Tagarchief: rozetbladeren

Klein streepzaad : Crepis capillaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine paardenbloem-achtige hoofdjes met vuilgele stijlen en
– de smalle stengelbladeren, die met oortjes de stengel gedeeltelijk omvatten

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein streepzaad is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze groeit op vochtige tot droge, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen, op braakliggende terreinen, tussen straatstenen, op dijken en langs akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met november. Ze bloeit met gele bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. In het midden aan de onderkant van de buitenste lintbloemen loopt een brede streep, die eerst roodachtig is en naar het midden toe lichter wordt. De stijlen zijn vuilgeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn variabel van vorm. De vele rozetbladeren zijn glanzend, langwerpig en diep, bochtig getand tot veerspletig. De stengelbladeren zijn kleiner, de bovenste lijnvormig, ook diep, bochtig getand tot veerspletig of met gave rand en de middelste met twee oortjes de stengel half omvattend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

groot streepzaad : onderkant buitenste lintbloemen geel, stijlen geel, omwindselblaadjes afstaand.

klein streepzaad : onderkant buitenste lintbloemen roodachtig, stijlen vuilgeel, omwindselblaadjes tegen het hoofdje aangedrukt en middelste stengelbladeren met (kleine) oortjes.

paardenbloemstreepzaad : onderkant buitenste lintbloemen paarsrood aangelopen.

 

 

groot streepzaad

 

 

 

paardenbloemstreepzaad

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m november
– hoofdje in losse pluim
– alleen lintbloemen
– 10 tot 15 mm
– stijlen vuilgeel

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot lijnvormig
– top stomp of spits
– rand getand, gaaf of veervormig
– voet half stengelomvattend
– veernervig
– kaal of weinig behaard

Stengel
– rechtop
– weinig behaard
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slipbladige ooievaarsbek : Geranium dissectum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek1-h4

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze, kleine bloemtjes met 5 uitgerande kroonbladen op korte bloemstelen én
– de lange afstaande beharing van de hele plant én
– de klierharen voornamelijk in de bloeiwijzen

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek3-h4

 

 

 

Algemeen

 

Slipbladige ooievaarsbek is een eenjarige plant van 10 tot 40 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke, meestal kleiige grond in akkers, op dijken, in bermen en aan slootkanten. De gehele plant is afstaand behaard en vooral in de bloeiwijzen ook met klierharen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Slipbladige ooievaarsbek bloeit vanaf mei tot en met september. De helder roze bloemen staan met 2 bij elkaar in de bladoksels. Ze hebben 5 uitgerande kroonbladen, die even lang zijn als de genaalde kelkbladen. Ze staan op stelen, die korter zijn dan 2 cm, waardoor ze wat tussen de bladeren verscholen zitten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De behaarde bladeren zijn in omtrek rond, handvormig 5- tot 7-delig met 3-spletige slippen. Slipbladige ooievaarsbek heeft ook rozetbladeren, die minder diep gespleten zijn en een rode rand hebben. Tijdens de bloei zijn de rozetbladeren al verdord. De stengel is liggend of opstijgend en wordt vaak gesteund door omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m september
– alleenstaand
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 uitgerande kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 genaalde kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– 5- tot 7-delig
– in omtrek rond
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– afstaand behaard, bovenste ook met   klierharen

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vingerhoedskruid : Digitalis pupurea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

vingerhoedskruid

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, klokvormige, meestal roze, hangende bloemen,
– waarvan de binnenzijde gevlekt is en
– die in een lange, aarvormige, eenzijdige tros staan

 

 

vingerhoedskruid-digitalis-shutterstock-groot

 

 

 

Algemeen

 

Vingerhoedskruid is een overblijvende, vaak twee-jarige, zeer giftige plant van 30 tot 150 cm hoog, soms nog hoger. De plant komt in Nederland en België algemeen voor. Hij wordt ook wel in siertuinen gebruikt en zaait zich gemakkelijk uit. Ze groeit op vochtige tot droge, matig voedselrijke, tot voedselrijke grond in bossen, op kapvlakten en op omgewerkte, beschaduwde grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vingerhoedskruid bloeit vanaf mei tot en met oktober met grote klokvormige bloemen, die in een eenzijdige, aarvormige tros staan. De binnenkant van de bloemen is behaard en gevlekt. Meestal zijn de bloemen roze, maar ze kunnen ook geheel wit zijn. Ook de witte zijn aan de binnenkant gevlekt. De vlekken zijn donkerrood met een witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De rozetbladeren en de onderste bladeren kunnen tot 40 cm groot worden en zijn gesteeld. De bovenste zijn kleiner, korter gesteeld of zittend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend, vaak 2-jarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– vaak verwilderd
– ook als tuinplant
– 30 tot 150 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf mei t/m oktober
– aarvormige tros
– klokvormig
– 4 tot 5 cm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gekarteld
– voet wigvormig
– netnervig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– kort zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

botanische-tekening-gr-vingerhoedskruid

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Deens lepelblad : Cochlearia danica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Cochlearia danica - Deens lepelblad-03

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, witte, 4-tallige bloemetjes in een tros en
– de lang gesteelde enkelvoudige, vlezige rozetbladeren en
– de (meestal) kort gesteelde, vlezige stengelbladeren en
– haar zoutminnende eigenschap

.

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Deens lepelblad is een eenjarig plantje van 5 tot 25 cm hoog, dat groeit op open, droge tot vrij vochtige, voed-selrijke, zilte grond in de duinen, op groene stranden, op dijken in het kustgebied en langs wegen waarop ’s winters gestrooid wordt. Ze is vrij algemeen in de duingebieden en het maritieme gebied en zeer algemeen langs bepekelde wegen.

 

 

00342Deens lepelblad Lange land Ziekenhuis 1 copy

 

 

 

Bloemen

 

Deens lepelblad bloeit vanaf april tot en met juni met kleine witte bloemetjes, die in een trosje aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De kelkbladen zijn roodbruin aangelopen. De rest van de plant is donkergroen of sterk roodbruin aangelopen. Hoe droger de standplaats hoe sterker de roodbruine verkleuring.

 

 

 

 

.

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– vrij tot zeer algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 4 tot 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– top stomp
– rond tot driehoekig
– voet hartvormig
– bovenste bladeren :
– kort gesteeld
– top spits
– 3- tot 5-lobbig
– voet aflopend
– veernervig
– vlezig

Stengel
– rechtop of opstijgend
– glad en kaal
– groen tot rood aangelopen
– meerkantig

zie wilde bloemen

.

 

scurvy5

 

.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Zulte of zeeaster : Aster tripolium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– op herfstasters lijkende lichtpaarse bloemhoofdjes met een geel hartje (soms ontbreken de straalbloemen) en
– de groeiplaats; op zoute of brakke plaatsen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zulte of zeeaster is een overblijvende, soms eenjarige, kale, min of meer vlezige plant van 5 tot 90 cm hoog. Ze komt algemeen voor langs de gehele kust en ze is plaatselijk algemeen in de Lage Landen. Ze groeit op natte, zoute en brakke, zeer voedselrijke grond op schorren en kwelders, in rietlanden, in uiterwaarden, op opgespoten terreinen en aan oevers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot in de herfst. De bloemhoofdjes vormen grote, vaak iets schermvormige pluimen, hebben lichtpaarse straalbloemen (11 – 17 mm lang) en een hartje van gele buisbloemen. Soms ontbreken de straal- bloemen; dat betreft de variëteit discoideus. Deze vorm komt vooral voor in Zeeland en dan vrijwel uitsluitend op de buitendijkse schorren.

 

 

 

 

 

Blad

 

De stengelbladeren zijn smaller dan de rozetbladeren. De rozetbladeren zijn gesteeld, de stengelbladeren zittend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bladeren kunnen gegeten worden als groente en heten dan lamsoren, niet te verwarren met het plantje lamsoor (Limomium vulgare). Daarnaast is zulte een belangrijke voedingsbron voor bv rotganzen en schapen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast zulte komen er van het geslacht Aster in ons land nog 3 verwilderde soorten voor, alle 3 oorspronkelijk uit Noord-Amerika : smalle aster, gladde aster en Nieuw-Nederlandse aster. Gezien het verschil in milieu zul je zulte niet snel verwarren met één van deze asters. Maar mocht je twijfelen : de omwindselblaadjes van zulte zijn 2 tot 3 mm breed en hebben een stompe punt. Die van de andere asters zijn hooguit 1,5 mm breed en spits of ietsje stomp.

 

 

smalle aster

 

 

 

gladde aster

 

 

 

Nieuw Nederlandse aster

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– (vrij) algemeen
– 5 tot 90 (200) cm

Bloem
– lichtpaarse straalbloemen
– gele buisbloemen
– vanaf (april) juli tot in de herfst
– 0,8 tot 2,0 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-, 3- of 5-nervig
– min of meer vlezig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen