Tagarchief: fossielen

Vivianiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

 

 

 

Algemene informatie

 

Vivianiet kan kleurloos, zwart en groen tot diepblauw van kleur zijn. Vivianiet kristallen worden vaak op fossielen of in schelpen gevonden. Het heeft een blauwwitte streepkleur en een perfecte splijting volgens kristalvlak [010]. De gemiddelde dichtheid is 2,65 en de hardheid is 1,5 tot 2. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Vivianiet is vernoemd naar de ontdekker van het mineraal John Henry Vivian.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Vivianiet wordt o.a. gevonden in Cornwall, Engeland.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Fe2+Fe2+2(PO4)2·8H2O

hardheid: 1,5 – 2

dichtheid: 2,68

 

 

 

 

 

 

 

 

Vivianiet
Vivianite-139656.jpg
Mineraal
Chemische formule Fe3(PO4)2·8(H2O)
Kleur kleurloos
Hardheid 1,5 tot 2
Gemiddelde dichtheid 2680 kg/m3
Glans glasglans
Opaciteit doorschijnend
Habitus prisma
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Bijzondere kenmerken wordt snel licht tot donkerblauw door oxidatie

 

 

.

 

 

.

.

 

 

 

 

 

 

vivianiet in fossiele schelp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Trochiet of blauwe hardsteen

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

algemene info

 

 

Blauwe hardsteen, hardsteen, blauwsteen, arduin, kolenkalksteen, petit granit, trochiet of crinoïdale kalksteen is een kalksteen met een meer of minder uitgesproken blauwgrijze kleur. De steensoort wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van zeer veel resten van crinoïden, diertjes met een kalkskelet, die veelal op de zeebodem leven.

 

 

 

 

Bij het afsterven bleef hun kalkskelet op de bodem achter en samen met de calcietafzetting die het geheel aan elkaar smeedde, vormde zich in de loop van miljoenen jaren de blauwe hardsteenlaag. De steen is dus een samen klitten van crinoïden in een cement van microkristallijn calciet. De kleur wordt bepaald door de hoeveelheid zeer fijn verspreide plantaardige resten (koolstof).

 

 

 

 

.

.

.

Samenstelling

 

Blauwe hardsteen bevat +/- 96% calciet (CaCO3), het dominerende mineraal in de meeste kalkstenen. Het gesteente bevat een hoog aandeel aan versteende fauna. Deze resten zijn soms aan het oppervlak zichtbaar. Meestal verhogen zij door hun aanblik de waarde van het materiaal. De meest voorkomende fossielen naast de zeelelies zijn:

Naast deze elementen bevat de steen vaak secundaire mineralen zoals dolomiet, kwarts, pyriet, marcasiet en fluoriet. Het gehalte aan dolomiet kan variëren van 1 tot 10%. Kwarts is eerder verspreid in microscopisch kleine kristallen en in een gehalte van minder dan 2%. De ijzersulfiden, pyriet en marcasiet, metaalachtige glanzende gele mineralen die harder zijn dan calciet, kunnen voorkomen als massieve nagels of als aders in breuken. De nagels worden ook doornen, kogels, kwartskogels en mierennesten genoemd. Fluoriet komt hoofdzakelijk voor in witte aders en vlekken.

De dichtheid van blauwe hardsteen is 2,8 kg/dm3.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

 

Belgische hardsteen

 

De Belgische hardsteen, van Laat-Devonische-  tot en met Vroeg-Carboon ouderdom, komt met name voor in de Ardennen. De kalksteen is daar ontstaan in een ondiep marien afezettingsmilieu waar veel leven te vinden was.

 

 

 

 

 

 

 

Ierse hardsteen

 

Dezelfde laag waaruit de Belgische hardsteen wordt gewonnen, komt, na honderden kilometers ondergronds, in Ierland weer boven. Hier wordt een andere variëteit gewonnen: de Ierse hardsteen, in groeven in o.a Kilkenny en Carlow. De steen is iets fijner van structuur en de crinoïden zijn kleiner en gelijkmatiger verdeeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Coproliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Coproliet bestaat uit gefossiliseerde uitwerpselen of mest van dinosauriërs en andere prehistorische dieren. Deze stenen kunnen een paar millimeter tot meer dan een halve meter groot zijn. Veel van het oorspronkelijke organische materiaal is vervangen door silicaten en calciumcarbonaat. Deze fossielen kunnen belangrijke informatie geven over het dieet en gedrag van prehistorische dieren en mensen.

 

 

 

 

.

.

.

Etymologie

 

Coproliet is een samenvoeging van de Griekse woorden kopros (mest) en lithos (steen).

 

 

 

.

.

.

Vindplaats

.

Coproliet wordt o.a. gevonden in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stromatoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Stromatoliet is geen edelsteen maar is versteend microbiologisch materiaal (hoofdzakelijk algen) en valt onder de fossielen.

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

Etymologie

 

Stromatoliet komt van het Griekse woord stroma, wat bed betekent, en lithos wat steen betekent.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Stromatoliet wordt o.a. in Australië gevonden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2 Fe2+ CaCO3

hardheid: 4 – 7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinosaurussen volgens de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Dino’s, prehistorisch?

 

Dat mensen en mammoeten samen geleefd hebben zal niemand betwijfelen, maar mensen samen met een Tirannosaurus of een Triceratops? Op het plaatje hiernaast zie je hoe botten van dinosauriërs waarschijnlijk in elkaar gezeten hebben. Deze foto komt uit het Natural History Museum in Los Angeles. Ze worden niet in deze stand in de grond gevonden dus het is een zo goed mogelijke benadering.

Aangezien we deze beesten niet meer in levende lijve aantreffen, zullen we moeten proberen er een voorstelling van te maken. We kunnen het uiterlijk van dinosauriërs benaderen door ze te vergelijken met bijvoorbeeld olifanten. Daarom werden ze door kunstenaars vaak grijs afgebeeld (zie tweede plaatje).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig zien we afbeeldingen van dinosauriërs vaak in allemaal bonte kleuren, versierd met riggeltjes en andere kleine aanhangsels, omdat wetenschappers en kunstenaars in toenemende mate beseffen dat het eigenlijk hele grote hagedissen waren. De meeste wetenschappers geloven dat dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden zijn uitgestorven en dat ze daarna niet meer voorkwamen. De vroege voorloper van de mens verscheen volgens hen pas enkele miljoenen jaren geleden op het toneel.

Dino’s en mensen zouden elkaar dus nooit gezien hebben. Stel nu dat God de dinosauriërs en de mensen ongeveer 6000 jaar geleden samen gemaakt heeft en dat mensen en dinosauriers wel samen geleefd hebben. We zouden in ieder geval verhalen moeten hebben van mensen die grote reptielen gezien hebben. Wellicht zullen we kunstobjecten met afbeeldingen van dinosauriërs vinden. Heel misschien fossiele resten van dino’s en mensen samen, maar dat is erg onwaarschijnlijk. De meeste fossielen zijn volgens ons tijdens de zondvloed ontstaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Als er tijdens de zondvloed mensen in de buurt van dino’s waren, zouden ze logischerwijs toch op verschillende manieren gevlucht zijn voor het wassende water, waardoor ze niet bij elkaar in het fossielenbestand terecht kwamen.  Bedenk ook dat er in verhouding veel minder mensen waren dan beesten.

Mensen zullen door hun intelligentie en mobiliteit sowieso niet snel door sediment bedekt en gefossiliseerd worden  omdat het aantal potentiële menselijke fossielen in verhouding tot de hoeveelheid fossielhoudend gesteente heel erg klein moet zijn. Stel dat er 10 miljoen mensen waren ten tijde van de zondvloed en dat al hun lichamen bewaard zouden zijn gebleven.

Er is 700 miljoen kubieke kilometers fossieldragend sediment. Dat betekent dat bij een gelijkmatige verdeling maximaal één menselijk fossiel per 70 kubieke kilometers sediment gevonden kan worden. Dat maakt het al onwaarschijnlijk om er één te vinden, laat staan een mens samen met een dinosaurus.

 

 

 

 

Volgens de Bijbel

 

Als de Bijbel betrouwbaar is, dan moet geen enkel wetenschappelijk feit een juiste interpretatie van de tekst van de Bijbel tegenspreken. De aarde en alles wat daarop leeft, werd volgens Gods eigen woorden (in Exodus 20:11) in zes dagen geschapen. We hebben ook al gezien dat we via verschillende geslachtsregisters kunnen bepalen hoe oud de aarde volgens de Bijbel zou moeten zijn.

Ongeveer 6000 jaar als er in de geslachtsregisters namen van onbelangrijke personen weggelaten zijn. Dat betekent dan dat Adam en Eva samen met de dinosauriërs, zo’n 6000 tot 10.000 jaar geleden geschapen moeten zijn. Deze gigantische reptielen passen op zich goed in de beschrijving van grote land- en zeedieren die in de Bijbel genoemd worden. De vloek die over de aarde kwam vanwege de keuze van Adam, bracht ziekte en dood.

Toen alles net geschapen was, noemde God het ‘zeer goed’. Alles is in dezelfde week geschapen, dus de dinosauriërs kunnen volgens het Bijbelse wereldbeeld niet ‘uitgestorven’ zijn voordat de mens ten tonele verscheen. De botten van dinosauriërs die gevonden zijn laten ons zien dat ze vaak onder gewelddadige omstandigheden om het leven gekomen zijn. Er zijn in fossielen ook sporen van ziektes gevonden. Dat kun je toch niet ‘zeer goed’ noemen.

Sommige mensen proberen de 6 dagen van de Bijbel op te rekken tot miljoenen jaren, maar dat laat de tekst niet toe, want dan zouden de planten miljoenen jaren zonder zonlicht hebben gezeten, aangezien de zon maan en sterren na de planten gemaakt werden.

Bovendien laat de Hebreeuwse tekst niet toe dat de dagen als lange perioden geïnterpreteerd moeten worden. Een ‘dag’ in die tekst is gewoon een dag zoals wij die vandaag de dag ook nog meemaken. Dus volgens de Bijbel moeten mensen en dinosauriërs ongeveer 6-10.000 jaar geleden samen geleefd hebben.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat alle dinosauriërs al voor de zondvloed verdwenen waren, dus moeten ze meegegaan zijn in de Ark van Noach . Het woord ‘dinosaurus’ is nog niet zo lang geleden bedacht. Als we in oude literatuur kijken, moeten we niet zoeken naar het woord ‘dinosaurus’, maar bijvoorbeeld ‘draak’ of ‘monster’. In Genesis 1:21 staat: “En God schiep grote zeemonsters”.

In het Hebreeuws staat Tannim. In oude vertalingen werd dit woord met ‘draak’ vertaald en een paar keer met ‘slang’. Het woord komt 23x in de Bijbel  voor. Ook in andere oude literatuur komen beschrijvingen van draken voor. Zouden dinosauriërs misschien de oorsprong van drakenverhalen kunnen zijn?

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze varaan wordt in het Engels ‘komodo dragon’ genoemd. Als dit dier drie of vier meter hoog zou worden, dan zou je de indruk krijgen van een dinosaurus. We hebben al gezien dat veel organismen vóór de zondvloed groter werden dan nu. De gemiddelde dinosaurus  had ongeveer de grootte  van een schaap. Je had hele grote dino’s, maar ook heel veel kleintjes. De varaan zou je kunnen zien als één voorbeeld van een dinosaurus die nog niet uitgestorven is. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de leguaan en de krokodil.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De apocriefe boeken vind je in een katholieke bijbel. Daniel heeft daarin een aantal extra hoofdstukken.
Daniël 14:22-27: “En er was een grote draak in die streek en de Babyloniërs aanbaden hem. En de koning zei tegen Daniël: ‘Luister, u kunt toch niet zeggen dat dit geen levende god is? Aanbid hem dan’. En Daniël zei: ‘Ik aanbid de Here mijn God, want Hij is de levende God.

Maar dat is geen levende god. Maar als u mij toestaat, o koning, zal ik deze draak doden zonder zwaard of knuppel’. En de koning zei: ‘Ik sta het u toe’. Toen nam Daniël pek, vet en haar, kookte het mengsel, maakte er bundeltjes van en stopte ze in de bek van de draak. En de draak barstte uit elkaar. En toen zei hij: ‘Kijk nu eens naar hem die jullie aanbidden.’

Daniël was slim, hij nam pek (kleverig spul), vet (bijna alle dieren houden van vet) en haar ( verteert niet). Toen de draak dat gegeten had, kreeg hij natuurlijk een verstopping van de darmkanalen. Het beest indrukwekkend geweest zijn, anders zouden ze hem niet aanbeden en gevreesd hebben.

In Job 40:15-24 wordt “Behemoth” (beest der beesten) beschreven: “Machtige spieren in zijn lendenen en buik”, hij “beweegt zijn staart als een ceder”, “de pezen van zijn liezen zijn gevlochten”, “zijn botten als bronzen buizen, als ijzeren staven”, “hij is de voornaamste van Gods ondernemingen”, “hij ligt onder de lotusplanten, verbergt zich in moerassen”, “hij staat stevig in een sterk stromende rivier”, “niemand kan hem temmen”.

Deze beschrijving in het boek Job ,waarvan wordt aangenomen dat het uit de tijd vlak na de zondvloed stamt, zou heel goed op een dinosaurus kunnen slaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik acht het waarschijnlijk dat Job over een Brachiosaurus of Diplodocus schreef. Die staarten komen qua vorm dicht in de buurt van een boom. Ze voldeden in ieder geval uitstekend aan de titel “hoofd” of “voornaamste van Gods ondernemingen”

Job 41 beschrijft “Leviathan” (groot zeemonster): “Afschrikwekkende tanden rondom”, “sterke schilden”, “lichtschijnsel als hij niest; zijn ogen lichten op als de dageraad”, “uit zijn bek komen vlammen en vurige vonken”, “uit zijn neusgaten komt rook, zijn adem laat kolen ontbranden”, “het zwaard van zijn belager doet hem niets en hij laat de diepte borrelen als in een kookpot”, “op de aarde is niets met hem te vergelijken”, “hij kijkt overal op neer, hij is de koning van alle trotse dieren”.

Waarom zou God geen vuurspuwende hagedis- of krokodilachtige kunnen maken? Wie weet had de pliosaurus wel de mogelijkheid om vuur en rook te produceren. Het feit dat een dergelijk beest serieus beschreven wordt in een oud boek als Job, geeft aan dat wij het ook serieus kunnen nemen. Dan is hij dus nog door mensen beschreven en is hij niet ‘prehistorisch’ (van voor de geschreven geschiedenis).

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat er grote zeemonsters in onze oceanen hebben rondgezwommen is een feit. Misschien was dat wel het beest waarop de Vikingen hun drakenkoppen hebben gebaseerd. Het is waarschijnlijk en ook logisch dat een aantal in het water levende dinosauriërs de zondvloed overleefd hebben.

Noach hoefde de waterbeesten niet mee te nemen in de ark en ondanks de gigantische omvang van de ramp moeten er plaatsen op aarde geweest zijn waar het tumult iets minder was, zodat ze konden overleven. Het overleven van die oude ‘zeemonsters’ kan vanuit een bijbels wereldbeeld makkelijk verklaard worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommige mensen zullen zeggen dat het hier om mythologische afbeeldingen gaat, maar is het niet logisch om te concluderen dat het om beesten gaat die daadwerkelijk door mensen gezien zijn?

In 326 voor Christus waren de soldaten van Alexander de Grote in wat nu India is. Ze zeiden bang te zijn voor grote draken die daar in grotten leefden. Een zekere Beowulff zou draken gedood hebben en werd uiteindelijk zelf gedood tijdens een gevecht met een gevleugelde draak (pterodactilus?).

Zouden we moeten concluderen dat er nooit zulke beesten samen met mensen bestaan hebben, alleen maar omdat we ze nu niet meer in dierentuinen kunnen bewonderen? Zouden echt al die verhalen moeten worden toegeschreven aan de bijgelovigheid of de sensatiezucht van de vertellers?

 

 

 

 

 

 

 

Uit de kunst van oude culturen kunnen we de conclusie trekken dat ze bekend waren met draken (dinosauriërs). We kunnen drakenkunst terugvinden in Indiaanse Petrogliefen. Rots- en kliftekeningen in Utah en Colorado tonen ruwe afbeeldingen van bepaalde dinosaurussoorten (gedateerd tussen 400 en 1300 na Christus). Kijk ook eens naar het Gilgamesh epos, Fafnir, Beowulf en andere Legenden.

Dinosaurus-achtige wezens worden voorgesteld op Babylonische markeringen, Romeinse mozaïeken, Egyptische gewaden voor begrafenissen, en vele andere kunst verspreid over de hele oudheid.
Er zijn ook heel recente verhalen van draakachtige wezens. Marco Polo schreef aan het einde van de dertiende eeuw over draken die hij zag op een van zijn reizen door China.

Hij beschreef enorme slangen van tien passen lang, met een lichaamsomtrek van tien handlengten. Aan de voortkant, dicht bij het hoofd, twee korte poten, elk met drie klauwen als van een tijger, met ogen groter dan een brood van vier denari, die je intens aanstaarden. De kaken waren breed genoeg om een man te verslinden en grote, scherpe tanden.

Overdag leefden ze in grotten en in de nacht gingen ze op zoek naar voedsel. Hij beschreef nauwkeurig hoe ze werden gejaagd, geslacht en welke delen werden gegeten. Hij wist zelfs te vertellen dat de galblaas een geneeskrachtige werking had.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Evolutie, filosofie en religie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bij de ‘Big Bang’ of ‘oerknal’ denken veel mensen aan een moment waarop uit het niets plotseling iets ontstond dat explodeerde. Zo eenvoudig is het echter niet. Wetenschappers hebben een hypothese opgesteld die een begin uit ‘niets’ zou moeten verklaren. Men gaat daarbij uit van de mate waarin het heelal nu uit lijkt te dijen en rekenen dat dan terug tot op het moment dat alles bij elkaar zou hebben gezeten, ongeveer 13,7 miljard jaar geleden.

 

 

 

De problemen met deze hypothese:

 

  • Het is maar de vraag of het heelal eigenlijk wel uitdijt.
  • Het ‘horizonprobleem’: De grootte van het heelal is min of meer bekend en het licht van de ene kant van het heelal heeft de andere kant al bereikt. Maar er is niet genoeg tijd voor geweest om het licht die afstand te laten afleggen. Dat wordt verklaard door het heelal in het begin heel snel te laten uitdijen en later minder snel. Maar wat zorgde ervoor dat het ineens langzamer ging.
  • Als het heelal op een bepaald moment begonnen is met uitzetten dan zou het nu een soort ‘schil’ moeten zijn. Maar dat is niet zo, het hele heelal is gevuld. Daar komt nog bij dat sterrenstelsels gegroepeerd zijn en dat is niet logisch als het heelal begonnen is zoals sommige oerknaltheorieën suggereren.
  • Er zouden veel magnetische monopolen moeten voorkomen, maar die worden niet gevonden. Een magnetische monopool is een hypothetisch elementair deeltje dat één magnetische pool (een monopool) bevat – slechts een noord- of een zuidpool, niet allebei. Hun bestaan wordt voorspeld door diverse kosmologische en natuurkundige theorieën, maar pogingen om ze te vinden zijn tot nog toe tevergeefs gebleken.
  • Gas dat heet wordt zet uit. Maar sterren en sterrenstelsels zouden zijn ontstaan uit ronddraaiende, krimpende gaswolken. Een krimpende gaswolk wordt heter en zet dus weer uit… Dat kan dus niet zo gebeurd zijn.
  • Sterren en sterrenstelsels draaien, maar niet allemaal dezelfde kant op. Dat is een probleem: Als alles uit één draaiende massa moet zijn ontstaan, zouden ze allemaal dezelfde kant op moeten draaien.

 

Zo kun je wel doorgaan. Alle problemen worden met een nieuwe theorie ‘verklaard’ of door aan te nemen dat er iets is wat men nog niet gezien heeft (‘donkere materie’, ‘donkere energie’ of meerdere dimensies bijvoorbeeld), maar er is nog steeds geen enkele vaststaande oerknaltheorie.

De Bijbel zegt dat God het op een bepaald moment maakte en dat is op dit moment de meest logische verklaring.
Tot nu toe is er in ieder geval nog geen enkel feit bekend dat de tekst van de Bijbel op enig punt volledig tegenspreekt.

 

.

 

Het begin van het leven

 

Hoe de basisbouwstenen van het leven ooit spontaan bij elkaar gekomen zouden zijn, blijft een raadsel. Sinds Darwin met zijn ‘Oorsprong der soorten’ kwam is er nog nooit iemand geweest die heeft kunnen aantonen dat de eerste levende cel zou kunnen zijn ontstaan uit ‘dode’ materie.

Louis Pasteur bewees eerder het tegendeel door te laten zien dat leven alleen uit leven voortkomt. Het ‘stof’ waaruit wij door God gemaakt zijn, gaat niet vanzelf bij elkaar zitten op de manier die nodig is voor het leven zoals wij dat nu kennen. De creatieve kracht van de Schepper is een onmisbaar element.

Op dit moment zijn alle hoofdsoorten strikt gescheiden en het ontstaan van nieuwe organen is nog door niemand waargenomen. Gen 1:24 – “En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.”Eenvoudig gezegd: je kunt heel veel variaties tegenkomen van het basistype ‘hondachtige’, maar het blijft een hondachtige.

 

 

 

Het begin van de theorie

 

Het is niet toevallig dat de theorie die God ‘overbodig’ maakt voor het ontstaan van onze planeet, populair is geworden in een tijd waarin mensen koningen zat waren. Het juk van de autoriteit die boven hun gesteld was, werd ze te zwaar. En in veel gevallen was dat terecht, maar de reactie van veel mensen om dan ook maar het gezag van God en de Bijbel in twijfel te trekken baande de weg voor de evolutietheorie.

 

 

 

 

.

.

.

Enkele grondleggers van de evolutietheorie:

 

 

 

 

 

Men gebruikt vaak de algemene term ‘evolutietheorie’, maar eigenlijk is dat een verzameling van verschillende theorieën. Sommige mensen komen met het argument dat evolutie wel degelijk plaatsvindt. Dat klopt, maar het begrip ‘evolutie’ in de betekenis van ‘verandering’ of ‘aanpassing’ hoeft zelfs voor een christen geen probleem te zijn. Er is heel veel verandering in de natuur, dat heeft God zo gemaakt. Sterker nog, het feit dat er zoveel variatie is in de verschillende kenmerken van levende wezens is alleen maar sterk bewijs voor een steengoed ontwerp!

 

 

.

 

Natuurlijke selectie

 

Charles Darwin schreef in zijn boek The Origin Of Species: “Ik heb dit principe, waarbij iedere kleine variatie, mits nuttig, wordt behouden, Natuurlijke Selectie genoemd.” Hij concludeerde dat alle levensvormen aan elkaar verwant zijn. Hij dacht dat we allemaal afstammen van een enkele cel, die mogelijk ergens in een plasje water ontstaan is. Hij wist nog niets van wat er allemaal plaatsvindt binnenin de cellen waaruit alle levende organismen zijn opgebouwd.

Hij wist niet beter dan dat de cel een klein slijmerig bolletje was. Als hij geweten had wat wij nu weten over cellen, had hij heel wat meer moeite gehad om zijn theorie vorm te geven. Mutaties zijn vaak schadelijk voor een organisme en worden meestal niet op volgende generaties overgedragen, omdat er een goed ontworpen foutdetectiemechanisme in cellen zit (waar mutaties wel worden overgedragen spreken we van erfelijke ziekten – die volgens de Bijbel het gevolg zijn van de zondeval).

Maar variaties in het erfelijk materiaal die wel een bruikbare eigenschap opleveren zijn slechts nuttig om de soort te laten overleven in een veranderende omgeving (zoals een langere staart, een groter snaveltje, of een andere kleur huid). Dit soort variaties voegen geen nieuwe informatie toe.

 

 

 

In de schoolboeken

 

Wat wordt onze kinderen, of jou als student voorgehouden in de schoolboeken? Vinden we daarin de ‘bewijzen’ voor evolutie van eenvoudig naar complex? Laten we beginnen met een vreemd verschijnsel. Zie ook het volgende plaatje waarin verschillende door Haeckel getekende dierenembryo’s en een mensembryo naast elkaar zijn gezet. Dit keer met echte foto’s van de embryo’s eronder. Je ziet duidelijk het verschil.

Daar komt nog bij dat Haeckel de beesten die hij gebruikte in het voorbeeld bewust uitgekozen heeft omdat die het meeste op de mens lijken in een bepaald stadium. Hij heeft voor de amfibieën bijvoorbeeld een salamander gekozen, terwijl een kikker in dat stadium er heel anders uitziet. Sterker nog, hij heeft ook het stadium van ontwikkeling gekozen waarin de embryo’s het meest op elkaar lijken. In een vroeger stadium is er juist weer meer verschil.

 

 

 

 

     Haeckel

 

 

Haeckel beweerde ook dat een embryo van een mens in een vroeg stadium kieuwspleten heeft. De tekeningen die hij maakte waren duidelijke vervalsingen en hij werd daarvoor in zijn eigen tijd al onderuit gehaald. We weten nu dat de huidflapjes die Haeckel voor kieuwen aanzag bij de mens helemaal niets met ademhaling te maken hebben.

 

 

 

 

 

Jonge studenten worden nog steeds met deze propaganda geconfronteerd. Door sommigen worden de schijnbare overeenkomsten toch nog gezien als bewijs voor gemeenschappelijke afstamming. Als er al vergelijkbare structuren zijn, dan zijn die veel beter te verklaren door uit te gaan van een gemeenschappelijk ontwerp.

 

 

 

 

Rudimentaire organen als bewijs? Dit zijn organen die niet helemaal ontwikkeld zijn of niet (meer) goed functioneren. De Bijbelse benadering: God heeft ze ergens voor gemaakt maar wij weten niet waarvoor, of ze hebben hun functie verloren. Er wordt vaak verondersteld dat de walvis afstamt van een soort landdier en dat hij nu nog botjes heeft die overgebleven zijn van wat ooit achterpoten waren. De botjes op zich zeggen ons niet dat ze ooit achterpoten geweest zijn.

Daar komt nog bij dat we van de walvis weten dat de botjes wel degelijk een functie hebben, net als de zogenaamde ‘rudimentaire achterpoten’ van een slang. Als ze ergens voor dienen, maar nu niet meer zo goed werken, dan is het een heel logische conclusie dat ze vroeger misschien beter gewerkt hebben, maar dat is nog geen bewijs voor evolutie van eenvoudig naar complex.

 

 

 

 

De appendix (hangt aan de blindedarm) en staartwervels hebben wel degelijk belangrijke functies. Zonder appendix heb je minder weerstand tegen ziektes en aan de staartwervels zitten veel belangrijke spieren. Is dit bewijs voor evolutie? Nee. Alle ‘rudimentaire organen’ hebben een functie of hebben die eens gehad.

 

 

 

Vinden we in fossielen dan bewijs voor ontwikkeling?

 

 

 

Men is tot deze conclusie gekomen omdat organismen die in hogere lagen in de aardkorst zitten jonger en over het algemeen ook complexer zijn dan organismen die in lagere lagen zitten. Men neemt aan dat de aardlagen gedurende een hele lange tijd gevormd zijn (het uniformitarisme van James Hutton: geologische processen gaan langzaam ), zodat er tijd is voor de veronderstelde evolutionaire ontwikkeling.

Bij deze denkwijze wordt geen rekening gehouden met de Zondvloed, de Grote Overstroming uit de Bijbel. In een dergelijke wereldwijde overstroming zouden de meeste lagen in enkele maanden tot jaren gevormd kunnen zijn. Bij het indelen van de aardlagen moet rekening gehouden worden met de reeds aanwezige lagen van vóór de zondvloed, maar ook de lagen die ontstaan zijn door vulkaanuitbarstingen en overstromingen van ná de zondvloed.

Evolutiegelovigen zoeken ‘overgangsvormen’. Gevonden skeletten van ‘aapmensen’ waren van uitgestorven apensoorten, misvormde mensen, of vervalsingen. Er worden wel af en toe ‘schakels’ aangedragen. Zo nu en dan wordt er een fossiel gevonden dat een overgangsvorm “zou kunnen zijn”, bijvoorbeeld tussen reptielen en vogels. Maar hier en daar een enkel veronderstelde overgangsvorm is nog geen bewijs voor een complete ketting. Voor een doorslaggevend bewijs heb je een nagenoeg onafgebroken stroom van aaneensluitende, steeds complexere vormen nodig en die is er gewoon niet.

 

 

 

Geologische ‘tijdschaal’?

 

 

 

 

 

De ‘geologische tijdschaal’ is nergens op aarde compleet. Hier en daar vinden we een aantal lagen boven elkaar, maar nooit de totale veronderstelde geschiedenis van de aarde. Zou dat wel zo zijn dan zou hij zo’n 150 km dik moeten zijn. Waar ze zo mooi op elkaar liggen zou je eerder de conclusie trekken dat ze snel na elkaar gevormd zijn in een grote overstroming en vulkaanuitbarstingen.  Wanneer we de geschiedenis van de Zondvloed lezen, dan zien we een wereldwijde overstroming die precies dezelfde gevolgen had, maar dan op zeer grote schaal.

Zo groot zelfs dat vele levende wezens in de ramp omkwamen, snel begraven werden en fossiliseerden. We vinden vaak dode beesten in groepen bij elkaar begraven in allerlei verwrongen standen, alsof ze daar gedeponeerd zijn door een grote watersnoodramp. Dan werden ze bedekt met sediment en vervolgens fossiliseerden ze. Een proces dat altijd snel verloopt. Als een dood dier langzaam bedekt zou worden met sediment, zou het verrotten of worden opgegeten door aaseters.

Vinden we fossielen in deze volgorde in de aardlagen? Vaak wel, maar zeker niet overal. Tijdens de Zondvloed kunnen eenvoudige organismen eerst en ingewikkelde later begraven zijn, afhankelijk van: 1) Waar ze leefden 2) Hun drijfvermogen 3) Of en hoe snel ze konden vluchten en 4) Hun intelligentie. In welke aantallen ze voorkwamen tijdens de ramp bepaalt ook nog eens hoeveel we ervan in het fossielenarchief terugvinden.

Dat eenvoudige organismen vaak lager begraven liggen is om bovenstaande redenen te verwachten als je uitgaat van een wereldwijde overstoming. Op grond van het Bijbelse scenario kun je voorspellen dat levende wezens die sneller, groter en intelligenter zijn, ook later begraven worden. Mensen kunnen het langst van alle levende wezens vluchten voor natuurgeweld.

 

 

 

 

 

 

Misbruik

 

Hitler maakte misbruik van de evolutietheorie om te kunnen discrimineren. Wetenschappers weten nu wel dat alle mensen hetzelfde zijn; dezelfde kleurstof in de huid, alleen in verschillende tinten. Dat alle mensen dezelfde oorsprong hebben stond echter al lang in de Bijbel: (Hand. 17:26) “Hij maakte uit één man alle volken van mensen om te leven op de aarde.”

Niet alleen Hitler maakte misbruik van deze filosofie, maar ook andere dictators hebben geprobeerd mensen naar hun hand te zetten door op een sluwe manier op ze in te spelen. Het zit hem natuurlijk niet in de filosofie of religie zelf, maar in de mens die hem misbruikt voor zijn eigen doeleinden zoals macht, geld, seks, enz.

Romeinen 1:21,22,25
“Hoewel ze God kenden, verheerlijkten ze Hem niet en waren niet dankbaar; ze werden afvallig door hun verbeelding en hun dwaze hart werd verduisterd… Hoewel ze zich voordeden als wijs, werden ze dwaas. Ze veranderden de waarheid van God in een leugen en aanbaden en dienden het schepsel meer dan de Schepper.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ammoniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Ammoniet fossielen zijn spiraalvormige, vrij platte schelpen van een uitgestorven inktvissen soort. Het hoofd bestanddeel van deze schelpen is aragoniet. De edelsteen ammoliet bestaat uit gefossiliseerde ammoniet schelpen en heeft een opaalachtige glans.

 

 

 

 

266px-parkinsonia_parkinsoni5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam ammoniet is afgeleid van de Egyptische god Ammon, die werd voorgesteld als een ram. De vorm van de fossiele schelp lijkt dan ook op een ramshoorn. In de Middeleeuwen werden ammonieten slangenstenen genoemd. Volgens de legende had de heilige Hilda de slangen die haar plaagden in steen veranderd. Soms werd de overeenkomst met een opgerolde slang versterkt door het fossiel te verfraaien met een uitgehakte slangenkop.

Tegenwoordig weten we dat ammonieten de schalen zijn van een uitgestorven groep inktvissen. Net als de recente Nautilus, een tropische inktvis die leeft in het westen van de Stille Oceaan, hadden deze inktvissen een uitwendige schelp. Ammonieten zijn echter meer verwant met de pijlinktvissen. Net als deze dieren hadden ze waarschijnlijk tien armen.

 

 

 

 

ammoniet-doorgezaagd-en-gepolijst

 

 

 

 

 

Levenswijze

 

Waarschijnlijk konden ammonieten, net als de recente Nautilus, zwemmen. De Nautilus kan drijven doordat er lucht in de kamers van zijn schelp zit. Als er gevaar dreigt, kan hij door hard water weg te spuiten, zich uit de voeten maken. Sommige soorten ammonieten hielden zich dicht bij de bodem op. Daar waren ze op zoek naar allerlei diertjes en leefden mogelijk ook van aas.

In de 19de eeuw ontdekte een Duitse paleontoloog dat in vindplaatsen van ammonieten groepjes van twee soorten waren te onderscheiden. Als ze klein waren was er weinig verschil, maar de volwassen exemplaren verschilden in de vorm van de buitenste windingen.

Tegenwoordig denkt men dat het hier helemaal niet om twee soorten gaat. De kleine (microconchen) en grote (macroconchen) schelpen behoren tot dezelfde soort, maar verschillen in geslacht. Waarschijnlijk zijn de microconchen de mannetjes en de macroconchen de vrouwtjes van de soort.

 

 

 

 

ammoniet01

 

 

 

 

Vindplaats

 

Ammonieten kunnen over de hele wereld gevonden worden.

 

 

 

ammoniet03

 

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Septarie

Standaard

categorie :  sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Kenmerken van septarie

 

Septarie of septarien is de naam van een concretie (samengroeisel) van een paar centimeter tot meer dan een meter groot. Vaak doet de vorm denken aan een Edammer kaas of een plat rond brood. Septarie bestaat uit meerdere mineralen. Septarie ontstaat als knolvormige samenklitting in kalkhoudende modder. De buitenkant is verhard terwijl het binnenste nog zacht is. Als de modder indroogt, ontstaan er krimpscheuren in zowel de knol als de omringende modder. Deze scheuren vullen zich met ander materiaal, vaak calciet of gips. Maar de septarie kan ook pyriet, siederiet, markasiet of chalcopyriet bevatten.

Door de krimpscheuren ontstaan verschillend gekleurde vakken. Deze zijn van elkaar gescheiden door donkere scheidingsranden die gevuld zijn met organisch materiaal, blaadjes, humus. Sommige stukken septarie bevatten zelfs fossielen. De septarie wordt meestal als bol of plak aangeboden omdat hij zo decoratief is. De bollen verto-nen meestal donkerbruine tot zwarte randen rondom mooie oranje en bruine vlakken. Sommige stukken septarie doen denken aan Tiffany en glas in lood.

De foto’s op deze pagina tonen vooral septarie uit Madagaskar. Deze septarie is ouder en meer ingeklonken dan bijvoorbeeld septarie uit Nederland. Dat maakt deze septarie goed bewerkbaar. Minder oude septarie verkruimelt snel. Septarie uit Madagaskar is bovendien zeer kleurrijk. In België en Frankrijk wordt septarie die aan een kant geslepen is (de andere kant is ruw) wilde septarie genoemd. Een handelsnaam dus. Andere handelsnamen voor de septarie zijn drakensteen, schildpaddensteen en torrensteen.

Edelsteentherapeuten gebruiken septarie graag bij vergeetachtigheid, concentratiestoornissen en de ziekte van Alzheimer. Septarie ondersteunt allerlei therapieën op natuurlijke wijze. Het gesteente helpt bij het loslaten van alles wat ingekapseld is. Zet daartoe een septariebol in de praktijkruimte.

 

 

 

 

plak septarie

 

 

 

 

 

septarie bol

 

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

 

Septarie (meervoud septariën of septaria) is afgeleid van Latijn septa, het meervoud van septum (‘hek, tussen-schot’). Deze betekenis verwijst naar de duidelijk afgescheiden vlakken van verschillend materiaal. Ook de naam drakensteen (dragonstone) verwijst naar het uiterlijk. Een septarie kan doen denken aan een drakenei of een stukje drakenvel. Iets vergelijkbaars geldt voor de namen schildpaddensteen (turtlestone) en torrensteen (beetlestone). Deze drie namen kun je overigens beter vermijden. Het zijn handelsnamen die soms ook voor an-dere stenen gebruikt worden. Drakensteen bijvoorbeeld is ook een andere naam voor cinnaber.

 

 

 

septarie handstenen

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Septariën worden in noordwestelijk Europa gevonden in zogenaamde septariënklei. Dit zijn kleisoorten uit van ongeveer 30 miljoen jaar oud (het Midden-Oligoceen). In Madagaskar wordt septarie gevonden die nog veel ouder is. Deze septarie is ongeveer 145-200 miljoen jaar geleden (de Jura) ontstaan. In Nederland wordt dit soort klei gevonden in Twente en in de Achterhoek. Bij Winterswijk (groeve De Vlijt) kun je septariën vlak aan de op-pervlakte vinden. In België wordt dergelijke oeroude klei gevonden bij Boom, de zogenoemde Boomse klei.

De septariën in de Boomse klei werden vanaf 1796 vermalen en gemengd met kalk tot zogenaamd Romeins cement. Het resultaat was een snelhardend cement. De Romeinen hadden deze techniek reeds gebruikt. De Romeinse resten waarin cementachtige materialen zijn gebruikt, staan daarom nog steeds, soms verrassend gaaf na al die jaren. De techniek werd in de tweede helft van de 18e eeuw herontdekt.

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werd het Romeins cement geproduceerd in Niel en Doornik. Bij het Bel-gische plaatsje Mol in provincie Antwerpen is een ondergronds laboratorium aangelegd in de Boomse klei om de doorlatendheid van de klei te testen. Men wil graag weten of het in de toekomst mogelijk is radioactief afval in de Boomse klei op te slaan. Klei is namelijk zeer slecht doorlatend. De septarie is nog niet zo lang bekend als heel-steen. Het is al wel vrij lang een geliefd verzamelobject voor de stenenliefhebber.

 

 

 

 

Winterwijkse septarie

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

 

* Septarie geeft je het gevoel dat je mag zijn zoals je bent. Traumatische ervaringen uit je jeugd worden op zachte wijze aan het licht gebracht, zodat je ze kunt verwerken. De septarie heelt je geestelijke wonden.

* Septarie is heel geschikt voor kinderen. Het heelt ook je Innerlijk Kind.
* Septarie maakt zelfbewust, geeft zelfvertrouwen en maakt je actiever. Het maakt je toegankelijker voor je medemens.
* Septarie helpt je standvastig en kalm te blijven in moeilijke en emotioneel geladen situaties, zoals ruzies, ergernissen en frustratie. Mensen met een grote ingehouden woede of veel onderdrukte frustraties kunnen met septarie hun emoties in goede banen leiden.
* Septarie zet verbittering en teleurstelling om in hoop en vertrouwen. Hevige angsten verdwijnen, veranderen in kalmte. Ook andere heftige emoties (woede, jaloezie, somberheid) worden omgezet in positieve energie.

 

 

 

 

septarie hanger

 

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Het materiaal in de krimpscheuren is vaak calciumcarbonaathoudend. Septarie is vaak zwavelhoudend.

 

Samenstelling: Al4[(OH)8/Si4O10].nH2O + Ca, Fe, Mg (de klei) en CaCO3 + Fe, Mg (de calciet). Soms met FeS2 (pyriet of markasiet), Fe2CO3 + Ca (siederiet), CuFeS2 (chalcopyriet)
Hardheid: 3 (het moedergesteente uit klei: 2)
Glans: deels mat (de versteende klei), deels glasglans (de calciet)
Transparantie: deels ondoorzichtig (de klei),
deels doorschijnend (de calciet)
Breuk: ongelijkmatig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,6 – 2,7
Kristalstelsel: monoklien/triklien (de klei), trigonaal (de calciet)

 

 

 

 

septarie bollen

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

De Bijbelse geschiedenis.

Standaard

categorie : religie

 

 

.

 

image

 

.

.

De Bijbelse geschiedenis is de geschiedenis die ons in de Bijbel wordt verteld. Zij is de openbaringsgeschiedenis, de geschiedenis van de zelfopenbaring van de drie-enige God. Hoewel zij uit vele geschiedenissen bestaat, is zij toch één, omdat deze allen  samen verbonden zijn door het éne openbaringsdoel dat zij beogen.

Synoniemen zijn: “gewijde geschiedenis”, “heilige geschiedenis”.

De grondslag van de Bijbelse Geschiedenis en van alle geschiedenissen vormt wat in Genesis 1-3 wordt verteld:
– De schepping van alle dingen en van de mens door God;
– De val van de mens, waardoor alle zonde en lijden in deze wereld wordt verklaard;
– De belofte van de verlossing, waarmee de geschiedenis aanvangt van Gods barmhartigheid en genade, die de hoofdinhoud vormt van heel de Bijbelse Geschiedenis. Dat bereikt haar hoogtepunt in het kruis en de kroon van de beloofde en gekomen Verlosser, Jezus Christus, Gods Zoon, onze Heere.

Alleen in deze belofte moet het beginsel van de indeling van de Bijbelse Geschiedenis worden gezocht. Want het is de belofte, die zich in de gang van de heilige historie ontplooit en door de profetie wordt verhelderd. Heel de geschiedenis werkt naar, en loopt uit op de komst van de beloofde Messias, waarmee het Oude Testament besluit en het Nieuwe Testament begint. Daaruit volgt dat de Bijbelse Geschiedenis in twee hoofddelen uiteen valt:

I  De Bijbelse geschiedenis van het Oude Testament, of de tijd der belofte;
II De Bijbelse geschiedenis van het Nieuwe Testament, of de tijd der vervulling.

Men kan de hoofdtijdperken van de Bijbelse geschiedenis op 2 manieren berekenen: vanaf de schepping van de mens en tot de geboorte van Christus tot de huidige de jaartelling.

 

 

.

De hoofdperioden volgens de tijdrekenkundige indeling van  zijn de volgende:

.

Jaar van de mens
(Anno Homini)
Vóór / na Christus Duur Periode
0-1650 A.H. 3974-2324 v.C. 1650 jaren Van de schepping tot de zondvloed
1651-2000 A.H. 2324 -1974 v.C. 350 jaren Na Zondvloed tot geboorte Abram
2001-2500 A.H. 1974 -1474 v.C. 500 jaren Van Abrams geboorte tot de Uittocht
2501-2980 A.H. 1473/4 – 993/4 v.C. 480 jaren Van Wetgeving tot 4e jaar van Salomo
2981-3366/7 A.H. 993/4 – 607 v.C. 390-3 à 4 j = 387/7 jaren Van Tempelbouw tot Ballingschap
3467-3437 A.H. 607 – 537 v.C. 70 jaren Van begin Ballingschap tot terugkeer Juda
3437-3517 A.H. 537 – 457 v.C. 80 jaren Vanaf bouw 2e Tempel tot komst Ezra
3517-4000 A.H. 457 v.C. – 26 na Chr. 483 jaren Van Ezra tot Johannes de Doper (Dan. 9:25)
4000 jaren Totaal
4000-4070 A.H. 27-97 na Chr. 70 jaren Van Johannes de Doper tot Openbaring van Joh.
4070 jaren Totaal

A.H. = Anno Homini = in het jaar van de mens (na de schepping van de mens).

 

.

De evolutionisten beweren via de koolstofmethode dat de aarde miljarden jaren oud is. Het is een methode die succesvol gebruikt wordt om de ouderdom te bepalen van overleden dieren, mensen en planten. Tijdens de zondvloed hebben op de aarde echter zo een gigantische krachten alles vernietigd, dat de wetten van de fysica en scheikunde niet van toepassing waren.

De tussenkomst van God was tijdens de zondvloed enorm groots en angstwekkend. Aangezien de Bijbel het Woord van God is, en God liegt nooit, moeten bovenaardse natuurwetten de aarde op een korte tijd verzwolgen hebben. Daardoor lijken de gevonden fossielen veel ouder dan ze werkelijk zijn.

 

 

 

 

De stamboom van Adam tot de zondvloed

De stamboom van Adam tot de zondvloed

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

De schepping roept vragen op

Standaard

categorie : religie

 

 

.

 

zeven-scheppingsdagen-franc%cc%a7ois-foucras

 

.

 

 

 

Is de aarde geschapen in 6×24 uur?

 

 

De Schepper is de enige die er bij was toen de kosmos ontstond. God heeft persoonlijk gezegd dat Hij de wereld in zes dagen heeft geschapen:

.

“Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft…”(Exodus 20:11)

.

Veel christenen gaan er van uit dat God de wereld in 6×24 uur heeft geschapen. Daar is niets verkeerd mee. Tegelijk weten we dat het Bijbelse begrip ‘dag’ evengoed als een tijdperk van onbepaalde lengte kan worden gelezen. Vanwege onze onbekendheid met het wezen van de tijdloze geestelijke wereld van waaruit de aarde is geschapen, is de discussie over al dan niet dagen van 24 uur niet erg zinvol.

Pas op de vierde scheppingsdag heeft God de aardse tijdrekening mogelijk gemaakt, toen Hij de hemellichamen schiep. Bij de eerste drie scheppingsdagen bestond die mogelijkheid nog niet. Laten meningen over de lengte van de scheppingsdagen geen toetssteen worden voor Bijbelgetrouwheid. Velen gebruiken een langere tijdsduur om daarmee de evolutie aannemelijk te willen maken.

God is in staat om de aarde te scheppen in zes miljard jaar, in zes perioden, in 6×24 uur of in zes seconden. Eenmaal zal God een nieuwe aarde scheppen. God zal daarvoor geen evolutieproces van miljarden jaren nodig zal hebben. Dan niet en in het verleden ook niet.

 

 

.

 

Spreken Genesis 1 en 2 elkaar tegen?

.

 

genesis

 

 

In Genesis 2:4 verandert de stijl van schrijven ten opzichte van de scheppingsgeschiedenis van Genesis 1-2:3. Het lijkt op een alternatief scheppingsverhaal waarbij sommige gebeurtenissen in een verschillende volgorde worden geplaatst.

De laatste eeuwen zijn de verschillen tussen Genesis 1 en 2 door ongelovigen en critici aangegrepen om de Bijbelse boodschap over de schepping uit te hollen. Degene die als eerste invloedrijke denker zijn pijlen op Genesis 2 richtte was de Franse vrijmetselaar en filosoof Voltaire uit de achttiende eeuw, die nadrukkelijk het menselijk denken de voorrang gaf boven de Bijbel.

Hij bestreed het christelijke geloof onder meer door de verschillen tussen Genesis 1 en 2 uit te vergroten en te suggereren dat er twee tegengestelde scheppingsverhalen in de Bijbel staan. Daardoor zou minstens een van de beide verhalen als symbolisch moet worden opgevat en zou men het totale scheppingsverhaal niet als feitelijke waarheid kunnen aannemen.

Sommige Bijbeluitleggers concluderen uit de verandering van stijl vanaf Genesis 2:4 dat het daarom door een andere auteur moet zijn geschreven, maar dat hoeft natuurlijk niet. Dezelfde schrijver kan voor verschillende soorten proza een verschillende stijl kiezen. En al zou het zo zijn, in dat geval moet het door Mozes zijn beschouwd als waarheidsgetrouw en als zodanig samengevoegd met de andere tekst.

Opmerkelijk is in dit Bijbelgedeelte vooral dat er vanaf Genesis 2:4 een andere benaming voor God wordt gebruikt. In onze Bijbelvertalingen lezen we de toevoeging Heere, Here of Heer als het over God gaat. Dat is niet zo vreemd, want deze benaming wordt vooral gebruikt waar het gaat om het aspect ‘verbondenheid tussen God en mens’.

En dat is in dit gedeelte ook aan de orde. Genesis 1 is een feitelijk verslag van de schepping in grote lijnen, terwijl in Genesis 2 de geschiedenis van de mensheid begint en hoe de betrokkenheid van God met de mens is begonnen. Een andere focus dus, waarbij geen reden is om daar allerlei andere conclusies aan te verbinden.

De Bijbel richt in Genesis 2 de schijnwerper op de mens, die op de zesde scheppingsdag werd geschapen. In Genesis 1:26-28 wordt de schepping van man en vrouw genoemd, terwijl uit Genesis 2 blijkt dat eerst de man en daarna de vrouw is geschapen. Genesis 1 geeft ons dus een globaal overzicht, terwijl er in Genesis 2 enkele details uit worden gelicht.

Bij het lezen vanaf Genesis 2:4 kun je als lezer de indruk krijgen dat God:

  • eerst de mens schiep (vers 7)
  • vervolgens planten (vers 8-9)
  • daarna dieren (vers 19)

Toch kan aan de gebruikte werkwoordvormen geen volgtijdelijkheid worden afgeleid. Verschillende vertalingen gebruiken daarom terecht tijdvormen waaruit helemaal geen volgorde is af te leiden. Voorbeeld:

.

“Ook had de Heere God een hof geplant in Eden…” (Genesis 2:8)

.

Er blijven geen redenen over om te zeggen dat de beide scheppingsverhalen elkaar tegenspreken of elkaars betrouwbaarheid ondermijnen.

 

 

.

 

Hoe zijn de soorten ontstaan?

.

Wetenschappers hebben aangetoond dat in de loop van de afgelopen eeuwen kleine veranderingen binnen de soorten planten en dieren hebben plaatsgevonden. Dat wordt ook wel eens micro-evolutie genoemd waarbij de soort niet is veranderd, maar hooguit varianten van dezelfde soort zijn ontstaan. Maar de Bijbel zegt nadrukkelijk dat God de soorten planten en dieren afzonderlijk heeft geschapen:

“En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.” (Genesis 1:11-12)

“En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort… En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort…” (Genesis 1:21,25)

 

 

 

.

.

Klopt de volgorde van de scheppingsdagen?

.

Veel mensen hebben moeite met de volgorde van wat God in de zes achtereenvolgende dagen heeft geschapen. Die moeite ontstaat doordat ze hun eigen logica als maatstaf nemen voor de aannemelijkheid van de geschiedenis. Bijbelvers:

.

“Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.” (Genesis 2:4)

.

Een andere manier om Genesis 1 te ontkrachten is te beweren dat het is geschreven naar het wereldbeeld van die tijd en dat we het dus het niet letterlijk kunnen nemen. Verwacht je echt dat je later in de hemel te horen zult krijgen dat God zo’n belangrijk verslag als dat van de schepping in de vorm van een simpel verhaaltje voor simpele zielen in de Bijbel heeft laten schrijven, terwijl de werkelijkheid heel anders was?

Ook kunnen Bijbellezers moeite hebben met het feit dat God op de eerste dag het licht schiep en op de vierde dag de zon. De meeste Bijbellezers staan er niet bij stil dat het licht van de eerste scheppingsdag van een heel andere aard moet zijn geweest dan dat van de zon.

Bovendien vertelt Genesis 1 ons niet dat het licht van de eerste dag werd vervangen door het licht van de vierde scheppingsdag. Het licht van de eerste dag was namelijk de schepping van de engelen en de onzichtbare wereld.

 

 

 

 

.

Welke plaats van de aarde binnen de kosmos?

.

Veel Bijbellezers vragen zich af of Genesis 1 wel klopt omdat daar de aarde als het centrum van de kosmos wordt voorgesteld. Wat is er voor bijzonders aan dit onbeduidende planeetje dat om een niet al te grote ster draait, die deel uitmaakt van een van de vele melkwegstelsels? Onze Schepper kan er immers een heel andere logica op na houden dan wij.

Het zou ons niet hoeven te verbazen dat de aarde binnen het heelal een unieke plaats inneemt en de enige planeet is waar menselijk leven voorkomt. Het tegendeel is nog nooit bewezen, hoe hard wetenschappers ook hun best doen. Het ontdekken van leven buiten de aarde lijkt een van de belangrijkste doelstellingen van ruimtevaartmissies lijkt te zijn. Kosten noch moeiten worden gespaard om te kunnen aantonen dat leven overal vanzelf kan ontstaan zonder Schepper.

Denk aan de ruimtevaart missies die gericht zijn op de planeet Mars en de recente pogingen van astronomen om ergens in ons melkwegstelsel planeten te ontdekken met condities die lijken op die van de aarde. Het gaat steeds weer over die ene vraag: wat is de oorsprong van de mensheid? Kennelijk heeft de mensheid astronomische bedragen over voor zelfs het kleinste glimpje hoop op de ontdekking van leven dat spontaan ontstaan is.

 

.

ons-melkwegstelsel-02

 

.

 

 

 

Is de catastrofetheorie een goed alternatief?

.

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.(Genesis 1:2)

.

Na het prachtige eerste Bijbelvers van Genesis 1 over de schepping van hemel en aarde zien we het beeld van een ruige aarde, bedekt met een soort oervloed. Is het aannemelijk dat God in het begin een aarde heeft geschapen die er zo afstotelijk uitzag, als een soort tussenproduct dat nog afgemaakt moest worden? Is dat wel verenigbaar met Gods manier van doen.

In de 19e eeuw zijn C.I. Scofield en later ook Dr. Chambers tot de mening gekomen dat er in de grondtekst van Genesis 1:2 niet staat “de aarde WAS woest” maar “de aarde WERD woest”. Daarvan uitgaande kwamen zij tot de visie dat er tussen verzen 1 en 2 van Genesis 1 een of andere catastrofe moet hebben plaatsgevonden. Jesaja 45:18 wijst ook in die richting:

.

“Want zo zegt de HERE, die de hemelen heeft geschapen; Hij is God, die de aarde heeft gevormd en toebereid – Hij heeft haar niet als een woestenij geschapen …” (Jesaja 45:18)

.

Een eventuele catastrofe is te associëren met de val van de satan en het feit dat hij op de aarde is geworpen (Openbaring 12:9) en de oorspronkelijke schepping tot een puinhoop heeft gemaakt. Deze Bijbeluitleg wordt overigens ook wel de ‘gap-theorie’ genoemd. Het resultaat van die catastrofe, een woeste, lege, duistere aarde, past uitstekend bij het standaard resultaat van satanische activiteiten.

Als we verder borduren op de catastrofetheorie, zou het overige van Genesis 1 vertellen hoe God de verwoeste aarde van vers 2 herschiep tot een volmaakte woonplaats voor mens en dier. Mogelijk waren er dan bij de oorspronkelijke schepping al planten en dieren geschapen, waarvan fossielen gevonden zijn. Deze theorie geeft dus de mogelijkheid om bepaalde vormen van leven te veronderstellen, die bij de catastrofe zijn uitgeroeid.

Uitgaande van deze uitleg zouden we in zekere zin kunnen spreken van de schepping (Genesis 1:1) en de herschepping van de aarde (Genesis 1:3-31). God heeft in zes dagen de lelijke, woeste, lege aarde dan herschapen tot een prachtige planeet vol levende wezens.

Deze catastrofetheorie is niet erg populair onder christenen omdat het niet zo overtuigend kan worden onderbouwd vanuit de Bijbel.

.

 

 

Verwondering over de schepping

.

Door al die discussies over het ontstaan van de aarde zouden we bijna vergeten om ons te verwonderen over de grootsheid van het feit dat God hemel en aarde heeft geschapen. Daarbij kunnen we onder meer aan het volgende denken:

.

  1. God heeft de aarde op zijn eigen manier gemaakt, zonder dat er een mens bij is geweest. Hoe God alles gemaakt heeft zal waarschijnlijk altijd een raadsel blijven.
  2. God heeft de aarde goed gemaakt, zonder ontwerpfouten en zonder gebreken.
  3. Direct na de schepping bruiste de aarde van leven en levenslust. Dood en verderf waren nog onbekend.
  4. God heeft de mens als hoogst ontwikkelde schepsel de zorg en het beheer van de aarde toevertrouwd.
  5. In de schepping straalt veel van Gods heerlijkheid af:
    – in de overvloedigheid van vormen, kleuren, geuren en geluiden
    – in de eindeloze creativiteit en veelheid van soorten planten en dieren
    – in de onmetelijkheid van de kosmos met talloze sterrenstelsels, waarvan wellicht het grootste deel nooit door mensen zal worden waargenomen
    – in de onnaspeurlijkheid van de microkosmos en de elementaire structuur van de materie
  6. God heeft het leven geschapen als een geheim dat in Hem zelf verborgen ligt, terwijl wetenschappers sinds eind vorige eeuw het hebben opgegeven om te zoeken naar een materiële beschrijving van wat ‘het leven’ in levende cellen precies inhoudt
  7. De Schepper die in staat is geweest om zo’n complexe en bijna oneindige schepping te creëren verdient het respect en de liefdevolle toewijding van alles wat leeft.
  8. De God die de schepping gemaakt heeft is ook de enige die precies weet hoe deze schepping hoort te functioneren.
  9. Deze God is de enige die recht heeft om de mensen voor te schrijven hoe zij zich behoren te gedragen en die hen kan beoordelen en aanspreken op hun daden.
  10. De God die de aarde gemaakt heeft weet hoe Hij zijn schepselen gelukkig kan maken. Gelukkig wil Hij dat ook.

 

 

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria