Tagarchief: zoon

De dag van Jezus’ terugkomst.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Jezus terugkomst: Openbaring hoofdstuk 19

Jezus terugkomst: Openbaring hoofdstuk 19

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mattheüs 24:29

 

29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.

 

 

Lukas 21:25-28

 

25 En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven;
26 En de mensen hun hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
27 En alsdan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.
28 Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.
.
.
.
.

Openbaring 6:12-14

 

12 En ik zag, toen het zesde zegel geopend werd, en ziet, er kwam een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.
13 En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een grote wind geschud wordt.
14 En de hemel is geweken, als een boek, dat toe gerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.
.
.
.
.
De zeven zegels: Openbaring hoofdstuk 5

De zeven zegels: Openbaring hoofdstuk 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

Jesaja 34:4

 

4 En al de sterren aan de hemel vergaan, en de hemelen zullen toe gerold worden, gelijk een boek, en al de sterren vallen neer, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgenboom.

 

 

Mattheüs 24:29-30

 

29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
30 En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen ze den Zoo des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
.
.
.
.
.

Daniël 7:13

 

13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.

 

 

Openbaring 1:7

 

7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle ogen zullen Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.

 

 

Christus en de zeven kandelaars: Openbaring hoofdstuk 1

Christus en de zeven kandelaars: Openbaring hoofdstuk 1

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mattheüs 16:27

 

27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij één ieder vergelden naar zijn doen.

 

 

Lukas 9:26

 

26 Wanneer Ik, de Mensenzoon, kom in de schitterende majesteit van mijn Vader, Mijzelf en de heilige engelen, zal Ik Mij schamen voor ieder mens die zich nu voor Mij en mijn woorden schaamt.

 

 

1 Petrus 4:13

 

13 Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.

 

 

Jesaja 40:5

 

5 En de heerlijkheid des Heren zal geopenbaard worden; en alle vlees tegelijk zal zien, dat de mond des Heren gesproken heeft.

 

 

Lukas 17:24

 

24 Want gelijk de bliksem, die van het ene einde naar de andere kant van de hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.

 

 

1 Thessalonicenzen 4:14-16

 

14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem.
15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
16 Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel, en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;
.
.
.
.

 Johannes 6:40

 

40 En dit is de wil van Diegene, Die Mij gezonden heeft, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven zal hebben; en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.

 

 

 

Jesaja 26:19

 

19 Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw van de moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen.

 

 

1 Corinthiërs 15:51-53

 

51 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;
52 In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
53 Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
.
.
.
.

Filippenzen 3:20-21

 

20 Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Here Jezus Christus;
21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.
.
.
.
.

1 Johannes 3:2

 

2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

 

 

Jesaja 33:17

 

17 Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.

 

 

Psalmen 50:3-5

 

3 Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.
4 Hij zal roepen tot de hemel van boven, en tot de aarde, om Zijn volk te richten.
5 Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande!
.
.
.
.

Mattheüs 24:31

 

31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste.

 

 

1 Thessalonicenzen 4:17

 

17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen.

 

 

 

Colossenzen 3:4

 

4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

 

 

Openbaring 19:7-8

 

7 Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zich zelve bereid.
8 En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardig makingen der heiligen.
.
.
.
.

2 Thessalonicenzen 1:7-8

 7 En u, die verdrukt wordt, verkwikking met ons, in de openbaring van de Heere Jezus van de hemel met de engelen Zijner kracht; 8 Met vlammend vuur zal hij wraak doen over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.
.
.
.
.

Lukas 17:29-37

 

29 Maar op de dag, op welke Lot van Sodom uitging, regende het vuur en solfer van de hemel, en verdierf ze allen.
30 Even alzo zal het zijn in de dag, op welke de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.
31 Op die zelfde dag, zal wie op het dak is, met zijn huisraad in huis, er niet van af moeten komen, om alles weg te nemen; en wie op de akker is zal niet terg keren naar wazt achter is.
32 Denk aan de vrouw van Lot.
33 Zo zal wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; en zo die het zal verliezen, die zal zijn leven behouden.
34 Ik zeg u: In die nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
35 Twee vrouwen zullen te samen malen; de ene zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
36 Twee zullen op de akker zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.
.
.
.
.

Jesaja 64:1-2

 

 1 Scheur alstublieft de hemel open, Heer! Kom uit uw hemel naar beneden, zodat de bergen ervan schudden! 2 Kom naar de aarde, Heer, als het vuur van een smelt-oven, een vuur dat water doet koken! Laat uw vijanden zien wie U bent, zodat de volken voor U zullen beven.
.
.
.
.

Jesaja 26:21

 

Want ziet, de HERE zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken; en de aarde zal haar bloed ontdekken, en zal haar doodgeslagenen niet langer bedekt houden.

 

 

Micha 1:3-4

 

3 Want ziet, de Here gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de bergen der aarde.
4 En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.
.
.
.
.

Psalmen 68:2-4

 

2 God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.
3 Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.
4 Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.
.
.
.
.

Psalmen 97:2-6

 

2 Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons.
3 Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom in brand.
4 Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft.
5 De bergen smelten als was voor het aanschijn des Heren, voor het aanschijn des Heren der ganse aarde.
6 De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.
.
.
.
.

Joël 1:15

 

15 Ach, die dag! want de dag des Heren is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige.

 

 

1 Thessalonicenzen 5:3

 

3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;

 

 

Jesaja 2:17-19

 

17 En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de Here alleen zal in die dag verheven zijn.
18 En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan.
19 Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege de schrik des Heren, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken.
.
.
.
.

Openbaring 6:14-17

 

14 En de hemel is weg geweken, als een boek, dat toe gerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.
15 En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen;
16 En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.
17 Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?
.
.
.
.
Het breken van de eerste 5 zegels : Openbaring hoofdstuk 6

Het breken van de eerste 5 zegels : Openbaring hoofdstuk 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

Psalmen 110:5-6

 

5 De Here is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.
6 Hij zal recht doen onder de heidenen; Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan diegen, die het hoofd is over een groot land.
.
.
.
.

Jesaja 66:15-16

 15 Want let op, Ik zal komen als een vuur. Mijn strijdwagens zullen komen aanrazen als een storm. Mijn straf komt als een laaiend vuur. 16 Met mijn zwaard en met vuur zal Ik rechtspreken over alles wat leeft. Grote aantallen mensen zullen door Mij worden gedood.
.
.
.
.

Jesaja 11:4

 

4 Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met de adem Zijner lippen zal Hij de goddeloze doden.

 

 

Joël 2:1-11

 

1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luid op de berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des Heren komt, want hij is nabij.
2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.
3 Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve.
4 De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen.
5 Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is.
6 Van deszelfs aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken als een pot.
7 Als helden zullen zij lopen, als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen daarhenen trekken, een iegelijk in zijn wegen, en zullen hun paden niet verdraaien.
8 Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan; en al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden.
9 Zij zullen in de stad omlopen, zij zullen lopen op de muren, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de vensteren inkomen als een dief.
10 De aarde is beroerd voor deszelfs aangezicht, de hemel beeft; de zon en maan worden zwart, en de sterren trekken haar glans in.
11 En de Here verheft Zijn stem ; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des Heren is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen?
.
.
.
.

Zefanja 1:14-17

 

14 De grote dag des Heren is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des Heren; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.
15 Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;
16 Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken.
17 En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen de Here gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek.
.
.
.
.

Jesaja 13:6-13

 

6 Huilt gijlieden, want de dag des Heren is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige.
7 Daarom zullen alle handen slap worden, en aller mensen hart zal versmelten;
8 En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een ieder zal over zijn naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn.
9 Ziet, de dag des Heren komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittige toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en deszelfs zondaars daaruit te verdelgen.
10 Want de sterren des hemels en zijn gesternten zullen haar licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.
11 Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal de hoogmoed der stouten doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen.
12 Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir.
13 Daarom zal Ik de hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats, vanwege de verbolgenheid des Heren der heirscharen, en vanwege de dag Zijns hittige toorn.
.
.
.
.

2 Petrus 3:10

 

10 Maar de dag des Heren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.

 

 

Nahum 1:5-6

 

5 De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten; en de aarde licht zich op voor Zijn aangezicht, en de wereld, en allen, die daarin wonen.
6 Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.
.
.
.
.

Zacharia 12:8-10

 

8 Te dien dage zal de Here de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des Heren voor hun aangezicht.
9En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.
10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
.
.
.
.

Zacharia 14:3-7

 

3 En de Here zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.
4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.
5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda; dan zal de Here, mijn God, komen, en al de heiligen met U.
6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijke licht, en de dikke duisternis.
7Maar het zal een enige dag zijn, die de Here bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.
.
.
.
.

Zacharia 14:12-14

 

2 En dit zal de plage zijn, waarmede de Here al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een ieders vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een ieders ogen zullen uitteren in hun holen; en een ieders tong zal in hun mond uitteren.
13 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis van den Here onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naasten hand zullen aangrijpen, een eens ieders hand zal tegen de hand zijns naasten opgaan.
14 En ook zal Juda te Jeruzalem strijden; en het vermogen aller heidenen rondom zal verzameld worden, goud en zilver, en klederen in grote menigte.
.
.
.
.

Jesaja 42:13

 

13 De Here zal uittrekken als een held; Hij zal de ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.

 

 

Openbaring 17:14

 

14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Here der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.

 

 

De dronken vrouw en het beest : Openbaring hoofdstuk 17

De dronken vrouw en het beest : Openbaring hoofdstuk 17

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Judas 1:14-15

 

14 En van dezen heeft ook Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen;
15 Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij gedaan hebben, en vanwege al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.
.
.
.
.

1 Thessalonicenzen 3:13

 

13 Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heer Jezus Christus met al Zijn heiligen.

 

 

Mattheüs 25:31

 

31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijkheid.

 

 

Openbaring 19:11-21

 

11 En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.
12 En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hijzelf.
13 En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.
14 En de heirlegers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad.
15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn des toorns en der gramschap des almachtige Gods.
16 En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren.
17 En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods;
18 Opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.
19 En ik zag het beest, en de koningen der aarde, en hun heirlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn heirlegers.
20 En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel des vuurs, die met sulfer brandt.
21 En de overigen werden gedood met het zwaard Desgenen, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogelen werden verzadigd van hun vlees.
.
.
.
De vijfde en de zesde bazuin: Openbaring hoofdstuk 9

De vijfde en de zesde bazuin: Openbaring hoofdstuk 9

 

Pasteltekening van John Astria

 

Jesaja 30:30-31

 

30 En de Here zal Zijn heerlijke stem doen horen, en de nederlating Zijns arms doen zien, met grimmigheid van toorn, en een vlam van verterend vuur, stralen, en een vloed, en hagelstenen.
31 Want door de stem des Heren zal Assur te morzel geslagen worden, die met de roede sloeg.
.
.
.
.

Jesaja 31:8

 

8 En Assur zal vallen door het zwaard, niet eens mans, en het zwaard, niet eens mensen, zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vlieden, en zijn jongelingen zullen versmelten.

 

 

Jesaja 14:24-25

 

24 De Here der heirscharen heeft gezworen, zeggende: Indien niet, gelijk Ik gedacht heb, het alzo geschiede, en gelijk Ik beraadslaagd heb, het bestaan zal!
25 Dat Ik Assur in Mijn land zal verbreken, en hem op Mijn bergen vertreden; opdat zijn juk van hen afwijke, en zijn last van hun schouder wijke.
.
.
.
.

Daniël 8:25

 

25 En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen de Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.

 

 

Daniël 11:45

 

45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan de berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.

 

 

Daniël 9:27

 

27 En hij zal velen het verbond versterken tijdens een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.

 

 

2 Thessalonicenzen 2:8

 

8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, de welken de Heere verdoen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

 

 

Jeremia 46:10

 

10 Maar deze dag is des Heren, des Heren der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Here der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.

 

 

Jesaja 63:1-3

 

1 Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.
2Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt?
3 Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.
.
.
.
.

Maleachi 3:1-2

 

1 Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Here, Die gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan De welken gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de Here der heirscharen.
2 Maar wie zal de dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers.
.
.
.
.

Maleachi 4:1-2

 

1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in brand zetten, zegt de Here der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.
2 U lieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
.
.
.
.

Habakuk 3:12-13

 

12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.
13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende de grond tot den hals toe. 
.
.
.
.

Jesaja 59:20

 

20 En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de Here.

 

 

Romeinen 11:26

 

26 En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

 

 

Zacharia 8:3

 

3 Alzo zegt de Here: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des Heren der heirscharen, een berg der heiligheid.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis  over

 

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De Heilige Maagd Maria.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 De leer van de Rooms-katholieke Kerk

 

De gezegende maagd Maria was de moeder van Jezus Christus. Naast haar Bijbelse biografie bestaan er drie pri-maire doctrines die de Rooms-katholieke Kerk over Maria onderwijst:

(1) De Onbevlekte Ontvangenis,

(2) Maria als mede-middelaar co-mediatrix naast Jezus Christus, en

(3) De Maria-Tenhemelopneming.

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

het één zijn van Maria en haar zoon Christus

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis stelt dat de gezegende maagd Maria zonder erfzonde werd geboren. Zij was een maagd toen ze in de kracht van de Heilige Geest zwanger werd van Christus. In 1854, vier jaar voor de Mariaverschijningen in Lourdes, definieerde Paus Pius IX het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis. Dit dogma stelde “dat de allerzaligste Maagd Maria in de eerste stand van haar Ontvangenis door een enige bijzondere ge-nade en bevoorrechting van de almachtige God, om de wille van de verdiensten van Christus Jezus de Behouder van het mensdom, van alle smet van de erfschuld vrij is bewaard.”

De Bijbel leert ons dat alleen Jezus Christus, de laatste Adam, zonder erfzonde werd geboren en dat alle andere mannen en vrouwen geboren worden met een zondige natuur, die wordt geërfd van Adam (Romeinen 5:12). Ver-der onderwijst de Rooms-katholieke Kerk dat Maria haar hele leven lang maagd bleef. En toch noemt Matteüs, een Jood die voor Joden schreef, Jezus “haar eerstgeboren zoon” (Matteüs 1:25), een uitdrukking die door Joden alleen werd gebruikt als er na het eerste kind nog andere kinderen werden geboren. Anders zou “eni-ge zoon” zijn gebruikt.

Schriftgeleerden geloven dat Matteüs zijn evangelie ongeveer 35 jaar na de wonderbaarlijke maagdelijke geboorte van Christus schreef. Matteüs had dus kunnen weten of Maria na Jezus wel of geen andere kinderen meer had. De Bijbel stelt uitdrukkelijk dat Jezus broers had en Matteüs geeft ons zelfs hun namen: Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? (Matteüs 13:55-56).

Rooms-katholieke Schriftgeleerden beweren dat Matteüs, Lucas en Paulus (1 Korintiërs 9:5) niet echt “broer” bedoelden toen zij het woord “broer” gebruikten, maar dat zij hiermee “neef” bedoelden. Dit standpunt is gebaseerd op het Griekse woord adelphos, dat met “broer” of “neef” vertaald kan worden. Maar in een poging om de geldigheid van Zijn bediening in twijfel te trekken vergeleken de Joden Jezus met Zijn gewone broers; het zou veel minder overtuigend zijn geweest als Jezus met Zijn neven was vergeleken.

 

 

 

 De leer van Maria als een mede-middelaar naast Jezus Christus

 

De meest verontrustende leer geeft de gezegende maagd Maria een rol als mede-middelaar (co-mediatrix) naast Jezus Christus. Om met de woorden van Paus Johannes Paulus II te spreken:

In eenheid met Christus en in onderwerping aan Hem heeft zij samen met Hem de genade der verlossing voor de hele mensheid veilig gesteld… In Gods plan is Maria de ‘vrouw’ , de Nieuwe Eva, verenigd met de Nieuwe Adam om de mensheid te herstellen tot haar oorspronkelijke waardigheid. Haar samenwerking met haar Zoon gaat door tot in de eeuwigheid in het universele moederschap, dat zij in de genadige rangorde vervult. Laten wij ons, in vertrouwen op deze moederlijke samenwerking, tot Maria wenden en in onze nood haar hulp vragen.

In de Schriftteksten kan geen basis worden gevonden voor het idee dat Maria een mede-middelaar zou zijn voor de kerk op aarde. De woorden van Christus waren op dit gebied ook erg duidelijk: Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.'” (Johannes 14:6). De grote rol van de hei-lige Maria is dat men, wanneer men tot haar bidt, voorspraak kan krijgen bij Jezus Christus omdat Hij de gunsten van zijn moeder nooit weigert. Ook blijft zij bidden voor de zonden van de zondaars die om vergiffenis smeken. Wanneer Maria verschijnt aan Catherine Labouré in Parijs eist ze dat er een medaille gemaakt moet worden met de volgende tekst:

 

 

“Oh, Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen”.

 

 

 

voorzijde van de medaille

voorzijde van de medaille

 

.

achterzijde van de medaille

achterzijde van de medaille

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De leer van de Maria-Tenhemelopneming

 

De Maria-Tenhemelopneming is een leer die stelt dat de gezegende maagd Maria lichamelijk en geestelijk naar de hemel werd opgenomen. Dit proces wordt in de Bijbel opname genoemd. De schriftteksten bevatten hiervan twee bekende voorbeelden: Henoch (Hebreeën 11:5) en Elia (2 Koningen 2:11). Tijdens het Concilie van Chalcedon in 451 na Christus, toen bisschoppen vanuit het hele Middellandse Zeegebied in Constantinopel bijeen kwamen, vroeg keizer Marcianus de Patriarch van Jeruzalem om de relieken van Maria naar Constantinopel te brengen, zodat deze daar in het Capitool konden worden bijgezet.

De Patriarch legde aan de keizer uit dat er in Jeruzalem geen relieken van Maria bestonden, dat Maria in de aanwezigheid van de apostelen was gestorven, maar dat haar graf, toen dat later werd geopend, leeg werd aangetroffen en dus concludeerden de apostelen dat het lichaam naar de hemel was opgenomen. Er bestaat in de schriftteksten geen bewijs om de toepassing van deze leer op Maria te ondersteunen of te ontkennen.

 

 

 

 Zij is een model voor geloof, geen afgod

 

Maria kan een model voor ons geloof zijn (net als Paulus of Petrus), maar zij kan ons niet redden. Alleen Jezus Christus is God en Hij is de Enige die de redding van de hele mensheid tot stand kan brengen. Het Woord van God is bijzonder duidelijk over dit onderwerp. Maria is door God zelf tot koningin in de hemel gekroond en zal de slang, de Satan, verpletteren. Door een vrouw is de zonde in de wereld gekomen en door een vrouw zal de Satan overwonnen worden. Dit is de grootste vernedering van Satan die er mogelijk is. Zij heeft een grote macht in de hemel en op aarde die zij enkel zal benutten als het past in het Goddelijke plan tot in de eeuwigheid.

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum : Maria, meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Men mag “bidden” tot Maria om een gunst die zij, mits toestemming van haar zoon Jezus, kan gerealiseerd wor-den. Het “aanbidden” van iemand behoort enkel God toe.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Is God Jezus?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is Jezus God?

 

 

 Het historische geschil

 

Het antwoord op deze vraag is het enige echte geschil rondom de historische Jezus. Geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde ontkent tegenwoordig dat Jezus een historische persoonlijkheid was die ongeveer 2000 jaar gele-den de aarde bewandelde, opmerkelijke wonderen en goede daden verrichtte en even buiten Jeruzalem een af-schuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis. Het emotionele debat concentreert zich in het bijzonder op de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God is die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.

 

 

 De enige alternatieven

 

Veel mensen hebben dit geestelijk vraagstuk “opgelost” door Jezus te aanvaarden als een goed mens, een goed leraar of een groot profeet. Maar Jezus en Zijn volgelingen gebruikten duidelijke taal toen zij verkondigden dat Hij God was :

zie Johannes 10: 30-38, Matteüs 16: 13-17, Marcus 14: 61-64, Johannes 14: 6, Hebreeën 1: 6-8, Kolossenzen 1: 15 – 19, Johannes 12: 37-41 [citaat van Jesaja 6: 1-10]).

 

 

Johannes 10: 30-38

 

30 Ik en de Vader zijn helemaal één.” 31 De Joden begonnen weer stenen aan te slepen om Hem daarmee dood te gooien. 32 Maar Jezus zei: “Ik heb laten zien wat voor geweldige dingen mijn Vader doet. Om welke van die dingen willen jullie Mij nu doden?” 33 De Joden antwoordden Hem: “We willen U niet doden vanwege de goede dingen die U doet, maar omdat U God beledigt. Want U, een mens, zegt van Uzelf dat U God bent.” 34 Jezus antwoordde hun: “Er staat toch in de Boeken: ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden’  ? 35 God noemt de mensen dus goden als Hij tegen hen spreekt, en we moeten ons houden aan wat er in de Boeken staat. 36 Ik ben speciaal door de Vader geroepen om naar de wereld te gaan. Waarom zeggen jullie dan dat Ik God beledig, als Ik zeg dat Ik Gods Zoon ben? 37 Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet. 38 Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader.”

 

 

Matteüs 16: 13-17

 

13 Ze kwamen in de buurt van de stad Cesarea Filippi. Daar vroeg Hij aan zijn leerlingen: “Wat zeggen de men-sen over de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?” 14 Ze antwoordden: “Sommige mensen zeggen dat U Jo-hannes de Doper bent. Andere mensen zeggen de profeet Elia  . Weer andere mensen zeggen Jeremia, of één van de andere profeten.” 15 Maar Jezus zei tegen hen: “Maar Wie ben Ik volgens júllie?” 16 Simon Petrus ant-woordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” 17 Jezus antwoordde: “Simon, zoon van Jona, wat heerlijk voor je dat je dit begrijpt! Want je weet dat niet doordat een mens je dat heeft laten zien. Maar mijn hemelse Vader heeft jou dat laten zien.

 

 

Marcus 14: 61-64

 

61 Maar Jezus zweeg en gaf geen antwoord. Toen vroeg de Hogepriester Hem weer: “Ben Jij de Messias, de Zoon van de Gezegende God?” 62 Jezus zei: “IK BEN  het. En u zal de Mensenzoon zien als Hij naast de Almach-tige God zit en op de wolken komt.” 63 De hogepriester riep uit: “We hebben verder geen beschuldigingen meer nodig! 64 Jullie hebben zelf gehoord dat Hij God heeft beledigd! Wat vinden jullie?” En ze vonden allemaal dat Hij de doodstraf moest krijgen.

 

 

Johannes 14: 6

 

6 Jezus zei tegen hem: “IK BEN  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen. 7 Als jullie Mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en zien jullie Hem.”

 

 

Hebreeën 1: 6 – 8

 

6 En opnieuw zegt God, op het moment dat Hij zijn eerstgeboren Zoon in de wereld brengt: “Al Gods engelen moeten Hem aanbidden.” 7 Van de engelen zegt Hij: “Zijn engelen zijn als de wind. Zijn dienaren zijn als vuur-vlammen.” 8 Maar van de Zoon zegt Hij: “God, U bent voor eeuwig Koning en U heerst volmaakt rechtvaardig.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 19

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde ge-maakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem. 18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opge-staan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen.

 

 

Johannes 12: 37-41

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Daarom is elke mogelijke intellectuele compromis die Jezus een “goed mens” noemt logisch gezien inconsequent. Waarom? Omdat er feitelijk slechts drie werkelijke alternatieven zijn voor de identiteit van Jezus Christus. Hij is een leugenaar, een gek of onze Heer en God. Omdat Jezus beweerde God te zijn, zijn Zijn beweringen of waar, of onwaar. Als ze onwaar zijn, dan moet Hij dus een leugenaar zijn geweest, die de massa’s met opzet misleidde. Of Hij was een gek die oprecht geloofde dat Hij zelf God was, maar in werkelijk slechts een gewoon mens was.

Maar als Jezus een “goed mens” was, wat volgens de meeste mensen waar is, hoe kon Hij dan tegelijkertijd goed en gek zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch consequent alternatief: Hij moet de waarheid verteld hebben over Zijn identiteit. Naast de logische onverenigbaarheid toont het opmerkelijke historische en archeologische bewijs, samen met het bewijs uit de manuscripten, dat Jezus geen leugenaar en ook geen gek was. Nogmaals, de enige overgebleven positie is dat Zijn bewering waar was. Jezus is Heer en God.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het enige nog resterende alternatief is dat Jezus slechts een legende of een mythe was. Het is erg onwaarschijn-lijk dat de beweringen van Jezus slechts legendarisch van aard zijn. Er was gewoonweg niet voldoende tijd voor de ontwikkeling van fabelachtige verhalen die de werkelijkheid konden vervangen. We weten nu bijvoorbeeld dat de Evangeliën zo’n 30 tot 50 jaar na de kruisiging van Jezus werden geschreven. We kunnen nu zelfs enkele van de vroege christelijke geloofsbelijdenissen, waarin het leven, de dood en de opstanding van Jezus worden ver-kondigd, dateren tot ongeveer 3 tot 10 jaar na Zijn kruisiging. Hieronder bevinden zich de brieven van Paulus aan de Korintiërs, de Romeinen en de Galaten.

Tenslotte, als de bewering van Jezus dat Hij God was slechts een mythe was, dan zouden de vroege Joodse tegenstanders van het christendom zeer zeker gebruik hebben gemaakt van het simpele feit dat deze dingen nooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Maar in tegenstelling tot moderne sceptici ontkenden de Joodse rabbijnen nooit de bewering van Jezus dat Hij God was. In plaats daarvan noemden zij Hem een leugenaar en berechtten zij Hem wegens godslastering.

 

 

 Het enige mogelijke antwoord

 

Als jij jezelf al deze vragen hebt gesteld, al het bewijs hebt gewogen en alle argumenten hebt beproefd, zul je ui-teindelijk oog in oog staan met deze vraag. In Matteüs 16:15 zei Jezus het als volgt, “‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.” Wat is jouw antwoord?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

God heeft eigenschappen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

Eigenschappen van God

 

 

 De betekenis

 

“Waar wij aan denken wanneer we over God nadenken, is de belangrijkste eigenschap van onszelf,” schrijft A.W. Tozer in zijn klassieke boek over de eigenschappen van God, The Knowledge of the Holy(oftewel De kennis van God).

 

Tozer gaat verder:

“De geestelijke geschiedenis van de mens zal ongetwijfeld aantonen dat geen enkele godsdienst ooit groter is geweest dan zijn begrip van God. Aanbidding is rein of onrein, afhankelijk van de gedachten die de aanbidder over God heeft.”

 

In onze harten weten we dat het bovenstaande waar is. Het is niet voldoende om “God” te volgen. Dat woord kan tegenwoordig zo veel verschillende dingen betekenen dat het eigenlijk erg weinig betekenis meer heeft. Als we gewoon in ons eigen hoofd gaan bepalen hoe Hij is, dan doen we niets anders dan een afgod in onze gedachten scheppen.

 

 

 De basis

 

Jezus kwam om de God van de Bijbel te openbaren, en God heeft Zichzelf in Zijn boek geopenbaard. Elke afwij-king daarvan in ons begrip van Hem is een verzonnen God. Tozer beschrijft in ‘The Knowledge of the Holy’ 18 karakteristieken van God in de Bijbel. Deze worden hier herhaald (maar niet in dezelfde volgorde). Tozer’s defi-nities zullen, wanneer deze gebruikt worden, tussen aanhalingstekens worden geplaatst.

De Bijbel zegt dat we God moeten prijzen voor wie Hij is, vooral in gebed. Een groot gedeelte van de Psalmen legt zich hierop toe. De meeste mensen concentreren zich in hun lofprijzing te veel op een beperkt aantal aspec-ten, zoals Gods liefde, en gebruiken de rest van hun gebeden om dingen van Hem te vragen.

 

 

 

 De karakteristieken

 

Wijsheid: “Wijsheid is het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest perfecte manier te bereiken”. Met andere woorden: God maakt geen fouten. Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11: 33  uitlegt: “O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgron-delijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!”

 

Oneindigheid: God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God. Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.

 

Oppermacht: Dit is “de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele schepping heerst”. Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.

 

Heiligheid: Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige ge-dachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is geweest.

 

Drie-eenheid: Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt, toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd, worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.

 

Alwetendheid: “God weet alles en heeft daarom geen behoefte aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren.” Alwetendheid betekent “alles wetend”. God weet alles en Zijn kennis is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.

 

 

Trouw: Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgeling-en van Jezus, omdat onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust. Hij zal Zijn belofte in ere houden: Zijn belofte dat onze zonden zullen worden vergeven en dat wij eeuwig met Hem zullen leven.

 

 

 

Vervolg van de studie

 

Liefde: Liefde is een zo belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef: “God is liefde”. Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn grootste zorg is. Als je een volledige definitie van “liefde” wil ont-dekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven; de mensen die er voor kiezen om Zijn zoon Jezus te volgen.

 

Almachtig: Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. “Hij verbruikt geen hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden”. Wanneer de Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe was.

 

 

Onveroorzaakt: Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met hem in gesprek was, zei God: “Ik ben diegene die er altijd is.” God heeft geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele uni-versum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan zou dat andere iets God zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets an-ders dan zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: “In het begin schiep God”. Hij was er al.

 

 

Zelfvoorzienend: De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft (zie Johannes 5: 26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen: God verandert nooit. Hij is zelf-voorzienend.

 

 

Rechtvaardig: De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardig-heid werkelijk inhoudt. Hij schikt zich niet naar externe criteria. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn; maar van-wege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn rechtvaardigheid voldaan worden: voor alle mensen die in Jezus willen geloven heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.

 

 

Onveranderlijk: Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert. Daarom zegt de Bijbel: “Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.”

 

 

Barmhartig: “Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem actief genadig maakt”. Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een onderdeel van Gods aard is. Barmhartig-heid is de manier waarop Hij verlangt met de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.

 

 

Eeuwig: Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn, omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan God het ein-de al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.

 

 

Goed: “De goedheid van God is wat Hem vriendelijk, schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt”. Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent zoals Hij doet. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite waarnemen in de manier waarop Jezus met de men-sen om Hem heen omging.

 

 

Genadig: God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn ge-nadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: “Want is de wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.”

 

 

Alomtegenwoordig: Deze theologische term betekent: “altijd aanwezig”. Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden “Ik ben met jullie” onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament 22 keer worden her-haald. Dit waren zelfs Jezus’ geruststellende woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.

 

 

 

Eigenschappen van God – De conclusie

 

Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw leven op een positieve manier beïnvloeden.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

Bijbelteksten over de eigenschappen van god

 

eeuwig, oneindig, onsterfelijk, onveroorzaakt

 

 

Deuteronium 33: 27

 

Bij de eeuwige God ben je altijd veilig. Zijn eeuwige armen dragen je. Hij jaagt al je vijanden voor je weg en zegt: ‘Vernietig hen!’

 

 

 

Psalm 90: 2

 

2 Nog vóórdat de bergen ontstonden, nog vóórdat U de aarde had gemaakt, was U al God. Voor eeuwig bent U God.

 

 

 

1 Timoteüs 1: 17

 

17 Voor de Koning van alle eeuwen, de God die wij niet kunnen zien en die nooit sterft, de enige ware God, voor Hem is alle eer en alle macht en majesteit, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

 

 

onveranderlijk, trouw

 

Maleachi 3: 6

 

 Let op, Ik, de Heer, verander niet. Daarom zijn jullie niet totaal vernietigd, volk van Jakob!

 

 

 

Numeri 23:19

 

19 God is niet zoals de mensen. Mensen liegen, maar God liegt nooit. Mensen veranderen van gedachten, maar God doet altijd wat Hij zegt. Hij houdt Zich altijd aan wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

 

Psalm 102: 26 -27

 

26 U heeft in het begin de aarde neergezet. Ook de hemel is door U gemaakt.

 

 

 

 

wijsheid, onvergelijkbaar, perfect

 

2 Samuël 7:22

 

22 U bent geweldig, Heer! Uit alles wat we zelf hebben gehoord weten we zeker: niemand is als U. Er is geen an-dere God dan U.

 

 

 

Jesaja 40: 25

 

25 “Met wie willen jullie Mij vergelijken? Wie is als Ik?” zegt de Heilige God.

 

 

 

Matheüs 5: 48

 

48 Wees volmaakt, want jullie hemelse Vader is óók volmaakt.”

 

 

 

oppermachtig, ondoorgrondelijk, onopspeurbaar

 

Jesaja 40: 28

 

28 Weten jullie het dan niet? Hebben jullie het dan niet gehoord? De Heer is de Maker van de hele aarde. Hij is een eeuwige God. Hij wordt niet moe en raakt niet uitgeput. Hij is zóveel wijzer dan wij, dat wij Hem niet kunnen begrijpen.

 

 

 

Psalm 145: 3

 

3 U bent geweldig. U verdient het te worden geprezen. U bent zó machtig, het is niet te begrijpen.

 

 

 

Romeinen 11: 33 – 34

 

33 Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!

 

 

 

rechtvaardig

 

Deuteronium 32: 4

 

4 Hij is de Rots waarop wij stevig staan. Alles wat Hij doet is volmaakt. Alles wat Hij doet is rechtvaardig. Hij is trouw en nooit onrechtvaardig. Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

Psalm 18: 30

 

30 Met U durf ik een heel leger aan. Met U spring ik over een muur. 

 

 

 

 

God is één

 

Deuteronium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén. 

 

 

 

Matheüs 28: 19

 

Ga nu op pad en maak alle volken tot leerlingen van Mij. Doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. En leer hen om alles te doen wat Ik ook aan jullie heb geleerd.

 

 

 

Marcus 1: 9 – 11

 

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jor-daan.10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer.11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”

 

 

 

alomtegenwoordig

 

Psalm 139: 7

 

7 Hoe zou ik kunnen vluchten voor uw Geest? Waar zou ik me voor U kunnen verbergen?

 

 

 

 

Jeremia 23: 23

 

23 Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg?

 

 

 

alwetend

 

Psalm 139: 1 – 5

 

1 Een lied van David. Voor de leider van het koor.  2 Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. 3 U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. 4 U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd. 5 U bent aan alle kanten om mij heen en uw hand rust op mij.

 

 

 

Spreuken 5: 21

 

21 Niets is verborgen voor de ogen van de Heer. Hij beoordeelt alles wat je doet.

 

 

 

heilig, als een vuur

 

Jesaja 6: 3

 

3 En de engelen riepen tegen elkaar: “Heilig! Heilig! Heilig is de Heer van de hemelse legers! De aarde is vol van zijn schitterende macht en majesteit!”

 

 

 

Exodus 3: 2

 

2 Daar kwam de Engel van de Heer naar hem toe. De Engel stond midden in een braamstruik en zag er uit als een vuurvlam. Mozes zag dat de braamstruik wel in brand stond, maar niet verbrandde.

 

 

 

Hebreeëuwen 12: 29

 

29 Want onze God is als een vuur dat alles verbrandt.

 

 

 

barmhartig, genadig, liefde, goed

 

Exodus 34: 6

 

6 De Heer liep langs hem heen en riep:  “Ik ben de Heer! Ik ben vriendelijk en geduldig, liefdevol, vol medelijden en vol waarheid.

 

 

 

Psalm 31: 19

 

19 Leg al die leugenaars het zwijgen op. Trots en spottend beschuldigen ze onschuldige mensen. 

 

 

 

1 Petrus 1: 3

 

3 We zijn de God en Vader van onze Heer Jezus Christus heel erg dankbaar. Want omdat Hij zo goed en liefdevol is, heeft Hij nieuwe mensen van ons gemaakt: we zijn opnieuw geboren. Dat heeft Hij gedaan door Jezus Christus uit de dood terug te roepen en weer levend te maken. Daardoor kunnen we vol hoop zijn.

 

 

 

Johannes 3: 16

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben.

 

 

 

Johannes 17: 3

 

3 Het eeuwige leven is dat de mensen U kennen, de enige echte God, en Jezus Christus die U heeft gestuurd.

 

 

 

almachtig  

 

Openbaring 19: 6

 

6 Toen hoorde ik een stem die leek op het geluid van een grote menigte, of van de zee, of van de donder. En die stem riep: “Prijs de Heer! Want de Almachtige Heer God is Koning!

 

 

 

Jeremia 32: 17

 

17 “Heer, U heeft door uw grote macht en kracht de hemel en de aarde gemaakt. Niets is te wonderlijk voor U.

 

 

 

Jeremia 32: 27

 

27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De eeuwige moederliefde van God

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

hildegard

.

 

 

Een psalm van Hildegard: Laus Trinitati:

 

Geloofd zij de Drieëenheid, die klank en leven geeft

.

in het bestaan van alle schepselen 

 

.

 

scivias-t-11

 

 

Het mooiste visioen uit de Scivias is dat van de Drieëenheid (T 11 II,2): een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Hildegard heeft zelf geen titel aan dit visioen gegeven. Wel beschrijft ze in de tekst de Moederliefde van God: de ‘materna dilectio amplexionis Dei’ (de moederlijke liefde van Gods omhelzing).
Ze duidt de Vader aan door het zilver (trillend, levend licht), de Heilige Geest door goud (trillende, levende warmte) en het Mensgeworden Woord door saffierblauw, de Zoon (daaruit voortgekomen).

Hildegard ervaart in het visioen van de drie-enige God een levend licht. Dit levende licht komt naar haar toe en opent voor haar de geheimen van God. In dit visioen wordt voor haar een verborgen werkelijkheid getoond. Ze wordt betrokken in een diepte die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten.

Ze moet dit opschrijven: “Zoals het overeenkomt met de wil van degene, die alles weet, alles ziet en alles in de verborgenheid van zijn geheimenissen ordent.” (God, de algeest, alwetend, alwijs, alliefhebbend, almachtig) God werkt. God openbaart zich in haar visioenen, die zichtbaar worden door een goddelijke kracht. Ze ziet een volheid, die een dynamiek in zich heeft en die alles uit zichzelf tevoorschijn brengt en het een eigen bestaan geeft.

In dit visioen geeft de levende God aan zich te ervaren als oerkracht. God openbaart zich als een volheid die met een scherpe kracht overal ‘stroompjes van kracht’ (L. ‘rivulos fortium’: stroom van kracht, krachtstroom; van ‘rivus’ stromen) heeft geplant.

Deze ‘volheid’ verwijst naar de geheimen van God, de grond van alle dingen, waarin ‘al wat is’ leeft, beweegt en is. Alle schepselen zijn in hun oorsprong geplant door de levende God. In ieder mens, dier en ding bevindt zich een stroompje, een klein beekje (een stromende krachtbron, de geest) dat door Gods kracht is aangelegd.

 

 

 

Het stroompje van kracht

.

Dat betekent, dat al het geschapene niet in zichzelf bestaat. De oorsprong van alles ligt in de hand van de schepper, die de schepping ontworpen en geordend heeft. In hun oorsprong zijn alle schepselen verbonden met hun schepper. Ieder schepsel heeft een geheim in zich, dat in zijn oorsprong verwijst naar de levende God.

Dit geheim duidt Hildegard aan als ‘het beekje van kracht’ (de geest als stromende bron). Ieder schepsel heeft daardoor de mogelijkheid ontvankelijk te zijn voor de levende God. Ieder beekje is verbonden met de volheid, die de grote stroom van Gods leven is.

Deze ‘beekjes van kracht’ zijn altijd aanwezig en gaan aan alles vooraf. Door dit beekje ondergaat ieder schepsel de werking van Gods geheimen, ook de mens. De mens kan er niet over beschikken. Het geheim is er altijd, ook als de mens zich ervan afkeert, ervan vervreemd is en in zonden leeft.

 

 

.

levenskracht

levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De moederliefde van God

.

De levende God wil werkzaam zijn als scheppende kracht. Zolang de beekjes onder stenen bedolven zijn en met ijs bedekt (de toestand van onbewuste vereenzelviging), kan de volheid niet naar het beekje toestromen. Zolang de mens in zichzelf besloten is (de stroom voor zichzelf houdt), kan de levende God de mens niet herscheppen en vernieuwen.

Hildegard beschrijft in dit visioen, hoe wij weer in verbinding met dit beekje van kracht kunnen komen. Daarvoor is het belangrijk dat dit beekje van kracht bevrijd wordt. In dit visioen beschrijft Hildegard hoe zij ziet, hoe God zichzelf opent en zich aan ons geeft (als Jezus, Gods Zoon). Dit aanbod krijgt gestalte in moederliefde. Deze moederliefde beschrijft Hildegard als natuurlijk, gevoelsmatig en opvoedend.

Als moederliefde stelt God zich geheel beschikbaar als voedende en behoedende. Als opvoedster leert de moederliefde van God de mens boetvaardigheid, opdat de band met de levende God wordt hersteld. De moederliefde van God opent de mens, waardoor hij deze liefde kan ontvangen en bevrijd wordt van de zonde.

Het is de moederliefde van God die ons weer in contact brengt met het beekje van kracht, waardoor wij ons kunnen openen voor de werking van Gods geheimen.  Dit proces beschrijft Hildegard in dit visioen. Hildegard ziet in dit visioen dat God werkt als een scheppende kracht in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze dynamiek openbaart zich door met ons iets te doen en door ons om te vormen.

Deze omvorming heeft als doel dat wij weer contact krijgen met het oorspronkelijke leven dat ons is ingeschapen, namelijk het beekje van kracht, het geheim dat verbonden is met de geheimen Gods. Deze omvorming wordt door de moederliefde Gods in gang gezet. Hildegard gebruikt het moederbeeld om de verlossing te beschrijven.

.

 

 

Het visioen vanuit de spiritualiteit benaderd

.

Onder spiritualiteit wordt verstaan de voortgaande omvorming van een persoon, betrokken op een onvoorwaardelijke aanspraak. Er is sprake van spiritualiteit waar iemand antwoord geeft op de uitnodiging en het appèl, die de Eeuwige onontwijkbaar op hem of haar richt. Aan Mozes openbaarde deze Aanspraak zich als ‘Ik ben er’. Voor Jezus droeg zij de naam Abba, Vader.

Voor Hildegard van Bingen draagt zij de naam: het Levende Licht. Zij wordt door dat licht persoonlijk geroepen. Haar antwoord hierop krijgt vorm in haar leven, werk en haar geschriften. In het visioen van de Drieëenheid ontstaat er een betrokkenheid tussen de drie goddelijke personen, die zich als één licht en één kracht wil geven aan Hildegard.

Deze betrokkenheid is een uitnodiging aan Hildegard om zich te laten betrekken in Gods levende licht, dat aan haar de geheimen Gods openbaart. Het visioen is een mystieke ervaring. Mystiek betekent de ervaring van een verborgen zin of onzichtbare werkelijkheid, waarin iemand binnengevoerd wordt. De betekenis van de geheimen wordt aan haar getoond, doordat zij in deze verborgen werkelijkheid betrokken wordt.

Deze ervaring zet een proces in gang en brengt een verandering teweeg. Dit proces wordt vanuit de spiritualiteit een omvorming genoemd. Dit proces houdt in: loskomen uit de oude vorm (de oude mens) en ingaan in de nieuwe vorm (de nieuwe mens). Deze omvorming voltrekt zich als een geestelijk proces. De oude mens is een mens die nog ongevormd is ten aanzien van de vorm die als mogelijkheid aanwezig is (het beekje van kracht) en ongeordend voor zover hij hiervan afwijkt.

In dit visioen is het de moederliefde Gods die de oude mens bevrijdt en hem in contact brengt met het ‘stroompje’ van goddelijk leven (de menselijke geest), opdat de ‘volheid’ van Gods kracht (de algeest) de mens kan herscheppen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een voortdurende werking van de goddelijke kracht die de mens omvormt van ‘onvolmaaktheid’ naar ‘volmaaktheid’.

De goddelijke kracht duidt Hildegard in haar visioen aan als ‘volheid waaraan niets ontbreekt’ (de algeest). Deze werkt en ontvouwt zich in de ervarende persoon, opdat ‘al wat leeft’ tot ontwikkeling en voltooiing komt. Dit proces is daarom niet alleen dynamisch, maar ook structurerend, wat zich verwerkelijkt in de ervarende persoon.

In deze omvorming zijn de goddelijke dynamiek en de menselijke ervaring op elkaar betrokken. Als schering en inslag zijn ze voortdurend met elkaar verweven. Dit is een nooit eindigend proces. In het eerst visioen ‘De Verlosser’ heeft Hildegard gezien dat de schepping geschied door de drie goddelijke personen. De Vader ziet ze als een hellicht vuur, de Zoon als een hemelsblauwe vlam die in de zachte adem van de heilige Geest brandt.

Van deze goddelijke personen gaat een neerdalende beweging uit naar de mensheid op aarde. Deze beweging zet de geschiedenis in gang vanaf de schepping ‘in den beginne’ tot aan de menswording van de Zoon van God. De menswording van de Zoon van God is de openbaring van dit visioen: God deelt zichzelf mee.

In het visioen van de drie-enige God is er geen neerdalende beweging te zien van God uit naar de mensheid, maar een innerlijke beweging tussen de drie personen. Er is een levende dynamiek tussen hen. De personen van de goddelijke Drieëenheid werken op elkaar in, om zichzelf te openen als drie-enige God voor de mens.

Hildegard ziet dit als een dynamisch proces tussen het heldere licht en het rode vuur. Ze stromen door elkaar heen. ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur doorstroomt weer heel het heldere licht. En dit heldere licht en dit rode vuur stromen door heel deze mensengestalte zodat het één licht en één kracht van mogelijkheden vormt’.

Verder valt op dat er in het visioen van de drie-eenheid van God gesproken wordt over ‘een allerhelderst licht’ en een ‘allerzoetst rood vuur’. In dit visioen hebben het licht en het vuur een intensiteit in de hoogste mate. Ook valt op dat de hemelsblauwe vlam zich ontwikkeld heeft tot een ‘mensengestalte’ in de kleur van saffierblauw.

 

 

de ware en de valse Drievuldigheid

de ware en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

De tekst van het visioen over de drie personen :

Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (‘Vader’, licht, komt overeen met: denken).

En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (‘Zoon’, komt overeen met: voelen)

Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levenloosheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (‘Heilige Geest’, komt overeen met: bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid in de wereld uitgoot.

Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht .

.

Waar dit Woord (Jezus) al het goede tot stand bracht, hen (de mensen) door zijn zachtmoedigheid naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde (door de onbewuste vereenzelviging) verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus, komt overeen met voelen).

Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus, komt overeen met voelen).

.

 

 

Gods krachtstroom in de mens

.

Hildegard wordt betrokken in een diepte, die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten. In deze diepte doorschouwt ze de grond van alle dingen. Hildegard ziet dat de geheimen van God de absolute oorsprong zijn van alle schepselen. In de diepte ziet ze een oerkracht die al het geschapene heeft geplant: ‘Deze volheid heeft met een scherpe kracht stroompjes van kracht geplant’. De volheid van Gods levenskracht heeft beekjes geplant.

Ieder schepsel heeft een ‘beekje van kracht’, dat ontspringt aan de volheid van Gods levensstroom. In dit visioen ziet ze dat de schepping niet is ontstaan uit een niets of uit een oerknal. Ze schouwt de geheimen van God als een levensbron, als een volheid waar al wat leeft uit voortkomt. Hildegard schouwt dat de oorsprong van de dingen niet in de dingen zelf ligt. De schepping bestaat niet in zichzelf. God is de bron van al wat bestaat.

Het stroompje van kracht (de geest als bron) bevindt zich in ieder schepsel. Daar bevindt zich de levenskracht. Door dit stroompje is ieder schepsel met de volheid van Gods geheimen verbonden. Door dit stroompje kan God naar het geschapene stromen. Ieder heeft de mogelijkheid om ontvankelijk te zijn voor en om deel te nemen aan de volheid van Leven. Iedereen kan deelnemen aan deze goddelijke levenskracht. God is een stuwende kracht, die zich wil openen om naar de stroompjes toe te stromen.

Hildegard schouwt in haar visioen, dat er een relatie is tussen God en heel Gods schepping. De relatie tussen God en al wat geschapen is, is wezenlijk, opdat God zich kan ontvouwen in de schepselen. Goddelijk leven is overal aanwezig als een stroompje van kracht, waardoor Gods levenskracht in alle schepselen werkzaam kan zijn. God verhoudt zich tot heel de schepping als een volheid tot alle stroompjes van kracht, die in al het zichtbare en onzichtbare leven aanwezig zijn.

 

 

 

God in drie personen

.

Het goddelijke leven laat zich zien als een allerhelderst licht, als rood vuur (warmte) en een mensengestalte in de kleur van saffierblauw. Het rode vuur duidt op de Heilige Geest. Het is een vuur zonder smet van dorheid. Dit lijkt een tegenstrijdigheid, omdat vuur immers door hitte alles verdort. Het voorafgaande visioen over de verlosser werpt een licht op deze tegenstrijdigheid. Daar wordt dit rode vuur in verband gebracht met de plaats, waar het goddelijke woord kan incarneren.

Deze plaats wordt aangeduid als ‘morgenrood’, het vuur, waarin God zijn ‘Woord vol verlangen’ zond. God gaf dit woord als een ‘vruchtbrengende vrucht’ en liet het ‘als een geweldige bron tevoorschijn komen. Wie van deze bron drinkt, zal nooit meer van dorst vergaan. In dit licht van het morgenrood ontbrandde een buitengewone wil. Want in de glans van het rode licht toonde zich de groene kracht (viriditas, levenskracht, de Heilige Geest komt overeen met: willen) van het grote oude raadsbesluit.

 

 

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Samengebundelde kracht van goddelijk leven

.

Nu gaat er iets nieuws gebeuren. In het visioen ontstaat beweging. Het heldere licht en het rode vuur (de ongevormde oertoestand) stromen door elkaar heen en worden één om samen de gehele mensengestalte te doorstromen (de gevormde toestand). In het goddelijke leven is beweging zichtbaar. Het licht en het vuur en de mensengestalte stromen zo door elkaar heen, dat ze worden tot één krachtbundel: ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur stroomt weer door heel het heldere licht.

En dit heldere licht en en dit rode vuur stromen door geheel deze mensengestalte, zodat het één licht in een kracht van mogelijkheden vormt’. Deze samengebundelde kracht van goddelijk leven is een beginsel, een concentratie van mogelijkheden. Dit beginsel is een stuwende kracht die in beweging zet; een krachtbron voor al wat leeft (door de geestelijke vermogens). Deze kracht heeft een rijkdom aan mogelijkheden.

 

 

 

God werkt in drie personen

.

God is werkzaam als een dynamische kracht in drie personen (drie vormen). De Vader is werkzaam als ‘rechtvaardigste gelijkheid’. Rechtvaardig staat in verband met trouw en goedheid. Als ‘rechtvaardigste gelijkheid’ laat de Vader ieder schepsel tot zijn recht komen op ‘gelijke’ wijze. Ieder schepsel heeft eenzelfde ‘krachtstroom’.

De Heilige Geest maakt een beweging naar de gelovigen. Zij worden aangeraakt en in vuur en vlam gezet door de Geest. De Zoon is de ‘volheid van de vruchtbaarheid’. Hij draagt de mogelijkheid in zich heel de schepping vruchtbaar te doen zijn: ‘alles is door hem geworden en zonder hem is niets geworden wat geworden is’. Deze volheid van vruchtbaarheid is in alle dingen.

Het is een alomvattende kracht die met heel de schepping is verbonden en die ‘al wat is’ leven geeft. Alles is met de Zoon in de oorsprong verbonden. De hele schepping draagt een kiem van deze volheid. De Vader als de rechtvaardigste gelijkheid, de Heilige Geest als de ontsteker van de harten van de gelovigen en de Zoon als de volheid van de vruchtbaarheid, bestaan niet zonder elkaar.

Ze werken samen. De drie goddelijke personen vormen een eenheid en zijn als personen met elkaar verweven en op elkaar betrokken. In de goddelijke natuur zijn ze met elkaar verbonden. De drie personen van de Drieëenheid zijn tot een eenheid samengevoegd. De ene persoon staat niet boven de ander, ‘ze zijn één God in een onverdeelde majesteit’.

Ze zijn niet verdeeld, maar werken wel afzonderlijk als personen (de geestelijke vermogens). Als personen staan ze met elkaar in relatie. De Vader wordt kenbaar gemaakt door de Zoon. De Zoon weerspiegelt het allerhelderste licht dat de Vader is. ‘De Zoon wordt kenbaar gemaakt door de oorsprong van de schepselen’.

De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon is aanwezig in alle schepselen. ‘De heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door dezelfde menswording van de Zoon’. De Vader bracht zijn Zoon voort in eeuwigheid. Dit is niet aan tijd gebonden: de Vader schept in eeuwigheid. Bij de Zoon begint de schepping. Door hem worden alle schepselen geboren uit de Vader.

Alle dingen hebben hun oorsprong in de Zoon. In de Zoon komen alle schepselen aan het licht (de gevormde toestand). De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon kan zich in alle schepselen openbaren. Ieder schepsel is vruchtbaar en kan tot voltooiing komen, dat is: worden zoals de Vader het in zijn allerhelderste licht heeft bedoeld. De Heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door de menswording van Gods Zoon. De Heilige Geest, die zichtbaar werd als een duif bij de doop in de Jordaan, maakt Jezus Mensenzoon.

 

.

 

God verlangt naar de mens

.

God verbindt zich tot één licht en één kracht, als de ene God in drie personen, die verlangt naar een relatie met de mensen. De ene God wil zich openen en de mensen uitnodigen zich te laten betrekken in Gods leven: ‘De mens mag nooit vergeten, mij, de ene God in deze drie personen, aan te roepen’.
God wordt persoonlijk en verlangt naar een relatie met de mens: de mens mag mij aanroepen.

In het Latijn staat ‘invocare’, wat zowel aanroepen als inroepen betekent. De ene God aanroepen is vragen om contact en zich toewenden (het streven naar de hereniging). God inroepen is zich openen om God binnen te laten komen. God neemt er geen genoegen mee verzonken te zijn in zichzelf en wil betrokken zijn op mensen. God wil zichzelf te buiten gaan.

God wil zich niet opsluiten in zijn eigen wezen, in tegendeel, deze ene God in drie personen wil bestaan in een onbegrensde openheid naar de mensen toe, ‘want daartoe heb ik hen aan de mens geopenbaard, opdat de mens des te heviger aangeraakt in liefde tot mij ontbrande’. De bedoeling van Gods openbaring is dat de mens aangeraakt wordt in liefde en dat er een verlangen wakker wordt gemaakt, waardoor onze liefde tot God ontwaakt.

De mens is als schepsel in aanleg geschapen om de volle diepte van Gods liefde te ontvangen en van daaruit te leven. Daarnaar verlangt God en daartoe openbaart God zichzelf in de drie personen … opdat zij beseffen, dat de diepste beweging tussen God en mens er een is van liefde.

 

.

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Gods initiatief

.

Het initiatief van de liefde ligt niet bij de mensen, maar bij God. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’ (liefdadigheid), de liefde die in God woont. Deze liefde openbaart zich, doordat God zijn eniggeboren Zoon aan de mensheid schenkt. Het doel hiervan is, dat wij zullen leven. De zelfgave van God in zijn Zoon betekent leven voor ons. God deelt zichzelf mee en schenkt liefde aan de mensheid door de menswording van zijn Zoon, die hij heeft gezonden ‘tot verzoening van onze zonden’.

Christus is mens geworden opdat wij wegtrekken uit de duisternis van de zonde. De zonde is dat de mensen zich hebben afgewend van God (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Zij hebben geen contact meer met ‘het stroompje dat God zelf in hen heeft geplant’. Zij zijn hiervan vervreemd (ze zijn onbewust geworden, vervreemd van zichzelf als geest) en hebben dit goddelijke bewustzijn verloren. God wil deze relatie herstellen door zichzelf te geven in zijn Zoon, om zo de oorspronkelijke verbinding te herstellen.

Deze liefde duidt Hildegard aan met het woord ‘dilectio’. Deze liefde leidt tot het schenken van genade (‘genade’: welwillendheid). Het woord dilectio komt van ‘diligere’, dat uitkiezen en liefhebben betekent. God kiest ons uit door ons te beminnen en zo aan ons onze oorspronkelijke waarde terug te geven. Doordat God ons heeft bemind ‘is een ander heil ontstaan, dan wat wij bij onze eerste oorsprong bezaten’.

Onze eerste oorsprong duidt op de schepping van de eerste mensen in het paradijs, die leefden in verbondenheid met hun goddelijke oorsprong en die de erfgenamen waren van onschuld en heiligheid.
De eerste mensen konden nog geen onderscheid maken tussen goed en kwaad. Daarom kon het niet anders dan dat onze onschuld en heiligheid beproefd werden (op de aarde als leerschool).

Deze beproevingen zijn een kans om te groeien. Want in de beproevingen heeft de hemelse Vader aan ons zijn liefde laten zien, zegt Hildegard. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’. De liefde van God ervaren wij als een beproeving. Over deze beproevingen schrijft ze in het visioen van de oorsprong van het kwaad: ‘De grote heerlijkheid en eer, die aan de mensen gegeven is, kan niet zonder beproeving blijven, anders zou de mens nietig en ijdel zijn.

Goud moet in het vuur gelouterd worden, kostbare stenen moeten gereinigd en geslepen worden. Ook de mens, die volgens beeld en gelijkenis van God is geschapen, moet, om te kunnen bestaan, beproefd worden. Meer dan ieder wezen moet de mens beproefd worden en zijn toetsstenen zijn (zijn omgang met) de schepselen.

De geest toetst zich aan de geest (in de ontmoeting met medemensen), het vlees aan het vlees. Zo wordt de mens door ieder schepsel beproefd in het paradijs, op aarde en in de onderwereld. Willen wij groeien naar Gods beeld en gelijkenis, dan is het noodzakelijk dat wij (onze zelfstandigheid en vermogen de juiste keuzes te maken) worden beproefd, anders zouden wij nietig en ijdel blijven.

.

 

 

In de ban van de zonde

.

God laat zijn liefde zien als een beweging naar de mensen toe: Hij openbaart zijn ene Woord voor de mensenkinderen als een mogelijkheid voor hen om zich te laten betrekken in het goddelijke leven (de hereniging). Ze blijven ontvankelijk voor dit Woord, ondanks hun duisternis: ‘En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet aangenomen’ (Joh. 1:5).

De mensen kunnen niet zelf uit hun duisternis (onbewustheid) breken. Toch wil God hen openen om opnieuw met hen de relatie aan te gaan. Dat kan enkel gebeuren ‘door een hemelse kracht’ die de Vader naar de wereld zendt, in zijn ene Woord, namelijk door de menswording van het ene Woord in Jezus Christus: ‘Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld’ (Joh. 1:9).

Dit mensgeworden Woord werkt al het goede uit: ‘door zijn zachtmoedigheid voert het Woord de mens terug tot het leven’. Niet door hardheid, niet door de macht, maar door zachtheid en mildheid wordt de mens teruggevoerd naar het leven.

Ondanks hun duisternis (onbewustheid) blijven de mensen de mogelijkheid behouden om open te staan voor deze hemelse kracht. Door de zonde zijn zij ervan af gekeerd en vervreemd, en kunnen niet op eigen kracht terugkeren, omdat de macht van de zonde hen in de ban heeft (door de onbewuste vereenzelviging met de stof).

 

 

Vader liefde en moeder liefde

Vader liefde en moeder liefde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

De moederliefde van God

.

De levensbron van God ontsluit zich als moederliefde, die als een omhelzing tot ons komt. De levensbron opent zich voor ons, opdat wij open worden voor God. De liefde, die uit deze levensbron stroomt, biedt een opening voor ons. Gods liefde maakt zich kenbaar als moederliefde. Deze liefde maakt een verbinding naar ons, opdat er tussen God en ons een relatie kan ontstaan.

Zoals een moeder zichzelf beschikbaar stelt met lichaam en ziel, opdat haar kind zal leven, zo voedt de moederliefde van God de mens ten leven. Zoals de moeder haar kind behoedt, zo is de moederliefde van God onze helpster (parakleitos, de heilige Geest) in gevaren. Hildegard duidt deze aspecten van moederliefde aan met het woord ‘dilectio’: de liefde, die de mens bevrijdt uit de duisternis, de liefde die werkt als een genade.

Waar de mens geopend is, kan Gods liefde naar de mens toestromen. Waar de mens kan ontvangen, kan God geven. Dit is één gebeuren. Dit wordt ervaren als ‘de diepste en allerzoetste liefde’. De moederliefde van God is er voor de mensen en nodigt hen uit tot leven. In deze relatie kan de mens bij zichzelf en bij God komen.

In deze aanwezigheid van God kan het besef doorbreken van zondig zijn, dat wil zeggen: van vervreemd zijn van God, afgesneden en niet zichzelf. Dit besef zet de mens op de weg naar terugkeer en herstel (bekering), ‘zo leert God ons te leven in boetvaardigheid’.

 

 

.

De innerlijke bewogenheid van God met de mens

.

God wil de relatie met de mens herstellen en dat gebeurt doordat God zich de mens herinnert. God heeft immers de mens geschapen uit liefde. Het beeld van de mens ligt onuitwisbaar in het geheugen van God getekend. Het is de herinnering aan het grote werk van God, die de mens geboetseerd heeft uit het slijk der aarde. God heeft de mens geschapen uit goddelijke kracht als ‘zijn kostbaarste parel’. De schoonheid van de mens ligt als een parel in het binnenste van God getekend.

De mens is geschapen als een parel én de parel ligt in de herinnering van God. Hier raken God en mens elkaar (het streven naar de hereniging). God heeft de mens tot leven gewekt door hem levensadem in te blazen. Zo werd de mens bezield met goddelijke geest. God heeft de mens gewekt, maar hij is nog niet tot voltooiing gekomen. Het krachtstroompje ligt nog bedolven. De kostbare parel, die in de diepte verborgen ligt, is nog niet aan het licht gekomen (door de onbewuste vereenzelviging).

Een parel groeit in de zee als parelmoerstof in het lichaam van een pareloester. Door onze(!) stroompjes zijn we verbonden met de ‘zee’, met de volheid (de goddelijke algeest), waaraan onze ‘stroompjes’ ontspringen. Door middel van onze stroompjes kunnen we op zoek gaan naar de parel (jezelf als geest) die daar in de diepte (van de ziel) verborgen ligt.

Gods herinnering aan de mens is vol barmhartigheid. God is bewogen met de mens, die hij tot leven heeft gewekt. Zoals een moeder de vrucht draagt tot haar dagen vervuld zijn, zo draagt God de mens in zijn innerlijk tot de vruchten voldragen zijn. God zet met zijn scheppende liefde een proces in gang en gaat een verbintenis aan met het leven, dat verwekt is. Gods barmhartigheid, die gestalte krijgt als moederliefde van God, voedt en behoedt als een zwangere vrouw dit komende leven opdat deze verbintenis tot voltooiing komt.

God verlangt naar ons en is met ons begaan. Deze bewogenheid is een stuwende kracht van verlangen, die naar ons kan toestromen als we worden bevrijd (van onze toestand van vereenzelving met de stof). Dan kan de volheid, waar alle leven uit voortkomt, naar onze stroompjes toestromen en ons herscheppen.

 

 

.

In de spiegel van Gods barmhartigheid

.

Gods moederliefde stelt zich beschikbaar voor ons en nodigt ons uit tot leven. Gods liefdevolle aanwezigheid betekent niet dat alles wordt toegedekt. We mogen onszelf tegenkomen in heel ons doen en laten (bewustworden door zelf ervaringen op te doen en te verwerken met onze vermogens). Gods barmhartigheid houdt ons een spiegel voor en confronteert.

In deze spiegel beseffen we onze zelfgenoegzaamheid, onze zelfzuchtigheid (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Deze houding noemt Hildegard hoogmoed en deze schrijft zij toe aan de duivel. Hier staan God en duivel tegenover elkaar. God die de mens wil verlossen en de duivel die hoogmoedig is en de mens in zijn ban heeft.

In aanwezigheid van Gods moederliefde kunnen we uit deze ban worden bevrijd en afdalen, opdat we nederig worden. In de Latijnse tekst van Hildegard staat ‘humilitas’, nederigheid. Dit woord is afkomstig van ‘humus’ en ‘humilis’. Humus betekent ‘grond’. Humilis betekent ‘laag bij de grond’, eenvoudig, deemoedig, nederig.

Nederigheid betekent: bij de grond zijn, buigen naar de aarde. Nederigheid maakt ontvankelijk (de geest is daardoor een ‘leegte’ en staat open voor God). Iemand die nederig is, vervult zichzelf niet met alles wat hij heeft en is. De duivel kent geen nederigheid. Die wil zelf op de plaats van God zitten. Dit zijn de hoogmoedige verzinsels van de listige slang.

Hoogmoed staat tegenover nederigheid. Hoogmoed verbeeldt zichzelf heel wat, terwijl nederigheid zichzelf ontledigt. Hoogmoed vervult zichzelf en is gericht op zichzelf (zelfgerichtheid), nederigheid is een houding van louter ontvangen in verbondenheid met de grond van het bestaan, waar onze stroompjes van kracht ontspringen.

 

 

 

Herschepping door liefde

.

Het initiatief tot onze verlossing neemt God als moederliefde die naar ons toekomt en ons bevrijdt. Barmhartigheid raakt de naam van God in het hart: Ik ben er. Barmhartigheid is teder én houdt ons een spiegel voor. Barmhartigheid omvat zowel de tedere kant als de confronterende kant van God. Deze twee aanzichten heeft de moederliefde van God. Gods moederliefde is een bron van genade, die uitnodigend is, opdat wij leven én houdt ons een spiegel voor, waarin wij onszelf kunnen tegenkomen (en zo tot zelfkennis kunnen komen).

Gods liefde is nabij én schept afstand. Zo komen wij in aanraking met ons stroompje van kracht en kunnen naar binnen keren om de diepte in te gaan, waar het diepste leven gewekt kan worden: de parel (geest) die vanaf onze oorsprong in ons aanwezig is (die wij vanaf onze oorsprong zelf zijn, maar onbewust).

Als barmhartige keert God zijn hart naar ons toe en verlangt ernaar ons te betrekken in zijn scheppende liefde, opdat wij worden tot wie wij zijn: schepsel naar het beeld van de ene God. God noemt Hildegard hier Schepper en Heer. De Zoon duidt Hildegard aan als Hoofd en Verlosser. Zijn levenskracht is van eeuwigheid werkzaam in alles wat leeft en omvat hemel en aarde.

Christus is een Verlosser, die onze zonden heeft afgewassen. Hij is onze zielverzorger, die ons verpleegt en verzorgt (voelen). Hij maakt onze wonden schoon. De Zoon van God is werkzaam als een verpleegkundige, een arts, die de mens geneest. Uit Christus komt het geneesmiddel voort, waardoor wij geheeld worden.

Deze werkzaamheid van het goddelijke leven is er altijd, zegt Hildegard. De geheimen van God zijn van eeuwigheid werkzaam. God kan ons ieder moment herscheppen. De mens heeft de mogelijkheid om door het krachtstroompje (de menselijke geest) deel te nemen aan de volheid, die oneindig diep is en waaraan niets ontbreekt (de goddelijke algeest). Deze kan zich ontvouwen in ieder schepsel en het voltooien (door geestelijke ontwikkeling).

De stroompjes blijven altijd aanwezig, ondanks het feit dat wij aan tegenslagen en veranderlijkheid onderhevig zijn. Door de stroompjes kunnen wij steeds weer opnieuw in contact komen met de geheimen van God waarin de drie goddelijke personen bewegen en die ‘ondeelbaar levend in de eenheid van de goddelijkheid’ zijn.

 

.

 

Slotbeschouwing

.

Als zwangere gaat Gods moederliefde een verbintenis aan met de mens, opdat het leven, dat gewekt is, voldragen wordt. Als zwangere draagt God het vruchtwater in zich, waarin mensen gedragen worden tot de tijden zijn vervuld, opdat zij opnieuw geboren worden (zelfverwerkelijking en hereniging).
Ook heel de schepping wacht op voltooiing: ‘De hele natuur kreunt en lijdt in barensweeën, altijd door’ (Rom. 8:23).

Waar God ons herschept, ervaren we dat we niet zelf de oorsprong en ontwerper zijn van het leven. Ons leven kent een dieper geheim. Betrokken op dit levensgeheim beseffen we dat we verbonden zijn met een alomvattende kracht die in heel de schepping aanwezig is en die ‘al wat is’ leven geeft (de goddelijke algeest). In ons zit dit geheim als een parel verborgen (wijzelf als de menselijke geest), die de belofte is van een nieuwe schepping.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

De geheimenis der getallen in de Bijbel

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

 

 

God spreekt via de Bijbel tot mensen door 32.173 teksten en verzen

 

 

Aantal boeken Oude Testament: 39

 

Aantal boeken Nieuwe Testament: 27

 

Aantal pagina’s: 1600

 

 

Aantal teksten: 30.000

 

Aantal verzen: 2173

 

 

 

De geheimenis der getallen

 

32.173: 3+2+1+7+3=16>1+6=7 staat voor compleetheid, vervulling

volkomenheid, voltooiing, het begin van iets nieuws

afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

6 staat voor de onperfecte, zondige mens

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste 4 bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

39: 3+9=12>1+2=3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid:

De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

9 is het getal dat duidt op de heiligheid van God

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

 

 

God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

1600: 1+6+0+0=7 staat voor compleetheid, vervulling volkomenheid,

voltooiing, het begin van iets nieuws

Afzonderlijke getallen:

1 is het getal van God zelf

6 staat voor de onperfecte, zondige mens

0 geen betekenis

 

30.000: 3+0+0+0+0=3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid:

De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

Afzonderlijke getallen:

0 geen betekenis

 

 

2173: 2+1+7+3=13>1+3=4 staat voor wereldwijde kennisname

Afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

7 staat voor compleetheid, vervulling, volkomenheid, voltooiing, het begin van iets nieuws

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Jezus en Maria volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In deze bijdrage overlopen we hoe de drie monotheïstische godsdiensten (dwz de drie godsdiensten die in de Ene God geloven – het jodendom, chirstendom en de islam) denken over Jezus.

 

 

MariaIcoon

.

.

.

Islam

 

Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.

.

Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.

.

Zeg: “Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en nieti is aan Hem gelijkwaardig.” (Koran 112:1-4)
.

Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.

.

Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.

.

“En toen de engelen zeiden: ‘ O Maria, God heeft jou uitverkoren en jou rein gemaakt en Hij heeft jou uitverkoren boven de vrouwen van de wereldbewoners. O Maria, wees jouw Heer onderdanig en buig je eerbiedig voor Hem neer (in gebed) en buig met de buigenden’ … Toen de engelen zeiden:
.
‘O Maria, God kondigt jou een woord van Hem aan, wiens naam zal zijn de Messias, Jezus zoon van Maria. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid [van God] zijn. Als kind en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal een van de rechtschapenen zijn’.
.
Zij zei ‘Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft.’ Hij zei: ‘Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees! en het is.” En God zal hem het Boek, de Wijsheid, de Taura (de Wet) en de Bijbel onderwijzen. ‘ (Koran 3:42-48)
.
“En God zal hem als een gezant tot de Israëlieten zenden, om te zeggen: “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: dat ik voor jullie uit klei iets als de vorm van een vogel zal scheppen, er dan in zal blazen en dat het dan met Gods toestemming een vogel zal zijn. Dat ik blindgeborenen en melaatsen zal genezen en doden levend maak, met Gods toestemming…” (Koran 3:49)
.
“… Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de duidelijke bewijzen gegeven en hem gesterkt met de heilige geest. Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie”(Koran 2:87)
.
“Zeg: ‘Wij geloven in God, in wat naar ons is neer gezonden en in wat naar Abraham, Ismaïl, Isaac, Jacob en de stammen is neer gezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen, en wij hebben ons aan Hem overgegeven.'” (Koran 2:136)
.
.
.
.

Jodendom

 

Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.

 

.

Christendom

 

Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.

.

.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

                                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Is de toewijding aan Maria occult?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De opmerking van iemand, dat Mariaverering occult zou zijn, is één van de meest onbeschaamde beledigingen aan God, die een ziel ook maar zou kunnen bedenken.

 

 

6706467verering

.

 

Wanneer Mariaverering occult (dit wil zeggen: duister) zou zijn, zou elke verering van God eveneens occult zijn, want er bestaat een mystieke eenheid tussen de Harten van Jezus en Maria en een mystieke bruiloft tussen Maria en de Heilige Geest. Verder bieden alle onderrichtingen van de Meesteres van alle zielen een groot aantal bewijzen voor het feit dat de hoogste graad van Mariaverering niet alleen absoluut volkomen gerechtvaardigd is, doch zelfs deel uitmaakt van de Goddelijke Wet die aan Zijn hele Heilsplan voor de zielen richting geeft.

Ik moet er in elk geval nog met klem op wijzen dat het begrip voor de volheid van de Mariaverering begint met een oprechte Liefde voor Maria.

Bij alle zielen die de hoogste graad van de Mariaverering zoals deze door de Meesteres van alle zielen nu wordt verkondigd, als ketterij afwijzen of die ‘niet van de waarheid ervan overtuigd zijn’, is er steeds sprake van een gebrek aan Ware Liefde voor Maria. Deze zielen begrijpen daarenboven helemaal niet hoezeer zij Jezus daardoor kwetsen.

Sommige zielen bedienen zich van de stelling dat men met ‘private openbaringen’ zeer voorzichtig moet zijn en maar liever bij de Bijbel kan blijven. De tragedie van deze zielen bestaat echter hieruit, dat zij er zich niet van bewust zijn hoe zeer zij hierdoor de Liefde van God verloochenen.

God vervolledigt Zijn Kerk met steeds nieuwe inzichten. De mystiek is niet dood, zij is het geschenk van het Ware Leven voor de Kerk. Zielen die dit geschenk van God verketteren, of die andere zielen ervan weerhouden erin te geloven, maken zich bovendien schuldig aan een oordeel. Zij schilderen zonder meer het werktuig van de verkondiging van Maria’s verhevenheid af als een leugenaar.

Aannemen dat de Mariaverering occult zou zijn, komt neer op godslastering. Daarenboven brengt deze opmerking een ongehoorzaamheid tegenover de Kerk tot uitdrukking, want de Kerk heeft in de Mariale Dogma’s de verhevenheid van Maria als geloofspunt vastgelegd.

Elke ziel die weigert, aan Maria de Haar toekomende verering te brengen ontkent de weergaloze heiligheid van de Onbevlekte Ontvangenis, de Belichaming van de volmaakte zondeloosheid en de Spiegel van vele Goddelijke eigenschappen zoals deze in de Meesteres van alle zielen verzameld zijn.

Dergelijke verketteringen van het ware Wezen van Maria en van de Mariaverering dragen de handtekening van de satan. Biedt U hen aan de gekruisigde Jezus aan, want zij brengen steeds meer duisternis, steeds meer schuld, steeds meer ellende over de mensheid.

Houdt U zich met zekerheid vast aan de kennis en de inzichten die U worden aangeboden want deze zijn gebaseerd op Gods Waarheid die in deze in deze Laatste Tijden worden verkondigd.

.

.

Gebed : Het Weesgegroet

.

Wees gegroet, Maria, vol van genade.
De Heer is met U.
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
En gezegend is Jezus, de Vrucht van Uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God,
Bid voor ons, zondaars,
Nu en in het uur van onze dood.
Amen.

.

Door het Weesgegroet te bidden “aanbidt” men niet Maria wat duidelijk is uit de woorden van de tekst. Men vraagt haar dat zij, door haar uitzonderlijke status als de Moeder Gods, bidt voor onze zonden. Het is een onverdiend genadeverzoek dat Maria aan haar Zoon Jezus en God voorlegt. De bedoeling is om zo veel mogelijk zielen te redden uit de klauwen van Satan. Wie dat gebed als demonisch bestempelt staat zelf onder invloed van een demon.

.

.

.

Waarom Maria weent

.

Pasteltekening van John Astria

.

.

De wensen van Maria bij verschijningen

.

Maria verlangt om elke dag en voortdurend te bidden tot haar Zoon Jezus Christus. Daardoor erkent ze dat Christus de Messias is, Hij die de losprijs voor de zonden op het kruis betaalt heeft met zijn bloed.

Maria vraagt om elke dag de rozenkrans te bieden als bescherming tegen satan, de tegenstrever. Het is een belangrijk gebed dat de duivel doet wijken. In de rozenkrans bidt men tot Maria opdat zij onze zonden zou voorleggen aan de genadevolle Christus, men erkent alle geheimen en men bidt het Onze Vader. Met de woorden ” glorie aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en tot in de eeuwigheid” bevestigt men weer de nadruk op de Drievuldigheid en niet op Maria zelf.

Maria vraagt soms een kapel te bouwen opdat God dat wenst. De hemel wenst, door middel van de Maria devotie, dat geen enkele ziel in de handen komt van satan, de duivel. Iedereen moet beseffen dat elke beloning of straf eeuwig zal zijn en onherroepelijk.

Uit genade en medelijden met de mensheid, gebiedt Maria te drinken van sommige waterbronnen om het aardse leed te verzachten. Er kunnen wonderen gebeuren die refereren naar een volkomen leven na de terugkomst van Jezus op de laatste dag.

.

 

Hoe een valse verschijning of valse profeet ontmaskeren?

 

Roep onmiddellijk bij twijfel de naam van Jezus Christus uit zoals pater Pio deed bij zijn confrontatie met de duivel. Satan is sluw, sterk en machtig maar is begrensd in zijn mogelijkheden. Indien het een zinsbegoocheling is door een demonische entiteit, dan zal hij bij de aanroeping van Jezus’ naam onmiddellijk vluchten.

Een valse profeet kan wonderen in zijn eigen naam onder invloed van de duivel en zijn demonen. Niemand kan genezen zonder de toestemming van God of Jezus Christus. Satan probeert door list en misleiding velen naar de afgrond van de hel te brengen. Er zijn sommige uitverkorenen die de macht om mensen te genezen uit de handen van God gekregen hebben. Men herkent ze aan hun woorden.

Valse profeten kunnen voorspellingen doen op basis van foute entiteiten die zich voortdoen als lichtwerkers van God. Mensen met de gave om in de toekomst te zien, hebben die gekregen van God of Jezus Christus zelf. Meestal moeten zij waarschuwingen mede delen aangaande de zware gevolgen van de mensheid die op weg is naar de eeuwige verdoemenis. God gebruikt ware profeten om personen en de mensheid te vrijwaren van de hel.

 

.

.

Voorbeelden van valse profeten en genezers

 

Jomanda is een Nederlandse die beweert een genezend medium te zijn. Zij experimenteert met entiteiten uit de onzichtbare wereld en is ervan overtuigd dat ze mensen via deze entiteiten kan genezen. De zieneres maakt spiritueel contact met een geest en vraagt om tussenkomst bij een lichamelijk probleem. Dat klinkt veelbelovend maar is demonisch.

Geen enkel bovennatuurlijk, hemels wezen geneest een mens zonder dat God daar de toelating voor geeft. Aangezien zij God niet om hup vraagt, doet ze beroep op andere entiteiten die onder invloed staan van de duivel, die zich voor doen als werkers van het licht.

Een sjamaan, vrouwelijk sjamanka, is een soort priester(es) en ziener(es) die in zijn of haar gemeenschap de communicatie met de geestenwereld verzekert en magie aanwendt om zieken te genezen, voorspellingen te doen en gebeurtenissen onder controle te brengen. Ook hier wordt er beroep gedaan op valse lichtentiteiten.

Kaartleggers gebruiken orakel kaarten om zowel verleden, heden als toekomst te duiden. Door de kaarten te schudden en ze op een bepaalde manier open te leggen bekom je een patroon die je kan lezen. In dit patroon heeft elke plaats zijn eigen specifieke, unieke betekenis en heeft elke kaart zijn eigen afbeelding die staat voor een bepaalde situatie.

Op deze manier kan de kaartlegger uit dit patroon allerlei situaties ontleden. Hierbij kan hij zaken zien die gebeurd zijn in het verleden, zaken die op dit moment gaande zijn en kan hij een duiding geven wat er toekomstgericht staat te gebeuren.

De kaartlegger maakt spiritueel contact met een geest die de toekomst van een individu voorspelt. Dit is de speeltuin van de zwarte magie. Demonische entiteiten hebben hier de kans om een individu helemaal van God te isoleren. Eerst laten ze een deel van een voorspelling uitkomen waardoor ze aanspraak maken op de ziel van die persoon. Later wordt de verleiding alsmaar groter om beroep te doen op kaartlezers. Dan zal de duivel, de vader van de leugen, al het mogelijke doen om de persoon voor eeuwig in zijn macht te houden.

God beveelt zijn engelen niet om via kaarten de toekomst te voorspellen. Die het tegendeel beweert beledigt God in de hoogste graad.

 

 

.

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 

 John Astria

John Astria

Wat is het onderscheid der geesten?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

 

Het onderscheiden van geesten is een inzicht in de geestelijke wereld over de werking en het functioneren van geesten. Het is een gave om geesten te kunnen herkennen, hun strategieën doorzien en dus adequate tegenmaatregelen te kunnen nemen. In Matteüs 17 vers 14 tot 21 kunnen we lezen hoe Jezus aangeeft hoe een bepaalde boze geest uitgedreven moet worden.

 

.

Waar geestesuitingen zijn zal Satan trachten door imitatie het volk van God te verleiden. Ook de menselijke geest kan op dit terrein zeer actief zijn om – vaak onbewust of door een verkeerde geestelijke opvoeding – de openbaring van de Heilige Geest in de weg te staan.

 

De gave van onderscheiding is gegeven om te onderscheiden door welke geest wordt gesproken of gehandeld. In het bijzonder op het terrein van de profetie is dit belangrijk.

.

In 1 Thessalonicenzen 5:20, 21 volgt na de vermaning om de profetieën niet te verachten, onmiddellijk de opdracht om alle dingen te beproeven en het goede te houden.
Deze tekst wordt veelal misbruikt door hen, die er een vrijbrief in zien om zich op wegen te begeven waar ze als gelovigen niet thuishoren, doch heeft in eerste instantie betrekking op het toetsen van profetische uitingen. Niet alleen de uiting van de geest, doch vooral door welke geest wordt gesproken, dient onderscheiden te worden.

De geschiedenis van Bileam in Numeri 22:34, 35 en 23:1-5 leert ons, dat zelfs valse profeten door Gods Geest geïnspireerd kunnen profeteren. In zo een geval is het belangrijk dat de geest wordt onderscheiden, daar de geestesuiting hier geen houvast biedt. Denk ook aan de vrouw die Paulus en zijn metgezellen nariep, dat zij dienstknechten van God waren. Dit was volkomen juist, doch de geest waardoor zij sprak was een waarzeggende geest – Hand. 16:17.

De duivel openbaart zich als een engel des Lichts, doch de gave van onderscheiden der geesten maakt hem openbaar.

 

We zien deze gave ook in werking treden bij het openbaar komen van personen als Ananias en Saffira (Hand. 5:1-11) en Simon de tovenaar (Hand. 8:23).

In het bijzonder waar de normale onderscheiding op grond van Gods Woord en geestelijke kennis, alsmede natuurlijke mensenkennis tekort schieten, geeft de gave van onderscheiding uitkomst, omdat deze dwars door alle schijn heen ziet.

 

.

 

.

 

 

Beproeft de Geesten

 

 “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.

En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling” (1 Johannes 4:1-6).

.

 

 

Vertrouwt niet iedere geest

.

In deze tekst worden we gewaarschuwd om niet zomaar iedereen te vertrouwen en alles te geloven! “Gelooft niet iedere geest.”

Jezus had al eerder een dergelijke waarschuwing gegeven: “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet” (Matteüs 24:23).

.

 

 

Beproeft de geesten, of zij uit God zijn

 

Welke geesten mogen we wel geloven, en welke niet? Hoe kunnen we goede en slechte geesten herkennen?

 1. Paulus schreef: “Toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad” (1 Tessalonicenzen 5:21,22).

Wel dienen wij open te staan voor iedereen, steeds klaar om iets bij te leren. Maar we mogen niet zomaar alles geloven. We moeten alles toetsen. Het goede moeten we behouden en het overige verwerpen.

2. Waarom staat ‘geesten’ in deze waarschuwing? Hoe kunnen wij een geest op de proef stellen?

Wij mogen niet uitsluitend naar uiterlijkheden kijken. We moeten de vraag stellen: Door welke geest wordt deze persoon bewogen? Door welke kracht gedreven?

De Geest van God waarschuwt ons voor de dwaalgeesten:

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn” (1 Timoteüs 4:1,2).

.

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

  Vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan

 

De voorspelling van Jezus is wel uitgekomen: “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matteüs 24:11).

 

Verschillende soorten dwaalleraars worden in de Schrift genoemd.

 

 1. We lezen over valse christussen.

.

Een valse christus is iemand die valselijk beweert Gods aangestelde Christus of Messias te zijn.

Jezus zei: “Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden” (Matteüs 24:5). “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, Ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn” (Matteüs 24:23-27 //Marcus 13:20-23).

 

.

 2. In de brieven van Johannes lezen we over antichristen. ‘Anti’ betekent ‘tegen’. Een ‘antichrist’ is iemand die zich opstelt òf tegen Christus als Zijn vijand, òf tegenover Christus als Zijn plaatsvervanger.

.

“Kinderen, het is de laatste uur; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is. Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn” (1 Johannes 2:18,19).

“Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in de Zoon en in de Vader blijven” (1 Johannes 2:22-24).

“Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist. Let op uzelf, dat gij niet verliest wat wij verricht hebben, maar uw loon ten volle ontvangt. Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon” (2 Johannes 7-9).

 

.

 3. Zoals er valse christussen zijn, zijn er ook valse apostelen. Een apostel is iemand die gezonden is, een gezant. Een valse apostel is iemand die valselijk beweert dat hij door God gezonden is.

.

“Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korintiërs 11:13-15).

Jezus liet Johannes aan de gemeente te Efeze schrijven: “Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden” (Openbaring 2:2).

 

.

 4. We worden ook voor valse profeten gewaarschuwd. Een profeet was iemand die sprak door goddelijke inspiratie. Een valse profeet is iemand die valselijk beweert dat God door hem een boodschap heeft gegeven.

.

“Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen” (Matteüs 7:15-19).

Evenals de valse apostelen, staan valse profeten in dienst van de satan: “En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God” (Openbaring 16:13,14).

 

.

 5. Ook zijn er valse leraars. Een valse leraar hoeft niet te beweren een profeet of apostel te zijn. Hij zal zich gewoon voorstellen als iemand die een boodschap uit de Schrift brengt. Maar eigenlijk brengt hij een menselijke boodschap i.p.v. Gods woord.

.

“Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochende en een schielijk verderf over zich brengend. En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; maar het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet” (2 Petrus 2:1-3).

 

.

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Hoe kunnen wij ons wapenen tegen al deze gevaren?

.

 1. We moeten de waarheid liefhebben, anders worden we bedrogen.

.

“Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid” (2 Tessalonicenzen 2:7-12).

 

.

 2. God heeft bepaalde mensen aan de gemeente gegeven om ons te helpen.

.

“En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde” (Efeziërs 4:11-16).

 

.

 

De strijd tussen goed en kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

 De geesten onderscheiden – Hoe herkent men een sekte?

.

De massa-zelfmoord van 913 volgelingen van Jim Jones in Guyana op 18 november 1978 maakte duidelijk hoe onredelijk en gevaarlijk bepaalde bewegingen kunnen zijn.

Men is het echter lang niet eens over de kenmerken van sekten. Wat is het verschil tussen een onschuldige groep en een gevaarlijke sekte? Mensen geven verschillende antwoorden op deze vraag, afhankelijk van hun eigen uitgangspunt.

Een communist beschouwt alle vormen van godsdienst als bijgeloof en als schadelijk voor de maatschappij. Hij ziet echter niet in dat zijn eigen systeem vele kenmerken heeft van ‘sekten’. Marx en Lenin zijn de grote onfeilbare Leiders. Het dialectisch materialisme (de wereldbeschouwing van het marxisme) is de grote Kracht, die alles in de juiste richting moet leiden. Geweld en dwang worden aangewend om tegenstanders uit te schakelen en om te heersen.

Een Rooms-Katholiek is geneigd alle niet-katholieke kerken toch enigszins als ‘sekten’ te beschouwen, hoewel een onderscheid wordt gemaakt tussen echt gevaarlijke en minder erge groepen. Hij beschouwt ze als opstandelingen tegen de éne ware moederkerk. Maar hij ziet niet in dat vele kenmerken van sekten zeer sterk in de Rooms-Katholieke Kerk zelf aanwezig zijn.

Het valt een niet-katholiek al meteen op dat de ergste sekten dikwijls grote overeenkomsten tonen met de Rooms-Katholieke Kerk! Ze zijn hiërarchisch georganiseerd met één man aan de top. Deze grote man wordt door de leden bijna als een god vereerd. Hij wordt met pracht en praal rondgeleid en rijdt in een imposant voertuig. Uit hoofde van zijn ‘positie’ mag hij in weelde leven, terwijl van zijn volgelingen grote offers worden gevraagd.

Dikwijls wordt hij ‘Vader’ genoemd en als onfeilbaar beschouwd. Men beperkt zich niet tot godsdienstige activiteiten: wereldse macht wordt ook gebruikt. Allerlei middeltjes worden verzonnen om aan geld te komen. Sommige sekten lijken veel op kloosters of, erger nog, op slotkloosters.

 

 

 

Een maatstaf is nodig

 

De enige oplossing is ergens een betrouwbare maatstaf te vinden waarnaar verschillende groeperingen en bewegingen getoetst kunnen worden.

Is grootte een geldige maatstaf? Indien wel, dan is de Rooms-Katholieke Kerk in België geen sekte, maar de Mormoonse wel. In de staat Utah echter (in Amerika), waar er vele Mormonen zijn en slechts weinige Katholieken, zou het net andersom zijn! Neen, grootte is geen geldige maatstaf. Men mag een groep niet als sekte bestempelen alleen omdat die klein is. Evenmin gaat een grote groep zomaar vrijuit.

 

.

 

Jezus, de Messias, de enige weg naar eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Algemene erkende normen

 

Ongeacht welk geloof men heeft, of welke filosofische of politieke overtuiging, zijn er toch bepaalde algemene normen waarnaar men een beweging kan toetsen. Ondanks de vele afwijkingen, bestaat er onder de mensen toch zo iets als een algemeen besef van goed en kwaad.

Wanneer 900 mensen gezamenlijk zelfmoord plegen, zullen weinigen hun beweging als goed bestempelen. Het eindresultaat in dat geval was duidelijk slecht.

Wanneer een systeem mensen tot gevangenen of slaven maakt, is het een slecht systeem. Mensen mogen niet lichamelijk opgesloten worden, achter een ijzeren gordijn, of in een commune.

Maar geestelijk mogen de mensen ook niet opgesloten worden. Het geestelijk opsluiten of isoleren is soms moeilijker te herkennen. Familiale en sociale druk zijn soms al voldoende om mensen onder een dwang te zetten, zodat ze niet durven weg te gaan. Velen volgen de uiterlijke vormen van een godsdienst, hoewel ze zelf daar niet in geloven, alleen om hun ouders en familie tevreden te stellen.

Door de zogenaamde ‘heilige’ inquisitie gebruikte de Rooms-Katholieke Kerk de staat om mensen te dwingen in die kerk te blijven, of als ze in hun ‘dwaling’ bleven volharden, hen te liquideren. Alle groeperingen die zich van dergelijke middelen bedienen om slaven van mensen te maken, zijn gevaarlijke sekten.

Wanneer een systeem blinde en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid opeist, worden de mensen beroofd van hun fundamentele hoedanigheid van vrije wezens. Zij stellen zich dan bloot aan misbruik door hun leiders en zijn in staat ongelooflijk walgelijke dingen te doen.

Gehoorzaamheid aan rechtmatige gezaghebbers (b.v. ouders, leraars, werkgevers en regering) wordt hiermee niet bedoeld. Waar het gevaar schuilt, is in de ‘blinde en onvoorwaardelijke’ gehoorzaamheid. Mensen in verantwoordelijke posities mogen verwachten dat wij hen gehoorzamen, maar niet dat wij hen blind en onvoorwaardelijk gehoorzamen.

Groeperingen die dergelijke oneerlijke praktijken toepassen, zijn duidelijk af te keuren. Godsdiensten die mensenoffers brengen, of die aansporen tot moord, tot oorlog, of tot onzedelijkheid kunnen door ieder weldenkend mens afgekeurd worden.

Merk op dat dergelijke misbruiken niet beperkt zijn tot de een of andere godsdienstige of politieke richting. Zowel links als rechts, en onder allerlei soorten godsdiensten kan men voorbeelden van dergelijke misbruiken vinden.

 

 

.

 

 

 

Christelijke normen

 

Naast de algemene waarden van goed en kwaad, heeft een christen andere maatstaven. Hij erkent Jezus als de Zoon van God en hij gelooft dat God door de Heilige Schrift normen heeft bekendgemaakt.

Een christen vraagt zich niet alleen af of de methoden en praktijken van een beweging in het algemeen goed of slecht te noemen zijn. Hij wil ook weten of de praktijken en leerstellingen van een bepaalde groep in overeenstemming zijn met de oorspronkelijke leer van Christus!

Deze vraag is enigszins moeilijker te beantwoorden omdat het hier om waarheid en waarachtigheid gaat. Maar anderzijds heeft een christen het voordeel dat hij een geschreven norm bezit, waarnaar hij alles kan toetsen.

Verschil van mening is er niet in de eerste plaats over wat de Schrift leert, maar over wat de Schrift niet leert. Door te lezen wat de Schrift wel leert, komen er heus wel vele duidelijke normen naar voren, waarnaar men groeperingen kan toetsen.

.

 

De 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Zaken die in de Schrift zeer concreet en duidelijk worden onderwezen

 

 1. Godsdiensten die Jezus niet erkennen als de Zoon van God, kunnen de mensen niet tot God brengen. Jezus zei: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” [Johannes 14:6].

.

 2. Godsdiensten die Jezus wel erkennen, maar dan slechts als de zoveelste profeet in een reeks gelijksoortige profeten, zijn valse godsdiensten. Volgens Hebreeën, hoofdstuk 1, is Jezus de afdruk van Gods wezen, boven alle mensen en engelen. In Handelingen 4:12 zegt Petrus: “En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere naam onder mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden.”

.

 3. Jezus zelf heeft voorspeld dat vele sekten zouden ontstaan. In Marcus 13:6 spreekt Jezus tot zijn volgelingen: “Kijkt u uit dat niemand u misleidt. Velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en zij zullen velen misleiden.” [Zie ook 2 Petrus 2:1-3; 2 Johannes 7-11 en 2 Timoteüs 4:3,4.]

.

 4. Jezus heeft zijn volgelingen tegen valse leraars en profeten gewaarschuwd.

.

 5. Een valse leraar kondigt zich niet aan met een: “Dag, mijnheer, Ik ben een valse leraar.” Uiterlijk stellen valse profeten zich voor als dienaren der gerechtigheid. Trouwens, zo stelt de satan zich ook voor! Daarom moet men verder kijken om een valse leraar als zodanig te kunnen onderscheiden. [Zie Matteüs 7:15-20; Romeinen 16:17,18; 2 Korintiërs 11:13-15.]

.

 6. In Matteüs 7:15-20 zegt Jezus dat wij valse profeten aan hun vruchten kunnen herkennen: “Past u op voor de valse profeten, die tot u komen in schapevachten, maar van binnen zijn zij roofzuchtige wolven. Aan hun vruchten zult u hen kennen.”

.

 7. Wie zich in geestelijke zin ‘vader’ of ‘leermeester’ laat noemen, is geen volgeling van Christus. In Matteüs 23:8-10 zegt Jezus: “U echter, laat u niet rabbi noemen; want één is uw Meester, en u bent allen broeders. En noemt niemand uw vader op de aarde, want één is uw Vader: de Hemelse. Laat u ook niet leermeesters noemen, want één is uw Leermeester: de Christus.” Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als vele andere sekten hebben leiders die ‘Vader’ genoemd worden. In vele oosterse godsdiensten heeft men een grote leermeester, van wie al de anderen het moeten hebben. Maar voor een christen is God zijn enige Vader, en Christus zijn enige Leermeester.

.

8. Bedrieglijke wonderen worden door valse profeten verricht [Deuteronomium 13:1-3; Matteüs 7:22,23; Matteüs 24:24; Marcus 13:21-23; 2 Tessalonicenzen 2:5-12].

.

 9. Groeperingen die een gezagsorganisatie hebben, zijn niet van Christus. In Matteüs 20:25,26 zegt Jezus aan zijn volgelingen: “U weet, dat de oversten van de volken over hen heersen en de groten gezag over hen voeren. Zo zal het onder u niet zijn.” De gemeente van Christus mag geen organisatie hebben, waar gezag wordt uitgeoefend zoals bij wereldse regeringen.

.

 10. Wie zegt “De tijd is nabij is een valse profeet. In Lucas 21:8 waarschuwt Jezus: “Kijkt u uit dat u niet wordt misleid. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het; en: De tijd is nabij gekomen. Gaat hen niet achterna.” Vele sekten menen op een of andere wijze te weten dat het einde van de wereld nabij is. Maar Jezus zegt in Matteüs 24:35,36 dat niemand behalve de Vader weet wanneer die dag zal aanbreken. Hij waarschuwt ons voor mensen die beweren dat zij het wel weten: “Gaat hen niet achterna.” In de Openbaring van het Nieuwe Testament zegt Christus wel dat de mens zich moet voorbereiden op het einde en dat er tekenen voor deze tijd zichtbaar zullen zijn als waarschuwing.

.

 11. Wie een voorspelling doet, die niet uitkomt, is een valse profeet [Deuteronomium 18:21,22]. Dit is zo vanzelfsprekend, dat het wonderlijk is, hoe de mensen zich telkens weer kunnen laten misleiden. De Getuigen van Jehova, de Adventisten, Armstrong en Hal Lindsey e.a. hebben voorspellingen gemaakt die kennelijk niet zijn uitgekomen. Maar ze staan dan weer klaar met andere voorwendsels en nieuwe voorspellingen die de oude moeten vervangen.

.

 12. Wie doden of geesten raadpleegt, is niet een dienaar van God [Jesaja 8:19,20].

.

 13. Wie christenen reglementen inzake eten en drinken oplegt is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7; Kolossenzen 2:16-17; Hebreeën 13:9; Marcus 7:19]. De enige uitzondering hierop is dat christenen geen bloed of gestikt vlees mogen eten [Handelingen 15:19,20; 28,29; 21:25].

.

14. Wie geboden uit het Oude Testament aan christenen oplegt (zoals het houden van de sabbat, of het geven van een tiende, of andere zaken die in het Nieuwe Testament niet vervat zijn) is een valse leraar [Kolossenzen 2:4-19; Titus 3:8-11; Efeziërs 2:14-16].

.

 15. Wie het huwelijk verbiedt, is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7].

.

 16. Wie het woord van God tegenspreekt, is een valse leraar [Deuteronomium 13:1-3; Jesaja 8:19,20; Romeinen 16:17,18].

.

17. Wie menselijke geboden, leerstellingen en tradities verkondigt, is een valse leraar [Matteüs 15:8,9; Galaten 2:3,4; Kolossenzen 2:4-19; Titus 1:10-16].

.

 18. Wie de Schriften verdraait, is een valse leraar [2 Petrus 3:16-18]. Valse leraars en profeten verdraaien de Schrift. Ze houden zich graag bezig met moeilijke teksten, want die zijn gemakkelijker te verdraaien.

.

Een volgeling van Christus heeft daarom een grote verantwoordelijkheid om zelf met oprechtheid de Schrift ernstig te onderzoeken om schriftmisbruik te kunnen herkennen. Wie de Schrift niet goed kent, wordt gemakkelijk op een dwaalspoor gebracht door iemand die de Schrift op een misleidende wijze interpreteert.

Valse leraars halen Bijbelteksten aan geheel uit hun verband. Wanneer een tekst wordt aangehaald, zoek de tekst op in de bijbel en lees gans het verband.

Het is niet mogelijk in een kort artikel alle aspecten van het probleem te belichten. Als u een volledige gids wenst, waarmee u sekten kunt onderkennen, bestudeer de Heilige Schrift!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Herkennen van een valse leer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Hoe valse leren herkennen?

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John

 

Hoe ethisch of moreel hoogstaand een leer ook mag zijn, hoe liefdevol, mooi en aantrekkelijk deze mag lijken, hoe vredevol, logisch, vol van goede bedoelingen hij overkomt: als ze Jezus Christus niet brengt als dé goddelijke Zoon van de Vader die als mens op aarde kwam, voor onze zonden aan het kruis stierf en zo Zijn heilige bloed vergoot voor de vergeving van onze zonden en lichamelijk uit de doden is opgestaan en ten hemel is gevaren, kun je er zeker van zijn dat je te maken hebt met een valse leer.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk  van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA