Tagarchief: wit

Witte waterlelie : Nymphaea alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

l_nymphaea-gonnere

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, witte (zelden rode), geurende bloemen met geel hart en
– de plaats waar ze bloeien …. in het water

 

 

waterlelie-shutter-630

 

 

 

Algemeen

 

Witte waterlelie is een opvallende waterplant van vrij diep, stilstaand tot zwak stromend, voedselrijk tot voedselarm water. Ze is zeer algemeen voorkomend en wordt ook aangeplant. De aangeplante soorten hebben ook gele en roze bloemen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met augustus. De drijvende of iets boven het water uitstekende bloemen verschijnen na de bladeren, zijn variabel in grootte, van 5,5 tot 18 cm in doorsnede, hebben 15 tot 25 witte kroonbladen en vier kelkbladen. De kelkbladen zijn groen of bruinachtig aan de buitenkant en wit aan de binnenkant. ’s Nachts en bij regen sluiten de bloemen zich ter bescherming van het stuifmeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De drijvende, leerachtige bladeren zijn nagenoeg rond met een hartvormige voet, 10 tot 30 cm in doorsnede. De bovenkant is glanzend groen, de onderkant lichtgroen, vaak roodachtig aangelopen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam

Bloem
– wit, zelden rood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 5,5 tot 18 cm
– stervormig
– 15 tot 25 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 5 tot 25 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond
– top rond
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

196

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Witte klaver : Trifolium repens

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_0623-gr-witte-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– het ronde bloemhoofdje met (room)witte vlinderbloemen en
– de halvemaanvormige lichte vlek op de bladeren

 

 

bloemen-witte-klaver1

 

 

 

Algemeen

 

Witte klaver is een zeer algemeen voorkomende soort, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke of brakke tot zilte grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Witte klaver bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemhoofdjes staan op lange bladerloze stelen en ruiken zoet. Ze zijn (room)wit met soms een roze waas. Ze verwelken van (room)wit via roze naar bruin. De uitgebloeide bloemen gaan hangen, de onderste het eerst. Aan de basis van het door de kroonbladen gevormde buisje wordt vrij veel nectar afgescheiden. De bloemen vormen daarom voor langtongige insecten, zoals bijen, een waardevolle nectarbron.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn lang gesteeld, 3-tallig (zelden 4) en voorzien van een halvemaanvormige lichte vlek. Omdat witte klaver een lange liggende stengel heeft, die op elke knoop kan wortelen, is ze moeilijk uit te roeien. Snel woekerend kan ze andere planten verdringen en soms hele tapijten vormen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– roomwit, soms met een roze waas
– vanaf mei tot in de herfst
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– op lange steel, meestal 3-tallig,
zelden 4-tallig
– samengesteld
– rond tot eirond, met
halvemaanvormige lichte vlek
– top stomp of uitgerand
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– bovengronds kruipend
– wortelend op knopen
– glad en kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

witte-klaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Witte engbloem : Vincetoxicum hirundinaria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

51815

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte, stuikachtige vorm en
– de in overhangende bijschermen staande bloemetjes met
– 5 wat bol staande, spitse, witte kroonbladen

 

 

092

 

 

 

Algemeen

 

Witte engbloem is een overblijvende, polvormende plant van 30 tot 120 cm hoog, die groeit op droge, kalkrijke grond op grazige plaatsen. De witte engbloem komt in heel Europa voor. De plant staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en matig afgenomen. Ook staat de plant op de Belgische Rode lijst van planten als met uitsterven bedreigd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met augustus. Ze bloeit met kleine witte bloemetjes, die bijschermen vormen naast de bladoksels. De iets hangende bloemen zijn stervormig. Ze hebben 5 kroonbladen en 5 meeldraden, die in wisselstand met elkaar staan. De kroonbladen zijn spits, de randen iets omgebogen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn aan de rand en aan de onderkant op de nerven kort behaard. Naar boven toe worden de bladeren smaller en de bladstelen korter. Ook de blad- en bloemstelen zijn kort behaard. De stengel is rechtopstaand (soms met overhangende top) en heeft boven het midden 1 rij kromme haren. Bij grotere planten is het bovenste deel van de stengels soms windend. Op te voedzame en te vochtige grond worden de stengels slap en gaan ze hangen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Witte engbloem is zeer giftig. Omdat ze braakneigingen opwekt is ze heel vroeger als tegengif gebruikt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m augustus
– bijscherm
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– donkergroen tot blauwgroen

Stengel
– rechtop
– 1 rij haren
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Stilbiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Stilbiet kan kleurloos tot wit en rozig tot rood zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glas-achtige tot parelmoerglans. Stilbiet behoort tot de zeolieten.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Stilbiet is afgeleid van het Griekse woord stilbe wat glans betekent.

.

.

.

apophyliet met stilbiet

.

.

Vindplaats

.

Stilbiet wordt o.a. gevonden in Noord-Amerika, India, Engeland en Schotland.

 

.

stilbiet uit India.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: NaCa4Al8Si28O72•30(H2O)

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 2,12 – 2.22

.

.

.

.

.

.

.

.

Cacholong of melkopaal

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Eigenschappen Melkopaal

 

 

Kleur :  wit met wat tekeningen

Vindplaats : wordt o.a. gevonden in Australië, Honduras, Brazilië, de Verenigde Staten en recentelijk ook Ethiopië.

Samenstelling :  SiO2.nH2O

Hardheid : 5-6

Dichtheid : 2

Kristalstelsel : amorf

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waterviolier : Hottonia palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-hottoniapalustrisinflorescence

 

 

Goed te herkennen aan
– de ijle trossen witte tot bleekroze bloemen en
– de groeiplaats; ondiep zoet water

 

 

3897

 

 

 

Algemeen

 

Waterviolier is een zoutmijdende, overblijvende waterplant, die groeit in ondiep, zoet water op voedselrijke, veelal venige bodem. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend. Het deel boven water wordt 20 tot 60 cm hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterviolier bloeit in mei en juni. De bloemen zijn wit tot bleekroze en hebben een geel hart. De bloeiwijze is een ijle tros, waarin de bloemen in ver uit elkaar staande kransen rond de bloeistengel staan. Elke krans bestaat uit ongeveer 6 bloemen. De delen die boven water staan (het bovenste deel van de stengel, de bloemstelen en kelk) zijn behaard met kleverige klierharen. Tijdens het rijpen van de vruchten krommen de vruchtstelen zich naar beneden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvende waterplant
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– wit tot bleekroze
– mei en juni
– pluim
– stervormig
– ongeveer 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– 1-nervig
– alleen onder water

Stengel
– rechtop
– onder water kaal
– boven water beklierd
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Cancriniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cancriniet is een kleurloos, wit, geel, groen of blauw mineraal met een glasachtige glans. Het carbonaat silicaat mineraal behoort tot de veldspaten. Het heeft een glasglans, een grijswitte streepkleur en de splijting is perfect volgens het kristalvlak [1010]. De gemiddelde dichtheid is 2,45 en de hardheid is 6. Het kristalstelsel is hexagonaal en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

Etymologie

 

Cancriniet is vernoemd naar Jegor Frantsevitsj Kankrin (Georg von Cancrin). Cancrin was de Russische minister van financiën toen het mineraal in 1839 voor het eerst werd gevonden in het Oeral gebergte.

 

 

 

 

Vindplaats

 

Cancriniet wordt gewonnen o.a. in Rusland, Duitsland, Canada, Noorwegen, Roemenië en de Verenigde Staten.

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Na6Ca2Al6Si6O24(CO3)2

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 2,4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veldsalie : Salvia pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

salvia-pratensis-veldsalie_small

 

 

Goed te herkennen aan
– grote blauwpaarse lipbloemen met een sterk gebogen bovenlip en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

 

dsc08913a

 

 

 

Algemeen

 

Veldsalie is een behaarde, licht aromatische plant. Ze kan tot 80 cm hoog worden. De plant komt in heel Europa voor, vooral Frankrijk. Veldsalie groeit op matig vochtige, kalkrijke grond in graslanden, wegbermen, op rivierduintjes en langs dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldsalie bloeit in mei, juni en juli met prachtige blauwpaarse (zelden lichtblauwe, roze of witte) lipbloemen van 15 tot 30 mm. Ze staan in losse schijnkransen van 4 tot 8 bloemen in de oksels van de schutbladen om de stengel. Zowel de bloemkroon als bloemkelk zijn bedekt met klierharen. De stijl steekt vrij ver buiten de bloem.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn lang gesteeld, langwerpig tot eirond en vormen een rozet. Aan de stengel zitten kleinere, kort gesteelde of zittende stengelbladeren.

 

 

sensation deep rose

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd veldsalie veel gebruikt in de keuken. Tegenwoordig gebruikt men echte salie (Salvia officinalis).

 

 

sensation white

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 80 cm

Bloem
– blauwpaars (zelden lichtblauw,
roze of wit)
– vanaf mei t/m juli, soms tot de herfst
– aarvormige bloeiwijze met losse   schijnkransen
– lipbloem
– 15 tot 30 mm
– kelk- en kroonbladen met klierharen
– kroonbladen vergroeid
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– maximaal 15 cm lang
– stengelbladeren :
– kleiner dan de rozetbladeren
– kruisgewijs tegenoverstaand
– kort gesteeld of zittend
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top iets spits
– rand gekarteld of dubbel gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– rimpelig
– bovenkant kaal
– onderkant sterk behaard, lichter van kleur

Stengel
– rechtop
– sterk behaard
– vierkantig

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Viltige hoornbloem : Cerastium tomentosum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

viltige-hoornbloem-4

.

.

Goed te herkennen aan
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen en 5 stijlen
– en de wit viltige beharing van de hele plant

.

.

cerastium-tomentosum-viltige-hoornbloem-65_65_866_b

.

.

Algemeen

.

De viltige hoornbloem, Cerastium tomentosum, waarbij de soortaanduiding tomentosum harig betekent, komt oorspronkelijk uit Italië. De bladeren zijn namelijk behaard en geven het blad de grijzige kleur. Daardoor vallen de witte bloemen een beetje weg tegen de achtergrond van al het blad. Wel is het de moeite waard de zaaddoosjes, waaraan deze plant zijn naam dank, eens van dicht bij te bekijken. Exemplaren die je hier in het wild tegenkomt, zijn via tuinafval verspreid. Je kan haar vinden in de duinen en in stedelijke gebieden.

.

.

.

.

.

.

Algemeen

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– verwilderde tuinplant
– 10 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– viltig behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– viltig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

cerastium-tomentosum

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

mijne kop a4

Bytowniet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Bytowniet is een calciumrijk mineraal dat behoort tot de veldspaten. Het mineraal is kleurloos of wit, geel of grijzig van kleur met een glasachtige glans. Bytowniet heeft een glasglans, een witte streepkleur, een perfecte splijting volgens kristalvlak [001] en een goede volgens [010]. De gemiddelde dichtheid is 2,71 en de hardheid is 7. Het kristalstelsel is triklien en het mineraal is noch radioactief, noch magnetisch.

.

.

.

.

Etymologie

.

Bytowniet is vernoemd naar de plaats Bytown (tegenwoordig Ottawa) in Canada.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Bytowniet wordt naast Canada ook gevonden in de Verenigde Staten, Schotland en Engeland, Noorwegen, Zuid-Afrika en Australië.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: (Ca,Na)(Si,Al)4O8

hardheid: 6 – 6,5

dichtheid: 2,72

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.