Tagarchief: windstreken

Bijbelse getallen en hun betekenis in de Schrift

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

bible and numbers

 

.

 

 

1

.

Het getal 1 wijst ons op de volmaaktheid en éénheid van God:

.

een enig Here, Deut. 6:4; 1 Kor. 8:6.

Wij hebben één God, Gal. 3:20.

1 Tim. 2:5 zegt: Er is één God en één Middelaar.

Ef. 4:4-6 zegt: één Heer, één geloof, één doop, en één God en Vader.

Matt. 23:8, één Meester.

Hebr. 10:14, één offer.

Kol. 1:18 en Openb. 1:5: de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de Eerste zou zijn.

1 Kor. 15:23, Christus als Eersteling.

.

 

2

.

Het getal 2 spreekt van gemeenschap en getuigenis:

.

Gen. 1:27; 2:24; Ps. 85:11-12; Pred. 4:9-12; Matt. 18:16, 20; Marc. 6:7; Joh. 8:17.

Verder 2 cherubim, 2 zuilen, 2 Kron. 3:15.

het reukofferaltaar 2 ellen hoog; 2 grote lichten, Gen. 1:16 enz.

 

 

 

3

.

God = Vader , Zoon , Heilige Geest. Drie-eenheid!

.

Noach had drie zonen: Sem, Cham en Jafet.

Er zijn drie aartsvaders: Abraham, Izak en Jakob.

En er zijn drie grote feesten: Paasfeest, Pinksterfeest en Loofhuttenfeest.

Het getal 3 is dat van de goddelijke Drie-eenheid: Matt. 28:16; 1 Kor. 12:4-6; 1 Petr. 1:2; 1 Joh. 5:6-10; Hebr. 13:8; Openb. 1:8.

Driemaal heilig, Jes. 6:3; Rom. 11:36.

Drievoudige zegen, Neh. 6:24-26; 2 Kor. 13:13; Openb. 1:5.

De tabernakel was 3-delig, Ex. 26-27.

1 Kon. 6. Drie verzoekingen, Matt. 4.

Drie gebeden, Marc. 14; Matt. 26:44.

Drie gelijkenissen, Luc. 15.

Drie gaven in Ef. 4: evangelisten, herders en leraars.

Het derde deel: Openb. 8:9; 12:4.

Het derde uur: begin van de kruisiging, Marc. 15:25;

het uur van het gebed, Hand. 2:15.

 

 

.

4

.

Het getal van de aarde: vier einden of de vier hoeken. Je zou ook kunnen zeggen de vier windstreken: oost, west, noord en zuid.

.

Het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld: de vier einden der aarde en de vier hoeken des hemels, Jes. 11:12; Jer. 49:36; Openb. 20:8.

Vier windstreken, Matt. 24:31; Ezech. 37:9; Zach. 6:5.

Vier hemelrichtingen, Ps. 107:3.

Vier evangeliën.

Vier levende wezens, Openb. 4.

Vier wereldrijken, Dan. 7; Zach. 1:18.

Oordeel over het vierde deel van de aarde, Openb. 6:8.

 

.

 

Openbaring 6 : het breken van de eerste zegels

Openbaring 6 : het breken van de eerste zegels

pasteltekening van John Astria

 

.

 

5

.

Het getal 5 ziet op de behoeften en de verantwoordelijkheid van de mens: 5 vingers en 5 tenen.

.

Het brandofferaltaar was 5 maal 5 ellen groot, Ex. 27:1.

Het gordijn voor de ingang van de tabernakel hing aan 5 pilaren op 5 koperen voetstukken, Ex. 26:37.

Er waren 5 wijze en 5 dwaze maagden, Matt. 25:2.

Vijf broden, Marc. 6:38.

Vijf woorden, 1 Kor. 14:19 enz.

 

 

.

6

.

Het getal 6 is het getal van de mens in zijn onvolmaaktheid, moeite en arbeid.

.

zes dagen het land bewerken; zes watervaten, Joh. 2:6.

 

 

.

7

.

Het getal zeven duidt een afgesloten periode aan met een nieuw begin als gevolg.

.

De scheppingsweek van zeven dagen.

Om een afgesloten periode aan te duiden lezen we ook van: 7 weken, 7 maanden, 7 jaren.

Het 7e jaar is het sabbatsjaar.

Besprenkeling van 7x bij zoenoffers en reiniging.

Zeven armen aan de kandelaar.

De 7 geesten voor Gods troon.

Brieven aan 7 gemeenten in het boek Openbaringen en ook 7 lampen voor de troon van God.

Het getal 7 spreekt van de volmaaktheid in Gods wegen en handelen:

7 dagen in de week, Ex. 12:15; Lev. 23:8.

Zeven weken, Lev. 23:15.

Zeven maanden, Ezech. 39:12.

Zeven jaar, Ezech. 39:9; Dan. 4:32.

Na 7 maal 7 jaar een jubeljaar, Lev. 25:8-13.

Zeven zendbrieven, Openb. 2-3.

Kandelaar met 7 armen, Ex. 25:37.

Zeven gouden kandelaars, Openb. 1:20.

Zeven Geesten, Openb. 1:4, 5:6; Jes. 11:2.

In het boek Openbaring ook 7 engelen, 7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen, 7 plagen.

Verder 7 diakenen in Hand. 6:3; 7 gelijkenissen in Matt. 13; 7 hoogtijden des Heren in Lev. 23, enz.

 

.

 

Openbaring 1 : de zeven kandelaren

Openbaring 1 : de zeven kandelaren

pasteltekening van John Astria

 

 

 

.

Voorbeelden waar het getal 7 een rol speelt in de Bijbel

.

Genesis
God schiep de wereld in 6 dagen, waarbij de zevende dag (de sjabbat) een heilige dag is. Gen. 2:2.

Van de reine dieren gingen er 7 paartjes in de ark van Noach. Gen 7:2

Zeven dagen later begon de zondvloed. Gen 7:4-10

Er waren in de droom van Farao twee keer zeven koeien en twee keer zeven korenaren. Die betekenden twee keer 7 jaren. Gen 41

 

.

Exodus
Het water van de Nijl veranderde 7 dagen in bloed. Ex. 7:25

De Israëlieten aten 7 dagen ongezuurd brood. Ex. 12-13, 34:18, Ezechiël 45:21-23

De menora heeft 7 lampen. Ex. 25:37, 37:23, Zacharia 4:2-10

 

.

Mattheüs

De boze geest haalt er 7 demonen bij. Mat. 12:45, Lukas 11:26

We moeten een zondaar 70 keer 7 maal vergeven. Mat. 18:22

Er waren 7 broden bij de wonderbare spijziging en er werden 7 manden met brokken opgehaald. Mat. 15:34-37, Markus 8:5-8

 

.

Markus
Maria Magdalena had 7 demonen. Markus 15:9, Lukas 8:2

 

.

Lukas
Hanna was 7 jaar getrouwd geweest. Lukas 2:36

 

.

Handelingen
De apostelen kozen 7 diakenen. Hand 6:3-6, Hand. 20:8

God onderwierp in Kanaän 7 volken. Hand. 13:19

 

.

Openbaring
Er zijn 7 gemeenten in Asia. Op. 1-3

Er staan 7 geesten voor Gods troon. Op. 1:4, Op 4:5, Op. 5:6

De boekrol had 7 zegels. Op. 5

Er waren 7 bazuinen. Op. 8-9

Er waren 7 donderslagen. Op 10:3-4

De draak had 7 koppen. Op. 12:3, Op. 17:3-7

Er waren 7 engelen met 7 fiolen. Op. 15-17, 21

 

.

 

Openbaring 7 : de zeven bazuinen

Openbaring 7 : de zeven bazuinen

 

pasteltekening van John Astria

 

.

 

8

.

Het getal 8 stelt het begin van een nieuw tijdperk voor.

.

Ex. 22:30; Lev. 22:27; Neh. 8:18; Joh. 7:37.

Het is de opstandingsdag, Matt. 28:1; Joh. 20:1.

de Pinksterdag, Lev. 23:16, Hand. 2. Noach, 1 Petr. 3:20.

 

 

 

.

9

.

Het getal 9 is een drievoudige drie-eenheid:

.

de negenvoudige vrucht van de Geest, Gal. 5:22;

het uur van het gebed en van het avondoffer, Dan. 9:21;

het sterfuur van de Heer, Marc. 15:34;

9 zaligsprekingen, Matt. 5:3-12.

 

 

.

 

10

.

Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God:

.

de tien woorden van de wet, Ex. 20 en 34;

Deut. 4:13; het geven van de tienden, Gen. 14:20: 28:22; 1 Sam. 8:15;

tien dagen op de proef, Dan. 1:12;

tien slaven en tien ponden, Luc. 19:13;

tien horens, Openb. 17:3 enz.
Waar zich 10 Israëlieten bevinden kan een synagoge gevormd worden. We kennen allemaal de Tien Geboden. Zie ook de 10 maagden op weg naar een bruiloft.

 

 

.

 

Openbaring 10 : de 10 horens van het beest

Openbaring 17 : de 10 horens van het beest

 

.

 

 

12

.

Het getal 12 geeft aan volmaaktheid in het goddelijk bestuur.

.

Er stonden 12 toonbroden in het heiligdom. Het nieuwe Jeruzalem heeft 12 poorten. Er waren 12 discipelen.
12 uren, Joh. 11:9;

12 maanden, 1 Kon. 4:7;

12 stammen, Ex. 24:4 en Ezech. 48:31 en Openb. 21:12;

12 edelstenen, Ex. 28:10 en  Openb. 21:19-20;

12 toonbroden, Lev. 24:5:

12 fonteinen, Ex. 15:27;

12 discipelen, Luc. 6:13; Openb. 21:14;

12 manden, Marc. 6:43;

12 legioenen, Matt. 26:53;

12 poorten, Openb. 21:12.

.

 

 

Openbaring 21 : de 12 poorten

Openbaring 21 : de 12 poorten

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er waren 2 x 12 = 24 priesterklassen. In het boek Openbaringen 2 x 12 = 24 oudsten voor Gods troon. Komt veel voor als tijds-aanduiding

 

.

 

40

.

Het getal 40 is de tijd van opvoeding, beproeving en regering

.

Het volk was 40 jaar in de woestijn. Mozes was 40 dagen op de berg Horeb. De profeet Elia 40 dagen/nachten in afzondering. Jezus was eveneens 40 dagen in de woestijn.

de woestijnreis duurde 40 jaar;

Elia’s 40 dagen en veertig nachten, 1 Kon. 19:8;

de verzoeking in de woestijn was 40 dagen, Matt. 4;

er waren 40 dagen tussen Christus’ opstanding en hemelvaart.

De beproeving in het leven van :

Mozes, Hand. 7:13; Deut. 2:7;

Jozua, Joz. 14:7;

David, 2 Sam. 5:4;

Salomo, 1 Kon. 11:42;

Zie verder Gen. 7:4; 8:6; 25:20; 26:34; Ex. 2:16; 24:18; Num. 14:34; 33:38; 1 Sam. 4:18; 1 Kon. 6:17; Ezech. 4:6; Jona 3:4.

 

 

.

48

.

Er waren 4 x 12 = 48 steden voor de Levieten.

 

 

 

.

50

.

Na 7 x 7 jaren werd het 50e jaar als Jubeljaar gevierd.

.

Het jubeljaar was een echt Israëlische instelling. Het werd gevierd in elk 50e jaar, gerekend van herfst tot herfst en greep diep in in het sociale leven. Het kende vooral twee bepalingen. De eerste was dat een Israëliet (en diens wettige erfgenamen) het erfgoed van zijn familie weer terugkreeg, indien hij gedwongen was geweest het te verkopen of het op een andere wijze verloren had. De tweede bepaling regelde dat iemand, als hij zichzelf en zijn gezin als slaaf had moeten verkopen, in het Jubeljaar de vrijheid terugkreeg.

 

 

.

 

70

.

Het getal 70 is dat van de verantwoordelijkheid gedurende het hele leven:

.

Ps. 90:10; Jes. 23:15; Jer. 25:11; 29:10; Zach. 1:12; 7:5; Dan. 9:24; Ezra 6:15; Ex. 1:5; Richt. 8:30; 2 Kon. 10:1; Ex. 24:1; Num. 11:16; Ezech. 8:11; Luc. 10:1.

 

 

.

 

153

.

Het getal 153 spreekt van oordeel en genade.

.

Het aantal grote vissen dat door de discipelen gevangen werd na de opstanding van Jezus in de zee van Tiberias.
Zoals het kruis een schaduw- en een lichtzijde heeft, en het evangelie een reuk van het leven ten leven en een reuk uit de dood ten dode is. Zie 2 Kon. 1; Joh. 21:11.

 

 

 

 

666

.

Dit is het getal van 3 keer de onperfekte mens, symbool van de duivel (de antichrist en de valse profeet)

.

Het beest in Openbaring 13:18 -Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig.

 

 

 

 

Uitgebreide studie over -Getallen – in de Bijbel

.

A)  De grootste getallen in de Bijbel vinden wij in Dan. 7:10 en Opb. 5:11; 9:16.

B) Bijna alle volken ontwikkelden het tientallig stelsel door het gebruik van de tien vingers. Het tientallig stelsel was van oudsher bij de Hebreeën in gebruik, wat blijkt uit het feit dat er voor 1, 10, 100, 1000 en 10.000 afzonderlijke woorden waren. De andere getallen werden aangegeven door meervoudsvormen of door optelling en vermenigvuldiging.

Ook de Israëlieten vonden natuurlijk de optelling, deling en vermenigvuldiging met 5 en 10 het gemakkelijkst.

De rekenkunde van de oude Israëlieten ging niet verder dan het dagelijks leven: het meten van akkers, het bouwen van huizen, de vervaardiging van maten en gewichten. Zij hadden voorliefde voor symmetrische verhoudingen tussen getallen, vooral in geslachtsregisters .

Net als wij gebruikte men voor het gemak graag een rond getal zoals 10, 100, 1000 of 10.000, maar ook 40 en 70. Een onbepaald begrip werd als enige door 1 en 2 (Ex. 21:21; Deut. 32:30; Job 33:29; Am. 4:9) maar ook wel door 2 en 3 uitgedrukt (Job 33:29; Am. 4:8), of door 4 en 5 (Jes. 17:6). Voor een onbepaalde veelheid gebruikte men 3 en 4 (Ex. 20:5; Am. 1:3,6), 6 en 7 (Job 5:19), 7 en 8 (Micha 5; Pred. 11:2).

.

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

 

.

C) Om getallen weer te geven gebruikte men de letters van het alfabet; de eerste negen letters van het alfabet duidden de eenheden, de volgend letters de tientallen en de vier eerste honderdtallen aan. De overige honderdtallen ontstonden door samenstelling van 400 met andere honderdtallen en verder door de vijf eindletters. De duizendtallen werden aangeduid met de letters die de eenheden uitdrukten, met twee punten daarboven. Bij samengestelde getallen staat het grotere getal vóór (rechts van) het kleinere.

D) De symbolische betekenis van getallen was bij allerlei volken bekend. Maar de Bijbelse getallensymboliek staat helemaal op zichzelf, bepaald door Israëls godsdienst en door Israëls geschiedenis.

.

 

 

Het getal 7

 

In de eredienst had het getal zeven een religieuze betekenis. Op de vraag waarom de 7e dag de heilige dag is, zou de Israëliet antwoorden dat God in 6 dagen de wereld geschapen heeft en op de 7e dag rustte. Volgens kritische uitleggers is het juist omgekeerd: de instelling van de week en van de zevende dag is op het scheppingsverhaal overgedragen.

.

.

We komen nu bij de afleidingen van zeven:

.

  • de eenvoudige verdubbeling is 14 (Gen. 46:22; Lev. 12:5; 13:4,6,31,33,50,54; Num. 29:13v; 1 Kon. 8:65; Matt.1:17).
  • Vaker vinden wij het getal 70 als aanduiding van een afgesloten periode van langere duur: het gericht van God was op 70 jaar bepaald (Jes. 23:15; Jer. 25:11v; 29:10; Zach. 1:12; 7:5).
  • De leeftijd van de mens is zeventig jaar (Ps. 90:10).
  • Daniël spreekt over 70 weken (Dan. 9:2, 24vv).
  • Voorbeelden van het gebruik van 70 als aanduiding van een bepaalde veelheid zijn de 70 palmen te Elim (Ex. 15:27; Num. 33:9), de 70 verminkte koningen (Richt. 1:7), de 70 zoons van Gideon (Richt. 8:30; 9:18) en van Achab (2 Kon. 10:1), en de 70 zoons en kleinzoons van Abdon (Richt. 12:14).

 

.

E) Ter aanduiding van een grote menigte gebruikte men als rond getal 1000 (Ex. 20:6; 34:7) en 10.000 (Deut. 32:30; Ps. 91:7; Matt. 18:24; 1 Kor. 4:15; 14:19); een heel lange periode werd spreekwoordelijk 1000 jaar genoemd (Ps. 90:4; 2 Petr. 3:8; Opb. 20:2vv).

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

Vierde miniatuur: derde visioen van het Eerste Boek

Standaard

categorie : Hildergard Von Bingen

 

 

 

 

.

 

Derde visioen van het Eerste Boek

 

 

 

.
.
.
.
.
.
 Terwijl we deze prachtige compositie van Ptolomaeus’ wereldbeeld op ons laten inwerken, luisteren we naar wat de hemelse Stem zegt:
.
.

“God die alles door Zijn Wil te voorschijn riep, heeft ieder ding geschapen, opdat Zijn Naam erdoor gekend en geëerd zou zijn. Doch niet alleen het zichtbare en het tijdelijke maakt Hij door Zijn schepping bekend, maar ook het onzichtbare en het eeuwige.”

 

Door de zonde heeft de kosmos, die samengesteld is uit vier elementen aarde, water, lucht en vuur, zijn oorspronkelijke harmonie verloren. Maar de rol van de kosmos, symbool te zijn van de toekomstige en nieuwe harmonie, is voor Hildegard zoveel duidelijker geworden. Daarbij komt dat de wanorde en de barensweeën van de kosmos een grotere verbondenheid te weeg brengen tussen de mikro- en de makrokosmos.

Wat wellicht het eerste opvalt bij het zien van deze miniatuur, is de ovale vorm van de kosmos. Dit is een persoonlijk stempel die Hildegard hier legt op het reeds duizendjarig motief van het wereldbeeld, ontworpen door de Griekse astronoom Ptolomaeus uit de tweede eeuw na Christus.

De gangbare voorstelling is cirkelvormig, of zoals Hildegard zelf op latere leeftijd in haar Liber Divinorum Operum aangeeft, de vorm van een rad. Waarom spreekt zij hier van eivormig? In haar uitleg geeft zij er een symbolische betekenis aan. Deze vorm wijst de gelovige op de almachtige God, die niet te vatten is in zijn majesteit en niet te doorvorsen is in zijn geheimen.

Terwijl Hildegard nog bezig is met het mysterie van het kwaad, wijst zij reeds op God als bron en doel van onze hoop op het herstel van het nieuwe leven. Denken wij aan nieuw leven, dan denken wij ook aan een ei. Daar komt bij dat Hildegard, in haar poging om het onderscheid en verband tussen de verschillende elementen in de opbouw van de kosmos aan te duiden, het een prachtig beeld vond in het afpellen van de verschillende lagen van een ei rondom de dooier die in het midden hangt. De ronde vorm van de dooier was een voor de hand liggend beeld van de aarde, welke voor die tijd het middelpunt vormde van de hele samengestelde kosmos.

Dit grootse motief van de kosmos in eivorm is door de miniaturist uitgewerkt tegen een achtergrond van geel en blauw met witte puntjes. Hierover wordt niet gesproken in de tekst, maar het is mogelijk in deze twee kleuren een beeld van God zelf te zien, waarin de kosmos hangt. Het geel komen we straks tegen in miniatuur 27 voor de deugd Veritas, in miniatuur 29 voor de deugd Castitas en tenslotte in miniatuur 30 voor de Sapientia. Van haar wordt uitdrukkelijk gezegd, dat zij in goud gekleed gaan.

Maar de kunstenaar moest, omdat het bladgoud al zoveel gebruikt is, naar een andere kleur uitzien om de goudkleur uit te beelden, zoals in deze miniatuur naast de gouden vlammen. Zo slaat het geel, alias goud, op God als Scheppende Geest en het blauw op Zijn goedheid. Dit is te zien in de miniaturen 10 en 11.

Een tweede motief is de buitenste ring die bestaat uit vergulde met rood uitgetekende vlammen en de daarop volgende cirkel van een benauwende zwarte kleur. In deze laag zien we bliksemschichten en hagelkorrels uitgebeeld. Deze tegenstelling, tussen het vurig licht en de zwarte duisternis rondom de aardbol die in het midden van de blauwe sterrenhemel hangt, is voor Hildegard het beeld van het mysterie van het kwaad, dat zich opstelt tussen God en de geschapen mens.

Het is de strijd van het licht tegen de duisternis en zijn uiteindelijke overwinning waarover het hele boek Scivias spreekt. We zien in deze miniatuur nòg een keer de tegenstelling door goud en zwart uitgebeeld en wel in de wereldbol die daar in het midden zweeft. In de visioensbeschrijving is niet aangegeven hoe die zwevende bol er uitzag, alleen wordt er van een wereldbol gesproken.

Dom Baillet spreekt hier van de vier elementen, de aarde is groen, het water blauw en wit en hij probeert het goud en het zwart uit te leggen als vuur en lucht. Men kan ook uitleggen dat hier in het goud en het zwart weer die tegenstelling te zien is van licht en duisternis, het goed en kwaad.

Ditzelfde motief komt voor in de miniaturen over het doopsel waar Christus, de nieuw gedoopte, de twee wegen zal tonen. De ene weg naar het licht is aangeduid door het goud en de ander naar de duisternis is aangeduid door het zwart, nog verduidelijkt door de rode vlammen van de hel. Het feit, dat heel de compositie door de miniaturist binnen de omlijsting is gehouden, wijst op de overtuiging van Hildegard dat al het geschapene door de menselijke geest begrepen kan worden.

We zien in de buitenste ring van vlammen drie planeten samen met de grote zonnester die het kader van de eivorm overschrijden. Zij verbeelden het mysterie van de Menswording van de Eniggeborene des Vaders (steeds door de zon aangeduid omdat Hij de bron is van alle licht) en het mysterie van de Drievuldigheid die de menselijke geest te boven gaan. Maar tegelijk heeft de kunstenaar door dit overschrijden van het kader prachtig de eivorm van de kosmos onderstreept.

In de buitenste ring van vuur zien we rechts drie rode kopjes blazen. Zij stellen de Zuidenwind voor met haar nevenwinden, die hun oorsprong vinden in deze vurige zone. Links zien we in de buitenste ring drie groene kopjes uitgebeeld die bliksemschichten en hagelkorrels spuwen. Zij stellen de Noordenwind voor met haar nevenwinden. In de blauwe hemelse zone met de sterren huist de Oostenwind, onderaan door groene kopjes aangeduid, en in de waterhoudende ring rondom de aardbol bevindt zich de Westenwind, door drie grijze kopjes weergegeven.

Het motief van de vier windstreken speelde een grote rol in de verbeeldingswereld van de middeleeuwse mens en kreeg een grote plaats toebedeeld in de symbolentaal. Deze symbolen zullen we dan ook in onze miniaturenserie dikwijls ontmoeten. Zoals reeds gezegd, is het ei voor Hildegard een kernbeeld om de viriditas, de groeikracht van de hele schepping, uit te beelden. Op dit gegeven gaat het volgende visioen dieper in.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA