Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Mark 7 (Part 1) : 1-23 – God looks at the heart
.
Marcus 7 (deel1) : 1-23 – God kijkt naar het hart
.
Paul LeBoutillier
.
.




.
.
.
Het lot van de verloren tien stammen van Israël staat al tientallen jaren in de belangstelling. Tot ongeveer 1950 was de algemene mening het volgende: In de oorlog tegen de Assyriërs in 722 voor Christus, werd een groot deel van het volk Israël afgeslacht. De overlevenden werden door de Assyriërs in ballingschap gezonden. Zij vermengden zich met de heidenen en verdwenen als herkenbaar volk.
.

.
.
.
Sommige theologen zien geen onderscheid meer tussen Juda en Israël. Zij zijn van mening, dat het huidige Joodse volk niet alleen uit afstammelingen van Juda en Benjamin bestaat, maar ook uit leden van de andere tien stammen. Dat zou waar kunnen zijn, indien we naar menselijke maat meten. Uit de tien stammen hebben zich in de loop der eeuwen inderdaad beperkte aantallen bij de Joden gevoegd. Ezechiël 37:16 doet daar een verhelderende uitspraak over en uit die tekst blijkt, dat God hen daarom niet meer onder Israël telt, maar bij Juda.
Ook wordt gesteld dat het onderscheid tussen de twaalf stammen al grotendeels is weggevallen door onderlinge huwelijken. Ook dat lijkt een geldig argument. Weer dienen we te zeggen: naar menselijke maat gemeten. De Almachtige blijkt daar anders over te denken. De profeet Ezechiël is daar heel duidelijk over.
.
.
De profetieën van Ezechiël spreken over de terugkeer van de tien stammen van Israël in de Eindtijd. We citeren een aantal teksten uit de grondtekst.
Ezechiël 34:12 en 13a
Ik zal hen redden uit elke plaats waarheen zij verstrooid waren; Op de dag van wolken en dikke duisternis (= de oordelen van de Eindtijd). En zal Ik hen uit de naties tevoorschijn brengen.
De tekst spreekt over de Eindtijd. Aangezien de Joden al tientallen jaren bezig zijn terug te keren naar het land Kanaän en de Eindtijd nog niet is aangebroken, kunnen zij dus niet bedoeld zijn. Blijft over dat de tekst over de tien stammen van Israël spreekt. Dat volk is voor ons verborgen, daarom moet het tevoorschijn gebracht worden.
Ezechiël 34:16
De verlorene zal Ik opsporen en het verstrooide zal Ik terugbrengen.
Het Joodse volk (Juda en Benjamin) is nooit verloren geweest. Het is tot op de huidige dag herkenbaar (zoals zo schrijnend bleek bij de holocaust). Het hoeft dus niet opgespoord te worden, het volk Israël wel.
Ezechiël 36:24
Want Ik zal u uit de heidenvolken tevoorschijn brengen en Ik zal u verzamelen uit alle landen en Ik zal u terugbrengen naar uw eigen land.
Ook hier wordt gesproken van een volk, dat in de heidenvolken is opgegaan en daarom eerst zichtbaar gemaakt moet worden.
Ezechiël 37:12
Daarom, profeteer! Dan zult u tot hen zeggen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie toch! Ik zal uw graven openen en Ik zal u doen oprijzen uit uw graven, o mijn volk en Ik zal u terugbrengen naar het land van Israël.
Een dood volk herleeft. Weer een verwijzing naar de verdwenen tien stammen van Israël.
Ezechiël 37:16
Wat u betreft, mensenzoon: Neem houten panelen voor u en schrijf op het ene: Voor Juda en voor de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Neem dan een ander houten paneel en schrijf daarop: Voor Jozef – dat is het houten paneel van Efraïm – en geheel het huis van Israël die zijn metgezellen zijn;
Dit is een heel belangrijke uitspraak. Het spreekt over Juda en degenen van de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Dat zijn afstammelingen van de overige tien stammen, voorzover zij zich bij Juda (= de Joden) gevoegd hebben. Zij worden onder Juda geteld.
De tien stammen worden hier, onderscheidend, Jozef en Efraïm genoemd. Daarbij worden allen uit geheel het huis van Israël geteld (dus ook uit Juda en Benjamin), die daarbij horen, dus die met hen samenleven. Daarmee is de absolute scheiding tussen Israël en Juda hersteld.
Ezechiël 37:19
Zeg dan tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Ziet! Ik zal het houten paneel van Jozef nemen – dat in de hand van Efraïm is – en de stammen van Israël, zijn metgezellen. Dan zal Ik die bij de ander voegen – het houten paneel van Juda – en Ik zal hen tot één houten paneel maken. Zo zullen zij één worden in mijn hand.
In de Eindtijd worden Juda en Israël weer één. Dat is nog onvervulde profetie.
Ezechiël 37:21
Zeg vervolgens tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie Mij aan, die de zonen van Israël oppak van tussen de volken – waarheen zij ook gingen – en Ik zal hen overal vandaan verzamelen en hen terugbrengen naar hun eigen land.
Ook hier het beeld van een volk dat verdwenen is en dat door God zelf opgespoord wordt.
.

Regio Israël en Palestina: 9e eeuw voor Christus
.
.
Sinds de terugkeer van Juda (en Benjamin) is de belangstelling voor het lot van de overige tien stammen sterk gegroeid. Het feit, dat in die terugkeer een aantal profetieën vervuld zullen worden, bracht schriftgetrouwe onderzoekers tot de overtuiging, dat de profetieën over de tien stammen van Israël serieus genomen dienden te worden. Want de Bijbel spreekt ook over hun terugkeer. Die toenemende belangstelling stimuleerde onderzoek en zo kwamen vele feiten aan het licht.
.
.
Uiteenlopende bevolkingsgroepen worden genoemd als afstammelingen van Israël, of geloven dat zelf. Veel claims zijn volstrekte onzin, echter lang niet alle. Want het staat nu wel vast dat een aantal bevolkingsgroepen inderdaad van Israël afstammen. Joden en/of Israëlieten behoren helaas niet tot de meest geliefde mensen in de wereld en antisemitisme is vandaag een voortdurend toenemend kwaad.
Toch doet het wonderlijke fenomeen zich voor dat een stijgend aantal families, stammen en/of volken er aanspraak op maken, dat zij tot de verloren tien stammen van Israël behoren.
Een aantal door Joodse instanties wordt serieus genomen en onderzocht en sommige van die claims werden al bevestigd. Hier een aantal korte omschrijvingen van mogelijke kandidaten:
1. Lemba Joden
De Lemba wonen in Zuid-Afrika en spreken Bantu. Zij claimen van Israël af te stammen. Genetisch onderzoek heeft dat bevestigd.
2. B’ney Efraïm (kinderen van Efraïm)
Deze worden ook Telugu Joden genoemd. Zij wonen in Andhra Prades, in India, bij de delta van de rivier de Krishna. Ze zijn zo overtuigd van hun afkomst, dat ze Hebreeuws hebben geleerd en zich tot het Judaïsme hebben bekeerd.
3. B’ney Manashe (kinderen van Manasse)
Dit betreft een groep van onbekende grootte (sommigen spreken van 1-2 miljoen), die aan de noordoost grens van Manipur leven, in India en in Noord-Birma. In Birma worden zij de Lusi genoemd, dat betekent ‘de tien stammen’. In hun liederen en gebeden vinden we de naam Manasse veelvuldig terug. Zij zijn ervan overtuigd dat zij tot de stam Manasse behoren. Een deel van de B’ney Manashe heeft zich tot het Judaïsme bekeerd en vereert Jozef als hun stamvader. Zij bezitten geen geschreven geschiedenis. Echter, de overlevering spreekt van een tocht over een rood gekleurde zee (Rode Zee?) en over een wolkkolom, die hen leidde op hun zwerftocht.
4. Beta Israël (huis van Israël)
Dit zijn donkergekleurde Falasha’s van Ethiopische herkomst. De bevolkingsgroep telt ongeveer 120.000 leden. Hoewel een deel van hen in naam christen was, zijn ze vrijwel allen overgegaan naar het Joodse geloof. Zij zijn al als Joden erkend.
5. Igbo Joden
Die vinden we in Nigeria. Ze tellen ongeveer 40.000 leden. Zij spreken naast de landstaal, ook Hebreeuws. De Igbo’s beweren van Gad, Zebulon en Manasse af te stammen. Zij houden zich al eeuwen aan Joodse tradities.
China
In Jesaja 49:12 vinden we de volgende, intrigerende tekst, over de terugkeer van Israël: Zie, dezen komen uit de verte, genen uit het noorden en het westen, weer anderen uit het land Sinim.
Dit laatste woord (Grondtekst: çiynîym) betekent waarschijnlijk China. En ook daar vinden we sterke aanwijzingen dat daar afstammelingen van Israël leven.
6. Chiang Min Joden
Zij wonen in China, aan de grens met Tibet en houden een aantal Joodse religieuze gebruiken in ere. Zij kennen één God (wat heel ongewoon is in die streken) die zij Jawei noemen (Jahweh).
7. Kaifeng Joden
In China, in de Henan provincie, vinden we ook de Kaifeng Joden. Zij houden in hun religie en gebruiken het geloof der vaderen in stand en staan bekend als: De godsdienst die de pees verwijdert. De geschiedenis van de Kaifeng Joden gaat terug tot 1163, toen zij een synagoge bouwden. Volgens de overlevering kwamen zij in 200 v. Chr. vanuit Noord-India naar China en stammen zij af van de Joden, die onder Ezra verbannen werden (Ezra 9).
8. De Pashtun
Dit is een groot volk, want het telt 40-50 miljoen leden. Zij leven in Afghanistan, Pakistan en het noorden van Iran. Een deel van hen heeft waarschijnlijk Israëlische voorouders. Het oude Afghaanse koningshuis (de Mahmad Zei-familie) beweert zelfs van Mefiboseth, de zoon van Jonathan, de zoon van koning Saul, uit Benjamin, af te stammen (2 Samuël 9).
.

.
.Een aantal stamnamen toont een sterke overeenkomst met de tien stammen van Israël. Zoals: Efidi of Ephriti (Efraïm), Rabbani of Rebbani (Ruben) Shinwari (Simeon), Lewani of Levoni (Levi), Daftani (Naftali), de Gaji of Ghagi (Gad) en Ashurai (Aser). Veel Pashtun dragen een amulet met daarop de Hebreeuwse woorden: Shema Yisrael (= Hoor Israël) waarmee de morgen- en avondgebeden van vrome Joden beginnen. Onder de Pashtun-stammen worden zeer veel Joodse namen gevonden, al dan niet verbasterd. De Pashtun houden een groot aantal Joodse gebruiken in stand en passen besnijdenis toe, zoals de Mozaïsche wet voorschrijft, op de achtste dag. Zij werken of koken niet op de Sabbath. En in veel huizen van de Pashtun treffen we de ster van David aan.
.
.

.
.
.
.





























































Verdrijft kramp in de rug en helpt bij het loslaten van menstruatiekrampen
1. Ga met de rug plat op de grond liggen en de armen langs het lichaam op de grond.
2. Adem uit en trek je knieën langzaam naar je borst.
3. Adem in en pak met je handen het middelste deel van de scheenbenen vast. Druk de onderrug stevig in de grond. Geef je over aan de zwaartekracht en voel hoe de spanning loslaat.
Mukunda Stiles schrijft in zijn boek dat het langdurig aanhouden van deze houding – dat wil zeggen: tien tot dertig minuten – kramp in de rug kan doen verdwijnen. Je kunt de houding ook uitvoeren met je voeten tegen de muur gedrukt. Dit kan helpen bij het loslaten van menstruatiekrampen.

1: kroonblad
2: kelkblad
3: stempel
4: stijl
5: vruchtbeginsel
3+4+5: stamper
6: bloembodem
7: helmknop
8: helmdraad
7+8: meeldraad
9: nectarkliertje
10: bloemsteel
11: eicellen
12: stuifmeelkorrel


.
.
.
.
.
.

.
.
Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.
De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.
Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.
Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.
Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.
Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.
Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.
De laatste muur, nog in aanbouw, is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.
God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.
.
.
God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.
Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.
In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.
Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.
Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.
Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.
De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.
.
.
Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.
Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.
Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.
.
.
Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.
Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.
.
.
In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.
Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.
Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.
.
.
.
.
.
.
.
Ceratostigma willmottianum
Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.
.
Diegenen die onvoldoende vertrouwen in zichzelf hebben om hun eigen beslissingen te kunnen nemen. Ze zoeken voortdurend advies van anderen en worden dikwijls misleid.
.
.
.
Cerato zal je helpen om je individualiteit te vinden, je persoonlijkheid, en eenmaal bevrijd van invloeden van buiten zorgt het dat je de grote gift van wijsheid die je in je hebt kunt gebruiken ten behoeve van de mensheid.
Gedijt in warme zonnige omstandigheden en zal dus het beste groeien in beschutte plaatsen. Het wordt in tuinen gekweekt als sierheester.
Mensen die gemakkelijk beïnvloed worden. Voor degenen die geen vertrouwen hebben in zichzelf, die te veel leunen op het advies van anderen en eerst naar de een luisteren en dan naar een ander. Hun eigen gebrek aan zelfrespect zorgt dat ze iedereen die een sterke mening heeft te veel bewonderen en vertrouwen. Hierdoor kunnen ze gemakkelijk in moeilijkheden gebracht worden.
Als ze ziek zijn zijn ze er vrij zeker van dat het ene middel ze zal genezen, totdat ze horen van iets anders, en zo haasten ze zich van het ene probeersel naar het andere, afhankelijk van het laatste advies dat ze gehad hebben. Ze zullen bijna alles doen wat goed of slecht voor hen is als de redenering maar krachtig genoeg is. Ze vertrouwen niet op hun eigen goede oordeel.
In plaats van die dingen te doen die ze zelf willen of die ze graag doen, zullen ze vaak napraten wat anderen adviseerden of dachten. De ideeën en meningen van anderen zijn te belangrijk voor hen, en dit berooft hen van hun eigen persoonlijkheid. Ze zullen altijd een uitvlucht hebben voor wat ze doen.
.
.
.

