Categorie: mode en kledij
.
Christian Dior-1998-spring-couture
.





































.
.











































Pasteltekening van John Astria
“Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden. Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.
Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.
Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.
Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.
Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.
Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’

Als je rauw vlees of rauwe kip aanraakt, komen de kiemen op je handen terecht. Als je daarna niet onmiddellijk grondig je handen wast, kunnen die kiemen terecht komen op alles wat je aanraakt : andere voedingswaren, de deur van de koelkast, keukengerei, een vaatdoek, of eender wat. Op die manier verspreiden de kiemen zich.
Was dus altijd grondig je handen met water en zeep als je rauwe kip of rauw vlees aangeraakt hebt, alvorens je iets anders aanraakt.
Behalve op je handen komen de kiemen ook op het mes terecht waarmee je het rauw vlees of de rauwe kip versnijdt, en op de snijplank. Als je nu ander voedsel snijdt (zoals bijvoorbeeld sla of brood) met hetzelfde mes of op dezelfde snijplank, zonder die eerst af te wassen, dan komen de kiemen op dat voedsel terecht.
Zeker wanneer het gaat om voedsel dat daarna rauw wordt gegeten en niet voorafgaandelijk wordt gebakken of gekookt, slik je dus ongemerkt deze ziektekiemen in (koken vernietigt ze grotendeels (zie heter, heet,heetst).
Was dus keukengerei dat in aanraking gekomen is met rauw vlees of rauwe kip altijd eerst grondig af alvorens je het voor iets anders gebruikt.
Als rauw vlees of rauwe kip in aanraking komt met voedsel dat klaar is om te worden opgediend, zoals slaatjes of gaar vlees, gaan de kiemen op dit voedsel over. Dit gaat heel gemakkelijk en vlug en kan zowat overal gebeuren : in de koelkast, op het werkblad, op de grill of barbecue…
Daarom :
• Bewaar rauwe kip of rauw vlees onderin de koelkast, zodat er geen vocht uit kan druipen op ander voedsel.
• Leg nooit rauw vlees of kip direct naast ander voedsel op het werkblad.
• Leg geen rauw vlees of rauwe kip op de grill of barbecue direct naast vlees dat klaar of bijna klaar is.
Rauw vlees en rauwe kip bevatten altijd een zekere hoeveelheid kiemen. Zijn ze dan wel veilig ? Kiemen houden van reizen, zoveel is duidelijk. Kruisbesmetting vermijden is dus de eerste opdracht. Maar ze houden niet van hitte. Kook of bak je vlees of kip dus grondig door, en de kiemen worden vernietigd. Het is dus onnodig om rauw vlees of kip eerst grondig af te spoelen, zoals sommige mensen denken.
Meer nog, door het te spoelen kunnen kiemen met het spatwater in de wasbak terechtkomen, op het werkblad, ander voedsel, of alles wat in de buurt staat, en zich van daaruit verder verspreiden. Maar zorg er wel voor dat het eten echt goed heet is, ook van binnen. Half gebakken vlees of half rauwe kip verhogen het risico op een voedselvergiftiging.
.
.
.
.
Chrysopraas is betrekkelijk zeldzaam. Het mineraal wordt gevonden tussen lagen verweerd, serpentijnhoudend gesteente. Met bulldozers of ander zwaar materieel wordt dit gesteente zo veel mogelijk verwijderd. Daarna wordt de smaragdgroene chalcedoon met de hand voorzichtig verder ontdaan van het moedergesteente.
De meeste chrysopraas komt nu uit Australië. De kleur is van Australische chrysopraas is dieper groen dan die van de Europese variant. Omdat chrysopraas voorkomt in allerlei mooie tinten groen, wordt het graag gebruikt als imitatie van jade. Op de markt wordt het soms verkocht als Australische jade.
Er bestaat ook citroengele chrysopraas, die dan ook citroenchrysopraas heet. Dit is eigenlijk het mineraal gaspeiet vermengd met kleurloze chalcedoon. In de edelsteentherapie wordt chrysopraas vaak gebruikt voor kinderen die zich onbegrepen voelen, zich slecht kunnen uiten of hyperactief zijn.
Let op! Er wordt tegenwoordig ook blauwe chalcedoon op de markt aangeboden die kunstmatig smaragdgroen is gekleurd door middel van nikkel of groen zout.
.
.

ruw
.
.
Chrysopraas is al vele eeuwen bekend als siersteen en heelsteen.
In het oude Egypte (vanaf circa 3300 v.Chr.) werd chrysopraas in kettingen en andere sieraden vaak gecombineerd met lapis lazuli of sodaliet. Chrysopraas was gewijd aan de Egyptische godin van de vruchtbaarheid, Bastet of Bast. Deze godin had het hoofd van een kat.
In de tijd van Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) werd chrysopraas de Overwinningssteen genoemd, meldde de Duitse geleerde Albertus Magnus (1206-1280). Volgens de overlevering had Alexander zijn successen te danken aan het feit dat hij vanaf het begin van zijn zegetocht altijd een riem droeg die versierd was met een ‘praas’-steen. Maar op zekere dag beet een slang de steen van de riem, waarna Alexander geen enkele strijd meer won. Niet veel later stierf hij….
Het grootste bekende stuk chrysopraas uit de Oudheid heeft een grootte van 12,5 x 15 cm. en stelt het hoofd van oppergod Jupiter voort. Het dateert uit de 2e eeuw. Het bevindt zich in de collectie edelstenen van de Universiteit van Pennsylvania.
Chrysopraas was ook geliefd bij de Romeinen (ca. 600 v.Chr. – 500 n.Chr.). Er zijn veel Romeinse sieraden met chrysopraas teruggevonden: broches (cameeën), armbanden, kettingen en zegelringen. Chrysopraas werd beschouwd als een sterke talisman die beschermde tegen het boze oog, een slecht humeur, vervloekingen en vechtpartijen.
De Romeinen schaarden de chrysopraas bij de stenen die aan de liefdesgodin Venus gewijd waren. De chrysopraas zou goed zijn tegen sleur en desinteresse, en zou echtelieden geïnteresseerd in elkaar houden. Chrysopraas stond niet voor de zinnelijke liefde, maar voor geestelijke liefde. Daarnaast stimuleerde chrysopraas de liefde voor de waarheid.
Koningin Cleopatra (69-30 v.Chr.) droeg volgens overlevering graag chrysopraas omdat dit zou helpen haar jeugdige schoonheid te bewaren.
De Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) gebruikte de chrysopraas tegen jicht. De patiënt moest dit kristal op de blote huid leggen, bovenop de aangedane plek. Ze liet heetgebakerde mensen langdurig chrysopraas op de keel dragen, om zo hun woede te temperen. Chrysopraas wordt heden ten dage nog steeds gebruikt vanwege zijn verkoelend effect bij woede, jaloezie, liefdesverdriet en andere heftige emoties.
Silezië was in de Middeleeuwen de belangrijkste bron voor kwalitatief hoogwaardige chrysopraas. Tot in de 17e eeuw bleef Silezië de belangrijkste vindplaats van chrysopraas. Dit mineraal werd toen graag gebruikt voor sieraden, kralen en knopen. Dat zie je vaak terugkomen in vondsten uit die tijd, en op schilderijen.
Silezië was in de 18e eeuw het toneel van veel conflicten. Uiteindelijk moest de Habsburgse keizerin Maria Theresa (1717-1780) het gebied afstaan aan Frederik de Grote (1712-1786), koning van Pruisen. Inclusief de chrysopraas-mijnen. Dit heeft Maria Theresa Frederik nooit vergeven.
Frederik de Grote was volgens de overleveringen zo dol op chrysopraas, dat hij zijn paleis in Potsdam rijkelijk versierde met siervoorwerpen en zelfs meubilair met chrysopraas. Hij bezat een ring met een grote chrysopraas, waarop hij zo dol was dat hij ‘m nooit afdeed. En als hij ging wandelen, nam hij een wandelstok mee die versierd was met een grote knop van chrysopraas. Hij bezat maar liefst 18 snuifdozen van chrysopraas.
Langzaam maar zeker raakten de mijnen in Silezië uitgeput. En dit kristal raakte een beetje in vergetelheid. Door recente grote vondsten in Australië is chrysopraas weer op de kaart gezet.
.
.

.
.
.
.
* Chrysopraas is een goede steen voor volwassenen om hun Innerlijk Kind te bevrijden van onverwerkte (negatieve) emotiesen patronen uit hun kinderjaren..
* Chrysopraas geeft een gevoel van veiligheid en geborgenheid, en helpt bij negatieve emoties als wrok, jaloezie en liefdesverdriet. Het mineraal helpt je omje hoofd koel te houden en de vrede te bewaren in verhitte situaties.
* Chrysopraas helpt je om tijdens je slaap heftige belevenissen van de dag op een evenwichtige manier te verwerken. Hierdoor helpt chrysopraas tegen negatieve visioenen en nachtmerries.
* Chrysopraas helpt je te accepteren dat je bent zoals je bent. Chrysopraas laat je zien dat ieder mens bestaat uit een unieke combinatie van mooie, en soms wat minder mooie, gaven en talenten..
* Chrysopraas maakt onzelfzuchtig en eerlijk. Het delen van informatie, geld en goederen wordt gemakkelijker.
.
.

.
.

.
.
Chrysopraas is siliciumoxide. De mooie groene kleur van chrysopraas wordt veroorzaakt door sporen nikkel. Soms bevat het mineraal ook chroom.
.
.
Samenstelling:SiO2 + Ni, H2O
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: glasglans, mat, wasglans
Transparantie: licht doorschijnend tot ondoorzichtig
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,64
Kristalstelsel: trigonaal, micro-kristallijn
| Chrysopraas | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | SiO2 | |
| Kleur | smaragdgroen, blauwgroen en appelgroen | |
| Streepkleur | wit | |
| Hardheid | 6-7 | |
| Glans | glasglans,mat | |
| Breuk | ruw, bros | |
| Splijting | geen | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Trigonaal microkristallijne aggregaten | |
| Brekingsindices | Ne 1,539-1,544, No 1,526- 1,535 | |
| Dubbele breking | 0,004 tot 0,005 | |
| Dispersie | geen | |
| Fluorescentie | geen | |
| Luminescentie | geen | |
| Overige eigenschappen | ||
| Veredeling | niet bekend | |
| Bijzondere kenmerken | geen | |
.
.






Goed te herkennen aan
– de witte viltige beharing van bladeren en stengels en
– de gele tot oranje bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan
Algemeen
Bleekgele droogbloem is een een- of tweejarige plant van 5 tot 30 (50) cm hoog die vrij algemeen voorkomend is. Ze groeit op open, vochtige tot natte, kalk- en/of voedselrijke zandgrond, vooral in duinvalleien, op zandplaten en in afgravingen, ook op stenige plaatsen.

Bloem
Bleekgele droogbloem bloeit vanaf juli tot en met oktober met bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan aan het einde van de hoofd- en zijstengels. De hoofdjes bestaan enkel uit gele tot oranje buisbloemen, ze hebben geen straalbloemen. Het omwindsel bestaat uit witte of gelige, droogvliezige, glanzende omwindselbladen. Dat maakt de plant aantrekkelijk in gedroogde vorm.

Blad en stengel
Bladeren en stengels zijn wit viltig behaard, wat de plant beschermd tegen uitdroging door de zon. De onderste bladeren staan dicht op elkaar (het lijkt daardoor een rozet), zijn spatelvormig en hebben een stompe top. De bovenste bladeren staan verder uit elkaar, zijn lancetvormig en hebben een spitse top. Ze hebben allemaal een iets omgerolde rand.
Vergelijkbare soorten
| bosdroogbloem : kluwens in alle bladoksels, stengel en onderkant bladeren wit viltig.
moerasdroogbloem : minder viltig dan bleekgele droogbloem, omwindsel bruin of geelachtig, kluwens omgeven door bladeren, die minstens 4x langer zijn dan de kluwens.
bleekgele droogbloem : dicht witte viltige beharing, ook bovenkant van de bladeren, omwindsel wit tot gelig, kluwens van volledig uitgegroeide bloeistengels omgeven door hooguit 2 kleine blaadjes.
dwergviltkruid : en andere viltkruiden zijn evenals de droogbloemen viltig behaard, alleen hebben ze veel kleinere bladeren.
|
Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig of tweejarig
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 5 tot 30 (50) cm
Bloem
– geel, oranjeachtig
– juli t/m oktober
– hoofdjes in kluwens
– buisvormig
– 5 mm
– omwindsel droogvliezig
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– spatelvormig
– top stomp
– bovenste :
– lancetvormigvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet half stengelomvattend
– 1 nervig
– viltig behaard
Stengel
– liggend of opstijgend
– viltig behaard
– rolrond
zie wildebloemen