Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
2 Chronicles 33 : The government of Manasse
.
2 Kronieken 33 : De regering van Manasse
.
Paul LeBoutillier
.


.
.
.
.


.
.
.
.






.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.
.
Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.
.
Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.
.
Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.
.
Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.
.
.
Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de blauwpaarse, donker geaderde lipbloemen in de bladoksels aan het einde van de stengels en
– de spatelvormige bladeren met golvende of gave rand
Algemeen
Kruipend zenegroen is een overblijvende plant van 5 tot 40 cm hoog. Ze groeit op natte tot matig vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen, beekdalgraslanden, op lemige heide en in laag duingrasland. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant.
Ze heeft bebladerde, bovengrondse uitlopers, die wortelen op de knopen en ze vormt daar nieuwe planten; ze groeit in groepen en kan op grazige plaatsen uitgestrekte bestanden vormen. Ze is algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en in de duingebieden, elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Bloem
Kruipend zenegroen bloeit vanaf april tot en met juni. De bloeiwijze is een schijnaar en bestaat uit 3 tot 10 schijnkransen, die op hun beurt weer uit 6 tot 10 bloemen bestaan. De bloemen zijn blauwpaars (zelden roze of wit) en hebben donkere aders. De bovenlip is gereduceerd tot twee puntige slipjes. De onderlip bestaat uit 2 kleine zijlobben en een grotere, uitgerande middenlob.

Blad en stengel
De stengels zijn bovenin afwisselend aan twee zijden zacht behaard, soms rondom. Het onderste gedeelte van de stengel is (vrijwel) kaal. De onderste bladeren zijn spatelvormig en gesteeld. Ze vormen een rozet. De stengelbladeren zijn ovaal tot omgekeerd eirond en worden naar boven toe steeds kleiner; de bovenste zijn kleiner dan de bloem en ze zijn vaak donker paarsrood verkleurd.
Toepassing
Vroeger werd kruipend zenegroen gebruikt in de homeopathie als middel tegen reuma en ontstekingen in de mond.
Algemeen
– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 5 tot 40 cm
Bloem
– blauwpaars, zelden roze of wit
– vanaf april t/m juni
– schijnkrans
– lipbloem
– 10 tot 17 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– enkelvoudig
– top stomp
– rand gaaf of zwak golvend
– veernervig
– onderste :
– rozet
– spatelvormig
– voet wigvormig
– bovenste :
– kruisgewijs tegenoverstaand
– ovaal of omgekeerd eirond
– voet wigvormig
Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard
zie wilde bloemen
Goed te herkennen aan
– de kleine (4-10 mm), lichtblauwe bloemen en
– de ruwe beharing van de hele plant
Algemeen
Kromhals is een eenjarige plant van 15 tot 60 cm hoog. De plant groeit voornamelijk op droge, zonnige standplaatsen. In Nederland vinden we de plant dan ook in de duinen, in Noord-Brabant en in Gelderland op leemhoudende grond. Ze is hier redelijk algemeen.
Ook in België wordt de soort als inheems beschouwd. Het verspreidingsgebied beslaat grote delen van Europa. In Noord-Amerika is de soort geïntroduceerd. Ze groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte grond; ook op zandige vloedmerken.

Bloem
Kromhals bloeit vanaf mei tot de herfst met kleine, 5-tallige, lichtblauwe bloemen. Zoals bij alle soorten van de ruwbladigenfamilie staan de bloemetjes in een schicht bijeen. De vijf kroonbladen zijn trechtervormig vergroeid. De hals van de bloem heeft een s-vormige bocht. Dat is alleen te zien als je de bloem uit de kelk trekt.

Blad
De bladeren zijn lang en smal (lancetvormig) en evenals de rest van de plant ruw behaard met op knobbels staande stijve haren.
Algemeen
– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 60 cm
Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand golvend getand
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig
– ruw behaard
Stengel
– rechtop
– ruw behaard
zie wilde bloemen
.
.
.
.