Tagarchief: grasland

Jakobskruiskruid : Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– gele bloemhoofdjes met 3-tandige straalbloemen en
– de tot dubbel geveerde bladeren en
– de omwindselbladen met zwarte top

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Jakobskruiskruid is een overblijvende plant, die groeit op open, grazige, droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, meestal zandige grond in grasland, duinen, uiterwaarden, bermen, op braakliggende gronden en dijken. Ze wordt 30 tot 90 cm hoog. Ze komt zeer algemeen voor.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Jakobskruiskruid bloeit vanaf juni tot en met oktober. De bloemenhoofdjes van jakobskruiskruid bestaan uit 12 tot 15 (meestal 13) gele afstaande straalbloemen met drie stompe tandjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot ontbrekend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m oktober
– hoofdjes in schermvormige pluim
– lint- en straalbloemen
– 1,5 tot 2,5 cm
– omwindselbladen met zwarte punt

Blad
– vespreid
– onderste veerdelig met eindslip
– bovenste tot dubbel geveerd
– vaak gekroesd
– top stomp
– rand gaaf
– veernervig

Stengel
– rechtop
– bovenaan sterk vertakt
– groen of roodbruin
– gegroefd
– spinnenwebachtige beharing, die later verdwijnt

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Akkerwinde : Convolvulus arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

akkerwinde

 

 

 

Goed te herkennen aan
– 5 roze tot donkerbruine strepen aan de buitenkant en
– de langwerpige tot eironde bladeren met pijl- of spiesvormige voet

 

 

geheel2-g

 

 

 

Algemeen

 

Akkerwinde is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze groeit op open, matig vochtige, voedselrijke, meestal omgewerkte grond, vooral in grasland, bermen, op braakliggende terreinen en langs spoorwegen, ook op stenige plaatsen.

 

 

muur

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met naar vanille geurende bloemen, die alleen overdag geopend zijn. Bij slecht weer blijven ze ook overdag gesloten. De bloemen zijn lang gesteeld en staan alleen of met 2 in de bladoksels. Ze zijn egaal wit of roze, of met meer of minder duidelijke, roze of witte strepen. De kroon is wijd trechtervormig met aan de buitenkant 5 donkerroze soms bruinachtige strepen. De bloemen bloeien maar 1 dag.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn langwerpig tot eironde en hebben een pijl- of spiesvormige voet. Akkerwinde heeft liggende of windende stengels tot 1 meter lang.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:

:

:

akkerwinde : heeft geurende bloemen omsloten door overlappende schutbladen en langwerpige tot eironde bladeren met pijl- of spiesvormige voet.

 

 

 

 

 

 

haagwinde : heeft grotere bloemen dan akkerwinde, niet geurend, omsloten door niet overlappende schutbladen en pijl- tot hartvormige bladeren.

 

 

 

 

 

 

zeewinde : heeft roze/bleek purperen bloemen met 5 witte strepen

 

 

zeewinde

 

 

 

Algemeen

 

windefamilie (Convolvulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 20 tot 100 cm

Bloem
– wit en/of roze
– vanaf juni t/m september
– gesteeld alleenstaand
– trechtervormig
– 1 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp of toegespitst
– rand gaaf
– voet pijl- of spiesvormig
– veernervig

Stengel
– windend of bovengronds liggend
– kaal of weinig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

lindman

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Wilde akelei : Aquilegia vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

2541480761_61680fe101-wilde

 

 

Goed te herkennen aan
de grote (3 – 5 cm), knikkende, paarsblauwe bloemen, met 5 uitstaande bloemdekbladen en 5 gespoorde nectariën in dezelfde kleur

 

 

60

 

 

 

Algemeen

 

Wilde akelei is een overblijvende plant van 45 tot 60 cm hoog. Ze groeit op vochtige, kalkrijke grond op lichte plekken in loofbossen, in beschaduwd grasland en in de duinen. Ze is vrij zeldzaam en wordt ook aangeboden als tuinplant. Als de kleur paarsblauw is, is het niet meer mogelijk om te bepalen of het gaat om wilde of door verwildering ontstane exemplaren. Andere kleuren, zoals wit, roze, rozerood of roodpaars, planten met gevulde bloemen of met bloemen met gereduceerd spoor zijn altijd exemplaren, die verwilderd zijn.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde akelei bloeit vanaf mei tot en met juli met grote, paarsblauwe, knikkende bloemen, die in losse, armbloemige trossen aan het einde van de gebogen stengel en zijstengels staan. Na de bloei strekken de stengels zich en staan de vruchten rechtop. De bloemen hebben 5 uitstaande bloemdekbladen. De nectariën staan rechtop tussen de bloemdekbladen in, hebben dezelfde kleuren en aan de bovenkant een naar binnen gekromde spoor.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn gesteeld, bovenkant groen en kaal, onderkant blauwgroen en behaard. De wortelbladen zijn het langst gesteeld, dubbel 3-tallig met gelobde blaadjes, de bovenste zijn 3-tallig tot 3-spletig, de hoogste bijna zittend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot zeldzaam
– ook als tuinplant
– 45 tot 60 cm

Bloem
– paarsblauw
– vanaf mei t/m juli
– armbloemige losse tros
– gespoord
– 3 tot 5 cm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– (dubbel) 3-tallig tot 3-spletig
– top stomp
– rand gelobd of gaaf
– veernervig
– onderkant blauwgroen en behaard
– bovenkant groen en kaal

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

 

 Heggenwikke : Vicia sepium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_3866-m-heggenwikke

 

 

Goed te herkennen aan
– blauwachtig- tot vuil blauwpaarse bloemen
– met paars gestreepte vlag en
– zeer ongelijke kelktanden en
– deelblaadjes die onder het midden het breedst zijn

 

 

jcs-vicia-sepium-48356

 

 

 

Algemeen

 

De heggenwikke  (Vicia sepium) is een vaste plant uit de vlinderbloemfamilie(Leguminosae) die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond. De heggenwikke is klimmend of kruipend en is te vinden langs wegen, in heggen (vandaar de Nederlandse naam), op bouwland, grasland en in gemengd bos.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met augustus met blauwachtig tot vuil blauwpaarse bloemen, die een paars gestreepte vlag hebben. Ze zijn zelden wit. De bloemen zijn kort gesteeld, hebben zeer ongelijke kelktanden en staan met 2-6 in de bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit 3-9 paar langwerpige tot eironde deelblaadjes, die onder het midden het breedst zijn. Aan het einde van het blad, in het verlengde van de bladspil zit een vertakte rank, waarmee heggenwikke zich vastgrijpt aan omringende planten en zo omhoog klimt. De stengels en bladeren hebben korte haartjes of ze zijn nagenoeg kaal. De steunblaadjes geven net als bij vergeten wikke nectar af, waar mieren op af komen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 100 cm

Bloem
– blauwachtig tot vuil blauwpaars
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 1,2 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 vergroeide kelkbladen met ongelijke   tanden
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– behaard
– deelblaadjes :
– eirond tot langwerpig
– onder het midden het breedst
– zeer kort gesteeld
– top (soms) iets uitgerand met spits     uitsteekseltje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– klimmend
– weinig behaard
– vierkant gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Zwarte toorts : Verbascum nigrum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de paars, wollig behaarde meeldraden en
– de purperrode vlek aan de basis van de kroonbladen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zwarte toorts is een overblijvende plant, die 60 tot 150 cm hoog die vrij algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op droge, matig voedselrijke grond in zandige bermen, ruig grasland, duinen, kapvlakten in bossen en op dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zwarte toorts bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen hebben gele kroonbladen, die aan de voet purperrood gevlekt zijn. Ze staan met twee tot tien in dichte kluwens, die samen een aarvormige, meestal onvertakte bloeiwijze vormen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Alle bladeren zijn van onderen zacht viltig behaard, de bovenkant is minder behaard. De onderste bladeren zijn duidelijk gesteeld met hartvormige voet. De bovenste bladeren zijn bijna zittend. Ook de stengel is een beetje viltig behaard.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

keizerskaars : niet of kort aflopende bladeren.

 

 

 

 

 

 

koningskaars : drie van de vijf meeldraden zijn wit wollig behaard. Bladeren lopen langs de steel af tot het vorige blad.

 

 

 

 

 

 

stalkaars : heeft een sterk vertakte, wollig behaarde stengel met talrijke bloeiaren en krijgt daardoor een bossig uiterlijk.

 

 

 

 

 

 

 

melige toorts : alle helmdraden wit wollig behaard, meestal witte bloemen soms geel. Zeer zeldzaam.

 

 

 

 

 

 

 

mottenkruid : bruin/rood-achtige bloemknoppen, helmdraden paars wollig behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
– overblijvend
– van zeer zeldzaam tot plaatselijk vrij   algemeen
– 60 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– aarvormige tros
– stervormig
– 1,2 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 paars behaarde meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig-eirond
– top spits
– rand gekarteld
– netnervig
– onderkant zacht viltig behaard
– onderste gesteeld met hartvormige   voet
– bovenste bijna zittend

Stengel
– rechtop
– licht viltig behaard
– geribd of meerkantig

zie wildebloemen.be