Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Mark 9 (Part 3) : 33-50 – The Kingdom of God
.
Marcus 9 (deel3) : Het koninkrijk van God
.
Paul LeBoutillier
.
.




.
.
.
Schalenblende is geel, beige tot bruin en zwart van kleur. De steen is opaak en heeft een harsachtige tot vettige glans. Het zink-erts kenmerkt zich door een opeenvolging van laagjes boven elkaar. Het wordt gevormd door drie mineralen zink, lood en ijzer in combinatie met zwavel. Hierdoor bevat schalenblende doorgaans zinkblende of sphalerit (ZnS), loodglans (PbS) of galenit en pyriet of markasit (FeS2).
Dat schalenblende uit meerdere mineralen of metalen bestaat, komt door de gelijke paragenese (vorming) van deze metalen. Schalenblende is waarschijnlijk gevormd door de afkoeling van gloeiend en vloeibaar magma uit het binnenste der aarde en waterige oplossingen met een relatief lage temperatuur van 100-200 º Celsius waarin de mineralen opgelost zaten. Deze zetten zich af in de spleten in het kalkgesteente en in de kalksteen zelf.
Doordat de samenstellingen van de oplossingen regelmatig veranderde, zijn de typerende banden in de schalenblende ontstaan. Tijdens iedere nieuwe fase werd een nieuwe laag op de oude gevormd. Vaak zitten tussen de lagen ook dikke knollen, zogenaamde spheroiden. Schalenblende is een redelijk onopvallend mineraal, dat pas wanneer het geslepen wordt opvalt door de hoogglans en de kleurschakeringen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
samenstelling: (Zn,Fe)S
hardheid: 3,5-4
dichtheid: 4
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Babylon of Babel was de beroemdste, door Nimrod gebouwde stad van het oude Mesopotamië, de hoofdstad van het oude Babylonische rijk ( ca. 1800 tot 539 v.C ). Door Babel stroomde de rivier Eufraat, die de stad in twee helften deelde. Tegenwoordig heet de plaats Hillah. Onder leiding van de koning Nebukadnezar onderwierp het Juda.
.
.
.
.
.
.
De opperste god van de Babyloniërs was Merodach . Hij droeg de titel ‘Bel’ (=’heer’). De Babyloniërs vereerden hem als de koning van hemel en aarde. Hij was de beschermgod van de stad Babel. De naam ‘Babel’ betekent ‘poort van Bel’.
.
.
Door de dienst van de profeet Jeremia kondigde God het strafgericht over Bel aan:
Jeremia 50:2 Verkondig onder de heidenvolken, laat het horen, hef een banier omhoog, laat het horen, verberg het niet, zeg: Babel is ingenomen, Bel staat beschaamd, Merodach is verpletterd. Zijn afgoden staan beschaamd, zijn stinkgoden zijn verpletterd.
Jeremia 51:44 Ik zal Bel in Babel straffen, Ik zal wat hij verzwolgen heeft, uit zijn muil halen. De heidenvolken zullen niet meer naar hem toestromen. Zelfs de muur van Babel is gevallen!
Een andere Babylonische god was Nebo, de zoon van de god Merodach. Nebo is de god van de wetenschap en de schrijfkunst. Ook wordt hem het wereldbestuur toegedicht. Veel namen van Babylonische koningen zijn samengesteld met de naam Nebo, zoals Nabonassar, Nabopolassar, Nebukadnezar en Nabunit.
.
.
De profeet Jesaja profeteerde over Nebo:
Jesaja 46:1 Bel is gekromd, Nebo neergebogen, hun afgodsbeelden zijn geworden voor de dieren en voor de beesten; uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide dieren
.
.
Koning Nebukadnezar kreeg eens een door God ingegeven droom (zie Dan. 2), waarin het rijk van Babel wordt geschilderd als het eerste van vier wereldrijken.
.
.
1 Babylonische rijk,
2 Medisch – Perzische rijk,
3 Grieks – Macedonische rijk,
4 Romeinse rijk.
Het Babylonische rijk wordt voorgesteld als het gouden hoofd van het statenbeeld dat Nebukadnezar in zijn droom zag. Het rijk van Babel is het hoofd, het is van zuiver goud.
In Dan.7 wordt het rijk voorgesteld als een leeuw. Ook Gods woord door de dienst van Jeremia noemt het rijk een leeuw.
Jer 4:7 De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoesting; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
.
.
.
Jeremia 50:17 Israël is een opgedreven schaap, leeuwen hebben het opgejaagd. Eerst heeft de koning van Assyrië het verslonden, en ten slotte heeft deze, Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn beenderen verbrijzeld.
Het koninkrijk van Babel zou worden vernietigd in het oordeel dat God over alle vier bovengenoemde rijken (Dan. 2 en 7). Babel is gevallen en gebroken; het was niet te genezen (Jes.21:9; Jer.51:7-10).
Als onderdeel van het samenstel van vier wereldrijken zal het in de toekomst geheel en al vernietigd worden als Jezus Christus zijn rijk opricht (Dan.2 en 7).
.
.
‘Babylon’ is de Griekse vorm van het Hebreeuwse ‘Babel’. De naam Babel betekent in het Hebreeuws ‘verwarring’. De naam is ontleend aan de spraakverwarring die God teweegbracht toen de mensheid – nog één volk en één van spraak – een stad en een hoge toren bouwde en zich een naam wilde maken, om te voorkomen dat men over de hele aarde verstrooid zou raken, hoewel God Noach en de zijnen bevolen had de aarde te vervullen.
Ge 11:4 En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid!
Ge 11:5 Toen daalde de Heere neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren,
Ge 11:6 en de Heere zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn.
Ge 11:7 Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen.
Ge 11:8 Zo verspreidde de Heere hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad.
Ge 11:9 Daarom gaf men haar de naam Babel; want daar verwarde de Heere de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde de Heere hen over heel de aarde.
.
.
.
De apostel Petrus noemt Babylon in zijn eerste brief:
1Pe 5:12 Door Silvanus, die naar ik meen voor u een trouwe broeder is, heb ik in het kort geschreven om u te vermanen en te betuigen, dat dit de ware genade van God is waarin u moet staan.
1Pe 5:13 U groet de medeuitverkorene in Babylon, en mijn zoon Markus.
Sommige uitlegger menen dat in dit vers sprake is van de letterlijke stad Babylon, waar ten tijde van Petrus veel joden woonden. Andere uitleggers zien er een codewoord of figuurlijke aanduiding voor Rome in, de hoofdstad van het Romeinse rijk.
De Iraakse dictator Saddam Hussein (1937-2006) startte de bouw van een moderne stadBabylon, ongeveer 80 km ten zuiden van Bagdad.
.
.
In het laatste Bijbelboek komt een stad voor genaamd Babylon. Het is een grote stad.
Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken.
Opb 17:5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.
Opb 18:2 En hij riep met krachtige stem de woorden: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, en het is een woonplaats van demonen en een bewaarplaats van elke onreine geest en een bewaarplaats van elke onreine en gehate vogel geworden.
Opb 18:10 terwijl zij uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan en zeggen: Wee, wee de grote stad, Babylon, de sterke stad; want in een uur is uw oordeel gekomen.
Opb 18:21 En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen en wierp die in de zee en zei: Zo zal de grote stad Babylon met geweld neergeworpen worden en zij zal geenszins meer gevonden worden.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
Vergelijk
Da 4:30 Sprak de koning, en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid!
Sommige Bijbeluitleggers menen dat de stad Babylon in de Openbaring het herbouwde Babylon is, dat weer rijk en machtig zal worden. Volgens de meeste uitleggers echter heeft het apocalyptische Babylon een symbolische betekenis en verwijst het naar de stad Rome en de valse kerk van de eindtijd.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Apocriefen zijn bestaande buitenbijbelse geschriften die vaak op naam van Bijbelse personen zijn gezet en over soortgelijke godsdienstige onderwerpen gaan, maar niet tot de lijst van gezaghebbende heilige geschriften behoren die samen de Canon van de Bijbel vormen. De term apocriefen is afgeleid van het Griekse woord apokruphos = verborgen, d.w.z. niet toegankelijk binnen de gemeente. Er bestaan apocriefen bij het Oude Testament en bij het Nieuwe Testament.
.
.
.
De apocriefen bij het Oude Testament zijn in de laatste eeuwen voor en in de eerste eeuwen na Christus ontstaan. Het gaat onder meer om de volgende boeken:
Het Jodendom rekent geen van deze geschriften tot de Hebreeuwse bijbel (= Oude Testament).
De protestanten noemen de geschriften apocrief en rekenen ze niet tot het Oude Testament. De Statenvertalers namen een reeks apocriefen in hun vertaling op en schreven er een voorrede bij, waarin de lezing niet verboden wordt, maar verklaard waarom wij die niet op een lijn stellen met de canonieke boeken. Met bewijzen wordt gestaafd dat daarin gevonden worden “verscheiden onware, ongerijmde fabuleuze en tegenstrijdige zaken, die met de waarheid en met de canonieke boeken niet overeenkomen”.
.
.
“Dewelke de Kerk wel lezen mag en daaruit ook onderwijzingen nemen, voor zoveel als zij overeenkomen met de canonieke boeken; maar zij hebben zulk een kracht en vermogen niet, dat men, door enig getuigenis van die, enig stuk des geloofs of der christelijke religie moge bevestigen: zo ver is het vandaar, dat ze de autoriteit van de andere heilige boeken zouden mogen verminderen”.
Aan de meeste van deze apocriefe boeken schrijft deRooms-Katholieke Kerkechter goddelijk gezag toe. De kerk rekent Tobia, Judith, Wijsheid van Salomo, Profetie van Baruch, Brief van Jeremia en 1 en 2 Makkabeeën tot de bijbel en noemt ze “deuterocanoniek” = in tweede instantie aan de canon toegevoegd. De geschriften 3 en 4 Makkebeeën, de toevoegingen bij Daniel en Ester en het Gebed van Manasse vallen ook volgens de rooms-katholieke kerk buiten de Bijbel en worden ook door haar apocrief genoemd. In de Latijnse bijbel en vertalingen daarvan zijn ze vaak wel als aanhangsel opgenomen.
Het concilie van Trente (1545-1563) haalt slechts Tobias, Judith, het boek der Wijsheid, Jezus Sirach, Baruch, en de twee boeken der Makkabeën aan als behorende tot de canon, hoewel er meerdere in de Latijnse vertaling Vulgata staan.
.
.
.
Behalve apocriefen bij het Oude Testament zijn er ook apocriefen bij het Nieuwe Testament. Van de nieuwtestamentische apocriefen zijn er vele. Enkele voorbeelden:
Veel van deze apocriefen zijn in latere tijd geschreven. Niet één kerk heeft die ooit erkend. Het bedrog kwam al heel snel aan het licht.
Een bekende apocrief is het Evangelie van Thomas, een Koptisch geschrift dat waarschijnlijk stamt uit de 4e eeuw na Christus. De Brieven van Pilatus zijn in de 6e eeuw geschreven.
.
.
.
Behalve de apocriefe boeken heeft men ook nog de Pseudopigrafa. Dit zijn geschriften, die gesteld zijn op naam van iemand die ze niet geschreven heeft. Deze zijn echter noch in de Septuaginta noch in de Vulgata opgenomen. Er toe behoren o.a.:
Zij werden allen geschreven korte tijd voor of na Christus’ geboorte
.
.
.
.
.
.

















































De Aechmea verbruikt weinig water. Zorg ervoor dat de grond altijd licht vochtig blijft, zonder dat er een laag water vormt in de pot. Geef bij warme weeromstandigheden meer water. Eén keer per week water geven is voldoende. De Aechmea is een plant die water opslaat in zijn stengel, geef hierom ook af en toe water in de kelk (bloem). Pas hierbij wel op dat je het water er rustig ingiet anders beschadigd de bloem.
Indien je de kamerplant opmaakt met vulcastrat en een watermeter veranderd de watergift. Hierbij geef je eenmaal per week water, totdat de watermeter begint te bewegen. Des te kleiner de uitslag, des te beter. De watermeter geeft namelijk aan dat er te veel water in de pot staat. Je kunt dan ook het beste de watergift stoppen vlak voordat de watermeter uitslaat. In de winter kun je eenmaal per twee weken water geven.
De Aechmea vraagt om een gemiddeld tot hoge luchtvochtigheid. Sproeien zal de gezondheid daarom versterken. Vooral in de winter wanneer de kachel aangaat zorgt dit voor een lagere luchtvochtigheid in de woonkamer. Sproeien helpt de Aechmea gezond te houden waardoor de plant zijn langer zijn sierwaarde behoudt.
Plaats de Aechmea op een zonnige standplaats, zonder direct zonlicht. De Aechmea vertoeft graag op de warme plekken in de woonkamer. Te veel zonlicht zal leiden tot bruine randen op de bloem en bladeren.
overdag : 17°C

De Aechmea is een plant die slechts één keer tot bloei komt. Deze kamerplant staat vervolgens wel 2 tot 5 maanden in bloei. Na deze periode vervaagd de kleur van de bloem. Deze zal afsterven en niet meer terug komen. Doordat de Aechmea een relatief korte levensduur heeft is het verpotten van deze plant niet nodig.
Wel is het mogelijk de Aechmea direct na aanschaf te verpotten. De nieuwe bak hoeft niet veel groter te zijn dan de oude. De Aechmea heeft namelijk een erg kleine wortelkluit.
.

.
Bemesten kan het beste in de lente en zomer, gebruik voor deze kamerplant voeding voor bloeiende kamerplanten. Lees voor de aanbevolen dosering op de gebruiksaanwijzing. Geef nooit meer dan aangeraden, dit zal de plant schaden.
Bruine randen op de bladeren duiden vaak op een te veel aan direct licht. Wanneer de bladeren van de Aechmea gaan hangen is het verstandig de watergift te verhogen.
Het snoeien van een Aechmea is niet nodig. De bladeren die niet meer mooi ogen kan je simpelweg wegknippen.

Het vermeerderen van een Achmea kamerplant gaat alvorens een stappenplan. Allereerst zal de plant kleine stekjes aan de basis van de plant aanmaken wanneer deze is uitgebloeid. Laat deze doorgroeien tot de hoogte van ongeveer 10cm.
Hierbij is het belang dat deze stekken voldoende water krijgen, ook in de kelk. Vervolgens kunnen deze stekken verwijderd worden. Pas hierbij op dat je de wortels voorzichtig behandeld.
Plaats deze stekken in een aparte pot en mest eventueel bij met bloeiende planten voeding. Laat de Aechmea gedurende één jaar staan, hierna is de Aechmea bloeirijp.
Wanneer de plant bloeirijp is neem dan een schil van een appel en plaats deze in het hart van de plant. Dek de plant vervolgens met een plastic zak af en laat de appelschip ongeveer 3 weken bij de plant liggen. Het afdekken van de plant is bedoelt om de luchtvochtigheid van zijn land van oorsprong na te bootsen. kaat de plant in deze staat zo’n 7 tot 17 staan en dan is de nieuwe Aechmea bloem gegroeid.
Aechmeas zijn geliefd vanwege hun bloemen die in vele kleuren voorkomen. De Aechmea komt echter maar éénmalig tot bloei en zal hierna afsterven. De plant bloeit gemiddeld 2 tot 5 maanden en zal hierna geleidelijk zijn kleur verliezen.
Aechmeas zijn niet giftig.
De Aechmea is gevoelig voor spint. Regelmatig sproeien werkt preventief tegen spint. Ter bestrijding van spint raden wij een chemisch bestrijdingsmiddel.
.
.
.
Impatiens glandulifera
Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.
Voor degenen die snel zijn in denken en doen, en die willen dat alles gebeurt zonder aarzeling of uitstel. Als ze ziek zijn zien ze uit naar een haastig herstel.
.
Je probeert volmaakte zachtaardigheid en vergevingsgezindheid te bereiken, en die prachtige lichtpaarse bloem, Reuzenbalsemien, zal je op weg helpen.
Reuzenbalsemien groeit langs de oevers van stromen en rivieren, en de zaden worden door het water vervoerd. Het groeit in het volle licht of in de schaduw, en verdraagt allerlei soorten grond, zolang die niet opvallend zuur is. Het heeft een voorkeur voor vochtige grond.
Gevoeligheid voor vorst kan een beperkende factor zijn bij de verspreiding buiten het gebied van oorsprong. In de Himalaya is deze soort ongevoelig voor vorst en is het te vinden tot op 4000 m hoog.
.
Steeds als er sprake is van ongeduld. Ongeduldig met zichzelf, wil dingen snel doen, wil meteen beter zijn en weer op de been. Ongeduldig met anderen, prikkelbaar over kleinigheden, moeilijk om niet uit hun humeur te raken. Kan niet wachten.
Dit is hun gewone stemming, en meestal een goed teken als ze aan het herstellen zijn, en de kalmerende werking van dit middel bespoedigt het herstel. In ernstige pijn zit vaak ongeduld, en daarom is Impatiens juist op die momenten zeer waardevol, om de pijn te verlichten en de patiënt rust te geven.
.
.
.

