categorie : Boodschappen uit de kosmos
.
.

.
.
ALS UW VADER OVERLIJDT, BLIJFT VAN LIEF EN LEED
.
NOG ALLEEN LIEF OVER
.
.
WHEN YOUR FATHER PASSES, OF JOY AND SORROW,
.
ONLY LOVE REMAINS
.
.
J.o : RIP 24/07/2018
.
.


.
.

.
.
.
.
.
.
.
J.o : RIP 24/07/2018
.
.


.
.
.
.
.
.
Exodus 3:22
… zo zult gij de Egyptenaren beroven.
Exodus 20:15
15 Gij zult niet stelen.
Ten eerste, God kan natuurlijk zijn eigen geboden overrulen, zoals Hij ook deed in het Nieuwe Testament (zoals hier en hier).
Ten tweede, het Bijbelgedeelte van Exodus 3:22 is compleet uit de context gerukt. Laat ik eerst de directe context van dat vers citeren:
Exodus 3:21, 22
21 En Ik zal bewerken, dat de Egyptenaren dit volk gunstig gezind zijn, zodat gij, wanneer gij wegtrekt, niet ledig wegtrekt: 22 iedere vrouw moet dan van haar buurvrouw en van haar huisgenote zilveren en gouden voorwerpen vragen en klederen, die gij uw zoons en dochters te dragen geeft; zo zult gij de Egyptenaren beroven.
Maar nog is de context niet compleet. Daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd van Abram. Dit is wat God in een droom tegen Abram zei:
Genesis 15:12-14
12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.
De bezittingen die de Hebreeën meenamen uit Egypte, vormden in feite hun salaris, omdat ze meerdere generaties als slaven voor de Egyptenaren gewerkt hadden. En dit was allemaal al voorspeld.
.
.
Exodus 15:3
3 De HERE is een krijgsheld;
HERE is zijn naam.
Romeinen 15:33
33 De God nu des vredes zij met u allen! Amen.
Dit is geen contradictie. God is compleet. God is een ‘God des vredes’ omdat vrede is wat Hij uiteindelijk wil. Maar Hij is ook een Krijgsman in de zin van Nehemia 4:20:
Nehemia 4:20
20 Onze God zal voor ons strijden..
.
.
.
.
Exodus 20:5
5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,
Ezechiël 18:20
20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.
De context van Ezechiël 18 gaat duidelijk over een zoon die zijn vader niet navolgt in het kwade, maar het goede doet. In Exodus 20:5 staat niet dat degenen die hun leven beteren (t.o.v. hun ouders) gestraft zullen worden.
.
.
Exodus 20:13
13 Gij zult niet doodslaan.
1 Samuël 15:3
3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.
Dat God zijn eigen geboden kan overrulen is in dit geval zelfs irrelevant, omdat er een andere reden is waarom dit beslist geen contradictie is.
Het is belangrijk het verschil in te zien tussen enerzijds het individu en anderzijds de staat of de overheid. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ wil zeggen dat een individu niet op eigen gezag een ander individu mag vermoorden, maar het wil niet zeggen dat de staat niet het recht heeft iemand het leven te benemen, hetzij in een oorlog, hetzij als veroordeling van een wetsovertreder.
.
.
Exodus 31:17
17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.
Jesaja 40:28
28 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.
Er is niet de geringste sprake van een tegenstrijdigheid. Omdat God geen fysieke beperkingen heeft, kent Hij in die zin geen vermoeidheid. Dus kan Gods rust in Exodus 31:17 (en Genesis 2:2, Exodus 20:11, Psalmen 95:11 en Hebreeën 4:3) niets te maken hebben met vermoeidheid.
En dat heeft het ook niet. Het Hebreeuwse woord voor ‘gerust’ is ‘shabath’ (daar komt ook het woord ‘sabbat’ vandaan). Wanneer dit woord gebruikt wordt, hoeft het niet te betekenen dat iemand moe is, maar simpelweg dat iemand ophoudt met hetgeen hij mee bezig was.
In deze vorm (voltooide tijd) komt het woord ‘shabath’ 71 keer voor, in de Statenvertaling wordt het als volgt vertaald:
Ophouden 47, rusten 16, afschaffen 2, wegdoen 2, afblijven 1, nalaten 1, staken 1, vernielen 1.
‘Shabath’ betekent in de context van Exodus 31:17 dus ‘ophouden’ of ‘stoppen’ (waar God mee bezig was).
.
.
.
.
.
Leviticus 6:7
7 En de priester zal over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEREN, en hem zal vergeving geschonken worden, ten aanzien van elke zaak waardoor hij schuld op zich laadt.
Hebreeën 10:4
4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.
Remko Jorritsma commentarieert:
“De Levitische offers waren een schaduwbeeld van Christus’ offer aan het kruis. In feite neemt de oudtestamentische mens een krediet (voorschot) op de werkelijke vergeving in Christus. M.a.w. de vergeving van zonden wat in het schaduwbeeld door het offerdier in feite niet geschonken kon worden, werd met terugwerkende kracht geratificeerd op het moment dat Christus stierf.”
.
.
Numeri 1:23
23 de getelden van de stam Simeon waren negenenvijftigduizend driehonderd.
Numeri 26:14
14 Dit waren de geslachten der Simeonieten, tweeëntwintigduizend tweehonderd.
Dit zijn twee verschillende hoeveelheden op twee verschillende tijdstippen. Tussen de eerste en de tweede telling van Israël hebben er nogal wat uitdunningen plaatsgevonden. Kennelijk waren de Simeonieten zwaar getroffen. Bijvoorbeeld de volgende gebeurtenissen hebben tussen beide tellingen plaatsgehad:
Kortom, er is geen enkele reden waarom Numeri 26:14 in tegenspraak zou zijn met Numeri 1:23.
.
.
.
.
.
Numeri 23:19
19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?
Jona 3:10
10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.
‘Berouwde’ in Jona (en ook in bijvoorbeeld Genesis 6:6, 7) is uiteraard anders bedoeld dan berouw van zonden (specifiek: berouw om een leugen), zoals in Numeri 23:19. Dat blijkt ook uit het bevel van de koning:
Jona 3:7-10
7 En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. 8 Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. 9 Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. 10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.
‘Berouw’ in het onderstreepte gedeelte is in de grondtekst hetzelfde woord. Natuurlijk zagen de inwoners van Nineve in dat zíj degenen waren die berouw van zonden moesten hebben, niet God. Ze wilden, door zich nederig te bekeren, God ertoe brengen de straf, die zij anders zouden krijgen, niet te geven. Zij hadden op dat moment echt niet de arrogantie van God te eisen dat Hij berouw van zonden zou hebben. Dus moet ‘berouw’ in Jona 3:9 en 3:10 een andere betekenis hebben dan het gebruikelijke ‘berouw van zonde.’
‘Berouwde’ impliceert dus een koerswijziging ten opzichte van het scenario dat de inwoners van Nineve zich niet bekeerd zouden hebben.
.
.
Numeri 25:9
9 Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vierentwintigduizend.
1 Korintiërs 10:8
8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.
In Numeri ontbreekt de limitering ‘op één dag.’ De anderen kunnen daarna omgekomen zijn.
.
.
.
.
.
.
.
.
Wie mij kent, kent zichzelf. Ten Hemel gevaren door verlichting en verheffing te brengen. Wie ik was is niet zo belangrijk als wie IK BEN. Maar om u als ziel in een mensenleven te tonen hoe de menselijke evolutie beweegt door de tijden heen, zal ik de sluier oplichten en u een beeld geven van enkele van mijn levens en hoe ik ben gekomen tot wie IK BEN.
Vele van mijn levens, mijn stoffelijke levens, heb ik in onbekendheid en stilte doorgebracht. In stilte, ter voorbereiding van de levens in openbaarheid. Reeds ver voordat deze jaartelling haar intrede deed, verbleef mijn ziel in een stoffelijk lichaam op de Aarde. Stille levens heb ik geleefd, maar ook levens waarin ik heb mogen meewerken aan de evolutie van de mensheid. Als hogepriester, als zonnekoning, als discipel van de toen in aardse trilling verblijvende Heer Sanat Kumara, heb ik de beschaving van Atlantis en Lemuria tot hun hoogtepunten zien groeien.
Als discipel en als ingewijde heb ik ook de reden voor het vallen van deze tijdperken aanschouwd. Mijn hart en mijn ziel hebben intens verdriet gekend, maar ook intense vreugde. Als Samuel heb ik, vanuit dit weten, profetieën mogen geven over de komst van Christus op Aarde. Om door het leren kennen van Christus en de Christusenergie, de hoogmoed en het verval, gekend in vorige tijden, in het bewustzijn van de mensheid te brengen ter voorkoming van een herhaling.
Als Jozef, de timmerman, heb ik het Christuskind in mijn armen mogen ontvangen. Gezien, geleerd in stilte. Mijn ziel kwam weder op Aarde en gaf gestalte aan het leven van Constantijn de Grote. Samen met Keizerin Helena, die de Heilige Graal uit de handen van Jozef Van Arimathea mocht ontvangen, kon ik er wederom aan bijdragen om de Christusenergie verder in de trilling van de Aarde te brengen ter openbaring van de Heilige Graal en ter bescherming hiervan.
Als zevendestraalwezen kwam mijn leven als Merlijn de tovenaar tot stand, samen met Koning Arthur hebben wij het verbond van de Ronde Tafel en de Ridders van de Heilige Graal opgericht. Maar helaas was de mensheid toen nog niet klaar om de volledige kracht van de Heilige Graal te ontvangen en te begrijpen. Veel van de wijsheid die toen aanwezig was, is weder naar het onbewuste teruggekeerd, om op de juiste plaats op en het juiste moment terug te keren.
Mijn leven als Christopher Columbus bracht mij naar een nieuwe wereld en mijn zielenroep was aanhoord. Dankbaar en intens vreugdevol heb ik meegewerkt aan de totstandkoming van deze nieuwe wereld en van de vrijheid en gelijkheid die hieraan ten grondslag lagen, hoewel dit soms in deze tijden in de vergetelheid geraakt. De werken van William Shakespeare zijn via mijn hand uit mijn pen gevloeid; vele mysteriën worden hierin opgeheven. Vele leringen over het leven als leerschool worden hierin tot uitdrukking gebracht.
Als Saint Germain heb ik in de 17e eeuw mijn Hemelvaart volbracht na het nemen van 7x7x7x7x7x7x7000 beslissingen, juiste beslissingen. Nemende de naam die ik mijzelf heb toegeschreven Saint Gerrnain of Sanctus Germanus. Ook na mijn hemelvaart ben ik in de trilling van de Aarde gebleven en heb getracht om openheid te brengen en nog immer tracht ik om de magische werking en de magische schoonheid van de trilling van het Universum aan u als mensheid bekend te maken. Om u te tonen hoeveel zaken in uw leven overbodig zijn en hoe ze eenvoudig te verwijderen, te overwinnen, te transformeren en zelfs te transmuteren in uw leven. Als uw broeder blijf ik aanwezig in de atmosfeer van de Aarde en zal dit blijven doen tot u allen zich in deze trilling van het Universum bevindt, allen als broeders en zusters in de Verheven staat, in wijsheid en in onvoorwaardelijke liefde want hiervoor ben ik.
Het woord ‘ananda’ komt uit het Sanskriet en betekent ‘divine bliss’ i.e. goddelijke zegening. Anandaliet komt uit West-India, de vele kleuren worden gevormd door de aanwezigheid van Rhodium. Anandaliet heeft een iriserende kleur. Het uiterlijk is vergelijkbaar met Angel Aura behandeld kwarts. Anandaliet komt het meest voor in de witte kleur.
samenstelling: SiO2
hardheid: 7
dichtheid: 2,6
.
.
.
Muscoviet is een mica soort. Het kan onder andere roze, bruin, groen, geel of helder van kleur zijn en heeft een gelaagde structuur. Fuchsiet is een groene muscoviet variant. Muscoviet is een van de meest voorkomende mica’s, en het komt in een grote verscheidenheid aan gesteenten voor, maar voornamelijk in stollingsgesteente, zoals graniet.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Muscoviet wordt onder andere gevonden in Rusland, Brazilië, Zwitserland, Oostenrijk, Australië en de Verenigde Staten.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
samenstelling: KAl2(AlSi3)O10(OH)2
hardheid: 2 – 2,5
dichtheid: 2,82
.
.
.
.
.
.
.
.
|
Muscoviet
|
||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | KAl2(AlSi3)O10(OH)2 | |
| Kleur | Wit, grijs, zilverkleurig, bruinwit of groenwit | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 2 – 2,5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 2,82 kg/dm3 | |
| Glans | Glasglans | |
| Opaciteit | Doorzichtig tot doorschijnend | |
| Splijting | [001] Perfect | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Monoklien | |
| Dubbele breking | (0,035-0,049) | |
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de compacte gele bloeiwijze, waarin de knoppen niet boven de open bloemen uit komen en
– de bovenste, (bijna) geheel stengelomvattende, blauwgroene bladeren en
– de ruw behaarde, liervormige, grasgroene, onderste bladeren
Algemeen
Raapzaad is een tweejarige, plaatselijk algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 cm hoog op open, vochtige, voedselrijke grond, vooral in bermen.
Bloem
De hoofdbloei valt in april, maar tot augustus kun je raapzaad bloeiend aantreffen. Haar 4-tallige bloemen zijn helder geel, zoet geurend en hebben 6 meeldraden en 1 stijl. De knoppen in een bloeiwijze zitten altijd lager dan de open bloemen.
Blad
De onderste bladeren zijn grasgroen, liervormig en ruw behaard. De bovenste zijn blauwgroen, (bijna) geheel stengelomvattend met hartvormige voet en bijna altijd onbehaard.
Toepassingen
Raapzaad is een plant, die in verschillende vormen wordt gekweekt als groente (meiraapjes, paksoi, Chinese kool en raapstelen), als veevoer (soorten met tot knol opgezwollen wortel) en voor haar oliehoudende zaden.
Vergelijkbare soorten
Hieronder vindt u de meest in het oog springende verschillen tussen raapzaad en koolzaad.
koolzaad
– langgerekt bloeiwijze, knoppen boven de bloeiende bloemen
– alle bladeren blauwgroen
– bovenste bladeren half stengelomvattend of minder
raapzaad
– compacte bloeiwijze, knoppen onder de bloeiende bloemen
– bovenste bladeren blauwgroen, onderste grasgroen
– bovenste bladeren (bijna) stengelomvattend
Algemeen
– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 30 tot 80 cm hoog
Bloem
– geel
– vanaf april t/m augustus
– tros
– 1 tot 2 cm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top rond
– netnervig
– onderste :
– grasgroen
– liervormig
– ruw behaard
– rand getand
– voet gevleugeld
– bovenste :
– blauwgroen
– langwerpig
– (bijna) stengelomvattend
– bijna altijd onbehaard
– rand gaaf
– voet diep hartvormig
Stengel
– rechtop
– groen, soms paarsig aangelopen
– soms verspreid enkele doornachtige haren
– rolrond
zie wilde bloemen
Goed te herkennen aan
– de 4-tallige helder gele bloemen en
– de glanzende, niet gesteelde bovenste bladeren
– met bochtig ingesneden rand
Algemeen
Gewoon barbarakruid is een overblijvende (meestal tweejarige) niet behaarde plant, die bloeit vanaf april tot en met juni. Ze wordt 20 tot 90 cm hoog en is vrij algemeen voorkomend. Ze wordt ook uitgezaaid. Je vindt gewoon barbarakruid op open of licht beschaduwde plaatsen in grazige, vochtige, voedselrijke grond in bermen, aan slootkanten en rivieroevers, ook in de duinen.
Bloemen
Gewoon barbarakruid bloeit met gele 4-tallige bloemen, die eerst in een zeer dichte bloeiwijze staan. Als de vruchten zich gaan ontwikkelen wordt de bloeiwijze langer.
Bladeren
De kroonbladen zijn tweemaal zo lang als de kelkbladen en staan min of meer twee aan twee tegenover elkaar in plaats van een kruis te vormen, zoals gebruikelijk is bij kruisbloemigen. De bladeren van gewoon barbarakruid zijn glanzend. De onderste zijn gesteelde wortelbladeren, diep geveerd met aan beide kanten twee tot vijf eirond tot langwerpige deelblaadjes en een groot, rond-achtige topblaadje.
De bovenste bladeren zijn (half) stengelomvattend met (meestal) kale oortjes, ongedeeld, bochtig ingesneden en met of zonder een paar zijslippen. De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Ze bevatten veel vitamine C, maar smaken wel wat bitter.

Algemeen
– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend, meestal tweejarig
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm
Bloem
– helder geel
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 1 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– bochtig getand
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– glanzend
– kaal
Stengel
– rechtop
– kaal
– gegroefd
zie wilde bloemen



