category / categorie : video
Vicki Jamison-Peterson sings and heals / Vicky Jamison-Peterson zingt en geneest
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
.
.
.
Het lot van de verloren tien stammen van Israël staat al tientallen jaren in de belangstelling. Tot ongeveer 1950 was de algemene mening het volgende: In de oorlog tegen de Assyriërs in 722 voor Christus, werd een groot deel van het volk Israël afgeslacht. De overlevenden werden door de Assyriërs in ballingschap gezonden. Zij vermengden zich met de heidenen en verdwenen als herkenbaar volk.
.

.
.
.
Sommige theologen zien geen onderscheid meer tussen Juda en Israël. Zij zijn van mening, dat het huidige Joodse volk niet alleen uit afstammelingen van Juda en Benjamin bestaat, maar ook uit leden van de andere tien stammen. Dat zou waar kunnen zijn, indien we naar menselijke maat meten. Uit de tien stammen hebben zich in de loop der eeuwen inderdaad beperkte aantallen bij de Joden gevoegd. Ezechiël 37:16 doet daar een verhelderende uitspraak over en uit die tekst blijkt, dat God hen daarom niet meer onder Israël telt, maar bij Juda.
Ook wordt gesteld dat het onderscheid tussen de twaalf stammen al grotendeels is weggevallen door onderlinge huwelijken. Ook dat lijkt een geldig argument. Weer dienen we te zeggen: naar menselijke maat gemeten. De Almachtige blijkt daar anders over te denken. De profeet Ezechiël is daar heel duidelijk over.
.
.
De profetieën van Ezechiël spreken over de terugkeer van de tien stammen van Israël in de Eindtijd. We citeren een aantal teksten uit de grondtekst.
Ezechiël 34:12 en 13a
Ik zal hen redden uit elke plaats waarheen zij verstrooid waren; Op de dag van wolken en dikke duisternis (= de oordelen van de Eindtijd). En zal Ik hen uit de naties tevoorschijn brengen.
De tekst spreekt over de Eindtijd. Aangezien de Joden al tientallen jaren bezig zijn terug te keren naar het land Kanaän en de Eindtijd nog niet is aangebroken, kunnen zij dus niet bedoeld zijn. Blijft over dat de tekst over de tien stammen van Israël spreekt. Dat volk is voor ons verborgen, daarom moet het tevoorschijn gebracht worden.
Ezechiël 34:16
De verlorene zal Ik opsporen en het verstrooide zal Ik terugbrengen.
Het Joodse volk (Juda en Benjamin) is nooit verloren geweest. Het is tot op de huidige dag herkenbaar (zoals zo schrijnend bleek bij de holocaust). Het hoeft dus niet opgespoord te worden, het volk Israël wel.
Ezechiël 36:24
Want Ik zal u uit de heidenvolken tevoorschijn brengen en Ik zal u verzamelen uit alle landen en Ik zal u terugbrengen naar uw eigen land.
Ook hier wordt gesproken van een volk, dat in de heidenvolken is opgegaan en daarom eerst zichtbaar gemaakt moet worden.
Ezechiël 37:12
Daarom, profeteer! Dan zult u tot hen zeggen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie toch! Ik zal uw graven openen en Ik zal u doen oprijzen uit uw graven, o mijn volk en Ik zal u terugbrengen naar het land van Israël.
Een dood volk herleeft. Weer een verwijzing naar de verdwenen tien stammen van Israël.
Ezechiël 37:16
Wat u betreft, mensenzoon: Neem houten panelen voor u en schrijf op het ene: Voor Juda en voor de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Neem dan een ander houten paneel en schrijf daarop: Voor Jozef – dat is het houten paneel van Efraïm – en geheel het huis van Israël die zijn metgezellen zijn;
Dit is een heel belangrijke uitspraak. Het spreekt over Juda en degenen van de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Dat zijn afstammelingen van de overige tien stammen, voorzover zij zich bij Juda (= de Joden) gevoegd hebben. Zij worden onder Juda geteld.
De tien stammen worden hier, onderscheidend, Jozef en Efraïm genoemd. Daarbij worden allen uit geheel het huis van Israël geteld (dus ook uit Juda en Benjamin), die daarbij horen, dus die met hen samenleven. Daarmee is de absolute scheiding tussen Israël en Juda hersteld.
Ezechiël 37:19
Zeg dan tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Ziet! Ik zal het houten paneel van Jozef nemen – dat in de hand van Efraïm is – en de stammen van Israël, zijn metgezellen. Dan zal Ik die bij de ander voegen – het houten paneel van Juda – en Ik zal hen tot één houten paneel maken. Zo zullen zij één worden in mijn hand.
In de Eindtijd worden Juda en Israël weer één. Dat is nog onvervulde profetie.
Ezechiël 37:21
Zeg vervolgens tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie Mij aan, die de zonen van Israël oppak van tussen de volken – waarheen zij ook gingen – en Ik zal hen overal vandaan verzamelen en hen terugbrengen naar hun eigen land.
Ook hier het beeld van een volk dat verdwenen is en dat door God zelf opgespoord wordt.
.

Regio Israël en Palestina: 9e eeuw voor Christus
.
.
Sinds de terugkeer van Juda (en Benjamin) is de belangstelling voor het lot van de overige tien stammen sterk gegroeid. Het feit, dat in die terugkeer een aantal profetieën vervuld zullen worden, bracht schriftgetrouwe onderzoekers tot de overtuiging, dat de profetieën over de tien stammen van Israël serieus genomen dienden te worden. Want de Bijbel spreekt ook over hun terugkeer. Die toenemende belangstelling stimuleerde onderzoek en zo kwamen vele feiten aan het licht.
.
.
Uiteenlopende bevolkingsgroepen worden genoemd als afstammelingen van Israël, of geloven dat zelf. Veel claims zijn volstrekte onzin, echter lang niet alle. Want het staat nu wel vast dat een aantal bevolkingsgroepen inderdaad van Israël afstammen. Joden en/of Israëlieten behoren helaas niet tot de meest geliefde mensen in de wereld en antisemitisme is vandaag een voortdurend toenemend kwaad.
Toch doet het wonderlijke fenomeen zich voor dat een stijgend aantal families, stammen en/of volken er aanspraak op maken, dat zij tot de verloren tien stammen van Israël behoren.
Een aantal door Joodse instanties wordt serieus genomen en onderzocht en sommige van die claims werden al bevestigd. Hier een aantal korte omschrijvingen van mogelijke kandidaten:
1. Lemba Joden
De Lemba wonen in Zuid-Afrika en spreken Bantu. Zij claimen van Israël af te stammen. Genetisch onderzoek heeft dat bevestigd.
2. B’ney Efraïm (kinderen van Efraïm)
Deze worden ook Telugu Joden genoemd. Zij wonen in Andhra Prades, in India, bij de delta van de rivier de Krishna. Ze zijn zo overtuigd van hun afkomst, dat ze Hebreeuws hebben geleerd en zich tot het Judaïsme hebben bekeerd.
3. B’ney Manashe (kinderen van Manasse)
Dit betreft een groep van onbekende grootte (sommigen spreken van 1-2 miljoen), die aan de noordoost grens van Manipur leven, in India en in Noord-Birma. In Birma worden zij de Lusi genoemd, dat betekent ‘de tien stammen’. In hun liederen en gebeden vinden we de naam Manasse veelvuldig terug. Zij zijn ervan overtuigd dat zij tot de stam Manasse behoren. Een deel van de B’ney Manashe heeft zich tot het Judaïsme bekeerd en vereert Jozef als hun stamvader. Zij bezitten geen geschreven geschiedenis. Echter, de overlevering spreekt van een tocht over een rood gekleurde zee (Rode Zee?) en over een wolkkolom, die hen leidde op hun zwerftocht.
4. Beta Israël (huis van Israël)
Dit zijn donkergekleurde Falasha’s van Ethiopische herkomst. De bevolkingsgroep telt ongeveer 120.000 leden. Hoewel een deel van hen in naam christen was, zijn ze vrijwel allen overgegaan naar het Joodse geloof. Zij zijn al als Joden erkend.
5. Igbo Joden
Die vinden we in Nigeria. Ze tellen ongeveer 40.000 leden. Zij spreken naast de landstaal, ook Hebreeuws. De Igbo’s beweren van Gad, Zebulon en Manasse af te stammen. Zij houden zich al eeuwen aan Joodse tradities.
China
In Jesaja 49:12 vinden we de volgende, intrigerende tekst, over de terugkeer van Israël: Zie, dezen komen uit de verte, genen uit het noorden en het westen, weer anderen uit het land Sinim.
Dit laatste woord (Grondtekst: çiynîym) betekent waarschijnlijk China. En ook daar vinden we sterke aanwijzingen dat daar afstammelingen van Israël leven.
6. Chiang Min Joden
Zij wonen in China, aan de grens met Tibet en houden een aantal Joodse religieuze gebruiken in ere. Zij kennen één God (wat heel ongewoon is in die streken) die zij Jawei noemen (Jahweh).
7. Kaifeng Joden
In China, in de Henan provincie, vinden we ook de Kaifeng Joden. Zij houden in hun religie en gebruiken het geloof der vaderen in stand en staan bekend als: De godsdienst die de pees verwijdert. De geschiedenis van de Kaifeng Joden gaat terug tot 1163, toen zij een synagoge bouwden. Volgens de overlevering kwamen zij in 200 v. Chr. vanuit Noord-India naar China en stammen zij af van de Joden, die onder Ezra verbannen werden (Ezra 9).
8. De Pashtun
Dit is een groot volk, want het telt 40-50 miljoen leden. Zij leven in Afghanistan, Pakistan en het noorden van Iran. Een deel van hen heeft waarschijnlijk Israëlische voorouders. Het oude Afghaanse koningshuis (de Mahmad Zei-familie) beweert zelfs van Mefiboseth, de zoon van Jonathan, de zoon van koning Saul, uit Benjamin, af te stammen (2 Samuël 9).
.

.
.Een aantal stamnamen toont een sterke overeenkomst met de tien stammen van Israël. Zoals: Efidi of Ephriti (Efraïm), Rabbani of Rebbani (Ruben) Shinwari (Simeon), Lewani of Levoni (Levi), Daftani (Naftali), de Gaji of Ghagi (Gad) en Ashurai (Aser). Veel Pashtun dragen een amulet met daarop de Hebreeuwse woorden: Shema Yisrael (= Hoor Israël) waarmee de morgen- en avondgebeden van vrome Joden beginnen. Onder de Pashtun-stammen worden zeer veel Joodse namen gevonden, al dan niet verbasterd. De Pashtun houden een groot aantal Joodse gebruiken in stand en passen besnijdenis toe, zoals de Mozaïsche wet voorschrijft, op de achtste dag. Zij werken of koken niet op de Sabbath. En in veel huizen van de Pashtun treffen we de ster van David aan.
.
.

.
.
.
.





























































Verdrijft kramp in de rug en helpt bij het loslaten van menstruatiekrampen
1. Ga met de rug plat op de grond liggen en de armen langs het lichaam op de grond.
2. Adem uit en trek je knieën langzaam naar je borst.
3. Adem in en pak met je handen het middelste deel van de scheenbenen vast. Druk de onderrug stevig in de grond. Geef je over aan de zwaartekracht en voel hoe de spanning loslaat.
Mukunda Stiles schrijft in zijn boek dat het langdurig aanhouden van deze houding – dat wil zeggen: tien tot dertig minuten – kramp in de rug kan doen verdwijnen. Je kunt de houding ook uitvoeren met je voeten tegen de muur gedrukt. Dit kan helpen bij het loslaten van menstruatiekrampen.

1: kroonblad
2: kelkblad
3: stempel
4: stijl
5: vruchtbeginsel
3+4+5: stamper
6: bloembodem
7: helmknop
8: helmdraad
7+8: meeldraad
9: nectarkliertje
10: bloemsteel
11: eicellen
12: stuifmeelkorrel


.
.
.
.
.
.

.
.
Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.
De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.
Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.
Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.
Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.
Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.
Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.
De laatste muur, nog in aanbouw, is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.
God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.
.
.
God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.
Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.
In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.
Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.
Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.
Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.
De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.
.
.
Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.
Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.
Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.
.
.
Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.
Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.
.
.
In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.
Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.
Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.
.
.
.
.
.
.
.
Ceratostigma willmottianum
Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.
.
Diegenen die onvoldoende vertrouwen in zichzelf hebben om hun eigen beslissingen te kunnen nemen. Ze zoeken voortdurend advies van anderen en worden dikwijls misleid.
.
.
.
Cerato zal je helpen om je individualiteit te vinden, je persoonlijkheid, en eenmaal bevrijd van invloeden van buiten zorgt het dat je de grote gift van wijsheid die je in je hebt kunt gebruiken ten behoeve van de mensheid.
Gedijt in warme zonnige omstandigheden en zal dus het beste groeien in beschutte plaatsen. Het wordt in tuinen gekweekt als sierheester.
Mensen die gemakkelijk beïnvloed worden. Voor degenen die geen vertrouwen hebben in zichzelf, die te veel leunen op het advies van anderen en eerst naar de een luisteren en dan naar een ander. Hun eigen gebrek aan zelfrespect zorgt dat ze iedereen die een sterke mening heeft te veel bewonderen en vertrouwen. Hierdoor kunnen ze gemakkelijk in moeilijkheden gebracht worden.
Als ze ziek zijn zijn ze er vrij zeker van dat het ene middel ze zal genezen, totdat ze horen van iets anders, en zo haasten ze zich van het ene probeersel naar het andere, afhankelijk van het laatste advies dat ze gehad hebben. Ze zullen bijna alles doen wat goed of slecht voor hen is als de redenering maar krachtig genoeg is. Ze vertrouwen niet op hun eigen goede oordeel.
In plaats van die dingen te doen die ze zelf willen of die ze graag doen, zullen ze vaak napraten wat anderen adviseerden of dachten. De ideeën en meningen van anderen zijn te belangrijk voor hen, en dit berooft hen van hun eigen persoonlijkheid. Ze zullen altijd een uitvlucht hebben voor wat ze doen.
.
.
.


.
.
In het midden van de 16de eeuw begon Nieuwjaar in verschillende streken op een andere datum: op 1 maart, op Pasen, op kerstdag óf op 1 januari. In 1563 besliste de Franse koning Karel IX dat 1 januari voortaan nieuwjaarsdag zou zijn.
Op 16 juni 1575 nam Luis de Requesens y Zúñiga dezelfde beslissing voor de Zuidelijke Nederlanden. Na de invoering van de gregoriaanse kalender in 1582 haalde 1 januari het als Nieuwjaardag in steeds meer landen in Europa en daarna de wereld (met vandaag nog steeds als grote uitzondering het Chinese nieuwjaar).
Oorspronkelijk werd in sommige streken acht dagen na Kerstmis de besnijdenis van Christus herdacht, maar hieraan wordt al lange tijd geen aandacht meer geschonken. Nieuwjaar is dus geen uitsluitend christelijk feest, want alle levensbeschouwingen vieren namelijk de overgang van oud naar nieuw.
.
Het vieren van de overgang van oud naar nieuw vangt aan op oudejaarsavond. Sommigen spreken van Silvester avond, naar de gelijknamige paus uit de vierde eeuw. De heilig verklaarde paus wordt door katholieken immers op 31 december gevierd, wat tevens ook zijn sterfdag is. Op oudejaarsavond komen families en vrienden vaak bijeen voor een uitgebreide feestmaaltijd.
In tegenstelling tot op kerstavond kiezen heel wat mensen ervoor om uit eten te gaan in één van de vele restaurants die een oudejaarsmenu aanbieden. Volgens een recente studie van Oivo zou het gaan om één op de tien feestvierders.
Oudejaarsavond is dan ook minder een familieaangelegenheid en wordt niet uitsluitend thuis gevierd. Veel mensen trekken rond middernacht naar het centrum van de stad om het vuurwerk te bewonderen. Sommigen gaan daarna nog uit en dansen tot in de vroege uurtjes.
.
.
.
.
Wanneer het bijna middernacht is, wordt luidkeels afgeteld naar het nieuwe jaar. Hierbij wordt in de meeste gevallen geklonken met champagne, die wordt gezien als een gelukswijn. Champagne zoals we die nu kennen, als een schuimende wijn, werd pas vanaf het begin van de 18de eeuw op regelmatige basis gemaakt.
Niet iedere parelende wijn mag zich zomaar champagne noemen. Dat mogen enkel die wijnen uit de champagnestreek die volgens een bepaalde methode zijn gemaakt. De grenzen van die regio werden in 1927 wettelijk vastgelegd. De laatste jaren zijn de Spaanse en Italiaanse varianten (cava en prosecco) aan een opmars bezig.
Over waarom mensen klinken met glazen bestaan verschillende theorieën. Volgens sommigen klinken we omdat dat de boze geesten zou verjagen. Anderen beweren dan weer dat de gewoonte een voorzorgsmaatregel uit de middeleeuwen is. Om er zeker van te zijn dat de aangeboden drank geen gif bevatte, tikte men de bekers vrij hard tegen elkaar.
Daardoor spatte de wijn op en vermengden de dranken zich met elkaar. Als één van de partijen daarna niet dronk, wekte dat argwaan op. Vandaag de dag is het klinken van de glazen eerder een teken van genegenheid en goede wil dan van veiligheid en argwaan.
Na het klinken geven zeggen de feestvierders ‘gelukkig Nieuwjaar’ en geven ze elkaar een aantal kussen. Dat zijn er doorgaans drie, al worden er in sommige streken van ons land ook vier kussen gegeven om het nieuwe jaar in te zetten.
.
.
Ter ere van de jaarwisseling wordt tegenwoordig vuurwerk ontstoken. Vroeger klonken kanonschoten door de straten, maar via China is vuurwerk ook in onze contreien populair geworden en heeft het de plaats ingenomen van de kanonschoten. In de 18de en 19de eeuw organiseerde de adel af en toe vuurwerkspektakels tijdens belangrijke feesten.
In België speelde vuurwerk al vrij vroeg een rol bij officiële openbare feesten. In 1834 bijvoorbeeld werd er een groot vuurwerk ontstoken tijdens de laatste dag van de Nationale Feesten, die toen nog in september werden gevierd. Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw organiseerden heel wat steden en gemeenten regelmatig vuurwerk tijdens publieke feesten.
Vandaag de dag trakteren de meeste grote steden hun inwoners op een vuurwerkspektakel op oudejaarsavond. Ook heel wat particulieren steken op dat moment vuurwerk af in hun tuin. Vaak luiden tijdens de jaarwisseling de kerkklokken en loeien er overal sirenes.
Al dat lawaai diende er oorspronkelijk voor te zorgen dat de slechte geesten werden verjaagd. Vandaag de dag staat zo goed als niemand nog stil bij deze betekenis en wordt er vooral veel lawaai gemaakt omdat dat leuk wordt gevonden.
.
.
Ook op nieuwjaarsdag zelf komen families en vrienden vaak bijeen om aan elkaar gelukwensen over te brengen en om goede voornemens aan elkaar kenbaar te maken. Soms worden er zelfs geschenken uitgedeeld. Velen stellen dit familiefeest echter enkele dagen uit omdat er de avond ervoor doorgaans te lang wordt gefeest. Velen brengen nieuwjaarsdag zelf dus in hun bed door.
.
.
Het voorlezen van nieuwjaarsbrieven op 1 januari is ongetwijfeld het bekendste nieuwjaarsgebruik in Vlaanderen. Die gewoonte gaat bovendien al eeuwen terug. Zo zijn er brieven bewaard van de uitgeversfamilie Plantijn-Moretus uit het einde van de 16de eeuw. De jongens schreven gedichten in het Latijn en werden daarvoor beloond met boeken.
Nieuwjaarsbrieven waren in die tijd geen wijdverspreid fenomeen en kwamen slechts voor bij gezinnen uit de rijke burgerij. In de loop van de 18de eeuw drong het schrijven van nieuwjaarsbrieven door in de scholen, waardoor de traditie stilaan meer ingeburgerd raakte. Toch kunnen we nog niet spreken van een grote doorbraak. Door sociale omstandigheden gingen heel wat kinderen immers niet naar school.
Dat veranderende aan het einde van de negentiende eeuw, maar vooral door de invoering van de algemene leerplicht in 1914. In die periode steeg de populariteit van nieuwjaarsbrieven aanzienlijk en werd het gebruik verspreid onder alle lagen van de bevolking. Ook in Nederland werden nieuwjaarsbrieven op school geschreven, maar daar verdwenen ze na de Tweede Wereldoorlog.
Aanvankelijk waren de brieven mooie bladen met vergulde of zilveren randen. De leerkracht schreef de aanhef doorgaans zelf, in sierlijke letters. De kinderen moesten daarna foutloos de rest van de tekst overpennen in schoonschrift. Vaak gingen daar ettelijke kalligrafie lessen aan vooraf. Niet alleen het schrijven, ook de inhoud van de brief was vaak een hele uitdaging.
De zelfgeschreven wensen waren meestal lang en in moeilijke woorden geformuleerd. In iedere brief bedankte het kind de volwassenen voor de goede zorgen, wenste het hen het allerbeste toe voor het nieuwe jaar en beloofde het om volgend jaar nog beter zijn best te doen op school.
Een typische zin uit een brief van rond de eeuwwisseling ging bijvoorbeeld als volgt: ‘Nu ook ben ik hier weer om u mijn gelukwensen aan te bieden, om u te verzekeren dat mijn liefde niet verzwakt en dat ik immer trouw wil blijven aan de goede voornemens, die ik reeds zo menigmaal heb gevormd.’ Voor de kinderen was het geen sinecure om dergelijke brieven voor te lezen.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de nieuwjaarsbrieven meer afgestemd op de leefwereld van het kind. Het besef groeide dat kinderen het moeilijke vocabularium en de lange volzinnen niet altijd even goed begrepen. De wensen werden korter en makkelijker van taal. Ook werd er meer gebruik gemaakt van rijm, zeker bij de jongste kinderen.
In de jaren 1960 klonk een typische nieuwjaarswens als volgt: ‘Liefste ouders, ‘k Wist het wel dat alle mensen U vandaag weer Nieuwjaar wensen. En ik dacht, er moet van mij ook dan maar een woordje bij.’ Ook de vorm van de brieven veranderde grondig in die periode. Nieuwjaarsbrieven werden steeds vaker commercieel geproduceerd, waardoor de afbeeldingen kinderlijker werden.
De katholieke symbolen zoals een afbeelding van het Heilig Hart, Jezus, Maria of de Heilige Antonius ruimden vanaf de jaren 1960 steeds vaker plaats voor wintertaferelen. Uitgever Ben Roggeman uit Schellebelle speelde daarbij bij een belangrijke rol.
In 1960 bracht hij het boek ‘De honderd nieuwjaarsbrieven voor kinderen van de lagere school’ uit waarin hij meer dan één lans brak voor de vernieuwing van de nieuwjaarsbrief. De hedendaagse brieven worden voornamelijk uitgegeven bij Abimo Uitgeverij en Bvba Beuselinck.
Vandaag wordt de nieuwjaarsbrief, meestal in versvorm, op school geschreven en ingestudeerd. Op Nieuwjaar wordt de brief door kinderen jonger dan twaalf jaar aan de ouders, de grootouders, de (doop)meter en de (doop)peter voorgelezen. Niet alle scholen kiezen nog voor een traditionele brief.
Zo worden de wensen soms geschreven op een creatief bewerkte T-shirt, een puzzel of zelfs vers gebakken koekjes. Nadat de brief is voorgedragen, wordt er geapplaudisseerd en krijgt het kind een kleine beloning zoals een cadeautje of geld. Dikwijls wordt er ook al lachend gezegd: “Liefste meter/peter, hoe meer je me geeft, hoe beter!”
.
.
.
Vóór of na Nieuwjaar worden er postkaarten verstuurd naar familie en vrienden met daarop de mooiste nieuwjaarswensen. Kaarten met nieuwjaarswensen worden soms ook kerstkaarten genoemd omdat ze vaak kerst- en eindejaarswensen combineren. De allereerste commerciële kerstkaart (1843) wordt toegeschreven aan de Britse tekenaar John Calcott Horsley.
Die tekende een familie tijdens het kerstdiner. Op de kaart stond ‘A Merry Christmas and a Happy New Year to You’, een zin die nog steeds heel wat kerstkaarten siert. Vanuit Groot-Brittannië waaide het gebruik over naar onze contreien. De etiquette regels van de negentiende eeuw bepaalden dat men zijn naasten binnen de veertien dagen na Nieuwjaar het beste moest toewensen.
Die bezoeken werden langzaamaan vervangen door schriftelijke wensen op een gedrukte postkaart. De allereerste postzegel van België werd uitgegeven in het jaar 1849. Het versturen van kaarten werd op die manier veel goedkoper. Rond de eeuwwisseling daalde ook de prijs van de wenskaarten aanzienlijk, dankzij nieuwe drukprocedés en de interesse van een aantal grote uitgeverijen.
Die drukten de postkaarten massaal op dik karton op het standaardformaat van 9 op 14 cm. Het versturen van kerstkaarten is nog steeds populair. Tegenwoordig worden er echter minder en minder kaarten met de post verstuurd.
In de plaats daarvan kiezen de meesten voor een e-card of een sms die naar velen tegelijk kan worden gestuurd. Op oudejaarsavond worden er wereldwijd zodanig veel sms’jes verstuurd dat de verschillende netwerken meestal overbelast geraken.
.
.
Reeds in de middeleeuwen trokken nieuwjaarszangers van deur tot deur om liederen te zingen in ruil voor wat voedsel of geld. Oorspronkelijk werd nieuwjaarszingen enkel gedaan door minderbedeelde volwassenen. Ondertussen is deze traditie getransformeerd en wordt er vooral gezongen voor het plezier.
Het zijn meestal kinderen, en soms ook jongeren, die tegenwoordig de dag vóór Nieuwjaar van deur tot deur trekken om nieuwjaarsliedjes te zingen in ruil voor snoepgoed, fruit of wat geld. Er wordt dan dikwijls gezongen: ‘Nieuwjaarke zoete, ons varken heeft vier voeten, vier voeten en een staart, is dat nu geen centje waard?’
Wanneer de deur niet wordt geopend, zingen de kinderen: ‘Hoog huis, laag huis, er zit een gierige pin in huis!’ Deze traditie is echter zeer lokaal en wordt dus niet overal beoefend. Onder andere in de provincie Antwerpen gaan vele kinderen nog jaarlijks nieuwjaars- of koekenzingen. In andere provincies trekken kinderen er meestal pas op 6 januari op uit om Driekoningen te zingen.
.
.
Voornamelijk in de provincie West-Vlaanderen worden er tijdens de nieuwjaarsperiode lukken gebakken. Lukken zijn harde suikerwafeltjes die in een speciaal lukken ijzer worden gebakken. Voor wie niet over zo’n speciaal wafelijzer beschikt, zijn de lukken natuurlijk ook gewoon te koop.
In alle provincies worden er bovendien dikwijls gewone wafels of pannenkoeken gebakken, afhankelijk van de lokale of familiale tradities. Ook typisch voor de nieuwjaarsperiode zijn de hartvormige peper- of lekkerkoeken. Deze peperkoeken worden versierd met chocolade of met suikerglazuur en het zijn meestal de grootouders die zo’n koek schenken aan hun kleinkinderen, of andersom.
Dat de peperkoek in de vorm van een hart wordt gemaakt, heeft te maken met de symboliek ervan: een hart symboliseert namelijk het leven. Ook worden er in sommige streken nieuwjaarsspekken of nieuwjaarkes uitgedeeld. Dit zijn ruitvormige harde snoepjes met een rode kleur en witte stippen die overwegend een anijssmaak hebben.
.
.
Er worden telkens verschillende nieuwjaarsconcerten georganiseerd. Het jaarlijks nieuwjaarsconcert in Wenen dat in vele landen wordt uitgezonden, is één van de bekendste.
.
.
De overgang van oud naar nieuw wordt beschouwd als een ideaal moment om te reflecteren over het voorbije jaar en om goede voornemens te maken voor het nieuwe jaar. Tegenwoordig zijn de klassiekers onder andere stoppen met roken, gezonder leven en meer sporten. Velen slagen er echter niet in om hun goede voornemens vol te houden.
.
.
Zelfs na Nieuwjaar blijft er gevierd worden. Zo organiseren vele bedrijven, gemeenten, steden en verenigingen nieuwjaarsrecepties. De nieuwjaarsrecepties die door steden worden georganiseerd, trekken jaarlijks veel inwoners. De winterse temperaturen worden graag getrotseerd om de toespraak van de burgemeester te horen, om met alle stadsgenoten te klinken op het nieuwe jaar en om te genieten van de verschillende muziekoptredens.
.
.
.
Krantenbezorgers, postbodes, vuilnismannen en anderen krijgen in verschillende gemeenten en steden een drankje of nieuwjaarsgeld aangeboden door sommige inwoners.
.
.
.
IJsberen zijn sportievelingen die tijdens de wintermaanden in clubverband of individueel in openlucht zwemmen. Het hoogtepunt van de winterzwemming is de nieuwjaarsduik, die traditioneel op een van de eerste dagen van het jaar plaatsheeft. In Vlaanderen is de nieuwjaarsduik in Oostende, die de laatste jaren uitgegroeid is tot een massa-evenement met duizenden deelnemers, de bekendste.
Deze nieuwjaarsduik werd een eerste keer georganiseerd in 1987. Een ijsberenclub uit Deinze vroeg aan het Oostendse stadsbestuur een uitzondering op het verbod om tijdens de winterperiode in de Noordzee te mogen zwemmen. Tijdens de nieuwjaarsduik trotseren ze allemaal even het koude Noordzeewater om de kater van de eindejaarsfeesten te bevriezen en het nieuwe jaar gezond in te zetten.
Sommigen onder hen zijn getooid in de gekste kostuums wanneer ze zich in de Noordzee wagen. Na de duik kunnen de koukleumen zich opwarmen aan een jenevertje of een kop soep en natuurlijk worden er ook heel wat nieuwjaarswensen uitgewisseld. Het succes vandaag inspireerde ook andere Belgische kustgemeenten zoals Wenduine, Bredene en De Haan om een gelijkaardig initiatief op poten te zetten.
Het nieuwe jaar starten met een nieuwjaarsduik is een relatief jonge traditie. De bakermat van de nieuwjaarsduik zou te vinden zijn bij ijsberenclubs van over de oceaan, en dan met name uit Canada en Noord-Amerika. Ook op heel wat andere plaatsen in de wereld wint de nieuwjaarsduik aan populariteit.
Zo is buurland Nederland, dat ijspret traditioneel hoog in het vaandel draagt, al langer dol op de nieuwjaarsduik. De overlevering zegt dat de eerste nieuwjaarsduik in Nederland werd genomen in 1959. De jaarlijkse nieuwjaarsduik in de badplaats Schevingen is intussen wereldvermaard en trekt ijsberen uit binnen- en buitenland aan.
In de Italiaanse hoofdstad Rome, zijn er echte waaghalzen aan het werk: slechts een handvol duikers durft het aan om van een 17 meter hoge brug in het ijskoude water van de Tiber te springen. Deze Italiaanse duik is al sinds 1946 een traditie en heeft jaarlijks heel wat bekijks. Ook een aantal variaties op de nieuwjaarsduik hebben intussen een plekje veroverd.
Zo wordt er op sommige plaatsen geen nieuwjaarsduik, maar een kerstduik georganiseerd. De bekendste en oudste kerstduik in Vlaanderen is die in Brugge, waar de leden van de Brugse IJsberen Kring al sinds 1973 in de Reie duiken rond Kerstdag.
Een nieuwjaarsduik levert altijd spectaculaire en kleurrijke (televisie)beelden op en de media zijn er dol op. Samen met de beelden van de feestvierders en het vuurwerk, gaan deze beelden rond Nieuwjaar de wereld rond. De nieuwjaarsduik is dan ook wereldwijd uitgegroeid tot een vaste waarde in het nieuwjaarsgebeuren.
.
.
Om het oude jaar definitief vaarwel te zeggen, worden in de loop van januari, meestal het weekend na Driekoningen, in de meeste gemeenten de kerstbomen ingezameld om te verbranden. Iedereen komt dan samen om de kerstboomverbranding te aanschouwen en om het lengen van de dagen te vieren met het licht dat afkomstig is van de verbranding
Deze kerstboomverbrandingen worden soms ook nieuwjaarsvuren genoemd. Ook hiermee werd oorspronkelijk geprobeerd om de slechte geesten te verdrijven. Bovendien zou het ongeluk brengen om na Nieuwjaar nog kerstgroen in huis te hebben, daarom moet het allemaal worden verbrand.
.