Dagelijks archief: oktober 13, 2024

Judges, Rechters 19-21 / Gibea en de stam Benjamin

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

Rechters 19: Het gastrecht geschonden in Gibea

Rechters 20: Gibea en Benjamin gestraft

Rechters 21: Het voortbestaan van de stam Benjamin verzekerd

 

 

Judges 19-21 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

De kracht van de draak!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

de zwangere vrouw en de draak; Openbaring 12

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

job 40

 

20 Kunt u de krokodil met een haak en een vislijn vangen? Of een lasso om zijn tong leggen?

21 Kunt u hem met een touw door zijn neus in bedwang houden of zijn kaak met een pin doorboren?

22 Zal hij u smeken om medelijden of u door vleiende woorden proberen om te praten?

23 Zal hij zich er bij neerleggen dat u hem voor zijn verdere leven tot slaaf maakt?

24 Kunt u hem net als een vogel in een huisdier veranderen en uw kleine dochtertjes met hem laten spelen?

25 Zullen de mannen die samen vissen hem aan de vishandelaren verkopen en zullen deze hem onder zich verdelen?

26 Zal zijn huid worden doorboord met pijlen of kan iemand een harpoen in zijn kop planten?

27 Als u hem met de hand wilt aanraken, zal het gevecht dat volgt u nog lang heugen en u zult dat geen tweede maal proberen.

28 Nee, het is onmogelijk hem te vangen. Alleen al wanneer je naar hem kijkt, deins je terug.”

 

 

Job 41 : Het Boek 

 

41 “Er is niemand die het waagt hem op te hitsen, laat staan dat er iemand is die wil proberen hem te overwinnen. En als niemand tegen hem is opgewassen,

zou er dan wel iemand bestaan die het tegen Mij kan opnemen? Ik ben niemand iets schuldig. Alles onder de hemelen is van Mij.

Ik mag niet vergeten de geweldige kracht van zijn ledematen en zijn elegante lichaamsbouw te noemen.

4-5 Wie durft zijn huid af te stropen en met een bit binnen het bereik van zijn machtige kaken te komen, laat staan ze open te trekken? Want zijn tanden zijn vreselijke wapens.

6-8 De overlappende schubben op zijn rug vormen een ondoordringbaar pantser, zodat er geen lucht tussen kan komen en niemand erin slaagt ze te doorboren.

Wanneer hij snuift, schieten lichtflitsen naar buiten. Zijn ogen gloeien als de eerste zonnestralen.

10 Vuur springt uit zijn muil.

11 Er komt rook uit zijn neusgaten, net als uit een kookpot die op een fel brandend vuur staat.

12 Ja, zijn adem kan kolen laten ontbranden; vlammen schieten op uit zijn bek.

13 In zijn nek schuilt een angstaanjagende kracht, die overal verschrikking zaait.

14 Zijn vlees is hard en stevig, niet zacht en vet.

15 Zijn hart is zo hard als rots, als een molensteen.

16 Als hij opstaat, slaat zelfs de sterkste mannen de angst om het hart. Zij vluchten weg voordat ze door hem worden verpletterd.

17 Een zwaard is een nutteloos wapen tegen hem en ook andere wapens halen niets uit.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Gods Woord: het enige wapen dat de duivel aan kan!

 

“Zal hij ook voor zijn gezicht neergeslagen worden?” (Job 40 : 28). Het is een sterk wezen. In Job 41 : 6 – 8 en 14 leest u over zijn schilden en zijn vlees. Het is met aardse wapens niet te verslaan, maar, zoals Hebr. 4 : 12 zegt: “het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling van de ziel; en van de geest, en van de samenvoegselen, en van het merg”. De Heere Zelf zal hem verslaan!

Maar hierin ziet u ook het enige wapen wat wij in de geestelijke wapenrusting ter beschikking hebben (Ef. 6 : 17): Het Woord van God. Wanneer Jezus Christus door de duivel, een wezen dat ook Gods Woord citeert, in de woestijn verzocht wordt, weerlegt de Heere Jezus hem met het Woord (Luk. 4 : 1 – 15): “Er is geschreven…” Het Woord is zeer vast, en niet van eigen uitlegging. Alleen het Woord van God kan de vijand aan, kan de vijand weerleggen, en uiteindelijk verslaan. Maar dat laatste zal het Vleesgeworden Woord Zelf doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

 

Groeien in de duisternis

Standaard

categorie : religie

.

.

In Genesis zweeft God in de duisternis en Jezus bad vaak ’s nachts in alle eenzaamheid.  In de duisternis kan iets moois ontstaan. In de donkere momenten van je leven, als je somber bent, als het tegenzit, juist dan kun je groeien. God heeft de dag gemaakt, maar ook de nacht, en die is er niet voor niets. In de duisternis zoekt God je op.

.

.

.

.

Bijbelteksten: 

.

‘God maakte de nacht’ – Genesis 1:1-5

.

1 In de beginne schiep God de hemel en de aarde. 
2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. 
3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. 
4 En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. 
5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
.
.

– ‘Moeder Maria zwanger’ – Lucas 1:39-56

.

39 Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda,
40 waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette.
41 Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest
42 en riep luid: De meest gezegende ben je van alle vrouwen», en gezegend is de vrucht van je schoot! 
43 Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
44 Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
45 Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
46 Maria zei:‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
47 mijn hart juicht om God, mijn redder:
48 hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
49 ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam.
50 Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert.
51 Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
52 heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.
53 Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
54-55 Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:
hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.
56 Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.
.
.

– ‘Zaadkorrels in het duister’ – Marcus 4:26-29; Johannes 12:24-25

.

Marcus 4:26-29

26 In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait;

27 hij slaapt en staat op, ’s nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe.

28 Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar.

29 Zodra de vrucht het toelaat slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de oogst.”

Johannes 12:24-25

24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort. 
25 Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
.
.
.
.
.
.

– ‘Jezus bidt ’s nachts’ – Lucas 6:12-16; Lucas 21:37-38; Lucas 22:39-46

.

Lucas 6:12-16

12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar de berg, om te bidden, en Hij bleef de nacht over in het gebed tot God. 
13 En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde: 
14 Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeus; 
15 Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes; 
16 Judas, den broeder van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is.

Lucas 21:37-38

  1. Overdag gaf Hij onderricht in de tempel, maar ’s nachts vertrok Hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg.

38. Iedere ochtend kwam al vroeg het hele volk naar de tempel om naar Hem te luisteren.

Lucas 22:39-46

  1. En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar de Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.
  2. En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.
  3. En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,
  4. Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
  5. En van Hem werd gezien een engel uit de hemel, die Hem versterkte.
  6. En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
  7. En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.
  8. En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.

.

– ‘Zonsverduistering’ – Lucas 23:44-45

.

  1. En het was omtrent de zesde ure, en er werd duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
  2. En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde midden door.
  3. En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
  4. Als nu de hoofdman over honderd zag, wat er geschied was, verheerlijkte hij God, en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig.
  5. En al de scharen, die samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen, die geschied waren, keerden wederom, slaande op hun borsten.

.

– ‘Opstaan uit de nacht’ – Romeinen 6:8-9

.

  1. Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;
  2. Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem.

.

.

.

.