Tagarchief: zilver

Eenendertigste Miniatuur : tiende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegar Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenendertigste Miniatuur: Tiende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2031_Boek%20III,10

 

 

Hier gaat het om de voltooiing van de Stad Gods en van het geestelijke leven in de mystieke beschouwing. Als alle heiligheid verwezenlijkt zal zijn op aarde en de wereld tot voltooiing is gekomen in het zuiden, waar God in het paradijs de eerste mens schiep, neemt de Mensenzoon (dezelfde als die van de eenentwintigste miniatuur) het woord. Hij zegt:

“De Zoon van de levende God, geboren uit de Maagd, regeert zonder tegenspraak in die harten, die ontstoken door de H. Geest streven naar de volle geheimen van de ongeschapen diepten.”

De tekst van het tiende visioen luidt:

“Voor de troon van de Mensenzoon, die zich nog steeds niet ten volle heeft geopenbaard, staan drie deugden en wel de Stadigheid (Constantia), het Hemelsverlangen, (Caelestis desiderium) en de Rouwmoedigheid des Harten (Compunctio Cordis).”

Onder deze drie, die feitelijk een drieëenheid vormen, verschijnt van ons uit gezien links, de Verachting der Wereld (Contemptus mundi) en rechts de Eendracht (Concordia) tussen God en mensen. Rustig de beelden en kleuren bestuderend en luisterend naar wat Hildegard over deze deugden zegt, kunnen we ontdekken wat voor onze mystica de hoogste toppen van het geestelijk leven betekenen.

De figuur die we bovenaan in een rood gewaad (de tekst zegt: in purperen tunika) op een troon gezeten zien, is het Mensgeworden Woord. Achter Hem op een hoge zuil en voor ons onzichtbaar zit de Lucidens Sedens (vgl. miniatuur 19).

De wederkerende Christus op de Oosthoek van het gebouw zagen we op miniatuur 21 en evenals daar is de onderste helft van Christus nog niet geheel geopenbaard: het einde der tijden is nog niet gekomen. Christus zit in een zetel boven op zeven witmarmeren treden, hier weergegeven door blauw met wit geaccentueerd.

Het kleed van de middelste der drie Godskrachten vóór de Troon, de stadigheid, is evenals de marmeren treden blauw met wit. In beide gevallen wijst dit blauw op helder glanzend wit. Volgens de tekst draagt zij ook een witte mantel. Deze is hier bij wijze van tegenstelling groen.

Dezelfde kleur vertoont het gewaad van de deugd aan haar rechterhand ‘het hemelse verlangen’. Van de derde deugd de Rouwmoedigheid des harten wordt gezegd dat zij witte haren heeft en deze worden door gewoon wit aangeduid.

Het was voor de miniaturist een moeilijke opgave om al die van blankheid stralende deugden toch duidelijk aan te geven omdat de nuances in het wit voor Hildegard wijzen op de karakterverschillen van deze drie deugden. Zo zegt Hildegard dat al deze gestalten in witte tunieken zijn gekleed, daar zij allen in de verblindende witheid van goede werken wandelen.

Maar dan beschrijft zij het onderscheid in goede werken en verklaart zij dat de Rouwmoedigheid geen witte maar een wat matkleurige tuniek draagt. Wenend en klagend schermt zij zich af tegen alle verkeerde invloeden. Het komt er op aan dat de juiste houding is standvastig en met grote rouwmoed in ons hart naar de komst van de Heer te verlangen.

Merken we wel op dat deze deugden overeenkomen met de deugden die God ons voorgehouden heeft in de toren van Gods raadsbesluit. Daar (miniatuur 22) zagen we als eerste de Liefde tot het hemelse, hier het hemelse begeren. Op de tweede plaats de Bescheidenheid, hier de Rouwmoedigheid des harten en tenslotte de Victoria, die hier terugkeert in de Stadigheid of Constantia: de volhouder wint.

Verder zagen we in miniatuur 22 nog de Disciplina en de Misericordia. Ook deze twee door God voorziene deugden komen hier in de voltooiing terug. Het zijn onderaan de Contemptus Mundi (de verachting der wereld) wat hetzelfde is als de Disciplina en de Concordia (de eendracht tussen God en mensen) wat men de voltooide vorm van de Misericordia mag noemen.

We willen nog even aandacht schenken aan de wijze waarop de Contemptus mundi en de Concordia door Hildegard zijn aangevoeld en uitgebeeld. In een zilver rad zien we de buste van een deugd in een donker kleed met een bloeiend takje in de hand. Dit illustreert de uitleg van het tiende visioen.

Aan de noordkant van de Gezetelde verscheen in een rad een deugd die in haar rechterhand een groen takje droeg. Dit rad draaide voortdurend rond, maar het beeld bleef onbeweeglijk staan (zij maakt immers deel uit van de deugd Constantia). En in de omtrek van dit rad stond geschreven:

“Indien iemand Mij dient, dat hij Mij volge en waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh. 12).

Daarop wijst het zilver in het rad. Het is de macht Gods die de mens uitnodigt Zijn Zoon te volgen.

Dit rad van de goddelijk macht is precies hetzelfde lichtende rad, dat we in de visioenen één en twee van het derde boek over de opbouw van de Stad Gods, van Gods voeten hebben zien uitgaan. Daarin bevindt zich de berg waar de stad van de Zoon Gods opgebouwd wordt.

In miniatuur 21 zien we dat stralende rad rondom de hele plattegrond van de Stad Gods draaien. De contemptus mundi beantwoordt dan ook de uitnodiging van God zijn Zoon te volgen in het opbouwen van de stad. De Heer heeft in de Apocalyps gezegd:

“Wie overwint, hem zal ik van de boom des levens te eten geven, die in het paradijs van mijn God staat.”

Daarom draagt de Contemptus mundi een vruchtdragend takje in de hand.

Zo komen we bij de Concordia, hier voorgesteld in een blauwwit gewaad met aan weerszijden een grote vleugel. Als de ziel op de hoogste top van het geestelijk leven in volmaakte standvastigheid leeft, wendt zij zich naar het Zuiden, symbool voor heel de verloste mensheid. Zij is vrij van alle haat en nijd en brengt verlichting en helderheid in alle gelovige harten.

De vleugels wijzen erop dat de ziel, ondanks het feit dat zij in volmaakte rust leeft, toch haar vleugels uitstrekt over alle wederwaardigheden die de gelovigen moeten ervaren en dat de reikwijdte van haar liefde groter is dan de duur van al de nog komende geslachten.

 

Nu de laatste deugd de Concordia zich met vleugels vertoont, willen we terug kijkend zien welke deugden nog meer met vleugels zijn afgebeeld.

 

Miniatuur 27 toont ons de Pax met twee vleugels.

Op miniatuur 2 staat de Albeheerser met twee grote vleugels, wat volgens de uitleg wijst op de onuitsprekelijke Gerechtigheid in de uiteindelijke zegepraal van de onuitgesproken Wijsheid.

Miniatuur 5 toont ons de mens die ontsnapt aan alle moeilijkheden hem door de duivels berokkend en die gedragen door twee vleugels, op de top van het geestelijk leven komt.

Miniatuur 9 beeldt alle engelen met vleugelen af.

Ook op de 16de miniatuur zien we de engelen met vleugels boven de Eucharistie.

De Zelus dei staat op de 2lste miniatuur met drie vleugels afgebeeld.

Tenslotte tonen de 33e en 35e miniatuur engelen met vleugels.

 

 

 

Vleugels wijzen op zorg voor anderen.

 

God is bezorgd voor ons. De Zelus Dei tracht met de vleugels het gevaar weg te jagen. Men kan alleen vrede met anderen hebben, als men zorg heeft voor zijn naaste. De Concordia, zegt de tekst, draagt vleugels omdat zij evenals de Schepper aan alle mensen denkt.

Zo ontdekt men de gedachtenwereld van Hildegard door alle beelden die in feite begrippen zijn, naast elkaar te leggen. Hier kunnen we het slot aanhalen van het tiende visioen, omdat daar de samenvatting gegeven wordt van heel de bouw van het kasteel.

“Aldus, gelijk in beelden getoond is, werkt God van het Oosten naar het Noorden en van het Westen naar het Zuiden, waar Hij door Zijn Zoon uit liefde voor de Kerk, alles wat voor de schepping van de wereld voorbestemd was, tot zijn verwezenlijking leidt, en de nieuwe dag laat stralen. God immers heeft dit werk van Hemzelf met de voornoemde torens en deugden in mystieke betekenis bevestigd en versierd, om dan dit werk in de grootste volmaaktheid volledig naar zich terug te voeren.”

In Noach is na de val van Adam de rechtvaardigheid van het juiste handelen aangeduid. Deze rechtvaardigheid streeft naar de nieuwe dag, omgeven als zij is door de vele wonderdaden welke God in de verschillende opeenvolgende tijdperken heeft getoond. In Noach openbaarde God de voorbereiding, in Abraham en Mozes de eerste openbaring en in Zijn Zoon de verwezenlijking.

Het stond vóór alle tijden in het hart van de hemelse Vader vast, dat Hij Zijn Zoon op het einde der tijden tot heil en verlossing van de gevallen mens in de wereld zou zenden. Deze Zoon is geboren uit de Maagd en Hij heeft alles wat de Ouden, vervuld van de H. Geest, voorzegd hebben op volkomen wijze volbracht.

Dit lijkt op de beweging van een mensenarm, die zich eerst tot een werk buigt en dan de hand kan laten werken. Volgens een rechtvaardig oordeel van God werd de Rechtvaardigheid samen met Adam uit het land van Eden gezet. Maar de Rechtvaardigheid begon zich in Noach opnieuw te bewegen, gelijk de eerste beweging in het schoudergewricht.

Vervolgens ontwikkelde de Rechtvaardigheid zich in Abraham en Mozes gelijk de arm zich meer gaat bewegen door middel van de elleboog.

Toen ging de Rechtvaardigheid verder naar het volmaakte werk in de Zoon Gods, door Wie alle tekenen en openbaringen van de Oude Wet tot een duidelijk werk voltooid zijn. In Hem zijn ook alle godskrachten of deugden openbaar gemaakt. Dit lijkt op de hand met zijn vingers, die het werkstuk waarmee ze bezig is tot volmaakte afwerking voert.

“Op deze wijze volbreng Ik mijn werk tot mijn glorie en tot jouw beschaming, o duivel. Tegen jou is mijn krachtige arm gericht om datgene wat in het Noordoosten, in het Noorden en in het Westen staat opgesteld te overwinnen. Bovendien biedt mijn bouwwerk jou ook weerstand volgens de loop van de zon, dat is van het Oosten naar het Zuiden, om jou dan in het Westen neer te stoten. Zo zie je jezelf naar alle kanten in verlegenheid gebracht, want in mijn Kerk volbreng Ik tot je ondergang, misvormde verleider, het werk der gerechtigheid en heiligheid en wel zodanig, dat jij, die eigenlijk getracht hebt mijn volk verloren te laten gaan, geheel overwonnen ten onder gaat.”

Deze slottekst bevestigt volledig de zin van het gehele kasteel, zoals we die in de onderdelen ontdekt hebben.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De geschiedenis van sieraden.

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

De geschiedenis van sieraden

 

Het versieren van je lichaam is waarschijnlijk zo oud als de mensheid. Het is de manier om iets dat in principe bij iedereen ongeveer hetzelfde is, te individualiseren en te doen opvallen. Beschildering, tatoeage en piercing van lichaamsdelen, maar vooral het jezelf behangen met blinkende en kleurrijke voorwerpen zijn universeel en typisch menselijk. Per cultuur verschillen de versieringen sterk, maar vrijwel overal is een voorkeur te zien voor drie zaken:

 

 

Dat wat beschermt, wat veel kleur heeft, en wat (geldelijke) waarde heeft.

 

 

Sieraden zijn dus sinds oudsher bedoeld om het lichaam te verfraaien. Vrouwen gingen op zoek naar decoratieve stukken om de meest begeerlijke van de mannen van de stam voor zich te winnen. Sieraden hadden tevens een functie, bijvoorbeeld om kleren samen te houden. Later werden sieraden ook symbolisch en als aandenken gebruikt, zoals trouwringen en medaillons. Vooral in de klassieke oudheid waren sieraden een statussymbool als teken van rijkdom en macht.

In het begin van de mensheid werden stenen, schelpen, beenderen of dierentanden aan elkaar geregen. Dit werd als sieraad om de hals gedragen. Toen de kunst van het smelten van metaal uitgevonden was, werd de edelsmeedkunst bekend.

In de Romeinse tijd droegen mannen alleen een zegelring. Hiermee kon hij zijn brieven verzegelen. Vrouwen droegen ook ringen, deze ringen waren vaak fijner en eleganter afgewerkt. Verder pronkten de dames graag met prachtige sierspelden, haarspelden, haarbanden, oorbellen, armbanden, halssnoeren, halskettinkjes en enkelbandjes.

De rijken droegen liever sieraden van goud of zilver met zowel edelstenen als halfedelstenen. De armen droegen ook graag sieraden, vanwege geldgebrek waren het meestal sieraden van goedkope materialen zoals brons of keramiek. Ze gebruikten gekleurde glazen kralen in plaats van edelstenen.

Sinds de jaren zestig van de vorig eeuw zijn in het westen dure materialen minder een statussymbool geworden en werden design, vormen en kleuren belangrijker.

 

 

 

Romeinse sieraden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ongeveer 200-300 jaar geleden: Deze ketting is in 1882 samen met enkele andere gouden sieraden gevonden bij graafwerkzaamheden bij het fort Vechten. Daar lag in de Romeinse tijd ook al een fort, het castellum Fectio. De sieraden lagen op geringe diepte in de bodem, in een geheel vergaan houten kistje. Het is tot op heden de fraaiste vondst van Romeinse gouden sieraden in Nederland. Omdat over de precieze vondst omstandigheden niet veel bekend is, kan niet meer worden vastgesteld of de stukken behoorden tot de inhoud van een graf of dat ze in tijd van gevaar in de grond zijn gestopt om diefstal te voorkomen. De schakels zijn versierd met palmetten, een motief dat in de Romeinse tijd heel populair was. (zie beneden)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sieraden van de Vikingen

 

 

.Hoewel de Vikingen ook in Nederland hun sporen hebben nagelaten, zijn er hier te lande maar enkele archeologische vondsten gedaan die met hen in verband kunnen worden gebracht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de hier afgebeelde sieraden. Waarschijnlijk zijn die door handel met Scandinavië of als geschenk in onze contreien terechtgekomen. Strikt genomen kun je ze dan ook beter Scandinavische sieraden noemen, of sieraden met een Scandinavisch-continentale mengstijl, dan Vikingsieraden.

 

 

 

Gevlochten armband

 

De gevlochten gouden armband met een maximale diameter van 8,4 centimeter (afbeelding boven) komt uit Dorestad, een belangrijke handelsplaats op de plek van het huidige Wijk bij Duurstede, en dateert uit de negende eeuw. Hij bestaat uit vier dikke draden die naar het einde toe smaller worden en overgaan in een dunne massieve armring met een vierkante doorsnede. In Scandinavië is dit soort sieraden op verschillende plaatsen aangetroffen. Ze zijn zowel in goud als in zilver uitgevoerd.

 

 

 

 

Fibula en armring

 

Een ander sieraad uit Dorestad is een fibula van 6,8 centimeter met vlechtbandversiering (afbeelding onder). Deze wordt gerekend tot de zogeheten ringfibula’s, penannular brooches die met de naald naar boven werden gedragen. Ze zijn ook in Noorwegen gevonden. Rechts op de onderste afbeelding is een zilveren armring met vijf ringvormige hangers afgebeeld. Die is enkele jaren geleden gevonden in het opgespoten zand bij Callantsoog. Dergelijke samengestelde artefacten hebben waarschijnlijk een Noorse herkomst.

 

 

 

 

Bedreven smeden

 

De goud- en zilversmeden van de Vikingen waren zeer bedreven in hun vak. Ze beheersten een heel scala aan technieken. Dat gold bijvoorbeeld voor het vlechten van dikke gouddraden. Ze konden ook fijne, buigzame kettinkjes maken en gebruikten in elkaar gevlochten muntstukken voor sieraden. Ze hadden een uitgebreid repertoire van versieringsmotieven, met een voorliefde voor afbeeldingen van dieren.

 

Ongeveer 1000 jaar voor Christus: Gouden armbanden uit de prehistorie zijn zeldzaam. In Nederland zijn vier exemplaren gevonden in offerplaatsen of graven. Deze armband werd in Lunteren gevonden door een boer bij het ploegen van zijn akker. Waarschijnlijk is het voorwerp ooit als grafgift begraven. De armband behoort tot het zogenaamde Omega-type (naar de Griekse letter) en dateert uit de late bronstijd.

 

 

Armband Vikingen – Lunteren

 

 

 

Niet alleen plunderaars

 

In de publieke opinie worden de Vikingen soms nog steeds afgeschilderd als meedogenloze plunderaars. Dat komt vooral door (kerkelijke) historische bronnen waarin verslag wordt gedaan van hun rooftochten langs kerken en (rijkdommen van) kloosters. Er bestaat ook een ander beeld van de Vikingen, namelijk dat ze vreedzame kolonisten en energieke handelaars waren.

 

 

 

De fibula broche

.

Eén van de beroemdste archeologische vondsten van Nederland is deze grote fibula (broche). Zij is in 1969 gevonden in een waterput in Dorestad (Wijk bij Duurstede). De broche is gemaakt van goud en ingelegd met verschillende kleuren glas, almandijn (een rode halfedelsteen) en parels langs de rand. Het inlegwerk in cloisonné toont christelijke vormen, zoals twee kruisen in elkaar. De stijl is die van kerkelijk edelsmeedwerk van Bourgondische ateliers uit de tijd van Karel de Grote. De speld is rond 800 gemaakt en waarschijnlijk gedragen door een hooggeplaatst persoon. Het kostbare sieraad is waarschijnlijk in de put verborgen vanwege gevaar, bijvoorbeeld de aanvallen van Vikingen op Dorestad in de vroege negende eeuw. (zie beneden)

 

 

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

Het boek De Openbaring handelt over de nabije toekomst van de mens, de aarde en de hemel.  Met zelf ge- maakte prenten en verklaarbare tekst heb ik geprobeerd de symbolen per hoofdstuk uit te leggen. Wie het boek leest krijgt een zegening door God (zie hoofdstuk 1 en hoofdstuk 22).

.

 

 

 

HET BOEK DER OPENBARING IS TE VERKRIJGEN VIA :

 

.

Het e-boek kan als PDF bestand gedownload worden

Klik op de link beneden om de preview van het boek te zien :

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal Hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Zevenentwintigste Miniatuur : zesde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zevenentwintigste Miniatuur: Zesde Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2027_Boek%20III,6

.

.

We hebben in het begin de opmerking gemaakt, dat een miniatuur die een volle bladzijde beslaat in de ogen van Hildegard een belangrijk onderwerp wil illustreren. In deze miniatuur behandelt zij uitvoerig de eerste van de drie muren welke de gelovigen met de hulp van God steen voor steen opbouwen.

 

De eerste muur heeft voor Hildegard een grote betekenis. Zij ziet in de opbouw van de joodse samenleving een voorafbeelding van de eerste fase van het geestelijk leven. Deze fase moeten de mensen die geroepen zijn om intiemer met God om te gaan doorlopen.

 

De muur van Noord naar West is drievoudig omdat zij de eerste aanvallen van de vijand uit het Noorden moet opvangen. De buitenste muur duidt op de macht van de wereldse overheid, de binnenste verwijst naar de hië-rarchie van de geestelijke leiders.

 

De middelste muur is een beeld van de onderdanen, de gelovigen, die onder het gezag staan van de wereldlijke- en kerkelijke overheid waardoor ze beschermd hun taak van het opbouwen van de verdedigingsmuur kunnen volbrengen.

 

Dit alles is zeer middeleeuws gedacht, maar ook monastiek. De echte opgang van het geestelijk leven begint altijd met een streng gedisciplineerd leven in gehoorzaamheid aan allen die in gezag gesteld zijn. Het komt allemaal overeen met de gedachtegang van St. Benedictus over de grote betekenis welke hij hecht aan de gehoorzaam-heid als grondslag voor diepgaand geestelijk leven. In feite is dit de opvatting van alle geestelijke leiders, tot de guru’s in het boeddhisme toe.

 

Hier gaat Hildegard dieper op in door twee groepen van drie gepersonifieerde deugden te laten optreden. Die zes deugden samen vormen de ontplooiing van de Discipline, die we reeds ontmoetten in de Toren van Gods raadsbesluiten na de Liefde voor het Hemelse.

 

De drie deugden ( zie figuur midden, boven links ) van de eerste groep zijn de Abstinentia, de zelfverloochening, die bijgestaan wordt door de Largitas en de Pietas, wat men het beste kan vertalen met edelmoedigheid en vroomheid. Wie herkent hier niet het begin van het geestelijk leven, zoals dat door alle geestelijke vaders wordt geleerd? Het gaat om edelmoedige zelfverloochening, in stand gehouden door godsvrucht en in praktijk ge-bracht door gehoorzaamheid aan het wettig gezag.

 

De drie volgende deugden ( figuur midden, naast eerste groep ) die we ontmoeten bij het goed beleven van de wet zijn de Waarheid (Veritas) geflankeerd door de Vrede (Pax) en de Gelukzaligheid. Eigenlijk zijn zij meer de vruchten van de deugdbeoefening dan eigenlijke deugden, zoals wij die gewoonlijk verstaan.

 

 

shapeimage_3

 

 

Nu wordt het zeer ingewikkeld om na te gaan, hoe Hildegard deze zes gepersonifieerde deugden uitgebeeld heeft. Ik wijs hier alleen op de Pax (zilver) die rechts van de Veritas (goud) staat. Deze Pax is geheel in het zilver en heeft twee grote vleugels. Hij draagt het zegel van de hemel, is de gezel der engelen, ziet evenals de engelen steeds het aangezicht van God, gaat zonder wijken rustig op zijn doel af en gelijkt steeds meer op de Mensen-zoon. Zilver is onder meer beeld van de spiegel waarin de gelijkenis met Christus zichtbaar wordt.

Wat eigenlijk het einddoel is van deze zes deugden, die samen de discipline van de wet vormen, leert ons de ‘Salvatio animarum’. Deze zielenredding wordt hier in beeld gebracht door drie handelingen van dezelfde geper-sonifieerde deugd. Als de vrucht van het disciplinaire leven onder de wet, ontvangt de leerling de genade van de nieuwe wet.

Getroffen door de genade van de ‘Discretio’ waarvan we het beeld nog zullen beschrijven, besluit de ziel het veelkleurig gewaad van de werken van de oude wet uit te trekken. Zij zegt dan, dat zij door het bloed van het Lam verlost is en vrij is geworden door de genade Gods.

Men ziet hoe boven het donkere figuurtje tussen de muren van de wet, een mensenfiguurtje dat de kleren uit-trekt en er de stof uit klopt. Merkwaardigerwijze is dit figuurtje in het zilver geschilderd wat het geloof aanduidt.

Naast dit ontklede figuurtje zien we nog een figuurtje ( figuur onder, links boven ) in het zilver, dat vóór zich een kruisbeeld vasthoudt dat opbloeit uit een boom. Aan weerszijden van die boom zien we takken die in bloei schieten. Hildegard geeft daaraan de volgende uitleg:

“De zieleredding is door het lijden van Jezus de Verlosser tot grote bescherming van de gelovige geworden. Want door het lijden en dood vertrad de Zoon Gods de boom van de dood en de zonde van Adam. En hieruit ont-sproten als bloesems de beide Testamenten. Het Oude Verbond zendt zijn witte licht naar het kruis en het Nieuwe Verbond zijn rode glans; en op het hoogtepunt van het geestelijk verstaan neigen die beide bloemen, eenmaal ontrukt aan het verderf van de dood, zich naar het lijden van de goede Verlosser en heel Zijn gerechtigheid.”

 

Deze tekst is in zijn geheel geciteerd en laat duidelijk zien, hoe al die beelden en kleuren evenzovele lessen zijn over de alles overtreffende betekenis die de gekruisigde Christus voor Hildegard heeft.

 

shapeimage_2

.
.
.
.
Maar dit beeld van de gekruisigde Heer ontmoeten wij ook in de handen van de tweelingzuster van de Ziele-redding, n.l. de Discretio ( figuur beneden, onder links met kruis ). Deze deugd is eigenlijk het einddoel van de discipline van het Oude en tegelijk het keerpunt naar het Nieuwe Verbond. Deze deugd ziet Hildegard gezeten tegenover de zuil van de H. Drievuldigheid, waar miniatuur 28 een prachtige uitbeelding van biedt en die we straks uitvoerig zullen bespreken.
.
.
Thans gaat het om een nieuwe openbaring van Gods werk en wel door de Tweede Persoon van de H. Drievul-digheid. Tegelijkertijd is deze een geloofsuitdaging, beter gezegd een geloofscrisis voor iedere gelovige. Het ge-loof in de éne God wordt op een hoger plan gebracht en het is de kracht Gods van de Discretio die ons de gena-de geeft om in groeiend geloof de diepere zin van deze openbaring te onderscheiden.
.
.

De oude Vaders spreken veel over de Discretio, het keerpunt in het geestelijk leven. Hildegard geeft hier in een ingewikkelde beeldspraak haar visie op deze deugd. Het duidelijkste beeld blijft het kruisbeeld, dat zij in de rech-terhand houdt en de zonnestralen die komend vanuit de hemel haar borst verlichten.

 

Zoals reeds werd opgemerkt, zijn de Discretio en de Zieleredding twee aspecten van één zieletoestand. De drie figuren die de Zieleredding weergeven hebben een zwart kleed evenals de Discretio. Nu komt zwart (heraldisch sabel genoemd) vrij weinig voor in de 35 miniaturen van Scivias en als het voorkomt is het om het kwaad op zich aan te duiden.

 

In positieve zin zijn het alleen deze twee deugden die een zwart kleed dragen. Waarschijnlijk om de bekering, het zich ontdoen van de oude mens, duidelijk te kunnen uitbeelden. Bovendien had de aanwending van de zwarte kleur het voordeel om de ommekeer in het geestelijk leven ten overstaan van de openbaring van de H. Drievul-digheid in de Menswording duidelijk tot uitdrukking te brengen. Een interessant detail is dat de Salvatio afge-beeld is met een mannenkrullebol en de Discretio met een vrouwensluier.

 

In heel dit zielekasteel, dat het beeld wil zijn van de opgang van het geestelijke leven, laat Hildegard 34 virtutes optreden. Dit zijn personificaties van deugden of godskrachten. Van deze 34 zijn er 28 vrouwelijk voorgesteld en 6 mannelijk. In elk der zes groepen deugden komt één mannenfiguur voor.

 

Deze mannenfiguur wijst op de creatieve kracht van God, dus op de eerste plaats op God de Vader. We hebben gezien dat de activiteiten van de Vader in verband gebracht worden met het licht van de eerste scheppingsdag.  In de eerste groep bij de lichtgevende muur (zie miniatuur 22) staan zes vrouwelijke deugden, plus een ridder-figuurtje de Victoria, gestoken in een zilveren harnas. De overwinning wordt uiteindelijk door de Zoon aan de Vader toegeschreven.

 

In de 25ste en 26ste miniatuur zien wij de twee deugden de Scientia Dei en de Zelus Dei. De Zelus Dei is door Hildegard opzettelijk weergegeven als een kaal mannenhoofd, omdat deze meer overeenkomt met de mannelijke neiging tot actie. De Scientia Dei betreft meer met de ontvankelijkheid van de vrouw. In miniatuur 27 zien we zes deugden voor de muren van de Oude Wet staan. De Pax is mannelijk omdat deze volgens Hildegard zonder wijken recht op zijn doel afgaat.

 

Zo komen we terug bij de Discretio en de Salvatio animarum. Het is de Salvatio die actief is voorgesteld in het zich ontdoen van het zwarte onderkleed. Het is deze geloofsdaad die hem het mannelijk kenteken en de kleur van zilver bezorgt. Daarnaast zit de Discretio heel bescheiden neer tegenover de zuil van de Drievuldigheids-openbaring.

 

In de drie deugdengroepen die ons in de miniaturen 29 en 30 ter bespreking resten, komt nog tweemaal een mannelijke deugd voor. Het zijn de Gratia Dei en de Fortitudo, deze laatste in harnas. Alleen in de laatste groep van vijf deugden (miniatuur 31), die staat vóór de wedergekomen Heer, treffen we alleen vrouwelijke deugden aan. We mogen zeggen dat in dit geval de verschenen Heer de Man in actie mogen noemen.

 

Hildegard moet zich zich erg aangesproken hebben gevoeld in de uitbeelding van mannelijke- en vrouwelijke deugden. Alles gebeurt eigenlijk zoals de vrouw zich opstelt tegenover de man in het natuurlijk proces van de vruchtbaarheid. Dit alles wil de weerspiegeling zijn van het inwendig leven van de H. Drieëenheid. De Vader geeft zich aan de tweede Persoon en uit deze liefdesband komt de H. Geest voort waarvan wij, de gelovigen, deel uit mogen maken.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Mohawkiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

Mohawkiet uit Michigan USA

 

Deze koperlegering bevat tevens sporen van nikkel, ijzer, zilver en kobalt. Het is goudgeel tot grijs van kleur en wordt soms gevonden in een witte kwarts matrix.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweeëntwintigste Miniatuur : derde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Tweeëntwintigste Miniatuur: Derde Visioen van het Derde Boek

.

 

Scivias%20T%2022_Boek%20III,3

.

Zoals men ziet in miniatuur 21 is dit bouwwerk samengesteld uit vier muren en bij die muren zijn vijf torens (zuilen ) opgetrokken. In de eerste muur die van oost naar noord (uitgebeeld in de drie volgende miniaturen) staan de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord opgesteld.

Het verschil tussen zuil en toren moeten we waarschijnlijk zoeken in het feit dat zuilen door God zelf als één stuk neergezet worden, terwijl torens door de gelovigen met Gods hulp steen voor steen in de loop van de geschiedenis opgetrokken worden.

Bij iedere toren treffen we een groep gepersonifieerde deugden (ook wel krachten van God genoemd). We zullen nu de eerste groep deugden naderbij bezien en zien wat voor een ontwikkeling we daarin kunnen ontdekken.

In en vóór de toren van Gods raadsbesluiten ( het gouden vierkant ) staan opgesteld, beginnend van de onderste figuur en dan in tegenwijzerzin,

de liefde tot het hemelse,

de discipline,

de bescheidenheid,

de barmhartigheid

en de overwinning.

Deze vijf vormen als het ware Gods eerste werktekening voor heel het verlossingswerk. Het zijn eveneens deze deugden die we in groter verband in de volgende groepen deugden nader uitgewerkt tegen zullen komen.

Beneden aan de toren ( rechts )staan nog twee andere deugden die de houding van de gelovige tegenover het plan van God aangeven: de Patientia, het geduld en naast haar de Gemitus, de verzuchting.

Eerst komt het geduld dat ieder moet opbrengen tegen de aanvallen van de duivel, wanneer men zich voorgenomen heeft de begeerten van het vlees te overwinnen. Het geduld staat hier in het groen omdat het onder leiding van de H. Geest zich wil richten naar het voorbeeld van Gods Zoon. Zij staat onder een lage boog, eigenlijk altijd min of meer onder druk en zij draagt een rode kroon van het lijden des Heren.

Wanneer de gelovige zich eenmaal overgegeven heeft aan de plannen van God komt het verlangend verzuchten de Gemitus naar boven en wil zij ook in navolging van Christus het kruis dragen en is de Gemitus hier met een kruisbeeld voorgesteld.

De eerste kracht Gods die in dit bouwwerk optreedt is de Amor caelestis ( liefde tot het hemelse ) omdat zij de drijfveer is van alle actie naar het verlangen naar het einddoel, het verslaan van het kwade. In dit geval is het einddoel de overwinning van het goede op het kwaad en de satan. Dit plan, deze boodschap is het eerst verkondigd aan Abraham en de andere aartsvaders. Het is het begin van de goddelijke openbaring.

Daarom is de toren van Gods raadsbesluiten in de 22ste miniatuur in zilver uitgebeeld evenals de hele muur van het oosten naar het noorden en heet hij de lichtstralende muur. Zilver wijst zoals we gezien hebben op het goddelijk licht en op het menselijk antwoord in geloof daarop gegeven.

Samen met deze Amor caelestis staan de andere deugden in deze miniatuur boven op de toren in bustevorm uitgebeeld; bovendien in de volgende miniatuur nog eens apart en dan in volle lengte.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Twintigste Miniatuur : eerste visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

.

.

Twintigste Miniatuur: Eerste visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2020_Boek%20III,1

 

 

Voor de soevereine majesteit van God stond Lucifer als een grote Ster te schitteren. We hebben in de tiende miniatuur gezien, dat de engelen zijn geschapen toen God sprak: “Het worde licht.” Hier worden zij voorgesteld als gouden sterren tegen een zilveren achtergrond.

Dit zilver heeft in de voorgaande miniaturen twee bijzondere betekenissen: het wijst op de almacht van God de Vader, het ondoorgrondelijk licht, maar ook op het licht van het geloof waaraan ieder schepsel zich onderwerpt dat God gehoorzaamt, zowel engel als mens.

Maar de hemelse geesten bleven niet allemaal engelen van het licht. Een aantal onder hen hield op de Goddelijke Schoonheid te aanbidden en keek naar zichzelf. Zij raakten verstrikt in de zonde van de hoogmoed. Daarom werden zij neergeworpen in de afgrond van het Noorden vèr van het aanschijn van God. Hun schittering veranderde in duisternis.

Het licht dat zij verloren werd bestemd voor de gelukzaligen die God mettertijd vormen zou uit het leem der aarde. We merken dat de gouden sterren van de gevallen engelen in een soort kolk naar beneden getrokken worden. Daarbij doven de sterren uit en worden zij meer en meer verduisterd. Door haar eenvoud van compositie, klaarheid van symboliek en harmonie van kleuren is deze miniatuur één van de mooiste van heel de serie.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Dertiende Miniatuur : vierde visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Dertiende Miniatuur:  Vierde visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2013_Boek%20II,4

 

 

 

Het Heilige Vormsel

 

Deze voorstelling heeft eigenlijk maar weinig uitleg nodig. Het Vormsel is de voltooiing van het Doopsel en dit sacrament verleent de gelovige de genade van sterkte door de gave van de H. Geest. We zien de Kerk terug maar groter dan in het visioen van het Doopsel.

We zien wel weer dezelfde overvloed van goud over heel haar gestalte, dezelfde kroon op haar hoofd, dezelfde haarvlechten, dezelfde grote ogen, dezelfde kleding met lange mouwen, en dezelfde opstelling die niets laat zien beneden de heupen, omdat de Kerk pas voltooid zal zijn op het einde der tijden bij de wederkomst des Heren.

Haar handen zijn opgeheven in een biddend gebaar en zij leunt met de rug tegen een toren die we boven haar uit zien oprijzen. De toren verleent haar de sterkte die haar op het Pinksterfeest door de H. Geest werd geschonken.

De miniaturist laat uit drie met edelstenen omlijste ramen in de top van de toren gouden vlammen te voorschijn komen die aanduiden  hoe royaal de H. Geest zich gemanifesteerd heeft door zijn gaven en door de prediking van de apostelen.

Al deze effecten van Pinksteren openbaren zich in iedere christen die het sacrament van het H. Vormsel heeft ontvangen. Daarom worden in dit visioen de gelovigen die gevormd zijn, beschreven als warmte-uitstralend en glanzend van goud, want door de zalving met het H. Chrisma is in hen het licht van het Doopsel nog helderder geworden.

Het zou moeten zijn, dat allen die deze twee sacramenten ontvangen hebben, zich waardig tonen. De tekst van het visioen leert ons sommigen hun blik richten op de zuiver stralende klaarheid. Maar tussen de gelovigen bevinden zich zowel dappere als zwakke, sukkelende en lauwe zielen.

Anderen wenden zich naar troebel roodachtig licht dat symbool staat voor aardse geneugten. Toch zijn er verschillenden onder hen die dapper zijn in geloof en met de aardse zaken hemelse schatten weten te kopen. Doch niet allen volgen dit goede voorbeeld en wagen het zelfs hun Moeder de Kerk op haar hoofd te slaan.

Dit alles heeft de miniaturist met enkele karakteristieke houdingen aangegeven en het verschil van die karakters door kleuren aangeduid. De volmaakte gelovigen zijn steeds met drieën uitgebeeld. De onvolmaakten met tweeën van wie er twee de Kerk op haar hoofd slaan. De maker van deze miniatuur gaat eigenlijk nog verder dan Hildegard in haar tekst aangeeft en laat een onverlaat spuwen op de gulden linker mouw van de Kerk.

We zien een vlakje zilver aangebracht rechts van de Kerk boven drie rode figuurtjes. Het zijn dezelfde figuurtjes die op de borst van de Kerk staan. Wellicht is hier gezinspeeld op de martelaren die in groot geloof de sterkte hebben opgebracht hun leven te geven. We zagen reeds eerder, dat zilver dikwijls verwijst naar het geloof.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2012_Boek%20II,3

 

 

De volgende vijf miniaturen handelen over de sacramenten van de Kerk :  Doopsel, Vormsel, Priesterschap, en Eucharistie. Hildegard besteedt een bijzondere aandacht aan het H. Doopsel en het H. Priesterschap, en dit laatste speciaal in verband met de maagdelijkheid in de Kerk.

De twaalfde miniatuur toont ons het visioen van het H. Doopsel als openbaring in de schoot der Kerk; het Doopsel is immers het sacrament van de wedergeboorte tot het goddelijk leven. De volgorde waarin men de vier voorstellingen moet lezen is van rechtsboven naar linksboven en van rechtsonder naar linksonder.

 

 

1

 

1. Rechts boven zien we de Kerk als koningin met gouden kroon en gulden gewaad, zelfs haar gezicht en handen zijn van goud. Uit de tekst leren we, dat deze gulden schittering wijst op het goddelijk licht dat haar als een gewaad omkleedt. Met haar handen omvat zij het altaar waarboven de Christus met een boek in de hand als Majesteit troont.

Men ziet aan de voorkant van het altaar de rechterhand en opzij van het altaar nog net de toppen van de vingers van de linkerhand: zij omhelst werkelijk het altaar als een geliefde zijn bruidegom. Het is een huwelijksgebaar waardoor de vereniging van de Godmens met de Kerk tot stand komt.

 

 

2

 

2. Het gevolg van deze eenwording toont de volgende voorstelling die een zwangere Kerk laat zien. In heilig enthousiasme heft zij haar rechterarm omhoog. Op de banderol die zij in de hand houdt staat: Me oportet concipere et parere (ik moet ontvangen en baren). De oervrouwelijke vreugde over deze zwangerschap brengt Hildegard in beeld door engelen te laten toesnellen met muziekinstrumenten, die symfonieën van vreugde doen klinken.

Tegelijk dragen de engelen trappen en stoelen aan, bestemd voor de gelovigen die gebaard zullen worden. Want, zegt de tekst, engelen staan gereed om het nieuwe geslacht te helpen bij het bestijgen van de treden van het geloof en het de rustpunten te verschaffen voor de beschouwing.

 

 

3

 

3. De derde voorstelling geeft op een heel oorspronkelijke wijze het proces weer van de geboorte tot het geestelijk leven. De geloofsleerlingen haasten zich als donkere hardlopers om door de brede mazen van het net, dat de schoot van de Kerk bedekt, naar binnen te dringen. Men ziet alleen nog de hoofden zoals bij vissen die in een net gevangen zijn.

Het opmerkelijke is dat de Kerk kinderen baart uit haar mond, omdat de door de mond hardop uitgesproken doopformule, de mensenkinderen geboren doet worden tot het bovennatuurlijke leven. Daarom strekken de pasgeborenen, nu stralend van goudkleur, hun handen uit naar het symbool van de H. Drievuldigheid uitgebeeld door drie elkaar omgevende cirkels.

De buitenste is van zilver, dan hebben we één van goud en de middelste is van een blauwe kleur met een wit centrum. Vóórdat de geloofsleerlingen geboren werden hadden ze een donkerbruine kleur, die we in de andere miniaturen alleen voor de helbewoners gebruikt zien. Bij de wedergeboorte hebben de neofieten die donkere huid afgeworpen zoals een slang die vervelt. Nu schitteren zij van het hemels goud van de H. Geest.

 

 

4

 

4. In het vierde en laatste tafereel richt Christus een vermaning tot de nieuw gedoopten. Men heeft de keuze tussen twee wegen. De ene leidt naar het oosten, waar de laatste openbaring zal plaats vinden en de andere voert naar het noorden, waar de vorst van het kwade, hier voorgesteld door rode vlammen, zetelt. Deze leer van de twee wegen in verband met het doopsel gaat terug tot de eerste tijden van het christendom.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Tiende Miniatuur : eerste Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Tiende Miniatuur: eerste Visioen van het Tweede Boek

 

 

.
.
.
.
.

Het feit dat Hildegard een nieuw boek begint wijst erop, dat de openbaring van haar mystieke belevenis, aan belangrijkheid gaat winnen. Inderdaad, de vijf volgende visioenen en miniaturen vormen samen het middenluik van de triptiek waaruit Scivias bestaat.

De woorden van de hemelse stem:

“De levende God schiep alles door zijn woord. Door ditzelfde Woord, dat vlees aannam, heeft Hij ook zijn schepsel de mens, ongelukkig geworden door de zondeval in de duisternis, de vurig verhoopte verlossing teruggebracht.”

.

.

Hoe is dit geloofsgegeven door Hildegard in beeld gebracht?

 

Op een groot veld van zilver zien we twee cirkels, een gouden en een donkerblauwe. Het zilver wijst op de Eerste Persoon van de H. Drievuldigheid. In de vorige miniaturen werd met zilver het geloofslicht aangeduid. Abraham houdt in miniatuur acht een mes vast van zilver en sommige engelen in miniatuur negen dragen zilveren helmen.

De kleuren hebben bij Hildegard een wisselende betekenis in al de 35 miniaturen. Iedere keer verschuift de betekenis van de kleuren, die echter wel associatief met elkaar verbonden blijven. Zo staat zilver op de eerste plaats voor wit licht, dus niet het zonlicht maar het soort daglicht dat er is vóór zonsopgang of na zonsondergang.

We hebben in het visioen van de engelen reeds gezien dat God werd aangeduid door een kern van zuiver wit. Meer dan eens echter wordt in de miniaturen de heraldische kleur wit gebruikt voorgesteld door het metaal zilver. Verder wordt zilver gebruikt als er sprake is van een spiegel en haar weerspiegeling.

Omdat spiegels in die tijd gemaakt werden van gepolijst ijzer, is het ook te begrijpen dat de glanzende wapenrusting en zwaarden en lansen, waarover in de visioenen wordt gesproken, bij voorkeur worden aangegeven door zilver. Langs die weg ontstaat een associatie met macht, rechtvaardigheid en sterkte. En zo wordt het duidelijk dat Hildegard God, in het bijzonder de Vader, aanduidt met zilver.

In deze levenssfeer van de Vader zien we in de miniatuur twee cirkels, die als polen op elkaar inwerken. Er is een gouden cirkel die een blauwe circel omvat. Het goud staat hier voor de H. Geest en de liefdegloed waarmee deze alles tot ontwikkeling brengt. Deze gloed van de Geest omgeeft het Goddelijk Woord, de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid. Deze is hier aangegeven door een discus van blauwe kleur, verlevendigd met golvende witte lijnen.

Met dit blauw wil Hildegard de diepste wezensopenbaring van God uitbeelden. De tweede Persoon is mens geworden in Christus en Deze heeft zich tot doel gemaakt van ons geestelijk leven en vormt tevens de overkoepeling van heel de schepping. Bij de volgende miniatuur wordt betekenis van de kleur blauw in de mystieke ervaringen van Hildegard met betrekking tot dit goddelijk geheim verduidelijkt.

De donkere schijf in het middenveld van deze miniatuur stelt de oerchaos voor waarover de H. Schrift in haar aanvang spreekt. De aarde was nog ongeordend en leeg en over de wereldzee heerste de duisternis. Dan begint de geschiedenis van Gods Geest die broedde over de wateren en de aarde bevruchtte. In de tekst van Scivias staat:

“De Vlam Gods werd witgloeiend en zie, er ontstond plotseling een donkere luchtkogel van enorme omvang, waarop de Vlam verschillende keren sloeg en iedere keer sprong er een vonk naar voren. Zo werd die kogel tot voltooiing gebracht en hemel en aarde kwamen ten volle in het licht.”

 

Op dit beeld van de Vlam die enkele keren op de luchtkogel sloeg, dienen we even dieper in te gaan. De Latijnse tekst spreekt van een faber, een werkman, die enkele slagen geeft en daardoor uit de donkere luchtkogel vonken deed springen. Hier wordt evenwel van geen gereedschap gesproken.

Zr. Böckeler vertaalt dit zo, dat de vlam op de kogel sloeg als een smid op een aambeeld, waardoor er bij iedere slag een vonk uitspatte. Dom Baillet zegt in zijn beschrijving van deze miniatuur, dat de zwarte cirkel aangeraakt wordt door een zilveren vinger en dat zo de wezens ontstaan. Hij verbaast zich wel erover dat de vinger niet blauw is, want door het Woord van de tweede Persoon is toch alles geschapen.

Hiltgart Keller spreekt van een zilveren tong, die uit een klomp leem een mens te voorschijn roept. Inderdaad zien we beelden van de zes scheppingsdagen, waarover in de tekst niet gesproken wordt, rondom deze tong geschikt.

We zien dat de miniaturist hier van de tekst afgeweken is, hetgeen hij nooit heeft kunnen doen buiten Hildegard om. We hebben nu als het ware twee verschillende lezingen van de visioenervaring: de eerste is de tekst in de Scivias met de uitleg ervan, de tweede is de weergave in de miniatuur.

Het gaat om de schepping van de mens en zijn verlossing. De schepping geschiedt door de drie goddelijke Personen. Deze Drieëenheid is voorgesteld door drie elementen, namelijk een gouden cirkel met rode lijnen verlevendigd, daar binnen een blauwe schijf verlevendigd met witte lijnen, en op de derde plaats een zilveren roede die doordringt in de ronde kogel van de oerchaos.

Vuur, hier uitgebeeld door het goud, is steeds het beeld van Gods Geest. De blauwe schijf noemt Hildegard een vlam van hemelkleur, die schittert als een saffier. Zo wordt deze vlam ook in het volgende visioen aangegeven, waar uitvoerig wordt uitgelegd, hoe deze saffier, het binnenste van God zelf, de tweede Persoon betekent.

De roede heeft de kleur van het metaal zilver, het heraldisch gegeven voor wit. Zoals wij in het visioen van de engelen in het middelpunt de witte kleur aantroffen als beeld van de volmaaktheid van God, zo wil de zilveren roede ons de almacht van God tonen.

Dom Baillet spreekt van een vinger, Hiltgart Keller van een tong en Zr. Böckeler van een smidshamer. Iedere godsdienstgeschiedkundige zal bij de eerste blik op deze miniatuur, zonder iets van het onderwerp af te weten, denken aan het fallisch symbool dat in alle godsdiensten voorkomt om de vruchtbare liefde van de Godheid voor de schepping aan te duiden.

Voor Hildegard zijn alle vormen van leven, van plantaardig -, dierlijk – tot geestelijk leven toe, allemaal openbaringen van Gods vruchtbaarheid. Het is niet moeilijk in de zes medaillons een uitbeelding te zien van de zes scheppingsdagen. Op de eerste dag, toen God sprak: “Het worde licht” zijn de engelen geschapen. Onder in de donkere luchtkogel zien we uit rode leem een mensenhoofd te voorschijn komen om de schepping van de mens uit te beelden.

Voor Hildegard is scheppen niet alleen iets smeden, iets maken, maar vooral de dingen het leven schenken, zoals een vader dat doet. De eerste mens zien wij – bovenaan rechts – ruiken aan een bloem die hangt aan de gouden schijf als een dauwdruppel aan een grashalm. Het is een prachtig beeld van het goddelijk aanbod van het zoete gebod der gehoorzaamheid. Zo kostbaar als de wonderbare dauw is voor de groei van de halm, zo waardevol is dit gebod van God voor de groei van het geestelijk leven.

Dom Baillet uitte zijn verbazing er over, dat de bloem zonder enige steun in de lucht hangt. Als men echter bij het opkomen van de zon voor een grasveld staat en men ziet hoe de dauwdruppels daar hangen, is men verbaasd over het wonder van de adhesi-capaciteit van een druppel. Hij hangt los aan de grashalm, maar valt niet naar beneden. Iets dergelijks bedoelde Hildegard, toen zij de stengel van Gods wet met drie bloempjes liet uitbeelden, als het ware klevend aan de goddelijke cirkel.

Helaas, Adam aanvaardde deze wet niet, hij rook er slechts aan en keerde zich er van af. Sedert dit moment breidde de chaos zich uit over het ganse heelal en heeft de duisternis de betekenis gekregen van zonde en dood. Immers, toen viel de mens ten prooi aan lijden en sterven.

Maar es kwam nieuwe hoop. God is machtig genoeg om zijn schepping te redden. Om deze overwinning van het licht op de duisternis voor te bereiden en aan te kondigen zendt God de aartsvaders en de profeten van wie St. Jan de Doper de laatste en de grootste is. Zij worden hier voorgesteld door gouden sterren.

Links zien we twaalf sterren waarvan er negen zeven punten hebben, en drie grotere met acht of negen punten: de drie aartsvaders. Rechts bevinden zich zeven sterren waarvan er één grotere met negen punten de voorloper St. Jan moet aanduiden. Verder zijn deze grote sterren omringd door kleine witte met zes punten, de  rechtvaardigen die leefden vóór de komst van Christus.

Zij zijn vierentachtig in getal, zeven maal twaalf. Zeven is een heilig getal in de Bijbel dat verwijst naar een nieuw gevolg en 12 is in de Bijbel het symbool voor perfect bestuur. Plotseling verschijnt op de aarde, vervolgt de uitleg, een licht als de dageraad en de Vlam verenigt zich op wonderbare wijze met die dageraad zonder zich van haar gouden oorsprong los te maken.

Hier komen we bij een van de voornaamste kernpunten van de mystieke openbaring voor Hildegard. In dit kerngegeven ontmoeten we het trefwoord ‘Aurora’ of de dageraad. Als men de acht teksten uit de H. Schrift, waarin sprake is van aurora naslaat, kunnen waarschijnlijk twee daarvan bij Hildegard voor dit beeld een rol spelen. De eerste zou dan de vraag van God aan Job zijn:

“Hebt ge ooit in uw leven de morgen ontboden en de dageraad zijn plaats gewezen?” (Job 38-12).

 

Hier laat God Job en ieder mens duidelijk voelen, dat Hij de schepper is en dat Hij alle dingen hun plaats aanwijst naar Zijn inzicht.

De tweede tekst is uit het Hooglied:

“Wie rijst daar op als het morgenrood?” (Hooglied 6-10).

 

Hier wordt het morgenrood als iets buitengewoons gezien en de aanstaande bruidegom spreekt zijn bewondering voor zijn bruid uit door haar daarmee te vergelijken.

In de duisternis van de chaos na de zonde komt er volgens Hildegard toch een nieuwe dageraad. Zonder de aarde met zijn vurige roede opnieuw te bevruchten, kiest God een andere weg. Hij zaait in maagdelijke grond. Alles wat door God is aangeraakt, is ongeschonden als een maagd. Uit deze maagdelijke grond neemt het Woord het vlees aan en wordt Hij de nieuwe bron van licht en leven.

Dit is het raadsbesluit van God, dat noch door engelen noch door heiligen of profeten kan worden begrepen. Daarom is hier de dageraad voorgesteld als een gloed oprijzende van achter de omlijsting. Hij is volledig gescheiden van de zwarte band die het middenveld van de miniatuur bedekt. God begint iets nieuws, en vanuit dit nieuwe valt het mensgeworden Woord de verduisterde chaos aan.

We zien, hoe een geheel vergulde Christusfiguur met zijn stralenkrans tot in de duisternis doorstoot, om de gevallen mens te verlichten en te verlossen. Het is merkwaardig, dat het morgenrood dat in feite op Maria slaat, met dezelfde kleuren wordt uitgebeeld als de grote zonnecirkel van de Godheid. In de kern zien we blauw en daar omheen een gouden gloed verlevendigd door rode lijnen.

Op deze kleuren komen we bij de bespreking van het volgende visioen nog uitvoerig terug. Nu reeds kunnen we zeggen, dat in het mysterie van de maagdelijkheid van Maria, van wie de Tweede Persoon zijn lichaam ontving, de drievoudige goddelijke activiteit zich als het ware opnieuw openbaart.

Hildegard zegt hiervan, dat in dit morgenrood de diepste wilsuiting van de Drieëne God zich geopenbaard heeft, om kost wat kost de gevallen mens toch op te nemen in Zijn goddelijk leven. Als Hildegard evenwel poogt nog dieper door te dringen in dit raadsbesluit, dan schrijft zij:

“Er werd mij een geheimnisvol zegel opgedrukt.” Want, zegt de hemelse Stem, je moet de geheimen Gods niet dieper willen doorvorsen, dan tot waar de goddelijke majesteit het in zijn liefde gunt aan hen, die Hem in diep geloof aanhangen”.

 

Hier naderen we het hoogtepunt van de mystieke ervaring, de vereniging van God met de ziel van de zieneres. Het is immers geen verwijt aan de geliefde, dat God haar niet toestaat dieper door te dringen in Zijn mysterie. Het is de bruidegom die zijn bruid verklaart dat zij op dit moment nog niet alles kan vatten van het overgrote geheim van het goddelijke trinitaire leven en van de Menswording.

Het is niet de mens die God begrijpen kan, nee het is andersom. Ondanks de eerste afwijzing gaat God toch de geliefde mensheid achterna. Het is het oerspel van elke liefdesbeleving: als de bruid wegloopt, vlamt de liefde hoger op met alle consequenties van dien. Maar de goddelijke greep en vereniging kunnen pijnlijk zijn. Hildegard dicteerde hier:

“In dit visioen is mij een geheim zegel opgedrukt.”

 

Als we de Bijbelteksten naslaan, zijn er maar twee te vinden in het Oude Testament en één enkele in het Boek der Openbaring van Johannes, wanneer hij spreekt over de zeven zegels, die eenmaal door het Lam verbroken worden. De eerste uit het O.T, is uit Job, waar de zon bevel krijgt niet te stralen en de sterren onder een zegel worden geplaatst. (Job. 9,7)

De andere tekst uit het Oude Testament is uit het Hooglied: “Leg mij op uw hart als een zegel en om uw arm als een band. Want sterk is de liefde.” (Hoogl. 8,6) Deze staat in de epiloog van het Hooglied, waar gezongen wordt over het altijd verenigd zijn van bruid en bruidegom.

Terwijl de bruidegom van het Hooglied vraagt als een zegel op het hart van de bruid gelegd te worden, zegt hier Hildegard, dat God zich als een geheim zegel op haar hart gedrukt heeft. Hier is in Bijbelse beeldspraak de hoogste mystieke vereniging aangeduid.

We kunnen nagaan wat in de Bijbelse tijden de uitdrukking van een zegel leggen op het hart betekend heeft. De zegelstempel en ook de zegel afdruk betekenen een persoonlijk en kostbaar bezit “Ik draag U (Zorobabel zoon van Salatiël) als een zegelring want Ik heb U uitverkoren” (Aggeus 2,23); zie verder Jer. 32 10-14. Neh. 10-1. Esth. 3-10 en 8-8 alsook Tob. 9-5. In al deze teksten is bezegeling tevens persoonlijke toe-eigening en bescherming (zie Deut. 6-18, Tob. 9-5, Mat. 27-66).

Het geheimnisvolle zegel drukt de bekroning uit van de liefdesvereniging van God met Hildegard. Dat hier geen afschermen van het mysterie is bedoeld, bewijst het volgende visioen, dat juist een dieper doordringen in het mysterie behelst. Het blijft merkwaardig, dat in deze miniatuur het verloop van het mysterie van de Menswording als een korte episode wordt weergegeven.

Slechts een felle aanval op de burcht van de duisternis. Misschien is dit wel de juiste benadering, zoals alleen een mystica die kan vatten. Dom Baillet, die zich liever houdt aan de geschreven tekst waar gesproken wordt over de levensloop van de Verlosser en de stichting van de Kerk, heeft een beetje moeite met deze vereenvoudiging, maar hij geeft er toch een spitsvondige verklaring voor.

Hij schrijft: “De miniaturist heeft het niet nodig gevonden om de Verrijzenis, de verschijningen van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren weer te geven, al had hij in de traditionele iconografie voldoende modellen om na te tekenen. Een minder persoonlijk genie zou deze kans hebben aangegrepen om het perkament zonder veel moeite vol te maken. Onze kunstenaar had daar maling aan!”

In feite is het zo, dat het de bedoeling van Hildegard is geweest het leven van Christus in het verloop van het scheppings- en verlossingsverhaal te zien als een snelle meteoor, die flitst langs het donker hemelgewelf van tijd en eeuwigheid.

Even dienen we nog aandacht te schenken aan het figuurtje in de donkere chaos dat, overdekt met bloedrode wonden, aangeraakt wordt door de gulden vlam van de Christusfiguur, die oprijst uit de dageraad. Deze zwaar gewonde mens met witte haren kan zowel Christus zelf betekenen als de gevallen Adam, de vertegenwoordiger van de hele mensheid.

De uitleg van Hildegard is dat de Mensenzoon, die voortkomt uit de dageraad, zich hevig laat verwonden aan de duisternis, om daarna de gevallen mens op te richten. Dom Baillet vindt deze miniatuur de minst verantwoorde ten opzichte van de tekst van Scivias. Toch leert deze miniatuur ons het meeste over de spiritualiteit van Hildegard.

Zij leert ons de nieuwe wegen welke God gegaan is om, ondanks de val der engelen en van Adam in het paradijs, toch de voltooiing van Zijn glorie te bereiken. Het is de triomf van de Wijsheid en de Justitia van God, waarop in miniatuur 30 dieper wordt ingegaan.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA