen, daar de runderen uitgleden.
Er zijn legio mogelijkheden:
.
.
.
.
2 Samuel 8:4
.
4 En David nam van hem gevangen zeventienhonderd ruiters en twintigduizend man voetvolk, en David liet alle wagenpaarden, met uitzondering van honderd, de pezen doorsnijden.
.
1 Kronieken 18:4
.
4 David veroverde op hem duizend wagens, zevenduizend ruiters en twintigduizend man voetvolk; alle wagenpaarden, met uitzondering van honderd, liet David de pezen doorsnijden.
In de Statenvertaling staat 2 Samuel 8:4 als volgt weergegeven:
2 Samuel 8:4
4 En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.
Merk het verschil op tussen de Statenvertaling en de NBG ’51 vertaling. In de Statenvertaling is er sprake van duizend wagens en zevenhonderd ruiters, terwijl er in de NBG sprake is van zeventienhonderd ruiters. Merk ook op dat ‘wagens’ in de Statenvertaling schuingedrukt staat. Dit is omdat het woord ‘wagens’ niet in de grondtekst voorkomt, maar door de statenvertalers is toegevoegd tussen ‘duizend’ en ‘zevenhonderd’ (en niet onterecht, zoals we zullen zien). In 1 Kronieken 18:4 wordt ook melding gemaakt van duizend wagens.
De contradictie is ontstaan doordat er een kopieerfout is gemaakt. Oorspronkelijk stond er in Samuel:
…duizend wagens, zeven duizend ruiters…
Later heeft een kopiist het woord ‘wagens’ per ongeluk weggelaten:
…duizend zeven duizend ruiters…
Omdat ‘duizend zevenduizend’ niet bestaat, heeft iemand dat later veranderd in:
…duizend zeven honderd…
Oftewel, zeventienhonderd, zoals we in onze moderne vertalingen zien. Dit verklaart zowel het verschil tussen 2 Samuel 8:4 en 1 Kronieken 18:4 in het aantal ruiters, als het ontbreken van de duizend wagens in Samuel.
Bijbelsceptici zullen dit waarschijnlijk zien als een ad hoc verklaring. Maar er is bewijsmateriaal dat bevestigt dat er in de oorspronkelijke geschriften van Samuel gewoon ‘…duizend wagens, zeven duizend ruiters…’ stond. In de Septuagint staat er namelijk in 2 Samuel 8:4:
2 Samuel 8:4 (Septuagint, Engelse vertaling)
4 And David took a thousand of his chariots, and seven thousand horsemen, and twenty thousand footmen: and David houghed all his chariot horses, and he reserved to himself a hundred chariots.
Hier staat dus hetzelfde als in Kronieken. Ook een aantal Dode Zee rollen bevestigen dit. De Septuagint en de Dode Zee rollen zijn dik duizend jaar ouder dan de oudste overgebleven manuscripten van de Masoretische tekst, waar ons Oude Testament op gebaseerd is. Dit is dus het doorslaggevende bewijsmateriaal dat deze contradictie is ontstaan door een kopieerfout en dus niet voorkwam in de oorspronkelijke geschriften.
.
.
.
.
.
2 Samuel 10:18
.
18 doch de Arameeërs sloegen voor Israël op de vlucht, en David doodde van de Arameeërs zevenhonderd wagenpaarden en veertigduizend ruiters. Hun krijgsoverste Sobak verwondde hij zó, dat hij daar stierf.
.
1 Kronieken 19:18
.
18 maar de Arameeërs sloegen voor Israël op de vlucht, en David doodde van de Arameeërs zevenduizend wagenpaarden en veertigduizend man voetvolk. Ook Sofak, de krijgsoverste, doodde hij.
Er zijn hier twee contradicties:
De eerste is waarschijnlijk opnieuw een kleine kopieerfout, waarin 7000 hoogst waarschijnlijk het correcte getal is.
De tweede contradictie is simpel opgelost. Het waren veertigduizend dragonders. Dat zijn infanteristen die zich te paard verplaatsen. Tijdens de Amerikaanse revolutie werden dragonders ingezet door de Britten, net als de Arameeërs zonder succes.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
2 Samuel 23:8
.
8 Dit zijn de namen van de helden van David: Een inwoner van Sebet der Tachkemonieten, de aanvoerder der hoofdlieden, namelijk Adino, de Esniet, (zwaaide zijn speer) over achthonderd, die in één keer verslagen waren.
.
1 Kronieken 11:11
.
11 Dit is dan de opsomming van de helden van David: Jasobam, de zoon van Chakmoni, aanvoerder van de dertig; hij zwaaide zijn speer over driehonderd, die in één keer verslagen waren.
Het is twijfelachtig waarom dit gezien wordt als een contradictie. Het gaat over twee verschillende personen, de één versloeg er 300, de ander 800.
.
.
.
.
.
2 Samuel 24:1
.
1 De toorn des HEREN ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda.
.
1 Kronieken 21:1
.
1 Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tellen.
God werkt vaak via andere uitvoerenden. Dan heeft God het ‘gedaan,’ maar ook de uitvoerende. Twee voorbeelden zijn Jozef en Job:
Jozef werd door zijn broers als slaaf verkocht en naar Egypte gevoerd, waar hij onderkoning werd en Egypte (en daarmee de omliggende gebieden) kon voorbereiden op zeven jaren hongersnood. Later komt ook de rest van zijn familie naar Egypte. Achteraf zegt hij tegen zijn broers:
Genesis 45:5-8
5 Maar weest nu niet verdrietig en ziet er niet zo ontsteld uit, omdat gij mij hierheen verkocht hebt, want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uit gezonden. […] 7 Daarom heeft God mij voor u uit gezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde, en om voor u een groot aantal geredden in het leven te behouden. 8 Dus zijt gij het niet, die mij hierheen gezonden hebt, maar God; Hij heeft mij gesteld tot Farao’s vader en tot heer over geheel zijn huis en tot heerser in het gehele land Egypte.
Genesis 50:20
20 Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden.
De aardse uitvoerenden waren Jozefs broers, maar daarboven stond God, die het van tevoren zo van plan was en het bestuurde.
Job was een rijke, godvrezende man. Satan klaagde Job bij God aan, met de beschuldiging dat hij God enkel diende omdat hij een gemakkelijk, welvarend leven had. God gaf satan toestemming met Job te doen wat hij wilde. En dan zegt God:
Job 2:3
3 Toen zeide de HERE tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En nog volhardt hij in zijn vroomheid, hoewel gij Mij tegen hem hebt opgezet om hem, zonder oorzaak, in het verderf te storten.
Dus God heeft Job in het verderf gestort, terwijl satan de eigenlijke uitvoerende was. Gods deel was dus dat Hij opdracht, of toestemming gaf.
Dus wat kan er gebeurd zijn in het geval van 2 Samuel 24 en 1 Kronieken 21? God was waarschijnlijk de opdrachtgever (of Hij gaf slechts toestemming, in het geval dat er een aanklacht en schuldeis van satan aan vooraf gingen) en satan voerde het uit.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
2 Samuel 24:13
.
13 Daarop kwam Gad bij David, deelde hem dit mee en zeide tot hem: Zal er zeven jaar hongersnood in uw land komen? Of wilt gij drie maanden vluchten voor uw tegenstanders, terwijl dezen u vervolgen? Of zal er drie dagen pest zijn in uw land? Welnu, denk na en overweeg, wat ik mijn Zender moet antwoorden.
.
1 Kronieken 21:11,12
.
11 Daarop kwam God bij David en zeide tot hem: Zo zegt de HERE: kies 12 òf drie jaren hongersnood, òf drie maanden vluchten voor uw tegenstanders, terwijl het zwaard van uw vijanden u achterhaalt, òf drie dagen dat het zwaard des HEREN, de pest, in het land heerst en de engel des HEREN in het gehele gebied van Israël verderf brengt. Overweeg dan nu, wat ik mijn Zender moet antwoorden.
Deze contradictie is ontstaan door een kopieerfout in Samuel, waar oorspronkelijk ook sprake was van drie jaar hongersnood. Opnieuw ondersteunt de LXX deze oplossing is, want daar staat in 2 Samuel:
2 Samuel 24:13 (Septuagint, Engelse vertaling)
13 And Gad went in to David, and told him, and said to him, Choose one of these things to befall thee, whether there shall come upon thee for three years famine in thy land; or that thou shouldest flee three months before thine enemies, and they should pursue thee; or that there should be for three days mortality in thy land. Now then decide, and see what answer I shall return to him that sent me.
Observaties:
.
.
.
.
.
.
.
.