Mensen maken de samenleving en nemen daarin een positie in. Deze website geeft toegang tot een diversiteit aan artikelen die gaan over 'samenleven', belicht vanuit verschillende perspectieven. De artikelen hebben gemeen dat er gezocht wordt naar wat 'mensen bindt, in plaats van wat hen scheidt'.
Categorie archief: Mode en kledij+collecties Christian Dior 2000-2022
Vikingen waren mensen uit een Scandinavisch volk aan de noordoostkust van Europa. Deze regio is ongeveer op de plek waar nu Denemarken, Noorwegen en Zweden ligt. Van de negende tot de elfde eeuw, zeilden Vikingen met hun snekken langs de kusten van Europa en overvielen en plunderden de dorpen. Ze vestigden zich in IJsland, Groenland en Noord-Amerika.
.
.
Wat droegen deze Scandinavische Vikingen?
Mannen droegen tunieken en broeken met smalle pijpen. Vrouwen droegen lange jurken. Kleren die ze droegen waren gemaakt van wol, dierenhuiden en linnen. Kleren waren gesponnen en geweven door vrouwen. Mensen maakte verf om hun kleren te ‘beschilderen’. Ze gebruikten planten om de kleren blauw, rood en geel te maken. Voordat de vrouwen gingen trouwen deden ze hun haar los en nonchalant met een haarband.
Maar als de vrouwen getrouwd waren moesten ze hun haar opsteken en bedekken met een sjaal. Ze droegen ook veel sieraden, evenals de mannen. Kinderen droegen geen sieraden. Wanneer er een feest was werd er niet veel bijzonders gedragen. Eigenlijk droegen ze exact hetzelfde, alleen waren deze kledingstukken van beter materiaal gemaakt en waren er sprankelendere kleuren gebruikt.
Er zijn veel vooroordelen over de Vikingen. Bijvoorbeeld de hoorns die ze ‘hadden op hun helm en droegen op hun hoofd’. Vaak denken mensen dat ze gebruikt werden tijdens het jagen, maar dat is niet zo. De hoorns waren gebruikt om gerechten op te drinken of te eten. Ze waren Drinkhoorns genoemd. Veel Vikingen hadden gewoon helmen van dik leer maar als je een echte stevige en kwalitatieve helm wou had je een helm van ijzer nodig.
.
Wat waren de rituelen die de Vikingen gebruikten?
De Vikingen hadden andere rituelen dan de mensen van nu. Vikingen offerden dieren en soms zelfs mensen. Als een Viking iets offerde aan god, om hem tevreden en gelukkig te houden, drupte hij wat bloed van een mannelijk dier op een steen. Maar wanneer ze een mens offerden het was erg anders: de mens was gedood en werd opgehangen in een boom.
Dit zagen ze dan als de offering. Ook begrafenissen van de Vikingen waren totaal verschillend van de christelijke. De dode mensen waren begraven met dingen die ze later, in het hiernamaals, nodig zouden hebben. Wat er met je mee in de grond ging hing ook vanaf of je veel geld had.
Een arme man was begraven met slechts 1 zwaard terwijl een rijke machtige man begraven werd met veel waardevolle dingen. Soms waren mensen begraven in boten, of schepen. Anderen waren begraven in houten kamers.
.
Waar geloofden de Vikingen in?
De Vikingen geloofden in Odin. Dit is de hoofdgod. Odin had ook nog een zoon, Thor. Thor was de meest beminde god. Aangezien hij de beschermer was van alle goden was hij erg belangrijk. Later gingen de Vikingen ook geloven in het christendom, omdat ze hier mee in contact kwamen. Ze troffen het christendom aan tijdens de lange en verre reizen die ze maakten. De Vikingen hadden eerst altijd tempels, gemaakt voor ‘hun’ goden. Toen dit geloof verwisselt werd met het christendom werden de tempels verbouwd tot kerken.
Kleding speelde in de middeleeuwen al een belangrijke rol. Het liet het verschil zien tussen adellijken en burgers. Dit lieten ze zien door middel van technieken, maar ook door middel van kleur. Het dragen van kleding ging steeds meer klasse uitstralen, wat je in de hedendaagse samenleving ook nog wel eens terug ziet. Hoe zag de adellijke vrouwenkleding eruit in de late Middeleeuwen
Adellijke vrouwenkleding (1000-1490)
Bij de vrouwen is het verschil tussen de late middeleeuwen en de vroege middeleeuwen duidelijk te merken. De jurken zijn door de tijd heen wel altijd lang gebleven. De jurken hadden verschillende lagen over elkaar heen. Zo had je een onderhemd, onderjurk en een bovenjurk. Adellijke vrouwen droegen vaak ook nog een mantel. Het silhouet van de jurken was van boven smal en onder wijd uitlopend.
Door de tijd heen bleven de rokken wijd uitlopend en was er dus weinig verandering in. De mouwen waren anders dan dat je ze tegenwoordig ziet. Het overkleed van de vrouw had meestal geen mouwen, zodat het ook niet warm was in de zomer. Zodra het wat kouder werd, werd er een kort linnen mouwtje vastgespeld aan het overkleed.
Zodra het kouder werd in de winter hadden de vrouwen ook nog lange, warme, wollen mouwen die ze dan weer vastmaakten aan het korte mouwtje met een paar steken. Tussen 1000-1200 waren de mouwen lang en heel wijd. Wat later in de middeleeuwen (1200-1350) waren de mouwen nog steeds lang, maar ze waren nauwsluitend aan de arm.
Vijftig jaar later werden deze mouwen sierlijk afgezet met knopen of sierlijk gekleurde stoffen, net zoals bij de mannen. De mouwen tussen 1400 en 1440 leken veel op de mouwen van de mannen. Deze waren namelijk lang en sierlijk wijd en afgezet met bont. Zo lieten de adellijken zien dat ze rijk en machtig waren. Bont was namelijk niet te betalen voor de boeren.
De mouwen van de vrouwen waren in deze tijd wel minder gepoft dan die van de mannen. Je kon dus nog duidelijk verschil zien. Tussen 1440 en 1490 gingen de mouwen van de vrouwen weer deels terug naar 1000-1200. Ze liepen weer wijd uit, alleen niet zo wijd als in de vroege middeleeuwen.
De kleur werd gemaakt met natuurlijke producten zoals: uien (geel), gras (groen), bessen (rood). De kleuren van adellijken waren fleuriger, Oosterse stoffen. Dit konen adellijken zich veroorloven, omdat zij meer bezittingen hadden. Dat onderscheidde de adellijken van de boeren. De oosterse landen hadden betere kleurtechnieken, waardoor de kleuren van de adellijke kleding langer houdbaar bleef.
De kleding van de burgerlijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderkleed en vaak een iets korter overkleed. De hals van het onderkleed was meestal rond. Het accent kwam op de taille en de buste te liggen. Er werden koorden kruiselings gedragen over de taille, zodat de vrouwelijke vormen beter uitkwamen. De mouwen werden na de 11e eeuw steeds wijder.
Soms kregen deze mouwen een strook tot op de grond waarin een knoop werd gelegd. De mantel had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel dat met een sierspeld werd vastgemaakt. De mantel werd vaak voor de sier afgezet met bont of geborduurde randen.
De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren wol, linnen en bont. Zijde was heel zeldzaam, dus dat droegen de adellijke vrouwen veel. Na de 11e eeuw werd linnen ruimer verkrijgbaar, maar het was nog steeds heel erg kostbaar. De kleuren die veel werden gebruikt waren voornamelijk; felle kleuren met een betekenis, net als bij de mannen:
Wit: Zuiverheid.
Purper: Waardigheid.
Groen: Eeuwige jeugd.
Rood: Hemelse liefde.
De patronen die in deze tijd werden gebruikt waren ingeweven of geborduurde cirkels of vierkantjes. Ze hadden veel geborduurde randen en gebruikten veel motieven uit de klassieke oudheid.
De kleding van de adellijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderjurk en een overkleed. Vaak droegen de vrouwen ook een mantel. Het silhouet was van boven smal en de rok was wijd uitlopend. De onderjurk had lange mouwen en een ronde hals. Het overkleed had geen mouwen. Als dit overkleed wel mouwen had, waren deze rond 1250 aangezet met een aantal steken en niet aangeknipt. De mantel bestond uit een cape dat werd vastgehouden door een kettinkje, of deze werd vastgespeld.
De rokken die in deze tijd veel werden gebruikt waren voornamelijk wol, linnen, bont en het fluweel werd nu ook meer gebruikt. Bont was heel kenmerkend voor de adellijke stand, omdat alleen zij mochten jagen. En als ze het konden kopen van westerse landen maakte de adellijke stand de handen nog niet een vuil. Veel gebruikte kleuren van de adellijke stand waren; rood, blauw, groen en roze.
Hoe meer kleur je jurk bezat, hoe hoger je stand was. Adellijke vrouwen konden zich namelijk veroorloven stoffen te kopen van de oosterse landen. Deze stoffen werden beter gekleurd dan in de westerse landen. In de westerse landen werden de stoffen gekleurd met natuurlijke producten, die als je ze wasten, snel vaal werden. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren heraldische motieven. Alleen de randen van de jurken werden afgezet met deze motieven.
De kleding van de adellijke vrouw was strakker dan 100 jaar geleden, lang en laag uitgesneden. Het onderkleed was nu strak aangetrokken met veters of knopen. Over het onderkleed dat vaak liripipes, dit waren stukjes stof die sierlijk vielen, aan de onderkant van de mouw. De mouwen waren erg wijd uitgesneden. Deze gaven namelijk de nadruk op de lichaamsvormen van de vrouw. Het overkleed werd vaak afgezet met bont, dat stond voor klasse en elegantie.
De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt door adel waren voornamelijk wel, linnen, bont, katoen, zijde en nu ook geverfd bont. Het onderkleed werd maastal gemaakt van linnen en de mouwen van de jurken werden vaak afgezet met (geverfd) bont. Veel gebruikte kleuren door adel in deze tijd waren; rood, blauw, groen, roze en nu werd goudskleurig ook gebruikt.
Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; bloemen en wijnranken. De patronen werden nu niet meer alleen gebruikt voor de randen, maar nu ook voor de gehele stof. Als er effen stoffen werden gebruikt, werden deze jurken vaak afgezet met sierlijke randen. Ook horizontale en diagonale strepen waren veel gebruikte patronen in deze tijd.
De kleding van de adellijke vrouw was in deze tijd vooral gericht op voortplanting. De jurken hadden nog steeds een onderkleed en een bovenkleed, maar het was allemaal ruimer. Bij het wijde bovenkleed werd het accent net onder de buste gemaakt. Dit werd gedaan door middel van een band. Deze overkleden hadden een hoge taille, zodat de bolle buik van de vrouw extra opviel. Het onderkleed werd aan de achterkant vastgemaakt met touwen.
Dit was een voorloper van de korset. Het enige wat nog overeenkomt met de korset tegenwoordig is dat het beide strak werd aangetrokken. Een gewone vrouw, die niet zwanger was, droeg een korset over het onderkleed met mouwen.
De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren; kleurenen zijde. Zijde was in deze tijd een zeer zeldzame stof en was dus moeilijk verkrijgbaar. Alleen adellijken konden zich dit soort stoffen veroorloven. Deze stoffen werden voor de adellijken (westen) in de oosterse landen geweven en gemaakt. De kleuren die werden gebruikt in deze tijd, waren hetzelfde als 50 jaar daarvoor.
Alleen het goud werd minder gebruikt. De patronen die veel gebruikt werden in deze tijd waren meer bedrukt. Deze werden voornamelijk bedrukt met kleine bloempatronen over de gehele stof. De jurken werden ook aan de randen afgezet met een soort van kant.
Na de door van Karel de Stoute viel het Bourgondische rijk. Hierdoor kregen de jurken meer Italiaanse invloeden. De kleding van de adellijke vrouw bestond nu uit een onderjurk of een korset en een overkleed of een robe. Door de lage hals van het overkleed was een deel van het korset zichtbaar. Dit was vaak anders van kleur en vaak ook geborduurd met mooie patronen.
De mouwen van de jurk waren strak en liepen door tot op de hand. Het overkleed had nog steeds een hoge gordel. Deze werd vaak aam de achterkant van de jurk vast gegespt. Vrouwen van adel hadden ook nog een sleep aan het overkleed.
De stoffen die in deze tijd werden gebruikt waren; linnen, katoen, wol. Zijde, fluweel, brokaat en bont. Doordat de handel langzamerhand opkwam in deze tijd ontstond er concurrentie. In het geval van de stoffen kwam er concurrentie tussen Engeland en Vlaanderen met het bont.
De kleuren die werden gebruikt waren hetzelfde als een eeuw daarvoor, alleen bleef de kleur langer mooi, vanwege de betere kleurtechnieken van het buitenland. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; wijnranken en granaatappels. Deze patronen werden over de gehele stof bedrukt.
Als ouder wil je dat je kind zich goed voelt op school. Dus je zorgt er voor dat je kind altijd met een frisse snoet en schone kleren in de klas zit. Maar moet je je als ouder bezig houden met de modetrends en rages of ga je daar niet in mee? Ook in het basisonderwijs wordt door de kinderen de mode belangrijk gevonden. Misschien nog niet in de onderbouw, maar in de bovenbouw zeker wel.
Uiteraard heb je als ouder de laatste stem in wat voor kleding je kind draagt. Ook het budget wat je beschikbaar hebt, speelt een belangrijke rol. Al heb je iets minder te besteden, dan nog kan je kind gekleed gaan naar de laatste modetrends. Als je zelf handig bent met een naaimachine, kun je zelf de kleding maken. Of misschien woont er wel iemand in de buurt die je kan helpen met het maken van kleding.
Wat zijn nu de laatste modetrends?
Skinny jeans zijn nog steeds populair en, naast rokjes, een musthave in de kledingkast van meisjes. Ze zijn ook verkrijgbaar met prints en in allerlei hippe kleuren. Met een skinny jeans kun je heel veel basisstukken combineren. Blazers zijn ook populair. Qua kleuren zijn dit najaar bordeauxrood, marineblauw, legergroen en okergeel in de mode.
Draagt je dochter graag rokjes of jurkjes, dan kan dit prima gecombineerd worden met leuke maillots en laarzen. De mode voor de jongens is dit najaar lekker sportief en stoer. Jacks of truien met ritsen zijn heerlijk om te dragen tijdens de donkere dagen. Ook heel leuk bij jongens zijn de shirts met een grote print er op.
Dat is de bovenkleding. Ook schoenen zijn onderhevig aan de mode. Zowel jongens als meisjes kunnen dit najaar kiezen uit veel sportieve kinderschoenen. De sneakers hebben vrolijke kleuren en prints en zijn verkrijgbaar in zowel een laag model als een halfhoog model (net over de enkel).
Voor meisjes zijn er natuurlijk ook nog de laarzen en de enkellaarsjes verkrijgbaar. Enkellaarsjes kun je zowel onder een rok of jurk dragen, draag je ze onder een skinny jeans dan krijg je een stoere eigentijdse look.
De kimono is een typisch Japanse dracht, die een beetje lijkt op onze ochtendjas maar de originele kimono is gemaakt van zijde en bedrukt met verschillende patronen. De patronen en de kleur zijn vaak afhankelijk van het seizoen. De mouwen zijn zeer wijd en de kimono wordt dichtgehouden door een brede ceintuur, de ‘obi’.
Geisha kimono
Geschiedenis
Volgens de oude Chinese annalen uit de 3e eeuw n.C. droegen de Japanners slechts grote stukken stof waarin een gat voor het hoofd was gemaakt. Daarna moet men er iets geciviliseerder uit hebben gezien want er zijn kleifiguren gevonden uit de 3e tot 7e eeuw en die tonen kledingstukken bestaande uit 2 delen, zowel bij de mannen (een broek en een soort hes) als bij de vrouwen (rok met een hes). Beiden hadden ook een band om als een riem.
Met de komst van het boeddhisme en met het aanhalen van de contacten met China, zien we ook dat men in Japan kleding van de Chinese Tang (dynastie) gaat dragen. In de Heiantijd (ong. 800-1200) als het hofleven een zeer kunstzinnige vorm gaat aannemen, dragen de vrouwen verschillende zijden (kimono-achtige) kleden over elkaar heen, men noemt dit ‘junihitoë’.
In de Kamakura-periode (ong. 1200-1300) gingen de mensen thuis ‘kosode’ dragen, aanvankelijk als een soort onderkleding maar dit ontwikkelde zich in de Muromachi-periode (ong. 1100-1573) tot formele buitenkleding. Deze kleding werd, met enige veranderingen in de loop van de tijd, de huidige kimono.
De kimono werd standaardkleding in de Azuchi-Momoyama-periode (1574-1600) en de ‘obi’, de huidige brede ceintuur, deed zijn intrede vanuit Korea, maar de ‘obi’ begon als een soort koord, die een aantal keren rond het lichaam werd gewikkeld. Er waren ook al verschillende patronen op de kimono’s.
In de Edo-periode (1602-1867) verdwenen de patronen van de kimono’s en werden de ‘obi’ breder. Dan volgt de Meiji-periode waarin de kimono standaardkleding wordt en ook als formele kleding geaccepteerd wordt. De daarop volgende Taisho-periode (begin 20ste eeuw), als de invloed van het Westen, na de openstelling van Japan, groter wordt, raakt men ook geïnteresseerd in de Westerse kleding, maar tot de Tweede Wereldoorlog blijft de kimono de standaarddracht.
Na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt de kimono meer en meer. Nu ziet men oudere vrouwen nog kimono’s dragen op straat en de jonge vrouwen soms tijdens speciale dagen, zoals bij het trouwen, Nieuwjaarsdag, Meerderjarigheidsdag e.d. maar dit wordt wel steeds minder. De echte zijden kimono’s zijn erg duur (duizenden euro’s) en om die reden worden ze wel gehuurd als er een nodig is voor een speciale gelegenheid.
Tegenwoordig ziet men veel de kunststof kimono’s (veelal polyester) voor bijv. dagelijks gebruik, die veel goedkoper zijn (vanaf 50 euro). Hier hoeft geen grote obi bij gebruikt te worden maar volstaat een smal ceintuur. Bij het aantrekken van een dergelijke kimono gaat eerst de rechterkant over het lichaam en daarna wordt de linkerkant over de rechterkant getrokken.
De ceintuur wordt dubbelgeknoopt en zodanig gedraaid dat de knoop op de rug komt te zitten. Dit geldt voor vrouwen en voor mannen. Ook mannen droegen vroeger kimono’s, die vrijwel gelijk waren aan die van de vrouwen, behoudens de kleurstelling en motief. Mannen droegen meestal donkere kimono’s waarbij de ceremoniële kimono’s vaak versierd waren met het familiewapen.
De vrouwen in Japan dragen de veelal kleurrijke kimono. Tegenwoordig gebeurt dit overigens bijna uitsluitend nog bij speciale, min of meer formele gelegenheden. Men kent verschillende typen kimono’s. Zo onderscheidt men de furisode, een formele kimono met lange zakachtige mouwen, gedragen door ongetrouwde vrouwen, zodra zij volwassen zijn geworden (na viering van seijin no hi, de volwassenheidsdag).
Tijdens de huwelijksceremonie draagt een bruid veelal een uchikake, een witte bruidskimono en is zij eenmaal getrouwd dan draagt de vrouw bij formele gelegenheden een hômongiof eentomesode. Ook dit zijn formele kimono’s, maar de tomesode is veelal zwart en wordt gedragen bij een huwelijksceremonie van een familielid.
Als sokken onder de kimono draagt men de ‘tabi’, een witte sok met een aparte ruimte voor de grote teen, waardoor men als schoeisel de ‘geta’ kan dragen, een soort houten sandalen, of de ‘zori’, sandaalachtige schoenen van stro of tegenwoordig van kunststof.
furisode
uchikake
tomesode
Kimono in detail
Onder de kimono, maar over het gewone ondergoed, wordt een speciaal onderkleed gedragen, ‘nagajuban’ genoemd. Daarover heen komt dus de kimono, die door de obi wordt dichtgehouden. De obi is dus een brede ceintuur, die om het lichaam gewikkeld en vervolgens op de rug geknoopt wordt.
Men kent verschillende soorten knopen. Om deze obi op zijn plaats te houden, komt er weer een soort koord om de obi heen, de obijime. Ook dit koord wordt geknoopt, maar dan aan de voorkant. De uiteinden van dit koord kunnen, als de knoop is gelegd, op verschillende manieren achter de obijime worden gestopt.
nagajuban
obijime
Om de kimono dicht te houden, wordt als eerste een smalle ceintuur, een soort ‘hulp-obi’ omgedaan, de ‘date-jime’, met daar weer een klein riempje omheen om de date-jime dicht te houden. Dit riempje heet ‘koshihimo’. Dan komt de obi, een paar meter lange en ong. 30 cm brede ceintuur.
Om de obi aan de achterkant goed op zijn plaats te houden en het knopen te vergemakkelijken worden nog een paar hulp-ceinturen gebruikt, zoals de ‘arijimo’ (die ziet men niet) en de ‘obi age’. Deze wordt aan de voorzijde mooi geknoopt en zit direct boven de obi.
Om de obi stijf te houden wordt er nog een hulpstuk tussen geschoven, de ‘obi ita’. Dan wordt om de obi een smal koord geknoopt, de ‘obijime’. Deze kan rond of plat zijn, verschillende kleuren hebben en verschillend geknoopt zijn. De hier getoonde is de ‘fuji musubi’. De uiteinden hiervan (met de pluimpjes) wijzen normaal gesproken omhoog. Bij droevige gebeurtenissen, zoals begrafenissen, wijzen de uiteinden omlaag.
koshihimo
fuju musubi
Mannen
Ook mannen droegen vroeger kimonoachtige kleding en tegenwoordig zijn de mannenkimono’s half hoge kimono’s, donker van kleur en soms met het familiewapen erop, de ‘montsuki’ of ‘haori’. Daaronder wordt een soort rok gedragen, de ‘hakama’. Ook de man heeft een obi, maar deze is smaller en eenvoudiger. De ‘tabi’ en ‘geta’ horen hier, net als bij de vrouwen, ook bij.