Tagarchief: blad

Gele anemoon ; Anemone ranunculoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

anemone-ranunculoides-gele-anemoon-02

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en
– de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.

 

 

 

 

 

 

veenendaal-044

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.

Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :

gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.

boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

gewone boterbloem

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam of als stinsenplant
– 15 tot 25 cm

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– bloemsteel behaard
– steel wortelbladeren kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Wit hoefblad ; Petasites albus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2609-m-wit-hoefblad

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de ronde tot kegelvormige trossen met witte tot geelwitte bloemhoofdjes en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wit hoefblad is geen inheemse plant. Ze behoort tot de stinsenplanten en komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa en West-Azië, is hier te koop als sierplant en wordt aangeplant in parkbossen op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond, waar ze zich lang kan handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wit hoefblad is een overblijvende, geurende plant. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit in februari en maart met (geel)witte ronde tot kegelvormige trossen, die bestaan uit een aantal bloemhoofdjes, die op hun beurt weer samengesteld zijn uit een aantal buisbloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wit hoefblad is net als klein en groot hoefblad een naaktbloeier; de wortel-standige bladeren verschijnen aan het einde van de bloeiperiode. Ze zijn hartvormig, van onderen blijvend grijs-viltig en uitgegroeid tot 30 cm in doorsnee. Door de kruipende wortelstok breidt wit hoefblad zich uit en groeit ze in groepen.

 

 

petalbus5

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Groot en wit hoefblad lijken op elkaar. Beiden hebben een ronde tot kegelvormige bloeiwijze en opvallend grote bladeren, die pas na de bloei verschijnen. Ze verschillen in de kleur van de bloemen; groot hoefblad is roze, wit hoefblad is wit tot gelig. Daarnaast bloeit wit hoefblad eerder dan groot hoefblad.

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– voorkomend in parkbossen, soms
lang standhoudend
– 5 tot 30 cm

Bloem
– (geel)wit
– februari en maart
– ronde tot kegelvormige trossen
– buisbloem
– hoofdje circa 2,5 cm

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– hand- en netnervig

Stengel
– rechtop
– met bleke, smalle schutbladen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewoon speenkruid : Ficaria verna subsp. verna

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Ranunculus_ficaria-01_speenkruid1-I2

 

 

Goed te herkennen aan
– de glanzend gele bloemen en
– de vlezige glanzende bladeren en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen 

 

Gewoon speenkruid is een zeer algemeen voorkomend overblijvend plantje. Ze groeit voornamelijk op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke grond tussen hakhout, onder heggen, aan slootkanten, in weiden, bermen, tuinen en bossen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Een van de eerste bloemen die in het voorjaar verschijnen zijn de stervormige gele bloemen van gewoon speenkruid. Bij donker weer blijven de bloemen gesloten, maar zodra de zon schijnt spreiden de kroonblaadjes zich uit.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De iets vlezige, lang gesteelde blaadjes zijn glanzend groen en liggen dakpansgewijs over elkaar heen om zoveel mogelijk te profiteren van het zonlicht. Eind mei is gewoon speenkruid weer geheel verdwenen. Vermeerdering vindt voornamelijk plaats door middel van knolletjes, die door de mens, dier of de regen worden verspreid. Die knolletjes bevinden zich in de oksels van de onderste bladeren en zijn vooral na de bloei goed zichtbaar.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Ze bevatten veel vitamine C en kunnen gebruikt worden in salades. Neem dan wel de bladeren voor de bloei, want tijdens de bloei vormen zich giftige stoffen in de bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Vreemd speenkruid lijkt op gewoon speenkruid. Ze mist echter de knolletjes in de bladoksels en heeft bredere, meestal meer kroonblaadjes, die elkaar bedekken met de randjes. Vreemd speenkruid kun je op verscheidene buitenplaatsen tegenkomen. Ze is daar gekomen met ingevoerde bolplanten.

 

 

vreemd speenkruid

 

 

 

vreemd speenkruid

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 30 cm hoog
– zodenvormend

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 6 tot 12 kroonbladen, niet vergroeid
– 3 soms 4 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– hartvormig
– top stomp
– rand gaaf tot bochtig gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– glanzend

Stengel
– liggend, aan het einde opgericht
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

gewoon speenkruid

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De Amaryllis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Amaryllis als snijbloem

 

Wie van snijbloemen houdt, komt in de periode voor en na de eindejaarsfeestdagen automatisch terecht bij de amaryllis.

 

 

 

 

 

 

 

Beschikbaar in veel kleuren

 

De amaryllis is beschikbaar vanaf september tot en met maart. In die periode is de amaryllis beschikbaar in diver-se verschillende kleuren en variëteiten. De bloemblaadjes van de amaryllis zijn heel bijzonder; ze lijken wel van prachtig fluweel. Ze zijn er in het wit, rood, geel, roze, (zalm)roze, paars, oranje en tweekleurig. Meestal zitten er wel vier tot zes indrukwekkende bloemen aan de steel. De amaryllis heeft geen blad, daarom noemen ze haar in de Verenigde Staten ook wel een ‘Naked Lady’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Amaryllis verzorgen

 

  • Snij de stelen schuin af en plaats ze in schoon water.
  • Gebruik bij voorkeur een hoge vaas, want de bloemen zijn erg zwaar.
  • Haal de verwelkte bloemen eruit.
  • Eenmaal in bloei, groeien de bloemen snel. Zorg voor voldoende ruimte.
  • Men kan minimaal 10 dagen van de bloemen genieten, en 14 dagen afhankelijk van de temperatuur van de ruimte waar ze zich bevinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De 10 bekendste en grootste kamerplanten

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Top 10 grote kamerplanten

 

Een grote kamerplant kan dienen als stralend middelpunt in je woonkamer. De ene plant is echter meer geschikt als kamerplant dan de ander. Het is prettig als de plant niet al te moeilijk is in onderhoud en ook de plek is be-langrijk. En kies je liever voor een frisse groene kamerplant of toch liever een sierlijk bloeiend exemplaar? Hieron-der vind je onze top grote 10 kamerplanten om jou te helpen kiezen voor de perfecte kamerplant.

 

 

 

1. Lepelplant (Spathiphyllum)

 

De lepelplant is een gemakkelijke plant die zeer geliefd is vanwege zijn witte bloemen, die de vorm hebben van een lepel. De plant is een echte waterliefhebber en veel water geven is dan ook een vereiste. Gelukkig geeft deze bloeiende (én luchtzuiverende) kamerplant zelf aan wanneer hij water nodig heeft door te gaan hangen. En geen zorgen, want de lepelplant staat met een flinke scheut water al snel weer overeind. De plant is sterk en kan zelfs op een donkere plek in huis overleven, zet hem in de zomer vooral niet in de volle zon.

 

 

 

 

 

 

Licht: **
Onderhoud: *
Water: ***
Extra: bloeiend, luchtzuiverend

 

 

 

 

2. Palmlelie (Yucca)

 

De Yucca is een stoere kamerplant die al snel redelijk groot wordt. De plant staat graag op een lichte plek en heeft niet veel water nodig. Laat de grond het liefst eerst opdrogen voor je hem water geeft, een aantal weken zonder water is echt geen probleem. Een teveel aan water juist kan leiden tot wortelrot en gele bladeren. Deze mooie plant mag in de zomer zelfs naar buiten, maar vermijd wel de middagzon.

 

 

 

 

 

 

 

Licht: ***
Onderhoud: *
Water: *

 

 

 

 

3. Kentia palm (Howea Forsteriana)

 

De Kentia palm groeit van oorsprong op een eiland ten oosten van Australië en is een van de sterkere palmen. Doordat de plant gemakkelijk in is onderhoud, is deze geliefd op kantoren. De Kentia moet in een constant voch-tige grond staan. Het is het best de plant te sproeien, zeker wanneer de lucht in huis droog is. Ten opzichte van andere palmen kan deze kamerplant relatief donker staan.

Stagneert de groei of maakt de kamerplant weinig vers blad? Plaats de palm dan een meter dichter bij het raam. Wanneer de plant onderaan bruin blad krijgt kan dit worden weggeknipt, hij zal bovenaan namelijk weer nieuw blad maken. Bruine randjes mogen ook weggeknipt worden, maar het is niet mogelijk om de stam te snoeien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Licht: *
Onderhoud: *
Water: ***

 

 

 

4. Philodendron

 

De Philodendron-familie omvat wel honderden soorten. Mooi zijn bijvoorbeeld Philodendron ‘Atom’, Philoden-dron  ‘Congo’, Philodendron ‘Fun Bun’ en Philodendron ‘Imperial Green’. Ze komen van oorsprong uit het regen-woud van Zuid Amerika. Deze grote kamerplanten gedijen prima met minder licht en kunnen niet goed tegen di-rect zonlicht, vooral in de middag. De plant heeft niet veel water nodig, maar het is wel belangrijk dat de grond altijd vochtig blijft.

De hoeveelheid water die hij nodig heeft is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de standplaats en grootte van de kamerplant. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na vier dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per keer. Exemplaren met luchtwortels worden liever gesproeid.

 

 

 

 

 

 

Licht: *
Onderhoud: **
Water: *

 

 

 

 

5. Polyscias

 

De Polyscias is een plant die weinig onderhoud nodig heeft. Hij staat prima in de schaduw en heeft maar weinig water nodig. Deze plant heeft karakteristieke takken die groeien vanuit een dikke stam en is te herkennen aan de decoratieve bladeren die rond, maar ook hartvormig kunnen zijn. Vooral voor mensen zonder groene vingers is deze plant ideaal. En wil je dat hij lang mee gaat, dan hoef je alleen af en toe wat plantenvoeding bij het water te voegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Licht: *
Onderhoud: *
Water: *

 

 

 

 

6. Croton (Codiaeum)

 

De Codiaeum is een populaire kamerplant vanwege de enorme variatie in tekening en kleur van het blad. Je kunt kiezen voor een klein plantje, maar er zijn ook grotere varianten, soms zijn het zelfs flinke bomen. Zet de plant het liefst in het licht, want op een donkere plek verliest hij zijn mooie bladtekening. Hij mag vooral niet te koud staan (niet onder de 15 graden) en heeft verder weinig eisen. Houd in de lente en zomer de potgrond vrij vochtig en voeg wat plantenvoeding toe. Pas op voor te droge lucht (bijvoorbeeld door de radiator), af en toe sproeien met een plantenspuit kan wonderen doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Licht: ***
Onderhoud: **
Water: **

 

 

 

 

7. Olifantsoor (Alocasia)

 

Als je van groot blad houdt, dan is de Alocasia echt iets voor jou. Het is namelijk niet voor niets dat hij ook wel Olifantsoor wordt genoemd. De plant heeft wel iets mee aandacht nodig, want hij heeft graag dat de grond con-stant licht vochtig is. Het onderste blad wordt op den duur minder mooi en kun je dan het best zo’n vier centime-ter van de stam afsnijden. Dit bevordert namelijk de groei van nieuw blad. Met de juiste verzorging is het is een prachtige plant met grote sierlijke bladeren. Let op: deze plant kan soms druppels vocht van het blad laten vallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Licht: ***
Onderhoud: ***
Water: ***
Extra: kan druppelen

 

 

 

 

8. Ficus

 

De Ficus is een sterke plant die in de natuur wel meer dan vijfhonderd jaar oud kan worden. Binnenhuis zijn de omstandigheden heel anders en heeft de plant de juiste verzorging nodig wil je er lang plezier van hebben. De Ficus kan op zowel een lichte als half-lichte plek staan, maar zet in de zomer niet in de volle zon. Staat hij eenmaal op een plek dan is het beter de plant niet meer te verplaatsen.

Let op dat hij niet op de tocht staat, want daar kan hij niet tegen. Als de plant teveel in een richting groeit kun je hem wel rustig een klein beetje draaien. Geef hem regelmatig water zodat de kluit niet helemaal uitdroogt. Mooi meegenomen: de Ficus is een luchtzuiverende plant en zorgt dus voor een beter leefklimaat in huis.

 

 

 

 

 

 

 

 

Licht: **
Onderhoud: ***
Water: ***

 

 

 

9. Vingersboom (Schefflera)

 

De Schlefflera is een bekende kamerplant met een typerend blad. In de zomer staat hij het liefst in vochtige grond, in de winter mag het tussen de gietbeurten door best wat indrogen. Geef hem in de zomer ongeveer eens per week water en in de winter eens per 10 dagen. Het kan geen kwaad om hem in de zomer af toe te sproeien, al is het maar om het stof van het blad te wassen. Wanneer het blad afvalt kan dat komen door tocht of door te weinig licht.

 

 

 

 

 

 

 

Licht: **
Onderhoud: **
Water: **

 

 

 

 

10. Vingerplant (Fatsia japonica)

 

De vingerplant is populair als kamerplant, maar komen we ook tegen in de tuin. Deze plant heeft prachtig blad: donkergroen, glimmend en leerachtig. Met een beetje fantasie vormt het blad vingers aan een hand. De plant heeft weinig onderhoud nodig. De natuurlijke groeiwijze zorgt ervoor dat het een boom(pje) wordt. De onderste bladeren worden na verloop van tijd lelijk en kun je verwijderen.

 

 

 

 

 

 

 

Licht: **
Onderhoud: *
Water: ***
Extra: bevat giftige plantdelen, luchzuiverend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Look-zonder-look : Alliaria petiolata (Alliaria officinalis)

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– trossen 4-tallige witte bloemetjes en
– de uien- of knoflookgeur, die vrijkomt als de bladeren gewreven of gekneusd worden

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Look-zonder-look is een tweejarige plant. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen. Ze heeft een voorkeur voor vochtige, zeer voedselrijke, meestal zandige grond op half beschaduwde plaatsen in loofbossen en langs beken. Het eerste jaar wordt een rozet van lang gesteelde niervormige bladeren gevormd. Het tweede jaar gaat de plant vanaf april tot en met juni bloeien met witte bloemetjes en kan dan tot 90 cm hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemetjes staan in trossen aan het einde van de stengel en in de bladoksels. Ze hebben 4 groene kelkbladen met witte rand, die vrij snel afvallen. Naarmate de bloei vordert vormt de plant een langgerekte tros met van bo-ven naar beneden de knoppen, bloemen, jonge vruchten en rijpe vruchten. Deze bloeiwijze is kenmerkend voor de kruisbloemenfamilie, waartoe look-zonder-look behoort.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn gesteeld en frisgroen van kleur. Als je het blad wrijft of kneust dan ruik je een uien- of knoflook-geur. Ook de zaden en wortels verspreiden deze geur. En dat is dan ook de enige overeenkomst met look, van-daar de naam.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

In de keuken is look-zonder-look goed te gebruiken; alle delen van de plant bevatten knoflook- en mosterdolie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 90 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– 8 tot 12 (18) mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid, eerste jaar rozet
– enkelvoudig
– rozetbladeren :
– niervormig
– grof gekarteld
– stengelbladeren :
– hartvormig
– onregelmatig getand
– netnervig
– bij wrijving of kneuzing geurend

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– rond met lengteribbels

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine sneeuwroem : Chionodoxa sardensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
niet knikkende, blauwe, 6-tallige bloemen kleiner dan 12 mm met een klein wit of bleekblauw hart

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine sneeuwroem bloeit in april. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 12 bloemen, die min of meer aan dezelfde kant van de bloeistengel zitten. Ze zijn blauw en hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis 3 tot 4 mm met elkaar vergroeid zijn. Ze hebben een klein wit of bleekblauw hart.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren van 1,5 cm breed met een kapvormige top.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote sneeuwroem en vroege- en oosterse sterhyacint.

 

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– verwilderd, plaatselijk ingeburgerd
– 5 tot 15 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw
– april
– tros
– stervormig
– tot 12 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blauwe anemoon : Anemone apennina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– (bleek)blauwe bloemen met 8 tot 20 bloemdekbladen,
– die aan de buitenzijde behaard zijn én
– de drie in een krans staande bladeren onder de bloem én
– de na de bloei rechtop staande bloemstengel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Blauwe anemoon is een overblijvende plant van 10 tot 20 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa en is ze in de 19de eeuw als stinsenplant aangeplant op landgoederen. Daar heeft ze zich kunnen handhaven en wordt nu als zeer zeldzaam ingeburgerd beschouwd. Ze groeit in pollen op vochtig voedselrijk zand en zandige klei in loofbossen. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Blauwe anemoon bloeit in maart en april. De alleenstaande bloemen zijn (bleek)blauw, soms wit of roze. Ze heb-ben 8 tot 20 bloemdekbladen (geen kelkbladen), die aan de buitenkant behaard zijn. Vooral bij de knoppen is de beharing goed te zien.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bloemstengel is rond en behaard. De beharing loopt door op de buitenkant van de bloemdekbladen. Een stukje onder de bloem, ongeveer halverwege de stengel, zitten 3 grote bladeren, alle drie op dezelfde hoogte (kransstandig). Ze zijn 3-delig en ook behaard. De wortelbladeren zijn eveneens 3-delig en behaard. De slippen van de wortelbladeren zijn kort gesteeld.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Een vergelijkbare soort is Oosterse anemoon. De laatste heeft onbehaarde bloemdekbladen en een knikkende bloemsteel ná de bloei. De bloemsteel van blauwe anemoon blijft na de bloei rechtop staan. Het wel of niet knik-ken van de bloemsteel na de bloei is het meest in het oog springende verschil. Wel of geen beharing is een stuk lastiger te zien, aangezien de beharing bij volgroeide bloemen door slijtage nagenoeg verdwenen is. De beharing is het best te zien bij knoppen.

 

 

oosterse anemoon

 

 

 

Algemeen

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam ingeburgerd
– stinsenplant
– ook als tuinplant te koop
– 10 tot 20 cm
– verspreiding

Bloem
– blauw
– maart en april
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3,5 cm
– 8 tot 20 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– 3-delig
– top stomp met spitsje
– rand gekarteld
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aardpeer : Helianthus tuberosus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine zonnebloem-achtige bloemenhoofdjes met
– omwindsel bladen langer dan de breedte van het omwindsel én
– de late bloeiperiode; oktober – november én
– de hoogte van de plant; tot wel 2,40 meter

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aardpeer is een opvallende, hoge, behaarde plant van het najaar. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In de Lage Landen is ze ingeburgerd tussen 1900 en 1924, waar ze sinds jaren dichte bestanden vormt. Ze is zeld-zaam, maar wel toenemend. Ze groeit op natte, zeer voedselrijke grond in oever ruigten en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardpeer bloeit laat in de herfst; in oktober en november. De alleenstaande bloemenhoofdjes lijken wat op kleine zonnebloemen. Ze hebben gele straalbloemen. Het hart is ook geel, maar wat donkerder. Dat komt ook door de donkerbruine, bijna zwarte meeldraden, die om de stijl zitten als een kokertje. De lancetvormige omwindsel blaadjes zijn even lang als of langer dan het omwindsel breed is en ze staan geheel of gedeeltelijk af.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Volgens Heukels zijn de bovenste bladeren niet veel kleiner dan de onderste. Toch vind ik de allerbovenste bladeren wel veel kleiner. De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn kort behaard. Ook de stengels zijn kort behaard en rolrond, soms bovenaan gegroefd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De ondergrondse knollen van aardpeer hebben een nootachtige smaak, die zoeter wordt als het een keer gevroren heeft. Ze hebben een dunne schil, hoeven daarom niet geschild te worden. Ze kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. De knollen bevatten verschillende stoffen, waardoor aardpeer toepasbaar is bij suikerziekte, prikkelbare darmsyndroom, obstipatie en diarree.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Aardpeer wordt ook wel topinamboer, knolzonnebloem of Jeruzalem-artisjok genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Slipbladige rudbeckia heeft gedeelde bladeren en een kegelvormig hart. Stijve rudbeckia is geheel ruw behaard, zoals aardpeer, maar wordt half zo hoog én de bloemenhoofdjes hebben een donkerbruin hart. Stijve zonne-bloem bloeit eerder en heeft kortere omwindsel bladeren.

 

 

slipbladige rubeckia

.

 

 

stijve rubeckia

.

 

 

stijve zonnebloem

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– zeldzaam
– 1,20 tot 2,40 meter

Bloem
– geel
– oktober en november
– hoofdje
– lang gesteeld, alleenstaand
– 4 tot 8 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand getand
– voet aflopend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– bovenaan vertakt
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

Robertskruid : Geranium robertianum.

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_6473-geranium-robertianum

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de drie witte strepen op de rond getopte kroonbladen en
– het donkergeel tot oranje stuifmeel en
– de onaangename geur bij wrijving

 

 

.

plantengroep-robertskruid

 

.

 

Algemeen

 

Robertskruid is een een- of tweejarige plant, die weinig licht nodig heeft en daarom te vinden is op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond en op stenige plaatsen. Ze wordt 10 tot 60 cm hoog en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Robertskruid bloeit van mei tot in de herfst met kleine helder roze (zelden witte) bloemen, meestal twee bij elkaar. De kroonbladen hebben een ronde top.

 

 

.

 

.

 

Blad en stengel

 

De stengel is dichtbehaard en bij de bladaanhechtingen enigszins verdikt. Als de plant gewreven wordt, verspreidt ze een onaangename geur. De stengel kan op droge plaatsen en in de herfst rood verkleuren. De bladeren zijn in omtrek driehoekig en kunnen verschillende kleuren hebben. De bladsteel heeft een scharnier, waarmee de bla-deren optimaal in het licht gehouden kunnen worden. De wortelbladeren zijn lang gesteeld en verdorren vrij snel.

 

 

 

.

 

vergelijkbare soorten

.

: robertskruid : top kroonbladen rond (niet ingesneden), donkergeel tot oranje stuifmeel.

klein robertskruid : heeft kleinere bloemen, geel stuifmeel, wortelbladeren verdorren niet snel, stadsplant en daar zeldzaam.

 

klein robertskruid

 

 

 

 

zachte ooievaarsbek : kroonbladen hebben top-insnijding, bladeren zijn rond en tot halverwege ingesneden.

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

 

slipbladige ooievaarsbek : bladeren zijn diep gedeeld in lijnvormige slippen, de kroonbladen zijn even lang als de kelkbladen en ingesneden.

 

slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

 

kleine ooievaarsbek : bloemen zijn bleek blauw-paars met drie donker paarse strepe

 

 

kleine ooievaarsbek

 

 

 

 

glanzige ooievaarsbek : glanzend blad.

 

glanzige ooievaarsbek

 

.

 

.

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– een- of tweejarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 60 cm

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf mei tot in de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 12 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top toegespitst
– rand gaaf
– veernervig
– behaard

Stengel
– liggend, opstijgend of rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

 

.

robertskruid1

 

 

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

JOHN ASTRIA