Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 138 • Praise God for answered prayer
.
Psalmen 138 . Prijs God voor verhoord gebed
.
Paul LeBoutillier
.




.










































.
.
.
.

.
.
Het is verstandig om babyspeelgoed regelmatig schoon te maken. Baby’s raken voortdurend van alles aan en steken allerlei dingen in hun mond en zijn daarom vatbaar voor besmetting en ziektes. Normaal volstaat het om het speelgoed één keer per maand goed schoon te maken. Wanneer meerdere kinderen hetzelfde speelgoed gebruiken (bijvoorbeeld in de crêche) is een keer per week aangewezen. Ook wanneer het speelgoed zichtbaar vuil is (bv. als er voedselresten op zitten), maakt u het best schoon.
.
.
.
.
.• Klein plastic speelgoed
.
Plastic speelgoed dat niet op batterijen werkt, kan in de vaatwas met vaatwasmiddel en warm water worden afgewassen. U kunt het ook in een kussensloop in de wasmachine op 40°C wassen. Als u geen vaatwasmachine heeft, kunt u plastic speelgoed met een doek of een borsteltje in een warm sopje wassen.
Zorg ervoor dat u gedroogde voedselresten, vet en vuil er goed afwrijft. U hoeft geen antibacteriële zeep te gebruiken. Gewone zeep is prima. U kunt eventueel ook een allesreiniger gebruiker. Van speelgoed op batterijen kan de buitenkant worden schoongeveegd met een sopje.
.
.
.
Het oppervlak met water en zeep schoonmaken en goed laten drogen.
.
.
.
Zachte knuffels kunnen in de wasmachine. Was de knuffel met een beetje wasmiddel in een kussensloop op max. 40°C zonder te centrifugeren. Droog de knuffel in de buitenlucht.
.
.
.
Ontsmetten is alleen nodig wanneer het speelgoed bevuild is door braaksel, diarree of bloed. Ook wanneer uw baby ziek is, bv. diarree heeft of verkouden is, kan het zinvol zijn om het speelgoed te ontsmetten. Gebruik daarvoor alcohol 70%. Voor grotere oppervlakken kunt u ook een chlooroplossing gebruiken.
Los een chloortablet (te koop bij de apotheker) van 1 g op in 1 liter handwarm water. De oplossing 5 minuten laten inwerken. Gebruik deze bereide oplossing enkel de dag zelf en alleen als er geen kinderen in de buurt zijn. Huishoudelijk bleekwater of andere ontsmettingsproducten zijn niet geschikt.
.
.
.
.
Genealogie is de geschiedkundige studie die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam. Door de Bijbel heen zijn Bijbelcodes gebaseerd op allerlei alledaagse dingen, waaronder na-men en genealogieën. Laten we meteen maar toegeven dat dergelijke lijsten op het eerste gezicht erg saai lijken. Maar wanneer we vooruitgang boeken zul je zien dat Bijbelse namen en genealogieën niet alleen belangrijk zijn als bevestiging van de historische en culturele waarheid van de Bijbel, maar dat zij ook beladen zijn met inzicht, betekenis en soms zelfs een bovennatuurlijk ontwerp.
De eerste genealogie die we in de Bijbel aantreffen gaat van ADAM naar NOACH (Genesis 5). Deze genealogie zal door de hele Bijbel heen (Oude en Nieuwe Testament) om verschillende redenen belangrijk blijken. Men zou kunnen aantonen dat via dit artikel de Bijbel ontworpen is door een schepper. Dit bewijs is gebaseerd op de Hebreeuwse oorsprong van deze chronologisch op elkaar volgende namen namen.
ADAM: adomah betekent “man”. Dit is absoluut logisch, omdat hij de eerste mens was.
SET betekent “toegewezen” of “gegeven”. Eva zei: “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven”.
ENOS betekent “sterfelijk”, “broos” of “miserabel”, en werd gebruikt in de context van diepe rouw, ziekte, misère of ellende. In de dagen van Enos begon de mens God te onteren.
KENAN betekent “verdriet”, “requiem” of “elegie”. Nogmaals, dit was een zwarte bladzijde in de geschiedenis en ouders kozen vaak namen voor hun kinderen die verwezen naar de omstandigheden tijdens de geboorte.
MAHALALEL: mahalal betekent “gezegend” of “lof” en El was de naam voor God. Daarom betekent Mahalel traditioneel “de gezegende God” (opmerking: je zult zien dat veel Hebreeuwse namen het woord El bevatten, zoals Dani-el, “God is mijn rechter”, en Nathani-el, “Geschenk van God,” enzovoorts).
JERED: yaradh betekent “zal neerkomen”. Veel schriftgeleerden geloven dat dit afkomstig is uit de tijd waarin de “zonen van God” (gevallen engelen) op aarde “neerkwamen” om de dochters van de mensen te onteren (gemeenschap met vrouwen), wat resulteerde in de zogenaamde Nephilim (de nakomelingen).
HENOCH betekent “onderwijzen” of “aanvang”. Later in de Bijbel leren we dat Henoch de eerste was van vier generaties priesters.
METUSELACH: muth betekent “dood” en shalach betekent “brengen” of “voortbrengen”. Daarom betekent zijn volledige naam “zijn dood zal brengen”.
LAMECH (waarvan de stam nog steeds te zien is in ons woord “lamenteren”) betekent hier in de Hebreeuwse context “wanhopend”.
NOACH: nacham betekent “verlossing bieden” of “troost”.
Als we dit alles nu op een rijtje zetten, dan vinden we:

Is het mogelijk dat Gods reddingsplan voor de mens al meteen hier in het begin van de Bijbel gevonden kan wor-den?
“(De) Mens (is) sterfelijk verdriet toegewezen; (maar) de gezegende God zal neerkomen (om te) onderwijzen (dat) Zijn dood rust zal brengen (aan) de wanhopenden.”
Natuurlijk zullen sommigen beargumenteren dat deze Bijbelcode de oorspronkelijke betekenis van de Hebreeuw-se stamwoorden uitrekt, zodat ze overeenstemmen met het Nieuwe Testament. Anderen zouden kunnen beargu-menteren dat dit alles pas achteraf werd verzonnen. Maar je kunt ons er niet van overtuigen dat een groep Jood-se rabbijnen met opzet probeerde een samenvatting van het christelijke Evangelie te verbergen op deze plek in het begin van de Bijbel, in de genealogie van hun zo dierbare Thora.
Pasteltekening van John Astria
Mattheüs 8:16-17 16 : Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, 17 opdat vervuld zou worden, hetgeen gespro-ken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.
Marcus 1: 32-39 32 : Toen het nu avond werd en de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, en de bezetenen. 33 En de gehele stad was te hoop gelopen bij de deur. 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
In het evangelie treffen we Jezus aan omringd en omstuwd door een menigte van zieken en van mensen bezeten door boze geesten. Ze worden bij hem gebracht en ze zoeken hem op. Ook als hij zich terugtrekt op een eenza-me plaats om daar te bidden. ‘Allen zoeken U’, melden hem dan zijn discipelen. Jezus kan de zieken en kwalijk gestelden niet ontlopen, Hij raakt ze niet kwijt. Ze zitten hem op de hielen en op de huid.
Dat is de zware last die de Zoon des mensen is opgelegd en die hij steeds ook weer op zich neemt. Hij draagt en deelt het lot van zieken en melaatsen, van armen en zondaars. Dat is kenmerkend voor Jezus’ weg en werk.
Job in het Oude testament : ‘Heeft niet de mens een zware dienst op aarde en zijn zijn dagen niet als die van een dagloner? Als een slaaf die hijgt naar schaduw of als een dagloner, die wacht op zijn loon, zo werden mij maan-den van ellende toebedeeld en nachten van moeite beschoren’.
Ook Jezus, de Zoon des mensen, heeft iets van zo’n slaaf, zo’n dagloner, die hijgt naar schaduw, die rust zoekt welke hem nauwelijks gegund is. Want zijn leven is dienst onder de mensen. Jezus is de last, de moeite en de pijn van het mensenleven niet uit de weg gegaan, maar hij heeft die op zich genomen. Hij heeft er onder gebukt en onder gezucht. En juist daarom is dat moeitevolle, belaste en gekwelde leven van zo velen niet zonder hoop, niet zonder enig uitzicht en zal het ook niet restloos en hopeloos verloren gaan.
Jezus redt het leven van de ondergang, uit de macht van zonde en dood. Want de naam Jezus betekent immers: God redt! Hij laat ons niet liggen in onze ellende, maar ziet naar ons om wat ons nieuwe moed geeft. Hij laat ons niet over aan ons eenzame lot en hij geeft de wereld niet prijs aan haar fatale loop. Hij wendt en keert ons lot. Hij verbreekt de noodlottigheid van de dingen die er nu eenmaal gebeuren. Zo schept Jezus in zijn woord en daad nieuw vertrouwen, nieuwe verwachting en hoop.
Daar mogen we dagelijks van getuigen. Het is niet zo hopeloos als het wel eens kan lijken. En dat komt omdat God in Christus Jezus ons lot en ons leed zich heeft aangetrokken. We zijn er niet alleen in gelaten. We hoeven het niet allemaal alléén te dragen en te dulden. God weet ervan, God erbarmt zich over onze ellende. Hij kent ons, in ons verdriet, in onze eenzaamheid, in onze stille wanhoop. Dat lezen we af van de gestalte van de bukkende en dienende Jezus. In hem kennen we God en eigenlijk nergens anders dan in hem. Zoals Jezus is, zo is God.
We geloven in de kracht van deze liefde omdat het geen machteloze of vergeefse liefde is. Ze is reddende en genezende liefde. De zieken komen niet alleen tot Jezus, maar ze vinden ook genezing en uitredding bij hem. Zijn toegewijde trouw en liefde zijn niet vruchteloos. We horen:
‘en hij genas velen die ernstig ongesteld waren door allerlei ziektes en vele boze geesten dreef hij uit…’
Misschien zijn we zo vertrouwd en gewend aan de bijbelverhalen dat het ons niet eens meer verrast en verbaast, maar toch is het verrassend en verbazingwekkend dat zijn liefde wonderen doet. Dingen die we niet voor moge-lijk houden, die schijnbaar niet kunnen, maar die toch gebeuren.
Pasteltekening van John Astria
God wil niet aan dat we naamloos verdwijnen in het niets en dat ons leven en de wereld de ondergang tegemoet gaan. Daar betaalt Hij in Christus een hoge prijs voor en die prijs zijn we indachtig door ook zelf in de liefde te leven. Want we kunnen sinds we van Gods ontferming in Christus weten niet langer liefdeloos leven. Ook wij krij-gen een hart voor de mensen in hun noden en hun menselijkheid. Hart in de zin van gevoel en moed om tussen en onder de mensen te leven.
Als we leven in het licht en de kracht van Gods liefde, dan worden daarmee niet alle kwellende vragen en duistere raadsels beantwoord en opgelost, maar misschien verliezen ze wel hun kwellend karakter, hun duistere dreiging, hun martelende onzekerheid. Want in de liefde is licht en leven, ook al gaan we (zegt Psalm 23) ‘door een dal van diepe duisternis’ en ook al krijgen we zware lasten te dragen en moeilijke dagen en tijden te verduren.
Net als bij Jezus in de evangeliën breken er op die weg tekenen van Gods Koninkrijk uit, lichtflitsen van zijn heil-rijke toekomst. Dat mogen we geloven en dat zullen we ook ervaren. Daarin houden we het vol en verliezen we de moed niet. Zelfs niet als ons levenseinde nabij is, als onze dagen geteld zijn. Want het is God die onze dagen telt en zo mogen ook wij ze tellen om een wijs en vreedzaam hart te bekomen.
Pasteltekening van John Astria
Eerste gebod:
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Tweede gebod:
Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den
hemel, of onder op de aarde is, of in het water onder de aarde is. Gij zult u voor die niet
buigen, noch hen dienen.
Derde gebod:
Gij zult den Naam des Heeren, uws Gods, niet ijdellijk gebruiken.
Vierde gebod:
Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.
Vijfde gebod:
Eert uw vader en uw moeder.
Zesde gebod:
Gij zult niet doodslaan.
Zevende gebod:
Gij zult geen overspel doen.
Achtste gebod:
Gij zult niet stelen.
Negende gebod:
Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
Tiende gebod:
Gij zult niet begeren uws naasten vrouw en gij zult u niet laten gelusten uws naasten
huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel,
noch iets dat uws naasten is.
Gaia steen is een transparant groene steen gemaakt van de as van de uitbarsting van Mount St. Helens in 1980. Het wordt ook wel de Godinnensteen genoemd.
Gaia is de Griekse godin die uit chaos verrees om balans en harmonie te verwezenlijken.






Goed te herkennen aan
– de brede, platte schermen, die bestaan uit talrijke witte of roze bloemhoofdjes met 5 straalbloemen en kleiner dan 7 mm en
– de dubbel geveerde, donkergroene, geurende bladeren
Algemeen
Duizendblad is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 15 tot 50 cm hoog. Ze heeft ondergrondse uitlopers en kan zo hele grote bestanden vormen. Ze groeit op vochtige tot droge, omgewerkte, grazige grond. Maaien wordt goed verdragen, want uit de ondergrondse wortels schieten voortdurend nieuwe bloeiende en niet bloeiende stengels omhoog.

Bloem
Duizendblad bloeit vanaf juni tot en met november met veel kleine witte, soms roze bloemhoofdjes, die bestaan uit (meestal) 5 straalbloemen en in het midden een aantal buisbloemen. De bloemhoofdjes staan samen in een brede, volle, platte, schermachtige bloeiwijze aan het einde van de stengel of zijstengels.

Toepassingen
De bovengrondse delen bevatten vluchtige olie, bitterstof, looistoffen en flavonoïde. Duizendblad bevordert de spijsvertering en heeft een krampstillende en ontstekingsremmende werking. In de volksgeneeskunde wordt ze uitwendig toegepast bij huidaandoeningen en verwondingen, vanwege de bloedstelpende werking. Voordat hop werd gebruikt bij de bierbereiding, gebruikte men duizendblad. Ook werden vroeger de blaadjes als groente gegeten of in de soep gedaan. Haar naam heeft duizendblad natuurlijk gekregen vanwege de in veel kleine slippen verdeelde bladeren.
Vergelijkbare soort
Wilde bertram is het makkelijkst te onderscheiden van duizendblad door de bladvorm. Duizendblad heeft dubbel geveerde bladeren, terwijl wilde bertram ongedeelde bladeren heeft. Daarnaast zijn de bloemhoofdjes van wilde bertram groter en minder talrijk per scherm en hebben ze meer witte straalbloemen. Duizendblad heeft per hoofdje meestal maar 5 straalbloemen.
Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 15 tot 50 cm
Bloem
– witte, soms roze, straalbloemen
– geel of grijswitte buisbloemen
– vanaf juni t/m november
– scherm
– 3 tot 6 mm
Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top spits
– rand gezaagd of getand
– voet gevleugeld
– veernervig
– bovenkant behaard
– onderste bladeren gesteeld
– bovenste bladeren enigszins stengelomvattend
Stengel
– rechtop
– wollig behaard
– alleen bovenaan vertakt
– rolrond of meerkantig
zie wilde bloemen