Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 135 • Your Name endures forever
.
Psalmen 135 . Uw Naam blijft voor altijd bestaan
.
Paul LeBoutillier
.






Astronomie of sterrenkunde is een wetenschap, die zich bezighoudt met het bestuderen van de hemellichamen. Daarbij kunnen exacte voorzeggingen van zonsverduisteringen, enz. gedaan worden.
Verschillende meningen van astrologen:
-de sterren beïnvloeden het mensenleven niet, er is slechts een parallel;
-er valt geen toekomst uit te voorspellen, alleen karakterbeschrijving;
-er is wel toekomstvoorspelling mogelijk.
De astrologie stamt uit het Midden-Oosten, uit het gebied van Babylon en heeft zich van daaruit na de tijd van Alexander de Grote naar het westen verspreid. In Egypte had ze al veel eerder vaste voet gekregen. Volgens ver-schillende egyptologen kan de plaatsing van de piramiden in verband gebracht worden met de stand van de sterren.
Tot de 18 e eeuw was er geen scheiding tussen astronomie en astrologie. Men berekende nauwkeurig zonsverduisteringen e.d. Daarnaast hield men zich bezig met voorspellingen van de toekomst. Men legde een verband tussen de planeten en de afgoden, denk maar aan de namen die men aan diverse planeten gaf.
Keizers en de gewone man gingen bij beslissingen af op ‘een gunstig gesternte’. In de Middeleeuwen kreeg de astrologie veel ingang in islamitische landen. In de 13 e,14 e eeuw was er ingang in christelijke landen met een bloeiperiode in de 15 e en 16 e eeuw. v De leer van Copernicus deed de invloed afnemen. In onze tijd neemt de invloed weer toe.
Men gelooft niet in een transcendente God die boven de schepping staat. Astrologen geloven dat God met de schepping verbonden is. Er vindt een vergoddelijking van het heelal plaats. Men huldigt het parallelliteitsbeginsel wat een parallel trekt tussen het hemelgebeuren en het leven op aarde.
Of men huldigt het synchroniteitsbeginsel dat een overeenkomst zoekt tussen de micro- en macro kosmos. De mens is een micro-afspiegeling van het universum. Vervolgens beschouwt men oog, hand, voet als een micro-afspiegeling van het hele lichaam.. Men onderscheid wereld-astrologie, geboorte-astrologie en hecht waarde aan iriscopie, handleeskunde en dergelijke.
De dierenriem of zodiak bevat 12 sterrenbeelden welke aangeven hoe de persoon is die onder dat gesternte is geboren. De indeling van de dierenriem is vast en onveranderlijk. Men acht het gesternte ook van belang voor de situatie van de mensheid als geheel.
Aanhangers van de New Age stellen dat we geleefd hebben in het tijdperk van de ‘vissen’ en dat we overgaan in het tijdperk van de ‘Waterman’. Dit heeft te maken met het zogenaamde Lentepunt wat bepaald wordt door de stand van de zon op 21 maart. Het doorlopen van een teken duurt 21411/2 jaar.
De zonnebaan heeft men ook in twaalf gedeelten verdeeld en die delen worden huizen genoemd. Dit is geen vas-te indeling. Het eerste huis heette horoscoop. Dat gedeelte zag het uur. De 12 huizen heetten: Leven, rijkdom, broeders, ouders, kinderen, gezondheid, vrouw, dood, godsdienst, koninkrijk, weldaden en gevangenis.
a) Uitgangspunt is het het teken waarin de zon stond op de dag van de geboorte, het zonneteken.
b) Tweede belangrijke zaak is het dierenriemteken dat op het punt staat boven de horizon te rijzen, op het moment en de plaats van geboorte, men noemt dat de ascendant.
c) Lokalisering van de maan en de vijf dichtstbijzijnde planeten. Elk heeft zijn karakter, maar wordt verder bepaald door het huis waarin ze zich bevinden.
d) Ook houdt men rekening met de onderlinge posities van de planeten uitgedrukt in de hoek die ze samen ten opzichte van de de aarde maken, de aspekten.
Op zichzelf is er wel verband tussen de hemellichamen en het leven op aarde, denk aan eb en vloed, invloed van zonnevlekken en dergelijke. Maar dat is heel wat anders. Dat is mathematisch en wetenschappelijk na te gaan. Het heeft niets met de theorieën van de astrologie te maken.
Er zijn diverse argumenten aan te dragen die de astrologie naar het rijk van de fabels verwijzen, zoals :
a. het is onwaarschijnlijk dat een toevallige constellatie van hemellichamen van invloed zou zijn op het reilen en zeilen van de mens individueel en van de mensheid als totaal.
b. het leven van twee personen geboren onder hetzelfde gesternte verloopt niet gelijk. In de wetenschap geldt dat een zaak pas vaststaat als je ze onder dezelfde omstandigheden moet kunnen ‘nadoen’.
c. de stand van planeet Venus acht men van invloed op het huwelijksleven en dat puur omdat mensen deze planeet de godin van de liefde hebben gewijd.
d. de stand van de planeten ten opzichte van de dierenriem verandert. Het lentepunt verplaatst zich van Ram, via Vissen naar Waterman. Er is dus in de loop van de tijden geen vastigheid.
e. er zijn in latere tijden drie planeten bij ontdekt, die vroeger dus geen rol speelden en nu ook vaak nog niet. Pure willekeur dus.
f. men gaat uit van een geocentrisch wereldbeeld waarbij de aarde als het middelpunt van het heelal werd gezien waarom alles draaide (zon , maan en sterren) terwijl we dat allang hebben losgelaten. Wetenschappelijk gezien is de aarde slechts een van de planeten.
g. men heeft het gesternte puur subjectief geprojecteerd tegen de denkbeeldige hemelkoepel terwijl de sterren waaruit zo’n beeld ‘bestaat’ totaal geen eenheid vormen.
Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping en dus ook over de sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.
Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer ( Zie Js.43: 7 en Op 4: 11).
a. Zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer: Ps. 8: 4,5 / Ps.19: 1,5/ Ps.33: 6/ Ps.148: 3 /Ps.150: 1. De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5 / Dt. 28: 62. Nooit wordt de sterrenhemel als een soort profetisch materiaal voorgesteld.
b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9 / Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als de Morgenster (Nm 24: 17) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2). Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7 / Ri 5: 20 / Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4 / Js 40: 26; zie ook Op 1: 16.
c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld: Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8); De Beer; de Orion, de Pleiaden; de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9); De Pleiaden; Orion; tekens v.d. Dierenriem, de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 vgl. Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.
d. De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet. God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen, (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).
e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : Am 5: 26 / Hd 7: 43 / 2 Kn 17: 16 / Jr 7: 16-20 / Zf 1: 5 /Ez. 8: 16.
f.De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28 / Js 47) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25)
Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:
a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.
b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.
c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en daardoor kan men occult belast worden en onder invloed komen van satan.
Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 : ‘ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk: Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid.




Pasteltekening van John Astria
Wij lezen in de Bijbel vaak over schapen en herders. De bekendste van alle psalmen (Psalm 23) gebruikt hen als beeld van de zorg die God (en zijn Zoon) voor zijn volk heeft:
“De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.”
1 Een lied van David.
.
De Heer zorgt voor mij zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Ik kom niets tekort.
2 Hij laat mij rusten in groene velden.
Hij laat mij drinken uit rustige stroompjes.
3 Hij geeft me kracht.
Hij helpt me om te leven zoals Hij het wil,
omdat Hij dat heeft beloofd.
4 Zelfs als ik door een diep, donker dal ga,
een dal van moeilijkheden,
ben ik nergens bang voor, want U bent bij mij.
Met uw stok en uw herdersstaf
beschermt U mij en stuurt U mij bij.
Het troost mij dat U dat doet.
5 Mijn vijanden zien hoe goed U voor mij bent:
U zet een feestmaaltijd voor mij neer.
U zalft mijn hoofd met zalf-olie.
U schenkt mijn beker zó vol dat hij overloopt.
6 Uw goedheid en liefde zijn mijn leven lang bij mij.
Ik mag mijn hele leven dicht bij U zijn.
Pasteltekening van John Astria
Maar de taak van de traditionele herder in het Midden-Oosten verschilt enorm van die van een West-Europese herder. Om een begrip te vormen van de betekenis van wat hierover in de Bijbel wordt verteld, is het nuttig eens te kijken naar die oude gewoonten, die de Arabieren in het moderne Israël nog steeds vasthouden. Omdat Psalm 23 van de hand van David komt, weerspiegelt het de herderspraktijken in de heuvels van Judea, ten zuiden van Jeruzalem. Het terrein is er ruig en schraal, met diepe ravijnen die naar de Dode Zee afdalen. Vers 2 zegt:
“Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water (‘rustige wateren’, NBG ’51).”
Hier ontbreekt het niet aan groene weiden, en de boer kan de schapen er gewoon op loslaten. In de heuvels van Judea moest de herder het groen echt zoeken. Hij moest er ook op letten dat de schapen daar bleven, en niet af-dwaalden naar verlaten streken, waar geen gras groeide. Beken in dat gebied vloeien snel met cascades en water-vallen. Maar de herder heeft daar niets aan, want schapen houden niet van harde geluiden en het wilde water weerhoudt ze te drinken. Dus zijn de herder en zijn schapen aangewezen op poelen, of de zacht vloeiende delen van een beek.
Desnoods creëert hij zulke drinkplaatsen, door de stroom met stenen af te dammen. Of, hij haalt water uit een put en giet het in een drinkbak, zoals wij in Exodus 2:16 lezen. Wij zien dus hoe God in zijn wijsheid schapen op een zodanige manier geschapen heeft, dat zij een passend beeld voor ons mensen zijn. Net als zij, hebben wij een Herder nodig, die ons naar rustige plekken kan brengen, en te verfrissen door het water des levens.
.
.





