Mensen maken de samenleving en nemen daarin een positie in. Deze website geeft toegang tot een diversiteit aan artikelen die gaan over 'samenleven', belicht vanuit verschillende perspectieven. De artikelen hebben gemeen dat er gezocht wordt naar wat 'mensen bindt, in plaats van wat hen scheidt'.
Mammon is een Aramees woord dat ‘rijkdom’ betekent en staat voor geld, winst, rijkdom, vermogen. De rijkdom (Mammon) wordt door de Heer Jezus verpersoonlijkt als een ‘heer’ in Mt. 6:24 en Luc. 16:13. “U kunt niet God dienen en de Mammon.”
Mt 6:24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon.
Mt 6:25 Daarom zeg Ik u: weest niet bezorgd voor uw leven, wat u eten of wat u drinken zult, ook niet voor uw lichaam, waarmee u zich zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleding?
In Luc. 16:9,11 is sprake van het ‘onrechtvaardige Mammon’, de macht van de zucht naar rijkdom die de mens onrechtvaardig doet handelen, wat we in deze wereld zien, waarin de rechten van God worden genegeerd.
De heer Mammon wordt tegenover de Here God gesteld, de dienst van Mammon tegenover de dienst van God. “U kunt niet God dienen en de Mammon.” De ware rijkdom is bij God en in Christus te vinden.
Het Hebreeuwsewoord ‘Matmon’ betekent ‘schat, rijkdom’. Het is afgeleid van een woord dat ‘verbergen’ betekent. ‘Matmon’ komt vijf keer voor in het Oude Testament, bijvoorbeeld in Gen. 43:23
Ge 43:23 Hij zei: Vrede zij u, wees niet bevreesd. Uw God en de God van uw vader heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld heeft mij bereikt. Toen [liet] hij Simeon naar buiten brengen, naar hen toe.
Het Babylonisch heeft ‘Mamona’, schat. Het komt voor in #Mt 6:24 en #Lu 16:9,13 als aanduiding van geld of rijkdom, als de verpersoonlijking van aardse bezittingen, en staat hier tegenover God.
In het Rabbijns-Talmoedischspraakgebruik wordt het woord ‘Mammon’ gebruikt voor rijkdom en gehechtheid daaraan.
VERNIETIGING VAN DE MAMMON DOOR DE VOETEN VAN MARIA
Entiteiten zijn energieën van overleden mensen. Na de dood is het in het aardse denken normaal dat we allemaal naar de hemel gaan. Nee. Sommige zielen kunnen na hun dood het licht niet vinden en blijven als het ware op aarde ‘ronddolen’. Ze zijn wanhopig, angstig en boos omdat ze niet weten waar ze heen moeten. Ze zijn ook heel verdrietig, maar niet altijd. Sommige weten niet eens dat ze zijn overleden en denken nog steeds dat ze op aarde leven en doen nog gewoon hun dagelijkse dingen.
Ze beseffen wel dat er iets mis is maar weten niet precies wat. Ze leven in een schemergebied en zijn vaak ook erg eenzaam. Ze weten niet meer wat ze moeten of waar ze heen moeten. Dan hebben we ook nog de levenden onder ons. Een ziel die nog in een lichaam zit en nog leeft op aarde. Een mens.
We doen onze dagelijkse dingen niet wetende dat er overal zielen ronddolen die niet weten waar ze naartoe moeten. Zielen zonder een lichaam, die nu slechts enkel uit onzichtbare energie bestaan. Ze zien ons wel, maar wij hen niet. Entiteiten zijn overal, niet alleen in huizen en gebouwen.En wij als mensen zijn ook overal.
Doordat deze zielen dolende zijn op de aarde en niet verder kunnen naar Gene zijde is er voor hun een mogelijkheid om warmte te zoeken bij iemand in zijn energieveld ( de aura ). En dat niet alleen, ook bij mensen thuis kan het soms erg druk zijn met ronddolende zielen. Bij iedereen in huis zitten er wel een paar, maar het meeste bij de gevoeligste en spiritueel open staande mensen.
Sommige zielen weten dat ze zijn overleden, en zoeken aandacht bij de levende mens. Dit kan op verschillende manieren. Ze kunnen hun aanwezigheid laten voelen in de kamer waar je op het moment bent, je ruikt opeens een lekkere of vieze geur ( zoals een rozen geur of een vieze tabaks lucht ). Je kan voetstappen horen in huis of vreemde geluiden zoals gebonk. Of je kan het plotsklaps ineens koud hebben. Allemaal tekenen van een of meerdere dolende zielen in huis.
.
.
.
.
.
Entiteiten in de Aura
.
Het kan gebeuren dat een ziel zich in een het energieveld (de aura) van een mens gaat vestigen. Het kan één ziel zijn of meerdere. Vaak gaat dit per ongeluk, sommige zielen beseffen niet hoe ze zo ineens in de aura zijn terecht gekomen. Er is dikwijls een oorzaak waardoor deze zielen zich in onze aura vast gaan klampen. Doordat wij gevoelig zijn pikken we sneller energieën op van mensen, maar ook van entiteiten. Deze dolende zielen leefden vaak in een lagere energie. Dat wil dus zeggen dat, toen ze nog leefden, ze erg aan de materie gehecht waren. Geld, mooie en dure dingen, macht en hebzucht speelden een rol in hun leven
Soms staan we als mens allemaal in een lagere energie. Maar dat hoeft niet altijd door ons zelf te komen. Ook anderen kunnen ons erg beïnvloeden, waardoor we helemaal down raken en even de weg kwijt zijn. Vooral hoog-gevoeligen hebben hier snel last van. Als je denken heel negatief is of erg laag in de energie, dan krijgen de dolende zielen de kans om in je aura te klimmen. Ze kunnen daar vertoeven zolang ze willen. Ze nemen je als het ware over en je kan je hierdoor erg slecht gaan voelen. Veel voorkomende klachten zijn: last van de nek en schouders en veel vermoeidheid en nergens zin in hebben. De zielen die in je aura zitten snoepen veel energie bij je weg. Ze leven deels van jouw energie. Je bent jezelf niet meer.
Dit is geen bezetenheid, want dat is weer wat anders. We noemen het gewoon een ‘overname’. Je wordt gewoon even overgenomen door deze ziel(en) die het licht niet kunnen vinden. Zij zijn namelijk boos en gefrusteerd omdat ze niet verder kunnen. Wij zijn een makkelijke prooi voor ze. Want niks is zo leuk en lekker warm als in de aura van een levende te zitten en weer het gevoel hebben om een lichaam te hebben en.
Iedereen kan dit overkomen, soms merk je het niet eens. Want energie is energie en het gaat heel snel. Het hoeft niet altijd een lagere energie te zijn. We leven momenteel in een erg moeilijke tijd op aarde waarin alles verandert. We scheiden, onze relaties werken niet meer, we worden ziek, we hebben verdriet omdat er van alles om ons heen gebeurt. En juist dit zorgt er voor dat er soms gaten in de aura komen, je energie wordt lager en de entiteiten pakken hun kans.
Gedachten zijn krachten, dus je denken doet al heel wat. En ieder mens heeft weleens last van aura-lifters (zo noemen we ze). Ook (jonge) kinderen zijn daar vatbaar voor. Zij zijn nog gevoeliger en pikken nog meer energie op. Er zijn kinderen die kunnen praten met deze zielen. Voor hun heel normaal, maar sommigen kunnen er bang van worden. Niet iedere ziel is vriendelijk. Zoals je boze mensen hebt, zo heb je ook boze entiteiten. Ze zijn dikwijls boos omdat ze niet naar het licht kunnen om over te gaan naar een andere dimensie.
Handelingen 20:35 “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”
Samenvatting
Samengevat krijgen we dus lessen over hoe God wil dat we omgaan met onze middelen en mogelijkheden, die niet meer zijn dan een rentmeesterschap over tijdelijke dingen. De Here beschouwt de mammon als toevertrouwd in onze handen, in de verwachting dat wij er Hem welgevallig en in het volle besef van ons rentmeesterschap mee zullen omgaan. Hoewel de mammon gebonden is aan het aardse en tijdelijke, kunnen wij er met betekenis voor de hemel en de eeuwigheid mee omgaan.
1. Hoewel de mammon aan ons is toevertrouwd, kunnen wij het beheren ten dienste van onze naasten.
2. In plaats van de mammon ten dienste te stellen van onszelf, kunnen we deze aanwenden voor het koninkrijk van God.
3. In plaats van slaaf te worden van de mammon, kunnen wij erover heersen als rentmeesters.
Mag God ons in genade geven dat wij, naar het verlangen van de Here zelf, de ons toevertrouwde mammon beheren als goede, verstandige en trouwe rentmeesters!
Anno 2015 wordt er vooral veel geld verdiend met handel in wapens en drugs. Je kunt je bijna niet voorstellen dat een eeuw geleden bankrovers de covers van de kranten sierden. Sterker nog, een aantal van hen hield de FBI decennialang bezig! Opvallend is dat de meesten van hen ‘werkzaam’ waren in de Verenigde Staten. In onderstaand lijstje lees je meer over de verrichtingen van de beroemdste bankrovers.
10. J.L. Hunter ‘Red’ Rountree (1911 – 2004)
America’s Oldest Bank Robber.
Op positie 10 treffen we een bankrover aan, die de titel ‘oudste bankrover ooit’ op zijn naam heeft gezet. Op 86-jarige leeftijd begon J.L. Hunter ‘Red’ Rountree zijn carrière als bankrover. Toen bracht hij een onaangekondigd bezoek aan de South Trust Bank in Biloxi Mississippi. De politie wist de bejaarde man snel op te pakken; J.L. Hunter ‘Red’ Rountree werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar.
Deze straf weerhield hem er niet van om opnieuw een bank te beroven. Zijn derde – en laatste bankoverval – pleegde hij op 91-jarige leeftijd. Niet veel later kwam J.L. Hunter ‘Red’ Rountree te overlijden. Wat bezielde deze man, vraag jij je nu vast af. Tijdens de vele verhoren gaf deze bankrover tegenstrijdige verklaringen af.
De ene keer hield hij de banken verantwoordelijk voor het verlies van een groot fortuin. De andere keer gaf hij te kennen dat hij het simpelweg heel erg leuk vond om een bank te beroven.
9. Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd (1904 – 1934)
Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd staat bekend als een bijzonder gewelddadige bankrover. Tijdens zijn korte leven – Floyd werd slechts 30 jaar oud – pleegde hij een groot aantal overvallen. Ook heeft hij diverse mensen vermoord. In 1922 werd hij voor de eerste keer door de politie opgepakt; Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd had een postkantoor overvallen. De buit? Welgeteld 350 dollar.
Het personeel en andere klanten van het postkantoor omschreven Floyd als schattig. Deze omschrijving leverde hem de bijnaam ‘pretty boy’ op! In 1925 pleegde hij een meer lucratieve overval; Floyd ging er met 16.000 dollar vandoor. Ook deze keer werd Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd gepakt.
Na het uitzitten van de gevangenisstraf sloot hij zich als huurmoordenaar aan bij diverse dranksmokkelaars. Daarna maakte hij de overstap naar de georganiseerde maffia. Na een lange klopjacht wist de FBI hem te overmeesteren; dit kostte Floyd zijn leven.
8. Baby Face Nelson (Lester M. Gillis) (1908 – 1934)
De carrière van Lester M. Gillis vertoont grote gelijkenissen met die van ‘pretty boy’. Na het plegen van diverse overvallen maakten de mannen een overstap naar de georganiseerde misdaad. Verder stonden beide bankrovers bekend om hun bijnaam; Lester M. Gillis werd ook wel ‘baby face Nelson’ genoemd. Een groot verschil is dat Lester M. Gillis een liefdevolle opvoeding heeft genoten.
Ook heeft hij een aantal jaren van zijn – korte – leven in de schoolbanken doorgebracht. Toch werd hij aangetrokken door het criminele circuit; via het plegen van winkeldiefstallen ging hij over tot het stelen van auto’s.
Na het overlijden van zijn vader – hetgeen ‘baby face Nelson’ zich persoonlijk aanrekende – sloot hij zich bij diverse bendes aan. In die tijd had de FBI er een dagtaak aan! Het personage Lester M. Gillis was te zien in diverse Tv-films en –series.
7. Patty Hearst (1954 – ?)
Dat het leven soms onnavolgbare wendingen kan nemen blijkt wel uit het levensverhaal van Patty Hearst. In februari 1974 werd Patty – kleindochter van multimiljonair William Randolph Hearst – ontvoerd door een linkse groepering. In ruil voor haar vrijlating eiste de ‘Symbionese Liberation Army’ (SLA) dat de Amerikaanse overheid twee SLA-leden zou vrijlaten.
Hieraan gaf Amerika geen gehoor. Vervolgens werd Patty Hearst – uitgerust met een M1 Carbine – samen met vier SLA-leden gezien in de Hibernia Bank aan Sunset Avenue; het gezelschap pleegde een bankoverval. Net als twee van de SLA-leden werd ook Patty Hearst opgepakt. Ondanks haar verklaringen – waarin Hearst aangaf dat ze zowel lichamelijk als ook seksueel was misbruikt tijdens haar gevangenschap – werd ze veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar.
De rechter bleek niet ontvankelijk voor het door Hearst aangedragen ‘Stockholmsyndroom’. President Jimmy Carter dacht daar anders over; na 22 maanden cel verleende hij Hearst gratie. Later zette Clinton dit om in een algeheel pardon.
6. Frank ‘Jelly’ Nash (1887 – 1933)
Je hebt bankrover boven bankrover. Zo wordt Frank ‘Jelly’ Nash gerekend tot de meest succesvolle bankrovers van de Verenigde Staten. Ook zijn dood – die bekend staat als de ‘Kansas City Massacre’ – is veelbesproken. Zijn levensverhaal vormde het script voor menig film. Frank Nash had maar zo een andere invulling van zijn leven kunnen kiezen; zijn vader was eigenaar van een aantal hotels.
Frank heeft hier een aantal jaren gewerkt. Ook heeft hij gediend in het Amerikaanse leger. Toch sloeg een ander pad in. Gedurende zijn loopbaan als bankrover heeft Frank ‘Jelly’ Nash maar liefst 200 banken overvallen. Verder wordt hij ervan verdacht het ‘masterbrein’ te zijn binnen een aantal criminele organisaties.
Toen hij door de FBI werd overgebracht naar een verhoorplaats, werd de auto – waarin hij zat – doorzeefd met kogels. Wie precies heeft geschoten is nooit duidelijk geworden.
.
5. Willie “The Actor” Sutton (1901 – 1980)
Net als de meeste van zijn collega-bankrovers leefde – én werkte – Willie Sutton in de jaren ’20. Toen werden de inwoners van de Verenigde Staten getroffen door de Grote Depressie. Juist op het moment dat Stuton zijn grote liefde wilde trouwen, raakte hij zijn baan als bankmedewerker kwijt. Willie Stuton werd brandkastkraker.
Hierbij richtte hij zich op de banken; van de ‘gewone man’ wilde hij niet stelen. Stuton heeft in totaal 100 overvallen gepleegd. Deze acties leverden hem maar liefst 2.000.000 dollar op. Én vele jaren achter de tralies. Je vraagt je misschien af hoe hij het hem lukte om een bank binnen te komen.
Willie Stuton was een meester in vermommingen! Overigens is Willie Stuton er diverse keren in geslaagd om uit de gevangenis te ontsnappen. Om die reden werd hij ook wel ‘Willie the Slick’ genoemd.
4. Jesse James (1847 – 1882)
De naam Jesse James doet misschien wel een belletje rinkelen; deze bankrover gaf invulling aan het begrip ‘Het Wilde Westen’. Zijn manier van leven is te zien in menig westernfilm. Als het gaat om de beweegredenen van Jesse James, dan zijn de meningen verdeeld. Zo ziet de een hem als een keiharde schurk, de ander refereert naar Robin Hood.
Volgens de verhalen is Jesse James getriggerd tot het plegen van misdaden op het moment dat zijn moeder werd gedwongen om land van de hand te doen. Hier moest een spoorweg komen. Samen met zijn broer en een paar vrienden vormde Jesse een bende, die de plannen van de betreffende investeerders wilde dwarsbomen.
Niet alleen saboteerden zij de aanleg van de spoorweg, ook pleegden zij overvallen op de banken waar de investeerders hun geld hadden ondergebracht. Hierbij gebruikte de bende veel geweld.
3. Butch Cassidy (1866 – 1908)
Butch Cassidy en Jesse James vertonen twee opvallende overeenkomsten. Zo leefden beide mannen in dezelfde periode; halverwege de 19e eeuw. Verder gaven zij de voorkeur aan een leven vol geweld. Butch Cassidy staat bekend als een bank- en treinrover.
Hij gaf leiding een aantal bendeleden, die opereerden onder de naam de ‘Wild Bunch’. Hoewel de eerste treinoverval hen slechts 150 dollar opleverde, maakten zij snel meer geld buit. Ook gebruikte de ‘Wild Bunch’ steeds meer geweld. Tijdens hun overvallen vielen diverse slachtoffers.
Tussen het plegen van de criminele activiteiten door was Butch Cassidy een graag geziene gast tijdens paardenraces. Niet alleen gokte hij op racepaarden, ook handelde hij in paarden. Deze dure hobby werd gefinancierd met geld van anderen.
2. Bonnie and Clyde
Natuurlijk mogen Bonnie en Clyde niet ontbreken in deze top 10 lijst van beroemde bankrovers! Het tweetal leerde elkaar kennen bij een gezamenlijke vriend. Hoewel Bonnie toen was getrouwd met een ander – die op dat moment een gevangenisstraf moest uitzitten – weerhield dat haar er niet van om met Clyde op te trekken. Al snel ontdekten ze een gezamenlijke passie: criminaliteit.
Hun achtergrond – opgegroeid op het Amerikaanse platteland waar men toentertijd een armoedig bestaan leidde – sterkte hen in het gevoel dat ze recht hadden op een leven vol rijkdom. Bonnie en Clyde trokken de stoute schoenen aan en trokken al plunderend door de straten van de Amerikaanse steden. Hierbij richtten zij zich vooral op de banken; de middenstanders werden ontzien.
Verder schuwden Bonnie en Clyde de media niet. Als ze weer een misdaad hadden gepleegd, stuurden ze tekst en foto’s naar de redacties van de kranten. Zo gebeurde het dat het tweetal een soort van zelf gecreëerde heldenstatus genoot! Overigens hebben ze hiervan niet lang kunnen genieten; op 23 mei 1934 kwamen Bonnie en Clyde door een regen van kogels om het leven.
1. John Dillinger
John Dillinger is een typisch geval van ’12 ambachten en 13 ongelukken’. Hij is er simpelweg niet in geslaagd om zijn leven op de rails te houden. Zo had hij moeite om werk te vinden. Ook zijn huwelijk liep op de klippen. In 1923 pleegde John Dillinger zijn eerste – geregistreerde – misdaad; hij overviel een kruidenier. Al snel werd hij gearresteerd en veroordeeld tot 10 jaar achter de tralies.
In deze periode leerde de – ernstig verbitterde – John Dillinger alles over criminaliteit. Eenmaal vrij ging hij over tot het overvallen van banken. Hoewel hij diverse keren is opgepakt, slaagde Dillinger erin om een klein fortuin bij elkaar te roven. Hij vond de dood tijdens een avond uit; de politie schoot hem dood voor een bioscoop.
Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’
Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’
Met geld ontsluit je vele deuren, maar de hemelpoort niet (Matth. 19:16-26)
Een jongeman komt bij Jezus Christus met een mooie vraag, namelijk: ‘Wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’
Als je alleen op die vraag zou afgaan zou je zeggen: ‘Dat is iemand die verder ziet dan zijn neus lang is. die beseft ten minste dat dit leven maar tijdelijk is en dat er grotere problemen zijn dan eten drinken’.
Vergis u echter niet. Wij gaan af op wat we zien en horen, en vergissen ons dan ook vaak duchtig; de Heer echter ziet dieper. Een bekende uitdrukking luidt: “De ogen des heren gaan door de kleren”.
De Heer ziet tot in het hart. En Hij weet hoe het er met deze jongeman voorstaat. In de eerste plaats bepaalt Hij hem er bij, dat er maar Eén is die de norm voor goed en kwaad vastlegt, en dat is God. En als de jongeman ten leven in wil gaan, dan weet hij toch de geboden die God gegeven heeft.Wat ontbreekt mij nog?
De Heiland houdt hem dan de wet voor en wel de tweede tafel, die te maken heeft met onze verhouding tot de naaste. Van de wet geldt: “Bemin uw naaste gelijk uzelf, doe dit en leef”.
De jongeman vindt dat hij zich aan die wet heeft gehouden en zegt: ‘Dat alles heb ik in acht genomen, waarin schiet ik nog te kort?’
De Heer weet dat de jongeman rusteloos en ongelukkig is en dat hij zich innerlijk schuldig voelt. Met één enkel woord toont hij het euvel bij deze jongeman aan: ‘Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij’.
In feite is dit een dubbele test. Als de jongeman werkelijk zijn naaste liefheeft als zichzelf, dan zal hij niet zo aan zijn bezit hangen, dat hij de armen laat omkomen. En in de tweede plaats komt het er voor hem op aan om te kiezen voor de verachte rabbi van Nazareth. En nu valt hij door de mand.
Hij heeft meer belang bij zijn vele goederen dan bij ’t eeuwig leven. Hij wil twee heren dienen, en dat gaat niet. In plaats van een voordeel is zijn geld een nadeel. Het geeft de jongeman toegang tot de huizen der aanzienlijken, maar het houdt de hemel voor hem op slot.
Wie kan dan behouden worden?
De Heer zegt dan tegen de discipelen dat een kameel gemakkelijker door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke ingaat in het koninkrijk Gods. Daarop laten de discipelen zich ontvallen: ‘wie kan dan behouden worden?’ als ’t voor een rijke gelijk staat met een kameel door een oog van een naald, staat het voor de minder bedeelde toch altijd gelijk met een muis door een oog van een naald. Dan is behouden worden een onmogelijke zaak.
Nu, dat is inderdaad voor mensen onmogelijk. Maar God deed het onmogelijke. Hij gaf zijn Zoon om voor zonderen te sterven, en het evangelie luidt niet: doe en leef, maar geloof en leef.
Christus heeft het namelijk gedaan, Hij heeft het werk volbracht. En het is de Geest van God die ons oog opent voor onze verloren toestand, en ons de toevlucht doet nemen tot Jezus Christus.
Er wordt de islam vaak verweten dat meisjes minder erven dan jongens en dat dit duidelijk een teken van discriminatie is van de vrouw. Maar is dat ook zo?
Op dit en andere vooroordelen hebben moslims al talloze keren geantwoord. Omdat het een steeds weer opduikend verwijt is, laten we meteen een islamitisch geleerde aan het woord, en geven we zijn fatwa over deze kwestie weer:
Vraag:
Beste gerespecteerde Sheikh, As-Salamu `Alaykum wa Rahmatullah wa Barakatuh. Ik heb een vraag die mij altijd verwart. Ik hoop dat jij voor mij de zaak kan verduidelijken. Waarom is het erfdeel van een man twee keer zo groot als dat van een vrouw? Is dat een vorm van discriminatie gebaseerd op geslacht?
Jazakum Allah Khayran!
Antwoord:
Wa`alykum As-Salaam Warahmatullah Wabarakaatuh.
In de Naam van Allah, de Meest Genadevolle, de Meest Barmhartige,
Alle lof en dank zijn voor Allah, en vrede en zegeningen met Zijn Boodschapper.
Beste broeder in Islam, dank voor de vraag die je ons opstuurde. Ze weerspiegelt jouw zorgzaamheid en belangstelling in het zoeken naar de waarheid. Intussen heeft jouw vraag onze aandacht getrokken, en dat is waarom we ons uiterste best zullen doen je een degelijk antwoord te geven.
Wat de vraag van “erfenis” betreft, zegt Allah, de Goddelijke Wet-gever, in de Qur’an:
“Allah draagt jullie met betrekking tot jullie kinderen op: voor een mannelijk kind evenveel als het aandeel van twee vrouwelijke…” (An-Nisa 4:11)
Mannen zijn ongetwijfeld belast met meer verantwoordelijkheden dan vrouwen. Een vader, een echtgenoot, een zoon, een broer, moet voorzien voor zijn kinderen, zijn vrouw, moeder, zuster. Hij moet hard streven om de eindjes aan elkaar te knopen.
De Islam, als een goddelijk geloof, negeert het bovenstaande feit niet en legt regels neer die een evenwicht vestigen tussen de verantwoordelijkheden van de mannen en de rechten van de vrouwen.
Om meer licht te werpen op deze zaak, citeren we de volgende fatwa:
De Islam geeft in een erfenis aan het meisje de helft van het aandeel dat aan haar broer gegeven wordt, omdat de Islamitische Wet haar niet verplicht dit geld aan iemand anders dan haarzelf te besteden. Anderzijds is de Muslim man, die doorgaans broodwinner is van het gezin, verplicht te spenderen aan zijn vrouw, kinderen, broers, zusters, zijn moeder en zijn vader.
Daarom, omdat de financiële last van de man veel hoger is dan die van de vrouw, geeft de Islam bij een erfenis aan de man het dubbel deel van dat van zijn zus. Op die manier heeft de Islam de vrouw een juist aandeel gegeven. Laten we even een voorbeeld bekijken. Wanneer de vader sterft en hij laat 30.000 euro na aan zijn kinderen. Hij heeft 2 zonen en 2 dochters. Dan krijgt elke zoon 10.000 dollar, en elke dochter 5.000 euro. De zonen moeten hun moeders, vrouwen, kinderen en zusters (als hun zusters nog niet getrouwd zijn) onderhouden, de zusters mogen de 5.000 euro volledig voor zichzelf kunnen houden.
Dus, wie heeft hier uiteindelijk het meeste geld? De meisjes natuurlijk.”
Noteer dat de uitspraak ‘de almachtige Allah weet het best’ aan het einde van de fatwa een relativerende uitspraak is. Dat betekent dat de geleerde naar best vermogen op de vraag probeerde te antwoorden op grond van de Koran en sunnah, maar dat God uniek is en aan niemand gelijk. Geen mens kan beweren zeker te weten wat God juist bedoeld heeft. Mensen kunnen slechts proberen te begrijpen wat God bedoeld.
Uit bovenstaande fatwa blijkt nog maar eens dat het los citeren van verzen uit de Koran nietszeggend is. Het is belangrijk dat men het algemeen kader kent en daarbinnen een vers kan plaatsen, pas dan krijgt het vers zijn echte betekenis. De regel over erfrecht moet gezien worden in samenhang met de regels over het familierecht en de rechten en plichten van mannen en vrouwen. In de islam zijn mannen immers verplicht (fysisch, financieel, emotioneel) zorg te dragen voor hun vrouwen.
De Koran is een geheel van 6.666 verzen, die allemaal met elkaar verband houden. Het onder de knie krijgen van het koranische stelsel is iets wat ook in de moslimwereld vele jaren hogere studies vergt. Het is dus niet omdat men een koranvertaling doorgenomen heeft, dat men een islam-deskundige is, net zo min als het doornemen van een atlas van iemand een aardrijkskundig expert maakt. Een tafsir of koranexegese is zeker geen overbodige luxe bij het lezen van de koran.
Louise kreeg een boodschap van Jezus en zei : Jezus, bedek mij alsjeblieft met Uw Allerkostbaarste Bloed.
Jezus : Duizenden en duizenden priesters, religieuzen en nonnen hebben mij verlaten om een materialistisch leven in de wereld te leiden. Vandaag de dag leiden deze mannen en vrouwen een leven op het laagste niveau. Velen zijn ook gehuwd en zelfs echtgescheiden. Ze laten abortus en homoseksualiteit toe en promoten het zelfs. Ze leven in ongehoorzaamheid met Mijn Paus-zoon en met mijn goede en getrouwe bisschoppen. Ze hebben Mijn Kerk in een sociale hal omgevormd terwijl het een Huis van Gebed is.
Deze mannen en vrouwen zoeken vrijheid in een wereld die slavernij verzekerd. Vrijheid ligt in het zoeken de Wil van Onze Vader te doen voor jullie. In de plaats zoeken ze huizen, kledij, geld, een positie en zelfs politieke ambitie. Ze hebben hun religieuze kledij afgedaan, en toch verwachten ze dat Ik hun bescherm tegen alle kwaad, terwijl ze vrijelijk de wereld hebben gezocht, en dus de bescherming van Mijn dienst hebben verloren.
Jullie allen, mannen en vrouwen, hebben geloften afgelegd aan Mij en deze geloften ZIJN VOOR EEUWIG. Jullie priesters zijn priesters voor eeuwig. Ik roep jullie op terug te keren en Mijn kudde te leiden. Wees Mijn herders. Wees leraars en toon het voorbeeld aan alle mensen. Draag het habijt dat jullie Jezus, Maria en Jozef volgen en liefhebben en dat jullie trots zijn Ons aan de wereld aan te kondigen.
Keer terug naar Mij. Wuif de wereld en zonde tot ziens en keer terug in Mijn Heilig Hart van Liefde. Geef je leven aan Mij zoals Ik Mijn leven gaf aan jullie. Vrees niet wat de wereld denkt, want wat echt telt is ben je trouw geweest aan God. Jullie zullen niet geoordeeld worden door de wereld maar door jullie Hemelse Vader. Wens niet of hoop niet op een bekering op het sterfbed want het kan zijn dat er geen tijd meer voor is.
Toon berouw, bekeer jullie en keer vandaag terug terwijl jullie nog leven in jullie hebben. Keer satan de rug toe en aan de vlug voorbije wereld die jullie verlokt. Jullie tijd op aarde is zo heel kort maar de Hemel of Hel is voor eeuwig. Ik wacht op de terugkeer van elkeen van Mijn gevallen kinderen en Mijn Hart staat open om jullie te ontvangen want Ik ben jullie God, jullie Jezus van Barmhartigheid en Liefde.
Het Judasevangelie is een door de RK-Kerk als ketters veroordeelde gnostische tekst. Kerkvader Ireneus waarschuwde er rond 180 na Christus al tegen. Een afschrift van de eeuwen lang verloren gewaande tekst werd eind twintigste eeuw ontdekt en in april 2006 aan de wereld gepresenteerd.
Goede boodschap
Het Griekse woord ‘evangelie’ betekent letterlijk ‘goede boodschap’ of ‘blijde boodschap’. In het Nieuwe Testament wordt Evangelie gebruikt om de verkondiging van het Rijk Gods door Jezus Christus aan te duiden. Ook slaat ‘evangelie’ in het Nieuwe Testament op de door de volgelingen van Jezus, de christenen, verkondigde goede boodschap dat Hij in zijn optreden op inspirerende wijze aan Gods koningschap gestalte heeft gegeven.
Boek
De Blijde Boodschap werd in de kringen der christenen aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het Heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn Lijden en dood. Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.
Vier evangeliën
De RK-Kerk heeft uiteindelijk vier evangeliën als canoniek bestempeld en in het Nieuwe Testament opgenomen. Het gaat om teksten die worden toegeschreven aan de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hoewel onbekend is wie de geschriften nu precies hebben geschreven dan wel samengesteld, staat vast dat de teksten alle in de eerste eeuw na Christus tot stand kwamen.
Gnosis
In de tweede eeuw na Christus bloeiden vele scholen, die ‘Gnosis’ leerden. ‘Gnosis’ stond in het oud-Grieks voor ‘geheime kennis’ of ‘esoterisch inzicht’. Alleen wie beschikte over een geheime, aan ingewijden voorbehouden kennis van de goddelijke en kosmische orde, kon verlossing bereiken, zo meende de aanhangers van deze leer: de zogeheten ‘gnostici’. Er bestond indertijd een verwarrende veelheid aan gnostische scholen, die enigszins geordend kan worden door, uitgaande van bepaalde gemeenschappelijke gedachten, enkele stromingen te onderscheiden.
Geest tegenover materie
De scholen van de gnostische stroming die in de tweede eeuw na Christus een grote populariteit genoot, stelden veelal geest en materie scherp tegenover elkaar. Materie, zo leerden zij, is de ‘hechtgrond’ van al het kwade. De godheid, zuiver geest, moet volledig aan de materie, en dus ook aan onze aardse materiële wereld onttrokken zijn. De godheid kan de wereld dan ook niet geschapen hebben. De schepping is het werk van een lagere god, gelijk te stellen aan de door de filosoof Plato opgevoerde ‘demiurg’.
Demonen en eonen
De wereld, zo leerden vele gnositici in de tweede eeuw, wordt bevolkt door demonen. Tegenover deze boze wezens staan goede geesten, aangeduid met de term ‘eonen’. Deze ‘eonen’ zijn niet geschapen, maar ‘vloeien voort’ uit de hoogste godheid (‘emanatie’). Alle ‘eonen’ tezamen maken het ‘pleroma’ uit: de volheid van de godheid, oftewel een Rijk van Licht.
Goddelijke vonk
De mens, zo werd in gnostische kringen vrij algemeen aangenomen, is een vermenging van geest en materie. De menselijke ziel (‘geest’), is een ‘vonk’ of ‘straal’ van het goddelijk Licht, die is ingekerkerd in het menselijk lichaam (‘materie’). De ziel moet uit de materie worden bevrijd. Die bevrijding is dus alleen mogelijk door het ontvangen van geheime kennis: de gnosis, die een geestelijke opstanding uit de doden bewerkt.
Christus als ‘eoon’ en brenger der geheime kennis
Christus, zo verkondigden een aantal gnostici, moet worden gezien als een van de ‘uitvloeisels’ van de godheid: een ‘eoon’ dus. Hij was een goede geest die op aarde verscheen om demonen te bestrijden. Het was natuurlijk niet denkbaar dat Jezus waarlijk mens was geworden: als goddelijk, geestelijk wezen kon hij nooit werkelijk, maar alleen in schijn een materiële gedaante aannemen. Christus werd door veel gnostici niet enkel gezien als een demonenbestrijder, maar bovenal ook als Verlosser: als de goede geest die geheime kennis had geopenbaard.
Gnostische ‘evangeliën’
In verschillende teksten voerden gnostici Jezus ten tonele. Enkele van deze boeken werden door hen expliciet als ‘Evangelie’ aangeduid. Zo kenden gnostici het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie van Petrus, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Judas. Dat al deze zogenaamde ‘evangeliën’ niet zijn opgenomen in het Nieuwe Testament laat zich onder meer verklaren uit het feit, dat in deze teksten doorgaans niet Jezus en zijn boodschap centraal staat, als wel de persoon waarnaar het evangelie is vernoemd: Maria Magdalena bijvoorbeeld, of Judas.
Ireneus contra de ketters
De gnosis werd door de christelijke kerk fel als een gevaarlijke dwaalleer (Ketterij) bestreden. Een belangrijk bestrijder was kerkvader Ireneus van Lyon (ca 140-202 na Christus). Rond 180 na Christus schreef hij het werk ‘Tegen de Ketters’ (Contra Haereses). Ireneus vermeldt in zijn boek (I.31.1) een ketterse sekte, die naast Kaïn ook Judas zou hebben verheerlijkt.
Judas en zijn verraad
Judas Iskariot komt in het Nieuwe Testament naar voren als de leerling van Jezus, die hem voor 30 zilverlingen overlevert aan zijn vervolgers, de hogepriesters die uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis zullen bewerkstelligen. De ‘uitlevering’ van Jezus door Judas wordt door veel christenen traditioneel als ‘verraad’ gezien. Paus Benedictus XVI bevestigde deze opvatting op Witte Donderdag in 2006 tijdens een preek, waarin hij Judas Iskariot neerzette als de verpersoonlijking van de onbetrouwbare mens, voor wie geld, macht en succes belangrijker zijn dan de zo nadrukkelijk door Jezus verkondigde liefde.
Evangelie van Judas
De leden van de door Ireneus beschreven sekte zagen Judas beslist niet als de verrader van Jezus. Zij gingen, integendeel, zo ver om Judas als Jezus’ meest volmaakte leerling te verheerlijken. Judas zou, zo beschrijft Ireneus de leer van de sekte, het ‘mysterie van het verraad’ (‘mysterium proditionis’) hebben volbracht. De sekte zou volgens Ireneus over een ‘verdichtsel’ (‘confictio’) hebben beschikt, onder de titel Evangelie van Judas (‘Iudae Evangelium’).
Papyri gevonden
De tekst van het Judasevangelie werd, na de succesvolle onderdrukking van de gnosis door de kerk, nauwelijks nog overgeleverd. Geleerden beschouwden de tekst als verloren, totdat in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw in Egypte een pakket van aan elkaar gekleefde, dicht beschreven papyrusbladen gevonden werd. Die zogeheten ‘codex’ bevatte, naar later werd vastgesteld, onder meer een tekst met de titel ‘Evangelie van Judas’.
Tchacos
De codex geraakte al snel na ontdekking in handen van louche handelaren. Na de nodige omzwervingen kwamen de papyri uiteindelijk in bezit van Frieda Tchacos-Nussberger, een galeriehoudster te Genève. Onder de naam ‘Tchacos-Codex’ zijn de bladen verder bekend geworden. De Codex is door de eigenaresse ondergebracht in een stichting en zal, naar verluidt, in de toekomst aan de Egyptische overheid worden overgedragen.
Hype
De rechten op openbaarmaking van het in de Tchacos-Codex opgenomen Judasevangelie werden verworven door de Amerikaanse organisatie National Geographic. Op 6 april 2006 presenteerde National Geographic met enig spektakel het Judasevangelie aan de wereld. De organisatie trachtte, onder meer met een televisie-uitzending op 9 april 2006, een zekere hype rond het boek te creëren. In diverse media werd daadwerkelijk gespeculeerd over het wereldschokkende belang dat de tekst zou kunnen hebben voor ons beeld van het leven van Christus.
Authenticiteit en datering der papyri
Aan de authenticiteit van de papyri die het Judasevangelie bevatten, hoeft volgens wetenschappers niet getwijfeld te worden. Het papyrus en de inkt zijn gedateerd op de derde eeuw na Christus. De tekst van het gevonden Judasevangelie is gesteld in het koptisch, de taal die christelijke Egyptenaren in die tijd bezigden. Geleerden nemen aan dat het origineel in het Grieks gesteld zal zijn geweest. Dit origineel zou dan vóór het jaar 180, toen Ireneus zijn ketterboek schreef, moeten zijn vervaardigd.
Korte inhoud van het Judasevangelie
De tekst beweert een geheim verslag te zijn van een onderhoud dat Jezus met Judas Iskariot zou hebben gehad. Jezus, zo verhaalt de tekst, treft op zekere dag zijn leerlingen in gebed bijeen. Hij voegt zich bij hen, en brengt hen met gelach en geheimzinnige uitspraken van hun stuk. Alleen Judas lijkt de woorden van Jezus te begrijpen. Jezus neemt hem daarop apart, en zegt hem de geheimen van het Koninkrijk te willen toevertrouwen.
Jezus draagt inderdaad geheimen aan Judas over, die in de tekst in enig detail worden ontvouwd. Met name naar een fantasierijke kosmologie gaat veel aandacht uit. Daarbij komen ook ‘eonen’ ter sprake. De tekst eindigt tamelijk abrupt met een kort relaas van de uitlevering van Jezus door Judas. Op deze passage na besteedt het Judasevangelie aan het leven van Jezus overigens vrijwel geen aandacht; wat dat betreft brengt de tekst dus beslist geen nieuwe inzichten.
Alleen voor geleerden
De geheimen die in het gevonden Judasevangelie beschreven staan, kunnen, in onze tijd, alleen goed geduid kunnen worden door geleerden die veel verstand hebben van de gnostische leer. Voor de leek moet het geschrevene duister blijven. Eén van de geleerden die goed thuis zijn in de gnosis is de Nederlander Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een persbericht dat de Radbouduniversiteit op 6 april 2006, de dag van de presentatie van het Judasevangelie door de Amerikanen, deed uitgaan, tracht Van Oort de kern van het Judasevangelie inzichtelijk te maken.
Hans van Oort
‘De mens offeren’
Van Oort haalt onder meer naar voren dat Judas volgens het Judasevangelie de enige leerling was, die zou hebben begrepen wie Jezus werkelijk was. Judas leverde Jezus uit aan zijn vervolgers, opdat de ‘aardse’ mens, de lichamelijke verschijningsvorm van Jezus, kon sterven, en zijn ware geestelijke aard bevrijd kon worden. Jezus zelf duidt dit met zoveel woorden aan, als hij, tegen het einde van de evangelietekst, tegen Judas zegt: “Jij zult de mens offeren die mij bekleedt.” Dat hiermee een kerngedachte van de gnosis wordt verwoord, zal na het voorgaande duidelijk zijn.
Een belangrijke tekst?
Van Oort heeft zich, net als de Nederlandse Nieuw-Testamenticus Wim Weren, over de ontdekking en openbaarmaking van het Judasevangelie enthousiast uitgelaten. Dat is vanuit wetenschappelijk standpunt zeer goed te begrijpen. De vondst van het Judasevangelie is ook werkelijk van belang voor wetenschappers, die met de tekst hun inzicht in de Gnosis kunnen verfijnen. Voor christenen evenwel is de tekst betekenisloos. Ireneus blijkt reeds eeuwen geleden de inhoud van het geschrift op hoofdlijnen goed geschetst te hebben.
Dwaalleer
Kerkvader Ireneüs van Lyon bestreed de gnosis en waarschuwde tegen het Judasevangelie als een gevaarlijk ‘verdichtsel’. Op Goede Vrijdag 2006 werd in de Sint-Pieter te Rome opnieuw tegen de tekst, alsmede tegen andere, vergelijkbare geschriften gepredikt. Christelijke kerken zullen niet terugkomen op de reeds eeuwen geleden uitgesproken veroordelingen van de gnostische dwaalleer, zoals die onder meer in het Evangelie van Judas te lezen is.
Fragmenten uit het Judasevengelie
Het geheime verslag van de openbaring die Jezus meedeelde in een gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voordat hij Pasen vierde.
Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte hij mirakelen en grote wonderen om de mensheid te redden. En aangezien sommigen in gerechtigheid wandelden en anderen in hun overtredingen, werden de twaalf apostelen geroepen. Hij begon met hen te spreken over de mysteries buiten deze wereld en wat zou gebeuren op het einde. Vaak verscheen hij niet als hijzelf aan zijn leerlingen, maar werd hij onder hen gevonden als een kind.
… [Jezus spreekt met de twaalf] …
En den zeiden: Wij hebben de kracht’.
Maar hun geesten durfden niet voor zijn aangezicht staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken en wendde zijn gezicht af.
Judas zei tot hem: ‘Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt van het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die u gezonden beeft’.
Wetend dat Judas nadacht over iets verhevens, zei Jezus hem: ‘Neem afstand van de anderen en ik zal je de geheimen van het koninkrijk meedelen. Jij kunt het bereiken, maar je zult groot verdriet kennen. Want een ander zal in jouw plaats komen, zodat de twaalf weer volledig zullen zijn ten overstaan van hun god’.
Judas zei hem: ‘Wanneer zult u me die dingen meedelen, en wanneer zal de grote dag van licht aanbreken voor dit geslacht?’ Maar terwijl hij dit zei, verliet Jezus hem.
…
Judas zei tot hem: ‘Rabbi, wat voor vrucht brengt deze generatie voort?’
Jezus zei: ‘De zielen van elk mensengeslacht zuilen sterven. Maar wanneer dit volk de tijd van het koninkrijk heeft voltooid en de geest hen verlaat, dan zuilen hun lichamen sterven maar hun zielen zuilen leven en zij zuilen opgenomen worden’.
Judas zei: ‘Meester, zou het kunnen dat mijn nageslacht onderworpen is aan de heersers?
Jezus antwoordde hem: ‘Kom, dat ik … [2 regels ontbreken] …, maar je zult veel verdriet hebben wanneer je bet koninklijk ziet en heel zijn geslacht’.
Toen hij dat hoorde, zei Judas hem: Wat voor goeds is het dat ik het ontvangen heb? Want u hebt mij afgezonderd voor dat geslacht’.
Jezus antwoordde: ‘Jij zult de dertiende worden, en je zult vervloekt worden door de andere generaties, en je zult komen om over hen te heersen. In de laatste dagen den ze jouw opstijgen naar het heilige geslacht vervloeken’.
Judas zei tot Jezus: ‘Kijk, wat zullen degenen die in uw naam gedoopt zijn, doen?
Jezus zei: Voorwaar, ik zeg u: dit doopsel in mijn naam … [ongeveer 9 regels ontbreken] …
Maar jij zuùt hen den overtreffen. Want jij zult de mens offeren die mij bekleedt.
Reeds is je hoorn verheven,
je toorn ontbrand,
je ster heeft helder geschenen
en je hart …
… [verscheidene regels ontbreken of zijn moeilijk leesbaar] …
En dan zal het beeld van de grote generatie van Adam worden verheven, want die generatie is van het eeuwige koninkrijk en bestaat eerder dan de hemel, de aarde en de engelen. Kijk, des is je meegedeeld geworden. Hef je ogen op en kijk naar de wolk, het licht erin en de sterren eromheen. De ster die de weg wijst, is jouw ster’.
Judas hief zijn ogen op en zag de lichtende wok en hij trad er binnen. Zij die op de grond stonden, hoorden een stem uit de wok zeggend … grote generatie … beeld … [ongeveer vijf regels ontbreken].
Hun hogepriesters morden omdat hij de gastenkamer was binnengegaan om te bidden. Maar sommige schriftgeleerden hielden daar zorgvuldig de wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want zij waren bang voor het volk, aangezien den hem voor een profeet hielden.
Ze naderden Judas en zeiden hem: ‘Wat doe jij hier? Jij bent Jezus’ leerling’.
Judas antwoordde hen zoals zij het wensten. En hij kreeg wat geld en hij droeg hem over aan hen.