Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 100 • Make a joyful noise!
.
Psalmen 100 . Maak een vreugdevol geluid
.
Paul LeBoutillier
.








.
Agrimonia eupatoria
Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens dezonne-methode.
.
.
Voor vrolijke, opgeruimde, humoristische mensen die gek zijn op vrede, die van slag raken door onenigheid en ruzie, waardoor ze bereid zijn om heel wat op te geven om dat te voorkomen.
Hoewel ze gewoonlijk problemen hebben en gekweld zijn en rusteloos en bezorgd, geestelijk of lichamelijk, verbergen ze hun zorgen achter hun humor en hun grollen, en worden ze door velen graag tot hun vriendenkring gerekend. Vaak gebruiken ze overmatig alcohol of drugs, om zichzelf te stimuleren en te helpen hun beproevingen opgewekt te dragen.
.
De les van deze plant stelt je in staat om je kalmte te bewaren met alle beproevingen en problemen om je heen, totdat niemand de macht meer heeft om irritatie te veroorzaken.
.
.
.
Het komt veel voor, overal waar maaien, grazen of besproeien planten de mogelijkheid heeft gelaten om te groeien.
.
Om iedereen te kalmeren die gekweld wordt in lichaam of geest, en rust te brengen. De rustelozen, de piekeraars, de bezorgden, de gekwelden. Diegenen die geen kalmte kunnen vinden, geen rust. Er is toch zo’n immense massa mensen die hieraan lijden, en die zo vaak hun kwelling verbergen achter een glimlach en blijmoedigheid.
Ze zijn vaak de vrolijkste mensen en geregeld zijn het echte humoristen. Een groot aantal van deze mensen vlucht in alcohol of zelfs drugs als stimulans om verder te kunnen. Ze doen alles liever dan anderen deprimeren met hun beproevingen. Zelfs als ze ernstig ziek zijn zullen ze nog grappen maken en luchtig doen over hun moeilijkheden. Het zijn dappere mensen en ze zullen toch zoveel baat hebben bij Agrimony.
.
.
Scleranthus annuus
Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.
.
.
.
Degenen die er zwaar onder lijden dat ze niet kunnen kiezen tussen twee dingen, omdat eerst het ene juist lijkt en dan weer het andere.
.
.
Onbestendigheid kan worden uitgeroeid door het ontwikkelen van zelfbeschikking, door een mening te vormen en dingen te doen met beslistheid in plaats van te aarzelen en te blijven hangen. Zelfs als we in het begin soms fouten maken, zou het beter zijn om iets te doen dan om kansen te laten schieten omdat er een beslissing nodig is. Vastberadenheid zal snel groeien. De angst om zich in het leven te storten zal verdwijnen, en de opgedane ervaringen zullen onze geest naar betere beslissingen leiden.
.
Hardbloem groeit op zanderige bodem (niet kalkhoudend), in droge of goed afwaterende omstandigheden. Bach en auteurs van sommige oude flora’s noemen het veel-voorkomend, vooral in korenvelden. Maar met de tegen-woordige landbouwmethoden is het behoorlijk zeldzaam geworden en omdat het zo klein is is het in ieder geval moeilijk te vinden. Het kan gevonden worden op onbebouwde grond waar natuurlijke begrazing het oppervlak van de grond heeft doorbroken. Dit kan bijvoorbeeld zijn door konijnen, die ook graag zanderige grond hebben voor hun holen.
.
Degenen die maar niet kunnen beslissen wat ze willen, eerst lijkt het ene goed en dan weer iets anders. Hun wensen lijken, net als hun lichamelijke symptomen, te komen en te gaan. Als ze koorts hebben gaat die op en neer. Ze zijn onzeker en kunnen niet snel of standvastig beslissen, en hun beslissingen veranderen snel. Een onze-kere motoriek, duizeligheid, schudden, hortende ongecontroleerde bewegingen, onvaste gang. Hun stemmingen wisselen snel, nu juichend en dan weer te neergeslagen. Hun gesprekken kunnen snel van de hak op de tak springen.
.
.
Iemand die hoog sensitief is kan geen ‘neen’ zeggen, is bijzonder loyaal, voorziet problemen voordat ze gebeuren, doet meer dan wat er van hem of haar verwacht wordt en is vaak creatief. Dat maakt van hen een ideale werknemer.
Maar die voordelen hebben ook een schaduwkant. Professor Elke Van Hoof: “Vooral in werksituaties waarbij voortdurende veranderingen aan de orde zijn. Denk maar aan ‘open spaces’, de kantoren waar heel veel verschillende mensen en afdelingen bij elkaar zitten. Hooggevoelige mensen hebben ook extra tijd nodig om zich aan nieuwe situaties aan te passen. Ze zijn daar terughoudend mee terwijl flexibiliteit op de werkvloer tegenwoordig juist de boventoon voert.”
Jezelf verlossen van HSP kan niet. Het is een aangeboren temperament waar je goed mee moet leren omgaan. Van Hoof: “Leer je grenzen afbakenen en wees je ervan bewust wat je wilt. En hou je aan de feiten. Veel hooggevoelige mensen hebben zo veel inlevingsvermogen dat ze bijna gaan denken in iemand anders zijn plaats en dingen gaan invullen.”
Wanneer ze gelukkig zijn, wanneer ze droevig zijn en wanneer ze boos zijn. Omdat ze alles intenser voelen. Helaas is huilen nog vaak een taboe in onze samenleving.
Eén van de centrale kenmerken van hoog sensitiviteit is bedachtzaamheid en de neiging tot goed observeren vooraleer te gaan handelen. Daardoor lijken HSP’s soms verlegen, maar dat zijn ze zeker niet. Ze hebben enkel tijd nodig om te wennen aan een nieuwe situatie.
Mensen met HSP neigen naar jobs waar ze een maatschappelijk belang kunnen dienen. Professor Van Hoof raadt hooggevoelige mensen aan om geen werk onder hun niveau te kiezen, of een baan waarbij ze hun talenten niet kunnen inzetten. Is er dat niet dan kunnen ze snel last krijgen van stress.
Ilse Van Daele, voorzitter van HSP Vlaanderen: “Als rekening wordt gehouden met hooggevoelige mensen voelen ze zich meer begrepen waardoor ze beter functioneren, aangenamere werkrelaties hebben en efficiënter werken. Dat betekent dan voor zowel bedrijf als werknemer een grote stap vooruit. Een echte win-win-situatie dus.”
Net omdat ze zo snel overprikkeld zijn en niet weten hoe ze met die gevoeligheid moeten omgaan, zijn mensen met HSP sneller moe, hebben ze nood aan rust en kalmte. Ze hebben elke nacht 7 tot 8 uur slaap nodig, en vermijden best cafeïne.
HSP’s zijn zich meer bewust van subtiliteiten en details, en hebben daarom meer tijd nodig om een beslissing te nemen. Ze wegen elke mogelijke oplossing af, zelfs als ze nadenken over de vraag ‘wat schaft de pot vandaag?’. Ze zijn bang een foute keuze te maken, en dit vaak op elk moment van de dag.
Maar ze durven ook risico’s te nemen en spontaan te zijn. Ze hangen de waaghals uit op een skateboard, of kiezen voor een avontuurlijke reis. Ze kiezen voor stimulerende en zinvolle jobs, zoals dat van journalist. Uiteraard.


.
.
.
Jozef van Arimathea is een persoon die voorkomt in de Bijbel. Hij was, volgens Lucas, een lid van het Sanhedrin, maar oneens met de veroordeling van Jezus. Mogelijk was hij zelfs een aanhanger van Jezus, en de eigenaar van de tuin waarin deze begraven werd. In die tuin lag namelijk een nieuw graf, waarin nog niemand was begraven.
Na Jezus’ dood vroeg hij aan Pontius Pilatus om het lichaam in zijn graf te mogen begraven. Hierom wordt Jozef vereerd door begrafenisondernemers, van wie hij de beschermheilige is. Hij was ook degene die Jezus van het kruis haalde en in een linnen doek wikkelde. Sommige beweren dat Jozef het bloed van Jezus opving in een beker, de Heilige Graal, en hiermee naar Glastonbury in Engeland reisde.
.
.
.
.
.
.
De Hoeder van de Heilige Graal. Mijn geliefde kinderen van de wereld. Mijn geliefde zielen van de mensheid. IK BEN Jozef Van Arimathea, uw aller broeder in Liefde en Licht van de zesde trilling. Zoals ten tijde van mijn Hemelvaart, kom ik terug op de vooravond van de intrede van het Aquariustijdperk. Verscheidene van mijn voorbereidende levens heb ik doorgebracht op onze wondermooie planeet aarde. Ik was bekend ten tijde van Lemuria als de Hogepriester Rasjka, dienaar van het Levende Licht in de Bokaal. Ten tijde van Atlantis droeg ik de naam . . . als zonnekoning. Dichter bij jullie bewustzijnsgeschiedenis ben ik ook verschenen als Abraham. Dit ter informatie om de menselijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Want telkenmale stonden mijn levens in het teken van:
.
.
´Het Levend Licht in de Heilige Graal. ´
.
.Ook word ik door ingewijden de Broeder (herder) van de Heilige Graal genoemd. Hoewel ik ten tijde van mijn leven in de vorm als Jozef Van Arimathea, zeer goed bekend was bij de bevolking in vele landen en verschillende werelddelen, is dit alles in vergetelheid geraakt. En dit alles met welbepaalde redenen.
Ondanks alle zoektochten, ondanks alle aanwijzingen en verhalen, blijft de Heilige Graal en haar Levend Licht nog altijd een levend mysterie voor de meeste mensen. Voor men kan binnentreden in het Levend Licht en de Heilige Graal kan ontvangen, dient men reeds vele stappen op het pad van evolutie te hebben gezet. Het is dan ook geen toeval dat Mijn naam, de verhalen rond de Heilige Graal en het Levend Licht weer volop opflakkeren aan de vooravond van Aquarius, de wederkomst van de Christus op Aarde.
Maar vooraleer de mensheid als één geheel de Heilige Graal weer kan ontvangen en kan binnentreden in het Levend Licht om de waarheid van de Christus te aanschouwen, zijn nog vele bewustzijnsverruimingen en verschuivingen noodzakelijk. Verwacht dus niet mijn geliefde mensenkinderen, dat u alle zogenaamde mysterieën ineens kunt ontrafelen. Maar geniet van het proces van evolutie dat het mensenleven wordt genoemd.
Ten tijde van Mijn fysieke levens, alsook in Mijn Hemelvaart heb Ik verschillende discipelen ingewijd. Vele van deze ingewijden zijn momenteel in een fysiek leven op de Aarde om de mensheid te dienen en de weg voor te gaan, om de éénheid en harmonie, liefde en verlichting te tonen die teweeg worden gebracht door de komst van het Levend Licht en het ontvangen van de Heilige Graal in uw eigen hart. Zo hoog, zo laag. Dat wat in de Geest aanwezig is, kan en zal ook in de vorm bestaan.
Door de aanwezigheid van Mijn ingewijden en tweelingziel op Aarde, kan ook Ik tot in de vorm bij u komen, tot u spreken en u de weg tonen die voorheen was voorbehouden voor de hoogste ingewijden. Doch weet, dat door de versnelde evolutieverandering waar de Aarde zich nu in begeeft, ook haar bewoners in een versneld evolutieproces terecht komen. Hierbij wens Ik dan ook te vragen dat allen meer en meer in de openheid komen om het hoge een plaats te geven in het lage en de geest tot uitdrukking te brengen in het fysiek zijn.
IK BEN EN IK LEEF.
Jozef Van Arimathea
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Mediteren komt zo’n twintig keer in de Bijbel voor. Het stamt van het Latijnse meditari, dat in de antieke cultuur het woord was voor militaire oefening en training. In de Latijnse Bijbelvertaling is het een vertaling van het He-breeuwse HGH, dat een herhaaldelijk half luid lezen van Gods Woord aanduidt, zoals in Jozua 1:8 en Psalm 1:2. Het was toen gebruikelijk de heilige teksten halfluid te mompelen en door continue herhaling uit het hoofd te leren. In het Grieks werd het vertaald met meletao (zorg dragen voor, aandacht wijden aan, koesteren, beharti-gen). In het Nederlands is de vertaling vaak zoiets als overpeinzen. Meer dan het verstand was bij meditari be-trokken zoals bijv. de adem, de mond, de tong, het verstand, het geheugen en het hart.
De joodse mondelinge traditie is model geworden voor de christelijke persoonlijke overweging van de Bijbeltekst. Deze geestelijke lezing maakte ruim gebruik van de allegorische uitleg, zoals die met name in Alexandrië geleerd werd door Clemens van Alexandrië en Origenes. De christelijke meditatie putte vooral uit de bijbel en was vaak het biddend overwegen van Bijbelteksten. Jezus leerde zijn discipelen het Onzevader bidden. Dit staat centraal in de christelijke gebedspraktijk. Daarnaast hadden en hebben de Psalmen een fundamentele betekenis voor het christelijke gebed. Hoewel Jezus zei dat men tot God de Vader moest bidden, in zijn naam, werd het gebruikelijk om tot Jezus zelf te bidden.
Daarbij speelde het gebed van de blinde Bartimeüs (zie Marcus 10: 48) een grote rol: `Heer Jezus, Zoon van God, ontferm u over mij zondaar’. Dit ‘Jezus-gebed’, is een mantra-gebed, de eindeloze herhaling van een gebedstekst. Het doel is om het rationele denken tot zwijgen te brengen en het hart te openen voor de aanwezigheid van Christus. Het gezamenlijk, liturgisch gebed speelde ook een belangrijke rol. Net als in de joodse traditie van drie-maal daags bidden, werd het in de christelijke kerken een gewoonte om geregeld getijdengebeden te bidden. Daarbij werden psalmen gereciteerd en christelijke hymnen gezongen. De kloosters speelden hierbij een grote rol.
Een belangrijke geestelijk leider van de kluizenaars was Origenes, die van 185-254 leefde en de catechetenschool in Alexandrië leidde. Later deed hij dat in Caesarea waar hij bij een vervolging gemarteld werd. Hij schreef over het gebed en pleitte voor staande bidden, met opgeheven handen, of, desnoods, zittend, liggend of geknield. Hij gaf als aanwijzing dat men daarbij het hoofd leeg moest maken van alle andere gedachten. Hij bepleitte een ge-wijde plek thuis om te bidden, gericht op het oosten. Daarbij moest men vasten, aalmoezen geven en het doen van gerechtigheid. Op die manier kon het leven `een groot, ononderbroken gebed’ zijn.
Het Bijbellezen en bidden moest minstens driemaal daags gedaan te worden. `De voorkeur moet gegeven wor-den aan ervaringen die optreden door het verheffen van de ziel tot God, gepaard met zelfonderzoek, boven de zichtbare weldaden die de bidders hier en nu te beurt vallen’ . Hij moedigt aan het gebed te beginnen door eerst God te loven, dan te danken voor zijn weldaden, en vervolgens om vergeving voor zonden te vragen. Men mag om grote en hemelse dingen bidden om vervolgens het gebed af te sluiten met het verheerlijken van God.
Bij de kluizenaars in de woestijn was meditatie en gebed één, zij reciteerden de Psalmen, het Onze vader en het Jezus-gebed terwijl zij handwerk verrichtten. Zij probeerden Paulus’ gebod om onophoudelijk te bidden (1Thess. 5, 17) uit te voeren. Zij kenden naast dit gebed ook het morgen- en avondgebed en de nachtwake. De lezing van de Heilige Schrift deden zij biddend en leerden grote stukken uit het hoofd. De hele dag door prevelden zij gebe-den en noemden dat meditari (Latijn) of (Grieks) meletao.
Cassianus, (365-435) beschrijft hoe de woestijnmonniken leven en denken. Hij gebruikt het woord meditari voor het persoonlijke, ononderbroken gebed. Tijdens het werk reciteert men uit het hoofd een psalm of een schrift-tekst waardoor intriges en boze raadgevingen geen enkele kans krijgen om het hart binnen te dringen. De stille overweging betreft het louter inwendig, woordeloos met God bezig zijn. In dat ene ogenblik vangt de ziel zoveel op dat dit alle menselijk voelen te boven gaat. De geest drukt zich niet uit in enge, menselijke bewoording, maar wordt door een hemels licht overstraald.
Dikwijls brengt de geest de weldadige vruchten van een vurig gebed voort in onuitsprekelijke vreugde en blijd-schap, zozeer dat ze zelfs kreten doet slaken van onverdraaglijke, onmetelijke blijdschap. Soms echter wordt de ziel gehuld in het geheim van een grote stilte en een diep zwijgen. De plotselinge verlichting doet de stem dan totaal verstommen. De geest geraakt in verrukking en stort zijn verlangens uit bij God. Soms wordt de geest zo hevig getroffen door smart dat er hevige tranen kan vloeien.
Dit vurige gebed kan men bereiken door een kort gebed te bidden, namelijk `God kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen’ (Ps 69). Door het voortdurend herhalen van deze woorden worden alle andere gedachten tot zwijgen gebracht en bereikt men de door Christus zalig gesproken armoede van geest.
Ook Evagrius van Pontus (ca. 345-399) heeft grote invloed gehad op de leer van het gebed. Hij leefde zelf de laat-ste veertien jaar van zijn leven in de woestijn en werd sterk beïnvloed door Origenes. Zijn visie schreef hij in een religieuze verhandeling en is een vormende factor geweest voor de plaats van het gebed en de meditatie in de kloosters. Het geschrift bestaat uit 153 spreuken, woorden die woestijnvaders spraken tot leerlingen. Het funda-ment om dicht bij God te komen is de beoefening van de deugden die leiden tot vrij zijn van hartstochten en tot liefde. Dit gaat een belangrijke rol spelen in het contemplatieve gebed. Zelfzuchtige begeerten komen tot rust en de zuiverheid van hart wordt gevonden. Dit is volgens Evagrius de voorwaarde om God te zien, (verg. Jezus in de zaligsprekingen).
Het is het fundament waarbij men in de schepping de Schepper zelf ziet. Men komt in de staat van gebed, wat een voortdurende geestesgesteldheid met God is zowel bij het bidden, mediteren als andere bezigheden. Ook kan men, als God het geeft, God zelf aanschouwen. De kerk noemt dit de contemplatie. Evagrius waarschuwt voor schijngestalten van de contemplatie omdat demonen dit kunnen bewerkstelligen. Hij wijst met nadruk op de noodzaak van geestelijke onderscheiding. De beste voorbereiding voor de contemplatie is het psalmengebed, want dat brengt de geest tot rust. Als de psalmen rustig gereciteerd worden, leiden ze tot het stilzwijgende ge-bed.
Augustinus (354-430) heeft veel geschreven over het gebed. In zijn boek De grootte van de ziel beschrijft Augustinus zeven niveaus van het zielenleven.
1-3: de biologische, zintuiglijke en vakbekwame capaciteiten van de mens
4: de morele orde met corresponderende deugden of ondeugden
5: de ziel komt tot rust door inkeer in zichzelf
6: het oog van de ziel wordt gereinigd van alle begeerlijkheid
7: de contemplatie, het schouwen van de goddelijke waarheid
Augustinus beschrijft het gebed als een opgang tot God, net als Origenes en Evagrius. Bidden volgens Augustinus is het lezen en be-mediteren van Gods Woord in vier fasen:
Maar wij moeten boven de meditatie in ons eigen hart uitstijgen naar de contemplatie, een opvlucht naar God zelf toe, die tijdens dit aardse leven gebrekkig blijft, maar toch al een voorsmaak van de eeuwigheid bevat.
De middeleeuwse kloosters die zich hielden aan de regel van Benedictus (circa 480-550) praktiseerden meditatie in het getijdengebed en in de gezamenlijke of persoonlijke lectio divina. Het getijdengebed hield in dat men zevenmaal per dag en een keer ’s nachts samen kwam in de kapel om hymnen te zingen, Psalmen te reciteren en naar de Schrift te luisteren. Benedictus heeft meerder hoofdstukken in de regel aan het getijdengebed, ofwel het officie, gewijd. Daarin was ook ruimte voor persoonlijk stil gebed. Ook hadden de monniken en nonnen elke dag gelegenheid tot geestelijke lezing, lectio divina.
Men las bij de lectio divina in de bijbel of in boeken van kerkvaders, niet vanwege te verwerven kennis, maar om het persoonlijke geestelijk leven te voeden. Men las met het hart, minder met het hoofd en mediteerde daar per-soonlijk over. Soms mondde de schrift meditatie spontaan uit in gebed en hun gebed mondde soms uit in een eenvoudige concentratie op God. Deze woordeloze liefde voor God noemden ze Contemplatie. Mediteren ge-beurt vanuit de menselijke inspanning, contempleren is een gave van God, die plaats vindt in rust in een sfeer van verwondering en vreugde. De hoogste vormen van contemplatie zijn een vorm van extase.
Vanaf Bernardus van Clairvaux (1090-1153) neemt de betekenis van beelden bij de meditatie toe. Bernardus gaf meer aandacht voor Jezus als mens en gaf er aanleiding toe dat de meditatie zich verdiepte in allerlei details van Jezus’ leven en lijden. Na zijn tijd werd dit versterkt door het gebruik van beeldende kunst, zowel in de getijden-boeken als in het koor van abdijkerken, maar ook in de eigen cel van de monniken en vooral ook de nonnen. Zo ontstond ook het eigen devotiebeeld, vooral om vrome gevoelens op wekken. Deze affectieve vroomheid, ge-voed door zulke meditatievormen, werd soms beschouwd als iets voor beginnelingen, de gevorderden wijdden zich bovendien aan de contemplatie. Er waren ook stromingen die direct door wilden stoten naar het mystieke, beeldloze schouwen.
.
The cloud of unknowing, een anoniem geschrift dat in Engeland geschreven werd in de 14e eeuw, is een beknopt en praktisch boekje over het contemplatieve gebed. De auteur gaat ervan uit dat om God te ervaren men moet streven naar een “duisternis om je geest, of als het ware, een wolk van niet-weten.” Om dit te doen moet je je hart op God fixeren en al het andere vergeten. De samenhang van meditatie en contemplatie in het voortdurende gebed, zoals deze beleefd was vanaf de tijd van de woestijnkluizenaars, wordt hier doorbroken.
Over het algemeen wordt in de hoge middeleeuwen geen scherpe onderscheiding maakte tussen lezing, over-weging, gebed en contemplatie. Het zijn verschillende elementen in een proces, waarbij de hoogste vormen van contemplatie vooral gekenmerkt werden door het genade-karakter ervan. Alleen God geeft wanneer Hij het wil. De mens moet zich daarbij van zijn kant inzetten, ook met zijn inlevingsvermogen (fantasie). Dit laatste werd door Geert Grote benadrukt en speelde een rol in de moderne devotie, vooral in de vorm van een inlevende overwe-ging van het lijden van Jezus.
Deze leidden tot de navolging van Christus. Geert Grote, Floris Radewijns en Gerard Zerbolt van Zutphen droegen veel bij aan de methodische meditatie van de moderne devoten, die veel invloed had en leidde tot meditatie en gebed door leken. Geert Grote gaf een Nederlands getijdenboek uit dat veel gebruikt werd. Het getijdenboek is een verkorte versie van de getijden in de kloosters. Het gaf de leek die lezen kon de mogelijkheid om persoonlijk te bidden en te mediteren.