Tagarchief: wit

Witte engbloem : Vincetoxicum hirundinaria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

51815

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte, stuikachtige vorm en
– de in overhangende bijschermen staande bloemetjes met
– 5 wat bol staande, spitse, witte kroonbladen

 

 

092

 

 

 

Algemeen

 

Witte engbloem is een overblijvende, polvormende plant van 30 tot 120 cm hoog, die groeit op droge, kalkrijke grond op grazige plaatsen. De witte engbloem komt in heel Europa voor. De plant staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en matig afgenomen. Ook staat de plant op de Belgische Rode lijst van planten als met uitsterven bedreigd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met augustus. Ze bloeit met kleine witte bloemetjes, die bijschermen vormen naast de bladoksels. De iets hangende bloemen zijn stervormig. Ze hebben 5 kroonbladen en 5 meeldraden, die in wisselstand met elkaar staan. De kroonbladen zijn spits, de randen iets omgebogen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn aan de rand en aan de onderkant op de nerven kort behaard. Naar boven toe worden de bladeren smaller en de bladstelen korter. Ook de blad- en bloemstelen zijn kort behaard. De stengel is rechtopstaand (soms met overhangende top) en heeft boven het midden 1 rij kromme haren. Bij grotere planten is het bovenste deel van de stengels soms windend. Op te voedzame en te vochtige grond worden de stengels slap en gaan ze hangen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Witte engbloem is zeer giftig. Omdat ze braakneigingen opwekt is ze heel vroeger als tegengif gebruikt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m augustus
– bijscherm
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– donkergroen tot blauwgroen

Stengel
– rechtop
– 1 rij haren
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Stilbiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Stilbiet kan kleurloos tot wit en rozig tot rood zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glas-achtige tot parelmoerglans. Stilbiet behoort tot de zeolieten.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Stilbiet is afgeleid van het Griekse woord stilbe wat glans betekent.

.

.

.

apophyliet met stilbiet

.

.

Vindplaats

.

Stilbiet wordt o.a. gevonden in Noord-Amerika, India, Engeland en Schotland.

 

.

stilbiet uit India.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: NaCa4Al8Si28O72•30(H2O)

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 2,12 – 2.22

.

.

.

.

.

.

.

.

Cacholong of melkopaal

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Eigenschappen Melkopaal

 

 

Kleur :  wit met wat tekeningen

Vindplaats : wordt o.a. gevonden in Australië, Honduras, Brazilië, de Verenigde Staten en recentelijk ook Ethiopië.

Samenstelling :  SiO2.nH2O

Hardheid : 5-6

Dichtheid : 2

Kristalstelsel : amorf

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waterviolier : Hottonia palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-hottoniapalustrisinflorescence

 

 

Goed te herkennen aan
– de ijle trossen witte tot bleekroze bloemen en
– de groeiplaats; ondiep zoet water

 

 

3897

 

 

 

Algemeen

 

Waterviolier is een zoutmijdende, overblijvende waterplant, die groeit in ondiep, zoet water op voedselrijke, veelal venige bodem. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend. Het deel boven water wordt 20 tot 60 cm hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterviolier bloeit in mei en juni. De bloemen zijn wit tot bleekroze en hebben een geel hart. De bloeiwijze is een ijle tros, waarin de bloemen in ver uit elkaar staande kransen rond de bloeistengel staan. Elke krans bestaat uit ongeveer 6 bloemen. De delen die boven water staan (het bovenste deel van de stengel, de bloemstelen en kelk) zijn behaard met kleverige klierharen. Tijdens het rijpen van de vruchten krommen de vruchtstelen zich naar beneden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvende waterplant
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– wit tot bleekroze
– mei en juni
– pluim
– stervormig
– ongeveer 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– 1-nervig
– alleen onder water

Stengel
– rechtop
– onder water kaal
– boven water beklierd
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Cancriniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cancriniet is een kleurloos, wit, geel, groen of blauw mineraal met een glasachtige glans. Het carbonaat silicaat mineraal behoort tot de veldspaten. Het heeft een glasglans, een grijswitte streepkleur en de splijting is perfect volgens het kristalvlak [1010]. De gemiddelde dichtheid is 2,45 en de hardheid is 6. Het kristalstelsel is hexagonaal en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

Etymologie

 

Cancriniet is vernoemd naar Jegor Frantsevitsj Kankrin (Georg von Cancrin). Cancrin was de Russische minister van financiën toen het mineraal in 1839 voor het eerst werd gevonden in het Oeral gebergte.

 

 

 

 

Vindplaats

 

Cancriniet wordt gewonnen o.a. in Rusland, Duitsland, Canada, Noorwegen, Roemenië en de Verenigde Staten.

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Na6Ca2Al6Si6O24(CO3)2

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 2,4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veldsalie : Salvia pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

salvia-pratensis-veldsalie_small

 

 

Goed te herkennen aan
– grote blauwpaarse lipbloemen met een sterk gebogen bovenlip en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

 

dsc08913a

 

 

 

Algemeen

 

Veldsalie is een behaarde, licht aromatische plant. Ze kan tot 80 cm hoog worden. De plant komt in heel Europa voor, vooral Frankrijk. Veldsalie groeit op matig vochtige, kalkrijke grond in graslanden, wegbermen, op rivierduintjes en langs dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldsalie bloeit in mei, juni en juli met prachtige blauwpaarse (zelden lichtblauwe, roze of witte) lipbloemen van 15 tot 30 mm. Ze staan in losse schijnkransen van 4 tot 8 bloemen in de oksels van de schutbladen om de stengel. Zowel de bloemkroon als bloemkelk zijn bedekt met klierharen. De stijl steekt vrij ver buiten de bloem.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn lang gesteeld, langwerpig tot eirond en vormen een rozet. Aan de stengel zitten kleinere, kort gesteelde of zittende stengelbladeren.

 

 

sensation deep rose

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd veldsalie veel gebruikt in de keuken. Tegenwoordig gebruikt men echte salie (Salvia officinalis).

 

 

sensation white

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 80 cm

Bloem
– blauwpaars (zelden lichtblauw,
roze of wit)
– vanaf mei t/m juli, soms tot de herfst
– aarvormige bloeiwijze met losse   schijnkransen
– lipbloem
– 15 tot 30 mm
– kelk- en kroonbladen met klierharen
– kroonbladen vergroeid
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– maximaal 15 cm lang
– stengelbladeren :
– kleiner dan de rozetbladeren
– kruisgewijs tegenoverstaand
– kort gesteeld of zittend
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top iets spits
– rand gekarteld of dubbel gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– rimpelig
– bovenkant kaal
– onderkant sterk behaard, lichter van kleur

Stengel
– rechtop
– sterk behaard
– vierkantig

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Viltige hoornbloem : Cerastium tomentosum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

viltige-hoornbloem-4

.

.

Goed te herkennen aan
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen en 5 stijlen
– en de wit viltige beharing van de hele plant

.

.

cerastium-tomentosum-viltige-hoornbloem-65_65_866_b

.

.

Algemeen

.

De viltige hoornbloem, Cerastium tomentosum, waarbij de soortaanduiding tomentosum harig betekent, komt oorspronkelijk uit Italië. De bladeren zijn namelijk behaard en geven het blad de grijzige kleur. Daardoor vallen de witte bloemen een beetje weg tegen de achtergrond van al het blad. Wel is het de moeite waard de zaaddoosjes, waaraan deze plant zijn naam dank, eens van dicht bij te bekijken. Exemplaren die je hier in het wild tegenkomt, zijn via tuinafval verspreid. Je kan haar vinden in de duinen en in stedelijke gebieden.

.

.

.

.

.

.

Algemeen

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– verwilderde tuinplant
– 10 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– viltig behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– viltig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

cerastium-tomentosum

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

mijne kop a4

Bytowniet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Bytowniet is een calciumrijk mineraal dat behoort tot de veldspaten. Het mineraal is kleurloos of wit, geel of grijzig van kleur met een glasachtige glans. Bytowniet heeft een glasglans, een witte streepkleur, een perfecte splijting volgens kristalvlak [001] en een goede volgens [010]. De gemiddelde dichtheid is 2,71 en de hardheid is 7. Het kristalstelsel is triklien en het mineraal is noch radioactief, noch magnetisch.

.

.

.

.

Etymologie

.

Bytowniet is vernoemd naar de plaats Bytown (tegenwoordig Ottawa) in Canada.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Bytowniet wordt naast Canada ook gevonden in de Verenigde Staten, Schotland en Engeland, Noorwegen, Zuid-Afrika en Australië.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: (Ca,Na)(Si,Al)4O8

hardheid: 6 – 6,5

dichtheid: 2,72

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Smithsoniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Het mineraal smithsoniet of zinkspaat is een zink-carbonaat met de chemische formule ZnCO3. Het is ook bekend onder de benamingen galmei en kalamijn. De Franstalige naam voor het plaatsje Kelmis La Calamine verwijst naar laatstgenoemde benaming.

.

.

.

.

.

.

Eigenschappen

.

Smithsoniet kan wit, grijs, groen, roze of blauw zijn, met een witte streepkleur. Het heeft een soortelijk gewicht van 4,4 en een hardheid van 4,5 op de Hardheidsschaal van Mohs. De glans is glas- tot parelachtig en het materiaal is doorzichtig tot doorschijnend.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Smithsoniet is vernoemd naar de oprichter van het Smithsonian Institute.

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Het normaal voorkomend smithsoniet, supergenetisch ontstaan door oxidatie van zinkertsen, wordt geassocieerd met andere super genetische loodmineralen. De belangrijkste vindplaatsen zijn Broken Hill in Australië, Tsumeb  in Namibië en de Kelly-mijn te Magdalena in de Verenigde Staten. Ook in Monte Poni op Sardinië zijn mooie aggregaten en stalactieten gevonden.

In België wordt smithsoniet aangetroffen in de omgeving van Kelmis en Moresnet, alwaar het vroeger op grote schaal werd ontgonnen, vooral voor de productie van messing. De aanwezigheid van zink in de ondergrond heeft hier gezorgd voor een bijzondere flora met onder andere het beschermde zinkviooltje.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

Chemische samenstelling: ZnCO3

hardheid: 4 – 4,5

.

.

.

.

.

Smithsoniet
Smithsonite - USGS Mineral Specimens 016.jpg
Mineraal
Chemische formule ZnCO3
Kleur Wit, grijs, groen, roze of blauw
Streepkleur Wit
Hardheid 4 tot 4,5
Gemiddelde dichtheid 4,43 kg/dm3
Glans Glas- tot parelachtig
Opaciteit Zelden doorzichtig, doorschijnend
Breuk Conchoïdaal tot oneffen
Splijting [1011] Perfect
Kristaloptiek
Brekingsindices N1,621, N1,848-1,849
Dubbele breking 0,027
Bijzondere kenmerken Geen

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ringelwikke : Vicia hirsuta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2286-gr-ringelwikke

 

 

Goed te herkennen aan
– de trosjes hele kleine blauwachtig witte onopvallende bloemetjes
– en de behaarde peulen, meestal 2-zadig

 

 

vicia-hirsuta-ringelwikke-01

 

 

 

Algemeen

 

Ringelwikke is eenjarige, verspreid behaarde plant van 15 tot 60 cm hoog, die bloeit vanaf mei tot en met juli op open, droge, matig voedselrijke grond in akkers, bermen en duinen. Ze is zeer algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze van ringelwikke is een lang gesteeld trosje van 1-8(-10) blauwachtig witte bloemetjes. Vlag en zwaarden zijn meest wit, alleen de kortere kiel heeft een blauwe top. De kelk is ruw behaard en heeft ongelijke tanden.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan verspreid aan de sterk vertakte stengel, zijn samengesteld uit 4-10 paar deelblaadjes en eindigen in een vertakte rank.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De peulen zijn 7 tot 11 mm lang, behaard en bevatten meestal 2 zaden. Aan het einde van de rijping zijn ze bruin/zwart.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– tros
– vlinderbloem
– 2 tot 4 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond of uitgerand, soms met een     stekelig puntje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend of liggend
– weinig behaard
– stomp vierkantig of gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA