Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
.
Song of Solomon, Hooglied van Salomo 1-8 – Skip Heitzig
.
.


.
.




Pasteltekening van John Astria
De ark van het verbond betekent voor verschillende mensen verschillende dingen. Voor sommigen is de ark een mystiek object met angstaanjagende bovennatuurlijke krachten. Voor anderen is het een oudheidkundig artefact met een groot godsdienstig belang, vergelijkbaar met de heilige graal. Vanwege de vele verschillende mythen waarmee de ark is omgeven, is het de moeite waard om zijn ware oorsprong en doel eens nader te bekijken.
De ark van het verbond wordt in de Bijbel voor het eerst vermeld in Exodus 25. Na de bevrijding van Israël uit de slavernij in Egypte draagt God Mozes op om een tabernakel (een soort tent) te bouwen waarin de Israëlieten God zullen aanbidden. De ark van het verbond werd in een speciaal gedeelte van de tabernakel ondergebracht, wat bekend stond als het “Allerheiligste”.
De ark was het heiligste object in de tabernakel. God gaf hen gedetailleerde aanwijzingen voor de bouw van de ark. Hij moest vervaardigd worden van acaciahout en beslagen worden met goud. De ark moest tweeënhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog zijn (een el is ongeveer 45 centimeter). Bovenop de ark bevonden zich twee gouden cherubijnen (engelen) die met hun vleugels het gedeelte van de ark bedekten dat bekend stond als de “Verzoeningsplaat”.
De ark van het verbond bevatte drie objecten die heel belangrijk waren voor de Israëlieten. Ten eerste waren dit de twee stenen tafelen met de Tien Geboden. De Tien Geboden waren het fundament van het verbond tussen God en Israël, die meestal de “Mozaïsche Wet” of kortweg “de Wet” genoemd wordt (Exodus 31).
Het tweede belangrijke voorwerp in de ark was de staf van Aaron. God liet de staf van Aaron op wonderbaarlijke wijze bloeien om de andere stammen van Israël te laten zien dat het Zijn wil was dat Aaron de leiding zou hebben over het priesterschap (Numeri 17).
En het derde object was een gouden kruik gevuld met manna. Manna was het voedsel dat de Israëlieten op wonderbaarlijke wijze van God aangereikt kregen tijdens hun veertig jaar van omzwervingen in de woestijn (Exodus 16).
De ark van het verbond was de plaats waar God Zijn aanwezigheid op aarde manifesteerde. Wanneer de Israëlieten zich verplaatsten, ging de ark ging altijd voor hen uit. De ark was in de tabernakel het middelpunt van de aanbidding van God. Daarnaast beschermde hij de Israëlieten ook in veldslagen door tegenstanders op bovennatuurlijke wijze te verslaan (Jozua 6:3-4). De Israëlieten wendden zich ook tot de ark om God om leiding en wijsheid voor het volk te vragen (Numeri 7:89, Exodus 25:22).
De ark van het verbond was meer dan een speciaal meubelstuk met bovennatuurlijke krachten; de ark was voor de Israëlieten ook het middel om een relatie met God te hebben. De ark van het verbond kon maar één keer per jaar, op Jom Kippoer (de Joodse “Grote Verzoendag”), benaderd worden door een hogepriester.
Op deze dag ging de hogepriester het Allerheiligste binnen met het bloed van een offerlam. Het was ook de enige dag waarop Gods aanwezigheid zich tussen de twee cherubijnen manifesteerde. De hogepriester sprenkelde het bloed van het offerlam op de verzoeningsplaat.
Zodra het bloed van het lam door God werd ontvangen, werd het een boetedoening (een bedekking) voor de zonden van de hogepriester en van het hele Israëlitische volk. Dit ritueel werd onophoudelijk uitgevoerd, jaar in jaar uit. De ark van het verbond speelde een sleutelrol in de vergeving van hun zonden.
.
Op het eerste gezicht lijken de bloedoffers die verbonden zijn aan de ark van het verbond enigszins verontrustend. Het slachten van dieren en het offeren van hun bloed riekt naar occultisme. Maar we moeten goed begrijpen dat deze offergaven niet bedoeld waren om de toorn van een bloeddorstige godheid te pacificeren. God verlangt helemaal niet naar het bloed of het lijden van hulpeloze lammeren (Hebreeën 10:8).
De Bijbelse tekst toont ons herhaaldelijk dat zonden onvermijdelijk de dood tot gevolg hebben. De offergave van het lam wijst op de ernst van de zonde. Zonden vereisen altijd een boetedoening (een “betaling”), zodat God rechtvaardig kan zijn (Hebreeën 9:22). Gods erbarmen maakte het mogelijk dat de zonden van Israël op een lam konden worden overgedragen.
En nog belangrijker, deze offers waren een voorafschaduwing van een grotere offergave die nog moest plaatsvinden: het offer van de Joodse Messias, Jezus Christus. God wist dat deze voortdurende offergaven een onvoldoende betaling zouden zijn voor de zonden van Israël, laat staan voor de zonden van de hele mensheid. Daarom gaf God ons Jezus Christus als het ultieme offerlam.
Zijn dood werd de grootste liefdesdaad in de hele geschiedenis. Een Romeins kruis werd de ark waarop Christus werd geofferd. Met het bloed van Christus werd voor eens en altijd betaald voor de overtredingen van alle mensen die bereid zijn om Hem als hun Redder te aanvaarden (Johannes 3:16).
De ark van het verbond verdween ergens vóór of tijdens de Babylonische invasie van Jeruzalem in 586 voor Christus uit de Joodse Tempel. In afwachting van de verdwijning van de ark schreef de profeet Jeremia:
“En als jullie in die tijd in aantal toenemen en dit land weer zullen bevolken, zal niemand meer over de ark van het verbond met de Heer spreken. Die komt in niemands gedachten op, hij wordt niet meer genoemd of gemist, en wordt niet opnieuw gemaakt” (Jeremia 3:16).
Al voor de tijd van Jezus openbaarde de profetie van Jeremia dat er in de toekomst geen behoefte meer zou zijn aan de ark van het verbond. God had een beter Verbond dat Hij in werking zou laten treden, het Nieuwe Verbond in Zijn Zoon, Jezus Christus.


Het “gebed om verlossing” is het belangrijkste gebed dat we ooit zullen bidden. Wanneer we er klaar voor zijn om een christen te worden, zijn we er ook klaar voor om ons eerste echte gesprek met God te hebben, met de volgende componenten:
Wanneer we het gebed om verlossing bidden, dan laten we God weten dat we geloven dat Zijn woord waar is. Door het geloof dat Hij ons heeft gegeven kunnen we er voor kiezen om in Hem te geloven. De Bijbel vertelt ons:
“Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.” (Hebreeën 11:6)
Wanneer we bidden, vragen we God dus om het geschenk van onze verlossing. We gebruiken onze vrije wil om te erkennen dat we in Hem geloven. Deze uiting van geloof behaagt God, omdat we er in alle vrijheid voor gekozen hebben om Hem te leren kennen.
Wanneer we het gebed om verlossing bidden, moeten we toegeven dat we gezondigd hebben. Zoals de Bijbel over iedereen, behalve Christus, zegt:
“Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God.” (Romeinen 3:23)
Zondigen is niets anders dan tekort schieten, als een pijl die de roos maar niet kan raken. Wij schieten tekort tegenover de heerlijkheid van God, die alleen in Jezus Christus kan worden gevonden:
“De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.“ (2 Korintiërs 4:6)
Het verlossingsgebed erkent dus dat Jezus Christus de enige mens is die ooit zonder zonde heeft geleefd:
” God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.“ (2 Korintiërs 5:21)
Pasteltekening van John Astria
Met Christus als onze standaard voor perfectie, erkennen we nu ons geloof in Hem als God, in overeenstemming met wat de woorden van de Apostel Johannes:
“In het begin was het Woord [Christus], het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat“ (Johannes 1:1-3)
Omdat God alleen een perfect, zondeloos offer kon aanvaarden en omdat Hij wist dat wij dat doel onmogelijk zouden kunnen bereiken, stuurde Hij Zijn Zoon om voor ons te sterven en de eeuwige prijs te betalen.
“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)
Pasteltekening van John Astria
Ben jij het eens met alles wat je hierboven hebt gelezen? Als dat zo is, begin je nieuwe leven in Jezus Christus dan nu meteen. Bid het volgende met ons:
“Vader, ik weet dat ik Uw wetten heb overtreden en dat mijn zonden mij van U hebben weggehouden. Het spijt me echt en ik wil nu van mijn vroegere zondige leven tegenover U weglopen. Vergeef mij alstublieft en help me om niet meer te zondigen. Ik geloof dat Uw zoon, Jezus Christus, voor mijn zonden stierf, dat Hij uit de dood is opgestaan, leeft en mijn gebeden hoort. Ik nodig Jezus uit om de Heer van mijn leven te worden, om vanaf vandaag in mijn hart te heersen. Stuur alstublieft Uw Heilige Geest om mij te helpen U te gehoorzamen en voor de rest van mijn leven Uw wil te volbrengen. Ik bid hiervoor in de naam van Jezus. Amen.”
Als je dit gebed om verlossing met ware overtuiging en met heel je hart hebt gebeden, dan ben je nu een volgeling van Jezus. Dit is een feit, zelfs als jij je nu niet anders voelt dan voorheen. Godsdiensten hebben jou misschien ooit doen geloven dat je nu iets zou moeten voelen; een warme gloed, een rilling of een soort mystieke ervaring. De werkelijkheid is dat je zoiets zou kunnen voelen… of niet.
Als je het verlossingsgebed hebt gebeden, en je meende het echt, dan ben je nu een volgeling van Jezus. De Bijbel vertelt ons dat je eeuwige redding nu veilig gesteld is!
“Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” (Romeinen 10:9)




.
.
.


.
.
.
.
De Bijbel is het geschreven Woord van God. De oudste geschiedenis van de Bijbel hangt daarom samen met de geschiedenis van het schrift. Zonder schrift geen Bijbel. De Bijbel zelf spreekt voor het eerst over schrijven in het boek Exodus. De Tien Geboden werden door God zelf geschreven op stenen tafelen. En Mozes schreef de woorden van de wet op in een boek:
“Hierna schreef Mozes alles op wat de Heer had gezegd. Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor” (Exodus 24:4,7 ).
God gebood hem de geschiedenis met Amalek op te schrijven:
“En de Heer zei tegen Mozes: Leg deze overwinning in een oorkonde vast” (Exodus 17:14 ).
De namen van de twaalf stammen van Israël stonden gegraveerd in edelstenen op Aärons borstschild en schouderstukken; op zijn tulband zat een gouden plaat waarop stond geschreven: ‘Aan de Heer gewijd’ (Exodus 39:6,14, 30 ).
Toen God wilde tonen dat Hij Aäron tot hogepriester had gekozen, liet Hij de twaalf vorsten van Israël elk hun staf inleveren met hun naam daarop geschreven (Numeri 17:2,3,8). Ook in de wet komt het schrijven naar voren. In het voorschrift over jaloersheid moest de priester bijvoorbeeld een vervloeking opschrijven (Numeri 5:23).
.
.
.
Lange tijd werd ontkend dat men zo lang geleden kon schrijven. In de tijd van Mozes zou de schrijfkunst nog niet hebben bestaan. Intussen weten we beter. De oudste geschreven teksten die we bezitten stammen uit de tijd tussen 3500 en 3000 v.Chr. en Mozes leefde zo’n 2000 jaar later. Aanvankelijk was er sprake van een primitief beeldschrift dat zich geleidelijk ontwikkelde tot spijkerschrift.
.
.
.
Het eerste ons bekende spijkerschrift was Sumerisch, later volgden Assyrisch en Babylonisch evenals een aantal Semitische talen. In latere tijden zijn in andere delen van de antieke wereld andere schriftvormen ontstaan. Rond 3000 v. Chr. ontstond in Egypte het hiëroglyfenschrift. Deze schriftvormen zijn nauw verbonden met de materialen die men voorhanden had.
De gecompliceerde beeldschriftvormen en de daarvan afgeleide schriftvormen vereisten een langdurige schrijversopleiding. Er ontstond een aparte klasse van schrijvers. Jongens die hiervoor werden opgeleid gingen vanaf hun zesde jaar naar een schrijversschool, waar ze 10 tot 12 jaar moesten leren. Niet alleen schrijven, maar ook landmeten en andere wetenschappen waarbij schrijven of geschreven boeken te pas kwamen.
Alleen gegoede ouders konden zo’n langdurige opleiding betalen. Maar de jongen was dan ook verzekerd van een goede baan als ambtenaar of een soort notaris. De uitvallers van de opleiding werden dorpsschrijver. De goede schrijvers konden veel macht verwerven, omdat rijksbestuurders zelf vaak net zo min konden schrijven of lezen als het gewone volk.
De invoering van alfabetisch schrift heeft hierin echter grote verandering gebracht. Toen de richter Gideon een jongen uit Sukkoth in handen kreeg, schreef deze namen van vorsten en oudsten voor hem op. En dan niet met veel moeite één of enkele namen, maar een lange lijst van 77 (Richteren 8:14). De schrijver van het boek Richteren nam niet de moeite vooraf te vermelden dat de jongen kon schrijven. Dat sprak kennelijk vanzelf.
Toen Jesaja sprak over de ondergang van Assur, vergeleek hij dat met een bos waarvan zo weinige bomen overblijven dat ze “te tellen zijn, ja, een jongen zal ze kunnen opschrijven” (Jesaja 10:19). De beperkingen van het kind lagen hier niet in zijn schrijfkunst, maar in zijn vaardigheid tot tellen. Eerder had God tot Jesaja gezegd:
“Neem een groot schrijftablet en noteer daarop in leesbaar schrift…” (Jesaja 8:1 ).
De eventuele moeilijkheid om het te lezen lag in het al of niet duidelijk schrijven van Jesaja, niet in een mogelijke ongeletterdheid van het volk. De consequentie hiervan was dat de Israëliet zelf toegang had tot Gods Woord omdat hij het zelf kon lezen.
.
.
.
.
.
Volgens de traditie heeft Mozes de eerste vijf boeken van de Bijbel geschreven. Aangezien ook Jezus zich hierbij aansloot, hebben we alle reden dit te geloven. Dat ligt echter anders met de bijbehorende gedachte dat met name het materiaal van Genesis tot aan Mozes mondeling zou zijn overgeleverd. Hiertegen worden door sommigen argumenten aangevoerd van drieërlei aard:
Wiseman wijst voor de onderbouwing van zijn theorie op frappante overeenkomsten in literaire stijl tussen Genesis en de bekende kleitabletten. Genesis begint met: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Hoofdstuk 2 begint met: “Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heir.” Volgens Wiseman betekent dit:
“Hiermee is het verhaal voltooid van hemel en aarde’ en alle tabletten daarvan.”
.
.
.
De overgang op een nieuw kleitablet binnen een verhaal werd vaak gemarkeerd door herhaling van woorden, die aan het eind van het ene tablet stonden, aan het begin van het volgende tablet. Dit verschijnsel vinden we ook in bijvoorbeeld Genesis 11:26 en 27. Vanaf hoofdstuk 37 verdwijnen de genoemde kenmerken.
Het verhaal wordt dan ook breedsprakiger. Dit klopt met het feit dat de geschiedenis van Jozef in Egypte te boek moet zijn gesteld. Daar gebruikte men geen kleitabletten maar papyrusrollen waarop een doorlopende, en veel uitgebreidere, tekst kon worden geschreven.
.
.
.
Alles wat Mozes dan gedaan zou hebben is de verschillende verslagen tot één verhaal samenvoegen en er hier en daar wat aantekeningen aan toe voegen. Dat Mozes zelf kon schrijven hoeven we hier niet meer te betogen. Het schrift bestond, in tegenstelling tot wat men in de negentiende eeuw nog meende, ook in Egypte al meer dan 1500 jaar.
Hooguit kan men de vraag stellen of Mozes dan tot de schrijversklasse behoorde. Stephanus geeft ons daarop een antwoord:
“En Mozes werd onderwezen in alle kennis (wijsheid) van de Egyptenaren” (Handelingen 7:22).
Deze kennis/wijsheid steunde op de kennis van het geschreven woord, welke kennis ook zelf deel uitmaakte van die wijsheid.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

