Tagarchief: gezag

Wat is de Jihad voor moslims?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

1. Wat is jihad?

 

Het Arabische woord jihad is een erg brede term. De betekenis ervan is: streven naar een betere manier van leven. Dat is uiteraard niet beperkt tot moslims, zoals blijkt uit het volgende vers waarin niet-moslim ouders ernaar streven (jahadaka – jihad voeren) om hun kinderen die zich bekeerd hebben tot de islam, naar de godsdienst van de ouders te doen terugkeren.

 

 

374747_273477996044023_183373431721147_748410_1696544372_n

 

 

De Koran stelt:

“”En Wij hebben de mens opgedragen goed voor zijn ouders te zijn. Als zij er echter bij jou naar streven (Jahadaka) aan Mij metgezellen toe te voegen waarvan jij geen kennis hebt, gehoorzaam hun dan niet….” (Koran, 29:8)

Omwille van het belang van het streven naar het goede wordt jihad door sommigen zelfs aanzien als de zesde pijler van de islam vermits elke moslim zich elke dag opnieuw moet inzetten om zichzelf en de samenleving waarin hij leeft te verbeteren.

De strijd tegen het eigen ik (hebzucht, hoogmoed, afgunst, enz) wordt beschouwd als de hoogste vorm van jihad.

Maar ook een artikel schrijven om de islam uit te leggen is jihad, het wordt beschouwd als jihad voeren met de pen. Wanneer men voor een keuze staat, is het jihad het beste van de twee alternatieven te kiezen. Armen helpen en goede werken doen, is een vorm van jihad. Z’n best doen voor een examen op school, is een vorm van Jihad. De boodschappen van een oude dame dragen, is jihad. Alles wat ertoe leidt dat het individu en de samenleving er beter van worden, is jihad.

In zeer uitzonderlijke gevallen ( bijvoorbeeld wanneer een moslimland aangevallen wordt en wanneer alle mogelijkheden om op een vreedzame wijze de aanval af te slaan mislukt zijn ) kan streven naar het beste erin bestaan het eigen leven of het land gewapenderhand te verdedigen. Slechts in dit geval, komt jihad neer op oorlogsvoering. Dit is  slechts toegelaten  onder strikte voorwaarden en omstandigheden.

Moslims mogen nooit als eerste een land aanvallen en mogen enkel de eigen samenleving verdedigen tegen een aanval door anderen. Zoals ook bij ons alleen de regering over een oorlog kan beslissen, zou ook in de islam slechts kunnen beslist worden tot een dergelijke strijd door het hoogste en representatieve gezag of door een unanieme beslissing van legitieme leiders die de steun genieten van de overgrote meerderheid van moslims. Extremisten die geweld plegen overtreden dus de islam vermits hun strijd niet kadert in een door legitieme moslimoverheden besliste verdediging.

Wanneer het hoogste gezag zou beslissen zich gewapend te verzetten tegen een aanval, mogen moslims slechts strijden tot de aanval op hun samenleving afgeslagen is. Tijdens een oorlog moeten zij zich ook door hoogstaande morele principes laten leiden. Soldaten van de tegenpartij die zich overgeven, moeten zij bescherming bieden als krijgsgevangenen enz. Bovendien mag er slechts gestreden worden door en tegen soldaten en moeten burgerbevolking en dieren beschermd worden. Verder moeten ook priesters en kloosterlingen van andere religies met rust gelaten moesten worden, en mogen  hun gebedshuizen niet vernield mochten worden.

Abu Bakr, de eerste kalief, legde volgende 10 regels vast voor oorlogsvoering (uit: Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  • Dood geen vrouwen
  • Dood geen kinderen
  • Dood geen bejaarden
  • Dood geen zieken.
  • Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruit dragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden)
  • Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  • Dood geen dieren behalve voor voedsel.
  • Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  • Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  • En handel niet laf.

 

Zoals gezegd is een gewapende strijd slechts toegestaan om een aanval af te weren en nadat alle andere middelen om de zaak vreedzaam op te lossen uitgeput zijn. De islam verbiedt moslims dan ook deel te nemen aan wat men in de westerse geschiedenis kent als een heilige oorlog om anderen tot het eigen geloof te dwingen. Dit verbod hangt samen met het feit dat in de Koran God zelf alle mensen het recht van godsdienstvrijheid garandeert en moslims uitdrukkelijk verbiedt anderen te dwingen tot de islam of dat zelfs maar te proberen.

Jihad betekent in elk geval niet een heilige oorlog (arabisch: ‘harbun muqaddasatu’ of ‘al-harbu al-muqaddasatu’) in de zin van een oorlog om anderen te dwingen tot de Islam – het is moslims ten andere verboden aan zulk een oorlog deel te nemen. De Koran garandeert immers voor iedereen godsdienstvrijheid en verbiedt moslims uitdrukkelijk anderen te dwingen tot de islam.

In veruit de meeste gevallen heeft jihad echter helemaal niets met een verdedigende oorlogsvoering te maken, maar handelt het over  het best mogelijke te doen.

In het Arabisch is het voorvoegsel “mu” + de wortel, iemand die de actie van de wortel uitvoert. Dus, mu{j-h-d} of mujahid, is iemand die jihad voert. Dit is dan ook geen synoniem voor gewapend strijder. Een schrijver die zich inzet voor de islam, is ook een mujahid. Iemand die goede werken doet, is ook een Mujahid, zo ook iemand die liefdadige werken doet en zich inzet voor anderen en voor een betere samenleving.
Profeet Mohammed zei:

Een Mujahid (hij die Jihad voert) is diegene die streeft tegen zijn eigen ik om God te gehoorzamen”(Sahih Ibn Hibbanm, No. 4862)

Wanneer moslims in een situatie terechtkomen die zij als onrechtvaardig beschouwen, hoort men in de moslimwereld wel vaker oproepen tot jihad. Dit betekent in de meeste gevallen helemaal geen oproep tot gewapende strijd. Gewoonlijk is het een oproep tot vreedzame inzet tegen wat men als een onrechtvaardige situatie ervaart. Men kan bijvoorbeeld  jihad  voeren met de pen of jihad met het woord waarbij men via het schrijven van artikels of organiseren van bijeenkomsten een onrechtvaardige situatie aanklaagt en onder de aandacht van de pers en de publieke opinie brengt.

 

 

2. Heeft jihad iets te maken met terrorisme?

 

Het moge duidelijk zijn dat jihad niets te maken heeft met terrorisme.  Uit een grootschalig onderzoek van 50.000 moslims in 35 landen met een overwegend moslimbevolking bleek dat moslims bij zeer grote meerderheid terrorisme veroordelen. Ook in het Westen (IRA, ETA enz) en ook in het christendom zijn er terreurgroepen. Deze vertegenwoordigen echter niet het Westen of het christendom, maar zijn daar het absolute tegendeel van. Hetzelfde geldt voor de islam. Ook daar zijn terreurgroepen niet de vertegenwoordigers van de islam maar het absolute tegendeel ervan. Het is niet omdat een of andere groep zich op een verdraaide interpretatie van een geloof en de terminologie ervan beroept om eigen politieke doeleinden na te streven, dat zij dat geloof vertegenwoordigen.

In elke samenleving heeft men een stille brede middengroep, en aan de rand daarvan een aantal extremisten. Het is belangrijk dat men de mening van extremisten niet verwart met die van de middenstroom. Zowel in de moslimwereld als in het Westen zijn er extreme groeperingen die aansturen op een confrontatie. In het Westen zijn er extremistische partijen die de islam en de moslimwereld afschilderen als een grote bedreiging, zoals er ook in de moslimwereld extremisten zijn die het Westen afschilderen als de grootste bedreiging ooit.

In die zin zijn de westerse en islamitische extremisten elkaars bondgenoten om wederzijds een vijandsbeeld bij hun bevolking ingang te doen vinden om op grond van de angst die ze daarmee scheppen, hun eigen extreem politiek programma te kunnen invoeren. Het is belangrijk dat men hun propaganda doorziet en niet in de val trapt die zij uitzetten.

Een grondige studie van het Westen en van de islam, leidt tot de vaststelling dat beiden meer gemeen hebben dan de extremisten aan beide kanten hen willen doen geloven. Het lijkt er dan ook op dat de middengroepen van het Westen en van de islam meer te vrezen van de extremisten in hun eigen rangen, dan van elkaar.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

       

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Deel 3 – Is er onderscheid bij engelen in macht, gezag en heerlijkheid?

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

Deel 3 – Is er onderscheid bij engelen in macht, gezag en heerlijkheid?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Deel 3 – Is er onderscheid bij engelen in macht, gezag en heerlijkheid?

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

Deel 3 – Is er onderscheid bij engelen in macht, gezag en heerlijkheid?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Het gezag van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Universeel geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

  • Het gezag van de Bijbel is het goddelijke zeggenschap ervan. Gods woord heeft het voor het zeggen, meer dan het woord van mensen of geesten. Zelf dient de Heilige Schrift zich bij ons aan als de enige regel van geloof en leven, en eist van alle mensen, dat zij geloofd en gehoorzaamd wordt. Alle ander gezag moet voor het hare wijken, Hand. 17 :11, Hebr. 4 :12, Openb. 22 :18 en 19.

 

Handelingen 17 : 11  > En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.

Hebreeën 4 : 12  > Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Openbaring : 18-19Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
  • Het absoluut goddelijk gezag van de Heilige Schrift vloeit voort uit haar goddelijke ingeving.

 

  • De gehele Heilige Schrift heeft dit gezag. Schrift en Woord van God zijn voor ons benamingen, die hetzelfde betekenen. Heel de Bijbel is het eigen Woord van God.

 

  • De erkenning van het gezag van de Schrift hangt samen met de opvatting van de ingeving der Schrift. Ofschoon alle Schrift door God is ingegeven en derhalve gezaghebbend is, zijn er theologen die menen dat slechts een deel van de Schrift is ingegeven of dat alleen de uitgedrukte gedachte, niet de bewoording, is ingegeven. De oude theologische richting der Ethischen leerde niet: De Bijbel is Gods Woord, maar: Gods Woord is in de Bijbel. Het verschil is duidelijk. Is Gods Woord in de Bijbel, dan bevat deze niet alleen veel dat niet Gods Woord is, maar dan moet ook de mens uitmaken, wat wel en wat niet als Gods Woord moet worden erkend. En dan komt de mens, in plaats van onder het gezag van het Woord, boven het Woord te staan.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

  • In de theologische kring der Modernen (vrijzinnigen) wordt het gezag van de Schrift geheel terzijde gesteld. Wel acht men haar van grote religieuze betekenis, maar dan vooral het Nieuwe Testament. Van bijzondere waarde wordt beschouwd wat Jezus Zelf heeft gezegd, vooral in de Bergrede (Matth. 5-7). Maar we weten van Jezus niets dan uit de geschriften van evangelisten en apostelen. Zijn die nu onbetrouwbaar, wat waarborg is er dan, dat men met voldoende zekerheid kan weten wat Jezus gesproken heeft?

Mattheüs 5 : 7  > Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

 

  • De Schrift ontleend haar gezag aan haar goddelijke ingeving: aan de goddelijkheid van haar oorsprong en inhoud, en niet aan de Kerk. Indien de Schrift haar gezag ontleende aan de Kerk, zou de Kerk boven het Woord Gods staan. Maar het is juist omgekeerd. De Schrift staat boven de Kerk, die steunt op het fundament van apostelen en profeten. De Heilige Schrift heeft door zichzelf gezag, en moet om zichzelf aangenomen en geloofd worden.

 

  • Ten opzichte van het goddelijk gezag van de Schrift moet onderscheid worden gemaakt tussen norma-tief gezagen historisch gezag. Niet alle woorden en feiten in de Schrift hebben normatief gezag, d.w.z. gelden als regel voor geloof en leven. Er komen in de Schrift woorden voor van goddeloze mensen, zelfs van de duivel. Ook worden er van Gods kinderen zondige daden meegedeeld. Dat God deze woorden en daden in de Schrift heeft doen opnemen, is niet opdat wij die zouden navolgen, maar om ons te waar- schuwen. Zij hebben echter historisch gezag, want onder leiding van de Heilige Geest is de mededeling van deze woorden en daden geschiedkundig juist en betrouwbaar; in verband met de woorden en daden van God, zijn ze ook tot lering beschreven.

 

  • Hoe komen wij nu tot de erkenning van het goddelijk gezag van de Schrift? Niet door wetenschappelijk onderzoek. Dit kan ons nooit de echtheid en de geloofwaardigheid van de Schrift bewijzen, want wat heden wordt voorgedragen aan wetenschappelijk bewijs, wordt straks door andere onderzoekers als onhoudbaar verworpen. Bovendien, indien het gezag van de Schrift op wetenschappelijk onderzoek rusten moest, dan zag het er treurig uit voor de ongeleerde mensen, die de resultaten van de wetenschap niet beoordelen kunnen. Dezen zouden zich dan geheel naar het oordeel van de geleerden hebben te schikken.

 

 

De mens in geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • God de Heere heeft in Zijn ontferming echter gezorgd, dat er een weg is, waardoor eenvoudigen en geleerden, tot de erkenning komen van het gezag van de Schrift. Maar die weg is een geheel enige. Wij leren nl. het gezag van de Schrift aanvaarden, alleen en uitsluitend door het getuigenis van de Heilige Geest en wel: 

 

a) in de Schrift zelf,

b) in de Kerk der eeuwen,

c) in ons hart.

 

 

1. Allereerst is er het getuigenis van de Heilige Geest in de Schrift zelf. De Heilige Geest getuigt in de Schrift, dat Hij de auteur van de Schrift is.

 

2. Ten tweede is er een getuigenis van de Heilige Geest in de Kerk van alle eeuwen. De christelijke Kerk is onder het gezag van de Heilige Schrift geboren en opgegroeid. Over welke dogma er ook verschil mocht zijn, over het gronddogma, het gezag van de Schrift, is nimmer gestreden. Dit gezag stond tot de achttiende eeuw toe in alle kerken en onder alle christenen vast.

 

3. Tenslotte is er een getuigenis van de Heilige Geest in ons hart. Dit is het voornaamste, want het wordt door de wedergeboorte ons geschonken. De Heilige Geest werkt zo in ons hart, dat we amen leren zeggen op Zijn werk in Zijn Woord. Door onszelf te ontdekken als zondaren, en in de Heere Jezus de Zaligmaker te doen zien, Joh. 17:3, brengt Hij ons tot de erkentenis dat de Heilige Schrift Gods Woord is.

Johannes 17 :3  > En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enigen waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.

 

 

  • De verwerping van het gezag van de Schrift is niet, zoals het ongeloof voorgeeft, een kwestie van onbevooroordeeld wetenschappelijk onderzoek. Uit het hart, niet uit het hoofd, komt alle verwerping voort van het Woord Gods. Omdat de mens van nature een vijand is van God, is hij het ook van Gods Woord.

 

 

Christus

 

Pasteltekening van John Astria