Tagarchief: satan

Wie is de Antichrist?

Standaard

categorie : religie

 

 

De Openbaring : de komst van de antichrist en de valse profeet

De Openbaring : de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wie is de Antichrist?

 

De Antichrist  is volgens de christelijke leer de ultieme manifestatie van het kwaad in een menselijk wezen. Het begrip komt in de Bijbel voor in de brieven van Johannes. In de Openbaring van Johannes, het laatste boek uit het Nieuwe Testament, komt het woord antichrist niet voor, maar naar algemene overtuiging wordt de persoon daarin wel beschreven en het beest genoemd.

Volgens de christelijke leer laat de antichrist zich helemaal leiden door de satan en deze zou door deze persoon trachten de mensheid geheel in zijn macht te krijgen en de gelovigen uit te roeien. De antichrist zou ook een soort geestelijk adviseur hebben, de valse profeet genaamd. Aanvankelijk zou die zich presenteren als degene die alle problemen van de wereld zou komen oplossen en zou hij de absolute macht over de mensheid krijgen. Van wezenlijk belang daarbij in de christelijke leer is dat hij zich zou voordoen alsof hij een ‘goddelijk’ wezen zou zijn waarbij hij zich zou bedienen van bovennatuurlijke gaven waarmee hij zal pogen de mensheid te verleiden hem als ‘god’ te vereren.

Na verloop van tijd zou hij echter steeds meer zijn ware aard laten zien en zou zijn beestachtigheid volledig losbarsten. Hij zou dan de mensheid dwingen óf voor hem te kiezen óf voor God. Diegenen die dan voor hem kiezen zouden dan hem en het beeld dat van hem wordt gemaakt moeten aanbidden en een teken van hem op hun voorhoofd of rechterhand aanvaarden (het teken van het beest: het getal 666). God zou daarentegen waarschuwen dat diegenen die dat doen onder zijn Laatste Oordeel veroordeeld zouden worden.

De antichrist zou volgens de christelijke leer in de geschiedenis optreden aan het einde van de tijd (eindtijd) vanwege de naderende Wederkomst van Jezus Christus om zijn Duizendjarig vredesrijk op aarde te vestigen. Op het moment dat de heerschappij van de antichrist tot een climax zou komen, zou Jezus Christus terugkeren naar de aarde. Daarop zouden de antichrist en de valse profeet levend in een vuurpoel geworpen worden.

 

Openbaringen 19, 20: En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt.

 

Tevens zou de satan in een diepe afgrond geworpen worden alwaar hij tot aan het einde van het duizendjarige rijk zou moeten verblijven.

De meeste kerkelijke interpretaties van de antichrist staan tussen de letterlijke en zinnebeeldige duiding. Een letterlijke lezing, die de apocalyps herkent in hedendaagse politieke constellaties wordt ook wel chiliasme genoemd. De historisch-kritische benadering beschouwt de persoon van de antichrist als een allegorische figuur.

De antichrist wordt nu nog tegengehouden (weerhouden) door de christenen, zoals beschreven in de Tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen hoofdstuk 2, vers 7-8:

 

7 Hoewel in het verborgene de wetteloosheid nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen. 8 Pas dan verschijnt hij – en dan zal de Heer Jezus hem doden met de adem van Zijn mond en vernietigen door de aanblik van Zijn komst.” (2 Tess. 2:7-8).

 

Dat betekent dat na de Opname van de gemeente de antichrist vrij spel heeft.

 

 

 

De identiteit van de antichrist

 

Hierover is door christenen in de geschiedenis van het christendom meermalen gespeculeerd. Verscheidene historische personen hebben zij ooit wel als de antichrist bestempeld. Voorbeelden zijn de Romeinse keizer Nero, de Paus van Rome (volgens sommige protestanten), kerkhervormer Maarten Luther (volgens sommige katholieken), Napoleon en Adolf Hitler. Recentere kandidaten waren o.a. de Amerikaanse presidenten George Bush jr. en Barack Obama.

De bekende Britse protestant Ian Paisley die van 1979 tot 2004 lid was van het Europees Parlement, kwam in 1988 in het nieuws toen hij een toespraak van de toenmalige Paus Johannes Paulus II verstoorde en hem voor de antichrist uitmaakte. Hij werd hierna de zaal uitgezet.

De Rooms-katholieke Kerk verwacht aan het einde van de tijd een laatste beproeving, waarbij vele gelovigen afvallig zouden worden. De ergste godsdienstige dwaalleer is volgens de christelijke leer die van de antichrist, omdat de mens zich daarin zelf verheerlijkt in plaats van God te eren. Volgens de katholieke Kerk is het letterlijk lezen van de Apocalyps en op die basis speculeren op messiaanse verwachtingen in de politiek (chiliasme), een “intrinsiek verkeerd” messianisme.

De laatste jaren zijn er veel romans verschenen (vooral uit de Verenigde Staten waar onder de vele protestants-christelijke gemeenten een grote doelgroep aanwezig is) waarin de figuur van de antichrist voorkomt. Ook zijn er diverse films geproduceerd met als thema ‘de antichrist’. Bekend is geworden de dertiendelige serie De Laatste Bazuin (Engelse titel: Left Behind) van Tim LaHaye en Jerry B. Jenkins die over de eindtijd gaat en waarin de antichrist een prominente rol speelt. Van de eerste drie boeken van deze serie zijn ook films gemaakt.

 

 

666 en de antichrist

666 en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De antichrist in de Bijbel

 

In de Bijbel komt de uitdrukking ‘antichrist’ verschillende malen voor in de brieven van de apostel Johannes.

In 1 Johannes 2 vers 18 staat:

 

Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist (Grieks: antichristos) komt, zijn er nu ook vele antichristen (Grieks: antichristoi) opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is.

 

Vervolgens staat er verderop in vers 19:

 

Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde.

 

De antichrist zal dus volgens die Bijbelpassage uit christelijke kring komen, wat aansluit bij bijvoorbeeld de vele verwijzingen naar de paus als antichrist door protestanten. Ook Judas Iskariot werd als een voorbeeld gezien van hoe de antichrist zou zijn.

De uitdrukking antichrist komt men ook tegen in 1 Johannes 2 vers 22 waar valt te lezen:

 

Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.

 

Ook wordt gesproken over de geest van de antichrist. Men kan daarvan lezen in 1 Johannes 4:3:

 

en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist (Grieks: antichristou), waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.

 

Deze Bijbeltekst wordt vaak aangehaald door christelijke tegenstanders van andere godsdiensten zoals deislam, het boeddhisme en het hindoeïsme.

Tenslotte komt men het woord ook nog tegen in de Tweede brief van Johannes (2 Johannes 1:7). Daar staat:

 

Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist (Grieks: ho antichristos).

 

De vraag is wat met ‘antichrist’ wordt bedoeld. In het algemeen kan worden gesteld dat met de ‘antichrist’ wordt bedoeld een persoon die zich tegen Jezus Christus opstelt of die zich in Zijn plaats tracht te stellen als een valse nieuwe Messias. Jezus zei ook tegen de joden in het Evangelie volgens Johannes, dat ze hem zullen aannemen als hun Messias en dus niet Jezus Christus:

 

Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren.” (Joh. 5:43).

 

De antichrist zou volgens de christelijke leer in de eindtijd verwacht worden, maar zijn invloed is volgens hen reeds merkbaar in personen die antichristenen worden genoemd. De antichrist kan dus volgens deze interpretatie een geestelijke invloed, stroming of maatschappelijke toestand zijn onder leiding van de duivel zelf.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Why does God allow Satan to rule on Earth?

Standaard

Category: religion/religie

 

 

Healing blood of Jesus Christ

 

Pastel drawing of John Astria

 

 

 

Why does God allow Satan to rule on Earth?

 

Question: If God is all-powerful, why does He allow Satan to be the “god of this age” (2 Corinthians 4:4)?

Answer: Scripture makes it clear that the devil—Satan—is currently in charge of planet Earth. Even Jesus Christ Himself, shortly before His arrest and crucifixion, acknowledged Satan’s authority: “I will no longer talk muc

pastel drawing

es the devil exert his rule? He influences world events by injecting his evil ideas into the minds of human beings, much as a television transmitter broadcasts its signal into the air to be received in people’s homes. This analogy can help us see why Scripture calls Satan the “prince of the power of the air, the spirit who now works in the sons of disobedience, among whom also we all once conducted ourselves in the lusts of our flesh, fulfilling the desires of the flesh and of the mind, and were by nature children of wrath, just as the others” (Ephesians 2:2–3).

Was there always a Satan? No! God created a powerful and beautiful archangel named Lucifer, who—along with Michael and Gabriel—served at God’s throne in heaven. Why did this Lucifer (Latin for “light-bringer” or “morning star”) fall and become Satan (Hebrew for “accuser” or “adversary”)? You can read about this in Ezekiel 28:12–15 and Luke 10:18.

Lucifer and a third of the angels (Revelation 12:3–4) rebelled against their Creator. At some point in the distant past, Lucifer led these angels “above the heights of the clouds” to take the throne of God (Isaiah 14:13-14), leaving their “proper domain” or assigned responsibility (Jude 6below the clouds here on Earth. Unsuccessful, they were cast back down to the Earth (Isaiah 14:12).

Satan failed in his rebellion, but he remains in the office God gave him, where he is ironically still instrumental in God’s plan. You see, human beings are spending 6,000 years living their own way, influenced by Satan’s spirit of selfishness and evil. They are writing with their own blood, sweat and tears the history of what it is like to live in disobedience to God’s way.

 

 

GOD HAS A PLAN

 

The member of the God Family who became Jesus Christ came to earth a little more than 2,000 years ago as a human being (John 1:114). By living His perfect life—filled without measure with the Holy Spirit He demonstrated that with God’s help, human beings can live in obedience to God, and reject Satan’s way (Galatians 2:20).

It is because of Jesus Christ that Satan’s rule on the earth will soon end. That is why the devil is only called the god of “this age.” An age is soon coming when Jesus Christ will replace Satan as the ruler of this world. We call that time “the Millennium.” Jesus Christ, who came to the earth as a human being and lived a perfect sinless life, will return as King and remove Satan from his rule.

Since the Millennium is not here yet, what can we do to escape the evil effects of Satan’s rule? Those who accept Jesus Christ’s sacrifice can, through the power of the Holy Spirit, come under God’s government now and receive the power to resist Satan’s influence in their lives. “Therefore submit to God. Resist the devil and he will flee from you. Draw near to God and He will draw near to you. Cleanse your hands, you sinners; and purify your hearts, you double-minded” (James 4:7–8).

God is watching to see who is obeying Jesus Christ, and who has surrendered to evil. “For the time has come for judgment to begin at the house of God; and if it begins with us first, what will be the end of those who do not obey the gospel of God? Now, ‘If the righteous one is scarcely saved, where will the ungodly and the sinner appear?’” (1 Peter 4:17–18).

When the Prince of Peace returns to set up His government over the nations, Satan’s rule will end. “Now is the judgment of this world; now the ruler of this world will be cast out” (John 12:31). God speed that day!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Zegen en vloek in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

Koning Balak vraagt aan Bileam om het machtige volk Israël te vervloeken. Hij gaat ervan uit dat deze vloek een negatieve uitwerking zal hebben op het volk; het lijkt de enige kans dat de Moabieten de strijd zullen winnen (Num.22). Is dit bijgeloof of heeft een vloek echt zoveel macht? De Israëlieten moeten in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim. Op elk van de bergen komen zes stammen te staan en zij moeten de zegen en de vloek uitspreken (Deut.27). Wat is de betekenis van deze ceremonie?

.

.

We kunnen deze vragen uit historische interesse stellen, maar het is ook duidelijk dat ‘zegen en vloek’ in
onze samenleving steeds actueler worden. In de christelijke gemeente wordt vaak een zegen uitgesproken, bijvoorbeeld aan het eind van een dienst of bij een huwelijkssluiting. Maar hoe komt het dat er bijna nooit een vervloeking klinkt?

Uit contacten met beoefenaars van occulte praktijken en aanhangers van andere godsdiensten blijkt dat er soms veel waarde gehecht wordt aan vervloekingen. Men gelooft in de werking van deze zwarte magie, en zelfs dat deze kan doorwerken in de generaties. En aan de andere kant is er ook de witte magie die mensen genezing en voorspoed moet brengen.

We geven aandacht aan dit onderwerp door met name stil te staan bij de eerste Bijbelboeken. Daarbij ligt de nadruk meer op ‘vervloeking’ dan op ‘zegening. Het is van belang te beseffen dat het woord ‘vloek’ in de Bijbel niet hetzelfde betekent als wat er in onze maatschappij meestal onder wordt verstaan: het oneerbiedig en profaan gebruiken van de naam van God.

Een vloek in de Bijbel betekent een vervloeking in de naam van God of andere goden, met de bedoeling dat Gods straf een bepaalde persoon zal treffen. Het lichtvaardig en ongeoorloofd gebruik van de naam van God valt onder het verbod van Ex.20:7, maar wordt met andere woorden omschreven dan ‘vloek’.

Uit de Bijbel wordt duidelijk dat het van groot belang is de zegen van God te ontvangen. Die is nodig voor vruchtbaarheid, voorspoed, bescherming, bevrijding, genezing, bewaring, kracht en om verhoogd en begunstigd te worden. Het ideaal is een gezegend leven; daarentegen is een leven zonder Gods zegen, of een leven onder Gods vervloeking het ergst denkbare (Ps.129:8; Jer.17:5-6; 20:14), want dat betekent hongersnood, ziekte en alle mogelijke tegenslagen, zodat het niet meer mogelijk is om te leven (Deut.28).

Mensen kunnen ook elkaar vervloeken, maar omdat in Israël het eigenlijke subject van de zegen en vloek
de Heer is (Num.6:27; 23:8,26), kan Hij in zijn vrijheid de zegen in een vloek (Mal.2:2) en de vloek in
een zegen veranderen (Deut.23:5 en Neh.13:2).

.

.

De priesterlijke zegen (Num.6)

.

Uit diverse geschiedenissen kunnen we opmaken dat allerlei personen een zegen kunnen en mogen uitspreken. Noach, de aartsvaders, Mozes, Jozua, David en Salomo. Maar in bijzondere mate zijn het de priesters, de zonen van Aäron, die een zegen mogen uitspreken en daarmee de naam van JHWH op het volk leggen (Num.6:22-27). Volgens Deut.10:8 is het één van de hoofdfuncties van de priesters om de Israëlieten te zegenen :

‘Toen zonderde de HERE de stam van de Levieten af om de ark van het verbond des Heren te dragen, voor de Here te staan om Hem te dienen, en in zijn naam te zegenen tot op deze dag.’ De macht van de zegen is direct verbonden met de bereidheid en de macht van God om de zegen te verstrekken.

In 2Kr.30:27 staat :

‘Toen stonden de Levitische priesters op en zegenden het volk, en hun stem werd gehoord; hun gebed kwam tot in zijn heilige woning, tot in de hemel.’

Hier worden zegen en gebed parallel geplaatst en daardoor tot op zekere hoogte gelijkgeschakeld. Het is een spreken vanuit een goddelijke opdracht, waarbij verwacht wordt dat de woorden effect hebben. Daarom staat er ook in het volgende vers dat deze handeling betekent ‘mijn naam op de Israëlieten leggen’ en de belofte ‘en Ik zal hen zegenen’ (vs.27). De vervulling is echter geen automatisme, maar hangt mede af van de gehoorzaamheid van de Israëlieten.

.

Woorden voor zegen en vloek

.

De woorden voor zegen en zegening komen maar liefst 516 keer voor in de Bijbel, terwijl de begrippen
die verband houden met vervloeken 199 keer aangetroffen worden. De laatste categorie is 180 keer aanwezig in het OT, terwijl het NT slechts aan een aantal van 19 komt. Deze getallen vormen een belangrijke aanwijzing voor de belangrijkheid van de woorden die nu onderzocht worden.

Het boek Job gebruikt ‘zegenen’ zeven maal in het raamwerk (hfst. 1, 2 en 42), waarvan vier keer in de betekenis van ‘vervloeken’. De SV vertaalt de uitspraak van de vrouw van Job heel letterlijk met ‘Zegen God en sterf’, terwijl de NV de bedoeling weergeeft met: ‘Zeg God vaarwel en sterf!’ (2:9; vgl. 1:5).

De houding van Job, in het zegenen van God, is een aanzet tot een latere ontwikkeling dat de zegen niet gelijk is aan voorspoed; zegen behoeft het lijden niet uit te sluiten.  Soms heeft de vloek de vorm van een gebed voor goddelijk ingrijpen, zoals in Jer.18:21-23. Tevensmoet er iets zijn bij het slachtoffer, waardoor de vloek geldigheid kan krijgen, want een onverdiende vervloeking werkt niet:

‘Gelijk een mus wegfladdert en een zwaluw heenvliegt, zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel’ (Spr.26:2). Een niet te rechtvaardigen vloek kan zelfs terugkeren op de persoon die hem heeft uitgesproken (Ps.109:17-20).

.

.

 Gods vervloekende uitspraken

.

Zoals reeds aangegeven, is het van belang dat de vervloeking in naam van God uitgesproken wordt. Maar het is ook mogelijk dat God zelf een negatieve, vervloekende uitspraak over iemand doet. De eerste keer dat we dit tegenkomen in de Bijbel, is de uitspraak over de slang die Adam en Eva verleid heeft. De slang krijgt te horen:

‘Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte van het veld’ (Gen.3:14). Het is opmerkelijk dat Adam en Eva wel gestraft, maar niet vervloekt worden. Ze zullen voortaan moeten zwoegen op de aarde die vervloekt wordt en doornen en distels voortbrengt (3:17; vgl. 5:29).

Het feit dat de eerste mensen niet vervloekt worden, is een teken van hoop te midden van alle donkere gebeurtenissen. In het volgende hoofdstuk staat de doodslag van Kaïn op zijn broer Abel beschreven. Als straf krijgt de moordenaar het volgende oordeel te horen:

‘Vervloekt bent u, ver van de bodem die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen’ (4:11).

Maar als Kaïn bezwaar maakt tegen de zware straf, krijgt hij goddelijke bescherming.

‘Ieder, die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten’ (4:15).

Hoewel het woord hier niet gebruikt wordt, kan deze uitspraak als een voorwaardelijke vloek opgevat worden.

Wanneer later Abram geroepen wordt om naar Kanaän te gaan, krijgt hij van Godswege mee :

‘wie u vervloekt/verwenst, zal Ik vervloeken’ .

In Lev.26 en Deut.28 staan zegeningen en vervloekingen die gekoppeld zijn aan de houding van de Israëlieten tegenover het verbond. Deze uitspraken worden door Mozes in Gods naam gedaan.

.

.

 Mensen vervloeken anderen in Gods naam

.

De eerste keer dat een mens een vervloeking uitspreekt over een ander, is gedocumenteerd in de geschiedenis van Noach. Hij spreekt:

‘Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders’ (9:25).

De latere geschiedenis bevestigt de uitwerking ervan. Isaak zegent zijn beide zonen, en spreekt een vloek uit over wie Jakob zou vervloeken (Gen.27:29; vgl. 12:3). De Filistijn Goliat vervloekt David bij zijn goden (1Sam.17:43). Simi vervloekt David tijdens diens vlucht uit Jeruzalem (2Sam.16:5- 14). Beide verwensingen en vervloekingen blijken echter niet te werken ten opzichte van Gods verkoren koning. Dit is een belangrijke aanwijzing dat zegen en vloek niet magisch werken, maar afhankelijk zijn van goddelijke activiteit.

In het boek Richteren staat beschreven dat de moeder van de leviet Micha een vervloeking heeft uitgesproken over de dief van elfhonderd zilverstukken. Micha heeft die uitspraak gehoord en gaat naar zijn moeder toe om te erkennen dat hij het geld weggenomen heeft. Daarop verandert de moeder de vervloeking in een zegen:

‘Gezegend zij mijn zoon door de HERE’ en zij besluit om het geld voor de dienst van God te besteden, al doet ze dat op haar eigen manier (Ri.17:1-3).

Spr.26:2 geeft aan dat een vloek zonder grond geen schade zal doen (zie par. 3; vgl. ook Ez.13:18-23). Wanneer Israël leeft naar Gods wil, zal Hij beschermen tegen kwade machten en wie Hij zegent, zal gezegend zijn. Dus theoretisch was het mogelijk dat Bileam, een afgodendienaar in het Oude Testament, vervloekingen had uitgesproken die toch geen uitwerking hadden.

Het is onjuist een magische opvatting van vloeken te hebben, waardoor God wel ‘verplicht’ is geweest het uitspreken van deze negatieve woorden te verhinderen. God laat in de geschiedenis van Bileam zien dat Hij regeert, en kwade voornemens kan ombuigen, maar zelfs wanneer de vervloekingen geuit worden, kan Hij zijn volk behoeden. Problemen ontstaan uiteraard als Hij zijn bescherming terugtrekt, gewoonlijk vanwege zonden van de Israëlieten. Dan krijgen kwade machten meer mogelijkheden.

.

 Verbondszegen en -vloek in verbondsteksten

.

Er zijn veel overeenkomsten met zegen- en vloekbepalingen van oude verdragsteksten. De zegen en de vloek worden op mensen gelegd en de verwerkelijking van deze bepalingen is afhankelijk van hun gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid. Het is duidelijk de God van Israël die de zegen verleent of straft. Wanneer later koning Josia de profetes Chulda om raad vraagt met betrekking tot het gevonden wetboek, zegt zij:

‘Zo zegt de HERE: zie, Ik breng onheil over deze plaats en over haar inwoners: al de vervloekingen die geschreven staan in het boek dat men de koning van Juda heeft voorgelezen’ 

De inwoners hebben de wetten overtreden, de inzetting ontdoken en het eeuwig verbond verbroken.
Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten (vgl. ook Dan.9:11 en Zach.5:3).
De uitwerking van de vloek betekent hier oordeel en onheil dat mensen treft. Overigens is het na uitvoering van de straf, die zelfs tot ballingschap kan leiden, mogelijk dat het volk tot inkeer komt en dat het weer gezegend wordt. Dit gebeurt op grond van Gods trouw aan zijn verbond met de aartsvaders (Lev.26:40-45 en Deut.30:1-10). De Here zal dan zelfs de vervloekingen op hun vijanden leggen.

.

.

Zegen- en vloekceremonie

.

Mozes geeft opdracht dat Israël in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim moet gaan voor een
speciale ceremonie, om hun verantwoordelijkheden te benadrukken. Het volk moet een keuze maken tussen de zegen en de vloek (Deut.11:26-30). Bij de plaats Sichem moeten zes stammen op de berg Gerizim gaan staan om het volk te zegenen en zes op de berg Ebal voor de vloek (Deut.27:11-26). De inhoud ervan wordt niet genoemd, maar wel staan er twaalf vervloekingen die door de Levieten uitgesproken moeten worden.

Het gehele volk moet deze uitspraken beamen. Later leidt Jozua de Israëlieten naar de Ebal en de Gerizim, en daar wordt de ceremonie uitgevoerd (Joz.8:30-35). De twee bergen zijn voor altijd het zichtbare symbool van de twee mogelijkheden die God het volk voorhoudt. Het volk neemt door het uitspreken van ‘amen’ de inhoud van het verbond op zich en spreekt zelf uit dat een vervloeking mag komen wanneer men ongehoorzaam is.

.

Het Nieuwe Testament

.

Jezus spreekt in Mat.25:31-46 over het toekomstige oordeel. Dan zal Hij ‘de gezegenden’ welkom heten en ‘de vervloekten’ van zich stoten. Hun bestemming heeft te maken met de manier waarop ze zich in dit leven opgesteld hebben ten opzichte van zijn minste broeders en daarmee ten opzichte van Hem. De Heiland roept zijn volgelingen op om hun vijanden lief te hebben, te zegenen wie hen vervloeken en te bidden voor hen die smadelijk tegen hen handelen (Luc.6:27-28). De apostelen trekken die lijn door ten
opzichte van vervolgers en kwaaddoeners (Rom. 12:14; 1Pet.3:9).

Maar tegen dwaalleraren met valse leringen en praktijken of mensen onder invloed van een kwade macht (bv. Hand.13:6-12), die het Evangelie tegenwerken en verdraaien, worden wel vervloekingen uitgesproken. In 1Kor.16:22 staat het anathema:

‘Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt’.

.

zegening door het bloed van Christus

Pasteltekening van John Astria

.

Actualiteit

.

Mensen mogen niet zomaar een zegen en vloek uitspreken. In de eerste plaats is van belang in wiens naam (met welk gezag) deze woorden gezegd worden en in de tweede plaats zijn geloof en leven van de ontvanger belangrijk. Wat de zegen betreft: in de eenheid van spreken en aanvaardend luisteren wordt de aanwezigheid van God op de levensweg beloofd. De zegen is met Gods gebod verbonden.

In de actuele discussie over inhoud en zin van zegenhandelingen is het daarom nodig een grens te trekken, omdat eis en belofte niet van elkaar te scheiden zijn. Net zo min als er ‘goedkope genade’ is, is er een ‘goedkope zegen’. Het zegenen van ongeoorloofde oorlogen, en het zegenen van ongeoorloofde relaties is daarom een innerlijke tegenstrijdigheid. Wie een zegen wil ontvangen, zal ook rekening moeten houden met de mogelijkheid van vervloeking. De werking van de zegen en vloek hebben immers alles te maken met de houding tegenover God.

De vloek heeft in de theorie en praktijk van het protestantisme bijna geen betekenis meer, maar de interesse in zegenhandelingen neemt sterk toe. Om magisch misverstand te voorkomen, is de zegen vanaf de 17e eeuw vaak als zegenwens of zegenbede opgevat. Echter, een zegenwens is geen zegen in de eigenlijke zin van het woord, want hij richt zich niet op de medemens maar op God, en wordt niet meegedeeld.

De laatste jaren komt er wel meer belangstelling voor de doorwerking van vloeken die te maken hebben met occulte praktijken. Wanneer mensen de door God gegeven grens overschrijden en zich bezighouden met verboden praktijken (Deut.18:9-14) kan dat een occulte belasting met zich meebrengen. Ook kunnen mensen in de naam van allerlei goden ( demonen ) of van satan een vervloeking over anderen uitspreken. Ook een zelfvervloeking komt voor, bijvoorbeeld in de eden die leden van de Vrijmetselarij zweren; wanneer men uit deze beweging stapt en geheimen verraadt, rusten zelfvervloekingen op hen en hun nageslacht.

In het NT staan geen teksten die de vloek direct verbinden met de opeenvolging van de geslachten, maar het is wel zo dat de zonde van Adam doorwerkt in alle volgende generaties (Rom.5) en dat Paulus bij de heidenen een proces ziet waarin de waarheid in ongerechtigheid ten onder is gehouden, waardoor daar de meest verkeerde handelingen plaatsvinden (Rom.1).

We moeten voorzichtig zijn om de veroordeling ‘tot in het derde en vierde geslacht’ (Ex.20:5; Deut.5:9) en de uitsluiting van zelfs het tiende geslacht (Deut.23:2-3) ongewijzigd over te brengen naar onze tijd, maar de zojuist genoemde gedeelten uit de brief aan de Romeinen en de pastorale praktijk maken wel duidelijk dat er een langdurige doorwerking in de generaties kan plaatsvinden.

Bestudering van de gehele Bijbel leert ons, dat in Genesis (voor de tijd van het verbond aan de Sinaï) en ook in het NT, God zijn normen stelt die zegen met zich meebrengen, maar dat ongehoorzaamheid straf en vervloeking opleveren.

De kern van de zaak is in de gehele Schrift terug te vinden, maar het is waar dat de sterk aards gekleurde zegen en vloek in het NT een andere gedaante krijgen. Daar is het lijden om Christus’ wil, en daarmee
verdrukt worden door een vijand, een erezaak geworden (Mat.5:11). We moeten oppassen om ‘het lijden
van deze tegenwoordige tijd’ (Rom.8:18) niet uitsluitend negatief te zien. God wil voor zijn kinderen alles
laten meewerken ten goede (8:28).

Omdat in het NT het leven na de dood een veel grotere plaats inneemt dan in het OT, komen veel zaken in een ander perspectief te staan. Het NT verscherpt in zekere zin zegen en vloek. Want de onrechtvaardigen zullen niet slechts gestraft worden met honger of ballingschap, maar worden uitgesloten uit het Koninkrijk van God (1Kor.6:9-10).

Terwijl Paulus elders eerst schrijft dat zij die zich door de Geest laten leiden niet onder de wet zijn, voegt hij eraan toe, dat zij die de werken van het vlees doen, zoals onreinheid, toverij, nijd en dronkenschap, het Koninkrijk niet zullen beërven (Gal.5:18-21). Petrus roept op tot een levenswandel van liefde en barmhartigheid, en om geen kwaad met kwaad te vergelden, ‘maar zegent integendeel, omdat u hiertoe geroepen bent, dat u zegen zou beërven’ (1Pet.3:8-9). Een christen zal op deze wijze dus zeker zegen ontvangen.

Wie vertrouwt op God en de geestelijke wapenrusting aandoet (Ef.6), zal veilig zijn tegen de vele vurige pijlen die de boze op ons afvuurt. Dan geldt de belofte van 2Tes.3:3 :

‘Getrouw is de Here, die u sterken zal en u bewaren voor de boze’.

Maar wie zich met verboden zaken inlaat en zondigt, zal daar de negatieve gevolgen van ervaren. Terwijl tot de zondaren gezegd wordt ‘Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler’ klinkt tot de gelovigen:

‘wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd’.

De reden daarvoor is, dat Christus spoedig komt en zijn loon bij Hem is, om een ieder te vergelden naar dat zijn werk is (Op.22:11-12). Zegen en vloek komen zo in eeuwigheidsperspectief te staan.

.

.

.

.

Boodschap 202 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie: Boodschappen uit de kosmos 

.

.

DE MENS IN GELOOF

DE MENS IN GELOOF

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

CHRISTUS IS DE MESSIAS

.

DIE SATAN OVERWON TOT AAN HET KRUIS.

.

WIE DAT NIET AANVAARDT

.

IS EEN TEGENSTREVER VAN GOD

.

EN KAN NIET GERED WORDEN

.

.

CHRIST IS THE MESSIAH WHO OVERCOME SATAN TO THE CROSS.

.

WHO DOES NOT ACCEPT THAT

.

IS AN OPPOSITE OF GOD AND CANNOT BE SAVED

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

JOHN ASTRIA

 

 

Revelation, Openbaring 12-13 • Satan cast down and the mark of the beast / Satan neergeworpen en het teken van het beest

Standaard

Categoy, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Revelation 12-13 • Satan cast down and the mark of the beast

.

Openbaring 12-13 . Satan neergeworpen en het teken van het beest

.

Paul LeBoutillier

.

.