Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
Psalm 53 • So, you’re an atheist, huh?
.
Psalmen 53 . Dus je bent een atheïst, hè?
.
Paul LeBoutillier
.
.


Paul LeBoutillier
.


.
.


.




Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
In het vervolg van de tekst worden de hartstochten waaraan de mens ten prooi valt vergeleken met de winden. Als een wind opzet, hetzij op een natuurlijke manier, hetzij door een goddelijke wilsbeschikking, dringt hij door tot het lichaam van de mens, zonder dat iets hem kan tegenhouden. De ziel die de wind ontvangt geeft hem op natuurlijke wijze toegang tot het innerlijk en tot in de ledematen van het lichaam die met zijn natuur overeenkomen. Zo wordt de mens de ene keer door de wind gesterkt, de andere keer is het tegendeel het geval.
Na alles te hebben opgesomd wat er in de natuur invloed heeft op de mens (de zon, de maan, de planeten), wijdt Hildegard een bespiegeling aan de mens zelf.
“Wat jou betreft, mens die dit schouwspel ziet, begrijp dat deze verschijnselen ook het binnenste van de ziel betreffen.”
De interactie tussen de natuurlijke elementen en de neigingen van de mens keren in Hildegards andere werken, die een beslist geneeskundig karakter hebben, terug. Daarin drijft zij haar vergelijkingen heel ver door:
“De vier voornaamste winden komen overeen met de vier energieën in de mens:
het denkvermogen (denken),
het woord (hoorbare gedachte: waarnemen),
de wil (willen)
en het gevoelsleven (voelen).
En zoals elke wind naar rechts of links kan blazen, zo kan de ziel, geholpen door deze vier energieën, door haar natuurlijke kennis het doel van haar keuze bereiken en nu eens het goede, dan weer het kwade kiezen.” (vrije keuze)
Met de zuidenwind, die warmte brengt, vergelijkt zij:
“de goede en heilige gedachten, die dankzij het vuur van de Heilige Geest door de goede wil worden aangewakkerd”.
De westenwind, die koud is:
“duidt op de onoprechte en onnutte gedachten die niet door de Heilige Geest worden verwarmd, op de koude en oneerlijke werken”.
Het geheel van de visioenen legt zo de nadruk op een soort kosmische eenheid, die zowel de mens als de wereld waarin hij leeft beheerst of beïnvloedt.
Zo is de noordenwind :
“een gevaarlijke wind, hij is schadelijk voor alles wat door hem wordt beroerd, zijn strenge koude raakt ook de warme stralen die zacht vanuit de zon schijnen en die de dauw, die op aarde voor de ‘groeizaamheid’ van alle vruchten des velds zorgt, doet neerdalen”.
Groeizaamheid is één van Hildegards geliefde begrippen. Het wordt zowel op de mens als op de natuur toegepast en duidt op de innerlijke energie waardoor de planten groeien en de mens zich ontwikkelt.
Hildegard beklemtoont:
“Al deze verschijnselen houden verband met de ziel “.
De ziel wordt namelijk in het lichaam voorgesteld als een wind die men niet ziet of hoort blazen. Ze is van lucht en ontvouwt net als de wind haar verzuchtingen en gedachten. Door haar vochtigheid, het transportmiddel van de goede wil in de richting van God, lijkt zij op de dauw. De ziel is aanwezig in de kleine menselijke gestalte, net als de stralen van de zon, die de hele wereld verlichten en nooit verzwakken. Door haar gedachten is zij in staat alle richtingen uit te gaan. De vrome werken verheffen haar door de lofzang Gods tot de sterren, de slechte werken van de zonde storten haar in de duisternis.”
pasteltekening van John Astria
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, al-hoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.
Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een pro-fetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.
In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren ken-nen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toe-komst tegemoet kunnen gaan.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
Pasteltekening van John Astria

JOHN ASTRIA
.
.
Dit zijn de zeven primaire heiligen. Deze zeven vrouwen worden allemaal genoemd in de eerste Romeinse Canon.
.
Maria Magdalena, of Maria van Magdala is een Bijbelse figuur uit het Nieuwe Testament, waarin wordt vermeld dat zij behoorde tot de groep van vrouwen die aanwezig waren bij de kruisiging van Christus, zijn graflegging en zijn opstanding. Haar feestdag valt op 22 juli.
Magdalena betekent: van, uit Magdala. Magdala of Magadan was een stadje op de westelijke oever van het Meer van Tiberias. Lucas noemt haar niet gewoon Maria Magdalena, maar zegt “Maria, die Magdalena genoemd wordt”.
De Bijbel geeft niet veel informatie over haar. Ze wordt reeds vermeld in Lucas 8:2, waar staat dat Jezus haar bevrijdde van zeven duivelse geesten.
Zij volgde Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem en was aanwezig bij de kruisiging (Marcus 15:40, Mattheüs 27:56, 61 en Johannes 19:25) en de graflegging (Marcus 15:47 en Mattheus 27:61). In Johannes 20:1-18 staat dat zij de opstanding van Jezus heeft meegemaakt en dat zij de eerste was die hem zag na zijn opstanding.
.
.
.
In de loop van de geschiedenis werd zij door de gevestigde waarden soms aangezien als een vrouw van lichte zeden; dit berustte echter niet op de Bijbel. Zij zou door paus Gregorius de Grote in 591 verwisseld zijn met Maria van Bethanië (Johannes 12:1-8) en met de boetvaardige zondares uit Lucas 7:36-50 (die moeilijk dezelfde persoon kunnen zijn).
In de zesde eeuw stelde paus Gregorius Maria Magdalena expliciet gelijk aan de boetvaardige vrouw van lichte zeden uit Lucas 7. In die hoedanigheid is zij vaak voorgesteld in legendes en kunstwerken. Het standpunt over Maria Magdalena als zondige vrouw is door de Katholieke kerk in 1969 nader gepreciseerd.
Deze vermenging van verschillende figuren in de persoon van Maria Magdalena is een ontwikkeling in de Latijnse Kerk, die in de oosterse traditie niet heeft plaatsgevonden. De eerste bestrijder van de onjuiste voorstelling van Maria Magdalena als zondige vrouw was Jacob Faber, die zijn bezwaren neerschreef in zijn in 1517 verschenen De Maria Magdalena et triduo Christi disceptatio. Sinds 1969 wordt Maria Magdalena niet meer als boetvaardige zondares opgenomen in de heiligenkalender.
.
.
Behalve in het Nieuwe Testament, komt Maria Magdalena ook voor in een viertal gnostieke geschriften:
.
In dit apocriefe Evangelie staat dat drie vrouwen altijd met Jezus optrokken: zijn moeder, zijn zuster en Maria Magdalena. In dit geschrift wordt Maria Magdalena als bijzondere leerlinge van Jezus voorgesteld. De authenticiteit van de overlevering is onduidelijk, aangezien een repliek daarop door de historische orthodoxie ontbreekt. Een fragment uit het apocriefe geschrift:
.
Jezus hield op een andere wijze van Maria
dan van de andere leerlingen,
en hij kuste haar vaak.
De overige leerlingen zagen hoe hij van Maria hield
en vroegen hem:
“Waarom houdt u meer van haar
dan van ons allemaal?”
De Heer antwoordde hen met de woorden:
“Waarom houd ik niet van jullie
zoals van haar?
Wel, als een blinde
en iemand die kan zien
samen in het donker zijn,
verschillen ze niet van elkaar.
Maar als het licht wordt,
zal de ziende het licht zien
en de blinde in het donker blijven.”
.
.
.
In 1896 werd in Caïro het evangelie ontdekt. De eerste zes pagina’s ontbreken en het te lezen deel begint in het midden van een gesprek tussen de opgestane Jezus en zijn leerlingen. Maria Magdalena treedt hierin op als een van de leerlingen, die in conflict geraakt met de apostelen Petrus en Andreas. In het evangelie betwisten Petrus en Andreas dat Maria Magdalena door Jezus toegang gehad zou hebben tot bijzondere kennis.
.
.
.
De heilige Agatha van Sicilië, ook wel Agaat of Agathe, is een martelares. Ze stierf in de christenvervolgingen ten tijde van keizer Decius. De heilige Agatha is één van de bekendste heiligen in Europa. De naam Agatha is Grieks en betekent de goede.
.


.
.
Zij werd vervolgens bedreigd en gemarteld en vond ten slotte de dood doordat haar een zwaard in de keel gestoken werd. Acht dagen nadat ze was begraven in de catacomben aan de via Nomentana, werd zij gezien in een gouden kleed, met een verlovingsring van Jezus Christus aan haar vinger en haar rechterzijde een wit lam.
.
Haar naamdag is op 21 januari. Zij is de beschermheilige van de verloofde paren, van de kuisheid, van de jonge meisjes en maagden en van de slachtoffers van verkrachting.
.
.
.
.
Cecilia (? – omstreeks 230) is een Romeinse martelares en heilige in de Rooms-Katholieke kerk. Volgens de legende kwam ze uit een Romeinse voorname familie. Ze zou zeer jong zijn gedwongen te huwen met iemand uit een andere Romeinse adellijke familie. Ze vond troost in de muziek en stierf de marteldood omstreeks 230. Ze werd patrones van muziek, instrumentenmakers en zangers.
Dit patronaatschap is gebaseerd op een opvatting van de vespers van haar feestdag, die luidt:
Cantantibus organis Caecilia virgo in corde suo soli domino decantabat dicens fiat domine cor meum et corpus meum immaculatum ut non confundar.
.
De verwijzing naar het orgel (organis) en de zang (cantantibus) hebben te maken met het feestgedruis op haar bruiloft. De zin wil zeggen dat zij zich “te midden van de feestmuziek” in haar hart enkel richt tot God in de hoop ook in haar bruidsnacht haar maagdelijkheid (corpus immaculatum) te kunnen bewaren.
Dit lukt. Ze vertelt haar echtgenoot, Valerianus, dat ze een beschermengel heeft. Valerianus komt tot inzicht en bekering. Beiden sterven vervolgens als martelaren onder een hernieuwde vlaag van christenvervolging.
De feestdag van de heilige is 22 november. Als patrones van muzikanten werden talrijke muziekverenigingen, koren, fanfares en orkesten naar haar genoemd. De heilige Cecilia wordt doorgaans voorgesteld met het orgel. In de Nederlanden wordt ze ook vaak met een valk afgebeeld, typisch attribuut om op haar adellijke afkomst te wijzen.
.
.
.
.
De heiligenlevens van Sint Lucia vertonen gelijkenissen met die van Sint Agatha en staan vol met aan haar toegeschreven wonderen. De mogelijkheid dat de heiligenlevens berusten op een historisch personage wordt groot geacht.
.
Sint Lucia komt namelijk in vrijwel alle middeleeuwse verzamelingen van heiligenlevens voor. Ook is er in de catacomben van Syracuse een graftekst van rond het jaar 400 ontdekt, die waarschijnlijk werd aangebracht als herkenningspunt voor pelgrims. Rond het jaar 600 waren er al kloosters in Syracuse en Rome aan haar gewijd.
.
.
Volgens de legende leefde Sint Lucia in de tijd van de christenvervolgingen door keizer Diocletianus. Ze was de dochter van een Romeins burger in Syracuse, die haar vader op jonge leeftijd had verloren. Haar moeder, Eutychia, leed al vier jaar aan dysenterie. Beide vrouwen brachten een nacht biddend bij de tombe van de christelijke heilige Sint Agatha door.
.
Aan het einde van de nacht verscheen de heilige voor Lucia in een visioen. De heilige voorspelde Lucia daarin dat zij de glorie van Syracuse zou worden, zoals Agatha dat van Catania was. Ook was haar moeder terstond op wonderbaarlijke wijze genezen.
.
Eutychia regelde een heidense echtgenoot voor haar dochter, maar Lucia haalde haar moeder over het huwelijk niet door te laten gaan en de bruidsschat als aalmoezen onder de armen te verdelen. Lucia had Christus als bruidegom gekozen en wilde eeuwig maagd blijven. De beoogde echtgenoot kwam op de hoogte van het uitdelen van de bruidsschat.
.
Hij gaf Lucia daarop als christen aan bij de magistraat Paschasius. Deze verzocht haar een offer aan de keizer te brengen, wat ze weigerde. Daarop werd ze veroordeeld tot tewerkstelling in een bordeel. Zij bleef Christus trouw en werd op de brandstapel gezet.
.
Men probeerde haar levend te verbranden, maar zij leek er geen last van te hebben. Daarop werd ze met zwaardsteken om het leven gebracht. De fatale wond zou zijn toegebracht door met een zwaard door haar hals te steken.
.
.
Vanwege de legende over de uitgestoken ogen is Sint Lucia de beschermheilige van blinden en opticiens. Daarnaast is ze de beschermheilige van electriciens, prostituees en zieke kinderen. Ze wordt door katholieken aangeroepen voor genezing van slechtziendheid, halspijnen, blindheid en bloedingsneigingen.
.
De oudste afbeeldingen van Sint Lucia zijn 6e-eeuwse fresco’s uit Ravenna. Sinds de 14e eeuw wordt Sint-Lucia vaak afgebeeld met een schaal waarop een paar ogen ligt. De heilige wordt ook wel met een kelk of een dolk door haar nek afgebeeld.
.
.
.
De kinderen wordt verteld vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen,
Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden,
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven,
Zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden,
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden,
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen
Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, om mijnentwil.
.
.
.
De introductie is heel kort, maar een aantal overeenkomsten en verschillen met andere plaatsen, mensen en gebeurtenissen zijn van belang. De eerste is de plaats. Anders dan de schriftgeleerden en de Farizeeёn, die op de stoel van Mozes zaten en in mooie aula’s onderwezen, gaf Jezus deze belangrijke toespraak op een onbekende berg.
Het was niet één van de “heilige” bergen zoals de berg Sinaï, de berg Sion, de berg Moria of de Olijfberg, maar een gewone, niet met name bekende berg, buiten Jeruzalem, zonder enige heiligheid of geschiedenis die hem van andere bergen onderscheidde.
Er zijn meer tegenstellingen dan overeenkomsten als we deze gebeurtenis vergelijken met Mozes en Israël bij de berg Sinaï. Hier gaat Christus de berg op en geeft een preek die werkelijk een uiteenzetting is van de wet.
Toen de wet werd gegeven, daalde de Heer af naar de berg. Toen God de wet uitsprak, ging dat gepaard met donderslagen, bliksemen en aardbevingen, terwijl het volk — dat de opdracht had op afstand te blijven — ineenkromp van angst. Deze keer spreekt Hij met een zwakke, rustige stem en wordt het volk uitgenodigd naderbij te komen.
Toch kan Zijn beklimmen van de berg een diepere betekenis hebben door de aandacht te vestigen op het onderwerp van Mattheüs. Bij andere gelegenheden geeft hij ook veel aandacht aan de plaats vanwaar Jezus onderwees. In Mattheüs 13:36 spreekt Jezus “vanuit Zijn huis”. In hoofdstuk 17:1 wordt Hij voor de ogen van Petrus, Jacobus en Johannes “op een hoge berg” verheerlijkt.
.
In hoofdstuk 24:3 geeft Hij Zijn rede over de laatste dingen op de Olijfberg.
.
Tenslotte in hoofdstuk 28:16 geeft de opgestane Christus, de Overwinnaar van de dood, Zijn apostelen hun opdracht vanaf een berg. In elk geval trekt God door Hem op een verhoogde plaats te laten zien, op subtiele wijze de aandacht naar de koninklijke autoriteit van Christus.
Een ander feit is niet helemaal onbelangrijk: Hij zat toen Hij de wetten van Zijn Koninkrijk verkondigde. Dit was de algemene gewoonte van joodse leraars.
Jezus zegt in Mattheüs 23:2: “De schriftgeleerden en de Farizeeёn hebben zich gezet op de stoel van Mozes.” Zijn zitten laat echter iets meer blijken dan alleen maar een zich aanpassen aan de in die tijd heersende gebruiken van onderwijs. Marcus 1:22, slaande op een heel vroeg moment in Christus’ werk, zegt: “En zij stonden versteld over zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de schriftgeleerden.”
In Mattheüs staat dit commentaar als afsluitende opmerking bij de bergrede (7:28-29). Terwijl Jezus de wetten van Zijn Koninkrijk verkondigt, spreekt Hij met een autoriteit die ver uitgaat boven die van de joodse leiders. Daarom is het beter Zijn houding te zien als symbolisch voor de Koning die op Zijn troon zit en “de wetten bekendmaakt”.
.
.
.
.
.
.