Tagarchief: moerasbossen

Gewone dotterbloem : Caltha palustris subsp. palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

 

 

Goed te herkennen aan
de schotelvormige, dooier-gele bloemen aan de waterkant

 

 

 

 

Gewone dotterbloem is meerjarig, wordt tot 50 cm hoog en bloeit in april en mei met grote, dooiergele bloemen van 2 tot 5 cm. Soms zie je in de herfst een tweede bloei.

Ze is algemeen voorkomend in het rivierengebeid en in de laagveengebieden. De favoriete standplaats is langs randen van sloten, beken, in vochtige weilanden, brongebieden en andere zompige plaatsen. Op deze plaatsen komt de plant zowel in de volle zon als in de halfschaduw voor.

 

 

dotterbloem_Mark_Zekhuis

 

 

Je vindt gewone dotterbloem op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden, rietlanden, moeras-bossen en brongebieden. Ze is zout mijdend. Gewone dotterbloem is niet zeldzaam, maar wel kwetsbaar. Door ontwatering, bemesting en gebrek aan schoon zuurstofrijk water is het aantal behoorlijk achteruit gegaan. De plant is wettelijk beschermd.

Naast insecten die met mooi weer de bloemen veelvuldig bezoeken en bestuiven, zorgt ook de regen voor de bestuiving. Als het regent blijven de bloemen geopend, lopen zo vol water, waardoor het stuifmeel op de stempels komt.

Water zorgt ook voor verspreiding van de zaden. In juni splijten de peulen open en worden de zaden door regen- of slootwater meegenomen. Dotterbloem is licht giftig en wordt daarom niet door vee gegeten.

.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– beschermd
– 15 tot 50 cm

Bloem
– dooiergeel
– april en mei
– soms tweede bloei in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 5 cm
– stervormig
– 5 tot 8 bloemdekbladen
– niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot 10 stijlen, soms meer

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– niervormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– glanzend
– onderste lang gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– opstijgend
– naar boven vertakt
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Wolfspoot : Lycopus europaeus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
de kleine witte aan de binnenkant rood-paars gestipte lipbloemen, die in een schijnkrans in de bladoksels staan

 

 

.

.

 

Algemeen

 

Wolfspoot is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog met een rechtopstaande stevige vierkantige stengel. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Wolfspoot groeit op natte, voedselrijke grond aan water-kanten, in moerasbossen en langs sloten, ook op sluismuren.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus. De kleine bloemen zijn wit met van binnen rood-paarse stippen. Ze staan in schijn-kransen rond de stengel in de bladoksels.

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Uit wolfspoot kunnen etherische oliën worden gemaakt tegen aandoeningen van de schildklier.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– wit
– binnenkant roodpaars gestipt
– juli en augustus
– lipbloem
– schijnkrans
– 4 tot 6 mm
– 5-tandige kelk
– 2 meeldraden

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot lancetvormig
– top spits
– rand diep en grof gezaagd
– onderste stengelbladeren veerspletig
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vertakt
– rijk bebladerd
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

watermunt

 

 

wolfspoot

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Koninginnekruid : Eupatorium cannabinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de wollige uitziende roze (zelden witte) bloemschermen en
– de 3-of 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken en
– het grote formaat van de plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Koninginnekruid, ook wel leverkruid genoemd, is een overblijvende plant van 50 tot 150 cm hoog, die zich het best thuis voelt op plaatsen waar veel organisch materiaal snel tot ontbinding overgaat, zoals natte tot vochtige grond aan waterkanten, in rietlanden, duinvalleien, moerasbossen en op kapvlakten. Ze is een zeer algemeen voorkomende plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Koninginnekruid bloeit vanaf juli tot en met september met roze (zelden witte) bloemhoofdjes, die zeer talrijk zijn en bij elkaar staan in dicht vertakte schermen. Elke bloemhoofdje bestaat uit 4 tot 6 (meestal 5) aan de top klokvormige buisbloemen. De bloemschermen hebben een wollig uiterlijk en geuren scherp en aromatisch.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De forse, behaarde, vaak rood aangelopen stengels zijn bebladerd met 3- tot 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken, vandaar de soortnaam cannabinum. De bovenste bladeren zijn niet gedeeld.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Koninginnekruid is een bekende plant in de volksgeneeskunde. Ze bevordert de spijsvertering en verhoogt de activiteit van de galblaas. In grote dosis is de plant echter giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend,
in het noorden zeldzaam
– 50 tot 150 cm hoog

Bloem
– roze (zelden witte) buisbloemen
– vanaf juli t/m september
– hoofdjes in schermvormige pluimen
– tot 5 mm

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– handvormig 3 – 5 delig
– bovenste bladeren niet gedeeld
– top spits
– rand gezaagd
– netnervig

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan kort vertakt
– vaak rood aangelopen
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen