Tagarchief: graslanden

Gewone margriet : Leucanthemum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-leucanthemum_vulgare_filigran_flower_2200px

 

 

Goed te herkennen aan
– grote “madeliefjes-achtige” bloemen op lange stelen met
– donker gerande, groene omwindselblaadjes

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone margriet is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze groeit op op open, vochtige tot matig droge, voedselrijke, grazige grond in graslanden, bermen en op dijken. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vanaf mei tot en met augustus zie je de opvallende bloemenhoofdjes van gewone margriet. De hoofdbloei valt in juni. De vlakke bloemenhoofdjes zijn 3 tot 6 cm breed en bestaan uit een geel hart van buisbloemen en een krans van witte straalbloemen. Ze staan op weinig of niet vertakte stengels, die 30 tot 60 cm hoog kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 60 cm

Bloem
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– gele buisbloemen en
– witte straalbloemen
– 3 tot 6 cm
– omwindselblaadjes met zwarte of
bruine rand

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste lang steelvormig versmald
– top stomp
– rand gekarteld
– voet aflopend
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal of weinig behaard

zie wilde bloemen

 

 

gewone-margriet1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Groot streepzaad : Crepis biennis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

0aaabb0ab69c4085abf1308f03ae2ad0

 

 

Goed te herkennen aan
– de paardenbloemachtige bloemhoofdjes, waarvan
– de onderste omwindselblaadjes uitstaan en
– de ruw behaarde, veerdelige, onderste bladeren

 

 

streepzaadgroot-110430-079

 

 

 

Algemeen

 

Groot streepzaad is een overblijvende plant van 40 tot 120 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, op dijken en in bermen. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot streepzaad bloeit vanaf mei tot en met augustus met paardenbloemachtige bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit gele lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen is geel, in tegenstelling tot paardenbloemstreepzaad, klein streepzaad, gekroesde- en gewone melkdistel. De omwindselblaadjes zijn behaard en hebben gelige of zwarte klierborstels. De onderste omwindselblaadjes staan van het hoofdje af.

 

 

groot streepzaad

 

 

 

 

 

 

 

paardenbloem

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn verspreid ruw behaard, vaak rood aangelopen en in de bovenste helft vertakt, waardoor de bloemhoofdjes gerangschikt staan in een tuil. De bladeren zijn zeer variabel van vorm en eveneens ruw behaard vooral aan de onderkant. De onderste bladeren zijn veerdelig met slippen die richting de bladvoet wijzen. De bovenste zijn langwerpig, soms bochtig getand en met pijlvormige voet min of meer stengelomvattend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 40 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m augustus
– hoofdjes in een tuil
– alleen lintbloemen
– 2 tot 3,5 cm
– stijlen geel

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half)stengelomvattend of
gevleugeld
– veernervig
– verspreid ruw behaard

Stengel
– rechtop
– verspreid ruw behaard
– gegroefd
– vaak rood aangelopen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Glad walstro : Galium mollugo

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

walstroglad-110519-217

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte losse pluimen en
– de in kransen geplaatste smalle bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Glad walstro is een overblijvende plant, die groeit op vrij droge tot vrij natte, meer of minder voedselrijke grond in graslanden, in bermen, op dijken, in struikgewas, aan bosranden en in de zeeduinen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met opvallende witte losse pluimen en kan tot 1,2 meter hoog worden. Ze heeft een aangename geur en wordt dan ook graag door bijen bezocht. De bloemen zijn klein en de bloemdekbladen hebben een toegespitst topje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan met 6 tot 8 in een krans om de stengel. De stengels zijn slap, kaal of weinig behaard, vierkantig en opstijgend of liggend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– 2 tot 5 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid en
met 0,2 tot 0,3 mm lang topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top toegespitst
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– niet of weinig behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone rolklaver : Lotus corniculatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, schermachtige trossen dooiergele vlinderbloemen,
– in de knop meestal rood en
– het samengestelde blad,
– waarvan 1 paar blaadjes aan de basis van de bladsteel zit en
– de deelblaadjes, waarvan de zij-nerven niet goed zichtbaar zijn

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone rolklaver is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige tot droge, matige voedselrijke grond in lage graslanden ; de plant komt voor in de duinen en in laag grasland. De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en is geïmporteerd in Noord-Amerika en wordt daar ook voor het winnen van veevoer gebruikt. De naam rolklaver verwijst naar de rechte, rolronde peulen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone rolklaver bloeit vanaf mei tot in de herfst met schermachtige trossen van 3-8 dooier-gele vlinderbloemen. In de knop zijn ze meestal rood. Gewone rolklaver is een belangrijke voedselplant voor het vee en schijnt een gunstige invloed te hebben op de smaak van de melk.

 

 

 

 

 

Blad

 

Kenmerkend voor de rolklavers is het blad, dat bestaat uit 5 deelblaadjes, waarvan het onderste paar direct aan de basis van de bladsteel staat, een eind verwijderd van de overige drie. Ze lijken op steunblaadjes, maar zijn het niet.

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot minder algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– dooier-geel
– vanaf mei tot in de herfst
– schermachtige tros
– vlinderbloem
– vlag 10 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– vaak behaard

Stengel
– opstijgend of liggend
– kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Esparcette : Onobrychis viciifolia

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

esparcette

.

.

Goed te herkennen aan
– de kegelvormige trossen rozerode bloemen met gestreepte vlag en
– de oneven geveerde bladeren, 6 – 14 paar

 

 

esparcette1_0

 

 

 

Algemeen

 

Esparcette komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en Zuid-Siberië. Ze is als veevoederplant ingevoerd in Europa.  Je vindt haar op vochtige, kalkrijke, grazige grond. De plant komt in de lage landen zowel gekweekt als verwilderd voor. In het zuiden van Europa is hij langs de weg of in droge graslanden te vinden. Esparcette is een overblijvende plant van 20 tot 70 cm hoog.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli met rozerode vlinderbloemen op zonnige plaatsen in graslanden, bermen en akkerranden. De bloemen staan in lange trossen, die tot vijftig bloemen kunnen bevatten. Een bloeiende esparcette heeft wat weg van lupine.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, alleen in Zuid-Limburg
– 20 tot 70 cm

Bloem
– roze, rood
– vanaf mei t/m juli
– kegelvormige tros
– vlinderbloem
– 1 tot 1,5 cm
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig, 6 tot 14 paar
– top spits of stekelpuntig
– rand gaaf
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4

 Echte koekoeksbloem : Silene flos-cuculi

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

koekoekechte-100516-348

 

 

 

Goed te herkennen aan
de helder roze, beetje rommelige bloemen met 5 kroonbladen, die in 4 slippen verdeeld zijn

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Echte koekoeksbloem is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend.
Je vindt echte koekoeksbloem in natte, matig voedselrijke grond in graslanden, duinvalleien en lichte loofbossen. Ook op veengrond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Echte koekoeksbloem bloeit vanaf mei tot met juli met helder roze (soms witte) bloemen, waarvan de vijf kroonbladen verdeeld zijn in vier onregelmatige slippen met twee gevorkte witte schubben aan de basis.
Door verdeling van de kroonbladen in slippen hebben de bloemen een teer, maar beetje rommelig uiterlijk.

De bloemen vormen een schermachtige bloeiwijze aan de top van de stengels. De kroonbladen worden omgeven door een roodbruine kelkbuis met 5 toegespitste, driehoekige, korte tanden en 10 uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De vertakte stengels zijn groen van kleur en ruw behaard. Onder schrale en droge omstandigheden kunnen de stengels opvallend bruin kleuren. Ze dragen smalle lancetvormige ongesteelde bladeren. Onderaan de stengel staan een aantal gesteelde, langwerpige tot spatelvormige rozetbladeren.

 

 

 

 

 

lychnis-flos-cuculi-echte-koekoeksbloem-04

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– helder roze (soms wit)
– vanaf mei t/m juli
– gevorkt bijscherm
– 3 tot 4 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– top spits
– rand gaaf
– enigszins ruw
– stengelblad :
– lancetvormig
– niet gesteeld
– 1 nervig
– rozetblad :
– langwerpig tot spatelvormig
– gesteeld

Stengel
– rechtop en vertakt
– behaard
– kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria