Tagarchief: zoon

God is de Alfa en de Omega.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Alfa en Omega

Alfa en Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Alfa  en Omega  zijn de eerste en de laatste letter van het Grieks alfabet. In het laatste Bijbelboek zegt God / de Heer Jezus dat Hij de Alfa en Omega is, dat wil zeggen het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste‘ (Opb. 22:13).

Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige.
Opb 21:6 En Hij zei tot mij: Zij zijn gebeurd! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal hem die dorst heeft, geven uit de bron van het water van het leven om niet.
Opb 22:13 Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.

Deze korte, majestueuze, betekenisvolle naam geeft de Heer Jezus zichzelf als één met God, die in Jes. 44:6 spreekt: “Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is geen God” (verg. 41 : 4; 43: 10).

In onze Nederlandse taal zouden wij eigenlijk moeten zeggen: ik ben de A en de Z. Deze twee letters, de eerste en de laatste van het alfabet, zijn wel geschikt om het geheimenis van de eeuwige Godheid van Christus en Zijne wezenseenheid met de Vader, niet alleen Zijn eeuwigheid, maar ook Zijn scheppende almacht aan te duiden.

Dat de verheerlijkte Heiland zichzelf zo noemt, betekent dat Hij er was vóór de wereld en eer de wereldgeschiedenis begon en dat Hij er zijn zal, wanneer de wereldgeschiedenis eindigt, het vergankelijke ophoudt, en alles eeuwig en onvergankelijk zal zijn. Die naam bewijst, dat Hij niet geschapen is, maar dat Hij hetzelfde goddelijke Wezen met de Vader deelachtig is. Jahweh spreekt in het Oude Testament ook aldus: Ik, de Heere, Die de Eerste ben en met de laatste ben Ik Dezelfde” (Jes. 41 : 4). Vgl. Jes. 44 : 6; 48 : 12.

Zoals de Zoon als de Alfa de grond en het aanvangspunt van alle schepselen is, die vóór alle dingen was en in en door Wie alles bestaat (Kol. 1: 17), door wiens bemiddeling alles is geschapen (Joh. 1: 1, 3), zo is Hij als de Omega ook het einddoel van het gans heelal. Alles moet in Hem, tot Wie alles naar zijn diepste grond zich neigt, zijn rust, bevrediging en voleinding vinden. Hij is de Vorst en Koning over alle schepselen in hemel en op aarde, het hoofd, in Wie al het gescheidene herenigd en door Wie al het losgerukte tot zijn oorsprong moet teruggebracht worden, de eerstgeborene uit de doden (Kol. 1: 18) en de sluitsteen van al Gods openbaringen.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Heilige Jozef en Jezus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

 

De kerstgeschiedenis is een opmerkelijk en bijzonder verhaal. Het heeft zoveel kanten die aandacht vragen. God koos niet alleen heel zorgvuldig Maria uit, maar ook Jozef. Hij wilde dat Zijn Zoon niet alleen een moeder, maar ook een aardse vader zou hebben. En daarom zocht Hij niet een gewoon meisje uit, maar een ondertrouwd meisje als moeder voor Zijn Zoon. Wat maakt dat nu voor een verschil?

 

Als Jezus uit een ongetrouwde maagd geboren zou zijn, zou de Zoon van God een ongehuwde, alleenstaande moeder hebben gehad. Hij zou zonder een aardse vader zijn op gegroeid. Maar Maria was ondertrouwd. Dat was zoiets als verloofd, alleen had het een veel vaster karakter. Het was een schriftelijk vast gelegde overeenkomst. De ondertrouwden hadden echter nog geen seksuele omgang. Het moment daarvoor was pas na de plechtige huwelijkssluiting. Jozef hoorde bij Maria. Hierdoor plaatste God Zijn Zoon in het gezin van Jozef. Hij wist hoe belangrijk het was voor de ontwikkeling van Zijn Zoon op aarde om niet alleen een moeder, maar ook een vader te hebben.

Het geslachtsregister in Mattheus eindigt met: `Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is. Dus niet: Jozef verwekte Jezus zoals bij de voorgaande vaders. Jozef was wel de man van Maria, maar niet de biologische vader van Jezus. De goddelijke Zoon is uit de maagd Maria geboren. Toch wordt de afstamming niet gerekend via Maria, maar via de lijn van Jozef. Wettelijk was Jezus een zoon van Jozef: de eerste, dus erfgenaam. Jozef was uit het geslacht van David. En zo werd Jezus via Jozef een zoon van David. Rom. 1:4 zegt: `Gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest… Gods Zoon…’

 

 

Een betrokken man en vader

 

En omdat Jozef uit het geslacht van David was, moest hij naar Bethlehem — de stad van David – om zich te laten inschrijven. Het register van zijn afstamming was dus goed bijgehouden. En tot onze verbazing nam hij zijn hoogzwangere bruid mee. Waarom doet hij dit? Had hij Maria in haar toestand niet beter thuis kunnen laten? Het is een zware tocht van 140 km dwars door het gebied van de Samaritanen heen. Maar Jozef neemt haar mee. Hij wil haar in haar omstandigheden niet alleen achterlaten. Hij wil haar beschermen tegen hoon en spot. En niet de schijn wekken dat hij Maria in de steek laat. Ze gaan samen.

En zo wordt het Schriftwoord vervuld dat Jezus in Bethlehem geboren zou worden. Het zal kenmerkend worden in hun relatie: waar Jozef is, daar is Maria en omgekeerd. Ze trekken door dik en door dun met elkaar op. Niet slechts even, maar een heel leven lang. Ze hebben dan ook een heel bijzonder geheim samen. Laten we dit in vogelvlucht bezien:

`En de herders kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef en het Kindeke, liggende in de kribbe.’ Jozef was bij de bevalling en stond haar daarin bij (Luc. 2:16). We zien ze weer samen in de tempel om hun Kind aan de Here op te dragen: vers 22 en 27. Vers 33: `En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd’. Ze beleefden de dingen samen. Vers 39: `Ze keerden samen weer terug naar Nazareth’. En dan lezen we in vers 41 dat ze samen elk jaar naar Jeruzalem reisden. Het jaarlijks opgaan naar de tempel was verplicht voor elke mannelijke Israëliet. Maar Maria ging ook mee.

Op een keer toen ze op reis waren naar Jeruzalem, raakten ze hun 12 jarige Zoon Jezus kwijt. De verontruste ouders gaan samen op zoek en zeggen tegen Hem, als ze Hem gevonden hebben: `Zie, uw vader en ik hebben u met angst gezocht’. Jozef was een betrokken vader! God bestuurde het zo dat Jezus in een eenvoudig gezin kwam, maar een goed gezin waar vader en moeder gezamenlijk optrokken, één weg gingen, samen met God!

 

 

Seksueel betrouwbaar

 

Toen Jozef bemerkte dat Maria zwanger was, wist hij het zeker: `Dat komt niet door mij.’ Hoewel hij en Maria ondertrouwd waren, hadden ze geen seksuele gemeenschap gehad. Ze hadden zelfs geen geslachtelijke omgang met elkaar tot de geboorte van de Here Jezus. Jozef werd niet beheerst door zijn seksuele driften, die werden beheerst door hem! Jozef was een man uit één stuk. Het is zo belangrijk voor een meisje om te merken tijdens de verkeringstijd dat haar `jongen’ de baas is over zijn seksuele driften. Het geeft een veilig gevoel. Want als hij zich vóór het huwelijk niet weet te beheersen, kan hij het dan wel in het huwelijk?

Want ook dan is er zelfbeheersing nodig, bijvoorbeeld bij ziekte of als de echtgenoten voor een bepaalde tijd afscheid moeten nemen. Als een man zich seksueel beheerst, krijgt hij de mogelijkheid om het innerlijk van het meisje te kennen en haar met het hart lief te krijgen. Dat deed Jozef. Uit de kerstgeschiedenis blijkt hoe zeer hij Maria lief had!

 

 

Gevoelig en toch sterk

 

Maria wist hoe het met de zaak gelegen was. Maar Jozef wist het niet. Zij wist dat ze geen omgang met een man had gehad, dat ze maagd was. Hoe kon ze dat aan Jozef bewijzen? Wat zat deze jonge vrouw in een moeilijk parket! Ze liep het gevaar van hoererij beschuldigd te worden en daar stond in Israël een hele zware straf op (peut. 22:23, 24). Maar Maria was niet bang. Ze wist dat ze onschuldig was en gaf het over aan God.
Jozef echter wist het niet. Het was voor de hand liggend dat hij dacht dat hij zich in zijn lieve Maria vergist had. Het kon niet anders dan dat ze vreemd was gegaan.

Natuurlijk zal Jozef heel verdrietig zijn geweest en teleurgesteld. Maar het valt op dat hij in deze netelige situatie waarin hij Maria heel gemakkelijk verwijten had kunnen maken, heel teergevoelig handelt. Hij houdt van Maria en is bezorgd om haar. Ook nu! Hij wil haar niet in opspraak brengen. Hij wil niet dat ze over de tong zal gaan. En daarom besluit hij om in stilte van haar weg te gaan. Jozef wilde zich aan de wet houden, die hem verbood om in deze omstandigheden Maria te trouwen. Maar hij ontziet haar zoveel als in zijn vermogen ligt. Hij loopt daarbij wel het risico zelf verkeerd beoordeeld te worden.

Men zou immers denken dat het kind van hem was en nu zijn zwangere ondertrouwde vrouw verliet… Hij verkoos barmhartigheid boven recht. Een grandioze man die Jozef! God had echt een hele goede vader voor Zijn Zoon gekozen! De Bijbel zegt dat hij zo handelde omdat hij rechtschapen was (Matt. 1:19). Het is een ouderwets woord dat staat voor integer, eerlijk, deugdzaam, oprecht. Nu moet u niet denken dat Jozef een zacht gekookt eitje was. Hij is een man zoals hij hoort te zijn: gevoelig en toch sterk.

 

 

Daadkrachtig

 

God grijpt in! Jozef krijgt een droom waarin een engel aan hem verschijnt. Die helpt hem uit de droom! Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest’ (Matt. 1:20). Maria is dus toch niet ontrouw aan hem geweest! Wat zal dat een opluchting voor hem zijn geweest. Hij nam Maria tot zich en had geen gemeenschap met haar tot Jezus geboren was (Matt. 1:25). Nog twee keer komt de engel des Heren tot Jozef en weer zien we zijn directe gehoorzaamheid en flinke wakkere handelwijze.

In Matt. 2:13 lezen we dat de engel tegen Jozef zegt dat hij moet vluchten naar Egypte, omdat Herodes zoekt het kind Jezus te doden. Reactie van Jozef: `Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte.’ Het is belangrijk dat een man leert om duidelijke beslissingen te maken. Niet als een dictator, die alleen rekening houdt met zijn eigen wensen en voorkeuren, maar als een leider die beslissingen maakt in overleg en op basis van wat het beste is voor zijn vrouw en kinderen.

 

 

Gehoorzaam aan God en mensen

 

Het is opvallend dat Jozef telkens stil is en niets terug zegt tegen de engel. Hij handelt ernaar en geeft geen tegenwerpingen. Hij had bijvoorbeeld kunnen zeggen: `Kan de Here God Zijn eigen Zoon niet beschermen? Hij kan toch een legioen engelen sturen? Hij kan Herodes toch onschadelijk maken?’ Niets van dit alles. Ze breken op en vluchten. Ze weten niet voor hoelang. De engel zei: `Totdat de Here het u zal zeggen.’ Egypte is een land vol afgoden. Geen ideale plek voor een gelovig gezin om te wonen. Maar geen gezeur, geen gemopper, geen bezwaren. Jozef gaat onmiddellijk en Maria gaat met hem mee.

 

 

Hoofd van het gezin

 

Het valt op in het verhaal dat de engel des Heren zich steeds richt tot Jozef en niet tot Maria. Jozef doet niet voor spek en bonen mee. Hij leeft niet in de schaduw van de meest begenadigde vrouw die er ooit geleefd heeft, omdat zij de Zoon van God gebaard heeft. De Here geeft hem de leiding over het gezin, zoals aan elke vader. God verkoos deze man als vader voor Zijn Zoon. Hij was een man naar Gods hart.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De 10 Deugden Van Maria

Standaard

categorie : religie

.

.

De 10 Deugden Van Maria

.

tuiniersterparadijs mda

.

.

De 10 Deugden Van Maria

.

  1. Vurige Liefde: Haar liefde voor God de drijvende kracht achter iedere beslissing laten zijn
  2. Diepe Nederigheid: Weten wie ze is voor God, niets meer en niets minder
  3. Universele Versterving: Zoekend om haar leven en haar wil op ieder moment neer te leggen
  4. Contstant Innerlijk Gebed: Altijd bewust zijn van Gods aanwezigheid
  5. Blinde Gehoorzaamheid: Gods roeping volgend zonder de kosten te tellen
  6. Goddelijke Wijsheid: Altijd vragend voor Gods Geest om haar te leiden
  7. Overstijgende Zuiverheid: Een hart hebben dat onbevlekt schoon en onbevlekt door zonde is
  8. Engelachtige Zoetheid: Vreugde en vrede uitstralend naar iedereen die ze ontmoette
  9. Levend Geloof: Contstant zoeken voor Gods wil en nooit toegeven aan middelmatigheid
  10. Heldhaftig Geduld: Altijd vertrouwend dat God aan het werk was; meer geloof hebben in Zijn plannen dan in die van haarzelf

.

Bid en werk aan het groeien in deze deugden. Raak niet overweldigd. Kies 1 deugd per keer, misschien is het er één waartoe je je echt voelt aangetrokken of juist één waarmee je erg worstelt.

Maria is niet alleen maar iemand uit het verleden is, ze is vandaag nog steeds onze Moeder en ze bidt altijd voor ons, steunt ons en leidt onze dichter naar haar Zoon toe.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

De eeuwige moederliefde van God

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

hildegard

.

.

.

Een psalm van Hildegard: Laus Trinitati:

.

Geloofd zij de Drieëenheid, die klank en leven geeft

.

in het bestaan van alle schepselen 

.

.

scivias-t-11

.

.

Het mooiste visioen uit de Scivias is dat van de Drieëenheid (T 11 II,2): een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Hildegard heeft zelf geen titel aan dit visioen gegeven. Wel beschrijft ze in de tekst de Moederliefde van God: de ‘materna dilectio amplexionis Dei’ (de moederlijke liefde van Gods omhelzing).
Ze duidt de Vader aan door het zilver (trillend, levend licht), de Heilige Geest door goud (trillende, levende warmte) en het Mensgeworden Woord door saffierblauw, de Zoon (daaruit voortgekomen).

Hildegard ervaart in het visioen van de drie-enige God een levend licht. Dit levende licht komt naar haar toe en opent voor haar de geheimen van God. In dit visioen wordt voor haar een verborgen werkelijkheid getoond. Ze wordt betrokken in een diepte die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten.

Ze moet dit opschrijven: “Zoals het overeenkomt met de wil van degene, die alles weet, alles ziet en alles in de verborgenheid van zijn geheimenissen ordent.” (God, de algeest, alwetend, alwijs, alliefhebbend, almachtig) God werkt. God openbaart zich in haar visioenen, die zichtbaar worden door een goddelijke kracht. Ze ziet een volheid, die een dynamiek in zich heeft en die alles uit zichzelf tevoorschijn brengt en het een eigen bestaan geeft.

In dit visioen geeft de levende God aan zich te ervaren als oerkracht. God openbaart zich als een volheid die met een scherpe kracht overal ‘stroompjes van kracht’ (L. ‘rivulos fortium’: stroom van kracht, krachtstroom; van ‘rivus’ stromen) heeft geplant.

Deze ‘volheid’ verwijst naar de geheimen van God, de grond van alle dingen, waarin ‘al wat is’ leeft, beweegt en is. Alle schepselen zijn in hun oorsprong geplant door de levende God. In ieder mens, dier en ding bevindt zich een stroompje, een klein beekje (een stromende krachtbron, de geest) dat door Gods kracht is aangelegd.

.

.

Het stroompje van kracht

.

Dat betekent, dat al het geschapene niet in zichzelf bestaat. De oorsprong van alles ligt in de hand van de schepper, die de schepping ontworpen en geordend heeft. In hun oorsprong zijn alle schepselen verbonden met hun schepper. Ieder schepsel heeft een geheim in zich, dat in zijn oorsprong verwijst naar de levende God.

Dit geheim duidt Hildegard aan als ‘het beekje van kracht’ (de geest als stromende bron). Ieder schepsel heeft daardoor de mogelijkheid ontvankelijk te zijn voor de levende God. Ieder beekje is verbonden met de volheid, die de grote stroom van Gods leven is.

Deze ‘beekjes van kracht’ zijn altijd aanwezig en gaan aan alles vooraf. Door dit beekje ondergaat ieder schepsel de werking van Gods geheimen, ook de mens. De mens kan er niet over beschikken. Het geheim is er altijd, ook als de mens zich ervan afkeert, ervan vervreemd is en in zonden leeft.

.

.

.

levenskracht

levenskracht

Pasteltekening van John Astria

.

.

De moederliefde van God

.

De levende God wil werkzaam zijn als scheppende kracht. Zolang de beekjes onder stenen bedolven zijn en met ijs bedekt (de toestand van onbewuste vereenzelviging), kan de volheid niet naar het beekje toestromen. Zolang de mens in zichzelf besloten is (de stroom voor zichzelf houdt), kan de levende God de mens niet herscheppen en vernieuwen.

Hildegard beschrijft in dit visioen, hoe wij weer in verbinding met dit beekje van kracht kunnen komen. Daarvoor is het belangrijk dat dit beekje van kracht bevrijd wordt. In dit visioen beschrijft Hildegard hoe zij ziet, hoe God zichzelf opent en zich aan ons geeft (als Jezus, Gods Zoon). Dit aanbod krijgt gestalte in moederliefde. Deze moederliefde beschrijft Hildegard als natuurlijk, gevoelsmatig en opvoedend.

Als moederliefde stelt God zich geheel beschikbaar als voedende en behoedende. Als opvoedster leert de moederliefde van God de mens boetvaardigheid, opdat de band met de levende God wordt hersteld. De moederliefde van God opent de mens, waardoor hij deze liefde kan ontvangen en bevrijd wordt van de zonde.

Het is de moederliefde van God die ons weer in contact brengt met het beekje van kracht, waardoor wij ons kunnen openen voor de werking van Gods geheimen.  Dit proces beschrijft Hildegard in dit visioen. Hildegard ziet in dit visioen dat God werkt als een scheppende kracht in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze dynamiek openbaart zich door met ons iets te doen en door ons om te vormen.

Deze omvorming heeft als doel dat wij weer contact krijgen met het oorspronkelijke leven dat ons is ingeschapen, namelijk het beekje van kracht, het geheim dat verbonden is met de geheimen Gods. Deze omvorming wordt door de moederliefde Gods in gang gezet. Hildegard gebruikt het moederbeeld om de verlossing te beschrijven.

.

.

.

Het visioen vanuit de spiritualiteit benaderd

.

Onder spiritualiteit wordt verstaan de voortgaande omvorming van een persoon, betrokken op een onvoorwaardelijke aanspraak. Er is sprake van spiritualiteit waar iemand antwoord geeft op de uitnodiging en het appèl, die de Eeuwige onontwijkbaar op hem of haar richt. Aan Mozes openbaarde deze Aanspraak zich als ‘Ik ben er’. Voor Jezus droeg zij de naam Abba, Vader.

Voor Hildegard van Bingen draagt zij de naam: het Levende Licht. Zij wordt door dat licht persoonlijk geroepen. Haar antwoord hierop krijgt vorm in haar leven, werk en haar geschriften. In het visioen van de Drieëenheid ontstaat er een betrokkenheid tussen de drie goddelijke personen, die zich als één licht en één kracht wil geven aan Hildegard.

Deze betrokkenheid is een uitnodiging aan Hildegard om zich te laten betrekken in Gods levende licht, dat aan haar de geheimen Gods openbaart. Het visioen is een mystieke ervaring. Mystiek betekent de ervaring van een verborgen zin of onzichtbare werkelijkheid, waarin iemand binnengevoerd wordt. De betekenis van de geheimen wordt aan haar getoond, doordat zij in deze verborgen werkelijkheid betrokken wordt.

Deze ervaring zet een proces in gang en brengt een verandering teweeg. Dit proces wordt vanuit de spiritualiteit een omvorming genoemd. Dit proces houdt in: loskomen uit de oude vorm (de oude mens) en ingaan in de nieuwe vorm (de nieuwe mens). Deze omvorming voltrekt zich als een geestelijk proces. De oude mens is een mens die nog ongevormd is ten aanzien van de vorm die als mogelijkheid aanwezig is (het beekje van kracht) en ongeordend voor zover hij hiervan afwijkt.

In dit visioen is het de moederliefde Gods die de oude mens bevrijdt en hem in contact brengt met het ‘stroompje’ van goddelijk leven (de menselijke geest), opdat de ‘volheid’ van Gods kracht (de algeest) de mens kan herscheppen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een voortdurende werking van de goddelijke kracht die de mens omvormt van ‘onvolmaaktheid’ naar ‘volmaaktheid’.

De goddelijke kracht duidt Hildegard in haar visioen aan als ‘volheid waaraan niets ontbreekt’ (de algeest). Deze werkt en ontvouwt zich in de ervarende persoon, opdat ‘al wat leeft’ tot ontwikkeling en voltooiing komt. Dit proces is daarom niet alleen dynamisch, maar ook structurerend, wat zich verwerkelijkt in de ervarende persoon.

In deze omvorming zijn de goddelijke dynamiek en de menselijke ervaring op elkaar betrokken. Als schering en inslag zijn ze voortdurend met elkaar verweven. Dit is een nooit eindigend proces. In het eerst visioen ‘De Verlosser’ heeft Hildegard gezien dat de schepping geschied door de drie goddelijke personen. De Vader ziet ze als een hellicht vuur, de Zoon als een hemelsblauwe vlam die in de zachte adem van de heilige Geest brandt.

Van deze goddelijke personen gaat een neerdalende beweging uit naar de mensheid op aarde. Deze beweging zet de geschiedenis in gang vanaf de schepping ‘in den beginne’ tot aan de menswording van de Zoon van God. De menswording van de Zoon van God is de openbaring van dit visioen: God deelt zichzelf mee.

In het visioen van de drie-enige God is er geen neerdalende beweging te zien van God uit naar de mensheid, maar een innerlijke beweging tussen de drie personen. Er is een levende dynamiek tussen hen. De personen van de goddelijke Drieëenheid werken op elkaar in, om zichzelf te openen als drie-enige God voor de mens.

Hildegard ziet dit als een dynamisch proces tussen het heldere licht en het rode vuur. Ze stromen door elkaar heen. ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur doorstroomt weer heel het heldere licht. En dit heldere licht en dit rode vuur stromen door heel deze mensengestalte zodat het één licht en één kracht van mogelijkheden vormt’.

Verder valt op dat er in het visioen van de drie-eenheid van God gesproken wordt over ‘een allerhelderst licht’ en een ‘allerzoetst rood vuur’. In dit visioen hebben het licht en het vuur een intensiteit in de hoogste mate. Ook valt op dat de hemelsblauwe vlam zich ontwikkeld heeft tot een ‘mensengestalte’ in de kleur van saffierblauw.

.

.

de ware en de valse Drievuldigheid

de ware en de valse Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

.

.De tekst van het visioen over de drie personen :

Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (‘Vader’, licht, komt overeen met: denken).

En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (‘Zoon’, komt overeen met: voelen)

Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levenloosheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (‘Heilige Geest’, komt overeen met: bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid in de wereld uitgoot.

Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht .

.

Waar dit Woord (Jezus) al het goede tot stand bracht, hen (de mensen) door zijn zachtmoedigheid naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde (door de onbewuste vereenzelviging) verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus, komt overeen met voelen).

Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus, komt overeen met voelen).

.

.

.

Gods krachtstroom in de mens

.

Hildegard wordt betrokken in een diepte, die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten. In deze diepte doorschouwt ze de grond van alle dingen. Hildegard ziet dat de geheimen van God de absolute oorsprong zijn van alle schepselen. In de diepte ziet ze een oerkracht die al het geschapene heeft geplant: ‘Deze volheid heeft met een scherpe kracht stroompjes van kracht geplant’. De volheid van Gods levenskracht heeft beekjes geplant.

Ieder schepsel heeft een ‘beekje van kracht’, dat ontspringt aan de volheid van Gods levensstroom. In dit visioen ziet ze dat de schepping niet is ontstaan uit een niets of uit een oerknal. Ze schouwt de geheimen van God als een levensbron, als een volheid waar al wat leeft uit voortkomt. Hildegard schouwt dat de oorsprong van de dingen niet in de dingen zelf ligt. De schepping bestaat niet in zichzelf. God is de bron van al wat bestaat.

Het stroompje van kracht (de geest als bron) bevindt zich in ieder schepsel. Daar bevindt zich de levenskracht. Door dit stroompje is ieder schepsel met de volheid van Gods geheimen verbonden. Door dit stroompje kan God naar het geschapene stromen. Ieder heeft de mogelijkheid om ontvankelijk te zijn voor en om deel te nemen aan de volheid van Leven. Iedereen kan deelnemen aan deze goddelijke levenskracht. God is een stuwende kracht, die zich wil openen om naar de stroompjes toe te stromen.

Hildegard schouwt in haar visioen, dat er een relatie is tussen God en heel Gods schepping. De relatie tussen God en al wat geschapen is, is wezenlijk, opdat God zich kan ontvouwen in de schepselen. Goddelijk leven is overal aanwezig als een stroompje van kracht, waardoor Gods levenskracht in alle schepselen werkzaam kan zijn. God verhoudt zich tot heel de schepping als een volheid tot alle stroompjes van kracht, die in al het zichtbare en onzichtbare leven aanwezig zijn.

.

.

God in drie personen

.

Het goddelijke leven laat zich zien als een allerhelderst licht, als rood vuur (warmte) en een mensengestalte in de kleur van saffierblauw. Het rode vuur duidt op de Heilige Geest. Het is een vuur zonder smet van dorheid. Dit lijkt een tegenstrijdigheid, omdat vuur immers door hitte alles verdort. Het voorafgaande visioen over de verlosser werpt een licht op deze tegenstrijdigheid. Daar wordt dit rode vuur in verband gebracht met de plaats, waar het goddelijke woord kan incarneren.

Deze plaats wordt aangeduid als ‘morgenrood’, het vuur, waarin God zijn ‘Woord vol verlangen’ zond. God gaf dit woord als een ‘vruchtbrengende vrucht’ en liet het ‘als een geweldige bron tevoorschijn komen. Wie van deze bron drinkt, zal nooit meer van dorst vergaan. In dit licht van het morgenrood ontbrandde een buitengewone wil. Want in de glans van het rode licht toonde zich de groene kracht (viriditas, levenskracht, de Heilige Geest komt overeen met: willen) van het grote oude raadsbesluit.

.

.

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

Pasteltekening van John Astria

.

.

Samengebundelde kracht van goddelijk leven

.

Nu gaat er iets nieuws gebeuren. In het visioen ontstaat beweging. Het heldere licht en het rode vuur (de ongevormde oertoestand) stromen door elkaar heen en worden één om samen de gehele mensengestalte te doorstromen (de gevormde toestand). In het goddelijke leven is beweging zichtbaar. Het licht en het vuur en de mensengestalte stromen zo door elkaar heen, dat ze worden tot één krachtbundel: ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur stroomt weer door heel het heldere licht.

En dit heldere licht en en dit rode vuur stromen door geheel deze mensengestalte, zodat het één licht in een kracht van mogelijkheden vormt’. Deze samengebundelde kracht van goddelijk leven is een beginsel, een concentratie van mogelijkheden. Dit beginsel is een stuwende kracht die in beweging zet; een krachtbron voor al wat leeft (door de geestelijke vermogens). Deze kracht heeft een rijkdom aan mogelijkheden.

.

.

God werkt in drie personen

.

God is werkzaam als een dynamische kracht in drie personen (drie vormen). De Vader is werkzaam als ‘rechtvaardigste gelijkheid’. Rechtvaardig staat in verband met trouw en goedheid. Als ‘rechtvaardigste gelijkheid’ laat de Vader ieder schepsel tot zijn recht komen op ‘gelijke’ wijze. Ieder schepsel heeft eenzelfde ‘krachtstroom’.

De Heilige Geest maakt een beweging naar de gelovigen. Zij worden aangeraakt en in vuur en vlam gezet door de Geest. De Zoon is de ‘volheid van de vruchtbaarheid’. Hij draagt de mogelijkheid in zich heel de schepping vruchtbaar te doen zijn: ‘alles is door hem geworden en zonder hem is niets geworden wat geworden is’. Deze volheid van vruchtbaarheid is in alle dingen.

Het is een alomvattende kracht die met heel de schepping is verbonden en die ‘al wat is’ leven geeft. Alles is met de Zoon in de oorsprong verbonden. De hele schepping draagt een kiem van deze volheid. De Vader als de rechtvaardigste gelijkheid, de Heilige Geest als de ontsteker van de harten van de gelovigen en de Zoon als de volheid van de vruchtbaarheid, bestaan niet zonder elkaar.

Ze werken samen. De drie goddelijke personen vormen een eenheid en zijn als personen met elkaar verweven en op elkaar betrokken. In de goddelijke natuur zijn ze met elkaar verbonden. De drie personen van de Drieëenheid zijn tot een eenheid samengevoegd. De ene persoon staat niet boven de ander, ‘ze zijn één God in een onverdeelde majesteit’.

Ze zijn niet verdeeld, maar werken wel afzonderlijk als personen (de geestelijke vermogens). Als personen staan ze met elkaar in relatie. De Vader wordt kenbaar gemaakt door de Zoon. De Zoon weerspiegelt het allerhelderste licht dat de Vader is. ‘De Zoon wordt kenbaar gemaakt door de oorsprong van de schepselen’.

De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon is aanwezig in alle schepselen. ‘De heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door dezelfde menswording van de Zoon’. De Vader bracht zijn Zoon voort in eeuwigheid. Dit is niet aan tijd gebonden: de Vader schept in eeuwigheid. Bij de Zoon begint de schepping. Door hem worden alle schepselen geboren uit de Vader.

Alle dingen hebben hun oorsprong in de Zoon. In de Zoon komen alle schepselen aan het licht (de gevormde toestand). De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon kan zich in alle schepselen openbaren. Ieder schepsel is vruchtbaar en kan tot voltooiing komen, dat is: worden zoals de Vader het in zijn allerhelderste licht heeft bedoeld. De Heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door de menswording van Gods Zoon. De Heilige Geest, die zichtbaar werd als een duif bij de doop in de Jordaan, maakt Jezus Mensenzoon.

.

.

God verlangt naar de mens

.

God verbindt zich tot één licht en één kracht, als de ene God in drie personen, die verlangt naar een relatie met de mensen. De ene God wil zich openen en de mensen uitnodigen zich te laten betrekken in Gods leven: ‘De mens mag nooit vergeten, mij, de ene God in deze drie personen, aan te roepen’.
God wordt persoonlijk en verlangt naar een relatie met de mens: de mens mag mij aanroepen.

In het Latijn staat ‘invocare’, wat zowel aanroepen als inroepen betekent. De ene God aanroepen is vragen om contact en zich toewenden (het streven naar de hereniging). God inroepen is zich openen om God binnen te laten komen. God neemt er geen genoegen mee verzonken te zijn in zichzelf en wil betrokken zijn op mensen. God wil zichzelf te buiten gaan.

God wil zich niet opsluiten in zijn eigen wezen, in tegendeel, deze ene God in drie personen wil bestaan in een onbegrensde openheid naar de mensen toe, ‘want daartoe heb ik hen aan de mens geopenbaard, opdat de mens des te heviger aangeraakt in liefde tot mij ontbrande’. De bedoeling van Gods openbaring is dat de mens aangeraakt wordt in liefde en dat er een verlangen wakker wordt gemaakt, waardoor onze liefde tot God ontwaakt.

De mens is als schepsel in aanleg geschapen om de volle diepte van Gods liefde te ontvangen en van daaruit te leven. Daarnaar verlangt God en daartoe openbaart God zichzelf in de drie personen … opdat zij beseffen, dat de diepste beweging tussen God en mens er een is van liefde.

.

.

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

Pasteltekening van John Astria

.

.

Gods initiatief

.

Het initiatief van de liefde ligt niet bij de mensen, maar bij God. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’ (liefdadigheid), de liefde die in God woont. Deze liefde openbaart zich, doordat God zijn eniggeboren Zoon aan de mensheid schenkt. Het doel hiervan is, dat wij zullen leven. De zelfgave van God in zijn Zoon betekent leven voor ons. God deelt zichzelf mee en schenkt liefde aan de mensheid door de menswording van zijn Zoon, die hij heeft gezonden ‘tot verzoening van onze zonden’.

Christus is mens geworden opdat wij wegtrekken uit de duisternis van de zonde. De zonde is dat de mensen zich hebben afgewend van God (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Zij hebben geen contact meer met ‘het stroompje dat God zelf in hen heeft geplant’. Zij zijn hiervan vervreemd (ze zijn onbewust geworden, vervreemd van zichzelf als geest) en hebben dit goddelijke bewustzijn verloren. God wil deze relatie herstellen door zichzelf te geven in zijn Zoon, om zo de oorspronkelijke verbinding te herstellen.

Deze liefde duidt Hildegard aan met het woord ‘dilectio’. Deze liefde leidt tot het schenken van genade (‘genade’: welwillendheid). Het woord dilectio komt van ‘diligere’, dat uitkiezen en liefhebben betekent. God kiest ons uit door ons te beminnen en zo aan ons onze oorspronkelijke waarde terug te geven. Doordat God ons heeft bemind ‘is een ander heil ontstaan, dan wat wij bij onze eerste oorsprong bezaten’.

Onze eerste oorsprong duidt op de schepping van de eerste mensen in het paradijs, die leefden in verbondenheid met hun goddelijke oorsprong en die de erfgenamen waren van onschuld en heiligheid.
De eerste mensen konden nog geen onderscheid maken tussen goed en kwaad. Daarom kon het niet anders dan dat onze onschuld en heiligheid beproefd werden (op de aarde als leerschool).

Deze beproevingen zijn een kans om te groeien. Want in de beproevingen heeft de hemelse Vader aan ons zijn liefde laten zien, zegt Hildegard. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’. De liefde van God ervaren wij als een beproeving. Over deze beproevingen schrijft ze in het visioen van de oorsprong van het kwaad: ‘De grote heerlijkheid en eer, die aan de mensen gegeven is, kan niet zonder beproeving blijven, anders zou de mens nietig en ijdel zijn.

Goud moet in het vuur gelouterd worden, kostbare stenen moeten gereinigd en geslepen worden. Ook de mens, die volgens beeld en gelijkenis van God is geschapen, moet, om te kunnen bestaan, beproefd worden. Meer dan ieder wezen moet de mens beproefd worden en zijn toetsstenen zijn (zijn omgang met) de schepselen.

De geest toetst zich aan de geest (in de ontmoeting met medemensen), het vlees aan het vlees. Zo wordt de mens door ieder schepsel beproefd in het paradijs, op aarde en in de onderwereld. Willen wij groeien naar Gods beeld en gelijkenis, dan is het noodzakelijk dat wij (onze zelfstandigheid en vermogen de juiste keuzes te maken) worden beproefd, anders zouden wij nietig en ijdel blijven.

.

.

In de ban van de zonde

.

God laat zijn liefde zien als een beweging naar de mensen toe: Hij openbaart zijn ene Woord voor de mensenkinderen als een mogelijkheid voor hen om zich te laten betrekken in het goddelijke leven (de hereniging). Ze blijven ontvankelijk voor dit Woord, ondanks hun duisternis: ‘En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet aangenomen’ (Joh. 1:5).

De mensen kunnen niet zelf uit hun duisternis (onbewustheid) breken. Toch wil God hen openen om opnieuw met hen de relatie aan te gaan. Dat kan enkel gebeuren ‘door een hemelse kracht’ die de Vader naar de wereld zendt, in zijn ene Woord, namelijk door de menswording van het ene Woord in Jezus Christus: ‘Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld’ (Joh. 1:9).

Dit mensgeworden Woord werkt al het goede uit: ‘door zijn zachtmoedigheid voert het Woord de mens terug tot het leven’. Niet door hardheid, niet door de macht, maar door zachtheid en mildheid wordt de mens teruggevoerd naar het leven.

Ondanks hun duisternis (onbewustheid) blijven de mensen de mogelijkheid behouden om open te staan voor deze hemelse kracht. Door de zonde zijn zij ervan af gekeerd en vervreemd, en kunnen niet op eigen kracht terugkeren, omdat de macht van de zonde hen in de ban heeft (door de onbewuste vereenzelviging met de stof).

.

.

Vader liefde en moeder liefde

Vader liefde en moeder liefde

Pasteltekening van John Astria

.

.

De moederliefde van God

.

De levensbron van God ontsluit zich als moederliefde, die als een omhelzing tot ons komt. De levensbron opent zich voor ons, opdat wij open worden voor God. De liefde, die uit deze levensbron stroomt, biedt een opening voor ons. Gods liefde maakt zich kenbaar als moederliefde. Deze liefde maakt een verbinding naar ons, opdat er tussen God en ons een relatie kan ontstaan.

Zoals een moeder zichzelf beschikbaar stelt met lichaam en ziel, opdat haar kind zal leven, zo voedt de moederliefde van God de mens ten leven. Zoals de moeder haar kind behoedt, zo is de moederliefde van God onze helpster (parakleitos, de heilige Geest) in gevaren. Hildegard duidt deze aspecten van moederliefde aan met het woord ‘dilectio’: de liefde, die de mens bevrijdt uit de duisternis, de liefde die werkt als een genade.

Waar de mens geopend is, kan Gods liefde naar de mens toestromen. Waar de mens kan ontvangen, kan God geven. Dit is één gebeuren. Dit wordt ervaren als ‘de diepste en allerzoetste liefde’. De moederliefde van God is er voor de mensen en nodigt hen uit tot leven. In deze relatie kan de mens bij zichzelf en bij God komen.

In deze aanwezigheid van God kan het besef doorbreken van zondig zijn, dat wil zeggen: van vervreemd zijn van God, afgesneden en niet zichzelf. Dit besef zet de mens op de weg naar terugkeer en herstel (bekering), ‘zo leert God ons te leven in boetvaardigheid’.

.

.

De innerlijke bewogenheid van God met de mens

.

God wil de relatie met de mens herstellen en dat gebeurt doordat God zich de mens herinnert. God heeft immers de mens geschapen uit liefde. Het beeld van de mens ligt onuitwisbaar in het geheugen van God getekend. Het is de herinnering aan het grote werk van God, die de mens geboetseerd heeft uit het slijk der aarde. God heeft de mens geschapen uit goddelijke kracht als ‘zijn kostbaarste parel’. De schoonheid van de mens ligt als een parel in het binnenste van God getekend.

De mens is geschapen als een parel én de parel ligt in de herinnering van God. Hier raken God en mens elkaar (het streven naar de hereniging). God heeft de mens tot leven gewekt door hem levensadem in te blazen. Zo werd de mens bezield met goddelijke geest. God heeft de mens gewekt, maar hij is nog niet tot voltooiing gekomen. Het krachtstroompje ligt nog bedolven. De kostbare parel, die in de diepte verborgen ligt, is nog niet aan het licht gekomen (door de onbewuste vereenzelviging).

Een parel groeit in de zee als parelmoerstof in het lichaam van een pareloester. Door onze(!) stroompjes zijn we verbonden met de ‘zee’, met de volheid (de goddelijke algeest), waaraan onze ‘stroompjes’ ontspringen. Door middel van onze stroompjes kunnen we op zoek gaan naar de parel (jezelf als geest) die daar in de diepte (van de ziel) verborgen ligt.

Gods herinnering aan de mens is vol barmhartigheid. God is bewogen met de mens, die hij tot leven heeft gewekt. Zoals een moeder de vrucht draagt tot haar dagen vervuld zijn, zo draagt God de mens in zijn innerlijk tot de vruchten voldragen zijn. God zet met zijn scheppende liefde een proces in gang en gaat een verbintenis aan met het leven, dat verwekt is. Gods barmhartigheid, die gestalte krijgt als moederliefde van God, voedt en behoedt als een zwangere vrouw dit komende leven opdat deze verbintenis tot voltooiing komt.

God verlangt naar ons en is met ons begaan. Deze bewogenheid is een stuwende kracht van verlangen, die naar ons kan toestromen als we worden bevrijd (van onze toestand van vereenzelving met de stof). Dan kan de volheid, waar alle leven uit voortkomt, naar onze stroompjes toestromen en ons herscheppen.

.

.

In de spiegel van Gods barmhartigheid

.

Gods moederliefde stelt zich beschikbaar voor ons en nodigt ons uit tot leven. Gods liefdevolle aanwezigheid betekent niet dat alles wordt toegedekt. We mogen onszelf tegenkomen in heel ons doen en laten (bewustworden door zelf ervaringen op te doen en te verwerken met onze vermogens). Gods barmhartigheid houdt ons een spiegel voor en confronteert.

In deze spiegel beseffen we onze zelfgenoegzaamheid, onze zelfzuchtigheid (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Deze houding noemt Hildegard hoogmoed en deze schrijft zij toe aan de duivel. Hier staan God en duivel tegenover elkaar. God die de mens wil verlossen en de duivel die hoogmoedig is en de mens in zijn ban heeft.

In aanwezigheid van Gods moederliefde kunnen we uit deze ban worden bevrijd en afdalen, opdat we nederig worden. In de Latijnse tekst van Hildegard staat ‘humilitas’, nederigheid. Dit woord is afkomstig van ‘humus’ en ‘humilis’. Humus betekent ‘grond’. Humilis betekent ‘laag bij de grond’, eenvoudig, deemoedig, nederig.

Nederigheid betekent: bij de grond zijn, buigen naar de aarde. Nederigheid maakt ontvankelijk (de geest is daardoor een ‘leegte’ en staat open voor God). Iemand die nederig is, vervult zichzelf niet met alles wat hij heeft en is. De duivel kent geen nederigheid. Die wil zelf op de plaats van God zitten. Dit zijn de hoogmoedige verzinsels van de listige slang.

Hoogmoed staat tegenover nederigheid. Hoogmoed verbeeldt zichzelf heel wat, terwijl nederigheid zichzelf ontledigt. Hoogmoed vervult zichzelf en is gericht op zichzelf (zelfgerichtheid), nederigheid is een houding van louter ontvangen in verbondenheid met de grond van het bestaan, waar onze stroompjes van kracht ontspringen.

.

.

Herschepping door liefde

.

Het initiatief tot onze verlossing neemt God als moederliefde die naar ons toekomt en ons bevrijdt. Barmhartigheid raakt de naam van God in het hart: Ik ben er. Barmhartigheid is teder én houdt ons een spiegel voor. Barmhartigheid omvat zowel de tedere kant als de confronterende kant van God. Deze twee aanzichten heeft de moederliefde van God. Gods moederliefde is een bron van genade, die uitnodigend is, opdat wij leven én houdt ons een spiegel voor, waarin wij onszelf kunnen tegenkomen (en zo tot zelfkennis kunnen komen).

Gods liefde is nabij én schept afstand. Zo komen wij in aanraking met ons stroompje van kracht en kunnen naar binnen keren om de diepte in te gaan, waar het diepste leven gewekt kan worden: de parel (geest) die vanaf onze oorsprong in ons aanwezig is (die wij vanaf onze oorsprong zelf zijn, maar onbewust).

Als barmhartige keert God zijn hart naar ons toe en verlangt ernaar ons te betrekken in zijn scheppende liefde, opdat wij worden tot wie wij zijn: schepsel naar het beeld van de ene God. God noemt Hildegard hier Schepper en Heer. De Zoon duidt Hildegard aan als Hoofd en Verlosser. Zijn levenskracht is van eeuwigheid werkzaam in alles wat leeft en omvat hemel en aarde.

Christus is een Verlosser, die onze zonden heeft afgewassen. Hij is onze zielverzorger, die ons verpleegt en verzorgt (voelen). Hij maakt onze wonden schoon. De Zoon van God is werkzaam als een verpleegkundige, een arts, die de mens geneest. Uit Christus komt het geneesmiddel voort, waardoor wij geheeld worden.

Deze werkzaamheid van het goddelijke leven is er altijd, zegt Hildegard. De geheimen van God zijn van eeuwigheid werkzaam. God kan ons ieder moment herscheppen. De mens heeft de mogelijkheid om door het krachtstroompje (de menselijke geest) deel te nemen aan de volheid, die oneindig diep is en waaraan niets ontbreekt (de goddelijke algeest). Deze kan zich ontvouwen in ieder schepsel en het voltooien (door geestelijke ontwikkeling).

De stroompjes blijven altijd aanwezig, ondanks het feit dat wij aan tegenslagen en veranderlijkheid onderhevig zijn. Door de stroompjes kunnen wij steeds weer opnieuw in contact komen met de geheimen van God waarin de drie goddelijke personen bewegen en die ‘ondeelbaar levend in de eenheid van de goddelijkheid’ zijn.

.

.

Slotbeschouwing

.

Als zwangere gaat Gods moederliefde een verbintenis aan met de mens, opdat het leven, dat gewekt is, voldragen wordt. Als zwangere draagt God het vruchtwater in zich, waarin mensen gedragen worden tot de tijden zijn vervuld, opdat zij opnieuw geboren worden (zelfverwerkelijking en hereniging).
Ook heel de schepping wacht op voltooiing: ‘De hele natuur kreunt en lijdt in barensweeën, altijd door’ (Rom. 8:23).

Waar God ons herschept, ervaren we dat we niet zelf de oorsprong en ontwerper zijn van het leven. Ons leven kent een dieper geheim. Betrokken op dit levensgeheim beseffen we dat we verbonden zijn met een alomvattende kracht die in heel de schepping aanwezig is en die ‘al wat is’ leven geeft (de goddelijke algeest). In ons zit dit geheim als een parel verborgen (wijzelf als de menselijke geest), die de belofte is van een nieuwe schepping.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

JOHN ASTRIA

Jozef, de vader van Jezus

Standaard

Categorie: religie

.

.

Jozef, de vader van Jezus

.

Wat we weten over Jozef, de aardse en wettelijke vader van Jezus, komt uit de evangelies van Matteüs en Lukas. De volledige genealogie van Jozef is te vinden in Matteüs 1:1-24. Mensen die de Bijbel voor het eerst lezen, vragen zich vaak af waarom deze lange genealogie wordt beschreven, maar het belang van deze lijst wordt al snel duidelijk. Genealogieën waren bijzonder belangrijk voor de Joden, en deze verzen laten zien dat de familielijn van Jezus helemaal teruggaat naar Abraham. Hierin kunnen wij een vervulling herkennen van een van de vele profetieën over de komende Messias uit het Oude Testament.

.

.

.

.

Matteüs 1: 1-24

.

De voorouders van Jezus

.

1 Dit is de lijst van voorouders van Jezus Christus. Hij is de zoon van koning David, die uit de familie van Abraham is. 2 Abraham kreeg een zoon: Izaäk. Izaäk kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg zonen: Juda en zijn broers. 3 Juda kreeg twee zonen: Perez en Zera. Hun moeder was Tamar. Perez kreeg een zoon: Hezron. Hezron kreeg een zoon: Aram. 4 Aram kreeg een zoon: Aminadab. Aminadab kreeg een zoon: Nahesson. Nahesson kreeg een zoon: Salmon. 5 Salmon kreeg een zoon: Boaz. Boaz’ moeder was Rachab. Boaz kreeg een zoon: Obed. Obeds moeder was Ruth. Obed kreeg een zoon: Isaï. 6 Isaï kreeg een zoon: David, die later koning werd.

Koning David kreeg een zoon: Salomo. De moeder van Salomo was de vrouw van Uria. 7 Salomo kreeg een zoon: Rehabeam. Rehabeam kreeg een zoon: Abia. Abia kreeg een zoon: Asa. 8 Asa kreeg een zoon: Josafat. Josafat kreeg een zoon: Joram. 9 Joram kreeg een zoon: Uzzia. Uzzia kreeg een zoon: Jotam. Jotam kreeg een zoon: Achaz. 10 Achaz kreeg een zoon: Hizkia. Hizkia kreeg een zoon: Manasse. Manasse kreeg een zoon: Amon. Amon kreeg een zoon: Josia. 11 Josia kreeg zonen: Joahaz en zijn broers, toen de bewoners van het koninkrijk Juda gevangen meegenomen werden naar het land Babylonië .

12 Nadat ze gevangen meegenomen waren naar Babylonië, kreeg Joahaz een zoon: Sealtiël. Sealtiël kreeg een zoon: Zerubbabel . 13 Zerubbabel kreeg een zoon: Abiud. Abiud kreeg een zoon: Eljakim. Eljakim kreeg een zoon: Azor. 14 Azor kreeg een zoon: Zadok. Zadok kreeg een zoon: Achim. 15 Achim kreeg een zoon: Eliud. Eliud kreeg een zoon: Eleazar. Eleazar kreeg een zoon: Mattan. 16 Mattan kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg een zoon: Jozef, die later met Maria trouwde. En uit Maria is Jezus geboren. Hij wordt de Christus genoemd.

17 Van Abraham tot David zijn 14 voorvaders. En van David tot het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië zijn 14 voorvaders. En vanaf het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië tot aan Christus zijn ook 14 voorvaders.

.

De geboorte van Jezus

.

18 Dit is het verhaal van de geboorte van Jezus Christus. Maria was verloofd met Jozef. Omdat ze nog niet getrouwd waren, waren ze nog nooit met elkaar naar bed geweest. Maar op een dag wist Maria dat ze in verwachting was. Dat was ze door de kracht van de Heilige Geest. 19 Maar Jozef dacht dat Maria van een andere man in verwachting was geraakt. Daarom was hij van plan om de verloving met Maria uit te maken. Maar hij wilde niemand zeggen dat dat was omdat ze in verwachting was. Want hij was een goed mens. 20 Toen hij dat besloten had, kwam er in een droom een engel van de Heer God naar hem toe. De engel zei: “Jozef, zoon van David, trouw gerust met Maria. Want haar kind is ontstaan door de Heilige Geest. 21 Maria zal een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus (= ‘God redt’) noemen. Want Hij zal zijn volk bevrijden van hun ongehoorzaamheid aan God en daarmee van Gods straf. 22 Dit is gebeurd zodat zou uitkomen wat de Heer God van tevoren door de profeet Jesaja heeft gezegd: 23 ‘Het meisje dat nog maagd is zal in verwachting raken en een zoon krijgen. De mensen zullen Hem Immanuël noemen. Dat betekent: ‘God is met ons.’ “24 Toen werd Jozef wakker. Hij deed wat de engel tegen hem had gezegd en trouwde met Maria. 25 Hij ging niet met haar naar bed totdat het kind was geboren. En hij noemde Hem Jezus.

.

.

.

.

Jozef was een rechtstreekse nakomeling van David. Hij was een genadige en gerespecteerde man die zich hield aan de wetten van het Jodendom. Hij had een mager inkomen, maar toch was hij een eerwaardige en trouwe man. Jozef verdiende zijn brood als timmerman in het kleine dorp Nazaret. Jozef leerde zijn zoon de knepen van het vak. Jezus was zelf een timmerman tot Hij Zijn openbare bediening begon (Markus 6:1-6).

Jozef onderwees Hem ook op geestelijk vlak. Jozef hield zich met zijn gezin aan de heilige dagen en de Joodse feesten.

.

Marcus 6 : 1-6

.

De bewoners van Nazaret geloven niet in Jezus

.

1 Jezus vertrok weer en ging naar zijn eigen stad, Nazaret. Zijn leerlingen gingen met Hem mee. 2 Op de heilige rustdag ging Hij les geven in de synagoge. Veel van de mensen die Hem hoorden, waren heel verbaasd. Ze zeiden: “Waar heeft Hij die dingen vandaan? Hoe komt Hij aan die wijsheid? Hoe kan Hij zulke wonderen doen? 3 Hij is toch de timmerman, de zoon van Maria, en de broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zussen wonen toch ook hier?” En ze geloofden Hem niet. 4 Jezus zei tegen hen: “Alleen in zijn eigen stad en in zijn eigen familie hebben de mensen geen respect voor een profeet.” 5 En Hij kon daar geen grote wonderen doen. Alleen maakte Hij een paar zieke mensen gezond door hun de handen op te leggen. 6 En Hij was verbaasd over hun ongeloof.

.

.

.

.

Lukas 2 : 41-42 

.

Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem.” 

We weten ook dat Jozef de rol innam van voogd en beschermer van Jezus, omdat hij naar God luisterde en Hem gehoorzaamde. In elk opzicht vervulde hij zijn vadersrol op een bewonderenswaardige manier. De evangelies geven ons weinig details over Jozef. Omdat Jezus de zorg voor Maria aan Johannes overdroeg, wordt gespeculeerd dat Jozef mogelijk een natuurlijke dood is gestorven tussen het bezoek aan de tempel toen Jezus pas twaalf was (Lukas 2:41-51) en de doop van Jezus toen Hij dertig was (Markus 1:9-11).

.

ucas 2 : 41-51

.

Jezus in de tempel

.

41 Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. 42 Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem. 43 Na de feestdagen gingen zijn ouders weer naar huis. Maar Jezus bleef in Jeruzalem achter. Zijn ouders hadden dat niet gemerkt. 44 Ze dachten dat Hij meeliep met de andere mensen die ook naar huis terugreisden. Zo reisden ze één dag en zochten Hem intussen bij familie en kennissen. 45 Maar toen ze Hem niet vonden, gingen ze terug om Hem in Jeruzalem te zoeken.

46 Na drie dagen vonden ze Hem in de tempel. Hij zat daar tussen de wetgeleerden . Hij luisterde naar hen en stelde vragen. 47 De mensen die Hem hoorden, waren verbaasd hoe verstandig Hij was. Ook verbaasden ze zich over de antwoorden die Hij gaf. 48 Toen zijn ouders Hem daar vonden, waren ze boos. Zijn moeder zei tegen Hem: “Kind, hoe kun je zoiets doen? Je vader en ik zijn zó ongerust geweest! We hebben overal naar je gezocht!” 49 Maar Hij zei tegen hen: “Waarom heeft u naar Mij gezocht? Wist u dan niet dat Ik bezig moet zijn met de dingen van mijn Vader?” 50 Maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. 51 Hij ging met hen mee terug naar Nazaret en was gehoorzaam aan zijn ouders. Zijn moeder onthield alles wat er gebeurd en gezegd was en dacht er over na in haar hart.52 Terwijl Jezus opgroeide, werd Hij steeds wijzer. En God en de mensen hielden van Hem.

.

.

.

.

Marcus 1 : 9-13

.

Jezus wordt in de woestijn door de duivel uitgedaagd

.

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jordaan. 10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer. 11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”12 Onmiddellijk daarna stuurde de Geest Jezus naar de woestijn.13 Daar werd Hij 40 dagen lang door de duivel op de proef gesteld. Hij leefde bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.

.

.

.

.

Het is duidelijk dat andere mensen Jozef erkenden als de wettelijke vader van Jezus. Dat zien we in verzen als Johannes 1:46. Jozef moet in die vroege jaren een ongelooflijke invloed op Jezus hebben gehad. Wanneer Jezus sprak over God als een liefdevolle Vader, kon Hij terugvallen op het soort liefde dat Hij als kind van Jozef had ontvangen. Jozef is een groot voorbeeld van de waarde van integriteit, gehoorzaamheid en trouw, maar vooral ook van de eervolle invulling van de hem toevertrouwde rol van het vaderschap.

.

Johannes 1 : 46

.

46 Filippus ging naar Natanaël en zei tegen hem: “We hebben de Man gevonden over wie Mozes en de profeten hebben geschreven! Hij heet Jezus en Hij is de zoon van Jozef uit Nazaret!”

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

Wonderen en tekenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Jezus, Gods Zoon en Boodschapper 

 

 

wonderen-visioenen

 

 

Jezus zei “die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft” Johannes 5:36b. Jezus veranderde water in wijn als begin van Zijn tekenen (Johannes 2:1-11). Nadat Hij 2 broden en 5 vissen zegende, konden er meer dan 5000 mensen van eten (Matteus 14:13-21). We zien Jezus de winden en de zee bestraffen zodat zij stil werden (Matteus 8:23-27).

Toen Zijn discipelen Hem over het water zagen lopen, zeiden ze “Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon” (Matteus 14:22-33). Om te laten zien dat Hij de macht had om op aarde zonde te vergeven genas Hij een verlamde man (Matteus 9:1-8). “En vele scharen kwamen bij Hem, die lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden, en zij legden die aan zijn voeten neer.

En Hij genas hen, zodat de schare zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, lammen lopen en blinden zien. En zij verheerlijkten de God van Israel” Matteus 15:30-31. Zelfs doden werden door Jezus terug tot leven gebracht (Matteus 9:18-26; Johannes 11:1-45) en ook over boze geesten had Jezus macht (Markus 1:21-28; Matteus 12:28-29).

 

 

cropped-pinksterschilderij-1_595.jpg

 

 

 

De aard van Jezus’ tekenen en wonderen

 

De melaatse werd terstond genezen (Matteus 8:1-3). De twee blinden werden terstond ziende nadat Jezus hen aanraakte (Matteus 20:29-34). De verlamde kon op Jezus’ Woord voor het oog van allen weer lopen, waardoor zij die het zagen, zeiden: “zo iets hebben wij nog nooit gezien”(Markus 2:1-12). De koorts van Petrus’ schoonmoeder verliet haar toen Jezus haar hand vatte (Markus 1:29-31).

De vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiingen leed, werd terstond genezen toen zij Jezus’ kleed aanraakte (Markus 5:25-34). We zien dat Jezus tekenen en wonderen terstond gebeurden, dat is onmiddellijk, dadelijk, direct. Er is één voorbeeld te vinden waar Jezus ervoor koos om een blinde man in 2 stappen te genezen (Markus 8:22-25).
Nikodemus, een Farizeeër zei tegen Jezus “Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is” Johannes 3:2b.

Johannes zegt op het einde van zijn evangelie “Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” Johannes 20:30-31.

Op pinksterdag na Jezus’ opstanding predikte Petrus “Jezus, de Nazoreeer, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet” Handelingen 2:22. God had krachten, wonderen en tekenen door Jezus in hun midden verricht en allen waren ervan op de hoogte. Deze dingen waren niet ergens in het verborgene gebeurd.

 

 

 

Jezus gaf bepaalde mensen de macht om tekenen en wonderen te doen

 

Tijdens Zijn leven riep Jezus Zijn 12 apostelen tot Zich en “gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen” Hij zei “Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet” Matteus 10:1, 7-8.

“Daarna wees de Here nog tweeenzeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou” en Hij zei “geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen. … En de tweeen zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. … Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” Lukas 10:1,9,17,19.

 

 

 

Jezus’ apostelen konden tekenen en wonderen doen

 

Na Zijn opstanding verscheen Jezus aan de elf apostelen met de opdracht om het evangelie van geloof en doop tot behoudenis aan de hele schepping te prediken (Markus 16:15-16). “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen;

op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden. De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods. Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden” Markus 16:17-20.

 

 

wonderen-god-jezus-christus-geest-bijbel-3

 

 

De lege plaats  van  de apostel Judas werd aangevuld met een man die ooggetuige was van Jezus’ opstanding en die zich bij hen had aangesloten vanaf de tijd dat Jezus is beginnen te prediken (Handelingen 1:20-26). Een apostel werd door God aangewezen zoals Saul (Paulus) door de Here werd uitverkoren als een werktuig om Zijn Naam te verkondigen (Handelingen 9:15).

Paulus zegt daarom ook “Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen;     maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene” 1 Korintiërs 15:7-8. Deze apostelen waren te onderscheiden van anderen zoals Paulus de Korintiërs duidelijk maakt “De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten” 2 Korintiërs 12:12.

Vanaf pinksterdag zien we dan ook “En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk … En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen.

En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.” Handelingen 5:12a, 14-16. Merk op dat ook nu weer alle zieken werden genezen! Eerder had Petrus een man die van geboorte af lam was, in Jezus’ Naam genezen (Handelingen 3:1-10). Hij had ook een gestorven vrouw weer tot leven gewekt (Handelingen 9:32-42). Paulus dreef in Jezus’ Naam boze geesten uit (Handelingen 16:16-18), wekte doden op (Handelingen 20:9-12) en zelfs de bijt van een  slang had geen werking op hem (Handelingen 28:3-6).

“En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren” Handelingen 19:11-12. Tegenstanders konden niet loochenen welke wondertekens door de handen van de apostelen geschiedden (Handelingen 4:16).

 

 

Universele liefdesenergie

Universele liefdesenergie

 

 

 

Zij op wie de apostelen de handen oplegden, konden tekenen en wonderen doen

 

Filippus, een evangelist, predikte de Christus in Samaria. “En toen de scharen Filippus hoorden en tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen en er kwam grote blijdschap in die stad” Handelingen 8:6-8.

Ook Simon die een tovenaar was geweest “kwam tot geloof, en na gedoopt te zijn, bleef hij voortdurend bij Filippus, verbijsterd door die tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden”. Toen de apostelen hoorden dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij Petrus en Johannes tot hen en dezen legden hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

Toen Simon zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd gegeven wilde hij deze macht kopen maar Petrus bestrafte hem daarvoor  (Handelingen 8:14-25). Het kwam Simon niet toe om door handoplegging de Geest te geven, zelfs Filippus die zelf tekenen en grote krachten kon doen, bezat deze macht niet. Enkel de apostelen hadden deze macht (vgl Handelingen 19:5-7; 2 Timoteus 1:6).

Paulus zegt daarom ook tegen de christenen te Rome “Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking” Romeinen 1:11 (1 Korintiërs 12:1-11). Hij sprak ook over het einde van deze gaven (1 Korintiërs 13:8-13).

 

 

 

Gebeuren er nog tekenen en wonderen?

 

Jezus, Zijn apostelen en hen die door handoplegging van de apostelen de Geest ontvingen, konden tekenen en wonderen verrichten. Deze tekenen en wonderen zijn geschied om te bevestigen dat de sprekers boodschappers van God waren.

“Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken. Want als het door engelen gesproken woord al zo veel rechtskracht bezat dat op elke overtreding en ongehoorzaamheid een rechtmatige straf volgde, hoe zullen wij dan aan die straf ontkomen wanneer we geen acht slaan op de zoveel meer omvattende redding die begonnen is met de woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord? Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten, en door de gaven van de heilige Geest overeenkomstig zijn wil te verdelen” Hebreeën 2:1-4.

Het Woord van God is op betrouwbare wijze aan ons overgeleverd en God zelf heeft dat Woord bevestigd! Laat u niet misleiden door hen die beweren Gods boodschappers te zijn en zeggen tekenen en wonderen te kunnen doen (zie 2 Tessalonissenzen 2:9-17). Hedendaagse tekenen en wonderen komen nog niet eens in de buurt van wat Gods ware boodschappers deden in de eerste eeuw. Breng het woord van Jezus en Zijn apostelen, dat eens voor altijd is overgeleverd, in toepassing en God zal met u zijn (Filippenzen 4:9; Judas 3).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten . Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Isaiah, Jesaja 7-10 • A Child is born, a Son is given/Een Kind is geboren, een Zoon is gegeven

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

.

Jesaja 7-10 . Een Kind is geboren, een Zoon is gegeven

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

 

 

Gebed om verlossing.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

bidden-tongentaal

 

 

Ons eerste echte gesprek met God

 

Het “gebed om verlossing” is het belangrijkste gebed dat we ooit zullen bidden. Wanneer we er klaar voor zijn om een christen te worden, zijn we er ook klaar voor om ons eerste echte gesprek met God te hebben, met de volgende componenten:

 

 

 

Het begint met geloof in God

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, dan laten we God weten dat we geloven dat Zijn woord waar is. Door het geloof dat Hij ons heeft gegeven kunnen we er voor kiezen om in Hem te geloven. De Bijbel vertelt ons:

 

“Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.” (Hebreeën 11:6)

 

Wanneer we bidden, vragen we God dus om het geschenk van onze verlossing. We gebruiken onze vrije wil om te erkennen dat we in Hem geloven. Deze uiting van geloof behaagt God, omdat we er in alle vrijheid voor gekozen hebben om Hem te leren kennen.

 

 

Onze zonden belijden

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, moeten we toegeven dat we gezondigd hebben. Zoals de Bijbel over iedereen, behalve Christus, zegt:

 

Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God.” (Romeinen 3:23)

 

Zondigen is niets anders dan tekort schieten, als een pijl die de roos maar niet kan raken. Wij schieten tekort tegenover de heerlijkheid van God, die alleen in Jezus Christus kan worden gevonden:

 

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. (2 Korintiërs 4:6)

 

Het verlossingsgebed erkent dus dat Jezus Christus de enige mens is die ooit zonder zonde heeft geleefd:

 

 God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden. (2 Korintiërs 5:21)

 

 

Bevrijding van de zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Geloof in Jezus Christus als Heer en Redder belijden

 

Met Christus als onze standaard voor perfectie, erkennen we nu ons geloof in Hem als God, in overeenstemming met wat de woorden van de Apostel Johannes:

 

In het begin was het Woord [Christus], het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat (Johannes 1:1-3)

 

Omdat God alleen een perfect, zondeloos offer kon aanvaarden en omdat Hij wist dat wij dat doel onmogelijk zouden kunnen bereiken, stuurde Hij Zijn Zoon om voor ons te sterven en de eeuwige prijs te betalen.

 

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)

 

 

Alleen Christus redt

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Bid het en meen het nu!

 

Ben jij het eens met alles wat je hierboven hebt gelezen? Als dat zo is, begin je nieuwe leven in Jezus Christus dan nu meteen. Bid het volgende met ons:

 

“Vader, ik weet dat ik Uw wetten heb overtreden en dat mijn zonden mij van U hebben weggehouden. Het spijt me echt en ik wil nu van mijn vroegere zondige leven tegenover U weglopen. Vergeef mij alstublieft en help me om niet meer te zondigen. Ik geloof dat Uw zoon, Jezus Christus, voor mijn zonden stierf, dat Hij uit de dood is opgestaan, leeft en mijn gebeden hoort. Ik nodig Jezus uit om de Heer van mijn leven te worden, om vanaf vandaag in mijn hart te heersen. Stuur alstublieft Uw Heilige Geest om mij te helpen U te gehoorzamen en voor de rest van mijn leven Uw wil te volbrengen. Ik bid hiervoor in de naam van Jezus. Amen.”

 

 

 Ik heb het gebeden, wat nu?

 

Als je dit gebed om verlossing met ware overtuiging en met heel je hart hebt gebeden, dan ben je nu een volgeling van Jezus. Dit is een feit, zelfs als jij je nu niet anders voelt dan voorheen. Godsdiensten hebben jou misschien ooit doen geloven dat je nu iets zou moeten voelen; een warme gloed, een rilling of een soort mystieke ervaring. De werkelijkheid is dat je zoiets zou kunnen voelen… of niet.

Als je het verlossingsgebed hebt gebeden, en je meende het echt, dan ben je nu een volgeling van Jezus. De Bijbel vertelt ons dat je eeuwige redding nu veilig gesteld is!

 

Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” (Romeinen 10:9)

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De grote liefde van God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Johannes 15:13

 

Gods liefde voor ons, Zijn schepselen die van Hem vervreemd zijn, wordt levendig voorgesteld in het offer dat Hij voor ons bracht.

 

“Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden” 

 

 

Godisliefde

 

 

Jezus Christus is Gods unieke en eeuwige Zoon.

Hij is de Alfa en Omega, de grote “IK BEN”, de “Heer van de hemelse machten” door wie alle dingen werden geschapen en in wie alle dingen bestaan.

Jezus, die aan het hoofd staat van alle dingen, vernederde Zich op een manier die het menselijke verstand niet kan bevatten.

Hij kwam naar onze vervloekte wereld en nam actief deel aan ons erbarmelijke bestaan.

Zelfs al bestaan wij uit vlees en bloed, toch deelde Hij ook dit met ons. 

Hij werd een mens en Hij mengde zich onder ons.

Hij deelde in het leed dat wij over onszelf hadden afgeroepen door Zijn Heilige wetten af te wijzen.

En alsof dat nog niet genoeg zou zijn om ons te overtuigen van Zijn liefde en zorg voor ons, gaf Jezus Zijn eigen leven aan het kruis.

 

 

Dat was de grootste liefdesdaad die de wereld ooit heeft gekend! Zo nam Hij onze zonden weg, ze werden met Hem aan het kruis geslagen. Dus werd Degene die geen zonde kende Zelf de zonde voor ons en proefde Degene die ons allen het leven gaf Zelf de dood in plaats van de mensen die hiertoe veroordeeld waren.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

 Want God had de wereld zo lief

 

“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden” (Johannes 3:16-17).

Jezus Christus hield zo veel van de wereld dat Hij er alles voor opgaf; Zijn rechten en voorrechten als de unieke eeuwige Zoon van God, en zelfs Zijn eigen leven! Als je de liefde van God wil zien, kijk dan op naar het kruis.

“En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden” (1 Johannes 4:9-10).

“Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer” (Romeinen 6:23).

 

 

gave van genezing

 

 

 

Voor jou!

 

Gods liefde is aan ons geopenbaard. Nu staat Hij voor de deur en klopt aan. Het is de verantwoordelijkheid van elk mens om op zoek te gaan naar een persoonlijke relatie met God, of om Hem ronduit af te wijzen. De enige barrière tussen ons en Gods liefde is onze vrije wil, en Jezus Christus is de deur.

 

“Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij'” (Johannes 14:6).

Verlossing is een gratis geschenk dat gekocht en betaald is met het bloed van Christus. Er bestaat geen andere manier.

“Verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn!” (Galaten 2:21).

 

Je kunt Gods vergeving niet verdienen met je eigen goede werken. Hoe kunnen goede daden die je altijd al had moeten doen ooit je ontelbare fouten ongedaan maken? God is geen gek.

 

“Ook al was je je kleren met zeep, en met een overvloed aan loog, je schandvlek blijf ik zien – spreekt God, de Heer” (Jeremia 2:22).

 

Een man viel ooit op zijn knieën voor Christus en smeekte: “Als u wilt, kunt u mij rein maken.” Jezus had medelijden en antwoordde: Ik wil het, word rein” (Marcus 1:40-41). Wij kunnen ook op onze knieën vallen en Gods enige voorziening voor onze zonden erkennen. Ook wij kunnen dit antwoord krijgen: “Ik wil het, word rein.”

Christus was bereid om Gods rechtvaardige toorn op Zich te nemen, zodat wij dat niet meer hoeven te doen; ieder die Zijn dood aan het kruis aanvaardt als betaling voor zijn zonden zal verzoend worden met de God die we zo zeer hebben gekrenkt.

 

“Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden” (2 Korintiërs 5:18-19, 21).

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

De geestelijke ontwikkeling van de mens.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

 

hildegard von bingen

 

.

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Geest, ziel en lichaam

.

Dat er met de mens een verhouding tussen geest, ziel en lichaam samenhangt, wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt.
Zie artikel ” de geestelijke wereld “.

.

 

scivias-t-11

.

 

 

2. De geestelijke vermogens

.

De eigenschappen van de geestelijke vermogens worden opgesomd in de tekst bij het visioen Scivias Boek II,2:
Er is namelijk sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

.Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

.
Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is de waarheid) en duidt de Vader aan.
(Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is de levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is het bewustzijn) en duidt de Heilige Geest aan.
(Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is de zachtmoedigheid) en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.

 

.

Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

In het Liber Divinorum Operum bij visioen 1

 

ldo-visioen-1

 

.

 

ldo-visioen-1-b

.

 

“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt. Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.
En ik ben het equalis leven (‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens).”

 

.

rationalis
equalis
officialis
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

Het Liber Divinorum Operum, visioen 4

 

 

ldo-visioen-4

 

.

Het vierde visioen van het Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel (geest) in het lichaam werkt. De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart.

Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken.
Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is het immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel (geest) naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht.

Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden. De ziel vliegt in de mens met vier vleugels (bewegen: willen), namelijk met het waarnemingsvermogen(sensualitas), met het verstand (intellectus, denken) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali, voelen).

Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees; door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis, namelijk van het goede en kwade, voltooit de mens elk werk in de ziel, waardoor de innerlijke verscheidenheid ervan getoetst wordt: welke werken door de geest verlossing door God verlangen, welke door het vlees het eerbetoon eigenlijk van de mensen begeren.

 

 

.

3. De geestelijke ontwikkeling (en)

.

4. De geestesgesteldheid van onbewuste vereenzelviging,

gehechtheid, eenzijdigheid (en)

.

5. Bewustwording, bevrijding, zelfverwerkelijking

 

.

In de drie visioenen die in Scivias Boek I ( miniaturen T5,T6 en T7) staan beschreven, wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest (de vurige bol) door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking. Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

.

 

 

Sivias T5 : geboorte uit de hemel en de levensweg op aarde

 

.

scivias-t5

 

.

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de algeest): in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, levengevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).

En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur.

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording).

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

 

.

De rechter helft van de miniatuur, die uit vijf afbeeldingen bestaat, toont de levensweg van de mens. De onderste drie laten de beproevingen zien die de mens op aarde heeft te verduren om zich staande te houden tegenover allerlei verleidingen.
De vierde afbeelding toont de mens die tot bezinning is gekomen en besluit zich weer tot God te richten. De bovenste toont de mens die de geestelijke vermogens (de vleugels) tot ontwikkeling heeft gebracht en zich daardoor niet meer laat afleiden van de rechte weg. Zijn lichaam is een tempel Gods geworden.

 

.

 

Scivias T6 : de beproefde, zich tot God richtende mens bij zijn gang over de aarde

 

.

scivias-t-6

 

.

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Dit visioen toont de mens die op aarde aan verleidingen blootstaat, maar die zich vastberaden tot God wendt (de opgeheven handen beduiden een biddende houding).

 

 

.

Scivias T7 : overlijden en terugkeer naar huis

 

.

scivias-t-7

 

.

“Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken; en ‘dat zij zich ervan losmaakte en haar woonplaats aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar vrees inboezemt, omdat zij het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God.

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn; en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’:

zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.”
(namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

.

 

Scivias T25 : de vrije keuze van de mens

 

.

scivias-t25

 

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen, terwijl rechts van haar zes welwillende gelovigen naderen en links drie personen zich vijandig gedragen. Deze mensen komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich bevindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel belangrijks in de geschiedenis van de Verlossing.

Hildegard geeft deze Godskracht of deugd, de naam van Scientia Dei dat is het ‘Weten van God’ of de ‘Godskennis’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt. Op de eerste plaats het kennen of het weten van God, wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. Op de tweede plaats betekent dit het weten van de mens over God. Het antwoord van de mens, die uit vrije wil geloof schenkt aan de openbaring van het Woord Gods.

Hier komt de scheiding der geesten: zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed, maar zij die zonder kleed binnendringen, worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat, de ongelukkigen door zijn dienaars liet ophalen, opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter verwacht dat hij komt in een feestkleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er wel gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uitverkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God in zijn goddelijke ijver om de ongelovigen te bekeren, samen met de gelovigen gaat beginnen de drie gemetselde muren op te trekken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het door strenge discipline (de ‘Wetten van Mozes’).

 

.

 

6. Gebed als godsbezinning, de hereniging

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel te bereiken.
Heel Scivias en Liber Divinorum Operum zijn doordrongen van de raad zich altijd in gebed tot God te richten.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA